Uit?

Ik vertelde al dat ik vaak aangesproken word. Vanmorgen op weg naar de metro groette een straatveger mij met zijn mooiste good morning! Dan is mijn dag al goed. Een jongeman draaide zich om op de roltrap om mij “Welcome in Egypt” te heten. Vriendelijke dames in de metro ook weer. Op Gezirha werd ik aangesproken door een aardige heer, die mij vroeg waar ik vandaan kwam en dezelfde kant op moest als ik. We praatten wat over het leven in het algemeen en de revolutie in Egypte in het bijzonder. Na vijf minuten vond hij het tijd voor een volgende stap en vroeg mij uit. ik heb hem vriendelijk verteld dat daar geen sprake van kon zijn, dat dat not done was, waar ik vandaan kwam. Ja, maar we konden elkaar toch leren kennen? Nee, vriendelijk bedankt, toch maar niet. Hij vatte het sportief op en groette mij om zijn andere afspraak na te komen.

Ik vraag me toch af hoe dat werkt. De enige buitenlandse die je langs ziet komen, en je probeert het gewoon. Het kan niet anders of het moet vaak genoeg lukken om de poging te willen wagen. Sommige niet Egyptische vrouwen zijn kennelijk heel eenvoudig in te pakken. Ik heb hopelijk de schaal weer een beetje de andere kant op doen buigen.

Hierboven een beeld van een ongetwijfeld belangrijke heer, ingenieur of bankier, aan het begin van de vorige eeuw. Er staan er nogal wat zo in Down Town. Hij zal zich ongetwijfeld gevleid hebben gevoeld met de gelijkenis.

Closed

Ik had een briljant plan voor vandaag, oplettend lezertje. Met de metro naar Opera, dan een rustig wandelingetje naar het Museum voor Islamitisch keramiek, dan met de taxi naar het taleninstituut, om zeker te weten dat ik dat kan vinden als het zover is, en wat navraag te doen. Vervolgens op jacht naar een roeiclub langs de Nijl. Zoals met vele briljante plannen liep het in de uitwerking anders. Tot en met het wandelingetje ging alles goed, ik vond het museum in een lommerrijke buurt op Gezirah. Dicht. Wanneer het weer open ging? Dat kon nog wel even duren. De galerie die er bij was? Die gaat overmorgen open met een expositie met vier buitenlanders. Dan maar de taxi naar het instituut. Inderdaad, we hebben nogal wat rondgereden voor we het juiste nummer vonden, maar nu weet ik het voor alle volgende keren. Daar verwees een aardige mevrouw mij naar een club in een straat die ik gemist heb, of die er niet was. Die straat wel, die liep terug naar de Nijl, waar de roeiclub zat. Aan het andere eind natuurlijk, een kilometer of vier verderop. Maar gelukkig de roeiclub gevonden, na drie andere clubs die ook roeien, maar alleen Grieken, militairen of Universiteitspersoneel nemen. Ik helemaal blij. De meneer bij de deur sprak goed Egyptisch. Gelukkig was er een mevrouw die op haar kinderen wachtte en kon vertalen voor me. Ik moest morgenochtend terugkomen om 7 uur, met pasfoto en allerlei info, en dan kon het geregeld worden, Ik zag nog net een herenvier vertrekken van het vlot. Tegen die tijd was ik al bijna gevloerd, maar nog even bij het hotel in de buurt langs voor de veelgeprezen gids Egypt Today, met allerlei info voor buitenlanders. Maar die hadden za daar niet meer, het boekwinkeltje was gesloten. Uiteindelijk belandde ik gevloerd in een Hardies, met een groot glas fris en een groot cookie om bij te komen. Morgen gelukkig een afspraak waar ik heengereden wordt. De roeiclub moet dan maar overmorgen geregeld worden. Op de terugweg zag ik nog een aantal musea op Gezirah, allemaal dicht, met grote ketens rond de poorten. Of ze dat ook voor vieren zijn is de vraag. Volgende wek maar eens proberen, als ik bijgekomen ben van deze trip.

Werk

Afhankelijk van de tijd van de dag kom ik veel scholieren op straat tegen, herkenbaar aan hun uniformen. Rugzakje op de rug, als bij ons. De kleinere met Sponge Bob of Hello Kitty of een lokale animatiefiguur. De ouderen met een coole Eastpack of iets dat er erg op lijkt. Wie dat ziet kan makkelijk vergeten dat nog lang niet alle jongeren hier volledig onderwijs volgen. In Cairo zal het meevallen, daarbuiten is het toch minder. Maar zelfs met een goede schoolopleiding ben je er nog niet. Buiten de scholieren zie ik ook groepjes jongemannen rondhangen, meestal rond een auto, liefst ergens op een hoek. Vrolijk staan ze bij elkaar en kletsen en lachen. Maar ze horen daar natuurlijk niet te staan, ze horen aan hert werk te zijn. Dat zouden ze graag willen, dat zouden ze ook erg goed kunnen, als ze tenminste een baan konden vinden. De werkloosheid onder jongeren is hier gigantisch, en de helft van de bevolking is hier onder de dertig. Ook her gaat veel potentieel verloren. Ten einde raad zochten velen in het verleden een baan in het buitenland, vaak ver onder hun vermogen.

Laten we hopen dat de kreet hierboven, te zien op allerlei reclameborden, door alle betrokkenen gerealiseerd wordt. Zodat een opleiding ook voert naar werk en dus werken voor jezelf en de toekomst van je land.

Flat

Mijn computer had last van de hitte, oplettend lezertje, vandaar een laat blogje vandaag. Net toen ik dacht dat ik mijn telefoon eigenlijk niet nodig had werd er gebeld en staan er weer afspraken, en ondertussen blijf ik gewoon de stad verkennen, de ene dag dicht bij huis, de andere dag verderop, is nu de routine. Toen ik vanavond op mijn ieniemienie balkonnetje stond (gelukkig heb ik kleine voeten) realiseerde ik me dat dit het eerst echte flatgebouw is waar ik ooit woonde. Ik kwam niet verder dan vier hoog in Amsterdam op een kamer, toen ik daar schoolging. Zonder lift. Maar dat was een trappenhuis met drie bewoners voor die deur, toch anders dan een echte flat. Hier zit ik vijf hoog in een gebouw waar nog drie verdiepingen boven mij zitten. Een typisch lokale mix van wonen en werken hier. In de plint zitten een Café Italiano, een wasserette die dicht is en een pharmacy. De benedenverdieping binnen is verder voor een Consulting Orthopedic Surgeon met een Brits diploma. De receptie in de hal zit er voor National Gas, die in ieder geval een verdieping en mogelijk twee inneemt. De chauffeurs zitten overdag keurig in pak met stropdas buiten te wachten tot ze nodig zijn, en groeten mij inmiddels vriendelijk als ik langskom. De rest zijn zover ik weet woningen, per verdieping vier. Ik zie zelden of nooit buren. In de lift kwam ik eens twee kinderen tegen die geleerd hadden niet tegen vreemden te praten; en een vrouw die zich verbaasd afvroeg wat een Hollander in godsnaam tot wonen in Cairo bracht. De lift is te snel om dat in drie verdiepingen uit te leggen. Een keer waagde ik mij per trap naar beneden, iets wat je niet graag doet omdat de vuilniszakken op de overloopjes halverwege de verdieping worden neergezet ‘s avonds laat, en er hier net als overal katten zitten. Die vuilniszakken worden dan door de manusjes buitengezet, om rond middernacht te worden opgehaald door de vuilniswagen. net als in Istanboel rijden die hier ‘s nachts, overdag is er geen doorkomen aan natuurlijk, en is het ook veel te warm voor dat soort klussen. Ander zwaar werk gebeurt hier ook wel een ‘s nachts. Ik ben net begonnen in the Yacobian Building, dus dan kan ik zien of dit normaal is, dat je je buren zo weinig ziet hier. Horen doe ik ze ook nauwelijks. maar goed, ik hoor ook de vliegtuigen niet die hier van het vliegveld in de buurt gebruik maken. Het straatrumoer verdringt al het andere achtergrond lawaai. Het is nu half drie en het gaat door als een bezige dag bij ons. Voor hier is het rustig.

Toerisme

Egypte is voor een groot deel van zijn inkomsten afhankelijk van toerisme. Alleen de export en het Suezkanaal zijn niet voldoende om alle mensen hier aan het werk te houden. Hoewel de meeste luxehotels in buitenlandse handen zijn en de grote winst dus naar het buitenland vloeit, zijn de vooral werknemers Egyptenaren. Werkgelegenheid is hier een probleem en nu helemaal. De toeristen blijven weg, voor een groot deel. Terwijl het hier nu een goede tijd is om te bezoeken, in Cairo. De grootste hitte is geweken en het is redelijk rustig, te rustig op straat. De winkeliers met toeristenaanbod zien te weinig klanten komen. Waar blijft u toch allemaal, het is hier prachtig. En dit is een interessante tijd om dit land te bezoeken. Dus hup, naar het reisbureau en boek nog een weekje naar de zon, die hebben we toch te weinig gezien afgelopen zomer in Nederland. Op reis en koop je helemaal suf aan van alles en nog wat. Kom naar Egypte! Dan ziet uw kopje thee er gelijk ook heel anders uit.

Islamitisch Cairo

Vandaag een echt toeristisch dagje, met dit verschil dat ik nu de helft doe van wat ik zou doen als ik hier echt maar een paar dagen zou zijn. Nu komt er morgen weer een dag, dus minder haast. De Islamitische wijk in dus, in de buurt van Muski en Midan Hussein. Een plek waar de meeste toeristen heen worden gebracht om dan een hoek van de wijk door te werken, vol met souvenirs. Het eerste blok vlak bij het plein. De straat verderop is ook erg de moeite waard, en van de Citadel in het zuiden tot een poort in het noorden liggen prachtige gebouwen. Vandaag het Al Ghuri complex bezocht, zo’n zeshonderd jaar oud. Moskee, scholen, tombes, verblijfplaatsen voor reizigers, prachtig uitzicht vanaf de daken. Trapje op trapje af en kruip door sluip door. De plafonds zijn van beschilderd en besneden Cederhout uit Libanon. Dat ze er nog inzitten na zeshonderd jaar, is een wonder op zich. Slechts een koepel van tegeltjes overleefde de aardbeving vorige eeuw niet. Een uniek systeem (althans, uniek voor mij, ik zag zo iets nooit eerder) om de mensen gekoeld water te kunnen geven in de buurt. Aantal toeristen: 1!

Na nog een potje (of twee) thee met munt en veel suiker bij Fishawi (aantal toeristen: 3) weer terug geslenterd naar het dichtstbijzijnde metrostation en gevloerd thuis aangekomen aan het eind van de middag. Ik moet nog een keertje terug voor de Wikala, als de derwisjen dansen. Volgende week maar.

Verkeer

In alle gidsen die je leest wordt het verkeer in Cairo genoemd. Het zou druk, chaotisch en levensgevaarlijk zijn, volgens sommigen. Druk is het zeker, met 17 miljoen mensen in een gebied niet groter dan de Kop van Noord-Holland is het dringen natuurlijk. Maar gevaarlijk valt wel mee, er gebeuren weinig ongelukken, en chaotisch is het slechts oppervlakkig. Smallere straten zijn eenrichtingsverkeer, al houdt men zich daar niet altijd aan, vooral als het rustig is. Bredere straten hebben meestal een verhoogde middenberm, waar geen overheenkomen aan is. Bij drukke kruisingen werken de stoplichten of staan verkeersagenten, die hier in bosjes voorkomen. Ook een aardig middel: niet kunnen keren of afslaan op een kruising maar een stuk door moeten rijden om daar weer de andere kant op te kunnen. De brede straten hebben vaak twee of drie verkeersstroken naast elkaar. Oversteken is dus een sport hier, waar die middenbermen erg bij helpen. Ine de zeer hoge stoepen zijn hier en daar verlaagde stukken. Daar ga je staan, of ergens anders, net hoe het uit komt. Dan kijk je of er een wat rustiger stukje verkeer aan komt, bijvoorbeeld met maar een of twee rijen auto’s. Valt er een gaatje, dan sprint je vlak achter een auto de weg op en met een beetje geluk kun je gelijk over. Zo niet dan wacht je bij de volgende stroom weer een gaatje af, staande tussen het voorbijrazende verkeer. Veel vaker is dat allemaal niet nodig omdat je keurig de gelegenheid van iemand om over te steken, met een beleefd armgebaar: gaat u maar. Altijd dus even goed naar de autoraampjes kijken. Verder wordt er getoeterd, soms uit ongeduld of omdat er iemand een onverwachte beweging maakt, (harde toeter); veel vaker om te waarschuwen dat je er aan komt en gaat passeren, zowel voor auto’s als voetgangers, zodat je niet plotseling naar links gaat (zacht toetertje). Voor de ambulances is het wel een uitdaging, als die rijstroken vol staan is er ook weinig uitwijk meer. De ambulances die ik hier in de wijk zie zijn overigens gedoneerd door Italië.

Samen gevat komt het er op neer dat men elkaar de ruimte gunt en veel minder ongeduldig is dan bij ons. We kunnen er wat van leren.