100 Jaar plus een dag

IMG_1375

De ochtend, in een rustiger maar niet stil Ieper, doorgebracht in het In Flanders Fields museum. Een deel van de expositie is vast, een deel vraagt nu aandacht voor het lot van een familie die door het front werd gescheiden en hoe de levens van die familieleden daardoor werden bepaald. Het meest indrukwekkend vind ik nog de actieve weergave van de frontontwikkelingen aan de hand van kaarten, foto’s, getuigenverklaringen en de persoonlijke verhalen, vormgegeven via acteurs. Bussen vol bezoekers komen en gaan, jong en oud. Op het plein ontmantelt men de lampen, het toneel, het koepeltje dat u zag als u keek zondagochtend. We rijden uit Ieper weg en gelijk wordt het stiller. Door het vlakke, steeds zonniger land, langs de talloze begraafplaatsen en monumenten. In Diksmuide, als Ieper weer opgebouwd in originele pracht, vinden we eenvoudig de IJzertoren. Symbool voor de frontenoorlog die hier aanving. In de waterlinie rond Diksmuide werd de Duitse aanval gestopt en begon het doormodderen en lijden in de loopgraven.

Vanaf de toren hebben we zicht op de IJzer en geven pijlen aan waar welke steden en dorpen liggen; Een groot aantal inmiddels bekend van ons huidige en mijn eerdere bezoek. In het verdere zuidoosten komt de horizon omhoog, naar het west vermoed je over de duinen de zee. Dan twintig verdiepingen geschiedenis van de oorlog en de Vlaamse Beweging die in de eerste wereldoorlog haar oorsprong vond en hier met de IJzerbedevaarten haar focus. Op het grasveld rond de toren wordt een kunstwerk afgebouwd. Zeventig kindfiguren, met rugzak en ballon, symboliseren de zeventig brandhaarden die er nu op de wereld zijn en hoe die voor kinderen de rugzak vullen, hun dromen kwetsbaar maken.

Op de IJzertoren en in het museum is het motto ‘Nooit meer oorlog’, het zinnebeeld een witte klaproos. In 1940 werd de toren beschadigd door een gevechtsvliegtuig. In 1946 door terreuraanslagen onherstelbaar beschadigd en weer opgebouwd in zijn huidige vorm.

Die ochtend heb ik minutenlang staan kijken naar de projectie van namen op zwarte zuilen. De slachtoffers in België, burgers en militairen van alle landen, en Belgen buiten het land die op 12 november 1918, een dag na de wapenstilstand nog vielen. Ik hoop dat ik, door even wat langer te kijken, het begin van de lijst weer zie, dat het aantal de eerste dag na het eind van de gevechten mee valt. Dat gebeurt niet, de lijst is schier oneindig. Het project loopt al vanaf 2014 en gaat door tot 28 juni 2019. Er komt geen einde aan.

 

 

100 Jaar

 

IMG_1335

Geheel volgens plan stonden we op deze bijzondere zondagmorgen ruim op tijd zo dicht bij de Menenpoort als we konden komen. Overal zochten auto’s een plekje, veel Engelse nummerborden, veel bussen ook. We stonden direct achter het vak oost van de poort waar de deelnemers aan de herinneringstocht aankwamen. Schotten voorop, veel veteranen. Een heel grote groep Sikhs die wezen op het feit dat een op de zes Britse soldatensoldaten een Sikh was, en dat ze aan alle fronten mee hebben gevochten. Ze kregen applaus uit het publiek, evenals sommige ouderen, veel gedecoreerde veteranen. Allerlei bands, veel doedelzakmuziek, verkortten de tijd tot elf uur. Op dat moment  luidden alle kerkklokken minutenlang om te markeren dat op die tijd honderd jaar geleden de wapenstilstand een feit was en de kanonnen zwegen. Korte speeches, de last post, het gedicht en kransen.

Omdat, tegen de verwachting in, het droog en aangenaam was, besloten we de Ieperboog te gaan bezoeken, voor de grote massa uit. Verschillende begraafplaatsen, waaronder een Franse bezochten we. Hill 60, als levend voorbeeld van een deel van een hard bevochten slagveld, waar de Duitse en Britse linies geen tien meter uit elkaar lagen. Veel drukker overal uiteraard dan in de maart dit jaar, toen ik op sommige plekken vrijwel alleen was. We wisten dat het druk zou worden, ergens een kop thee drinken was een uitdaging. Maar dat we bij Tynecot niet konden parkeren, daarop hadden we niet gerekend. Ver van de begraafplaats konden we parkeren en treintjes reden af en aan.  Zonder het te weten kwamen we precies op tijd aan om de jaarlijks viering deels bij te wonen. Onder een prachtige neergaande zon stonden daar jonge soldaten in het uniform van honderd jaar geleden, speelde ook hier de doedelzakken, werden er kransen gelegd door notabelen. Overal op deze grote plaats waren groepen die uitleg kregen. Mensen die al decennia lang deze vieringen meebeleven, gezinnen met jonge kinderen die namen of graven van familieleden kwamen bezoeken. Tegen zonsondergang, eigenlijk net iets daarna, konden we het Duitse Studentenkerkhof nog bezoeken. Hier een ander karakter, maar ook nier lagen verse kransen, waren er bussen met scholieren, en deden de grafstenen, met soms twintig namen per steen en de vele massagraven en de nadruk op de gifgasaanvallen de waanzin van de oorlog nog meer indalen.

Daarna terug naar Ieper, om ruim op tijd weer bij de Menenpoort te staan Nu aan de westkant, zodat we de genodigden en de band aan zagen komen. De Belgische koning kwam via een zijstraatje vijftig meter voor ons aan, de plechtigheden begonnen, sober, met korte speeches, muziek, de vaste handelingen die de laatste negentig jaar hier iedere avond worden opgevoerd: de last post, het gedicht, het leggen van kransen, nu afgerond met het Engelse volkslied. Tijdens het spelen van een hymne dwarrelen er duizenden klaproosblaadjes vanuit de poort omlaag, minutenlang. Een moment van grote stilte in het publiek.

Een betekenisvolle dag met af en toe interessante gesprekken. Belgische vrijwilligers, Engelse bezoekers. We sloten af met een kop warme chocola, terwijl op de televisie live meebeleefden hoe de koning weer vertrok. Nu in het hotel kijken we naar een overzicht van de plechtigheden in Brussel. Londen, Parijs en Ieper.  Morgen naar Diksmuide.

100 jaar min een dag

IMG_1226.jpg

Wat dit voorjaar begon met een korte reis langs de slagvelden in Noord Frankrijk en België, wordt dit weekend afgerond met het bijwonen van enkele plechtigheden in Ieper, morgen 11 november. Op enige afstand een kamer gehuurd, in Noord Frankrijk, want Ieper was al maanden geleden volgeboekt. Bij de Menenpoort zelf zul je ook niet kunnen komen, daar staan de hoogwaardigheidsbekleders. Op het plein in de stad zullen grote schermen hangen.

Vroeg in de middag, na een regenrit over Belgische wegen met spoorvorming, komen we in een opdrogend Lille aan, checken in bij ons hotel en nemen de tram naar de stad.  In Lille zelf zijn geen plechtigheden gepland dit weekend, wel ergens in de buurt. De stad viert dit jaar liever dat ze 350 jaar bestaat dan het beëindigen van de Eerste Wereldoorlog.  We lopen door de stad, druk op deze zaterdagmiddag. Sinterklaas komt hier niet, dus de winkels zijn al in voorzichtige kerstsfeer, inclusief de Hema. In de hoofdwinkelstraten liggen op regelmatige afstand bedelaars in ongemakkelijke houdingen op hun knieën. Ze zien er ervaren uit. Ook kinderen spreken je aan en vragen om geld.

Bij de citadel een groot monument  voor de gefusilleerden en, heel bijzonder, een monument voor de duiven die in WWI de berichten overbrachten en hun verzorgers die ook gefusilleerd werden voor hun werk. Een dikke slang bedreigt hier de vredesduif en de Franse maagd.

‘s Avonds eten we in een typisch Franse uitspanning met een ober met gevoel voor grapjes en enige kennis van het Belgisch, het ligt hier om de hoek immers en met de vele winkels en winkelcentra komen er bezoekers uit de hele regio. Zelf zijn we vooral blij met winkels voor schildersbenodigdheden en een winkel met zeven verdiepingen, jawel, boeken, boeken en boeken. Het lukt me er geen een te kopen, dat gebeurt me niet vaak. Nu zitten we bij te komen van deze reis- en loopdag en maken ons op voor de dag van morgen. Op het nieuws een bomaanslag ergens op de wereld. De vrede is weliswaar verschillende malen uitgebroken de laatste honderd jaar, maar lang niet iedereen merkt daar vandaag iets van.