NBU 87, Royal Gorge

IMG_1573

Florence slaapt nog zo’n beetje als ik aankom voor een ochtendje winkelen. Het is de antiekhoofdstad vinden ze zelf, dus maar eens kijken wat daar van waar is.

De hoofdstraat zit inderdaad vol met winkels die van alles aanbieden dat ooit van een ander is geweest. Antiek niet altijd, en vaak ook niet om aan te zien, maar wel leuk om langs te lopen. Er zijn ook erg leuke dingen te vinden, maar een pianola plus muziekrollen, dat wordt lastig inpakken. En die stereokijker op zich is goed betaalbaar, en leuk, maar de plaatjes gaan per stuk, dat bouwt op.

Uiteindelijk bezwijk ik voor een sieraad van lokaal gesteente. Dat is lekker klein ook. Terwijl ik daar gezellig met de maker in gesprek ben ook bericht uit Houston: Monster kan onderdak, dat is weer geregeld. De reparatie die ik wil laten uitvoeren lijkt voor de aangeschreven garage niet te doen, maar hij vraagt een collega. Komt ook vast goed.

Dus de bergen in! Ik ben al blij met de bergweggetjes met mooie kale gele rotsen, maar Royal Gorge heeft meer te bieden dan een slingerweg. In 1929, omdat het kon, bouwde men hier de hoogste hangbrug ter wereld, nu nog de hoogste in Noord-Amerika. Diep onder die brug de Arkansas, in een nauwe spleet. Daarlangs de trein, erop vele bootjes met mensen die gillend langs de stroomversnellingen gaan.

Maar eerst moet ik, met een gondeltje, naar de overkant. Het Efteling effect, je slingert er gezellig met zijn allen wachtend heen. Een jongetje verontschuldigt zich bij me, ik vraag hem waarom. Ja, omdat ze met zijn allen zijn, en ik alleen, en ze maken zoveel herrie. Ik vertel hem dat hij zich niet hoeft te verontschuldigen voor het feit dat hij bestaat en praat, dat er minder verontschuldigd moet worden. Ja, hij vindt ook dat hij dat steeds doet, hij wordt er zelf ook moe van. Ze zijn keurig opgevoed, dat wel. Maar het is inderdaad soms veel, hoe vaak men hier ‘Excuse me’ zegt. Je gaat het vanzelf ook doen, maar het gaat soms echt nergens over.

Maar de overtocht met het gondeltje (ja, idd de hoogste gondel in de VS) is de moeite waard, de rivier stroomt groen onder ons. Ik had natuurlijk kunnen kiezen om terug te gaan met de zipline. (In plaats van de skydive die je kunt maken van een hoge schommel boven de afgrond). Maar ik neem de brug, met de vele planken. Het is een imposant gezicht, en de brug slingert lekker onder al die mensen en de karretjes die erover rijden voor wie niet wil lopen. Op de brug de vlaggen van alle staten, daar kun je dan mee een selfie voor je FB maken. De mijne hangt er niet bij helaas.

Als ik aan de overkant ben, begint het te regenen en de wind speelt op, er rolt van alles, zand waait op, de vlaggen staan strak. Ook hier is timing van belang. Ik slinger via de giftshop weer naar buiten, zoek Monster op en rijd het bergweggetje weer af. Het is nog vroeg, misschien is er nog plaats in het RV-park om de hoek. Nee alles vol, en ook hun andere parken in de buurt.

Ik besluit de McDonalds in Salida, een uur verder, als bestemming te nemen. Die hebben wifi, en de kaart wil er geld bij hebben. Eerst nog even kijken bij de Dino Experience. Veel dino’s.

Een werkelijk weer prachtige tocht naar Salida daarna, als het geregend heeft terwijl ik die dino’s bekijk. Mooie rotspartijen, rood, geel, de groene rivier dan wat dichterbij dan wat dieper weg. Prachtige schaduwen deze namiddag. En achter de bergen naast mij de Rockies, de hoge jongens aan de horizon er bovenuit piepend, inclusief de sneeuw.

Ik parkeer ergens in het zonnetje, maak wat foto’s en te eten. Terwijl ik sta te kijken naar het snelstromende water komt er een klein bootje voorbijvliegen. Een man zit in het midden en houdt koers met zijn lange riemen. Twee mannen staan ieder aan een kant te flyfishen, de hengels zwiepen van linksnaar rechts en terug, op jacht naar forel. Ondertussen moeten ze zich in evenwicht zien te houden in de bewegende boot. Weer eens wat anders dan een middagje tussen het riet.

In Salida is de bestemming snel gevonden, de bestelling is wat lastig met een nieuwe medewerker die nog weinig direct kan vinden en een meisje dat hem moet helpen dat mij slecht verstaat. Ik krijg dus geen koekjes bij de thee deze middag, maar een chocolate shake. Ook lekker.

Het loopt langzaam vol met mensen die hun vrije dag hier afsluiten met een snelle maaltijd. Van hier en van verder weg. Ik regel wat bankzaken, schrijf en upload mijn blog, neem de email door en houd de sociale contacten bij. Ik neem drie parkeerplaatsen in hier, een koopje alles bij elkaar.

Het was weer een wow-dag.

 

NBU 86, Bent’s Old Fort

 

 

IMG_1396

Na een ritje met verdwalen, ik kwam al niet goed van de camping af arriveerde ik dan toch na een uurtje bij Bent’s Old Fort. Het Fort ligt aan de voormalige grensrivier Arkansas, Mexico lag op een steenworp afstand aan de overkant. In tegenstelling tot wat de naam suggereert, was het geen verdedigd Fort, maar een handelspost, opgezet door Bent en zijn firmanten. Doel was de handelsroute naar Santa Fe te accommoderen, en de bisonhuiden over te kunnen slaan. De Chayennes in deze streek werden er rijk van, van al die vellen. De Bison werd interessant toen de bevers bijna op waren. Het Fort is opgebouwd uit adobe, wat voor deze noordelijke streken eigenljk niet zo geschikt is, het vraagt voortdurend onderhoud. Toen, met het oorspronkelijke Fort, en nu bij de reproductie die hier staat, volledig op authentieke wijze opgebouwd. Al het ijzerwerk is gesmeed in eigens mederij. Die kopie kon tot stand komen omdat er ooit een herstellende kaartenmaker verbleef, die het Fort zorgvuldig opmat. De beschrijvingen van mensen die hier korter of langer verbleven in hun dagboeken en brieven, geeft vele details. De gidsen in kostuum zijn geschiedkundigen en weten van alles wel iets te vertellen. Geen vraag is ze te gek.

Een brandend vuurtje, een echte kraal met ossen en paarden, kippen en pauwen, geven geur en kleur aan het geheel. Je kunt je voorstellen hoe het was, in de drukke tijden.

Het Fort kende een korte bloeiperiode en ging toen roemloos ten onder, vervangen door nieuwere gebouwen iets verderop. Maar zolang het er stond, was het een centrum van handel, de indianen in die tijd kunnen zich nauwelijks hebben bedacht dat ze deel uit maakten van een netwerk dat tot ver buiten Amerika actief was. Alles kwam hier samen, tot aan de Chinese thee aan toe.

Ik neem de tijd, in deze hitte, bezoek iedere kamer en geniet van de mooie bouw, die zo prachtig past in dit lage kale landschap. Dan rijd ik door naar Pueblo, terwijl de hittegolf zich naar het noordoosten uitstrekt, de eerste doden zijn al gevallen. Amerika raakt op meer dan één front oververhit. Halverwege de middag, nog voor Pueblo, na dagen van een platter en leger wordend landschap, doemen de blauwe bergen weer op aan de horizon, voorbodes van de Rockies.

Ergens ligt plotseling een auto op zijn kop in het veld, mensen lopen er naartoe, hulpdiensten zijn nog niet gearriveerd. Dat is de tweede keer dat ik een eenzijdig ongeval zie, op een rustige rechte weg. Hopelijk niet de aanleiding tot weer een bermmonumentje.

Er komen weer scheuren in de velden en kale rotsen aan de horizon. In Pueblo vind ik een uitspanning aan het nieuwe rivierwandelpark, resultaat van de stadshartvernieuwingen, ook hier. De stad heeft ongetwijfeld meer te bieden dan dit goed bezochte café op deze vrijdagmiddag, maar de hitte is verpletterend. Ik wil graag kamperen in een state park aan het meer in de buurt. Helaas, alles campings, staats en privé, zitten nokkievol. Ik rijd naar de volgende stad, in de auto is het immers koeler dan daarbuiten. Het landschap wordt weer prachtig, met al die rotsen, donkere bergen in het westen, de begroeiing die voortdurend verandert, de vele Mexicaanse invloeden in de bouw van de huizen. Ook in de volgende stad en op weg erheen is alles vol. Dan wordt het dus weer Walmart. Maar voor ik daar aankom zie ik een bioscoop. Daar maar eens kijken. Timing is everything, ik ben net op tijd om aan te schuiven bij the Lion King, de zaal zit redelijk vol. Veel kleine kinderen die na de eerste vrolijke tien minuten het lachen vergaat. Het belooft een warme nacht te worden, maar de avondhemel met die bergen voor de rode wolken, maakt veel goed.

Morgen toeristje spelen, eerst met de antiekzaken in Florence, dan de Royal Gorge bekijken. Denk ik.

NBU 85, Meer

 

IMG_1327

Lekker op tijd naar bed, lekker lui uitslapen. Pas om half acht sta ik op. De overburen zijn dan al vertrokken, met tent, boot, kinderen en hond. Niets van gemerkt. Zwemmen staat op het programma, en wat orde scheppen in de chaos. Helaas zijn de steekvliegen nog steeds hongerig, dus ik zwerm een beetje van binnen naar buiten en weer terug. Af en toe doe ik eens iets, dan lees ik weer eens een stukje, dan schrijf ik weer eens wat. Lekker ongeorganiseerd. Halverwege de middag, als het echt niet meer te harden is, loop ik de weg af naar het strandje aan de andere kant van het reservoir. De camping is niet aan het meer, maar aan een soort lekbak, achter de grote dam.

Het water begint nog net niet te sissen als ik erin loop. Er is een uitgebreid gezin aan en in het water, met vooral meisjes en vrouwen, opa (nog jong) zit op een stoel in het water en houdt de kleinzoon in de gaten. Een echtpaar hangt in het water af te koelen. Als ik na een half uurtje dobberen weer aan wal ga, raken we in gesprek, krijg ik een lift terug en vragen ze of ik van spelletjes houd. Ze komen uit Colorado, waar ze twintig jaar geleden voor werk vanuit Canada heen verhuisden.  Neil was al eens in Nederland en meende een Duitse aan mij te horen. Dat denken ze hier steeds, ik vind dat wij helemaal niet hetzelfde accent hebben als Duitsers, maar daar sta je in Amerika redelijk alleen in.

Ik lees nog wat met de Airco aan, binnen. Vanwege de hitte (39C) en de steekvliegen, die deerflies blijken te zijn. Anti-mug helpt niet tegen ze. Denk niet dat het alleen kommer en kwel is met de insecten hier, er vliegen prachtige libellen en andere insecten en ook mooie vlinders. Na een frisse douche en een middagje lezen, sta ik om half zeven met een pak koekjes voor de deur van mijn gastheer en -vrouw. Het wordt een gezellige avond met verhalen en een spelletje jatzee.

Als ik keurig voor mijn Monster wordt afgeleverd, vliegen er honderden insecten rond mijn buitenlampje. Ik ben dus nog wel even bezig als ik binnen ben, om alle blinde passagiers te vernietigen, voor ik rustig kan gaan slapen.

Wat ga ik morgen weer beleven?

NBU 84, Dodge City

IMG_1213

 

Vandaag een berichtje van een trouwe volger:  Iedere morgen lees ik eerst jouw stukje. Hoeveel krijg ik er nog? Ik ben blij met iedereen die mijn stukjes leest en commentaar geeft, dat is toch een band met het thuisfront, zeker als je alleen reist.

Maar eigenlijk schrijf ik ze voor mezelf. Alleen ergens door het landschap rijdend probeer ik wat ik zie in woorden om te zetten. Zo dwing ik mezelf om goed te blijven kijken. En ik weet over een paar jaar nog wat zich heeft afgespeeld. Niet dat alles opgeschreven wordt, dan worden de blogs te lang (zoals deze dus), het zijn meer een soort kapstokken voor later.

Vanmorgen op weg naar Hasty had ik zo veel te melden, dat het overborrelde. Ik heb Siri aan het werk gezet om notities te maken. Die ik nu moet zien te ontcijferen, hij srpeekt geen Engels. Na een half doorwaakte nacht, waarin ik de vrachttrein en de ezel heb horen roepen, blijkt vanmorgen vroeg dat de schoolbus naast mij bewoond wordt. De verse eigenaar moet nog even uitzoeken bij welke neef hij zich gaat voegen, wat hij nog gaat sleutelen aan het ding om het echt bewoonbaar te maken, maar dan komt het helemaal goed. Want Dodge City, het is een ‘hole in the wall, not much to do here.’ En hij houdt het hier voor gezien.

Dat kan goed zijn, als je hier al jaren woont, maar voor de eenvoudige bezoeker valt hier nog wel wat te zien. Ik ben al vroeg bij Boot Hill, de vroegere begraafplaats. Nu is er een whiskystokerij, nog dicht. Naar het bezoekerscentrum dus. Daar staat de trolley klaar voor een rondrit, inclusief Fort Dodge. De chauffeur kan zijn lol niet op, ene bezoeker uit Nederland. Je mag hier vaak een speld in een wereldkaart zetten om aan te geven waar je vandaan komt. Ze lopen mee om te zien waar Den Helder ligt, inclusief een andere bezoeker. Helaas is Nederland ongeveer 3cm, er zijn al zoveel Nederlanders, Belgen of Duitsers geweest dat Noord-Holland niet is terug te vinden, dus ik woon nu op de Doggersbank.

We rijden door de stad, krijgen uitleg over het ontstaan, zien de cattlefeeders en het fort. We zien het eerste hotel/restaurant, Harvey, dat de treinreizigers een maaltijd bezorgde, en beroemd was om zijn goede personeel de Harvey girls; allemaal meisjes met goede manieren tussen de 18 en 30. Harvey wist goed in te spelen op het ontluikende toerisme, zijn restaurants zag ik ook elders, zoals bij de Grand Canyon. Op het staton ook twee zonnewijzers, opgebouwd met grindstenen. Central time en Mountain time, de 100stemeridiaan loopt door Dodge, en daarmee ook dat tijdsverschil. Nu ligt dat tijdsverschil honderd mijl westelijk.

Het fort, dat eigenlijk meer een verzameling barakken en gebouwen is, heeft geen omheining. Custer kwam er ooit langs, nu wonen er veteranen. Na ruim twee maanden rondreizen hier kom ik nu op het nivEau dat ik puzzelstukjes aan elkaar kan leggen. De trails krijgen een gezicht, ik volg nu zo’n beetje de Santa Fe trail. Dodge City is emblematisch voor dit stuk van de VS.  Zoals ik gisteren al schreef, eerst de indianen, dan de rest. Dodge ligt aan de Arkansas rivierSanta Fe was de noordelijkste stad daarvoor vandaar die trail. Op deh euvel ergens in een woonwijk zijn nog wagensporen te zien onder het gras. Verder wemelde het op de vlaktes hier van de bizons, wat jagers aantrok. Om die huiden naar de oost te krijgen kwam de trein, de huiden lagen al bij duizenden te wachten toen het spoor eindelijk zo ver was. Dat station werd ook gebruikt voor het vee dat vanuit Texas aan kwam lopen, met al die cowboys.

Eigenlijk doet de stad nog steeds hetzelfde als toen, niet het wat maar het hoe is veranderd. Ook nu nog zijn hier bedrijven die vee mesten tot slachtgewicht. Nu gaat dat via chips in de oormerken zo wetenschappelijk, dat men per afzetmarkt kan bepalen hoe de biefstuk er uit komt te zien.

Dodge ondertussen leed nogal onder al die aankomende cowboys die hun loon in een keer kregen uitbetaald, en vaak omzetten in drank en vrouwen.  Burgemeester Hoover, later nog President (die van de dam ja) was al die wanorde zat. Hij liet Wyatt Earp komen, die orde op zaken stelde en tegelijk met zijn vriend Doc Holliday, de cowboys via gokken weer van hun geld af hielp.

Boot Hill dankt zijn naam aan de dronken droppies die neergeschoten werden na een caféruzie of iets dergelijks en geen geld hadden voor een behoorlijke begrafenis bij Fort Dodge, zoals de nette mensen. Ze weden met hun laarzenn og aan, of als kussen onder het hoofd, in een ondiep graf gelegd.

Na de rondrit loop ik nog langs de historische gebouwen en beelden in het stadje, volg een stukje de Walk of fame, met veel gunsmoke-acteurs. Dan nog even wat drinken, een kaartje bezorgen bij het stadhuis, omdat ik geen brievenbus kan vinden. Dodge City heeft veel wind, ze zeggen hier meer dan in Chicago. Dus bouwt men hier windmolenparken, in GardenCity zie ik een overslag terrein, want ook Lamar krijgt zo’n park.

Als ik over de High Plains rijd, met de graanprijzen soms op de radio, of een urenlang verslag van een baseballwedstrijd ergens, probeer ik me voor te stellen hoe het geweest is, die lege vlakte gevuld met manshoge golvende grassen in de wind hier, als de zee. Af en toe krijg ik een stukje te zien, maar niet de immense weidse verten van toen.

In Lamar wil ik naar het Colorado Welcome Center. Het plaatsje doemt al van ver op aan de horizon, de hoge silo als herkenningspunt. De kathedralen van de high plains, blikkerend in de zon. Met de aardige vrijwilligster van het centrum stippel ik uit wat er nog haalbaar is inde dagen die mij hier resten. Daarna drinken we gezellig thee en hebben het over ratelslangen, die komen hier nogal voor. Zomers heb je er minder last van gelukkig.

Dan rijd ik naar het John Martin Reservoir Statepark voor twee nachten aan het water, en met achter mij een voorbijgaande onweersbui parkeer ik Monster onder de bomen.

Monster was vandaag jarig, hij heeft nu meer dan10.000 mijl met mij gereden door dit prachtige land. Geen wonder dat er stukjes afvallen, met al dat gerammel. Om het te vieren is er thee en chocola, terwijl de cicade en de vogels hun avondliedje zingen in diezelfde hoge bomen.

Maar alle steekvliegen muggen zitten aan tafel bij die Hollandse. Vanavond eten ze uit.

NBU 83, Off to see the Wizard

IMG_1145

Mais, mais en mais, dat staat ook hier op de velden. Het graan, hoor ik op de radio, is al grotendeels geoogst, de balen zie ik als bewijs overal. Als u denkt, waar blijft dat allemaal? Dat blijft in bijna alles wat u koopt in een pakje, zakje, doosje of blikje. Niet nodig, maar wel handig om de wereldmarktleider in mais een boost te geven, wat dus goed gelukt is.

Die mais moet over- en opgeslagen, dus zeer grote silo’s domineren het landschap, vooral waar de trein kan komen. Ze zijn enorm. Ik kies voor de bijweg vandaag, om dichtbij het land te komen, dan rijd je door de dorpjes en steden heen.

Eind van de ochtend ben ik in Wamego waar het Oz Museum is, met het levensverhaal van de schrijver Frank Baum, die heel veel boeken over Oz schreef. Met allerlei parafernalia, documentaires, boeken en souvenirs. Als je wil, kun je de hele film hier in een klein zaaltje zien. Ik zie net de laatste scene en ben weer helemaal maal bij. Mijn favoriete film van vroeger. Nu zitten die liedjes waarschijnlijk de rest van de dag in mijn hoofd. Dat is een prima tegenwicht voor de cowboy- of gospelmuziek en preken op de radio in deze lege staten, of de foxzender met zijn Trump reclame.

Na het museum lunchen bij de Friendly Cookers, die alles zelf maken.  Wifi is er niet en dat is terug te zien aan het publiek, dat hier gewoon wat wil eten en verder geen gezeur. Er is een hittegolf aangekondigd, vanaf vandaag stijgt de temperatuur,  tot en met zaterdag wordt het hoog in de dertig graden, hier rond de 100F. Daar hebben ze het met elkaar over, en wat dat betekent voor het werk.

Dodge City is de verwachte eindbestemming, dat wordt even doorbijten. Door een Plains State weer. Volgens sommigen zijn dit de fly over states, red neck country, de bible belt, Trumpkiezers.

Maar ook zijn deze staten het hart van dit land, met zijn restanten tall grass prairies. Ooit liepen hier de indianen en de buffels. Toen kwamen de Spanjaarden en de Franse trappers, en daarmee de paarden en geweren. Daarna de homesteaders, de immigranten, de goudzoekers, de cowboys en hun grote kuddes, de trein. De bizons werden in een paar jaar afgeslacht, zodat ze aan de oostkust in bontjassen konden lopen. De 600 soorten prairiegrassen maakten plaats voor huizen en oogsten, hier komt het graan van de natie vandaan. Zonder dit grote gebied, deze lege staten vol pioniers en doorzetters die droogte, overstroming, vuur en ellende doorstonden, is dit land niet te begrijpen. Hoe langer je ergens bent, hoe beter je het gaat zien, ook als het niet in eerste instantie jaw-dropping is. Ook als het in eerste instantie lijkt op wat je al kent. Maar rijd eens 3000 kilometer langs mais en graanvelden, langs silo’s en vleeskoeien en eenzame boerderijen. Langs eindeloze ruimte met brandende zon en stofduivels.

Vlak voor Dodge City tank ik weer vol, gelukkig staat er naast het kleine benzinestation een enorme silo, blinkend in de avondzon. Het doordringende gedreun zal in het hele stadje te horen zijn en bij het leven horen, zoals de houten palen met elektriciteitsdraden hier het landschap zijn ritme geven en de wind alom aanwezig is.

NBU 82, Kansas City here I come

IMG_1095

Het weer is net zo bedekt als mijn stemming, nu ik weer afscheid nam van een goede vriend. Je wet nooit hoe lang het duurt voor je elkaar weer ziet. Als ik de stad uit rijd passeer ik een groep wapiti’s die in de vijver staan af te koelen. Ze horen bij de boerderij van Ulysses S. Grant, verderop zie ik dat de bizons en geiten gevoerd worden.

Het landschap is zoals al een paar staten, veel bomen, heuvelachtig. Ik passeer de State Capital, Jefferson, maar ik wil toch echt kilometers maken. Dus pas in Kansas City, nog aan deze kant van de rivier, parkeer ik Monster. Vlak bij het WW1 Museum en het Union Station op mijn lijstje. De wachters bij het museum, dat tevens het Nationaal Monument is,  zijn gevleugelde leeuwen; die van de herinnering kijkt naar het oosten, terug naar de oorlog, de ogen met vleugels bedekt om de verschrikkingen niet weer te hoeven zien. Die van de toekomst kijkt naar het westen, weg van de oorlog, de ogen bedekt omdat we de toekomst niet kunnen zien. We zijn blind. De hoge toren laat me heel Kansas City overzien.

Ook het Union Station (“groter dan Central Station in New York “is de aanbeveling) is een bezoekje waard. Veel meer is er op deze late maandagmiddag ook niet. De stad is bekend om zijn Jazz, maar alles is nu dicht.

Dan loop ik terug naar Monster, die naast een park geparkeerd staat. Ik zie een bord dat verwijst naar een beeldengroep waarvan ik de schetsen en modellen in Cody zag, Pioneer Mother, en naast die plek wordt gesport. Ik kijk een uurtje naar de Maandagavond Softball League, gemengde teams van vrienden of collega’s spelen hier de hele zomer. Relaxed, bud light erbij na afloop. Men is licht verbaasd een vreemde aan te treffen, deze wedstrijden trekken geen publiek. Maar de avond is mooi, de krekels krekelen dat het een aard heeft.

Als ik dan ook nog op weg naar mijn slaapplek een Half Price Book store vind, met precies wat ik zoek in huis, is de dag compleet.

Morgen volg ik de Yellow Brick Road naar Wamego.

NBU 81, Forest Park

IMG_1023

Wat doen ze in St. Louis op Zondag? Mijn gastheer gaat aan het werk. Ik doe een dagje park. Nu zult u denken: park? Eendjes voeren? Forest Park is weliswaar de tuin van St Louis, maar het is niet helemaal het stadsparkje zoals we dat vaak zien.

Om te beginnen is het groter dan het Central Park. Een paar jaar geleden is het nog eens gerenoveerd, nadat het in 1904 al de Worldfair en de OS had gehuisvest. Er stonden voor die fair al musea. Nu zijn dat er een stuk of drie plus een theater, een botanische tuin, een dierentuin, een observatorium, een heel grote bootvijver, tennis- golf en cricketvelden en dan nog wat paviljoens. Een busdienst met een aantal routes onderhoudt de verbindingen, of je huurt een fiets, of een bootje. Op zondag is de bus gratis, de musea en de dierentuin zijn dat altijd.

Ik ben vroeg, maar de zon brandt al in mijn nek. Gelukkig is het in het historisch museum koel. Het geeft een mooi beeld van de geschiedenis van de stad, die hier zeer verbonden is met de geschiedenis van het land. Zo ligt de basis van de burgeroorlog in een rechtszaak over slavernij die hier begon, de Dred Scott decision.  Er is een expo over Lindbergh en zijn vrouw, een kopie van de Spirit of St. Louis hangt hoog in het gebouw. Er is immigrantenkunst, een kinderafdeling, mode die het verleden citeert. Het is allesbehalve oud en stoffig.

Via het grote basin steek ik over naar het kunstmuseum, als ik links van mij een harde klap tegen een boom hoor en iets zie vallen. Een golfbal. Ik breng hem terug naar de wat ongelukkige eigenaar en geef hem advies zijn swing aan te passen.

Ik ben een week te vroeg in het kunstmuseum om de grote Gaugain-expositie mee te maken, maar de collectie is van hoge kwaliteit. Een grote hoeveelheid Max Beckmanm, men zegt de grootste ter wereld, wat te maken heeft met het feit dat de schilder hier zijn laatste de jaren doorbracht en verzamelaars hier bleven kopen na zijn dood. Daarmee komen dan gelijk ook veel andere werken uit die periode en stroming in zo’n collectie terecht.

Als het tegen sluitingstijd loopt ga ik naar het boothuis, waar de mensen op het terras zitten terwijl de band een behoorlijke blues speelt en de schildpadden lui in het water hangen. Een prima plek om de zondag af te sluiten. Thuis wat zaken regelen nu ik nog snel internet heb, spullen verzamelen en nog een avond samen met mijn gastheer. Het restant van mijn reisdagen is bijna op de vingers van twee handen te tellen.

Hoe ver kom ik nog?