NBU 96, I’ve come to look for America

IMG_6033

Een dag eerder thuis. Een bezoekje aan de buren en verder een lege koelkast. Veel goede wensen, zelfs bloemen met een kaartje: Oost, West: Thuis Best.

Wennen hoef ik nooit, in mijn eigen huis. Er is stilte en rust, er is zon. De grassen van de prairies zijn me vooruitgesneld en staan op het terras in de achtertuin. Zo te zien aan de zaaddozen was het een goed Lathyrus jaar. De klimroos heeft voornamelijk gehangen, de sering is nog verder omgezakt en moet worden geruimd.

Er moet een en ander gesorteerd, maar voornamelijk moeten alle verhalen hun plek krijgen.

Velen wensten mij een fijne vakantie, maar het was meer dan dat: een avontuur, een roadtrip, een onvergetelijke ervaring.

Ik bezocht 24 staten, ik reisde met Monster 11.524 mijl, met de huurauto 1637 mijl en met de auto in Houston heb ik ook heel wat kilometers afgelegd, die ongeteld zijn. In totaal dus meer dan 21,180.58 kilometer. Ik was 89 dagen in de VS, waarvan 15 dagen in Houston.

Ik bezocht nationale parken, recreatiegebieden en bossen en staatsparken, recreatiegebieden en bossen. Ik sliep op parkeerplaatsen, in het bos, op commerciële
RV-parken, op staats en nationale campingrounds, naast benzinestations en op rustplaatsen, in hotels en bij mensen thuis.

Ik heb vele, vele gallons benzine getankt, maar ik ga echt niet uitrekenen hoeveel liters en dollars dat gekost heeft.

Ik ontmoette en sprak vele, vele Amerikanen, maar ook Canadezen, Fransen, Italianen, Israeliërs, Spanjaarden, Mexicanen, Vietnamezen en Nederlanders.

Ik heb onvergetelijke vergezichten gezien, musea, garages, en veel Walmarts, McDonalds en Starbucks voor de wifiverbindingen.

Ik logeerde bij mensen thuis, ging op visite in hun campers, at mee bij hun BBQ’s. Ik maakte hikes en strandwandelingen, zag onder andere beren, walvissen, pelikanen, bizons, konijnen en talloze eekhoorntjes en ander klein wild. Ik ben in steden, stadjes, dorpen en dorpjes, op het platteland, op boerderijen en plantages geweest. Ik was op zeeniveau en op 9000 voet. Ik heb nachten gehad dat een extra deken niet genoeg was, en veel vaker nachten dat Monster nauwelijks koel was te krijgen.

Ik heb vele, vele kikkers uitgedeeld, aan mannen, vrouwen en kinderen. Iedereen vond ze ‘cool’. Er is voor me gebeden, er is met me gelachen. Er zijn vele, vele verhalen uitgewisseld. Slechts een keer werd ik onheus bejegend, en heel vaak zeer vriendelijk onthaald en te woord gestaan.

Amerikanen zijn trots op hun land. Hier vinden we dat er veel aan te merken valt op dat grote land over de plas. Dat vinden veel Amerikanen ook. Maar de eindeloze ruimte, de mogelijkheden, het overweldigende natuurschoon geeft ze ook het idee dat dit het uitverkoren land is. Zoals de veel gedraaide countrysong: This is Gods Country. En als je de omvang van dit land een beetje meebeleeft, ga je daar begrip voor krijgen.

Drie maanden is lang om voornamelijk alleen een land te bereizen. Ik heb nog lang niet alles gezien. Ik ga zeker nog terug, hopelijk vaker dan eens, zolang ik Monster redelijk op de weg kan houden. Dan nog zal ik geen deuk in dit land hebben kunnen slaan, zal ik slechts het tipje van de ijsberg gezien hebben. Maar deze drie maande waren een niet te evenaren kennismaking met dit prachtige, verrassende land van The Big Skies en de Wide Open Spaces.

I’ve come to look for America. Bedankt allemaal voor het meereizen.

 

 

 

 

 

 

 

NBU 95, Cancelled!

IMG_2159

We maakten ons op voor een wat landerige zondag, waarin ik zou proberen mijn koffer zo te pakken dat ik geen extra flightbag nodig had, zonder mijn koffer te overladen. Veel meer dan nog een keer uit eten zou er dan niet gebeuren.

Al vroeg wakker vond ik echter een berichtje van KLM: uw vlucht is geannuleerd!? Oeps! Uiteraard was mijn telefoon bijna leeg. Snel eruit, kattenwasje, laden en kijken wat te doen. Ik kon kiezen uit een vlucht vandaag zonder overstap, iets latere vluchten vandaag met overstap. Latere vluchten morgen met overstap. Een dag later is geen optie vanwege mijn visum.

Met nog zeker vier uur te gaan voor het vliegveld bereikt moet worden, lijkt de vandaag vlucht haalbaar. Maar dan wel doorwerken. Koffer pakken, wegen, boek erbij, dicht. Rest inpakken en zien hoe het uitkomt. Schrobdouche om het kruit af te wassen.

Het lukt allemaal wonderwel. Mijn carry-on is welwiswaar niet te tillen, maar het past allemaal, en met alleen een halfleeg rugzakje daarnaast als handtas, ga ik zoals ik kwam, min of meer. Wat wonderlijk is na drie maanden reizen. Monster heeft dan ook nog veel spullen van me in bewaring. Een beetje stuurman weet hoe te laden en te plannen, blijkt maar weer.

Met weemoed van mijn kant, en ik hoop met enige weemoed bij mijn gastheer, nog een paar koppen thee, een laatste praatje en dan kan echt alles in de auto. De was is dan al gedroogd inmiddels, mijn sporen zijn bijna uitgewist in het huis. Alleen mijn thee, thee-ei en nog wat halflege potjes getuigen op het aanrecht van mijn verblijf hier. Die blijven wachten tot ik terug kom.

Eindelijk een keer rust op de snelweg, net als je geen haast hebt. Ik groet het huis, de wijk, de skyline. Dan nog een laatste keer afscheid nemen van mijn onvolprezen gastheer en door de deuren de terminal in.

Ik ben gewend dat er altijd wel een tas is die met de hand gecontroleerd moet worden tijdens de veiligheidscontrole, meestal vanwege alle elektronica. Maar dit keer wordt de andere tas uitgekozen voor controle. Huh, wat kan daar nu inzitten? Tja, daar zitten dus nog vier lege hulzen in, die gisteren aan mijn oog ontsnapt zijn, toen ik hun familieleden eruit haalde. Ze mogen ze houden, hoewel ik ze waarschijnlijk mee had kunnen krijgen. Maar het is druk, dit is het snelst.

Het thuisfront weet dat ik een dag eerder komt, de afhalers zijn paraat. Ik laad nog een keer mijn telefoon helemaal op (inclusief de back up) en schrijf dit blogje. U krijgt er nog een als ik thuis ben, en dan is dit geweldige avontuur echt voorbij.

Ik heb nu al heimwee.

NBU 94, Top gun

Mijn gastheer heeft een vroege afspraak buiten de deur, ik ga wat inkopen doen voor de avondmaaltijd. Het is aanvankelijk bewolkt en dus goed te doen. Ik loop gelukkig een stukje de verkeerd en vind een prachtig oud gebouw. Dit is een mooie buurt, met soms prachtige oude, ruime huizen. Zaterdag betekent niet dat niemand werkt. Twee mannen blazen de bladeren naar de hoek van de straat, het gras krijgt water van het dripsysteem. Het gebouw hier op de hoek loopt achter, de bouwers werken over. En natuurlijk zijn alle winkels open. Ik loop de magical cauldron binnen om te zien wat daar verkocht wordt. Het is een heksenwinkel. Echt, zonder lachen, je kunt er toverstafjes kopen van seleniet, allerlei kruiden om te helpen bij je formules. Kaneel schijnt overal goed voor te zijn. Er zijn kristallen en dromenvangers, beeldjes en tarotkaarten. Aan de balie is er een verhitte discussie over een astronomisch verschijnsel en of het al wel of nog niet heeft plaatsgevonden. Inclusief hoeveel graden Sirius staat ten opzichte van Saturnus, als ik het goed gevolgd heb. Kristallen bollen en vijzels bij de vleet.

In de supermarkt zie ik pakketten met schriften, pennen, een gummetje. Ze zijn bedoeld om te doneren, zodat ook armere kinderen schoolspullen hebben. Ik praat met de mevrouw van de supermarkt over dat het goed is dat het gebeurt, en hoe slecht het is dat dat nodig is en afhankelijk is van de goedwillende burger. Dan koop ik er een die in de grote doos gaat.

Ik probeer nog zoveel mogelijk Amerika op te zuigen in deze wijk, die ik nu redelijk begin te kennen. Ik ga nog even naar de winkel voor schilderspullen en koop nog een boekje voor mijn gastheer. En een schildersmes voor mezelf. Gevaarlijke winkels altijd. Ik weersta de verleiding om nog een keer Half Price Books te bezoeken, het zal nu al lastig worden alle bagage onder het maximale gewicht voor een koffer te houden en ik vrees dat ik toch nog aan een carry-on moet. Gaan we morgen uitproberen. Vandaag wordt gewoon een luie zaterdag, met niets bijzonders. Denk ik.

Maar dan heeft mijn gastheer, na enig overleg online, een briljant plan: we gaan schieten. De Ruger 38 komt uit de safe, het adres van de schietbaan wordt in de navigatie geprogrammeerd en daar gaan we. Een waiver tekenen, oordoppen en brilletje op en we kunnen, op baan 6. Daarvoor een uitgebreide ruime winkel, waar nieuwe en tweedehands wapens te koop zijn, van klein kaliber tot volautomatisch. Schieten kan met je eigen wapen of met een gehuurde, tot een volautomatisch wapen aan toe.

Op de baan is ondanks de oordoppen het geluid van de automatische wapens oorverdovend. Mijn gastheer laadt een ronde en dan mag ik het proberen. Ik moet met twee handen, dus twee wijsvingers, de trekker overhalen, en kan vijf schoten lossen. De eerste ronde drie van de vijf in de buurt, en dan leer je compenseren voor je afwijking. Kijk, dat had ik nu niet verwacht, dat mijn verblijf hier zo zou eindigen. Mijn gastheer oefent wat, ik krijg de rest van de kogels toebedeeld.

Ik neem mijn gele slachtoffer mee naar huis en een handvol hulzen, niet zeker of die het vliegtuig zullen halen. Thuisgekomen is het tijd voor een zelfgekookte maaltijd, en met de nieuwe Mary Poppins op Netflix ronden we de zaterdag af. Met popcorn, dat begrijpt u.

Going out with a bang

 

NBU 93, Dag Monster!

Nog een dagje buffelen, dan is het weekend. Alle lappen en kleding gewassen en gedroogd, alle keukenspullen in de afwasmachine. Monster moet natuurlijk geen stinkend hok vol beestjes worden terwijl hij op mij wacht.

Dus ik ben de hele ochtend bezig, eerst met de binnenkant helemaal en overal schoon te maken, op plekken waar ik eerder zelfs niet kwam. Nog meer spullen eruit. De droge schone spullen er weer in. De grijze en zwarte tanks doorspoelen en nog een keer doorspoelen. Dan een beetje water erin met speciale oplossing om te voorkomen dat alles gaat stinken. Als de binnenkant zo lekker ruikt als nooit tevoren, is het tijd alle overleden insecten van de buitenkant te verwijderen, de sporen van de twee suïcidale vogels afgelopen week, de rode aarde van Colorado, de gele van Nevada. Monster knapt er zichtbaar van op, ik zie er met de minuut gestoofder uit.

Net voordat mijn gastheer halverwege de middag thuiskomt is alles schoon, droog en klaar. We kunnen gelijk door, om te voorkomen dat we in het vrijdagmiddag geweld terechtkomen. De opslag, waar Monster zijn eigen dakje krijgt, is 16 mijl verderop, ergens aan de I10. De vrolijke jongedame aan de balie vindt het amusant, een ruimte verhuren aan een buitelander. Het is niet zo moeilijk elkaars taal te spreken, maar elkaars cijfers lezen, dat is nog een uitdaging.

Als ik niet op tijd betaal, dan ziet u Monster terug in Storage Wars. Ik betaal drie maanden vooruit, en zorg dat het via de kaart geïnd wordt, dan loop ik het minste risico. We willen immers nog een keer terug. Nog een keer rijd ik krappe bochten, parkeer ik Monster tussen de lijntjes, plaats ik de reflector achter het voorraam, doe alle gordijntjes dicht, en dan gaat de sleutel eruit. Dag Monster! Tot ziens.

Mijn gastheer kan zich niet voorstellen dat ik niet blij ben niet meer in zo’n lel van een wagen te rijden; ik vind het maar niets, als passagier in ook nog de lage wagen. Thuisgekomen opknappen, mezelf schoonschrobben, en naar een BBQ-restaurant in de buurt. Dat probeerden we eerder, maar toen waren we te laat om niet uren te hoeven wachten. Nu zijn we zo aan de beurt. Vanwege de BBQ, om het verlies van mijn zes wielen te compenseren en omdat dit Texas is, trekken we allebei onze laarzen aan. Mijn gastheer uit solidariteit. Wel onder zijn jeans trouwens, terwijl ik die van mij over mijn skinny draag. Geen hond die het opvalt, terwijl ik mezelf nu wel wat overdone vind. Volgens mijn gastheer hadden we ook wel een cowboyhemd, een riem met koppel en een Gallonhat kunnen dragen, maakt ze niks uit hier. De BBQ is heerlijk, ik heb een hele avond om spullen uit te zoeken, papieren te ordenen, en dit stukje te schrijven en online te zetten.

Maar laat zal het niet worden vermoed ik, een heel Monster schrobben is best veel werk.

NBU 92, Full circle.

IMG_2114

Het duurt ongeveer een half uur voor een autoalarm er vanzelf mee ophoudt. Met andere woorden: ik ben pas laat ingeslapen vannacht. Voor dat alarm ging er een vogel af en ik heb lang liggen denken welke vogels er zo gek is ’s nachts te zingen. En mooi. De vrachttreinen kwamen gelukkig ook een paar keer langs. Echt haast is er niet, maar tijd verliezen is ook zonde. Een karig ontbijtje van de restjes en dan de snelweg vinden naar het zuiden. Ik kan er tegen enen zijn. Ik kijk nog een keer goed wat er allemaal te koop wordt aangeboden op de borden. Ik luister naar de lokale radio, waar Rush Limbaugh tekeergaat tegen een van de jonge vrouwen die al door Trump werden aangevallen. Het is perfide, het is bovenal zo aantoonbaar onjuist en opzichtig allemaal. Maar het helpt niet als je dat tegen de radio roept. Gelukkig is het FM, na een drie kwartier is niet alleen hij, maar ook het signaal gestoord.

Stukken van de reis komen weer boven. Er is zoveel gezien, meegemaakt, nog te verwerken. Tegen de middag zie ik de skyline van Houston, nu vertrouwd, weer opdoemen. Ook al herken ik niet direct alle straten, ik weet wel waar ik ongeveer ben nu. Om kwart voor een staat Monster geparkeerd, zet ik thee, doe ik de eerste was in de machine en begin aan de grote schoonmaak. Een uurtje later is mijn onvolprezen gastheer thuis, en na nog wat doorschrobben is de parkeerplaats vrij en kan ik een douche nemen. Morgen de rest en wat ordenen. Mijn echte rijbewijs ligt er, en een oproep het te verlengen, wat helaas niet online kan, dus volgende keer in persoon er heen.  En dan, als de oude routine, uit eten ergens in de wijk.

Life is good.

NBU 91, Do not ask…

IMG_2020

Daar sta je dan, vroeg op de ochtend, op een keurig bijgehouden verkeersplein met kort geknipt gras. Een plek die je herkent, al ben je er nooit geweest. Een plek die iedereen die in 1963 oud genoeg was, en zelfs degenen die daarna geboren werd, herkent: Elm Street, op de hoek van Commerce en Houston Street. Twee kruizen op het asfalt geven de plek aan waar JFK geraakt werd. Vanuit het gebouw achter me, the Texas School Book Depository. Nog precies die grasvelden, waarop mensen in elkaar doken, met de sokkel waarop Zapruder stond te filmen, de bomen, de overweg waar men onderdoor racede na de schoten. De grassy knoll met de schutting, die bij de complotdenkers populair bleef. De gebouwen op de achtergrond. Voor eeuwig is deze plek verbonden met dat moment, dat zo veel impact had op de wereld, ook de Nederlandse.

Ik volg de theorie dat geschiedenis in golven gaat: op en neer. Soms gaan we vooruit, soms lijkt het alsof we achteruitgaan. 1963 leek een keerpunt te worden, werd een keerpunt. Een aantal mensen ijverde ervoor dat de wereld inclusiever werd. We kennen ze als initialen of voornamen: JFK, MLK, Bobby, Malcolm X. Drie van hen vermoord om wat ze wilden bereiken voor de wereld. Aan het begin van de reis stond ik voor het motel in Memphis waar Martin Luther King werd neergeschoten, nu, aan het eind van mijn reis, sta ik meters van de plek af waar Jack Kennedy dodelijk verwond werd. Een balans in deze reis, die niet alleen, zeker niet alleen, over leuk en mooi gaat wat mij betreft. I’ve come to look  for America. En dat heb ik gevonden, op vele plaatsen, ook hier.

Op de verdieping in het gebouw waar Lee Oswald zich verschanste en vanwaar hij schoot is nu een museum van de JFK.org, met een heldere presentatie die alle vragen aan de orde laat komen. Als ik aankom is het nog rustig, maar als ik vertrek, halverwege de middag, is het druk.  Ook met jongerengroepen. De stemming is rustig, haast bedrukt. Ook nu nog heeft dit verhaal impact. Zeker op mij. Toen te jong om te begrijpen waarover het precies ging, al is de Cubacrisis niet aan me voorbijgegaan. Ook niet zo bekend met de speeches van deze idealistische president, als met die van Martin Luther King.

Maar ze zijn beter, nog beloftevoller dan ik dacht. Geen kleine plannetjes of loze beloftes, maar visie die impact zou hebben. Die niet alleen mensen op de maan bracht, maar ook zorgde dat de atoomdreiging werd ingeperkt. Die ervoor zorgde dat mensen medische zorg konden ontvangen, ook als ze er het geld niet voor hadden. Visie die over grenzen keek, vond dat iedereen gelijke kansen moest krijgen, thuis en elders. Die kunst stelde voor handel.

Kom er eens om, tegenwoordig.

Na een veel langer verblijf dan ik had verwacht ga ik de rest van deze wijk even verkennen. Een aquarium heb ik geen behoefte meer aan, maar iets te eten zou goed zijn. Als ik rondloop trap ik op een kruispunt iets om dat ik over het hoofd zag. Het blijkt een plastic bekertje met wisselgeld. De eigenaar staat wat verderop. Hij doet aan straatpastoraat zegt, hij, voor een volledig door mijzelf te bepalen bijdrage krijg ik een stukje uit de bijbel. Terwijl ik de centen en dubbeltjes bij elkaar raap, leest hij de eerste verzen van Genesis voor, en dat doet hij goed en met overtuiging. Die kerkdienst is er dan niet gekomen, dit is toch ook heel goed. Geen idee of dit een erg slimme manier van bedelen is, wat ik vermoed, maar dit is in ieder geval beter dan met een hopeloos bordje onverzorgd op de stoep te zitten, of te slapen naast een open doos.  We geven elkaar een hand, hij wenst mij: keep the faith. Vertrouwen heb ik altiijd, maar waarschijnlijk niet zoals hij het bedoelt.

Dan bezoek ik het Holocaust Museum, hier gekomen omdat nogal wat overlevenden van de kampen in Texas belandden en Mika Jacobs, een van hem, het initiatief nam tot dit museum. Niet groot, en u zult er niet veel zien dat u niet al eens in enige vorm zag, zoals er voor mij ook geen verrassingen waren. Maar gruwelijk blijft het, en de film met interviews met overlevenden maakt iedereen stil. Een link met de discriminatie van zwarten, nog decades na 1945 in het land dat de kampen bevrijdde, wordt gemaakt.

Dan stap ik het licht van de middag weer in. Licht waarvoor nu jonge vrouwen als Alexandra (ook een afkorting: AOC) strijden. Tegen de haat in, tegen het verdelen, tegen de domme blonde mannetjes, de trollen. Voor eerlijkheid en gelijke rechten, ook voor wie later aan tafel kwam. De golf die lijkt neer te gaan, wordt altijd weer omhoog gestuwd door die delen die zich niet laten neerdrukken door de meerderheid.

Tegen de tijd dat ik klaar ben in Dallas is het spitsuur begonnen. Via soms vijfbaans wegen, drie spaghettilagen over elkaar heen, rijd ik naar het zuiden. Het duurt zeker een half uur voor het weer wat rustiger wordt, maar Monster houdt zich goed, en ik doe ook of ik niet anders gewend ben.

Ik tank nog een keer vol, zodat ik morgen in een ruk door kan. Dat zou eigenlijk nu al kunnen, maar zo laat aankomen bij mijn gastheer, die ’s morgens om vijf uur al naast zijn bed staat, dat lijkt me niet handig.

En bovendien was ik nog nooit in Waco. Waco kennen we van sekte en een beleg, maar er is nogal geïnvesteerd in het opknappen van de binnenstad, oude theaters werd nieuw leven ingeblazen met koffie- en eettentjes. Er is een TV-show over een echtpaar dat oude huizen opknapt, zij hebben veel gedaan om de naam van Waco de laatste twintig jaren in een positief daglicht te stellen. Groot kan het niet zijn, deze stad. Er zijn weliswaar buitenwijken, maar als ik over de straat kijk, achter het kantoor van de Waco Tribune-Herald, zie ik de graansilo’s. Nu zit ik in het historische downtown, in een mediterraan tentje. Ik mag even wachten met mijn bestelling, het is nog vroeg en het was warm.

Op de achtergrond zingt John Lennon: Imagine.

NBU 90, Om de zuid

IMG_1906

Lekker langzaam opstaan vanmorgen, alle buren (er kwam nog een bus om half elf) zijn al weg als ik de vlag hijs en de motor start. Ik rijd over stille wegen, of ze nu bij, zij of scenic zijn. Rode aarde, groene velden, geel gras. Voor de schilders: napels geel, sapgroen, gebrande siena. Als ik rivieren oversteek ligt er zand in plaats van stenen in de bedding. Er zijn hier veel steengroeves, als er rotsen liggen zijn ze grijs of paars. Ik kom in Comanche gebied, volgens bordjes. Maar je ziet er niets van, de huizen en velden zijn hetzelfde als daarbuiten. Wel is er ergens een heilige stad te bezoeken. Een andere keer. Er lopen hier allerlei routes die ik langer of korter meerijd. De tipiroute, de Chissum trail (die van dat vee naar Dodge City) en bij Sayer zelfs over een authentiek stukje Route 66. Merk je ook weinig van. De stadjes stellen niet veel voor, het een wat armer dan het ander, maar veel verder dan twee kruispunten kom je meestal niet. Ik stel de gang naar de stad zo lang mogelijk uit. Maar ik moet er toch aan geloven, en na een laatste bergkammetje passeer ik de grens van de Lone Star State, thuishaven van Monster. Het wordt drukker op maar ook naast de weg. Meer bebouwing, meer industrie en bedrijvigheid. Ik rijd uren achter elkaar en kan maar niet beslissen: naar Dallas? Door naar Waco? Naar Fort Worth, koeien kijken? Ik maak het mezelf makkelijk, ik besluit tot een KOA campground in de buurt van Forth Wort. Met de bedoeling dan daarvandaan even een kort bezoek aan Dallas te brengen morgen. Zo dichtbij, dan mag je de Grassy Knoll niet overslaan.

Zo rustig als mijn kampeerplekje afgelopen nacht was, zo druk is deze gelegen, dicht bij een snelweg naar Dallas. Wel met een zwembadje, dat ik bezoek na uitgebreid kennis te hebben gemaakt met mijn buurman. Gepensioneerd luchtmachtmilitair, duidelijk een GOP stemmer, nu op weg naar het noord-oosten. Hij staat hier al een paar dagen; zijn ex heeft stormschade aan haar huis, hij helpt met opknappen. Die stormen waren inderdaad hevig en over een groot gebied, ik heb steeds geluk gehad en ben om alle weerellende heengezeild.

Mijn watertank is leeg, volgens plan, ik probeer nu de grijze en zwarte tank ook zo schoon mogelijk te krijgen en te houden. Ik borstel mijn bergschoenen schoon, in mijn hoofd zitten al lijstjes.

De koelkast wordt steeds leger, ik heb alleen nog cottage-cheese, een restje blauwe bessen, twee verse bieten, gekocht op een boerenmarkt een paar staten terug. Goed voor het weekend. Verder wat blikvoer, maar dat blijft wel goed. En trailrantsoenen, minder gelopen dan verwacht. Er komen berichtjes van het thuisfront, over ophalen, invallen, statuten die gelezen moeten worden.

De Nederlandse wereld naakt.