Not born in the USA 1, de aftrap

kaart-van-de-amerikaanse-v-s-met-golvende-vlag-op-achtergrond-de-verenigde-staten-van-amerika-80231525

De ESTA is binnen, net nu ik dacht dat het niet ging lukken. Joost mag weten op welke site ik het twee dagen geleden geprobeerd heb, zonder succes. De wereldweken van de KLM kwamen mooi op tijd. Ik heb een retourticket. Nu nog even een RV class B of C op de kop tikken. Wat volgens sommige berichten best te doen is en volgens andere handleidingen ten sterkste wordt afgeraden. Maar huren is geen optie, dat wordt met 90 dagen toch echt te begrotelijk voor een niet werkende.

Al jaren roep ik dat ik eens een paar maanden door Amerika wil reizen. Dit jaar voeg ik de daad bij het woord. Het begin is er. Nu nog eventjes de rest. Er liggen al kaarten, grote vellen met beginnende en snel aangroeiende lijstjes, ik verzamel stukjes uit de krant en artikelen van het net. Ik verzamel adressen van plekken en personen die ik echt wil bezoeken. En ik denk nu al dat ik tijd te kort krijg. Maar goed, dat zien we dan na die 90 dagen wel weer. Voorlopig lig ik ’s nachts wakker van hoe het zal zijn straks, in het voorjaar, aan de andere kant van de plas.

Ik houd u weer op de hoogte. Tips en trucs zijn welkom.

Het gelukkige land

Nog niet zo lang geleden in een land hier niet ver vandaan, leefde een beschaafd volkje. Hun kinderen gingen naar school, de ziekenhuizen waren schoon en effectief, de mensen hadden veel vrijheid om te kiezen door wie ze geregeerd wilden worden. Ook mochten ze zelf bepalen hoe ze hun brood wilden verdienen, en als dat niet lukte werd er toch voor ze gezorgd. De jongeren en de ouderen hoefden niet te werken. En iedereen mocht houden van en, als ze daar prijs op stelden, trouwen met wie ze maar wilden. Het is dan ook niet verbazend dat de inwoners van dat land tot de gelukkigste mensen op aarde behoorden.

Toch waren er in dat land wat vreemde, voor buitenstaanders vaak onbegrijpelijke,  gebruiken. Zo ruimde men eens per voorjaar de zolders en kelders leeg, legde alles op de stoep, hulde zich in oranje kleding en verkocht men elkaar de oude boel.

Als buitenlanders vroegen waar dit op sloeg was het antwoord: dat is zo gegroeid, het is onze traditie, onze cultuur. Het was een onschuldig vermaak, dus men bleef dit jaren en jarenlang doen, al wist niemand precies wie er ooit mee begon en waarom.

In de wintertijd waren er ook wat tradities, iets minder vrolijk. Zo was er een gebruik waarbij men een deel van de bevolking zwart schilderde. Sommigen kinderen vonden dat eng en ook volwassenen waren er niet altijd blij mee.

Als buitenlanders vroegen waar dit op sloeg was het antwoord: dat is zo gegroeid, het is onze traditie, onze cultuur. Het was een iets minder onschuldig vermaak, maar men bleef dit jaren en jarenlang doen, al wist niemand precies wie er ooit mee begon en waarom.

Maar rond de jaarwisseling bleek dit gelukkige volkje een duistere kant te hebben. Men had bedacht, ooit, dat de overgang van het ene jaar na het andere alleen plaats kon vinden als er mensenoffers werden gebracht. Alleen dan zou het land gelukkig het nieuwe jaar in kunnen gaan en zou de inwoners onheil bespaard blijven.

Een of twee mensen werden per jaar willekeurig aangewezen als offer, soms waren er, zonder aanwijsbare redenen, meer offers. Wie het zouden worden was van tevoren niet bekend. Het lot wees hen aan. De offerwijze was bijzonder wreed. Tijdens de feesten overal in het land werden de nietsvermoedende mensenoffers van zeer dichtbij bestookt met kleine bommetjes, zodat ze aan het hoofd dodelijk verwond raakten en onder veel pijn stierven. Buiten deze dodelijke offers werden er vele honderden, wel meer dan duizend, vaak jonge mensen aangewezen om verminkt te worden, op dezelfde wijze, met dezelfde bommetjes. Ook zij wisten van te voren niet wat hen te wachten zou staan. Honderd of meer van hen stak men per jaar een oog uit. De offers werden zo voor het leven verminkt, vooral aan hoofd en handen en voor iedereen zichtbaar. Vaak rukte men hen een of meerdere vingers af.

Veel mensen geloofden zo in dit wrede gebruik, dat ze vrijwillig tientallen miljoenen van hun zuurverdiende geld bijdroegen om de folterwerktuigen, de bommetjes, aan te schaffen. Velen gooiden de bommetjes ook zelf, dat spaarde natuurlijk flink op beulen voor dit werk. Buiten de mensenoffers leidde ook de natuur onder dit vreemde gebruik: de bommetjes verduisterden en vervuilden de hemel, de dieren schrokken er van en de bommetjes lieten veel rommel achter. Alsof dit allemaal niet erg genoeg was werden op veel offerplaatsen vuren ontstoken, die soms uit de hand liepen en de hulpdiensten flink werk gaven om er voor te zorgen dat het niet volledig uit de hand zou lopen en het hele land per abuis in een ashoop zou veranderen. Gelukkig waren er dus die mensenoffers, die het allemaal mooi in balans hielden.

Als buitenlanders vroegen waar dit wrede gebruik op sloeg was het antwoord: dat is zo gegroeid, het is onze traditie, onze cultuur. Het was een schuldig vermaak, maar men bleef dit jaren en jarenlang doen, al wist niemand precies wie er ooit mee begon en waarom.

Er waren mensen in dat land die niet zo geloofden in nut en noodzaak van de mensenoffers, de doden en verminkten. Zij vonden het een wreed en achterhaald gebruik en wilden dat het, net als de doodstraf en andere lijfstraffen, afgeschaft zou worden. Ook het bestuur van dit land, allemaal redelijke en goed opgeleide mensen, geloofde niet in het nut van de offertraditie, maar durfden het toch niet goed aan het af te schaffen. Bang als ze waren door de traditiegetrouwen niet meer verkozen te zullen worden. En de bommenfabrikanten waren natuurlijk helemaal voor het in standhouden van dit voor hen lucratieve gebruik.

Maar op een goede dag in weer een Nieuwjaar dat begon met dood en verderf, besloot de wijze en moedige leider van het land dat het zo niet langer kon. Hij vaardigde, met zijn regering, een wet af die aan de ouderwetse en wrede traditie een eind maakte. De volgende jaarwisseling vreesde de traditiegetrouwe aanhangers van de offerpraktijken dat het niet goed zou gaan met de overgang van het oude naar het nieuwe jaar, dat rampspoed hun deel zou worden.

Er werden nog offervuren aangestoken, maar er vielen toch veel minder offers dan ooit, en er vielen geen doden. Ook werd er niemand blind.

De volgende dag, de eerste dag van het nieuwe jaar zonder mensenoffers, merkten de inwoners van het land, dat hun landje nog veilig en rijk was. Sterker: het was er prettiger dan ooit. De lucht was helder, de straten waren schoon, er lagen geen autowrakken of ashopen in de straten.

Al het geld dat de offerpraktijken hadden gekost werd ingezet voor nog betere scholen, ziekenhuizen en werkgelegenheid. De mensen merkten dat ze met hun vrijwillige bijdrage aan de offers ook andere leuke dingen konden doen, zoals vakantie vieren met hun kinderen, of hun huis isoleren.

De ziekenhuizen hadden meer geld voor patiënten, omdat ze de offers niet meer hoefden te verzorgen, en de veiligheidsdiensten vingen meer boeven dan ooit, omdat ze niet bezig hoefden te zijn met te voorkomen dat het land zou afbranden. Het land werd nog gelukkiger dan tevoren en na een paar jaar konden de mensen in dat land zich niet meer voorstellen dat ze ooit zo dom waren geweest te denken dat er mensenoffers gebracht moesten worden tijdens de jaarwisseling.

Wel aten ze nog steeds de vreemde bollen en flappen die bij het gebruik hoorden en dronken ze nog vaak te veel.

Als buitenlanders vroegen waarop dit op sloeg was het antwoord: dat is zo gegroeid, het is onze traditie, onze cultuur. Het was een onschuldig vermaak, dus men bleef dit jaren en jarenlang doen, al wist niemand precies wie er ooit mee begon en waarom.

En zo leefden ze nog langer en nog gelukkiger.

iu

Een van de jonge mensenoffers die door het lot werd aangewezen een oog te verliezen.

Dubbelen, parkeren en begroten

Begroten, het valt niet mee. Er is altijd te weinig geld om alle verzoeken en behoeftes te kunnen vervullen. Er moet altijd gekozen worden. Dan hoop je dat een college en een raad goed kiezen. Wat zijn de gevolgen van de keuze, wat kost een subsidie of ondersteuning, wat levert het op; wie heeft er voordeel van, wat werd in het verleden afgesproken (altijd lastig) en vooral: wat gebeurt er als de steun stopt. Soms is goedkoop dan duurkoop. Overlap verwijderen is nu de nieuwste tekst om subsidies niet meer toe te kennen. Stichting de Vrolijkheid, die een beetje geld krijgt om een heel zwakke groep in onze samenleving wat plezier te bezorgen, kan er over meepraten.

In Den Helder kennen we dat probleem als zo veel niet rijke gemeentes. Maar het scheelt nogal wat partijen belangrijk vinden. Dit jaar kwam het mes weer langs, want miljoenen te kort op de meerjaren begroting. Door de provincie tot de orde geroepen: los het op!

Er zal dus wel weer meer gesneden worden in dat wat het leven de moeite waard maakt. Ondanks de betrokkenheid van sommige wethouders met hun aandachtsveld: ik zie de bezuinigingen alweer opdoemen bij onze culture en sociale instellingen.

Wat buiten schot blijft: het gratis parkeren. Want, daar zijn zetels mee gewonen, dat is goed voor de stad, de winkeliers, daar komen de mensen voor naar de binnenstad.

Ik persoonlijk kom natuurlijk niet naar de binnenstad om mijn wagen daar te parkeren, ik heb thuis een garage. Ik kom naar de binnenstad om daar inkopen te doen, of de fysio te bezoeken. Dan valt mij op dat de parkeerplaatsen, bijvoorbeeld midden in de stad, bezet zijn op uren dat er geen klant te bekennen is. Wat staat er? Bedrijfsautoojtes. De winkeliers parkeren zelf, de klant mag dan een stukje verder lopen met zijn of haar aankopen. Dat kan ook makkelijk met 5 uur gratis parkeren, dan kun je in de lunch de auto verzetten. Toch?

Nou nee, dat doet men vaak niet, de parkeerschijf wordt verzet. Dat mag niet, dat kan beboet worden, maar het gebeurt.

Zo zag mijn zusje dat gebeuren toen ze afgelopen week, na Sinterklaas, even snel in de stad moest zijn. De winkelierster in kwestie was net bezig de parkeerkaart van haar rode autootje te verzetten. Mijn zusje maakte een opmerking: zo kunnen klanten hun auto nergens kwijt.  Dit is niet de bedoeling, parkeren in maximaal 5 uur gratis, daarna betalen. De mevrouw in kwestie wilde nog sussen: het gaat veranderen. Ja, dan moet ze een keer vaker naar buiten om de kaart te verzetten, de regels te overtreden, zonder dat parkeerbeheer daar kennelijk op let.  Soms doet men dat bijvoorbeeld door geparkeerde auto’s een krijtteken op de banden te geven: niet gereden: bekeuring! Maar in Den Helder vinden veel raadsleden het veel belangrijker met een niet haalbare en onwerkzame parkeermaatregel de winkeliers te sussen dan dat men geld uit geeft aan waar mensen echt voor naar een stad komen: een mooie binnenstad, voorzieningen, een fraai stadhuis. Nee, die driekwart miljoen, daar blijven we af. De rest mag omvallen. Lokale partijen, ze weten wat er leeft bij de mensen.

100 Jaar plus een dag

IMG_1375

De ochtend, in een rustiger maar niet stil Ieper, doorgebracht in het In Flanders Fields museum. Een deel van de expositie is vast, een deel vraagt nu aandacht voor het lot van een familie die door het front werd gescheiden en hoe de levens van die familieleden daardoor werden bepaald. Het meest indrukwekkend vind ik nog de actieve weergave van de frontontwikkelingen aan de hand van kaarten, foto’s, getuigenverklaringen en de persoonlijke verhalen, vormgegeven via acteurs. Bussen vol bezoekers komen en gaan, jong en oud. Op het plein ontmantelt men de lampen, het toneel, het koepeltje dat u zag als u keek zondagochtend. We rijden uit Ieper weg en gelijk wordt het stiller. Door het vlakke, steeds zonniger land, langs de talloze begraafplaatsen en monumenten. In Diksmuide, als Ieper weer opgebouwd in originele pracht, vinden we eenvoudig de IJzertoren. Symbool voor de frontenoorlog die hier aanving. In de waterlinie rond Diksmuide werd de Duitse aanval gestopt en begon het doormodderen en lijden in de loopgraven.

Vanaf de toren hebben we zicht op de IJzer en geven pijlen aan waar welke steden en dorpen liggen; Een groot aantal inmiddels bekend van ons huidige en mijn eerdere bezoek. In het verdere zuidoosten komt de horizon omhoog, naar het west vermoed je over de duinen de zee. Dan twintig verdiepingen geschiedenis van de oorlog en de Vlaamse Beweging die in de eerste wereldoorlog haar oorsprong vond en hier met de IJzerbedevaarten haar focus. Op het grasveld rond de toren wordt een kunstwerk afgebouwd. Zeventig kindfiguren, met rugzak en ballon, symboliseren de zeventig brandhaarden die er nu op de wereld zijn en hoe die voor kinderen de rugzak vullen, hun dromen kwetsbaar maken.

Op de IJzertoren en in het museum is het motto ‘Nooit meer oorlog’, het zinnebeeld een witte klaproos. In 1940 werd de toren beschadigd door een gevechtsvliegtuig. In 1946 door terreuraanslagen onherstelbaar beschadigd en weer opgebouwd in zijn huidige vorm.

Die ochtend heb ik minutenlang staan kijken naar de projectie van namen op zwarte zuilen. De slachtoffers in België, burgers en militairen van alle landen, en Belgen buiten het land die op 12 november 1918, een dag na de wapenstilstand nog vielen. Ik hoop dat ik, door even wat langer te kijken, het begin van de lijst weer zie, dat het aantal de eerste dag na het eind van de gevechten mee valt. Dat gebeurt niet, de lijst is schier oneindig. Het project loopt al vanaf 2014 en gaat door tot 28 juni 2019. Er komt geen einde aan.

 

 

100 Jaar

 

IMG_1335

Geheel volgens plan stonden we op deze bijzondere zondagmorgen ruim op tijd zo dicht bij de Menenpoort als we konden komen. Overal zochten auto’s een plekje, veel Engelse nummerborden, veel bussen ook. We stonden direct achter het vak oost van de poort waar de deelnemers aan de herinneringstocht aankwamen. Schotten voorop, veel veteranen. Een heel grote groep Sikhs die wezen op het feit dat een op de zes Britse soldatensoldaten een Sikh was, en dat ze aan alle fronten mee hebben gevochten. Ze kregen applaus uit het publiek, evenals sommige ouderen, veel gedecoreerde veteranen. Allerlei bands, veel doedelzakmuziek, verkortten de tijd tot elf uur. Op dat moment  luidden alle kerkklokken minutenlang om te markeren dat op die tijd honderd jaar geleden de wapenstilstand een feit was en de kanonnen zwegen. Korte speeches, de last post, het gedicht en kransen.

Omdat, tegen de verwachting in, het droog en aangenaam was, besloten we de Ieperboog te gaan bezoeken, voor de grote massa uit. Verschillende begraafplaatsen, waaronder een Franse bezochten we. Hill 60, als levend voorbeeld van een deel van een hard bevochten slagveld, waar de Duitse en Britse linies geen tien meter uit elkaar lagen. Veel drukker overal uiteraard dan in de maart dit jaar, toen ik op sommige plekken vrijwel alleen was. We wisten dat het druk zou worden, ergens een kop thee drinken was een uitdaging. Maar dat we bij Tynecot niet konden parkeren, daarop hadden we niet gerekend. Ver van de begraafplaats konden we parkeren en treintjes reden af en aan.  Zonder het te weten kwamen we precies op tijd aan om de jaarlijks viering deels bij te wonen. Onder een prachtige neergaande zon stonden daar jonge soldaten in het uniform van honderd jaar geleden, speelde ook hier de doedelzakken, werden er kransen gelegd door notabelen. Overal op deze grote plaats waren groepen die uitleg kregen. Mensen die al decennia lang deze vieringen meebeleven, gezinnen met jonge kinderen die namen of graven van familieleden kwamen bezoeken. Tegen zonsondergang, eigenlijk net iets daarna, konden we het Duitse Studentenkerkhof nog bezoeken. Hier een ander karakter, maar ook nier lagen verse kransen, waren er bussen met scholieren, en deden de grafstenen, met soms twintig namen per steen en de vele massagraven en de nadruk op de gifgasaanvallen de waanzin van de oorlog nog meer indalen.

Daarna terug naar Ieper, om ruim op tijd weer bij de Menenpoort te staan Nu aan de westkant, zodat we de genodigden en de band aan zagen komen. De Belgische koning kwam via een zijstraatje vijftig meter voor ons aan, de plechtigheden begonnen, sober, met korte speeches, muziek, de vaste handelingen die de laatste negentig jaar hier iedere avond worden opgevoerd: de last post, het gedicht, het leggen van kransen, nu afgerond met het Engelse volkslied. Tijdens het spelen van een hymne dwarrelen er duizenden klaproosblaadjes vanuit de poort omlaag, minutenlang. Een moment van grote stilte in het publiek.

Een betekenisvolle dag met af en toe interessante gesprekken. Belgische vrijwilligers, Engelse bezoekers. We sloten af met een kop warme chocola, terwijl op de televisie live meebeleefden hoe de koning weer vertrok. Nu in het hotel kijken we naar een overzicht van de plechtigheden in Brussel. Londen, Parijs en Ieper.  Morgen naar Diksmuide.

100 jaar min een dag

IMG_1226.jpg

Wat dit voorjaar begon met een korte reis langs de slagvelden in Noord Frankrijk en België, wordt dit weekend afgerond met het bijwonen van enkele plechtigheden in Ieper, morgen 11 november. Op enige afstand een kamer gehuurd, in Noord Frankrijk, want Ieper was al maanden geleden volgeboekt. Bij de Menenpoort zelf zul je ook niet kunnen komen, daar staan de hoogwaardigheidsbekleders. Op het plein in de stad zullen grote schermen hangen.

Vroeg in de middag, na een regenrit over Belgische wegen met spoorvorming, komen we in een opdrogend Lille aan, checken in bij ons hotel en nemen de tram naar de stad.  In Lille zelf zijn geen plechtigheden gepland dit weekend, wel ergens in de buurt. De stad viert dit jaar liever dat ze 350 jaar bestaat dan het beëindigen van de Eerste Wereldoorlog.  We lopen door de stad, druk op deze zaterdagmiddag. Sinterklaas komt hier niet, dus de winkels zijn al in voorzichtige kerstsfeer, inclusief de Hema. In de hoofdwinkelstraten liggen op regelmatige afstand bedelaars in ongemakkelijke houdingen op hun knieën. Ze zien er ervaren uit. Ook kinderen spreken je aan en vragen om geld.

Bij de citadel een groot monument  voor de gefusilleerden en, heel bijzonder, een monument voor de duiven die in WWI de berichten overbrachten en hun verzorgers die ook gefusilleerd werden voor hun werk. Een dikke slang bedreigt hier de vredesduif en de Franse maagd.

‘s Avonds eten we in een typisch Franse uitspanning met een ober met gevoel voor grapjes en enige kennis van het Belgisch, het ligt hier om de hoek immers en met de vele winkels en winkelcentra komen er bezoekers uit de hele regio. Zelf zijn we vooral blij met winkels voor schildersbenodigdheden en een winkel met zeven verdiepingen, jawel, boeken, boeken en boeken. Het lukt me er geen een te kopen, dat gebeurt me niet vaak. Nu zitten we bij te komen van deze reis- en loopdag en maken ons op voor de dag van morgen. Op het nieuws een bomaanslag ergens op de wereld. De vrede is weliswaar verschillende malen uitgebroken de laatste honderd jaar, maar lang niet iedereen merkt daar vandaag iets van.

Wie verre reizen maakt…. 32, Losse berichten

 

IMG_0715.jpgKorea en haar steden

Korea heeft zo’n 51 miljoen inwoners en volgens mij wonen die op een oppervlakte gelijk aan dat van ons. Want je hebt er bergen, heel veel hoge steile bergen. En daar waar geen bergen zijn heb je steden, heel grote steden. 10 Miljoen inwoners in Seoel, Busan heeft er bijna vier. En dan natuurlijk de rijst, soya, ginseng, paddenstoelen, groente en fruitteelt.  Het land lag na de Japanse bezetting en de Koreaanse oorlog in puin. Er moest gebouwd worden als bij ons. Maar meer en sneller. En bouwen deed men. Helaas zonder groots en meeslepend plan en geheel zonder welstandscommissie. Het moest efficiënt, mooi was geen tijd voor. Met als resultaat dat de meeste binnensteden een rommelige, soms zelfs wat armoedige indruk maken. Af en toe staan daar dan weer heel antieke (of nagebouwde) paleiscomplexen tussen. Daaromheen de woonwijken, met zeer hoge, slanke woontorens. Vaak in series, hetzelfde en genummerd voor het gemak. Ook de kantoortorens in binnen- en voorstad staan er tegenwoordig. Vaak zijn die wel om aan te zien, daar zit het geld en particulier initiatief. De woontorens zijn trouwens vaak niet voordelig, liet ik mij vertellen. Hangt natuurlijk af van de buurt en de leeftijd. Aan de doorgaande straten in de binnensteden de eetzaakjes, de 24/7, de gemakswinkels voor de snelle hap of boodschap. De mode zit vaak in speciale wijken, winkelcentra en warenhuizen en onder de grond bij de metrostations. Maar ook steeds vaker in speciale winkelwandelgebieden. Want zeker ook in Korea staat de tijd niet stil.

Je zou verwachten dat het er druk is en lawaaierig. Dat valt alles mee. Ik schreef al: ze toeteren er alleen als het echt moet, ambulances en brandweer heb ik weinig gehoord, schreeuwen doen ze niet aan (ja, in het parlement, dan wel). Lawaaierige brommertjes zijn er ook weinig, en wat er brommert bezorgt eten.

Ik heb geen normaal eigentijds Koreaans huis van binnen gezien, alleen de originele Hanokwoning, maar daar woont men niet meer, in het algemeen. Wat ik in dure warenhuizen zag aan inrichting zie je hier bij de Bijenkorf, met uitzondering van die bedden met verwarmde stenen bedbodem, knalhard. Postkantoren zitten in de buurt van metrostations, politiebureaus en stadhuizen worden goed aangegeven op de borden. Overal zijn openbare toiletten, schoon, heel en veilig. En als ik zeg overal, dan bedoel ik overal, ook als je die berg op loopt kom je ze tegen. Er is ook overal wifi, voor wie zijn ei niet bij zich heeft, 5G komt er aan of is er al op plaatsen. En iedereen is online, altijd en overal,ongeacht leeftijd.

Verder is Korea zo duur (of iets duurder) als Nederland, ze verdienen ook ietsje meer, worden ouder, hun gezondheidszorg is efficiënter en per hoofd van de bevolking zeer veel goedkoper. Nadeel: pensioen, dat is nog slecht geregeld, veel ouderen moeten bijklussen om rond te komen.

Openbaar groen is door die haast met het bouwen vooral in oudere wijken afwezig. Er wordt aan gewerkt, maar een trapveldje zul je alleen vinden op school- en sportterrein. Dat sportterrein is vaak een kooi om baseball te oefenen, heel hoge groene gazen kooien tussen de flats, baseball is hier mateloos populair. Om meer groen te krijgen worden rivieren door de stad vaak voorzien van goede wandelmogelijkheden aan de oevers, en in de grote steden worden bomenpaden of skypaths aangelegd. Maar rijd de stad uit en je zit in een natuurgebied. Met die hoge steile bergen.