Spijbelen

Januari 2011. Het Tahrirplein staat vol, dagen, weken. De veelal jonge betogers willen brood, vrijheid, sociale rechtvaardigheid. Kortom: een toekomst, werk, een president en een regering die ze kunnen kiezen en vertrouwen. Na weken besluit de top: Mubarak gaat. De betogers op het plein zijn blij, maar willen wel weten hoe verder. SCAF neemt de regering tijdelijk over, nodigt een vertegenwoordiging van de jongeren uit. Belooft hen hun belangen te behartigen, verkiezingen, een toekomst, brood, vrijheid, sociale rechtvaardigheid. Maar dan moeten ze wel stoppen met betogen en van het plein gaan. De onderhandelaars blij terug op het plein: we hebben gewonnen. Ik weet dan, kijkend naar mijn tv drie landen verderop: ze hebben verloren. De jongeren herstellen het plein toto beter dan voor de betogingen, er koen verkiezingen. De gekozen president wordt na een tijdje vervangen door de oude top. De jongeren van toen: ze zijn ontgoocheld, ze voeren nog af en toe actie, maar dat is gevaarlijker dan ooit, velen verdwenen achter de zon.

Februari 2019. Het Malieveld staat vol met jongeren die eisen van onze bestuurders dat ze serieus werk maken van het klimaatprobleem en het niet bij praatjes alleen houden. Ze willen een toekomst. De minister-president nodigt ze uit voor een goed gesprek. Hij belooft de belangen van de jongeren te behartigen. Maar dan moeten ze wel stoppen met betogen op het plein. Even denken de jongeren: we hebben gewonnen.

Maar volgende donderdag staan de jongeren weer op het Malieveld. Onze jongeren hebben geleerd kritisch te zijn, voor zichzelf te denken, niet alles maar klakkeloos te geloven. Dus blijven ze actievoeren. Dat houdt onze bestuurders wakker. Zo moeten zij wel aan de bak.

Not born in the USA 2, Kriebels

Kriebels, dat krijg je er van. Verzekeren gaat lukken, een belangrijk onderdeel. Er zijn vijf of zes geschikte RV’s in de buurt van mijn vliegbestemming, die mogelijk dit weekend al worden bekeken. Heb ik maandag een motorhome? Bijna niet te geloven.

Er is al een medereiziger voor het eerste deel in het diepe zuiden en een zeer ruwe route in potlood. Er zijn goede adviezen, het lijstje met dingen die mee moeten groeit, het lijstje met dingen waar in aan moet denken groeit. De kaart van de VS, een verder nutteloze overzeiler, krijgt al kreukels en stickertjes. Er is al een route met een waarschuwingsbordje. Bij alles wat ik zie over de VS denk ik nu: ga ik daar straks langs? Ga ik dat in het echt zien? Ik weet, het is nog drie maanden voor ik vertrek. Maar ja, kriebels…

Sneeuw

Het  sneeuwt, het heeft gesneeuwd. Op de radio berichten over wat te doen als je nog moet rijden. En terwijl ik de spruitjes schoon sta te maken schiet me dit te binnen:

Henk zou thuis komen, via Schiphol. Zelf was ik al even terug. Winter 1985 en er werd gewaarschuwd voor sneeuw. In mijn gele wollen jurk ging ik hem halen die avond laat. Terwijl ik op Schiphol aankwam begon het te sneeuwen. Maar na een afwezigheid van meer dan negen maanden interesseerde mij dat geen zier. Ik herinner me nog het gesprek met de twee meiden die naast me stonden te wachten, en hun verbazing over de lange afwezigheid. De wagen stond op een wat verre parkeerplek, en in het licht van de koplampen zagen we twee hazen in het veld, tussen de sneeuw die inmiddels was gevallen. Op de terugweg raakten we gelukkig achter een sneeuwschuiver want het ging die avond hard met de sneeuw.

Sneeuw, ik houd er van.

Not born in the USA 1, de aftrap

kaart-van-de-amerikaanse-v-s-met-golvende-vlag-op-achtergrond-de-verenigde-staten-van-amerika-80231525

De ESTA is binnen, net nu ik dacht dat het niet ging lukken. Joost mag weten op welke site ik het twee dagen geleden geprobeerd heb, zonder succes. De wereldweken van de KLM kwamen mooi op tijd. Ik heb een retourticket. Nu nog even een RV class B of C op de kop tikken. Wat volgens sommige berichten best te doen is en volgens andere handleidingen ten sterkste wordt afgeraden. Maar huren is geen optie, dat wordt met 90 dagen toch echt te begrotelijk voor een niet werkende.

Al jaren roep ik dat ik eens een paar maanden door Amerika wil reizen. Dit jaar voeg ik de daad bij het woord. Het begin is er. Nu nog eventjes de rest. Er liggen al kaarten, grote vellen met beginnende en snel aangroeiende lijstjes, ik verzamel stukjes uit de krant en artikelen van het net. Ik verzamel adressen van plekken en personen die ik echt wil bezoeken. En ik denk nu al dat ik tijd te kort krijg. Maar goed, dat zien we dan na die 90 dagen wel weer. Voorlopig lig ik ’s nachts wakker van hoe het zal zijn straks, in het voorjaar, aan de andere kant van de plas.

Ik houd u weer op de hoogte. Tips en trucs zijn welkom.

Het gelukkige land

Nog niet zo lang geleden in een land hier niet ver vandaan, leefde een beschaafd volkje. Hun kinderen gingen naar school, de ziekenhuizen waren schoon en effectief, de mensen hadden veel vrijheid om te kiezen door wie ze geregeerd wilden worden. Ook mochten ze zelf bepalen hoe ze hun brood wilden verdienen, en als dat niet lukte werd er toch voor ze gezorgd. De jongeren en de ouderen hoefden niet te werken. En iedereen mocht houden van en, als ze daar prijs op stelden, trouwen met wie ze maar wilden. Het is dan ook niet verbazend dat de inwoners van dat land tot de gelukkigste mensen op aarde behoorden.

Toch waren er in dat land wat vreemde, voor buitenstaanders vaak onbegrijpelijke,  gebruiken. Zo ruimde men eens per voorjaar de zolders en kelders leeg, legde alles op de stoep, hulde zich in oranje kleding en verkocht men elkaar de oude boel.

Als buitenlanders vroegen waar dit op sloeg was het antwoord: dat is zo gegroeid, het is onze traditie, onze cultuur. Het was een onschuldig vermaak, dus men bleef dit jaren- en jarenlang doen, al wist niemand precies wie er ooit mee begon en waarom.

In de wintertijd waren er ook wat tradities, iets minder vrolijk. Zo was er een gebruik waarbij men een deel van de bevolking zwart schilderde. Sommigen kinderen vonden dat eng en ook volwassenen waren er niet altijd blij mee.

Als buitenlanders vroegen waar dit op sloeg was het antwoord: dat is zo gegroeid, het is onze traditie, onze cultuur. Het was een iets minder onschuldig vermaak, maar men bleef dit jaren- en jarenlang doen, al wist niemand precies wie er ooit mee begon en waarom.

Maar rond de jaarwisseling bleek dit gelukkige volkje een duistere kant te hebben. Men had bedacht, ooit, dat de overgang van het ene jaar na het andere alleen plaats kon vinden als er mensenoffers werden gebracht. Alleen dan zou het land gelukkig het nieuwe jaar in kunnen gaan en zou de inwoners onheil bespaard blijven.

Een of twee mensen werden per jaar willekeurig aangewezen als offer, soms waren er, zonder aanwijsbare redenen, meer offers. Wie het zouden worden was van tevoren niet bekend. Het lot wees hen aan. De offerwijze was bijzonder wreed. Tijdens de feesten overal in het land werden de nietsvermoedende mensenoffers van zeer dichtbij bestookt met kleine bommetjes, zodat ze aan het hoofd dodelijk verwond raakten en onder veel pijn stierven. Buiten deze dodelijke offers werden er vele honderden, wel meer dan duizend, vaak jonge mensen aangewezen om verminkt te worden, op dezelfde wijze, met dezelfde bommetjes. Ook zij wisten van te voren niet wat hen te wachten zou staan. Honderd of meer van hen stak men per jaar een oog uit. De offers werden zo voor het leven verminkt, vooral aan hoofd en handen en voor iedereen zichtbaar. Vaak rukte men hen een of meerdere vingers af.

Veel mensen geloofden zo in dit wrede gebruik, dat ze vrijwillig tientallen miljoenen van hun zuurverdiende geld bijdroegen om de folterwerktuigen, de bommetjes, aan te schaffen. Velen gooiden de bommetjes ook zelf, dat spaarde natuurlijk flink op beulen voor dit werk. Buiten de mensenoffers leidde ook de natuur onder dit vreemde gebruik: de bommetjes verduisterden en vervuilden de hemel, de dieren schrokken er van en de bommetjes lieten veel rommel achter. Alsof dit allemaal niet erg genoeg was werden op veel offerplaatsen vuren ontstoken, die soms uit de hand liepen en de hulpdiensten flink werk gaven om er voor te zorgen dat het niet volledig uit de hand zou lopen en het hele land per abuis in een ashoop zou veranderen. Gelukkig waren er dus die mensenoffers, die het allemaal mooi in balans hielden.

Als buitenlanders vroegen waar dit wrede gebruik op sloeg was het antwoord: dat is zo gegroeid, het is onze traditie, onze cultuur. Het was een schuldig vermaak, maar men bleef dit jaren- en jarenlang doen, al wist niemand precies wie er ooit mee begon en waarom.

Er waren mensen in dat land die niet zo geloofden in nut en noodzaak van de mensenoffers, de doden en verminkten. Zij vonden het een wreed en achterhaald gebruik en wilden dat het, net als de doodstraf en andere lijfstraffen, afgeschaft zou worden. Ook het bestuur van dit land, allemaal redelijke en goed opgeleide mensen, geloofde niet in het nut van de offertraditie, maar durfden het toch niet goed aan het af te schaffen. Bang als ze waren door de traditiegetrouwen niet meer verkozen te zullen worden. En de bommenfabrikanten waren natuurlijk helemaal voor het in standhouden van dit voor hen lucratieve gebruik.

Maar op een goede dag in weer een Nieuwjaar dat begon met dood en verderf, besloot de wijze en moedige leider van het land dat het zo niet langer kon. Hij vaardigde, met zijn regering, een wet af die aan de ouderwetse en wrede traditie een eind maakte. De volgende jaarwisseling vreesde de traditiegetrouwe aanhangers van de offerpraktijken dat het niet goed zou gaan met de overgang van het oude naar het nieuwe jaar, dat rampspoed hun deel zou worden.

Er werden nog offervuren aangestoken, maar er vielen toch veel minder offers dan ooit, en er vielen geen doden. Ook werd er niemand blind.

De volgende dag, de eerste dag van het nieuwe jaar zonder mensenoffers, merkten de inwoners dat hun landje nog veilig en rijk was. Sterker: het was er prettiger dan ooit. De lucht was helder, de straten waren schoon, er lagen geen autowrakken of ashopen in de straten.

Al het geld dat de offerpraktijken hadden gekost werd ingezet voor nog betere scholen, ziekenhuizen en werkgelegenheid. De mensen merkten dat ze met hun vrijwillige bijdrage aan de offers ook andere leuke dingen konden doen, zoals vakantie vieren met hun kinderen, of hun huis isoleren.

De ziekenhuizen hadden meer geld voor patiënten, omdat ze de offers niet meer hoefden te verzorgen, en de veiligheidsdiensten vingen meer boeven dan ooit, omdat ze niet bezig hoefden te zijn met te voorkomen dat het land zou afbranden. Het land werd nog gelukkiger dan tevoren en na een paar jaar konden de mensen in dat land zich niet meer voorstellen dat ze ooit zo dom waren geweest te denken dat er mensenoffers gebracht moesten worden tijdens de jaarwisseling.

Wel aten ze nog steeds de vreemde bollen en flappen die bij het gebruik hoorden en dronken ze nog vaak te veel.

Als buitenlanders vroegen waarop dit op sloeg was het antwoord: dat is zo gegroeid, het is onze traditie, onze cultuur. Het was een onschuldig vermaak, dus men bleef dit jaren- en jarenlang doen, al wist niemand precies wie er ooit mee begon en waarom.

En zo leefden ze nog langer en nog gelukkiger.

iu

Een van de jonge mensenoffers die door het lot werd aangewezen een oog te verliezen.

Dubbelen, parkeren en begroten

Begroten, het valt niet mee. Er is altijd te weinig geld om alle verzoeken en behoeftes te kunnen vervullen. Er moet altijd gekozen worden. Dan hoop je dat een college en een raad goed kiezen. Wat zijn de gevolgen van de keuze, wat kost een subsidie of ondersteuning, wat levert het op; wie heeft er voordeel van, wat werd in het verleden afgesproken (altijd lastig) en vooral: wat gebeurt er als de steun stopt. Soms is goedkoop dan duurkoop. Overlap verwijderen is nu de nieuwste tekst om subsidies niet meer toe te kennen. Stichting de Vrolijkheid, die een beetje geld krijgt om een heel zwakke groep in onze samenleving wat plezier te bezorgen, kan er over meepraten.

In Den Helder kennen we dat probleem als zo veel niet rijke gemeentes. Maar het scheelt nogal wat partijen belangrijk vinden. Dit jaar kwam het mes weer langs, want miljoenen te kort op de meerjaren begroting. Door de provincie tot de orde geroepen: los het op!

Er zal dus wel weer meer gesneden worden in dat wat het leven de moeite waard maakt. Ondanks de betrokkenheid van sommige wethouders met hun aandachtsveld: ik zie de bezuinigingen alweer opdoemen bij onze culture en sociale instellingen.

Wat buiten schot blijft: het gratis parkeren. Want, daar zijn zetels mee gewonen, dat is goed voor de stad, de winkeliers, daar komen de mensen voor naar de binnenstad.

Ik persoonlijk kom natuurlijk niet naar de binnenstad om mijn wagen daar te parkeren, ik heb thuis een garage. Ik kom naar de binnenstad om daar inkopen te doen, of de fysio te bezoeken. Dan valt mij op dat de parkeerplaatsen, bijvoorbeeld midden in de stad, bezet zijn op uren dat er geen klant te bekennen is. Wat staat er? Bedrijfsautootjes. De winkeliers parkeren zelf, de klant mag dan een stukje verder lopen met zijn of haar aankopen. Dat kan ook makkelijk met 5 uur gratis parkeren, dan kun je in de lunch de auto verzetten. Toch?

Nou nee, dat doet men vaak niet, de parkeerschijf wordt verzet. Dat mag niet, dat kan beboet worden, maar het gebeurt.

Zo zag mijn zusje dat gebeuren toen ze afgelopen week, na Sinterklaas, even snel in de stad moest zijn. De winkelierster in kwestie was net bezig de parkeerkaart van haar rode autootje te verzetten. Mijn zusje maakte een opmerking: zo kunnen klanten hun auto nergens kwijt.  Dit is niet de bedoeling, parkeren in maximaal 5 uur gratis, daarna betalen. De mevrouw in kwestie wilde nog sussen: het gaat veranderen. Ja, dan moet ze een keer vaker naar buiten om de kaart te verzetten, de regels te overtreden, zonder dat parkeerbeheer daar kennelijk op let. Soms doet men dat bijvoorbeeld door geparkeerde auto’s een krijtteken op de banden te geven: niet gereden: bekeuring! Maar in Den Helder vinden veel raadsleden het veel belangrijker met een niet haalbare en onwerkzame parkeermaatregel de winkeliers te sussen dan dat men geld uitgeeft aan waar mensen echt voor naar een stad komen: een mooie binnenstad, voorzieningen, een fraai stadhuis. Nee, die driekwart miljoen, daar blijven we af. De rest mag omvallen. Lokale partijen, ze weten wat er leeft bij de mensen.

100 Jaar plus een dag

IMG_1375

De ochtend, in een rustiger maar niet stil Ieper, doorgebracht in het In Flanders Fields museum. Een deel van de expositie is vast, een deel vraagt nu aandacht voor het lot van een familie die door het front werd gescheiden en hoe de levens van die familieleden daardoor werden bepaald. Het meest indrukwekkend vind ik nog de actieve weergave van de frontontwikkelingen aan de hand van kaarten, foto’s, getuigenverklaringen en de persoonlijke verhalen, vormgegeven via acteurs. Bussen vol bezoekers komen en gaan, jong en oud. Op het plein ontmantelt men de lampen, het toneel, het koepeltje dat u zag als u keek zondagochtend. We rijden uit Ieper weg en gelijk wordt het stiller. Door het vlakke, steeds zonniger land, langs de talloze begraafplaatsen en monumenten. In Diksmuide, als Ieper weer opgebouwd in originele pracht, vinden we eenvoudig de IJzertoren. Symbool voor de frontenoorlog die hier aanving. In de waterlinie rond Diksmuide werd de Duitse aanval gestopt en begon het doormodderen en lijden in de loopgraven.

Vanaf de toren hebben we zicht op de IJzer en geven pijlen aan waar welke steden en dorpen liggen; Een groot aantal inmiddels bekend van ons huidige en mijn eerdere bezoek. In het verdere zuidoosten komt de horizon omhoog, naar het west vermoed je over de duinen de zee. Dan twintig verdiepingen geschiedenis van de oorlog en de Vlaamse Beweging die in de eerste wereldoorlog haar oorsprong vond en hier met de IJzerbedevaarten haar focus. Op het grasveld rond de toren wordt een kunstwerk afgebouwd. Zeventig kindfiguren, met rugzak en ballon, symboliseren de zeventig brandhaarden die er nu op de wereld zijn en hoe die voor kinderen de rugzak vullen, hun dromen kwetsbaar maken.

Op de IJzertoren en in het museum is het motto ‘Nooit meer oorlog’, het zinnebeeld een witte klaproos. In 1940 werd de toren beschadigd door een gevechtsvliegtuig. In 1946 door terreuraanslagen onherstelbaar beschadigd en weer opgebouwd in zijn huidige vorm.

Die ochtend heb ik minutenlang staan kijken naar de projectie van namen op zwarte zuilen. De slachtoffers in België, burgers en militairen van alle landen, en Belgen buiten het land die op 12 november 1918, een dag na de wapenstilstand nog vielen. Ik hoop dat ik, door even wat langer te kijken, het begin van de lijst weer zie, dat het aantal de eerste dag na het eind van de gevechten mee valt. Dat gebeurt niet, de lijst is schier oneindig. Het project loopt al vanaf 2014 en gaat door tot 28 juni 2019. Er komt geen einde aan.