NBU 26, I rode the Dragon!

 

Om reisgenootje nog zo veel mogelijk natuurschoon te laten genieten voor ze vrijdag weer naar huis vliegt, vogelde ik zoveel mogelijk stukjes scenic route aan elkaar. Via Maryville riijden wij een goed onderhouden weg op. Er wordt gewaarschuwd dat je niet langer moet zijn dan 30 voet. Die ene voet kan wel, lijkt mij. We komen veel motorrijders tegen, in veel bochten zitten mannen met camera’s en website-adressen te fotograferen. De bikers zijn opvallend vriendelijk, ook als ze achter ons moeten blijven hangen tot we een pull-out treffen. De weg is smal en bochtig, sommige bochten zijn haarspeld. Het is prachtig, geconcentreerd rijden met vele vergezichten. Vanwege de camera’s denken we met een bijzondere bikedag te maken te hebben. Aan de andere kant aangekomen rijden we over de brede brug. Een groep bikers komt voorbij, de leider heft in triomf zijn rechterarm op, een collega maakt een wheelie! Bijzonder. We stoppen bij Outland gas & croc gerund door een echtpaar ooit werkzaam in Engeland. De zeer vriendelijke man denkt dat ik Duits ben, of Belgisch, het land daar tussenin was hem volledig ontgaan. Ik vraag hem naar de naam van de route die we zojuist gereden hebben met Monster. Dat is dus The Dragon. Wereldberoemd bij motorrijders vanwege zijn 318 bochten. I kidd you not, ik heb er nu een sticker van: I rode 318 curves, en een plaatje van de draak. Googlet u maar, mensen komen van heinde en verre om dit met hun motor mee te maken. Maar het kan dus ook met je RV. Je moet wel van bochten houden natuurlijk. Ik voel me een held!

Ook daarna hebben we nog prachtige routes, stukjes North Carolina Scenic Route, stukjes Appalachian Highway en nog meer fraais. Als ik ergens stop om van het grootse uitzicht te genieten, met bergruggen tot in de oneindigheid, rijdt de vrachtwagenchauffeur die daar staat te bellen zijn auto achter ons langs, zodat we vrij uitzicht hebben. Is dat niet uitermate aardig?

Via Murphy, Franklin en Clayton komen we voorbij Athens. Daar staan we nu, full hook-up. Alles kan weer geladen, de vuile zijn tanks geleegd, het water stroomt volle kracht en zelfs de slide staat uit.

U weet niet wat u mist.

NBU 25, Bike the loop!

 

Als we eindelijk wakker worden, na een nacht waar we halverwege een dekentje bij trekken, is het al 10 uur. Dat hadden we even nodig, na deze week. We ontbijten uitgebreid en besluiten tot het huren van een fiets. Om meer te zien van het park, is de Loop aangewezen, 11 mijl lang, of kilometers lopen op een trail. De fiets is onze enige optie, met Monster de Loop wordt sterk afgereden. Fietsen, dat kunnen wij Nederlanders. En dit zijn luie fietsen. Maar het is geen luie weg. De helft van de tijd fluitend omlaag. Da ander helft van de tijd duwend omhoog, of lopend omlaag want te stijl om af te dalen. We komen twee andere fietsers tegen. Ineens begrijp ik de stickers in de kampwinkel “I biked the Loop” en de belofte van zuurstof of ijs bij terugkomst. Maar: weer beren, niet op maar keurig naast de weg. Twee kleintjes naast de weg tussen de bomen. En een grote, die voor mij mooi op zijn achterpoten gaat staan. Ver weg in het veld. Niet voor niets een kijkertje meegenomen. Overal staan cabins en kerkjes, rond 1900 leefden hier 700 mensen, zelfvoorzienend. Op het kerkhof slecht een twintigtal namen, en ook nu nog worden er mensen begraven bij hun voorouders. Waar ik in de ochtend nog optimistisch dacht dat we ook wel een stukje nog konden hiken, dat voorstel laat ik snel varen. Wat ook opvalt: als wij fietsen haalt niemand ons in. We moeten afstappen om de gevormde file regelmatig op te laten lossen. We krijgen waarderende duimpjes omhoog voor onze moed, ook een groep bikers gaat toeterend en zwaaiend voorbij, eentje blijft naast mij rijden en daagt mij grijnzend uit, omhoog. Ik laat hem winnen.

De echte files ontstaan bij het zien van beren. We zien ook nog een hertje, vlak langs de weg, knabbelend aan de eikenblaadjes. En de vlinders werken mee, die grote gele die zich niet goed liet zien, zit ineens met al zijn vriendjes langs de kant in de berm, en laat zich fotograferen. Het andere fietsende stel op de Loop weet de naam: de swallowtail tiger butterfly. Zoekt maar even op.

De man van de fietsenverhuur gaf de fietsen voor twee uur mee, maar verzekerde ons vooral alle tijd te nemen, het extra rekende hij later wel af. Als we op driekwart uitpuffen op een steen, ziet een geparkeerd echtpaar dat ik mijn laatste water drink, en biedt een flesje aan en een lift, we weigenre beide vriendelijk en komen in gesprek. Ze hebben vrienden in Nederland, die een maand bij hen in Michigan waren.  Als vrienden nemen we afscheid. Op eigen kracht, maar met het end in de bek, met een laatste file achter ons, komen we net voor sluitingstijd weer in het kamp aan, op tijd voor een ijsje van een pond. We voelen ons helden.

Daarna uitpuffen bij Monster, een heerlijke maaltijd van baked beans met rijst, en dan zijn we al weer vroeg gevloerd. Om acht uur wordt het kamp stil, de generators moeten uit, de vogels geven nog een laatste optreden, en wij gaan onder de wol.

NBU 23, Stukje bij beetje

 

We leven een beetje mee met de natuur. Na het eten zitten we nog wat buiten, internet is er hier niet, TV staat in een kastje, om ons heen wordt het donker en het was een lange dag. Dus liggen we ruim voor tienen in ons mandje. Wat tot gevolg heeft dat ik ruim voor vieren wakker ben. Het bos is doodstil, af en toe valt er iets lichts op het dak. Ik hoor de trein in de verte. Rond vijf uur wordt de eerste vogel wakker.

Na een ontbijtje zijn we om acht uur op weg. Nu zouden we de Smoky Mountains moeten halen. We rijden vanuit Alabama naar Georgia, de Peach State, House of Cards, u weet wel. Geen perzik te zien in dat half uurtje dat we doorsteken naar Tennessee. De dame van het bezoekerscentrum aan de rand van Chattanooga geeft ons allerlei info over RV sites tegen het natuurpark aan. Ze is wat ongerust over de maat van onze RV, het is er stijl en smal en hoog. Eerst even Lookout Point Mountain bezoeken. Dit uiterste puntje van de Appalachians speelde een beslissende rol in de burgeroorlog. Hier  werden de zuidelijke legers na een periode van beleg verslagen . Sherman kon zijn vernietigende tocht op Atlanta beginnen en binnen het jaar was het gedaan met het zuiden.

Dat moeten we natuurlijk even zien. Ook is hier geleden door de Cherokee, die hier hun trail of tears begonnen, maar daarvan vinden we niets. Met een kabeltreintje gaan we stijl omhoog, prachtig uitzicht over de pareerplaats waar Monster braaf moet wachten

Op het plateau grote rijke huizen, met uitzicht over het hele gebeid. Er is een punt war je zeven staten kunt zien met helder zicht, wij kunnen slecht naar de ene of naar de andere kant kijken, maar het zicht op de Tennessee rivier is imposant. Na de uitleg in het bezoekerscentrum hebben we een beeld bij hoe de veldslagen zich hier afspeelden. Kort en ellendig, en het regende ook nog.

De illusie vandaag nog Gettlingburg of zelfs maar Knoxville te halen geven we op, we gaan op zoek naar een Walmart om te overnachten. Voor we daar aankomen rijden we langs een kattencafé. En je verzint het niet, maar de instelling is 2 maanden geleden geopend door een jonge vrouw die haar vriend voor een jaartje volgde naar Amsterdam, waar hij voor Greenpeace werkte. Daar werd zij vrijwilliger bij de Poezenboot. Na uiteindelijk vijf jaar Amsterdam zijn ze nu terug en heeft ze de poezenboot tot verdienmodel gemaakt. Voor zichzelf en haar man, en voor de poezen. In die twee maanden zijn er 72 poezen herplaatst, de laatste terwijl we daar ons kopje thee zaten te drinken in een mooie, rustige, schone omgeving, met allerlei vriendelijk poezenvolk om ons heen. De kattenopvang had het succes onderschat, en moet al tot in Georgia (om de hoek weliswaar) katten gaan halen om Naughty Cat te voorzien van verse adoptiepoezen. Met een vrolijk Doei in de oren nemen we afscheid, we gaan die Walmart opzoeken. De generator werkt immers mee, niets kan meer fout gaan.

Behalve natuurlijk als die verbinding toch niet tot stand komt. Dan maar alle raampjes tegen elkaar openzetten.

We doen nog even wat boodschapjes en worden geholpen door Dale. Hij is niet de snelste en de pensioengerechtigde leeftijd ligt al lang achter hem. Maar kennelijk heeft hij ons toch verstaan toen ik over de lof van de bietjes begon, want volgens hem is dat lekkerder dan de spinazie die ik kocht en nog gezond voor de ogen ook.

Morgen is het maandag. Om acht uur heb ik denk ik een goed gesprek met de man van de garage.

NBU 24, Al doende leert men 20 Mei

 

Ik heb soms heel goede ideeën, maar soms ook wel eens mindere. Zo dacht ik het dry-camping uit te proberen. Het spaart kosten, en die rijzen de pan uit hier. Een tip die je overal leest: op de parkeerplaats bij Walmart. Handig. Goedkoop. En lawaaiig. Als je generator werkt is dat geen robleem, dan maak je je eigen herrie. Dus wij lagen met alle raampjes op ventilatiestand, onder het licht van de hoge masten, in de herrie van iedereen die hier over het parkeerterrein zijn radio uitprobeert. Pas na middernacht werd het wat rustiger en sukkelde ik in slaap. Om drie uur was ik weer wakker. Inslapen lukte niet, dus hup: lenzen in, jurk aan, gas uit (dan piept de koelkast) en rijden. In het donker, door een nog rustige stad, een slapend reisgenootje in het bed boven mij. Een half uur later stond ik geparkeerd voor de garage, en ik was niet de eerste. Om acht uur ging het hek open en liep het vol. Nu zitten we in een wachtruimte, met lekkere koffie, een beetje thee en traaaaaaaaag internet. Te wachten op de dingen die komen gaan. We zetten de TV op Friends, dat valt op: meestal is het sport of CNN volgnes ene monteur die binnenwandelt. Mijn eigen garage was een uurtje later ook te bereiken. Het ging nog niet zoals ik het graag zou willen, maar de boodschap is afgegeven.

Ik vrees  dat de Smoky Mountains lijden onder de eerste vier letters van hun naam. Die vormen het woord Omsk. En u weet, Omsk is een mooie stad, maar net iets te ver weg…

Na een uurtje een telefoontje: auto klaar. Draadje verkeerd, ergens een verbinding los, en ergens een stekker niet in. Creditcard nog maar eens aan ehet werk gezet en halverwege de ochtend gaan we richting Knoxville. Tot we het bord Smoky Mountains tegenkomen. Dan van de snelweg naar de scenic route. De Smokies komen naderbij, het landschap wordt prachtig, lieflijk, de bergen worden hoger en steeds dichterbij, tot we er tussen rijden. Voor we het weken rijden we het park in. Het is gratis, niemand houdt ons tegen. In Townsend dacht een vriendelijke meneer dat het wel mee zou vallen met de smalle weggetjes. Ik rijd omhoog, de goed onderhouden weg op met doorgetrokken gele middenstreep. De mensen komen het park uit, na het weekend. Met in gedachten onze vader, die ons vele vakanties mee de bergen in nam, maak ik bocht na bocht. Het uitzicht is prachtig, de zon schijnt. Plotseling veel auto’s, mensen langs de weg, wijzend. Ik stop ook: beren! Twee stuks, langs de weg tussen de bomen, onmiskenbaar aan hun scherpe schouders en zwarte glanzende vacht. Ze scharrelen rustig rond, er wordt om mij heen druk gefotografeerd en gefilmd, mensen met grote lenzen. Ik maak ook wat foto’s, de camera van reisgenootje is leeg, tot de beren zich weer terugtrekken het bos in. Nog geen tien minuten in het park en al twee beren gezien, terwijl we eigenlijk rekenden op nul beren. De dag, die zo vroeg en rommelig begon, kan niet meer stuk. Halverwege de middag komen we bij het park. Cades Cove Campground. Geen hook-ups, alles op de generator. En die doet het nu. De lucht is fris, de temperatuur Hollands zomerweer. De mensen die hier staan, staan hier vaker. Hele voortuintjes vol gezelligheid, bij een of twee weken verblijf. Onze buren, uit New Orleans, zagen gisteren langs de ‘loop’ vanuit de auto acht zwarte beren. Wij staan aan de uiterste rand van het bos, Monster laat zich redelijk achteruit parkeren, met mijn reisgenoot als richtingaanwijzer. Hoe ik dat straks zonder doe…

We zetten voor het eerst de stoeltjes uit, we komen bij, we ademen in en uit. We genieten van de vlinders, de vogels en het eekhoorntje. Ik trek mijn nieuwe wandelschoenen aan en we lopen wat langs de rivier. Geïnspireerd door het bos, maak ik een eerste bos-schapje. Als ik weer wil gaan zitten zie ik een bijzondere rups op mijn stoel. Minutenlang zijn we bezig het vliegensvlugge beestje vast te leggen. Later als hij groot is, wordt hij zo’n mooie zwart-blauwe, geel-zwarte, rood-bruine of zwart-witte vlinder die we hier zagen. Het zal niet laat worden voor ons vanavond. We gaan met de vogels op stok, vermoed ik. Morgen een hele dag genieten in en van de Smoky Mountains. Toch gehaald!

NBU 22, Up and away

IMG_3627

Na een heerlijke nacht werd ik om vijf uur gewekt door de Amerikaanse merel. He park was nog heerlijk rustig. Na de merel werd rest van het vogelvolk ook wakker. Ontbijten met de specht in een paal en een eekhoorntje op je autoband. Om half negen water en elektra er uit, gaskraan dicht, trapje naar binnen en omhoog. Naarmate we noordelijker komen stijgen we, verdwijnen de dode armadillos, maar kijkt een dode wasbeer mij vanachter zijn masker verwijtend aan. De I59 zou ons, naar verwachting, om een uur of zes in Chatanooga brengen. Pardon me Sir, maar we moeten natuurlijk ook af en toe stoppen. Ten eerste is Monster een dorstig beestje, hij lust wel voor $ 100 dollar benzine per dag. Ten tweede willen wij zelf wel eens wat zien, en er moest nog water en brood ingekocht worden. Zo stopten we vlak voor de grens met Alabama voor de kennisgeving dat Simmons Country Store sinds 1800 alles verkocht wat je nodig had. Ik zag al zo’n ouderwetse kruidenier voor me. Het plaatsje Kevenee bestond uit die oude bakstenen winkel, een spoorwegovergang, een kerkje en een vlooienmarkt. Eerst maar eens de markt over. Oud ijzer en glas, speerpunten en fossielen, speelgoed van toen en u. En de vrachttrein kwam langs, met toeter!. We kochten boiled peanuts en liepen hoopvol de winkel in. Die was er niet meer. Daar waren nu nog meer tweedehands winkeltjes en een eetgelegenheid met porkrind en hamburger.

En ten derde was er rond Birmingham een probleem, zodat we meer naar het zuiden geleid werden. Ook goed. Nu staan we dus in Oak Mountain State Park, in het bos. De turkeybacon sist in de pan, en de AC werkt op walstroom. Omdat ik de generator en de AC niet met elkaar kon laten praten, vermoedde ik ergens een knop die niet om stond. Maar waar? Ik heb alle knoppen en knopjes geprobeerd, een lange blik naar de generator geworpen, maar vond niets. Dus vanavond, met mijn mokje thee, eens een rondje gemaakt. Wie heeft er een RV? Hier staan veel caravans. Gelijk de grootste geprobeerd. Ze waren niet thuis, ze zaten met elkaar een paar wagens verderop te eten. En laat een van hen, Ryan, nu een elektrozaak gehad hebben! Hij wierp een blik, hij voelde eens hier en daar en vond diep verstopt een circuitswitch. Die had aan moeten staan, maar stond af. Hoera! Dus nu kunnen we ook koelen als we ergens in het wild staan. Het wordt hier steeds beter. Morgen zullen we, onvoorziene omstandigheden daargelaten, de Smokey Mountains bereiken.

NBU 21, The though get going

20190517_121832’s Nachts besloten: dan maar warm. We gaan op weg, het heeft nu lang genoeg geduurd. Onze gastheer was al heel vroeg weer aan het werk, ‘s avonds was de afspraak: je merkt wel wat het wordt. Vroeg gebeld met de garage: hij moet het doen, wat jullie willen kan ook niet. Met ons drieën hadden we geen dag ervaring in kamperen in een RV, dus dat kon kloppen. Met de verzekering dat het moest kunnen en de dreiging dat eventueel de hele boel vervangen moet worden als het niet zo was, pakten we onze koffers weer, ruimden onze boel op, startten de wel schone maar redelijk wanordelijke RV en vertrokken door de rustige straten van een stad aan het werk.

De eerste drie uur heerlijk koel, daarna werd het wat warmer. Monster is niet per ongeluk aan zijn naam gekomen. Hij is groot, breed, hoog, hij slingert als een kameel. Best opletten met rijden dus, je neemt je voor het langzaam aan te doen. Dus voor je het weet rijd je lekker mee met de grote jongens, bekijk je de wereld van een hogere zitplaats, zodat ook voor mij de rit interessant bleef, al was het de derde keer dat ik dit stuk reed. Redelijk gestoofd kwamen we aan waar we vonden dat het genoeg was, na een lange file op het eind. Eerst een Night Camp bekeken. Dat zag er wat onguur uit, ik verstond ook niet de snauw van de tandeloze beheerster. Omgekeerd en verder. En nu sta ik, voor het eerst van mijn leven, met Monster en mijn reisgenootje, op een super-de-luxe KOA RV kamp. Het zwembad is zojuist gesloten. Om ons heen nieuwe, glanzende, grote en grotere RV’s met alles er op, er aan en er achter. De buren zitten op het schommelbankje. We werden vrolijk toegezwaaid toen we eindelijk verschenen na orde in de chaos te hebben geschapen. De zon zakt achter de horizon, de hemel kleurt van oranje naar nachtblauw. Verderop hoor je de snelweg. Dichtbij de AC’s van ons allen, en daarbovenuit een fluitende vogel.

Zie je wel, je moet gewoon niet bang zijn.

 

 

 

NBU 20, When the going gets tough

20190516_155933We hadden een dagje luieren gepland, met een picknick in het park. Maar al vroeg belde de garage: Monster zou om 13.00 uur klaar zijn om opgehaald te worden. Goed nieuws! Gauw wat zaken inslaan voor onderweg, de hele middag schoonmaken, ’s avonds een gezellige maaltijd met onze gastheer en de volgende ochtend fluitend op weg. Tja. Terwijl ik klaar ben om in te stappen en de spannende rit naar ons adres in de binnenstad aan te gaan word ik gebeld: de verzekering had er nog eens over nagedacht, geen Texaans rijbewijs: niet te verzekeren. Ze zouden me er binnenkort uitgooien! Ik zal hier niet herhalen wat ik de man geprobeerd heb duidelijk te maken. De jongens van de garage waren ook de beroerdste niet, bellen, andere verzekeraar, kon die iets betekenen? Na veel geheen en weer was de enige oplossing: een Texaans rijbewijs halen. Dat lijkt simpeler dan het is, want ik heb geen Social Security Nummer, en dat is nodig. U kent het vast van de film, een volle wachtruimte waar allerlei slag mensen zit te wachten om hun rijbewijs aan te vragen, te krijgen, te verlengen. Nou, daar zat ik dan tussen met mijn klembordje. De middag schoot al aardig op. De vermoeide mevrouw die mij uiteindelijk hielp hoorde en zag het hoofdschuddend aan, dat kon toch allemaal maar niet zo. Een hele lijst kreeg ik mee van zaken die ik moest regelen voor ik weer een aanvraag kon doen. En online kon ik de toets doen, en als ik er geld voorover had en iemand kon vinden die bevoegd was, kon ik afrijden bij een rijschool, anders twee maanden wachten.

Met dat nieuws, en het Monster, dat ik inmiddels al op heel wat plekken had moeten parkeren, vorozien was van kookgas en brandstof kwamen we thuis. De gastheer was benieuwd. Zijn conclusie:  Snel aan de slag, schoonmaken, inpakken, morgen gaan. Volgende week het rijbewijs halen. Het is warm en vochtig in Houston, we werkten hard, we wilden de AC aan. Dat lukte niet. Er kwam een handyman naar kijken, het lukte hem ook niet. Wel die van de auto, die een freonlek heeft, en het dus een paar uur koel kon houden na hervulling. Maar niet die van de RV zelf. Onze gastheer vond dat we zo niet op reis konden. Te warm, te vermoeiend, we moesten maar bij hem blijven, Monster weer in onderhoud, dit keer bij een vriend van handyman, en dan maar dagtripjes met zijn auto; of weer een huurauto en van hotel naar hotel all de eerste week. De moed zonk ons even in de schoenen. Mailtje naar de garage om raad. Gevloerd naar bed en niet slapen.