Poperinge, nagekomen bericht

De vijf dagen langs de velden waren bijzonder, maar zwaar. Naarden was een goede avond om wat van de spanning te kunnen ontladen. Maar het zit nog in mijn hoofd, ik denk er veel over, er zijn indrukken die nooit meer weg zullen gaan. Twee wil ik hier nog met u delen, maar het helpt niet om uw paasdagen vrolijker te maken.

In Flanders Fields Museum het verhaal van een van de verpleegsters, die zich afvraagt waar ze het voor doet, dat vreselijke werk om al die mannen weer op te lappen. Want of ze zijn voor het leven verminkt, of ze knappen weer op, en dan kunnen ze terug. Dan worden ze weer in de strijd gegooid. Ze verhaalt van de pijn en de wanhoop van velen van hen, en hoe het haar cynisch maakt. Een patiënt kon het niet meer aan, probeerde zich een kogel door het hoofd te jagen, verprutste dat en overleefde. Schreeuwend werd hij afgevoerd, om hem op te lappen en vervolgens wegens desertie voor het vuurpeloton te zetten.

In Poperinge, op de binnenplaats van het oude stadhuis, midden in de stad, staat de executiepaal. Tenminste vier mannen zijn hier neergeschoten, door hun medestrijders. De jongste van die vier was 17. Hij was twee jaar te jong om wettelijk daar te zijn, men had een oogje toegeknepen. Hij kwam het ziekenhuis in met shellshock, en na een paar dagen rust vond men dat hij wel weer terug naar het front kon. Zelf dacht hij daar anders over, ontsnapte uit de trein, werd na twee dagen gevonden en na een kort proces neergeschoten.

De ultieme consequentie van het geweldsmonopolie van de staat. Je mocht wel dood, maar niet wanneer het jou uitkwam. Of je mocht niet de dood ontkomen, als de vijand het dan niet deed, dan de staat zelf. Inmiddels staan hun namen weer op de monumenten en zijn ze in ere hersteld, maar hun families hebben lang extra geleden: niet alleen een geliefd familielid kwijt, maar ook nog een waar je niet trots op mocht zijn, geen held, maar een lafaard of verrader.

Maar eigenlijk de enigen die zich gedroegen zoals een zinnig mens zou moeten doen.