NBU 64, Berg en dal, donderdag 27 juni

IMG_7966

 

Ik reis zoals het landschap, berg en dal. Meestal zit het mee, soms zit het tegen. Gisteren na het genieten van een verse maaltijd, het uitzicht op het meer bij ondergaande zon, de vissende buurman die zelfs in donker doorvist en een vuurtje stookt, op tijd naar bed met een goed boek. Gaat ineens het licht uit. Dat moet niet, volgens berekening moeten de huisbatterijen vol zitten, dan kan ik wel wat avonden een lampje laten branden. Niets doet het meer, ook de generator laat zich dit keer niet starten. Dus als de zon al vroeg boven het meer opkomt, wijzig ik mijn plannen. Waar is de dichtstbijzijnde redelijk grote stad die nog enigszins op de route ligt? Dat wordt Reno, een half uurtje rijden verderop. Ik verbaas me regelmatig over hoe snel een landschap hier kan veranderen, maar vandaag gaat dat dubbel op. Zo sta je in een paradijselijke omgeving naar de eenden te luisteren en het geplons van een zwemmende hond, zo zit je in Reno, een mini Las Vegas, met al zijn stads gerommel, daklozen, casino’s en gelukkig heel veel RV-reparateurs. De eerste zit nokkie vol en verwijst me naar zijn collega op de hoek. Die zit ook vol, maar heeft medelijden met me. Ze gaan er aan werken, ze hopen op vandaag klaar, als het meezit. Kennelijk zit er iets al vanaf het begin fout, zoals ik al claimde bij mijn eerste garage, hopelijk gaat dat nu uitgevonden worden. Hoewel ik mij geen illusies maak wat dat betekent voor de allereerste rekening, warranty is een papieren begrip.

Maar dan zit je dus in Reno zonder huis. Ik voeg mij niet graag bij de daklozen aan de oever van de snelstromende Truckee rivier, ook al staan die lekker in de schaduw. De aardige werkvoorbereider verwijst mij naar GSR, een gebouw als een graansilo dat een hotel, casino en toeters en bellen bevat en een RV-park achter de deur aan de rand van het meer heeft. Daar heb ik voor vanavond geboekt, Monster teruggebracht naar de garage en toen weer naar het casino, in de hoop op wifi. Even van de nood een deugd maken. Het internet is echter ongelooflijk traag, foto’s opladen begin ik niet aan. Hopelijk lukken de blogjes.

Nu kunnen we daar dramatisch over doen, maar ik ben op reis, dat is wat anders dan op vakantie. En ook zo leer ik een land kennen, wachtend in de garages of in casino’s. Straks nog maar een beker thee.

Ik zit hier op rode nepleren stoeltjes, dicht bij een contactdoos. Mensen checken hier in en uit, lopen in en uit, regelmatig zitten er oudere heren een uiltje te knappen, moe van het geld in sleuven stoppen.
Achter mij is Starbucks druk met het verkopen van koffie en thee. Hele gezinnen komen er langs, ik vraag me altijd of hoe dat betaald wordt als je hier met vijf man aan het ontbijt gaat, of lunch. Een jongen sleept zijn eigen vertrouwde deken mee, een flinke maat ook. Zijn zusje heeft ook haar kussen mee.

Ik sorteer foto’s en de tijd vliegt, tot ik me realiseer: ze zouden bellen, het is bijna sluitingstijd. Telefoontje gemist door de herrie, maar Monster is helemaal uptodate. Na een probleem dat er niet had mogen zijn na de reparaties die ik eerder liet doen in Houston. Wordt nog een leuk mailtje.

Dan heb ik een leuk gesprek met de monteur, die mijn goede adviezen geeft over dingen die ik niet moet missen als ik richting Idaho ga. Die ga ik opvolgen. Hij heeft in Afghanistan gezeten, weet wat erop de wereld te koop is en zegt: “Alle mensen willen gewoon hetzelfde: ’s morgens opstaan, aan het werk, veilig thuiskomen, eten op tafel en een toekomst voor de kinderen; het zijn de hogere machten die het leven voor ons allemaal moelijker maken en ons willen vertellen dat de ander niet deugt.” Een man naar mijn hart, en niet alleen omdat het een goede monteur is.

Dan besluit ik naar de film ge gaan hier in het casino waar ik met honderden anderen achter sta. Captain Marvel, een voor mij onbegrijpelijke film. Voor we binnengaan koopt men een en ander om te snoepen. Ik zie een man met dochtertje voor ruim $30 afrekenen. Het gezin daarvoor was met vijf man. Zelf trakteer ik me op een ijsje, dat ik naar binnen moet smokkelen omdat het filmwinkeltje geen ijs meer heeft. We werken allemaal mee.

Dan bepaal ik, met het laatste nieuws, de volgende reisdag en ga van morgen een was-, reis- en cultuurdag maken. En de telefoon vooruitbetalen. Je weet maar nooit.

Never a dull moment.

NBU 63, Carpe Diem

 

Heeft u even? Of zal ik er drie blogjes van maken? Vanmorgen kon ik, op weg naar Lake Tahoe, kiezen uit drie routes. Ik koos de middelste. Ik weet niet wat die andere twee zouden hebben gedaan, maar deze was fantastisch. De CA 49 is een wereldberoemde weg. Als trail gebruikt door al diegenen die in 1849 hoorden van het goud in Californië en daar hun geluk wilden beproeven.

Om te beginnen was er een vele, vele kilometers lange weg die Rawhide heet. Daar word ik al erg vrolijk van. Door heuvels, langs vee-ranches, met witte hekken en dikke koeien. Oude kleine plaatsjes die nog veel aan het verleden doen denken. Overal historische markers bij mijnen, veerponten, bijzondere plekken die verhalen van dit Wilde Westen verleden. Die kun je allemaal gaan lezen, maar dan ben je wel een paar dagen bezig op zo’n route. Regelmatig reden mij vrachtwagens met lange stammen tegemoet, als ze me inhaalden waren ze leeg en lag het achtereind op de auto. Ik stopte in het leuke plaatsje Angels Camp, ooit hier begonnen als goudzoekers optrek. Een van de gelukszoekers was Samuel Clemens. Een man met vele ambachten, waaronder journalist. Hij had al eens wat geld verdiend met mijnen, maar raakte dat weer kwijt. Toen hij een vriend vrijkocht met geld dat hij niet had, moest hij vluchten. Hier kwam hij terecht bij een vriend van een broer van een vriend, zeg maar, in een hutje op de berg. Die man was een geboren verteller en had hele historische verhalen, die uit zijn duim kwamen. Samuel, kort daarvoor nog zelfmoord overwegend vanwege zijn benarde situatie, schreef een van die verhalen op en stuurde het naar de krant. Het verhaal The Jumping Frog of Calavares werd een succes, een carrière was gestart en Samuel scheef vele boeken, werd een wereldberoemd schrijver en een graag gehoorde verteller op vele tonelen. U kent hem als Mark Twain.

Het stadje Angels Camps doet er zijn voordeel mee. Behalve dat het er nog aardig uitziet als 150 jaar geleden met van die typische wildwest geveltjes en leuke winkels, houden ze hier elk jaar een kikkersping wedstrijd, en de winnaar komt met naam en afstand in de stoep. De Frog Walk of Fame, zeg maar. Het wereldrecord staat op 20 voet en een paar duim, in drie sprongen gehaald.

Ik stapte uit op zoek naar postkantoor, bleek er zelfs recht voor te staan. Maar de internationale postzegels waren op. Ik maakte een heen en weertje door de hoofdstraat. Gelukkig had men nog een postkantoor in het dorp, die heeft nu ook geen internationale postzegels meer, die heb ik. (Nog geen kaartje ontvangen? Even melden, met adres).

Na zo’n ritje en zo’n dorp is mijn dag al geslaagd. Maar toen moest het nog beginnen. De 49 was vol met oude kleine plaatsjes en de weg was hoewel slingerig, fraai van oppervlak. Ik tankte vol tegen een voor hier in Californië redelijk bedrag, bij een Jemeniet. Er zullen er niet veel in zijn eigen taal gedag zeggen hier, maar vandaag bofte hij.

Ik slingerde vrolijk verder, reed de 89 op en net toen ik dacht dat ik die lieflijke heuvels nu wel kende ging het veranderen. Ik zag door de bomen de bergen niet meer zeg maar. Voor je het weet zit je dan tussen de besneeuwde toppen op 8000 voet. Werkelijk schitterende vergezichten en ik kon af en toe zelfs stoppen en wat eten of fotograferen. Fris windje er bij, er ligt nog sneeuw en het waait, maar met dat scherpe hoge licht en die blauwe lucht is het volop genieten.

En dan was ik nog niet bij Lake Tahoe. Bij de start van de rimroad wel weer veel gedoe en toeristen, maar als je dat negeert is het geweldig. En er was plek. Ik had niets gereserveerd en had ook niet behoefte aan een boswandeling, maar je zou hier weken zoet kunnen zijn met rivieren afzakken, om het meer lopen (paar honderd mijl, voor de doorzetters) of de berg op en af. Schitterende valleien met echte alpenweitjes, moerassen stroompjes en rivieren waar mannen staan te vissen. Ik wist dat Lake Tahoe groot is, maar hoe groot is groot? Nou, groot. Af en toe adembenemende blikken naar beneden. Ik reed tussen Emerald Lake en Cascade Lake door. Geweldig uitzicht. Met alpen aan de overkant van dat blauwe water. Ik stopte bij een korte trail met de belofte van een bezoekerscentrum maar die gaan pas volgende maand open. Daar lieten ze gewoon een stuk van de rivier onder water zien, met veel uitleg over het hoe en wat van het ecosysteem en de totstandkoming van dit gebied.  Daar zijn ze trouwens toch erg goed in, in al die parken. Overal bordjes, overal historische context. Zo kan ik u nu melden dat dit gebied een van de eerste skigebieden was, ik at voor een van de eerste lodges mijn broodje pindakaas.

Met al dat stoppen en genieten schoot ik natuurlijk niet op, en ik reed ook nog naar Donner Summit 7275 voet) waar ik niet hoorde te zijn, ik had mijn zitten gezet op de omgeving van Quincy, waar ook een state park is.

Maar inmiddels was het vijf uur en zag ik nog een campground aangegeven van het state park. Weer een meer, stuw ook, veel kleiner dan Tahoe natuurlijk, maar echt, weer die bergen aan de horizon. Drycmping, je betaalt voor de plek met picknicktafel en een vuurring, een zeer ruime plek ook trouwens, maar verder geen voorzieningen.  Precies wat ik zoek, rust, ruimte, heel goedkoop, en voor dat geld sta je dan veilig. Praatje gemaakt met mensen omdat ik geld moest wisselen. Ze hebben een vriend in Emmen, het zijn ballonvaarders, hij duikt, ze reizen dat het een aard heeft. Het was een leuk gesprek, en ik kreeg nog goede adviezen voor bestemmingen. Daar ga ik over denken. We zagen zelfs een bald eagle. Ik heb hem op de foto. Kijk, dat is een mooie afsluiting van een geweldige dag, met volop mooie omgeving, een prachtige rit.

Vanuit Nederland een paar minder vrolijke berichten die mij eens te meer doen beseffen dat je moet genieten zolang het kan.

 

NBU 62, Maarten

IMG_4258Wat is het toch lekker als je van jezelf even niks hoeft. Lui opstaan, beetje yoghurt en dan naar het meer. Daar is op dit vroege moment niemand. De diehard vissers zijn vast al vertrokken, de rest van de mensen zit verstopt tussen de bomen boven mij. Water als een spiegeltje en een temperatuur waar ons Heersdiep jaloers op kan zijn. Ik zwem naar het eilandje in de buurt, denk aan Maarten en zijn prestatie, aan hoe blij zijn vrouw zal zijn dat het voorbij is nu.

Ik denk ook even aan die vreemde zure reacties via Fb en Twitter, mensen die menen zich te moeten ergeren aan het gedoe. Maar ik ben voor al die mensen die het wel leuk vinden, die kippenvel krijgen als hij weer een stempel haalt, die met tranen in de ogen kijken naar zijn finish, die hem toejuichen vanaf de bruggen en met hem meezwemmen in het water. Al die mensen die blij zijn als er iets positiefs gebeurt en willen meehelpen vooruit te gaan in de wereld, in plaats van overal het negatieve in te zoeken en het te willen duiden.

Boven de heuvels om het meer draaien de kalkoengieren, de buzzards, hun luie rondjes. De zwaluwen scheren laag over het water en ik hang hier een half uurtje. Ik besluit niet weg te gaan vandaag, ik sta hier prima, ik wil nog wel een keer zwemmen en dan kan ik gelijk nog even wat aan Monster doen en nadenken over waarheen, waarvoor.

Na he zwemmen dus een flinke tippel naar de ingang, waar gelukkig nu ook iemand is. Ik kan blijven, mijn plek is niet gereserveerd. Nu ik dan toch blijf en het erg warm wordt op mijn picknickplek besluit ik eens mijn tentje uit te zetten. Nog niet eerder nodig geweest, maar als ik het nu niet doe, komt het er nooit meer van vrees ik. Welgemoed de Easy Shade vanachter het bed gevist en gelijk even de stofzuiger uitgeprobeerd die daar ook ligt. Hij zuigt, maar daar is ook alles mee gezegd. Net genoeg om het zand bij de entree tussen de ribbels van de mat uit te halen, en dus precies goed.

Dan dat tentje. Alles uitpakken en de gebruiksaanwijzing lezen. Die begint met ‘With your partner…’. Lang verhaal kort: er zijn twee man voor nodig hem op te zetten, liefst wat gespierde types ook om hem in zijn bovenpositie vast te klikken. Tja, daar sta je dan.

Eerst maar eens op een halve meter hoogte laten staan. Nog een rondje zwemmen, nu wat rimpeliger maar nog steeds heerlijk water, terwijl er zowaar nog twee gezinnen met hun hele hebben en houden aan het strandje wat picknicktafels bezetten.

Dan besluit ik: eerst maar eens de onderkant omhoog. Dan staat het dakje niet strak, als het waait zal het wel niet kunnen, maar nu voldoet het prima. Ziet er niet uit, maar dat past wel bij de oude Winnebago. Na wat lezen, het weer opvouwen van het tentje dat zachtjes inzakt, het nalezen van wat route-informatie ben ik in ieder geval over een paar bestemmingen eens met mezelf.

Hoe lang het duurt voor ik daar ben of geweest ben geen idee. Ik besluit er ook wat stadsgewoel in te vlechten. Er moet straks weer een telefoonrekening betaald, er moet weer gewassen. Bovendien is Amerika natuurlijk meer dan alleen maar natuur. Ik ben hier ook voor de ontmoetingen.

Best een nuttig dagje in dit lage tempo.

 

NBU 61, Yosemite

IMG_7778Ik zit bij een stuwmeer met een verse zak pop-corn. Walstroom, dan kan de magnetron wel eens aan het werk. Een meer? Yosemite? zult u zeggen, er is toch geen meer daar? Nee inderdaad, dat is er niet. Nou, het is er wel, maar je kunt er lastig komen, met een RV.

Het is een prachtig park, met steile, gladde rotsen, beroemd als behang op je Mac of als uitdaging in de film Free Solo. Indrukwekkend, dat is het. Dus iedereen wil dat zien, zeker in deze mooie maanden. Maar zo heel groot is dat park niet, want het meeste gebied staat rechtop. De vallei, die heel vlak is, met mooie rechte bomen en een blauwgrijs tapijtje van mini-lupine is in een uurtje rondgereden en hard ga je dan niet. Nergens trouwens hier, het is het betere bochtenwerk. Plaats in het park om te verblijven, als je dat niet lang tevoren gereserveerd hebt, kun je in de middag helemaal wel vergeten, zeker voor een Monster. Die mag op sommige plekken helemaal niet komen. Dus ik rijd een rondje in de file, werp een blik omhoog waar het heel druk is, zie uit een ooghoek El Capetan voorbijkomen, denk ik (die grijs is, niet roodbruin); maar me even rustig vergapen of een foto maken is er niet bij. Nu kun je het park weer uit, ergens anders onderdak zoeken, een uurtje terug en dan de volgende dag de bus pakken en dan weer een ritje maken. Maar dat voegt me niet. Ik besluit dat dit niet voor mij het moment is om Yosemite te bezoeken en ik rijd via een wat noordelijker weg het dal weer steil omhoog en het park uit. Overal is nog goed de schade van de Rim Fire van 2013 te zien, een brand die nogal huisgehouden heeft. Denk niet dat ik niet geweldig veel prachtig uitzicht gezien heb, want dat is er overvloedig, zelfs als je bij deze bochten en dit stijgings- en dalingspercentage op moet letten. De rit hier heen zal ik u besparen, met zijn strogele heuvels en chocoladebruine landbouwgrond vol fruit en groente, maar die mocht er ook zijn. Vooral toen het heuvelen begon en de velden verdwenen. Die weidse verten, die luchten, die kleuren. Maar goed, ik draaf door…

Tegen vijf uur kom ik aan bij dit gebied rond het stuwmeer, waar veel mensen met bootjes komen, waar ook woonboten liggen langs de rand. Het water is rood en lijkt me niet al te koud, dat ga ik morgen even controleren.

De gang naar de garage, waar ik al om acht uur met mijn neus tegen het glas stond, was deels vergeefs. Ze zitten zo vol dat deze klus nu niet geklaard kan worden. Wel zetten ze een en ander vast, dus erger wordt het ook niet. En gratis, voor de verandering! Advies van de monteur: zoek een plek op je route waar we zitten en bel van tevoren voor een afspraak. Maar ja, dan moet je een route hebben, en die heb ik maar matig. Daar ga ik vanavond dan maar eens aan werken. Wil ik naar Yellowstone? Weet ik wanneer ik daar aan zal komen? Wil ik dat dan reserveren? Ik ga maar eens wat huiswerk maken vanavond hier, in het ondergaande zonnetje, tussen de bomen, de eekhoorns en de vogels. Eens zien of de noordboog die in mijn hoofd zit genoeg te bieden heeft. Oh, en dat met die kaart is ook niet goed gekomen, die blijft geblokkeerd.

De adviseur van twitterdienst hoopt dat ik mijn andere kaart bij me heb. Tja…

NBU 60, Zondag

IMG_7571

Na een wat onrustige nacht heel vroeg wakker. Starbucks opent hier om half zes, dat treft. Niet lang na zes uur stap ik binnen, voor een beker hete thee en een geroosterde kaassandwich.

Druk met mensen op weg naar het werk en toeristen. Tegenover mij een groeiende groep mannen die Chinees met elkaar spreekt denk ik en elkaar hier ontmoet voor het ontbijt. Afstammelingen van de Chinese vissersgemeenschap die een hier bijna tweehonderd jaar geleden gevestigd werd, lijkt me. Ik besluit tot een dagje strand, voor ik me maandag meld in San Martin. Beetje bijslapen, beetje schilderen, beetje plannen en lezen in de boeken die ik gisteren bij Walmart kocht. Dacht ik.

Als ik weg wil rijden staat er iemand achter me en kom ik slecht uit de knoop. De groep mannen staat buiten te kijken en kan het niet aanzien. Een van hen neemt het stuur over en zet Monster vrij en de 90-graden hoek om. Dan kan ik gelijk even vragen hoe dat zit met zijn herkomst. Geen Chinees dus van lang geleden, maar een Vietnamees van na de val van Saigon, zo is hij hier geraakt met zijn familie en vrienden. Hij moet toen nog erg jong geweest zijn, maar Vietnamees is nog zijn taal.

Ik rijd terug naar Monterey, als het strand in de buurt voor Monsters verboden blijkt. Dan maar het aquarium dat me aanbevolen werd. En terecht. Er is daar een Kelpbos, er zijn daar prachtige kwallen, ook eigen kweek kleintjes, er zijn maanvissen en luipaardhaaien. Er zijn presentaties van een albatros, otters en meer interessants. Er is een presentatie over de historie van Monterey en hoe de verschillende bevolkingsgroepen het via de vis hier redden. Eerst de indianen natuurlijk die leefden van de visvangst, toen de Spanjaarden die er niet veel bijzonders mee deden. Chinezen kwamen omdat het werk thuis slecht betaald werd, Japanners zetten de Abalone teelt op. Uiteindelijk zorgden twee wereldoorlogen en de roep om legerrantsoenen in blik ervoor dat het succesverhaal van de ingeblikte sardientjes eerst explosief groeide, om vervolgens te zorgen dat Cannery Row tot het verleden behoort. Covden, een groot-inblikker, meende dat er altijd sardientjes zouden zijn, maar na een paar jaar meer vangen dan vrouwtjes sardientjes kunnen aanmaken, viel de bodem er onderuit en stond Cannery Row leeg. Gelukkig zijn er dan slimme vrouwen, in de persoon van de eerste vrouwelijke marien bioloog, die sanctuaries voorstelde, nu zit hier weer sardien onder veel meer. Maar geen blikjesfabrieken meer, al die panden zijn nu hotels, restaurants en winkels vol vermaak. Monterey vaart er wel bij. Ik breng makkelijk een hele middag zoet in dit door het echtpaar Packard (van Hewlett en Packard) geschonken aquarium, waar veel onderzoek ook wordt gedaan naar de diepzee. Nuttig en aangenaam en af en toe adembenemend, als je bij zo’n prachtige kwallenbak staat te genieten. Hoef ik zelf niet het koude water in tenminste. Aan het eind van de middag loop ik weer lui langs de kust terug, zie nog een pelikaan op een rots en een jonge zeehond daar dichtbij. De ottertjes laten zich aan mij niet meer zien. Ik zit nog even op een strandje te genieten van het uitzicht. Blauw water, witte bootjes, spelende kinderen aan de waterlijn, onder een heerlijk zonnetje. Beter wordt het niet vandaag.

Maar ik moet door. Ik heb inmiddels besloten San Fransisco voor een andere keer te bewaren, te ingewikkeld en te druk nu, ik kom steeds verder uit de richting. Ik moet afscheid nemen van de kust. Ik gooi bij een te dure pomp Monster halfvol. Terwijl ik sta te wachten tot ik weg kan rijden, is er naast mij iemand die ook wegrijdt, maar dan met de slang nog in de tank. Dat levert deuken op in de auto en de slang ligt los. Geheel zonder lekkage, vanwege een ingenieus zekeringssysteem. De mevrouw van de pomp komt er zorgelijk om naar buiten, maar er valt geen enkel onvertogen woord of verwijt. Als ik wil betalen merk ik dat de kaart, die ik vorige week geregeld had, tegen de belofte en verwachting in toch is geblokkeerd. Lastig nu weer, dat wordt weer simkaarten wisselen en bellen.

Dan de rit naar San Martin, zo lang mogelijk langs de kust. De weg is overvol met mensen die na het weekend weer terugrijden naar waar ze vandaan kwamen, vermoed ik. Ik rijd langs Salinas: links de hoge zandduinen, rechts een heuvelachtig landschap omdat de bergen even op zijn. Stel je Limburg aan Zee voor, zoiets, dan vol met groente- en fruitvelden. Zelfs een knoflookstadje. Overal worden kersen en aardbeien aangeprezen. Dit is het gebied dat Amerika leerde kennen als de salad bowl. Toen men de kunst van het ijsbewaren onder de knie had, werd hiervandaan heel Amerika per spoor van verse sla voorzien, dit is de geboorteplaats van de ijsbergsla, die zo aan zijn naam kwam.

Langzaam groeien de heuvels weer. Na anderhalf uur rijden, vanwege de files, ben ik bij mijn bestemming. Er staat iemand die op de hoogte is van de gang van zaken, zegt hij, volgens hem mag ik hier vannacht wel staan in afwachting van de experts morgen. Ik geloof hem direct op zijn woord en ga alvast lekker dicht bij de ingang staan. Dan bel ik met Nederland. De beantwoorder van dienst ziet direct wat er vorige week is afgesproken, zonder dat ik veel hoef uit te leggen, maar ziet ook dat het fout is gegaan. Rechtbreien kan hij het niet, dan moet ik even wat later bellen, als het in Nederland maandagochtend is.

Ik ga lekker koken, het komt vast allemaal weer goed.

 

 

NBU 59, Reuzen

IMG_7366Soms is het maar goed dat de dingen niet gaan zoals je zou willen.

Omdat ik al een paar dagen op de accu’s sta en stroom wil sparen vroeg naar bed, met de kalkoenen zeg maar, die zijn hier namelijk in het wild, net als bluejays. De grijze eekhoorns zitten overal. De parken hier zijn streng, na tien uur willen ze je niet meer horen, dus ongestoorde nachtrust. Kort na middernacht word ik wakker en trek een dekentje bij.

Om zeven uur wordt het park wakker, overal beginnen mensen aan het ontbijt, goed te zien in dit deel met overwegend tenten, vooral veel groepen of uitgebreide families. Kinderen nog in pyjama. Ik sta nog in de schaduw, maar aan de overkant schijnt de zon, zitten mensen op te warmen. Op tijd op pad om de grote bomen te gaan verkennen en toch op tijd het park te verlaten. Het past niet helemaal in mijn planning, maar die rammelt toch aan alle kanten.

Ik ga weer een steil pad op, dwars door het bos, met als belofte een prachtig uitzicht over de bergen en de oceaan. Als ik halverwege ben, vind ik een steen, daar achtergelaten met een boodschap. The sky is the limit, staat er op. Die moet wel voor mij bedoeld zijn.

Het is nog rustig, slechts één eerdere wandelaar zie ik terugkomen. Op de helling die eeuwenoude bomen die vooral zo imposant zijn omdat ze kaarsrecht tot de hemel reiken. Of in ieder geval toch een honderd meter of meer. Sommigen liepen lang geleden brandschade op aan hun imposante stammen. Het ruikt hier heerlijk zoet van alle bloeiende bloemen zoals de wilde akelei. En dan die frisse geur van de dennen hier. Soms ruik je hier langs de kust de eucalyptusbomen tot in Monster.

Ik zie een neveltje de berg af rollen vanaf zee. Hoewel ik zelf in het zonnetje zit, zie ik bovengekomen alleen maar diezelfde nevel. De zee en het dal laten zich niet zien. Het is een dun laagje, want in het ravijn schijnt gewoon de zon. Precies op tijd kom ik aan bij Monster, het is rustig bij de tentjes. Iedereen is het bos in. Iets drinken, bergschoenen uit en dan rijd ik weer het park uit, tussen die mooie bomen door. Het is inmiddels druk met dagjesmensen. Op de parkeerplaats dan ook vooral Californische nummerborden, een enkele uit Nevada of Oregon, een heel avontuurlijke uit Nieuw Mexico. Niemand uit Texas, laat staan verder weg.

Ik rijd de HW1 weer op en slinger me naar het noorden. Nog prachtige wilde stukken waar een dik tapijt van bloeiende vetplanten de rotsen bedekt. Allengs wordt het wat bewoonder, sjieke uitspanningen lopen vol bezoekers. Alle parkeerplaatsen bezet op deze zaterdag. In Carmel, trendy tot en met tegenwoordig, staat zelfs een file.

In Monterey aangekomen eerst maar eens naar het bezoekerscentrum. Ik sla te vroeg af, maak twee bochten om weer terug te komen waar ik vermoed te moeten zijn en zie dan een RV net geparkeerd staan in een zijstraat. Ik parkeer Monster erachter en vraag aan het echtpaar of ik hier veilig sta. Jawel, is het antwoord, je mag hier niet ’s nachts staan, maar dit is hier zo’n beetje het enige straatje waar geen parkeerverbod of betaald en beperkt parkeren is. Zij gaan hier op de fiets de stad in. Kijk, zo wil ik altijd wel verkeerd rijden. Ik vind het bezoekerscentrum bemand door twee vriendelijke heren die wat folders voor mij hebben en stort me in het gewoel. Na vele dagen natuur is dit weer even leuk.

Monterey is een oude plaats, de eerste echte vestiging van dit deel, volgens de geschiedenis. Verder bekend geworden door Steinbeck’s Cannery Row. Ook heeft Robert Louis Stevenson hier een paar maanden verbleven om zijn geliefde te bezoeken. Dat museum is helaas dicht, maar de mooie zonnige tuin heb ik voor mezelf. Ik bezoek het Cooper Molera Adobe, ooit gebouwd door een ex-zeekapitein met handelsinstinct die hier zijn fortuin maakte. De familie schonk het pand en de grond aan de staat, zoals zo vaak hier, en die heeft er een mooi complex van gemaakt. Het museum is schattig, geeft een goed indruk van het leven hier, zonder gedoe. Je wordt uitgenodigd te doen of je hier woont. Speel een spelletje schaak hier aan dit tafeltje, schrijf een brief of kaart aan dit bureau. Heel effectief.

Dan langs het strand naar Fishermans Wharf, met souvenir- en snoepwinkeltjes en vele restaurantjes in de oude gebouwen. Het is toerisme ten top, maar ik geniet: hier komt men vanuit de streek om zich te vermaken.  Het Rock and Rods feest op het plein, met prachtige oude auto’s en muziek uit de tijd van Elvis.

Dan een aanbod om bij zonsondergang walvis te gaan jagen. Zijn er wel walvissen deze tijd van het jaar? Men verzekert mij van wel. Ik beloof er over na te denken. Het kost natuurlijk ook weer een lieve duit. Het is wel laat afgelopen, een behoorlijke slaapplek is dan niet meer binnen bereik. De HW1 in het donker, dat lijkt me geen succes.

Lopend over het Steinbeckplein, met een beeldengroep aan hem gewijd, zijn werk en de mannen die Cannery Row lieten herleven, besluit ik: gewoon doen, arm word ik toch. Beneden aan het water, op het terras van een van de vele hotels maakt men zich op voor een huwelijk aan zee, met mannen in uniform en een ereboog voor het water. De vlootpredikant loopt zich warm met glimmend gepoetste schoenen.

Met de gratis Trolley die elke tien minuten rijd, ga ik terug naar de werf, eet nog even een fish and chips, om half zeven vertrekken we. Ik heb dan al otters gezien in de baai tussen de plezierjachten en kajaks. Zeeleeuwen zitten op de grote pieren. Pelikanen vliegen over. Maar zien we ook walvissen?

Ja, die zien we. Of liever gezegd, we zien waarschijnlijk een dezelfde humpback die we volgen tijdens zijn jacht op vis. We genieten van de vogels, we zien een kleine blauwe haai aan het oppervlak scheren, er zijn plekken sardines te zien. Maar de humpback die spuit en bovenkomt, dan weer duikt en zijn grote rug toont, iedereen blij! Als hij dan ook nog een keer uit het water omhoog stijgt en drie keer voor hij weer duikt zijn staart aan ons toont, kan ons geluk niet op.

De reuzen uit het bos en de reuzen van de zee, allemaal op een dag.

Inmiddels is het negen uur en donker eer we weer voor de kant liggen. Ik loop terug naar de auto, rijd in het donker naar Walmart in het volgende dorp. Overnight parking is niet toegestaan in Monterey Bay, dus ik loop het risico op een bekeuring maar van de supermarkt mag ik hier staan. Ik waag het erop , wan veel opties zijn er niet. Morgenochtend even naar de Starbucks om de hoek.

Wat we morgen verder gaan doen? Ik heb nog geen idee.

 

NBU 58, Hearst Castle.

IMG_7292

Bakje yoghurt deze ochtend en gaan, afhaken hoef ik niet nu. Volgens mij ben ik dan heel vroeg bij het kasteel. Dat klopt, ik draai om kwart voor negen de parkeerplaats op en kan nog net mee met de eerste rondleiding, ze vertrekken elke tien minuten. Ik kies, volgens gidsadvies, voor toer 1, met woonkamer, eetkamer, biljartkamer, theaterzaal en zwembaden. De krantenmagnaat Hearst liet dit optrekje bouwen door Julia Morgan, op de plek waar zijn familie altijd ging kamperen als ze de ranch van boven wilden bekijken. Hij wilde iets kleins, maar zijn Europese reizen inspireerden hem tot groot en groter. Nu staat er een betonnen gebouw, met overal oude elementen. Uit de late Middelweeuwen of iets later, meest Europees, grote gobelins van Rubens bijvoorbeeld, of een heel kerkkoorinterieur in de eetkamer. Gemengd met veel elementen uit het Midden-Oosten en zelfs uit de tijd van de farao’s. De David van Donatello is een kopie, maar er zijn 22.000 antieke en kunstvoorwerpen. Afgekomen is het nooit. Hearst werd ziek en was klaar met veranderen. Er mag niets meer gebouwd worden. De achterkant doet dan ook meer denken aan een flinke bunker, maar de voorkant is prachtig inderdaad, in al zijn overdaad. Het mooist vind ik het binnenbad, zeker op deze kille dag. Daar kun je best een baantje trekken tussen het blauw en goud mozaïekwerk. Dan nog een film over hoe het zo gekomen is, waarna ik Monster weer opzoek. Monterey wordt het doel. Ik ben nog niet helemaal zeker hoe ik dit weekend door wil brengen of waar, maar er moet nog iets aan Monster gebeuren, dat moet dan denk ik maar maandag.

Als ik San Simeon voorbij ben groeien de heuvels tot ze de wolken raken en ze met hun voeten in zee staan. De HW1 gaat richting Big Sur, het grote zuiden dat nauwelijks bewoonbaar leek, maar de settlers van na de goldrush kwamen toch. Bijna geen horizontaal stukje te vinden, geen natuurlijke havens,  geen weg. Nu wel, maar hij lijkt nog een beetje op vroeger Bij tijden zeer smal, altijd heel bochtig, met een prachtig uitzicht. Waar ik uiteraard maar oogjesmaat van kan genieten. Ik stop bij de Neusrobbenkolonie (heten ze zo?) en af en toe een vista point. Ook niet altijd eenvoudig. Regelmatig moet ik ook langs de weg parkeren om wat ik achter mij verzameld heb langs te laten.

Overal accommodatie in cabins, RV parks, Resorts. Alleen de bordjes zijn zichtbaar. Ravijnen met oude bruggen. Dit hele gebied is State Park, ook daar campgrounds, maar meestal vol of voor kleintjes, niet voor Monsters.

Dan wordt er toch een aangekondigd die mij past, vol maar niet voor self-contained, zoals ik. Monterey is nog een uur rijden, maar vrijdagmiddag laat aankomen in een vreemde stad is vragen om gedoe. Nu hier slapen lijkt een betere optie. Ik mag er nog niet echt in, ik moet wachten tot het vijf uur is, dan registreren ze pas weer. Bof ik even, dan snel naar de lodge om de laptop te laden. Scheelt een generator starten.

Bij het teruglopen ontdek ik dat dit park vol staat met de nu bedreigde Coastal Redwoods, enorm hoge bomen, de sequoia Sempervirens. Er is veel wandelgelegenheid en ik prijs me gelukkig met mijn impuls. Hier een weekend, dat is toch veel beter dan Monterey? Nu ik toch bezig ben om mijn hele reis aan te passen. Twee dagen onder de oude bomen, dat lijkt me wel wat. Maar het park moet daar niets van hebben. Ik mag er een nachtje in en moet dan om twaalf uur weer weg zijn, want alles is gereserveerd. Als uitzondering krijg ik een echte plek en niet een duurdere op een parkeerplaats waar ik al om negen uur weg moet zijn.

Nou ja, een echte plek, hij is eigenlijk  niet voor RV’s maar per ongeluk vrij gekomen; ik rijd ook nog verkeerd, het doodlopende stuk in. Met hulp van een jong stel, een voor bij een kraantje en een achter bij een steen, bevrijd ik mezelf uit die fuik en eindig dan op een tentplek waar ik maar net op pas.

Maar wel onder die heel oude rechte bomen.