Oezbekistan 17, De mensen

De reis is voorbij, ik ben mijn koffers al weer aan het pakken voor de volgende reis, morgen, naar een klusje in Duitsland.

Iedereen die ik trof afgelopen week wilde natuurlijk weten hoe het was, dat Oezbekistan, en waarom ik zo enthousiast was over mijn bezoek.

Tja, oplettend lezertje, daar vraag je me wat. Ik ben in mijn leven al wel eens ergens geweest. Allerlei culturen, architecturen, klimaten. Wat maakt Oezbekistan dan toch tot een frisse, voor mij nieuwe belevenis?

Dat ligt waarschijnlijk in het feit dat dit land op een kruispunt op de Grote Zijderoute lag en ligt. De vele culturen die hier langskwamen, soms voor de handel, vaak ook als veroveraar, zijn terug te vinden in de gezichten van de mensen. Heel westers van uiterlijk, zeer oosters van uiterlijk en alles daar tussenin.

Ook in de talen die men spreekt vind je dat terug. Het Russisch van de veroveraar van de negentiende eeuw, het Tadzjieks van de buren, het Turks van een nog oudere veroveraar, hier en daar wat Arabisch van nog langer geleden: Oezbeeks. De kleding is een verzameling van wat vroeger al in was, gedragen door mensen uit de wat conservatievere gebieden, dat wat we hier op straat zien bij de jongeren, en ook alles daar tussenin: klassieke stoffen, nieuwe kleuren en snit. Modern leren jackje, maar wel je traditionele hoofddeksel. Men is hier kortom zichzelf, en ik zag weinig kritische blikken van oud naar jong en omgekeerd.

Ik weet, het is een politiestaat. In de reisgids werd gewaarschuwd voor corrupte politie die het op toeristen voorzien heeft als aanvulling op de inkomsten. In de alledag van nu is dat verdwenen, men heeft er succesvol actie tegen gevoerd. Er is overal polite, er is overal controle, maar de zwarthandelaar roept luidkeels zijn potentiële klanten toe, naast die drie agenten die het metrostation bewaken.

De architectuur: dat van die Russen, daar is niet veel moois aan te vinden. Wel zorgden zij voor heel veel restauratie, soms wat zorgvuldiger dan anders, maar in ieder geval is veel van wat wij bewonderden uit de veertiende, vijftiende, zestiende eeuw en later nog zichtbaar en genietbaar door hun inspanningen. Die architectuur van de madrassas en moskeeën, geënt op het voorbeeld uit Iran is indrukwekkend, groots, prachtig, afwisselend en verandert naarmate met noordelijker reist haast onmerkbaar.

Wat dat allemaal tot een prettige reisbestemming maakt is de onovertroffen vriendelijkheid van de bevolking. Zelden heb ik me zo snel ergens veilig en op mijn gemak gevoeld, zo vaak welkom geheten en geweten als in dit land: Oezbekistan.

 

P1090467P1100964P1110132

Oezbekistan 16, Aftellen

Voor dag en dauw er uit. De dame van het hotel was vergeten een taxi te bestellen, dus haar echtgenoot moest er ook vroeg uit. Het is in Tasjkent drukker op straat op een zaterdag om zes uur ’s ochtends dan bij ons, oplettend lezertje. De controle op de luchthaven is grondig, maar vriendelijk. Zonder al te veel problemen kunnen we naar de gate. Turkish airlines heeft een kok aan boord, met een vrolijke muts, dit keer een vrouwelijke chef die voor de warme broodjes zorgt. Ik kijk het restje film van de vorige keer af, draai er een hele door en blijf op drie kwartier steken bij film nummer drie bij het landen op Istanboel. Reisgenote 1 blijft hier nog een nachtje over om kennissen te ontmoeten en moet achter een visum aan. Reisgenote twee moet snel door naar haar aansluitende vlucht naar Londen. Ik heb hier een paar uur door te brengen voor ik door kan naar Amsterdam.

Veertien dagen lang trokken we samen op, in een onwaarschijnlijke combinatie van leeftijden en nationaliteiten; Beleefden we een bijzonder land op het kruispunt van vele eeuwen cultuur; Zagen we prachtige dingen, maakten we leuke dingen mee. Maandag allemaal weer aan de slag en terug naar ons dagelijks bestaan, dat voor geen van ons saai is.

Maar deze reis zal ons zeker bijblijven, een reis die niet snel geëvenaard kan worden. Nu nog wekenlang de foto’s sorteren. Volgend weekend weer pakken voor de volgende klus, met minstens zo harde bedden. Sty tuned op Facebook.

P1130059

Oezbekistan 15, Tasjkent

De reis loopt duidelijk op zijn laatste benen, mijn reisgenoten hebben wat meer tijd nodig om wakker te worden, dus ik ga alleen op pad om nog wat laatste bijzonderheden te zien en de stad wat te verkennen. Tasjkent heeft alles wat iedere hoofdstad bij ons in de buurt ook heeft: brede straten, grote gebouwen, kantoren, paleizen, parken, monumenten, metro, theater, musea, markten en winkels. Toch lijkt het helemaal niet op bijvoorbeeld Amsterdam of Berlijn. We zitten in de oude stad, maar die is wat hij is: oud. Niet dus in de zin van bijzonder of antiek, maar gewoon niet nieuw meer. De nieuwe stad is nieuwer. Afhankelijk van de buurt zijn er meer of minder trendy eetgelegenheden en winkeltjes te vinden. Gelukkig zijn de taxi’s hier voor ons relatief goedkoop en ook de metro is uitstekend. Bij naar beneden gaan wordt je tas gescand door de alom tegenwoordige politie, met een beetje geluk wordt er beneden weer beleefd aan de pet getikt om het nog eens te doen, zoveel gebeurt er immers niet op zo’n dag, een toerist is weer eens wat anders. Als ik op het perron een foto maakt duikt uit het niets een agent op om te vertellen dat dat niet de bedoeling is, in het rijtuig zit een jonge agent zich stierlijk te vervelen. Iemand vertelde ons dat een op de drie of vier Oezbeken politieagent is. Het ijkt me wat veel, maar er is in ieder geval geen gebrek aan.
De bezienswaardigheden zijn of te mooi hersteld, of minder interessant na alles wat we al zagen, de Chorsi Bazaar is groot en zoals hij hoort te zijn: rommelig. Laat in de middag laten we allemaal onze handjes en voetjes vertroetelen, die dat wel verdiend hebben na zo’n reis. Een van onze reisgenoten gaat eten bij een bekende van de familie, wij eten nog een laatste keer een lokale maaltijd aan zo’n gezellige, licht onhandige Oezbeekse tafel. Morgen heel vroeg er uit, online incheken is voor Tasjkent niet mogelijk.

P1130021

Oezbekistan 14, Savitsky

Er zijn drie dingen die je kunt doen vanuit Nukus: een ruïne-complex bekijken, naar de Aral zee of haar voormalige kustlijn reizen, of het museum bezoeken. We doen het laatste. Karalpakstan, waar Nukus de hoofdstad van is, is een republiek met eigen parlement, taal, grondwet plus vlag, maar valt toch onder Oezbekistan. Savitsky kwam hier heen met een Archeologische expeditie, die onder andere de forten die wij bezochten in kaart bracht. Hij bleef hangen in dit gebied en legde zich toe op het verzamelen van etnografica en van Russische kunst uit de dertiger en twintiger jaren, van kunstenaars die Moskou ontvluchtten om meer vrijheid van werken te hebben. Ook wat Oezbeekse kunstenaars verzamelde hij, de schilderijen kwamen overal vandaan. De collectie schijnt immens te zijn, slecht drie procent wordt getoond op drie verdiepingen van het ene gebouw dat in gebruik is als publieksruime, de andere twee zijn dicht, vraag mij niet waarom, oplettend lezertje. Onze gids weert zich dapper, want eigenlijk is zij niet de echte gids, die zijn allemaal bezig met iets anders. Door haar verhaal vallen een hoopje stukjes informatie die we de afgelopen twee weken verzameld hebben samen. Savtisky wordt het Louvre van de woestijn genoemd, ik onthoud me van commentaar.

Daarna lunchen we bij de lokale fast-food, halen de koffers op en gaan door naar het vliegveld. We hebben twee kleine taxietjes nodig om ons te brengen, ze hebben geen bagageruimte voor onze koffers. In een propellervliegtuig van Uzbekistan Airlines vliegen we de kleine drie uur naar Tasjkent. Voor het eerst van mijn leven lees ik het hele flightmagazine, verder is er niet veel te doen en de dame naast mij wil graag met mij praten, maar we delen geen taal, dus het blijft bij elkaar wat landen aanwijzen in datzelfde magazine. De enige andere buitenlander op de vlucht zover we kunnen zien is een Kuweiti die met wat lokale jongemannen de honingindustrie en de jacht wil verkennen als zakenmogelijkheid. Er wordt hier veel gejaagd en veel gevangen, het ritselt kennelijk van de vossen.

Nog bij licht zijn we bij onze B&B, een dependance van het bedrijf in Samarkand, waar twee broers de scepter zwaaiden, hier een zuster en zwager. Schoon, tamelijk nieuw, vriendelijk en met bananenbomen op de binnenplaats. We dineren aan de overkant van de grote weg in de buurt, duidelijk niet toeristisch, maar met prima lokaal eten en een vriendelijke dame die ons van harte sommige gerechten afraadt. Met nog een spelletje en wat potten thee wordt de avond aangenaam.

IMG_1334

Oezbekistan 13, Fort

Als ik voor reisproviand de markt op ga zijn de kooplui druk bezig de plassen weg te vegen met platte bezems. Ik koop wat noten en gedroogd en vers fruit. De prachtige zonsopgang van de dag ervoor was er niet, maar af en toe laat de zon zich nog zien, met dramatische wolkenpartijen. Helaas de camera niet mee voor dit korte tripje, anders  had ik nog twee foto’s willen maken. We slepen onze koffers weer de trappen af, nemen afscheid van de plafondschilderaar en zijn familie en stappen bij Ali in de auto. Hij is onze gids en chauffeur deze dag. We rijden langs de gouden ring van Korchezm naar Nukus. De forten die de ring vormen, werden gebouwd vanaf het begin van de jaartelling tot ongeveer de negende eeuw. Eerst stoppen we bij een stadje in de buurt, Boston, waar een groep clowns en acrobaten op de plaatselijke markt het publiek vermaakt; vooral veel kinderen die gehurkt of vanaf hun fietsjes ademloos kijken naar de grapjes en trucjes.  We halen verse pasteitjes die voor ons van de ovenwand van de Tandoor geplukt worden.

Daarna de steppe in. Wolkenpartijen drijven over op de wind en plotseling verrijst het eerste fort uit de vlakte. Met op de achtergrond bergen en op de voorgrond wat yurts en kamelen voor het effect kun je je niet veel meer wensen. We lopen over het zand omhoog, door de harde wind. Het geeft een goed idee van het onherbergzame klimaat hier. Zomers te heet, ’s winters te koud en toch houdt men hier al eeuwen stand. De forten zijn alle drie anders en alle drie indrukwekkend. In het eerste fort eten we de verse pasteitjes, genieten van het uitzicht zo ver het oog reikt en proberen ons voor te stellen hoe het hier duizend jaar geleden was. Kort voor we in Nukus aankomen nog een lekke band door een groot brok steen op de weg, net toen de chauffeur wat verse tabak wilde gaan kauwen.

Tegen vijf uur komen we aan bij het hotel. De eerste blik op de stad komt overeen met wat de reisgids er over te vertellen heeft: een wat troosteloos geheel met als enige hoogtepunt het Savitsky Museum. Ik had nog enige hoop op Moynaq, waar ooit de Aral Zee begon en waar nu de schepen in het gras liggen, maar snel wordt duidelijk dat dat niet gaat lukken. We besluiten nog maar eens een vlucht om te boeken en halverwege de volgende middag weer te vertrekken. ’s Avonds eten we voor de afwisseling bij een Koreaan, waar mijn reisgenoten heel blij van worden maar waar ik aan mijn gewicht kan werken.

Als we na het eten thuis komen arriveert ook een van de hoteleigenaren, terug van de bruiloft van zijn zuster, duidelijk met wat wodka te veel op maar wel gelukkig. Het andere hotel zat vol. Dit hotel lijkt hoofdzakelijk bewoond te worden door familieleden, waarvan slechts een enkele een beetje Engels spreekt. Het is vernoemd naar een weidse woestijn, maar ligt naast de bouwmarkt aan een onverharde weg. De kleine taxi’s die ons keurig op tijd komen halen, zijn tot hun dak bemodderd.

 

File0869

Oezbekistan 12, Dageraad

De hemel kleurt parelmoer-roze als ik heel vroeg de hoteldeur van het slot haal. Ik heb de hele stad voor mij zelf, samen met de straatvegers. De oranje wanden, de schaduwen, de blauwe lucht: even is het er allemaal. Als ik een half uur onderweg ben, zie ik de eerste Japanner, maar druk wordt het nog niet echt. Op de markt worden de waren nog aangevoerd, de vroege klanten arriveren. Ik drink ergens thee na bijna het hele stadje rond te zijn geweest, en sommige delen drie keer vanwege het veranderende licht. Ik bezoek een moskee met honderden houten pilaren en ben de enige. Dan komt er een Oezbeeks gezin binnen en beklimmen we samen de minaret. De treden zijn zo hoog dat het geen traplopen meer genoemd kan worden en er moet vaak gebukt worden. Boven hebben we uitzicht over heel Ichon Kala en de omringende stad. Ik bekijk de madrassa’s van binnen en de koepels van boven. De onvermijdelijke groepsfoto’s worden gemaakt. Al delen we geen taal, elkaar vertellen hoe mooi het is, of hoe zwaar de tocht omhoog, hoe lastig met lange rokken dat is, hoe de knieën lijden, dat heeft geen taal nodig. Als ik om tien uur aan het ontbijt ga, is er niet alleen kaarslicht vanwege een stroomstoring maar heb ik er al bijna een halve dag op zitten. Blij met mijn keuze, want om half negen trekt het dicht en om negen uur vallen er druppels. Aan het eind van de middag regent het echt, spoelt het stof van de straten en in de vele borden en kommetjes van de majolicahandelaren hier. Met het stof spoelen ook de toeristen weg, ik vraag me af waar ze de rest van de dag allemaal blijven. We bekijken de bezienswaardigheden van binnen de rest van de dag. Als er geen hotel of restaurant in zit, is het vaak een museum. Zo leren we over de toegepaste kunsten, de handwerken, de fotograaf die hier aan het begin van de vorige eeuw alles vastlegde, de muziek, de medische geleerden inclusief Ibn Sena (Avincenna) en Al Ghorezm, die nu nog veel genoemd wordt in het computertijdperk, als we het over algoritmen hebben. Het natuurmuseum en dat voor majolica zijn we niet meer aan toegekomen. Maar nu de koffer weer op orde, de voeten en het hoofd rust, morgen weer een reisdag.

File0601

 

Oezbekistan 11, Klei

Khiva ligt in de zonnigste streek van dit land, oplettend lezertje, maar vandaag is, met de dollarkoers op de zwarte markt, ook het weer ingestort. Geen zonsopgang op oranje oostwanden dus, maar de frisse geur van klei als ik buitenkom. Ons hotelletje, een familiehuis dat gerestaureerd wordt door de eigenaar, staat pal tegen de west-muur aan. Die muren zijn behalve van tegels en stenen, voornamelijk hersteld op traditionele wijze: met stro en klei. De huizen hier ook, ze lijken met hun uitstekende dakbalken sterk op de woningen van de adobe-indianen in het zuiden van de VS. Een materiaal dat makkelijk te herstellen is, maar ook te lijden heeft onder vocht, vooral bij deurposten zie ik. De souvenirwinkels zetten hun bontmutsen buiten, de fotograaf zet de troon vast klaar, de straatvegers krijgen hun bonnetje, het toeristenbureau is nog gesloten. Verder heel stil op straat, maar de eerste groepen Oezbeken worden al rondgeleid. Oudere mannen en vrouwen in traditionele dracht die vol aandacht de gids volgen die hen van mausoleum naar heiligdom leidt. Na het ontbijt krijgen we per mail het bericht dat er de afgelopen week wat incidenten zijn geweest aan de grens met Kirgizië. Kennelijk wordt er veel gesmokkeld en de vondst van twee huizen aan weerszijde van de grens met een tunnel was aanleiding tot militair ingrijpen, ongekend hier. Men is bang voor wapensmokkel. We hebben er uiteraard niets van gemerkt, niemand heeft het er met ons over gehad, kennelijk is men zelf niet erg onder de indruk. Op CNN, wat hier aanstaat in de ontbijtkamer, gaat het over Brussel en Pakistan.
We beklimmen de muur en lopen de halve Ichon Kala rond. Dat is niet veel werk, deze historische plek meet ongeveer 2.5 km in omtrek. We kijken over de stad, op de huizen met lemen daken, binnentuinen met fruitbomen, takkenbossen op het dak, brede overdekte balkons met lage tafels om zomers te verblijven. Daartussen een overvloed aan moskeeën en madrassa’s. Na de muur zijn we aan een lunch toe. Na het ontbijt hebben we het een en ander omgeboekt en geregeld, zodat we hier een dag langer en in Tashkent een dag korter blijven. Ook een chauffeur is besproken die een dag met ons op zal trekken en ons naar de forten in Korchezm zal brengen en aansluitend naar Nukus.

We bekijken het zomerpaleis, met de eerste zomermoskee die ik ooit zag, en merken dan dat we opgesloten zijn, achter de dikker dubbele houten deur, met een groot slot. De dames die ons binnenlieten hielden het voor gezien, degene die ons de mint aanwees, was kennelijk vergeten dat wij daar nog zaten. Gelukkig is de dame die de gevangenis buiten de poort beheert er nog wel, zij ontzet ons. Anders hadden we de hele nacht in het zomerpaleis door moeten brengen (of de hoteleigenaar gebeld natuurlijk).
Bij het ondergaan van de zon laat hij zich nog even zien, we maken nog snel wat foto’s met iets meer schaduw en licht dan deze dag aanwezig was, je weet maar nooit of het morgen beter is.
’s Avonds eten we weer in het restaurantje met de plastic ramen, die zomers uiteraard verwijderd zullen zijn. Er treedt een lokale groep op, een half uurtje met toeter, harmonica, tamboerijn, twee vrouwen en twee jongens die zingen, dansen en rammelen. We spelen een bordspel aan de lage tafel. Mijn reisgezelschap gaat nog ergens dansen, ik loop terug naar het hotel. Door de centrale straat waar ik vanmorgen in alle rust begon. De verkopers en bezoekers zijn weg, de stalletjes dicht, de straat is leeg. De gevels gloeien zacht geel, met hier en daar een kleurtje. Boven mij een heldere hemel met de kleine beer. Ergens blaft een hond, een late fietser racet de west-poort uit. All is well in Khiva.

File0290