EGA Volt 26 Bratislava, 17 juni

De laatste dag

Het belooft vandaag rond de dertig graden te worden, dus mijn plan het kasteel van Bratislava (dus niet dat van gisteren) van binnen te bekijken komt goed uit. Gisteravond nog wel gegeten, maar het vega-restaurant waar ik ik mijn zinnen op had gezet was al om zes uur dicht. Je hebt hier prachtige binnenplaatsen waar het goed toeven is, maar nu dus even niet.

Inmiddels weet ik blindelings de weg naar het kasteel, waar ik twee keer eerder was, maar alleen rondom. Nu koop ik een kaartje. Vanwege mijn zeer hoge leeftijd krijg ik de basis gratis, en de expositie met korting. Gewone oudjes van 65+ krijgen alleen korting, maar de hoogbejaarden 70+ moet ontzien worden. Dan is het mooi dat ik morgen 71 word, ik kan voor een habbekrats naar binnen.

In de diepste laag, de fundaties van het kasteel de oudste resten en bijbehorende expositie, de Kelten. Daarna volgt de rest. Op de hoogste verdieping de expo waar ik echt voor kwam, over een belangrijke architect met een onuitsprekelijk naam. Alleen al zijn schetsen zijn prachtig. De museumshop heeft veel boeken, maar helaas voornamelijk in het Slovaaks. Zelfs het handige gidsje over het kasteel zelf. 

Volgens planning, na ook de tuin te hebben bezocht waar de lindenbloesems op uitbreken staan, terug naar het hotel, de bagage ophalen, de laatste tram, de trolleybus, nu zonder moeite een kaartje bemachtigd voor een trein, die op tijd vertrekt. Zelfs nog tijd voor een ijsje in het zonnetje.

Na een flink uur ben ik in Wenen, met tijd genoeg voor een maaltijd. Gelijk stromen er telefoontjes en mailtjes binnen die actie behoeven.

In de rein tref ik fietsers die de limes reden van Koblenz tot Boedapest. In de gang veel jongelui, met bakjes salade, broodjes, praatjes. De treinvoerder vroeg stilte vanaf 21.00 uur, maar dat zal voorlopig niet gebeuren, eerst is er grenscontrole. De trein is ook nog lang niet vol.

Mij benieuwen of ik deze rit wel slaap.

EGA Volt 2026, Bratislava 16 juni

De stad uit!

Om niet weer een dag rondjes te lopen door het centrum zoek ik bus 29, die mij naar Devin en het bijbehorende kasteel zal brengen. Het is nog rustig, ook in de bus. Twee Canadezen zijn bezig met een maandje Centraal-Europa; Polen, Tsjechië en Oostenrijk zijn al afgetikt, Hongarije zal volgen, en dan een nachtje Amsterdam bij vrienden om het af te ronden.

Als we bij het kasteel aankomen lopen we nog een tijdje samen op, maar uiteindelijk verliezen we elkaar uit het oog. Op mijn dooie akkertje struin ik het hele kasteel af. Wat er van over is dan. Ooit begonnen Kelten hier zich te ontwikkelen en te vestigen, gevolgd door Romeinen, Slaven en dan de verschillende vechtende vorsten, met af en toe een Turkse aanval. Waar we o.a Mozarts Turkse mars en de Franse croissants aan te danken hebben.Tijdens de Sovjetperiode lag het ijzeren gordijn hier letterlijk pal achter het kasteel, een vluchtpoging was levensgevaarlijk, de grenswachten waren bloedfanatiek. Honderden moesten hun poging tot vrijheid met de dood bekopen.

Aan de voet van het kasteel hebben zij hun monument, daar waar ook het hek stond. Nu is er een fietspad dat kilometers doorgaat en de oevers van de rivier volgt. 

Overal aan die oever waar maar ruimte is staan tenten waar vissende mannen zwijgend wachten op forel. Aan de gewassen t-shirts en grote watercontainers te zien zitten ze hier dagenlang. Achter hen brullen de kikkers. Uit de bomen vallen de rode en witte moerbeien. Mooi rijp, maar helaas te hoog. Ik heb een betrouwbaar uitziend gevallen exemplaar geproefd, heerlijk zoet. Na het kasteel het dorp in blijkt zinloos, zelfs de kerk is dicht. De bus echter is stampvol. Na een klein halfuur ben ik weer in Bratislava, waar het drukker lijkt dan gisteren. Ik zoek een vervanging van mijn achtergelaten zonnebril, en kom daardoor wat buiten de paar kruisende wegen van de historische stad. Daar zijn de gewone winkels, shoppingmalls en de voordeligere hostels. Zelfs nog grote winkels vol stoffen en galanterieën, die bij ons verdwijnen, en mij herinneren aan mijn moeder, die veel goed en zelf maakte. Omdat ik inmiddels weer gevloerd ben maar nog geen honger genoeg heb, besluit ik terug te gaan naar mijn hotel, daar de boel op te laden inclusief mijzelf, de blogjes bij te werken en als mijn maag gaat knorren een plek te zoeken om wat te eten.

U hoort er nog van.

EGA Volt 2026, Bratislava, 14 juni

Tweede congresdag

Omdat ik even was vergeten dat mijn wekker op zondag vrij heeft, wordt ik tegen achten wakker, na eindelijk een boerennacht. Bij het ontbijt voegen zich de Deen en de Noor bij me. Het gesprek is zo geanimeerd dat we het eerste half uur van de meeting missen, maar uiteindelijk gaat het ook om de ontmoetingen deze dagen. De ochtend zijn er weer deelsessies, de lunch op een trap in het zonnetje met Wolfram uit Darmstadt die zich inzet voor Oekraine. Die middag zijn ook de resultaten van de verkiezingen. De nieuwe co-presidenten zijn toevallig de kandidaten van mijn voorkeur. Marieke Koekoek zal zich als algemeen bestuurslid blijven inzetten voor Volt.

Er komt de gebruikelijke eindchaos van zingen voor jarigen, groepsfoto’s, knuffels en afscheid, er is een ’s nachts gebakken taart voor de verjaardag van Schengen, ik feliciteer sommigen, bedank anderen.

De Slovenen van de pubquiz vragen me met hen te eten, ze blijken de support-groep van de nieuwe mannelijke co-president, Sven Franck.

Op dezelfde plek als gisteravond worden tafels gevuld met potten bier en nachos, voegen zich steeds nieuwe Volters en eindigt het ermee dat we rond negen uur ieder ons weegs gaan. Met verschillende trams, soms zelfs de verkeerde. Sommigen gaan naar huis, andere reizen om via een derde land of voegen zich bij de afterparty. En ik neem de trein naar mijn hotel.

In het congrescentrum wordt inmiddels de hal gedweild, en getuigen alleen de grote schermen nog van het Voltcongres.

Waar zullen we elkaar volgend jaar ontmoeten?

EGA Volt 26, Bratislava, 15 juni

Treintje.

Omdat ik vandaag vrij ben, neem ik een omweggetje naar mijn tramhalte. Zo kom ik er achter dat het grote gebouw tegenover mijn hotelkamer een stadion is waar Slav Bratislava thuis is. En dat de diesel hier, mogelijk in afwachting van cease fire nummer 39, 1.62 is.

En dat grote gebouw tegenover mijn halte is een militair complex met NATO banden. 

De oude stad van Bratislava is niet zo groot, en steden hebben ook nog eens de neiging te krimpen als je ze leert kennen. Ik besluit mijn net dus wat wijder te gooien. De ochtend slenter ik op laag tempo door een heel rustige stad en neem de tijd foto’s te maken. Ik vind een prachtig binnenplaatsje met moderne fontein en zit even te niksen. Een man komt met zijn bezem de boel bij elkaar vegen.

De middag neem ik een toeristentreintje, ja, ja, ik weet het. Maar die komen op plekken die ik niet kan belopen op mijn oude voetjes. En ze vertellen er ook nog wat bij, om Erik Dijkstra te parafraseren.. Ik neem de combi, dan moet ik Bratislava wel zo’n beetje rond hebben. De tweede route heb ik het hele treintje voor me zelf, en de bestuurder vraagt of hij even mag tanken? Ik heb alle tijd, ga je gang. We zijn inmiddels al dikke vrienden. Bratislava is een stad van paleizen, pleinen en fonteinen en veel groen. Als ik uitgetreind ben, en de Ufobrug met de lift heb beklommen, om daarna weer naar beneden te kijken, ga ik weer aan de wandel. Eerst nog even een thee bij Habibi, en dan de de brug over om nog even te genieten van de Donau. Daarna het Aupark in. Eerst een kwartiertje bij het skatepark genieten van de halsbrekende toeren die er worden uitgehaald op kleine stepjes, fietsjes en skateboards. De kleintjes nog met helmen, de groteren zonder enige bescherming. Dat treintje heeft me geleerd dat lindebloesem hier in hoog aanzien staat. Vroeger bouwde men soms om een grote boom wel stellages zodat de notabelen de bloesems konden bewonderen. In het Aupark staan er zo veel, naast de andere mooie bomen, dat het hele park naar honing ruikt. Voeg daarbij de mooie ruime grasvelden, de schone paden en de zingende vogels overal, en je komt helemaal tot rust. In een honingwinkel aan de rand van het park en sla ik wat cadeautjes in. Dan weer over de Ufobrug terug naar het centrum. Er moet nog gegeten en thee is welkom. Maar bij een “Hé Volter!” beland ik bij twee heren aan een tafeltje met een potje thee. Een van hen trof ik tijdens een lunchbreak, de ander is nieuw. Er schuin tegenover zitten wat bekende Volters die ons al zagen en riepen, maar uiteindelijk maar naar ons toekomen, in gesprek gewikkeld als we snel zijn.

We waren allemaal al bang dat er geen Volters meer in de stad waren, maar gelukkig!

De heren hebben al gegeten dus tegen negen uur, als ons terras sluit, splitsen we weer en nu voorlopig voor het laatst , zij reizen morgen terug naar NL. Ik zoek een vegahapje, wat zeker in het toeristische centrum niet eenvoudig is. Dit is het land van de hachee, de schnitzel, de grote lappen vlees. Uiteindelijk wordt het iets met schapenkaas, en laat de bacon maar zitten. 

Weer een lange, vermoeiende, maar interessante dag.

EGA Volt Bratislava, 13 juni

Eerste congresdag en meer

Ik meld me zo ongeveer als eerste bij de incheckbalie, mijn hotel zit dan ook echt om de hoek. Het loopt vol en voller, ik zie bekenden en ontmoet nieuwe mensen. Er is de warming up, de officiële aftrap, er zijn mededelingen en dan is het kiezen naar welke sessie je wil. De keuze is reuze. Ik kies voor Oekraine, voor de bedreigingen van het oprukkend fascisme, voor de presentatie van de nieuwe kandidaten. De co-presidenten en de reguliere bestuursleden alsmede een treasurer moeten verkozen worden en afscheid genomen van de oude. Allemaal goed en nuttig en zoals dat bij iedere partij en verenging gebeurt. Wat het bij Volt zo zeer de moeite en de reis waard maakt, is de grote diversiteit, de inclusiviteit. Het elkaar ontmoeten over grenzen heen van land of kleur, leeftijd of geaardheid. Ik heb dat nog nooit bij welke partij of vereniging zo meegemaakt. En dat alles gekoppeld aan een aanstekelijk optimisme en en energie. Het enige probleem is het ontbreken van thee, er worden plannen gesmeed voor de Bratislava Tea Party Revolte. Het zal bij plannen blijven uiteraard.

Aan het eind van de middag volgt de publieksmanifestatie. In een lang lint trekken we zingend van een plein bij een brug langs de oever van de Donau naar de volgende brug. We eindigen bij een podium op de andere oever waar de DJ al stemming maakt. Er wordt gedanst, er wordt meegezongen. Het is nog net geen moshpitt. EP lid Reinier van Lanschot spreekt, en de ambassadeur van Slovakije in Oekraine betuigt haar solidariteit. Het Europees volkslied wordt gezongen, althans dat proberen we toch.

En dan vertrek ik naar waar ik vermoed dat mijn volgende activiteit, de pubquiz, is. Ik eindig in de donkere buik van een feestboot. Op zoek naar een tafeltje nodigen drie jonge Slovenen mij uit bij hen te komen zitten en samen een team te vormen. Dat is een succes op meerdere fronten. Ten eerste zijn het aardige jonge kerels, ten tweede zijn we met elkaar in staat het hoogste puntenaantal te behalen, samen met een ander team. De prijs is een rondje slivovitsj dus mijn vreugde kent geen grenzen. Maar er is ook vlierbessenlimonade. Tegen tienen zoek ik nog iets te eten, ik neem afscheid van de Slovenen, vind bij de foodcourt een bordje tofu en rijst, en de Groningers. De plek ritselt van de Volters, en lang nadat ik rond middernacht afscheid neem wordt er nog vrolijk gevierd.

Met Volters is het nooit saai.

EGA Volt, Bratislava, 12 juni B

Wat kun je een hoop meemaken op een dag, vooral als je op weg gaat. Iets verder dan je eigen dorp. Eén vrijdag. Door drie landen gereden. Uitgestapt in een nieuw land met een onbekende taal, met weinig Engels of Duits sprekers. Een mengelmoes van Zuid-Duitsland, Oostenrijk en overduidelijk Midden Europees. Na me geïnstalleerd te hebben in mijn uitstekende hotelkamer, en een blik te hebben geworpen in de nog lege congresruimte, voelt de tram terug naar het oude centrum al bijna als routine.

Ergens vind ik een terras met thee, waar inmiddels dringend behoefte aan is. Niets leukers dan mensen kijken. Ook hier de mengelmoes. Alles wat onder de dertig is, is ubercool, met dezelfde gescheurde jeans, de te korte truitjes, te korte broekjes en de verdwaalde tattoos als bij ons. De drie goede boekwinkels binnen tien minuten lopen zijn dat niet. De kledingzaken vol truttige bloemetjes of gericht op de toeristen met traditionele, dan wel hippiejurken. K Pop – en tiktokboekwinkeltjes, McCafe’s en Starbucks. De Action! Groepen toeristen op zoek naar “Het grootste restaurant in Europa.”

Mijn wandeling door de oude stad brengt prachtig opgeknapte hoofdstraten en pleinen, levendig maar niet overvol. De winkels vrijwel uitsluitend gericht op de buitenlanders die hier naar ik vermoed van hun Donaucruise achter een vlaggetje aan lopen, Maar twee straatjes daarachter valt nog veel te restaureren.

Ik vind uiteindelijk de plek waar tegen zes uur de boot met Volters vanuit Wenen aan moet komen. En een restaurant met een uitstekende bonensoep om er weer even tegen te kunnen. Terwijlk ik daarop wacht hoor ik: Hé Volter! Een groepje van een stuk of tien Volters is op weg om die boot te ontmoeten. Ik geef ze mijn vlag mee en beloof ze te vinden als de soep op is. Ik vind ze terug achter grote pullen bier bij een stadsstrand. Als er zich Volters van de boot bij ons voegen gaan we naar de beloofde stadsrondleiding die inmiddels al van start is gegaan. Achter een in Berlijn wonende Slovaak aan lopen we langs diverse hoogtepunten in de oude stad. Waarbij hij vooral inzoomt op plekken die illustratief zijn voor belangrijke ontwikkeling in een ver verleden en in het huidige politieke klimaat. Met bijvoorbeeld een dodelijk slachtoffer vanwege extreemrechts geweld, of een queer-café waar een massaschietpartij heeft plaatsgevonden enkele jaren geleden. Een snelweg die door de Russen werd aangelegd en twintig procent van de historische binnenstad sloopte op weg naar de Ufobrug. Inmiddels begint het af en toe te druppen en verdwijnt de zon. Tegen een uur of acht eindigen we bij het kasteel boven de stad en breekt de groep op in kleinere clubjes. De groep die mijn vlag overnam is inmiddels een man of 15 en we zoeken een eetplek. Alleen een pizzeria kan op dat uur nog een groep van die maat aan, het typisch Slowaakse restaurant, waar men staat te wachten, zit er voor vandaag niet in.

Allemaal prima. Inmiddels ontmoette ik weer de Deense Noor en zijn vader, die ik vorig jaar trof bij een moonshoot-sessie. Aan de pizza zit ik met drie mensen die ik nooit eerder zag voor vandaag. Het wordt een mooie avond. Om 22.00 uur ben ik terug in mijn hotel, inmiddels redelijk gevloerd, en met een laatste kop thee probeer ik te organiseren voor de zaterdag van het congres. Hopend op een boerennacht van een uurtje of 7 slaap na drie uur totaal in de voorgaande dagen. Om half vier ben ik klaar wakker.

Te vroeg voor het ontbijt.

EGA Volt 26, 12 juni A

Wenen?

De coupé waar ik de nacht doorbracht heet Liegewagon, en dat is niet per ongeluk als je het mij vraagt. Je kunt er liggen. Of je er ook kunt slapen hangt er vanaf. Op reis slaap ik al nooit, en hoewel ik hier goed gestrekt kon liggen, is de matras spartaans. En als je wat dikker bent lijkt het me ook proppen.De buurman sliep prima, hoorde ik aan zijn snurkje. Zoals vaak, slaap je dan om zes uur in, en om zeven uur schrok ik wakker. Gelukkig had ik van alles voorzien zodat ik me toch min of meer behoorlijk kon opfrissen in het toiletje.

Daarna kwam het inclusieve ontbijt, dat wel in- maar niet zeer ex- was: twee kaiserbroodjes, een kuipje margarine, een kuipje bosbessenjam en een bekertje heet water met theezakje. Vervolgens begon het innemen van het beddengoed. Inmiddels kwamen de berichten binnen: een andere Bahngleis in Wenen voor mijn volgende trein, een vertraging van inmiddels een uur zodat ik die trein zeer waarschijnlijk niet zou halen. De vriendelijke conducteur gaf mij een briefje me voor het geval er moeilijk gedaan zou worden. In Linz volgde chaos, nog meer vertraging, in 5 minuten overstappen naar een andere trein, achtergelaten schoenen werden nageworpen, rugzakken vergeten, maar uiteindelijk arriveerde ik in Wenen. Waar ik bijna weer een trein miste om die rugzak af te geven bij de lost and found.

In mijn trein naar Bratislava werden de eerste Volters gespot. Op het station in Bratislava naar vier verschillende loketten om informatie over het lokale vervoer, tot er iemand was die èn Engels sprak en de moeite nam wijs te worden uit het kaartje om mij de juiste overstapplek te wijzen. En toen dat gelukt was nog even zoeken hoe de bussen hier werken. Maar uiteindelijk, om half twee, een keurige kamer in Jugendstil, aan de achterkant van het Nationale Tennis Centrum waar ons Volt Europees Congres is dit weekend.
Alles komt altijd goed. Soms duurt het iets langer.

EGA Volt 2026, Bratislava

Door mijn hoofd gaat een liedje van Madness: night boat to Cairo, dadadaaaa, dadadadadaaaa.. Door uw hoofd nu ook. Ooit gingen we per nachttrein van Luxor naar Cairo en pasten we de boat aan naar train, ging prima.

Waarom zit dat liedje daar? Omdat ik dit schrijf, zitten in mijn boven-minicabine van de OBB Nightjet naar Wenen. Zojuist met vertraging vertrokken van Amsterdam Centraal. Wat moet ik dan in Wenen? Overstappen naar de trein naar Bratislava. want daar is de Europese Algemene Vergadering van mijn partij, Volt.

Vorig najaar was dat in Frankfurt, en dat beviel zo goed dat ik dit, aan het eind van het voorjaar, niet kon laten lopen.

Gelukkig dat ik na het instappen nog even controleerde of ik goed zat, want er rijden twee treinstellen achter elkaar aan en ik stond in die van Innsbruck. Ook leuk, maar anders.

Het is on mij heen nog doodstil, de trein is bij lange na nog niet bezet, maar in alle soorten vervoer zitten wel mensen. Dit is zo’n beetje 2de klas cabine, een afsluitbaar bed met opklaptafeltje, een beetje extra ruimte voor je spullen en een luikje naar de naastgelegen cabine, dat open kan als je met bekenden reist. Je kunt ook gewoon per stoel reizen uiteraard, zeer comfortabel, dan is er de keus van een vierpersoons cabine, te delen met wie ook maar, dan zijn er nog de prive-cabines met twee bedden en een bankje/tafeltje, voor als je echt geld wilt uitgeven. Als je alleen reist geen goede optie. Maar dit is in ieder geval iets wat ik nog nooit eerder deed, en dat is altijd leuk. Denk: Japans podhotel op wielen. Gemengde bemanning.

Free wifi, een aardige jongeman die vroeg wat ik wilde drinken bij mijn ontbijt morgenochtend. Op de site krijgt u 1 foto, voor meer foto’s is er Polarsteps. Omdat ik bovenin lig zie ik van de buitenwereld alleen het gras of de rails, of ik moet op mijn buik gaan liggen.

Tijd genoeg om alles hier te ontdekken en te ervaren. Tegen tien uur ben ik in Wenen, en eind van de ochtend sta ik in Bratislava, waar tramlijn 4 mij naar mijn hotel kan brengen. Ze wachten er al op me.

Da,da,daaaaa: night train to Vienna!

Counting the Rice, 2 januari 2026

Het afgelopen jaar 2025 heb ik nogal wat dingen gedaan die ik eerder nooit deed, onder het motto: Doe eens iets nieuws.

Ik bezocht Rode Lijn Demonstraties, een Europees Volt congres in Duitsland; Ik liet me een dag gevangen nemen door Amnesty International, ik verkocht Rode Lijn jam voor Artsen onder Grenzen ten bate van Gaza. Ik maakte in december in 13 dagen 47 duiken.

En ik gaf me op voor de installatie Counting the Rice in Voorlinden.

De installatie werd in 2014 door Marina Abramovich bedacht en uitgevoerd, en daarna regelmatig in enige vorm hier en daar. Bij Voorlinden konden bezoekers zich aanmelden om een uur rijst en linzen te tellen.

Dat leek me een leuke uitdaging. Er zijn weinig zaken nuttelozer dan een uur op een bankje rijstkorrels en linzen te gaan zitten tellen, om ze na afloop weer door elkaar geveegd te zien worden, waarop een opvolger overnieuw begint.

Dus meldde ik mij 2 januari 2026 keurig op tijd bij het museum, liet mijn aanmelding controleren, deed al mijn spullen inclusief mijn telefoon in een kluisje, en liep naar de plek van de installatie. Daniel Liebeskind heeft een speciaal betonnen bankje ontworpen, waar in dit geval één persoon plaats kon nemen, opgesteld in een hoek van zaal 2 van Stilte in de Storm.

Terwijl mijn voorganger, een jonge vrouw, nog druk bezig was linzen in rijtjes van tien te sorteren (zij telde dus niet de rijst) kreeg ik een hagelwitte labjas aan met rode letters: MAI, waarmee ik een deel van de installatie werd. Daarna nam ik de koptelefoon over van mijn voorgangster, kreeg een leeg papiertje en potlood, en begon te tellen.

Hoe doe je dat? Ik had van te voren bedacht dat ik wellicht een leuke figuur kon gaan leggen. Met getelde korrels. Ik liet dat plan bij aankomst onmiddellijk varen. Door heel korte nagels na het vele duiken de weken daarvoor, kon ik rijstkorrels slecht oppakken. Dus de rijstkorrels gingen per vijf vegend naar links, na 100 korrels gingen er 100 linzen een voor een naar rechts.

Wat gebeurt er dan, in zo’n uur?

Weinig.

Ondanks de koptelefoon ben je je bewust van de omgeving. Vooral als mensen hardop sprekend in je omgeving staan. Ik keek alleen op als er kinderen in mijn blikveld verschenen, ik zag verder alleen onderbenen en beentjes.

Mensen staan soms best lang te kijken, terwijl er weinig te zien valt. Komt iemand te dichtbij, dan grijpt de zaalwacht in. Het publiek wordt geacht geen interactie met de teller/installatie aan te gaan.

Concentratie is nodig om te tellen, je kunt je gedachten niet laten zweven, en je moet al helemaal niet beginnen aan een liedje in je hoofd. Wat in mijn geval nog een uitdaging is.

Als dat allemaal lukt dan kun je stevig doortellen.

Hoewel het geen wedstrijd is, het resultaat op dat papiertje neem je mee, niemand is geïnteresseerd in de aantallen.

Deelnemers zijn vaak vergezeld van anderen, die foto’s maken. Ik vreesde al dat dit verhaal nooit bewezen kon worden, (picture or it didn’t happen), maar Chiel, de medewerker, had twee foto’s gemaakt, die mij met enige vertraging toch bereikten.

Opvallend genoeg ging de tijd heel snel. Normaal gesproken heb ik een redelijk precies gevoel over hoeveel tijd er is verstreken, nu stond naar mijn idee na een half uurtje Chiel weer in mijn blikveld, tijd om de laatste linzen te noteren en mijn koptelefoon aan mijn opvolger af te geven. Die liet er ook geen gras over groeien en was al aan het tellen, voor ik met Chiel een en ander had afgerond.

Hij begon bij de linzen, die lagen bovenop.

Als je een beetje doortelt kun je in ongeveer 55 minuten 1200 rijstkorrels en 1145 linzen tellen. 

Het was een vrolijk makende activiteit, en totaal nutteloos.

Ik maakte daarna een rondje over de rest van de expositie en ging tot slot nog even kijken bij Counting the Rice. Daar zat inmiddels een vrouw geconcentreerd de rijstkorrels te tellen. Ze noteerde keurig het getelde op het papiertje naast haar op het fraaie bankje van Liebeskind.

Counting the Rice loopt nog tot half mei. Tellers kunnen er voor half maart niet meer bij.

Geachte meneer Koolmees, beste Wouter,

De beste wensen voor een mooi en mobiel 2026, dat het bij de NS maar mag lopen als een trein. Nog goede voornemens, inzake NS? Vast wel. Ik heb er, tegen mijn gewoonte in, recent een gemaakt voor 2026.

Even een idee wie ik ben: een zeventigjarige vrouw, met een Flex-abonnement, die regelmatig vanwege het milieu de trein neemt. Niet altijd sneller, zeker niet altijd voordeliger, maar het milieu mag wat kosten. Een maal per jaar ga ik ergens aan de andere kant van de wereld duiken. Ook dan neem ik het OV tussen Den Helder Zuid en Schiphol. Met een koffer van 23 kilo, een carry-on van net iets te zwaar en mijn backpack voor de zaken die in het vliegtuig nodig zijn. U kent dat wel, gesjouw.

Om uw plannen voor NS te helpen deel ik hier graag mijn ervaringen en observaties van afgelopen zondag 28 december, na een tweedaagse terugreis vanuit Anilao, Luzon, Filippijnen. 47 Duiken gemaakt, wat veel is. Niet om op te scheppen, maar dat u hier te maken heeft met een actieve vrouw die wel wat gewend is.

Ik daag u uit te doen wat ik gedaan heb afgelopen zondag, als soloreiziger. Niet een jongere collega op pad sturen, u bent veel jonger dan ik, het gaat u ook zeker lukken. Tweede klas kan, maar hoeft niet per se. Verschil zal het niet maken.

Mijn terugreis

Aangekomen bij de roltrap naar perron 3 op Schiphol: inchecken. Waar is het paaltje? Niet waar ik het verwacht. Even zoeken, ah, achterkant van de roltrap, met de achterkant naar mij toe. Voor een nieuwkomer niet te herkennen. Koffer maar even laten staan, om de trein niet te missen. Gelukt. Tref je een sprinter, dan trek je je koffers zo het balkon op. Tref je een IC dan moet je nog twee treden op, Gelukkig zijn er vaak mensen die nog een handje toesteken om de koffers het balkon op te krijgen, veel tijd is er niet. 

Tot Sloterdijk is niet lang, zo’n klapstoeltje kan best. Wel jammer dat onze perrons en onze treinen zo stoffig zijn en door graffiti er vaak verwaarloosd uitzien. Als eerste kennismaking met Nederland geen reclame. Ik begrijp heel goed dat die glimmende perrons, lightrails en vliegveldtoiletten in Doha, Djakarta, Singapore enzovoort, mogelijk zijn door laagbetaalde buitenlandse arbeidskrachten, maar toch.

Op Sloterdijk aangekomen op zoek naar de lift, waar in mijn geval wat andere reizigers mij voor waren, dus even wachten, de kleine lift is snel vol met al die bagage. Gelukkig was er tijd, met mijn koffers lift in, lift uit, door het poortje uitchecken, ook nog een handigheid met bagage. Naar perron 3 weer inchecken, daar is rechts een breder poortje, heerlijk. 

En dan sta je bovenaan een stenen brede trap, met je koffers. Die van mij zijn van een merk dat reclame maakt met valbestendige wieltjes, dat is maar goed ook. Ik moet de koffer per tree achter me aan slepen, een trap af met 23 kg in de ene en een carry-on in de andere hand gaat mij niet lukken. Lawaai maakt het wel. Gelukkig was er een dame die mij hielp met de carry-on. Wellicht lukt het u (nog) wel, zo’n koffer gewoon vrolijk al die treden af te tillen.

Vanwege een tussenstop om een jarige vriendin te bezoeken, stond ik in Alkmaar aan het eind van de middag op het perron te wachten op de trein naar Den Helder Zuid. Gelukkig was er op dit perron een ouderwetse wachtkamer, droog en uit de wind en iets warmer dan buiten. De deur open krijgen en je koffer naar binnen duwen was ook nog lastig. Maar gelukt.

Op tijd stond ik klaar om in te stappen, gelukkig toevallig net bij een deur met een fietsenbalkon. Handig, dacht ik, daar zijn echte stoelen en is veel ruimte voor je koffers. Helaas stond er een al wat ruim geparkeerde fiets en wilde er nog twee fietsers bij.

Ik zat toen al op een klapstoeltje. Er was wat gedoe om alles te laten passen. De hoofdconductrice die kwam kijken, had haar dag niet. Meestal tref ik heel aardige en beleefde conducteurs. Maar deze mevrouw sprak mij niet aan, maar de fietseigenaren: “Fietsen hebben voorrang, die mevrouw moet daar weg met die koffers”. Ik ging verzitten, maar kennelijk nog niet ver genoeg weg, dus ik kreeg dat nog een keer te horen, “Die mevrouw moet daar weg met die koffers.” Met enige medewerking van alle reizigers lukte het om alles te parkeren. De bewuste conductrice heb ik verder niet meer gezien. Maar goed ook, er zijn weinig zaken onbeschofter dan mensen niet rechtstreeks aan te spreken maar het via een ander te doen. De fietsers, erg aardige mensen, waren ook verbaasd: “Dat had toch zo niet gehoeven? 

Dat er in Den Helder Zuid in het weekend geen aansluitende bus is naar Julianadorp, kan u niet kwalijk worden genomen, maar OV zou moeten aansluiten. U kent vast wel iemand bij Connexxion (de naam draagt het in zich). Ik heb gelukkig een aardig zusje, dat even stopte met koken om mij voor onderkoeling te behoeden en met een warme auto mij op kwam halen.

Wat suggesties voor verbetering:

Maak die paaltjes van alle kanten herkenbaar, ook voor nieuwkomers. Zet ze daar waar je ze zou verwachten. Niet ergens naast of achter, maar gewoon op de logische plek voor de gemiddelde Schipholreiziger.

Die treinen glimmend houden: Praat eens met een reïntegratie-project, of mensen die taakstraffen uitdelen. Best een passend klusje voor de jongens die de trein zo fraai voorzagen van coupébrede kerstversiering met dichtgeschilderde ramen. Of andere dwarsreizigers. Geef ze een bezem, een grijper en vuilniszak. Laat ze graffiti verwijderen, ook in de toiletten.

Denk eens over een nodige aanpassing van veelgebruikte perrons, zoals dus perron 3 en 4 op Sloterdijk. Geen lift, geen roltrap, en dat op een station waar veel mensen vanaf Schiphol verder reizen.

Dat met die wachtkamers komt vast goed. Je kunt immers niet alles tegelijk.

Aangeven waar die fietsbalkons zijn, dat moet met de huidige techniek ook lukken, via datzelfde bord met die kerstman en rendierslee bijvoorbeeld (grappig, inderdaad).

Maar de medewerkers leren dat je de reiziger waar je wat van wil, direct hoort aan te spreken, bij voorkeur vriendelijk, maar in ieder geval beleefd, dat kan eigenlijk vandaag al.

O ja, mijn voornemen: ik ga bij een volgende duikvakantie niet meer per OV. Ik bespaar me die laatste treurige halve dag ellende voortaan en neem een Schiphol taxi. Niet duurzaam, wel fijn.

Ik hoor graag hoe u het vergaan is met die proefrit. Een fijne jaarwisseling en succes! (en vertil u niet aan die koffers).

Linda Rose Smit