Featured

Na negen maanden in Irak te hebben gewoond en gewerkt, in een project ter ondersteuning van de lokale democratie, verbleef ik najaar 2011 drie maanden in Cairo. In 2012 was ik enige tijd in Tunesië. Daarna openden zich weer nieuwe deuren. Van mijn belevenissen en observaties doe ik hier verslag.

NBU 90, Om de zuid

 

IMG_1906

Lekker langzaam opstaan vanmorgen, alle buren (er kwam nog een bus om half elf) zijn al weg als ik de vlag hijs en de motor start. Ik rijd over stille wegen, of ze nu bij, zij of scenic zijn. Rode aarde, groene velden, geel gras. Voor de schilders: napels geel, sapgroen, gebrande siena. Als ik rivieren oversteek ligt er zand in plaats van stenen in de bedding. Er zijn hier veel steengroeves, als er rotsen liggen zijn ze grijs op of paars. Ik kom in Comanche gebied, volgens bordjes. Maar je ziet er niets van, de huizen en velden zijn hetzelfde als daarbuiten. Wel is er ergens een heilige stad te bezoeken. Een andere keer. Er lopen hier allerlei routes die ik langer of korter meerijd. De tipiroute, de Chissum trial (die van dat vee naar Dodge City) en bij Sayer zelfs over een authentiek stukje Route 66. Merk je ook weinig van. De stadjes stellen niet veel voor, de een wat armer dan de ander, maar veel verder dan twee kruispunten kom je meestal niet. Ik stel de gang naar de stad zo lang mogelijk uit. Maar ik moet er toch aan geloven, en na een laatste bergkammetje passeer ik de grens van de Lone Star State, thuishaven van Monster. Het wordt drukker op maar ook naast de weg. Meer bebouwing, meer industrie en bedrijvigheid. Ik rijd uren achter elkaar en kan maar niet beslissen: naar Dallas? Door naar Waco? Naar Fort Worth, koeien kijken? Ik maak het mezelf makkelijk, ik besluit tot een KOA campground in de buurt van Forth Wort. Met de bedoeling dan daarvandaan even een kort bezoek aan Dalles te brengen morgen. Zo dichtbij, dan mag je de Grassy Knoll niet overslaan.

Zo rustig als mijn kampeerplekje afgelopen nacht was, zo druk is deze gelegen, dicht bij een snelweg naar Dallas. Wel met een zwembadje, dat ik bezoek na uitgebreid kennis te hebben gemaakt met mijn buurman. Gepensioneerd luchtmachtmilitair, duidelijk een GOP stemmer, nu op weg naar het noord-oosten. Hij staat hier al een paar dagen; zijn ex heeft stormschade aan haar huis, hij helpt met opknappen. Die stormen waren inderdaad hevig en over een groot gebied, ik heb steeds geluk gehad en ben om alle weerellende heengezeild.

Mijn watertank is leeg, volgens plan, ik probeer nu de grijze en zwarte tank ook zo schoon mogelijk te krijgen en te houden. Ik borstel mijn bergschoenen schoon, in mijn hoofd zitten al lijstjes.

De koelkast wordt steeds leger, ik heb alleen nog cottage-cheese, een restje blauwe bessen, twee verse bieten, gekocht op een boerenmarkt een paar staten terug. Goed voor het weekend. Verder wat blikvoer, maar dat blijft wel goed. En trailrantsoenen, minder gelopen dan verwacht. Er komen berichtjes van het thuisfront, over ophalen, invallen, statuten die gelezen moeten worden.

De Nederlandse wereld naakt.

NBU 89, In alle staten

IMG_1885

Hoe kan ik nu denken dat het over is! Het blijft gewoon mooi natuurlijk. Weidse vlaktes met veel vee als ik vertrek uit Trinidad. Ik zie zelfs twee groepen pronghorns. Yihaa! Dode vulkanen domineren het landschap, de velden zijn voor het vee. Wei tot de einder, en de hekken ook. Tot ik Texline nader, de grens, dan is er ineens weer landbouw, met velden vol sorghum en mais. De silo’s en jaknikkers nemen het over van de vulkanen en bergrichels. Het wordt plat en leeg en prachtig. Tijdens de lunchpauze, na een paar uur rijden, bereken ik weer even wat mijn opties zijn. Ik zoek toch nog ergens een park, en als dat lukt, kan ik daar wellicht vandaan in een dag terug naar Waco, dat wil zeggen twee nachten kamperen aan een meer?

De rest van de route is steeds weer anders, net als ik denk het blijft vlak, zit ik ineens tussen allerlei ondiepe canyons, het blijft verrassen. Oklahoma is hetzelfde het kleine stuk dat ik tot nu toe zie als Texas, zou dat morgen nog veranderen? Met die grens heb ik vandaag de vierde staat van de dag bereikt, en de 24ste van deze reis. Bijna de helft.

Iets na zes uur sla ik af bij het bordje Black Kettle Rereational Area. Eerst naar rechts, alleen dagkamperen. Er is geen hond, maar toch even links ook kijken. Daar zijn drie of vier kampeerplekken voor RV’s, er staat een hatchback. Mmm. Wie of wat zit daar in? De plek is verder prachtig, tussen de rode rotsen, onder de bomen, met al die krekels weer. Als ik naar het toiletgebouw loop, stapt er een vrouw uit. We zijn allebei blij elkaar te zien. Zij had al gebeld naar de ranger of het veilig was hier te staan, zo in haar eentje.

Nu weten we zeker dat het veilig is. Ze komt visite en we delen ervaringen. Ze gaat naar het noorden, via een aantal plekken waar ik geweest ben, en zij woont, gepensioneerd arts, nu in Waco, waar ik langs wil. Een mooie ontmoeting met uitwisseling van interesses en ervaringen, zij fotografeert, ik schilder, ik geef haar plekken die goed zijn voor sterfotografie, een plek die ik zelf oversloeg maar die zij zeker moet meepakken.  We wensen elkaar een goede verdere reis en gaan dan eens zien hoe het is, hier slapen tussen de krekels.

De reis is nog niet gedaan!

NBU 88, County roads

 

IMG_1826

Ik heb vanochtend een uitstekend plan met bijbehorende route. Eindpunt Trinidad. State Park als ze plek hebben. Ik ben nu in Trinidad, dus dat is gelukt. De uitgestippelde route echter, gaat na anderhalf uur de mist in.

Dat komt zo: Vanuit Salida rijd ik nog even door het historische centrum. Daar wordt altijd veel ruchtbaarheid aan gegeven, en ze doen uiteraard prima werk, leuke winketjes ook hier en daar, maar niet dat ik denk: daar moet je geweest zijn. Waar ik wel geweest wil zijn is de scenic byway, kort ten oosten van de Sangre de Christo Mountains. En met recht. Ik geniet al vanaf het eerste moment. Lekker rustig, lekker bergweggetje en prachtig uitzicht. Links de hoge heuvels, recht de besneeuwd joekels Dan naar beneden, met mooie valleien, prachtig vee, schitterende ranches af en toe: een plaatje, en dan ook nog met zon en mooie witte slagroomwolken. Je gaat er diep van ademhalen, van zo’n landschap. En als je uitstapt ruikt het naar bloemen.

Dan, als ik een heuvel overrijd, vallen plotseling de bergen naar buiten. Voor mij ligt de wereld als een schaal open.  Adembenemend, wat een weidsheid.

Ik zie al van ver de cliffen liggen, twee kleine plaatsjes, het een ontstaan door de zilver rush hier, silvercliff dus, en het andere kwam er toen de trein hier halthield, Westcliffe. Daar maar eens een kopje thee, lijkt me. Ik loop naar binnen bij de eerste de beste uitspanning die koffie en taart belooft. Wat een verrassing. The Valley Mercantile zit er nog niet zo lang, de vrouw des huizes bakt en verzint alles, de man springt bi jin het weekend naast zijn gewone baan. Ze kwamen hierheen vanuit North Carolina, verliefd op dit landschap van zuid-oost Colorado. Een tentje waar je overal hoge ogen me zou gooien, lekkere thee (!), versgebakken appeltasjes vandaag, het menu voor de lunch wappert mee met de fantasie van de gastvrouw. Een vriendelijke sfeer. Heen, als u in de buurt bent. Of naar een van de vele andere tentjes, want daaraan geen gebrek in dit 500 inwoners grote plaatsje.

Bij het doorbladeren van de lokale gids zie ik dat het vandaag de laatste dag van de fair is, en dat stond nog op mijn lijstje, een fair. Dus daarheen, na wat leuke galeries en winkeltjes. Het valt me op dat iedereen die ik spreek hier is komen wonen , en die winkeltjes of galeries erbij doet. Met 500 inwoners en een kort seizoen, is het geen vetpot, het is een bijbaan. Maar het maakt het dorp we levendig.

Als ik aankom bij de fair blijkt dat ze met de livestock auctions bezig zijn. Zoals je dat wel ziet op TV met zo’n ratelende veilingmeester en onduidelijke gebaren.

Door mijn buren te vragen kom ik erachter hoe het zit. Deze fair is georganiseerd door 4H, een jongerenorganisatie in vooral de rurale gebieden. Ze organiseren activiteiten en de Fairs in hun stadjes en dorpen, leren zo van alles dat goed staat op hun CV en een groot deel koopt in het najaar jongvee. Een gesneden stiertje, varken of geit. Die gaan ze dan op mesten en verzorgen. Tijdens de fair worden ze gekeurd, misschien bekroond, en dan bij opbod verkocht. Voor een prijs die vijf keer hoger ligt dan bij de slager, het is elkaar iets gunnen om de way of life in stand te houden. Het echtpaar naast me heeft een flink bedrijf met vele ranches en aanverwante bedrijven, ze kopen flink wat beesten, vooral van jongelui die ze.  En als hij bekroond is, dan weet je wat je krijgt. Dat vlees wordt dan verdeeld onder de werknemers.

Als dank krijgen de kopers en cadeaumand met eventueel een foto van de bekroning. De winnaars krijgen een riem, en de eerste plaatsen mogen door naar een grotere Fair, met duizenden beesten. Als ze die grotere fair winnen, dan worden die beesten echt voor vele duizenden dollars verkocht. De stemmig is vrolijk, er wordt bij een goede kiloprijs geapplaudisseerd, men jut elkaar op. De oud-leraar van de landbouwschool heeft er een handje van de stemming te maken en mensen aan te manen hoger te bieden. Veel hoeden, veel laarzen. Ik ben zeer waarschijnlijk de enige buitenlander.

Na anderhalf uur genieten door naar het gratis concert in het parkje, iets verderop. Een man, een gitaar, een harmonica en enkele tientallen bezoekers onder partytenten op hun klapstoeltjes in het gras. Ik moet helaas weg, anders kom ik nooit meer terug in Houston, maar het is ook hier genoeglijk. Ik kijk nog even bij de makelaars in de etalage, een cabin met bergzicht is best te doen.

Ik doe nog een stukje scenic route, maar besluit dan het tweede deel van mijn ritje in te korten, vanwege de tijd en vooral het dreigende weer. Door de bergen, na een pas van bijna 8000 voet, rol ik via luie heuvels naar beneden. Aan de zuidelijke horizon de intimiderende Spanish Peaks als wachters. De rest van de bergen wordt opgevreten door de regenbuien. Weinig dramatischer dan een door de namiddagzon beschenen droog geel landschap met daarachter die paarsblauwe donderwolken. Af en toe een vulkaankegel, af en toe een richel die doet denken aan de ruggengraat van een dinosaurus. Weids, kleurrijk, boeiend.

Dan haal ik die buien in, met de bijbehorende windstoten en wordt het oppassen geblazen. Ik stel mijn plan bij. Met regen naar het state park levert weinig extra op, onder de natte bomen aan een meer waar je niet gaat zwemmen. Ik zie de Walmart en steek af, en ben weer niet de eerste of de enige. Deze dag, met zoveel contacten, zoveel authentieke sfeer, is voor mij de eindmarkering van de echte reis. Wat rest zijn de dagen kilometers vreten om op tijd in Houston te zijn.

Maar verdorie, wat een dag weer!

NBU 87, Royal Gorge

IMG_1573

Florence slaapt nog zo’n beetje als ik aankom voor een ochtendje winkelen. Het is de antiekhoofdstad vinden ze zelf, dus maar eens kijken wat daar van waar is.

De hoofdstraat zit inderdaad vol met winkels die van alles aanbieden dat ooit van een ander is geweest. Antiek niet altijd, en vaak ook niet om aan te zien, maar wel leuk om langs te lopen. Er zijn ook erg leuke dingen te vinden, maar een pianola plus muziekrollen, dat wordt lastig inpakken. En die stereokijker op zich is goed betaalbaar, en leuk, maar de plaatjes gaan per stuk, dat bouwt op.

Uiteindelijk bezwijk ik voor een sieraad van lokaal gesteente. Dat is lekker klein ook. Terwijl ik daar gezellig met de maker in gesprek ben ook bericht uit Houston: Monster kan onderdak, dat is weer geregeld. De reparatie die ik wil laten uitvoeren lijkt voor de aangeschreven garage niet te doen, maar hij vraagt een collega. Komt ook vast goed.

Dus de bergen in! Ik ben al blij met de bergweggetjes met mooie kale gele rotsen, maar Royal Gorge heeft meer te bieden dan een slingerweg. In 1929, omdat het kon, bouwde men hier de hoogste hangbrug ter wereld, nu nog de hoogste in Noord-Amerika. Diep onder die brug de Arkansas, in een nauwe spleet. Daarlangs de trein, erop vele bootjes met mensen die gillend langs de stroomversnellingen gaan.

Maar eerst moet ik, met een gondeltje, naar de overkant. Het Efteling effect, je slingert er gezellig met zijn allen wachtend heen. Een jongetje verontschuldigt zich bij me, ik vraag hem waarom. Ja, omdat ze met zijn allen zijn, en ik alleen, en ze maken zoveel herrie. Ik vertel hem dat hij zich niet hoeft te verontschuldigen voor het feit dat hij bestaat en praat, dat er minder verontschuldigd moet worden. Ja, hij vindt ook dat hij dat steeds doet, hij wordt er zelf ook moe van. Ze zijn keurig opgevoed, dat wel. Maar het is inderdaad soms veel, hoe vaak men hier ‘Excuse me’ zegt. Je gaat het vanzelf ook doen, maar het gaat soms echt nergens over.

Maar de overtocht met het gondeltje (ja, idd de hoogste gondel in de VS) is de moeite waard, de rivier stroomt groen onder ons. Ik had natuurlijk kunnen kiezen om terug te gaan met de zipline. (In plaats van de skydive die je kunt maken van een hoge schommel boven de afgrond). Maar ik neem de brug, met de vele planken. Het is een imposant gezicht, en de brug slingert lekker onder al die mensen en de karretjes die erover rijden voor wie niet wil lopen. Op de brug de vlaggen van alle staten, daar kun je dan mee een selfie voor je FB maken. De mijne hangt er niet bij helaas.

Als ik aan de overkant ben, begint het te regenen en de wind speelt op, er rolt van alles, zand waait op, de vlaggen staan strak. Ook hier is timing van belang. Ik slinger via de giftshop weer naar buiten, zoek Monster op en rijd het bergweggetje weer af. Het is nog vroeg, misschien is er nog plaats in het RV-park om de hoek. Nee alles vol, en ook hun andere parken in de buurt.

Ik besluit de McDonalds in Salida, een uur verder, als bestemming te nemen. Die hebben wifi, en de kaart wil er geld bij hebben. Eerst nog even kijken bij de Dino Experience. Veel dino’s.

Een werkelijk weer prachtige tocht naar Salida daarna, als het geregend heeft terwijl ik die dino’s bekijk. Mooie rotspartijen, rood, geel, de groene rivier dan wat dichterbij dan wat dieper weg. Prachtige schaduwen deze namiddag. En achter de bergen naast mij de Rockies, de hoge jongens aan de horizon er bovenuit piepend, inclusief de sneeuw.

Ik parkeer ergens in het zonnetje, maak wat foto’s en te eten. Terwijl ik sta te kijken naar het snelstromende water komt er een klein bootje voorbijvliegen. Een man zit in het midden en houdt koers met zijn lange riemen. Twee mannen staan ieder aan een kant te flyfishen, de hengels zwiepen van linksnaar rechts en terug, op jacht naar forel. Ondertussen moeten ze zich in evenwicht zien te houden in de bewegende boot. Weer eens wat anders dan een middagje tussen het riet.

In Salida is de bestemming snel gevonden, de bestelling is wat lastig met een nieuwe medewerker die nog weinig direct kan vinden en een meisje dat hem moet helpen dat mij slecht verstaat. Ik krijg dus geen koekjes bij de thee deze middag, maar een chocolate shake. Ook lekker.

Het loopt langzaam vol met mensen die hun vrije dag hier afsluiten met een snelle maaltijd. Van hier en van verder weg. Ik regel wat bankzaken, schrijf en upload mijn blog, neem de email door en houd de sociale contacten bij. Ik neem drie parkeerplaatsen in hier, een koopje alles bij elkaar.

Het was weer een wow-dag.

 

NBU 86, Bent’s Old Fort

 

 

IMG_1396

Na een ritje met verdwalen, ik kwam al niet goed van de camping af arriveerde ik dan toch na een uurtje bij Bent’s Old Fort. Het Fort ligt aan de voormalige grensrivier Arkansas, Mexico lag op een steenworp afstand aan de overkant. In tegenstelling tot wat de naam suggereert, was het geen verdedigd Fort, maar een handelspost, opgezet door Bent en zijn firmanten. Doel was de handelsroute naar Santa Fe te accommoderen, en de bisonhuiden over te kunnen slaan. De Chayennes in deze streek werden er rijk van, van al die vellen. De Bison werd interessant toen de bevers bijna op waren. Het Fort is opgebouwd uit adobe, wat voor deze noordelijke streken eigenljk niet zo geschikt is, het vraagt voortdurend onderhoud. Toen, met het oorspronkelijke Fort, en nu bij de reproductie die hier staat, volledig op authentieke wijze opgebouwd. Al het ijzerwerk is gesmeed in eigens mederij. Die kopie kon tot stand komen omdat er ooit een herstellende kaartenmaker verbleef, die het Fort zorgvuldig opmat. De beschrijvingen van mensen die hier korter of langer verbleven in hun dagboeken en brieven, geeft vele details. De gidsen in kostuum zijn geschiedkundigen en weten van alles wel iets te vertellen. Geen vraag is ze te gek.

Een brandend vuurtje, een echte kraal met ossen en paarden, kippen en pauwen, geven geur en kleur aan het geheel. Je kunt je voorstellen hoe het was, in de drukke tijden.

Het Fort kende een korte bloeiperiode en ging toen roemloos ten onder, vervangen door nieuwere gebouwen iets verderop. Maar zolang het er stond, was het een centrum van handel, de indianen in die tijd kunnen zich nauwelijks hebben bedacht dat ze deel uit maakten van een netwerk dat tot ver buiten Amerika actief was. Alles kwam hier samen, tot aan de Chinese thee aan toe.

Ik neem de tijd, in deze hitte, bezoek iedere kamer en geniet van de mooie bouw, die zo prachtig past in dit lage kale landschap. Dan rijd ik door naar Pueblo, terwijl de hittegolf zich naar het noordoosten uitstrekt, de eerste doden zijn al gevallen. Amerika raakt op meer dan één front oververhit. Halverwege de middag, nog voor Pueblo, na dagen van een platter en leger wordend landschap, doemen de blauwe bergen weer op aan de horizon, voorbodes van de Rockies.

Ergens ligt plotseling een auto op zijn kop in het veld, mensen lopen er naartoe, hulpdiensten zijn nog niet gearriveerd. Dat is de tweede keer dat ik een eenzijdig ongeval zie, op een rustige rechte weg. Hopelijk niet de aanleiding tot weer een bermmonumentje.

Er komen weer scheuren in de velden en kale rotsen aan de horizon. In Pueblo vind ik een uitspanning aan het nieuwe rivierwandelpark, resultaat van de stadshartvernieuwingen, ook hier. De stad heeft ongetwijfeld meer te bieden dan dit goed bezochte café op deze vrijdagmiddag, maar de hitte is verpletterend. Ik wil graag kamperen in een state park aan het meer in de buurt. Helaas, alles campings, staats en privé, zitten nokkievol. Ik rijd naar de volgende stad, in de auto is het immers koeler dan daarbuiten. Het landschap wordt weer prachtig, met al die rotsen, donkere bergen in het westen, de begroeiing die voortdurend verandert, de vele Mexicaanse invloeden in de bouw van de huizen. Ook in de volgende stad en op weg erheen is alles vol. Dan wordt het dus weer Walmart. Maar voor ik daar aankom zie ik een bioscoop. Daar maar eens kijken. Timing is everything, ik ben net op tijd om aan te schuiven bij the Lion King, de zaal zit redelijk vol. Veel kleine kinderen die na de eerste vrolijke tien minuten het lachen vergaat. Het belooft een warme nacht te worden, maar de avondhemel met die bergen voor de rode wolken, maakt veel goed.

Morgen toeristje spelen, eerst met de antiekzaken in Florence, dan de Royal Gorge bekijken. Denk ik.

NBU 85, Meer

 

IMG_1327

Lekker op tijd naar bed, lekker lui uitslapen. Pas om half acht sta ik op. De overburen zijn dan al vertrokken, met tent, boot, kinderen en hond. Niets van gemerkt. Zwemmen staat op het programma, en wat orde scheppen in de chaos. Helaas zijn de steekvliegen nog steeds hongerig, dus ik zwerm een beetje van binnen naar buiten en weer terug. Af en toe doe ik eens iets, dan lees ik weer eens een stukje, dan schrijf ik weer eens wat. Lekker ongeorganiseerd. Halverwege de middag, als het echt niet meer te harden is, loop ik de weg af naar het strandje aan de andere kant van het reservoir. De camping is niet aan het meer, maar aan een soort lekbak, achter de grote dam.

Het water begint nog net niet te sissen als ik erin loop. Er is een uitgebreid gezin aan en in het water, met vooral meisjes en vrouwen, opa (nog jong) zit op een stoel in het water en houdt de kleinzoon in de gaten. Een echtpaar hangt in het water af te koelen. Als ik na een half uurtje dobberen weer aan wal ga, raken we in gesprek, krijg ik een lift terug en vragen ze of ik van spelletjes houd. Ze komen uit Colorado, waar ze twintig jaar geleden voor werk vanuit Canada heen verhuisden.  Neil was al eens in Nederland en meende een Duitse aan mij te horen. Dat denken ze hier steeds, ik vind dat wij helemaal niet hetzelfde accent hebben als Duitsers, maar daar sta je in Amerika redelijk alleen in.

Ik lees nog wat met de Airco aan, binnen. Vanwege de hitte (39C) en de steekvliegen, die deerflies blijken te zijn. Anti-mug helpt niet tegen ze. Denk niet dat het alleen kommer en kwel is met de insecten hier, er vliegen prachtige libellen en andere insecten en ook mooie vlinders. Na een frisse douche en een middagje lezen, sta ik om half zeven met een pak koekjes voor de deur van mijn gastheer en -vrouw. Het wordt een gezellige avond met verhalen en een spelletje jatzee.

Als ik keurig voor mijn Monster wordt afgeleverd, vliegen er honderden insecten rond mijn buitenlampje. Ik ben dus nog wel even bezig als ik binnen ben, om alle blinde passagiers te vernietigen, voor ik rustig kan gaan slapen.

Wat ga ik morgen weer beleven?

NBU 84, Dodge City

IMG_1213

 

Vandaag een berichtje van een trouwe volger:  Iedere morgen lees ik eerst jouw stukje. Hoeveel krijg ik er nog? Ik ben blij met iedereen die mijn stukjes leest en commentaar geeft, dat is toch een band met het thuisfront, zeker als je alleen reist.

Maar eigenlijk schrijf ik ze voor mezelf. Alleen ergens door het landschap rijdend probeer ik wat ik zie in woorden om te zetten. Zo dwing ik mezelf om goed te blijven kijken. En ik weet over een paar jaar nog wat zich heeft afgespeeld. Niet dat alles opgeschreven wordt, dan worden de blogs te lang (zoals deze dus), het zijn meer een soort kapstokken voor later.

Vanmorgen op weg naar Hasty had ik zo veel te melden, dat het overborrelde. Ik heb Siri aan het werk gezet om notities te maken. Die ik nu moet zien te ontcijferen, hij srpeekt geen Engels. Na een half doorwaakte nacht, waarin ik de vrachttrein en de ezel heb horen roepen, blijkt vanmorgen vroeg dat de schoolbus naast mij bewoond wordt. De verse eigenaar moet nog even uitzoeken bij welke neef hij zich gaat voegen, wat hij nog gaat sleutelen aan het ding om het echt bewoonbaar te maken, maar dan komt het helemaal goed. Want Dodge City, het is een ‘hole in the wall, not much to do here.’ En hij houdt het hier voor gezien.

Dat kan goed zijn, als je hier al jaren woont, maar voor de eenvoudige bezoeker valt hier nog wel wat te zien. Ik ben al vroeg bij Boot Hill, de vroegere begraafplaats. Nu is er een whiskystokerij, nog dicht. Naar het bezoekerscentrum dus. Daar staat de trolley klaar voor een rondrit, inclusief Fort Dodge. De chauffeur kan zijn lol niet op, ene bezoeker uit Nederland. Je mag hier vaak een speld in een wereldkaart zetten om aan te geven waar je vandaan komt. Ze lopen mee om te zien waar Den Helder ligt, inclusief een andere bezoeker. Helaas is Nederland ongeveer 3cm, er zijn al zoveel Nederlanders, Belgen of Duitsers geweest dat Noord-Holland niet is terug te vinden, dus ik woon nu op de Doggersbank.

We rijden door de stad, krijgen uitleg over het ontstaan, zien de cattlefeeders en het fort. We zien het eerste hotel/restaurant, Harvey, dat de treinreizigers een maaltijd bezorgde, en beroemd was om zijn goede personeel de Harvey girls; allemaal meisjes met goede manieren tussen de 18 en 30. Harvey wist goed in te spelen op het ontluikende toerisme, zijn restaurants zag ik ook elders, zoals bij de Grand Canyon. Op het staton ook twee zonnewijzers, opgebouwd met grindstenen. Central time en Mountain time, de 100stemeridiaan loopt door Dodge, en daarmee ook dat tijdsverschil. Nu ligt dat tijdsverschil honderd mijl westelijk.

Het fort, dat eigenlijk meer een verzameling barakken en gebouwen is, heeft geen omheining. Custer kwam er ooit langs, nu wonen er veteranen. Na ruim twee maanden rondreizen hier kom ik nu op het nivEau dat ik puzzelstukjes aan elkaar kan leggen. De trails krijgen een gezicht, ik volg nu zo’n beetje de Santa Fe trail. Dodge City is emblematisch voor dit stuk van de VS.  Zoals ik gisteren al schreef, eerst de indianen, dan de rest. Dodge ligt aan de Arkansas rivierSanta Fe was de noordelijkste stad daarvoor vandaar die trail. Op deh euvel ergens in een woonwijk zijn nog wagensporen te zien onder het gras. Verder wemelde het op de vlaktes hier van de bizons, wat jagers aantrok. Om die huiden naar de oost te krijgen kwam de trein, de huiden lagen al bij duizenden te wachten toen het spoor eindelijk zo ver was. Dat station werd ook gebruikt voor het vee dat vanuit Texas aan kwam lopen, met al die cowboys.

Eigenlijk doet de stad nog steeds hetzelfde als toen, niet het wat maar het hoe is veranderd. Ook nu nog zijn hier bedrijven die vee mesten tot slachtgewicht. Nu gaat dat via chips in de oormerken zo wetenschappelijk, dat men per afzetmarkt kan bepalen hoe de biefstuk er uit komt te zien.

Dodge ondertussen leed nogal onder al die aankomende cowboys die hun loon in een keer kregen uitbetaald, en vaak omzetten in drank en vrouwen.  Burgemeester Hoover, later nog President (die van de dam ja) was al die wanorde zat. Hij liet Wyatt Earp komen, die orde op zaken stelde en tegelijk met zijn vriend Doc Holliday, de cowboys via gokken weer van hun geld af hielp.

Boot Hill dankt zijn naam aan de dronken droppies die neergeschoten werden na een caféruzie of iets dergelijks en geen geld hadden voor een behoorlijke begrafenis bij Fort Dodge, zoals de nette mensen. Ze weden met hun laarzenn og aan, of als kussen onder het hoofd, in een ondiep graf gelegd.

Na de rondrit loop ik nog langs de historische gebouwen en beelden in het stadje, volg een stukje de Walk of fame, met veel gunsmoke-acteurs. Dan nog even wat drinken, een kaartje bezorgen bij het stadhuis, omdat ik geen brievenbus kan vinden. Dodge City heeft veel wind, ze zeggen hier meer dan in Chicago. Dus bouwt men hier windmolenparken, in GardenCity zie ik een overslag terrein, want ook Lamar krijgt zo’n park.

Als ik over de High Plains rijd, met de graanprijzen soms op de radio, of een urenlang verslag van een baseballwedstrijd ergens, probeer ik me voor te stellen hoe het geweest is, die lege vlakte gevuld met manshoge golvende grassen in de wind hier, als de zee. Af en toe krijg ik een stukje te zien, maar niet de immense weidse verten van toen.

In Lamar wil ik naar het Colorado Welcome Center. Het plaatsje doemt al van ver op aan de horizon, de hoge silo als herkenningspunt. De kathedralen van de high plains, blikkerend in de zon. Met de aardige vrijwilligster van het centrum stippel ik uit wat er nog haalbaar is inde dagen die mij hier resten. Daarna drinken we gezellig thee en hebben het over ratelslangen, die komen hier nogal voor. Zomers heb je er minder last van gelukkig.

Dan rijd ik naar het John Martin Reservoir Statepark voor twee nachten aan het water, en met achter mij een voorbijgaande onweersbui parkeer ik Monster onder de bomen.

Monster was vandaag jarig, hij heeft nu meer dan10.000 mijl met mij gereden door dit prachtige land. Geen wonder dat er stukjes afvallen, met al dat gerammel. Om het te vieren is er thee en chocola, terwijl de cicade en de vogels hun avondliedje zingen in diezelfde hoge bomen.

Maar alle steekvliegen muggen zitten aan tafel bij die Hollandse. Vanavond eten ze uit.