Intro

Uitgelicht

Na negen maanden in Irak te hebben gewoond en gewerkt, in een project ter ondersteuning van de lokale democratie, verbleef ik najaar 2011 drie maanden in Cairo. In 2012 was ik enige tijd in Tunesië. Daarna openden zich weer nieuwe deuren. Van mijn belevenissen en observaties doe ik hier verslag.

Voor dagelijkse zaken vind je me op mastodon <a rel=”me” href=”mastodon.social/@lindarosesmit“>Mastodon</a>

So this is Christmas

Ik ben kerstfan. Waar ik door het jaar heen houd van leeg en strak, gaan de laatste weken van het jaar mijn kitschklieren helemaal los, wil ik kerstversiering, kersetentjes, kerstgasten, kerstbrood, kerststress, kerstkaarten: het hele varken.

Vorig jaar viel mijn kerstfeest, na een al wat mager kerstjaar daarvoor qua kerstgasten, helemaal in het water. Dus dit jaar zou ik dat compenseren, kerstfeest XL stond op het programma. Alle versiering een plek geven, alle kaarten op tijd op de bus,  alle dagen gasten en een beetje over de randen, logeetje in huis, hier en daar cadeautjes, veel koken.

De kerstkaarten zijn inmiddels (we schrijven 4 januari 2023) nog niet overal bezorgd, dat worden de nadruppelaars van Post.nl. De etentjes waren gezellig, niemand werd er ziek van, er waren leuke gesprekken, het kerstgroen hield zich braaf, en vrijwel alle versiering heeft het overleefd.

En toch, en toch. Kerst was anders dit jaar.

Vrijwel ieder koor, veel reclamespots, elk kerstprogramma, iedere kersfilm had tenminste een van de volgende nummers op het repertoire: Caroll of the Bells of So this is Christmas. Geen toeval, beiden verwijzen naar de oorlog die begin 2022 begon en voorlopig nog niet voorbij is. Er is natuurlijk altijd wel ergens oorlog en ellende, we kijken al niet meer op of om Maar nu is het dicht bij huis, de vluchtelingen lijken op ons, ze komen van binnen Europa.

Carol of the Bells werd gecomponeerd door Mykola Leontovych, een Oekraïens componist, wij zingen het in het Engels over de hele wereld. En John Lennon verwees in zijn Kerstlied naar de oorlog, die over zou zijn als wij dat wensen.

Kerst vieren, terwijl op datzelfde moment drie grenzen verderop mensen in het donker, in de vrieskou zitten, zonder water. Terwijl er op alle feestdagen slachtoffers vallen ten gevolge van de bewuste aanvallen op burgerdoelen. Terwijl er soldaten weer in loopgraven zitten. Terwijl er vele, vele tientallen doden en gewonden per dag vallen.

Kan dat wel, is dat niet wegkijken? Lukt dat wel, terwijl je je bewust bent, nog meer dan anders, van alle ellende op de wereld, niet alleen In Europa?

Het heeft alle feestdagen in mijn hoofd gezeten, zoals het steeds aanwezig is, maar ik heb het gevierd met alle mogelijke middelen. Kerst XL, zoals ik mij had voorgenomen.

Want niet vieren, vind ik, is toegeven aan het kwaad. Tegen het geweld buiten zette ik mijn kerstboom binnen, tegen de vrieskoude daar zette ik voor mijn gasten de verwarming op een acceptabel niveau, tegen het donker zette ik de vele lichtjes overal in huis, binnen en buiten.

Ondertussen hangt daarbuiten, nu al ruim tien maanden, de Oekraïense vlag. Hij slijt aan de rand, wordt gevangen door de boom naast hem. Daar blijft hij hangen, tot het vrede is. Hopelijk vóór de volgende kerst.

Flag_of_Ukraine.svg

Treurende Kerstballen

De jongens en meisjes van de NS communicatie afdeling bedachten iets leuks: een online adventskalender om de trouwe reizigers te bedanken. De NS Wintercity, vol verrassingen. Dachten ze. Iedere dag een link om verwachtingsvol te zien wat nu weer je cadeautje is: regelmatig kreeg je een kortingscode bij aanschaf van iets, zoals een portie pasta of een drankje in een NS kiosk. Als je die kunt vinden op het station van je keuze. Niet echt cadeau dus, maar mooi meegenomen.

Soms werd er echt iet leuks beloofd, een reisje, een diner voor twee, een souvenir aan oude tijden. Je hoefde alleen nog maar op die link te drukken. Maar ja, die echte cadeautjes waren er niet voor iedereen, de link liet de deuren van een virtuele wagon openen en daar stond dat een treurende paarse kerstbal: “Pech gehad,  volgende keer meer geluk?”

De decembermaand en daarmee de adventskalender is inmiddels ten einde. De oogst? Zo’n vijftien treurende paarse kerstballen, schat ik. Best passend in de tijd van uitvallende of vertraagde treinen en een uitgedunde dienstkalender.

Vanmorgen kreeg ik een nabrander, een troostprijs: 10 % korting! En ze wilden weten wat ik van de mail vond. Wat zal ik ze eens zeggen?

 

kerstbal

You had one job

Er zijn filmpjes en foto’s op het internet te vinden onder de titel: You had one job.  Met als teneur: totaal fout gegaan. De kraan naast de wasbak, het afvoerputje op 20 cm boven de vloer. Dingen die eenvoudig goed zouden moeten zijn, zoals de trap voor de deur en niet ernaast. En die dan toch helemaal mislukken. Onoplettendheid, stupiditeit, star de tekening verkeerd lezen of volgen waar eigen initiatief fouten zou voorkomen. Hilarisch

De titel ‘You had one job’ geeft dan aan dat als je je maar echt druk maakt over de jouw opgedragen taak, jouw kernactiviteit, die fouten niet gemaakt hadden moeten worden, de zaken goed hadden moet worden aangepakt.

Ik moest daar de afgelopen dagen aan denken, terwijl ik vandaag, ruim na kerst, weer een aantal kerstkaarten binnenkreeg die wekengeleden, vol plezier en goede wensen door de verzender, soms maker, op de bus weden gedaan. Een paar kaarten zijn al drie keer aangemeld. Maar 24 december kwamen zij niet, 27 december kwam hij helemaal niet, en vandaag waren ze er weer niet bij.

Nu zult u denken: wat kan het schelen? Maar mij kan dat schelen. Het sturen van kaarten is een mooie manier contacten op afstand te onderhouden, oude vriendschappen kracht bij te zetten, harten onder riemen te steken, te groeten op afstand, soms over oceanen.

Ik stuur nog maar de helft van wat ik ooit stuurde, maar een appje, twee dagen voor kerst: voor mijn vrienden, familie en goede kennissen vind ik dat echt wat te mager.

Aanbod genoeg ook, er is een hele industrie rond het sturen van kaarten. En die sturen ook allerlei mooie reclames de ether in, om ons aan te sporen deze gewoonte aan te houden. Want onder druk staat hij wel. Ooit deed Post.nl in de laatste maanden van het jaar zelf nog oproepen in die richting. Ze zijn er volgens mij mee gestopt. Ze kunnen namelijk hun beloftes niet waarmaken, net zomin als het hen dat vorig jaar lukte, en ook het jaar daarvoor.

Klagen heeft geen zin. Niet aangetekend verstuurd? Pech gehad. Iedere andere service of aanbieder zou zichzelf daarmee de das om doen. Voor post.nl geldt dat ook. Er wordt minder post verzonden, men ontslaat full time medewerkers, rekent op oproepkrachten, de service gaat achteruit want te weinig handjes aan de brievenbus. Mensen geven de moed op en zoeken andere wegen, sturen geen echte post meer. Minder inkomsten, minder medewerkers: de race naar het afvoerputje is ingezet.

Inmiddels hebben ze begrepen dat er weer wat meer gerekend moet worden op fulltime medewerkers, maar of het tij nog gekeerd kan worden?

Ik wacht het nog even af, volgend jaar weer een kans om die ene functie goed uit te voeren: het bezorgen van grote hoeveelheden post, tijdig, op het juiste adres, zonder beschadiging. You have one job.

Woke of wakker?

De Minister van Veiligheid en Justitie houdt een lezing. Daarin zegt zij wat opmerkelijke zaken. Wellicht wat laat maar duidelijk laat zij zich uit over vergaande extreme standpunten en uitingen daarvan in de samenleving, waarvan de bruine drek ook doordrong tot in de kamer.

Voor wie de politiek ook maar een beetje volgt kan het niet mis te verstaan zijn: een regelrechte veroordeling van de extreemrechtse partijen die met nepnieuws, desinformatie en ophef proberen relevant te zijn en het debat naar hun hand te zetten. Daarmee recht tegen het regeringsbeleid ingaand, geaccordeerd door onze democratisch gekozen meerderheid.

Terecht dat de Minister zich daar nu ook zorgen over maakt en dat uitspreekt. Ter illusgtratie: een van de eerste extreemrechtse partijen, de PVV, belandde ooit in een gedoogconstructie met de partij van de minister. Het was in dezelfde periode dat er binnen de VVD discussies werden gevoerd en proefballonnetjes werden opgelaten. Om de kiezer op rechts te plezieren en terug te winnen van de PVV begon men over het verbieden van ritueel slachten, onder het mom van dierenwelzijn. En onder het mom van veiligheid werd het boerka-verbod vormgegeven. Sindsdien heb ik nooit meer op de VVD, toen nog mijn eigen partij, gestemd. En het steeds harder wordende asielbeleid maakte dat ik mij er uiteindelijk helemaal niet meer thuis voelde. De steeds rechtsere koers paste mij niet. Daarbij kwamen nog wat wetsvoorstellen die ik ook staatsrechtelijk niet te verteren vond.

Opmerkelijk dus, dat pleidooi van de Minister om de veiligheid van de rechtstaat niet in gevaar te brengen door al die steeds extremere uitingen, die soms, en steeds vaker, niet op maar over het randje zijn. Ze zit op een uitstekende plek om de ergste uitwassen en uitlatingen aan te pakken. Aan de slag zou ik zeggen.

Maar dan maakt ze een nog opmerkelijker slinger, haast onnavolgbaar: het zijn de wokisten, die (mede) het debat verstieren en het is het wokisme dat (mede) een bedreiging vormt, want minstens zo extreem als die extreemrechtse bruine drek.

Maar wie zijn dat dan, die wokisten? Volgens de minister zijn dat de mensen op extreemlinks, die voor iedere minderheid rechten opeisen, en overtuigd zijn van eigen gelijk. 

Dat zijn dus niet de mensen die al ruim twee jaar roepen dat Corona niet bestaat, dat vaccins ziekmakend zijn en dat het Soros, Gates en het WEF zijn die ten grondslag liggen aan de huidige ellende.

Zij roepen dat wie wel een vaccin neemt, zich aan de maatregelen houdt, een schaap is, en niet wakker. Mensen die daar niet in meegingen, of er zelfs tegenin, werd gevraagd geen schaap te zijn. Men moest wakker worden en in opstand komen tegen al die elite. 

En ieder die het er niet mee eens was, werd minimaal als deugmens weggezet, als nog niet wakker. Maar wel als woke.

Waar de minister in haar betoog zo mooi begon, scheert ze alle geluiden over een kam, ze vult het fascisme en racisme aan met de term wokisme (een term die ik eerder niet zo hoorde), spreekt over wokisten als eenzelfde bedreiging voor de rechtstaat als extreem rechts.

Het opnemen voor minderheden: woke.
Het aan de kaak stellen van holocaustonkenners: woke.
Het melden van kamerleden die oproepen tot opstand en vragen om tribunalen: woke. 

Ik verzin het niet zelf, het zijn juist de partijen die iedereen die niet voor Poetin is maar wel voor de vrijheid van een soevereine staat met die titel begiftigen. Daarmee de oorspronkelijke betekenis te verdraaien, en het een net zo’n negatieve bijsmaak geven als ‘deugmens’. Want deugen, dat deugt niet bij extreemrechts.

De minister trapt vol in het frame, gaat mee in het wegzetten als extreem, schaart ze allemaal onder dezelfde vlag, en ziet ze allemaal als een gevaar. 

Er zit nu ergens een kamerlid vreselijk in zijn vuistje te lachen: gelukt. Zijn ontregelen, zijn onrust stoken, zijn angst aanjagen: het zijn de woken!

Sommigen zien deze minister als mogelijk opvolger van onze huidige premier. Het is dat ik niet geloof in een hogere macht, anders zou ik hier Willem de Zwijger citeren. Nu houd ik het maar bij de titel deugmens/woke als geuzennaam te voeren. Die kan nog wel naast mijn Europese en Oekraïense vlag.

Want liever woke dan niet opkomen voor al diegenen die bedreigd worden door de extreme denkbeelden en uitingen van die wakkere schaapsherder in uilenkleed en zijn trawanten. Ongehinded oor enige maategel van dit kabinet of deze Minister van Veiligheid en Justitie.

Wat gaat mij dat aan?

Recent besliste het Supreme Court in de VS de abortuswet zo aan te passen, dat de staten grote vrijheid hebben die te verbieden.

Wat gaat mij dat aan? Ik had nooit een abortus nodig, zal dat in de toekomst ook niet nodig hebben, en woon niet in de VS.

In Oekraïne wordt een land aan grot gebombardeerd, worden oorlogsmisdaden begaan, mensen verdreven, vermoord, verkracht, mishandeld. Wat gaat mij dat aan? Ik woon daar niet, heb ook geen plannen in die richting.

In Israël worden Palestijnen onder valse voorwendsels, met een rechterlijke uitspraak in de hand, van hun land verdreven, hun huizen worden vernietigd, hun bomen ontworteld, hun rechten geminacht. Wat gaat mij dat aan? Niet mijn land, mijn huis is hier.

In Jemen sterven nog dagelijks mensen, evenals in Syrië, Afghanistan en zo veel andere plekken, onder (burger)oorlogsgeweld. Wat gaat mij dat aan, hier bevechten we elkaar alleen per sociale media en kan ik veilig over straat.

In grote delen van de wereld is al honger, dreigt die nog groter te worden. Soms onbedoeld als bijvangst van een conflict, soms door minachting van de natuur, en nu ook als bewust wapen in een oorlog. Wat gaat mij dat aan? Hier liggen de schappen vol, ik kom niets te kort.

Maar ik ben vrouw, alleen al daardoor lid van een groep die minder rechten heeft en had.

Maar ik ben democraat, ik heb mijn recht om te kiezen lief.

Maar ik ben mens, ik heb mensenrechten hoog in mijn vaandel.

Want als het daar niet om gaat, waar gaat het dan wel om? Het gaat mij allemaal aan.

Ik heb steeds meer het gevoel in het oog van de orkaan te zitten. Om mij heen raast de storm, torenen de golven huizenhoog, vergaan er schepen. Zolang ik in dat oog blijf maak ik een goede kans te overleven. Als de orkaan tenminste niet te snel van richting en snelheid verandert, mijn schip bestuurbaar blijft en er genoeg brandstof is.

Maar wee, als aan een van die zaken iet verandert, dan slokt hij mij op. Dan zit ik vol in de storm.

Veel is er niet voor nodig, en dan gaat het mij allemaal aan.

 

Woedend

In Nederland hebben wij het recht op demonstratie. We hebben het recht op vrije meningsuiting. Een recht om te voorkomen dat de staat de burger de mond snoert. In Nederland hebben wij een overheid die de plicht heeft de veiligheid van haar burgers en dat recht op vrije meningsuiting te garanderen.

Vandaag is er een demonstratie. In de voorbereiding van die demonstratie overtreden de deelnemers op forse schaal bewust een verkeerswet. De organisatoren doen en deden er niets aan om dat te voorkomen.

Volksvertegenwoordigers worden uitgenodigd om te spreken. Ze hebben, als anderen, recht hun mening te uiten.

Dreigementen en/of dreiging, maken dat een overheidsorgaan een negatief advies afgeeft, vanwege zeer hoog risico voor volksvertegenwoordigers met een de demonstranten onwelgevallige mening .

Vervolgens gaat een aantal volksvertegenwoordigers van hen wel, tegen het advies van dat overheidsorgaan in. En een aantal blijft weg. Zij reppen van gesprekken met burgemeester en Commissaris van de Koning.

Politiebond klaagt steen en been over de te hoge inzet, het gebrek aan voldoende rust, om diverse evenement in goede en veilige banen te leiden.

Dan denk ik dus dat hier een aantal zaken zeer fout gaat, en als we niet uitkijken geldt hier straks in dit prachtige land het recht van de fysiek of mechanisch sterkste.

Een burgemeester zou de veiligheid van burgers, zeker ook die van volksvertegenwoordigers, moeten kunnen garanderen, vooraleer mee te weken aan een te verwachten massale demonstratie.

De politie zou niet moeten worden belast met het faciliteren van overtredingen op welk gebied ook maar, dus ook niet van die van de wegenverkeerswet. Trekkers horen niet op de snelweg.

Organisatoren van demonstraties moeten ook de (openbare) veiligheid niet in gevaar brengen, dragen ook een grote verantwoordelijkheid. Waar aantoonbaar in het verleden zaken fout zijn gegaan, zou hen geen medewerking moeten worden verleend, geen toestemming moeten worden gegeven tot het innemen van openbare ruimte, zonder dat blijkt dat zij meewerken aan de nodige veiligheid.

Een Commissaris der Koning moet ook zorgen dat volksvertegenwoordigers veilig in zijn of haar provincie hun werk kunnen doen zijn, als alle burgers. Een telefoontje met een waarschuwing (om weg te blijven?) is onvoldoende.

Ik heb begrip voor iedereen die angst heeft om verlies van baan en/of inkomen. Ik heb geen enkel begrip, en nul waardering,  voor mensen die decennia lang profiteerden van allerlei subsidies om een ongezonde bedrijfstak overeind te houden, en die nu met hun gefinancierde productiegereedschap de samenleving ontwrichten en de (voedsel)veiligheid van burgers toto inzet maken. 

Ik heb nul waardering voor burgers, wie het ook zijn, die denken dat regels en wetten voor hen niet gelden, maar wel het recht opeisen dat overheidsinstellingen hen faciliteren. Ja, ik heb het ook tegen jou Caroline, Thierry, Gideon, Mark vd O, Willem, Wybren.

En ik heb minder dan nul waardering voor voor volksvertegenwoordigers die een advies van een overheidsorgaan in de wind slaan, daarmee andere overheidsorganen extra belasten, en collega’s in de wind zetten. Ja, ik heb het weer tegen jou Caroline, maar ook tegen Derk en de SGP-er wiens naam mij is ontschoten en die zich veilig waant. 

Als ik zeg dat ik geen waardering heb, bedoel ik te zeggen dat ik zo kwaad ben over deze hele gang van zaken, van de terreur van agrarische producenten en de kongsi daarachter, dat ik op deze schitterende zonnige dag dit nu zit te schrijven, in plaats van te genieten in mijn tuintje. Woedend ben ik, woedend.

Er komt hier echt geen vlees het huis in, dat niet van een boer komt die het wel snapt. Mijn zuivel is, net als dat vlees, al enige jaren van een boer die het ook snapt, en stikstofneutraal werkt.

Dat is lastig, dat is duur, maar dat moet. Niet voor mij, maar voor de toekomst van die na mij komen. En dat zijn niet mijn kinderen. Dat zijn jullie kinderen.

Mis, dag 10, 13 mei 2022

En terwijl ik vertrek, ontploft de boel hier verder. De incidenten afgelopen week, de uitspraak van het Hof aangaande settlers en Palestijnen, het was al onrustig, de herinnering van de Nakba komt er aan. Er zou al een demonstratie komen vandaag. Met het doodschieten van Al Jazeera journalist Shireen Abu Akleh en haar begrafenis vandaag in Jerusalem is de zaak verder ontploft, Inmiddels al 40 doden en vele gewonden. Beschietingen door Hamas op Tel Aviv. Het gekke is, als je er niet bovenop zit merk je er niets van. Men is het hier zo gewend aan het geweld, dat niets in de stad, aan het gedrag van de mensen of wat ook maar duidt op gedoe. Hoogstens op plekken van incidenten iets meer militairen.

Dus vertrek ik ongestoord uit mijn hotel, neem de bus, de lightrail, de trein, en sta ik zeer ruim van tevoren op Ben Goerion, waar mijn vlucht flink vertraagd blijkt. Tijd om bij te bloggen.

Dit land is meer dan complex. Niets is wat het lijkt, alles heeft een dubbele bodem, een bijbedoeling of herbergt een slimmigheidje. Afspraken zijn weinig waard, het wantrouwen is groot over en weer, daar is ook reden toe uiteraard.

Zoals een jonge Israëli mij zei: “We geloven nog steeds in het verhaal van de kleine David tegen de grote Goliath, we denken dat de hele wereld tegen ons is vanwege ons Jood-zijn, dat er overal antisemitisme is. Dat is niet zo, dat is voornamelijk in Europa het geval. De rest interesseert het niet. En we zien niet in dat we zelf inmiddels al die Goliath zijn geworden. We lezen kranten die het staatsgeluid laten horen, een ander geluid is lastig te vinden. In het onderwijs zijn we ook in slachtofferschap en strijd blijven hangen.”

Een voorbeeld van wat leuk lijkt maar het niet is?

Er worden hier her en daar bossen aangeplant. Joepie, roepen wij dan: groen, milieu, tegen de erosie, goed! Maar ten eerste horen die bossen hier niet in het landschap, en ten tweede kunnen waar bomen staan, verse bossen zijn aangeplant, geen mensen wonen. En wie wonen er in de drogere gebieden waar die bossen worden aangeplant: inderdaad, de Palestijnen.

Nog eentje?

De kinderen van de dorpen die we bezochten, moeten soms ver om van en naar school te komen. Ze worden daarbij vaak belaagd door settlers in de buurt. De kinderen worden dus verzameld en gaan dan onder beveiliging van het leger in groepjes op weg. Hetzelfde leger dat bij aanvallen door settlers vaak aanwezig is maar werkloos toekijkt, of de settlers zelfs bij hun aanvallen beschermt.    

Alles kan verdraaid worden. En met iedere steen die wordt gegooid, iedere neergestoken politieagent, iedere neergeschoten jongeman of vermoorde journalist, groeit de afstand, de haat, en de onmogelijkheid uit deze neerwaartse spiraal te raken.

Er zijn hier mensen die zich daar druk over maken, die het anders willen. Die zich met alles wat in hen is inzetten om de situatie te verbeteren, echt samenleven mogelijk te maken.

Maar er zijn er ook die geduld hebben, die het niet uitmaakt wat er hier en nu fout gaat, die denken dat hun tijd zal komen, al is het over 100 of 200 jaar en die doorgaan, ook als hun eigen leven daar nu onder lijdt, en dat van hun kinderen.

Ontmoetingen, dag 9, 12 mei

Reizen gaat over plannen maken, en die voortdurend aanpassen. Reizen gaat over verwachtingen, die meer of minder waargemaakt worden. Reizen gaat over indrukken opdoen, kennismaken met andere culturen, andere smaken, andere geluiden. Maar vooral gaat reizen over ontmoetingen, ik schreef het hier al eerder. Vandaag was een mooi voorbeeld.

Wat te doen met zo’n laatste dag, waarvoor te kiezen, nu veel van het lijstje al uitgevoerd is? Ik besluit tot een wandeling over de muur rond de oude stad, het kalm aan te doen, het van de situatie af te laten hangen of het Mount Zion wordt, of toch de Olijfberg.

Ik begin goed, op mijn gemak haal ik de bus, waar mijn OV-kaart te weinig tegoed blijkt te hebben. Ik mag toch blijven zitten van de chauffeur. Eerst dus maar een oplaadplek vinden. Ik vind die in de supermarkt waar ik mijn kaart kocht, een automaat brengt mij niet verder. Ik vind een restaurantje waar ze heerlijke bagels verkopen, op een prettig terras in een nog rustige stad. Veel winkels moeten de luiken nog omhooghalen. Dan verder naar de Jaffa Gate, waar ik een kaartje koop voor de Rampart Walk, een wandeling over de muur. Het advies van de kaartverkoper: neem eerst die richting Damascus Gate, die gaat het eerst weer dicht. Het is een prachtige wandeling, maar met de vele trappen, met soms kniehoge treden en de ongelijke stenen wel wat aan de zware kant voor een oud vrouwtje op krukken. De blik over en in de stad maakt alles goed. Je kijkt zo het echte leven in. Op tuinen en binnenplaatsen, op daken waar de was hangt, citroenen in de dakgoot liggen, de kerstballen overzomeren op de daken rond een kerk. Scholen, kinderspeelplaatsen, katten, duiven, waakhonden komen allemaal voorbij of onderlangs. Boven de Damascuspoort is de gouden koepel van the Dome of the Rock in volle glorie te zien. Ik loop niet het hele stuk weer terug maar pak de uitgang bij de nieuwe poort. Die brengt mij op een rustige straat met vlakke stenen langs de Armeense wijk. Eerst maar even thee en een stoel. Alleen bij de poorten, bij de heel grote attracties is er een gerommel en geschreeuw van mensen. Een straatje verder naar links of rechts is het zeer rustig. Mount Zion, handig gelegen bij de Zion Poort blijkt dichterbij dan gedacht. Ik zie de tombe van Koning David. De ruimte van het Laatste Avondmaal (een prachtig middeleeuws gebouw) de kerk op de plek waar Maria overleed (dicht wegens bouwwerkzaamheden). Het graf van Otto Schindler is helaas niet toegankelijk, de poort van de begraafplaats afgesloten.

Het bijzondere is hier, dat veel van die ruimtes in hun lange leven overgingen van de ene naar de andere overheersende cultuur. Op de gebouwen te zien aan meerdere religieuze tekens, opschriften en symbolen in vele schriften en talen. Dat is door heel Jeruzalem zo. Je kunt, met al die mensen in al hun diverse kledij, makkelijk denken dat alles hier vredig naast elkaar leeft en werkt. Wie iets nauwkeuriger kijkt ziet dat dat zelden zo is. En wie het nieuws volgt weet dat er weer een jongeman neergeschoten is bij een controle. Deze overleefde het niet.

Buiten de muren om hobbel ik verder naar de volgende poort, bezoek het archeologisch complex, dat me aan de voet van de Tempelberg brengt met de imposante muren, met steenblokken van soms 20 ton. Vanaf deze poort is ook de Klaagmuur weer bereikbaar. Ik zie feestelijke gezelschappen, muziekinstrumenten, Shofars, en vermoed Bar Mitzwa’s.

Weer omhoog in de oude stad kom ik bij met een lunch en thee, weef ik rond de Tempelberg, vind de Kleine Klaagmuur (niemand aanwezig), vind meer poorten waar ik door mijn slechte timing niet door mag en weer niet de Tempelberg op kan. Ik besluit de dag af te sluiten met Sachertorte en thee in de Oostenrijkse Hospice, waar je je in een Weens Café waant en lekker Duits kunt spreken. Als ik daar gelaafd, gevoed en uitgerust weer naar buiten loop, zie ik op een hoog terras een bekend gezicht. Een delegatielid uit Frankrijk zit een boek te lezen. We praten bij over onze ervaringen. Na een half uur nemen we inmiddels voor de tweede keer afscheid, en loop ik op mijn dooie akkertje verder naar de Damascuspoort. Ik zal vanavond vroeg op mijn kamer zijn. Maar dan net buiten de poort, zie ik A., ons in Israël wonend bestuurslid. Hij is net zo verbaasd als ik me hier te ontmoeten. Hij wilde een bordje hoemoes gaan eten. We hebben een goede maaltijd samen, met een goed gesprek over dit land en zijn complexiteit. Ook van hem neem ik afscheid. Vier weken geleden kende ik hem alleen van de Zoom, Nu kwam ik hem tegen in de Watergraafsmeer, Neve Shalom en Jeruzalem.

De wereld is een dorp.

Bordjes en bussen, dag 8, 11 mei 2022

 

IMG_6122

Het Israël Museum staat op het programma. Navraag bij de hotelreceptie geeft info over een buslijn. Er zijn handige plattegrondjes voor toeristen zoals ik, maar waar is de vraag. Niet in dit hotelletje in ieder geval. Maar de eigenaar is zo vriendelijk een telefoontje voor me te plegen.

Het is best een hele rit naar boven, waar ook de Knesset onder andere zit. Zo zie je nog eens wat van de stad. Overigens niet een stad die uitblinkt in spannende architectuur, terwijl er heel veel gebouwd wordt. Het is allemaal nogal hoekig, net als dit land zelf.

Het museum is de moeite waard, er hangen een paar heel grote namen. Van iedere periode is wel iets te zien, en van ieder werelddeel. Ik ben er tot na sluitingstijd, en heb nog hele afdelingen over moeten slaan. Een werk van Anish Kapoor brengt herinneringen boven aan een reis naar Seoul, daar staat ook een prachtig spiegelend werk bij een modern museum van hem. De Dode Zee-rollen, in een eigen gebouw, zijn als ik eindelijk de ingang vind, net tien minuten daarvoor afgesloten, die gaan dicht voor sluitingstijd. Dat vertellen ze er dan weer niet bij. Ik troost me met de enorme ijzeren bomen van Ai Wei Wei en een model van de tweede Tempel.

Wat de afgelopen dagen opviel, al in het dorp: het hangt hier allemaal van donaties aan elkaar en dat zullen we weten ook. Ieder park, ieder werk, iedere lift, iedere aanbouw of renovatie, het is allemaal mogelijk gemaakt door ruime donaties, veel uit het buitenland. Dat mag niet onopgemerkt blijven, ik schat dat een op de vier bordjes in en om het museum zo’n donatiebordje is. En uiteraard heet zo’n lift, zaal, ruimte, gebouw dan naar jou of je familie. Door de hele stad lees ik wie er allemaal geld genoeg hadden om alle bouw en renovatie mogelijk te maken. Het zou van mij een onsje minder mogen.

Ik neem de bus terug. Dat denk ik tenminste. Er zijn bouwwerkzaamheden, ik meen de goede kant op te gaan, maar kom na een kwartier bij het eindpunt uit, en na een half uur staat de bus weer bij de ingang van het museum. De hele campus van de Hebreeuwse Universiteit gezien, het wordt steeds gezelliger in de bus met een hoop jongelui. Ze betalen allemaal met hun telefoon en de QR – code die overal bij de deuren hangt. En geen batterij is geen excuus, overal kun je opladen, bij iedere stoel.

Op vertrouwd terrein in het centrum stap ik uit, stort mij in het winkelgewoel, schaf iets aan voor de verzameling, eet ergens verse linzensoep, iets verderop een ijsje en besluit dan een bus terug te nemen, met de bedoeling vroeg in de buurt van het hotel te zijn. Er was mij beloofd dat het nummer van de bus die ik neem ook in de buurt van mijn hotel uitkomt. Dat was dus niet zo. Ergens voel ik dat het de verkeerde kant op gaat en vraag het de jongeman achter mij. Hij zoekt het op in een OV-app en bezweert mij vooral snel uit te stappen en Google Maps te gebruiken. Hij kijkt wat zorgelijk naar mijn krukken en vreest dat het wel 15 minuten lopen zal zijn. Zijn zorgen zijn terecht. Om kwart over zeven stapte ik in de bus. Tegen half acht stap ik ergens uit. Na half negen heb ik het hotel teruggevonden. Na een wandeling door woonwijken, over tussendoorpaadjes, over tenminste twee bruggen. Maar dan ben ik er ook.

Morgen alweer de laatste hele dag.

Yad Vashem, dag 7, 10 mei 2022

Sommigen wensten mij een fijne vakantie voor ik vertrok, Dat was het tot en met gisteren niet, en ook vandaag wil het nog niet erg vlotten.

Yad Vashem staat op het programma. Inmiddels heb ik een OV kaart en weet ik welke lijn ik moet hebben, dat is al heel wat. Dat mijn halte aan het eindpunt ligt helpt ook heel goed. Ik reis met bus en lichte trein hier. Na een keer inchecken mag je 1.5 uur reizen. Zwart reizen raad ik u hier sterk af, in twee ritjes ben ik drie keer gecontroleerd.

Ik kom te vroeg aan voor mijn gereserveerde tijd in het museum, drink nog een beker thee op een terras met uitzicht op een groene buitenwijk van Jeruzalem. In het park gaan scholieren vrolijk op de foto bij een menora. Het museum staat in een groot groen gebied dat tegen een heuvel op is gebouwd, overal zijn herinneringsplekken voor verschillende groepen, er is het bos der rechtvaardigen, er zijn bomen voor bevriende staatshoofden. Er is een herinneringshal met eeuwige vlam, er is een kindermonument waar in een spiegelende ruimte met kleine lichtjes de namen van de 1.5 miljoen kinderen worden gelezen. Wat kan ik u zeggen over het museum? Alles wat je al wist over de Jodenvervolging, de Shoah, de Holocaust nog eens duidelijk op een rijtje, met foto’s en filmmateriaal, gebruiksvoorwerpen die achterbleven en hun verhalen. Het meest erin hakken de verhalen van de overlevers, de weinige overlevers.

Er lopen groepen jonge militairen met een gids. En terwijl de horror van het getoonde stijgt met het verloop van de oorlog en de Holocaust vraag ik mij af of die jonge militairen op enig moment een overeenkomst zien tussen mensen die toen verdreven werden en als tweederangs burgers weggezet, met als uiteindelijk resultaat een genocide van miljoenen, en met wat er nu gebeurt in dit land. Ik verbaas me over hoe ogenschijnlijk rustig iedereen hier dit alles aanziet en vrolijk aan het eind op het terras foto’s gaat staan schieten. Ik trek letterlijk krom van ellende, terwijl ik toch niet echt niets gehoord of gelezen heb wat ik al niet eerder hoorde of zag. Het zullen de afgelopen dagen en hun verhalen zijn die er overheen liggen.

Halverwege de middag moet ik de berg weer op, er gaat gelukkig een pendelbusje weet ik nu. Ik stap over op de lightrail en stap uit bij de Mehane Yehuda markt. Een prima plek als je boodschappen wil doen, iets lekkers wil inslaan of aan een lunch toe bent. Maar ja, de handbagage zit al vol, dus het blijft bij een rondje kijken, zelfs niet proeven. En geloof mij, ik ben gek op baklava, al die heerlijk kruiden, halva en noemt u het allemaal maar op.

Daarna weer naar beneden, in mijn eentje nu de oude stad weer in. Met meer daglicht, en nog stillere straatjes verken ik de Moslimwijk en probeer ik hoe dicht ik op de Tempelberg bij de Al Aksa kan komen. Niet zo heel dichtbij helaas, hij is afgesloten, er zijn beperkte openingsuren voor niet-moslims, maar die zijn zo vroeg dat het voor mij niet haalbaar is. Maar een foto lukt, vanuit een poort met medewerking van vriendelijke politie. Ik kom ook uit bij het begin van de Via Dolorosa, op de plek waar het volk Barrabas gratie verleende en daarmee Jezus tot de dood veroordeelde. Via vele straatjes en trappen omhoog kom ik tot aan de poort van Herodus, en daal via een andere boog weer af. Ook hier is het opvallend rustig. Regelmatig zijn er vriendelijke jongemannen die mij willen helpen als ze mij met mijn krukken trap op of af zien sjouwen. Ik bedank voor het aanbod en hen voor hun vriendelijkheid en vraag me af hoe ze zich dat dan voorstellen. Dat antwoord komt later op de dag, als een iets minder jonge man duidelijk ook een praatje wil maken over zijn Nederlandse vrienden die hij vrijdag hier verwacht. Hij zou me dan aan de arm nemen. Ook dit aanbod sla ik vriendelijk af.

De haast is er bij mij af. Ik ga gewoon ergens zitten, drink wat thee of eet wat, kijk naar het zeer gemêleerde publiek dat ik hier en overal in de stad voorbij zie komen. Iedere gradatie orthodoxie van elke geloof zie ik langskomen, ieder graad van rebelsheid. In de heilige Grafkerk, aan het eind van de lijdensweg, is het zo mogelijk nog rustiger dan zondag, maar de Jezus look-alike zit alweer voor de kerk, en later naast mij op een bankje. Als concessie aan deze tijd voorzien van een handige linnen draagtas.

Ik besluit het niet laat te maken, en erg aantrekkelijk is dat ook niet, alle winkeltjes zijn zeer tijdig hun luiken aan het sluiten. Ik mis tot twee keer toe mijn lightrail terug, niet snel genoeg naar een deur gerend kennelijk, maar de bus gaat gelukkig goed. Vind in het donker je halte maar eens terug in een vreemde stad.