Featured

Na negen maanden in Irak te hebben gewoond en gewerkt, in een project ter ondersteuning van de lokale democratie, verbleef ik najaar 2011 drie maanden in Cairo. In 2012 was ik enige tijd in Tunesië. Daarna openden zich weer nieuwe deuren. Van mijn belevenissen en observaties doe ik hier verslag.

Dubbelen, parkeren en begroten

Begroten, het valt niet mee. Er is altijd te weinig geld om alle verzoeken en behoeftes te kunnen vervullen. Er moet altijd gekozen worden. Dan hoop je dat een college en een raad goed kiezen. Wat zijn de gevolgen van de keuze, wat kost een subsidie of ondersteuning, wat levert het op; wie heeft er voordeel van, wat werd in het verleden afgesproken (altijd lastig) en vooral: wat gebeurt er als de steun stopt. Soms is goedkoop dan duurkoop. Overlap verwijderen is nu de nieuwste tekst om subsidies niet meer toe te kennen. Stichting de Vrolijkheid, die een beetje geld krijgt om een heel zwakke groep in onze samenleving wat plezier te bezorgen, kan er over meepraten.

In Den Helder kennen we dat probleem als zo veel niet rijke gemeentes. Maar het scheelt nogal wat partijen belangrijk vinden. Dit jaar kwam het mes weer langs, want miljoenen te kort op de meerjaren begroting. Door de provincie tot de orde geroepen: los het op!

Er zal dus wel weer meer gesneden worden in dat wat het leven de moeite waard maakt. Ondanks de betrokkenheid van sommige wethouders met hun aandachtsveld: ik zie de bezuinigingen alweer opdoemen bij onze culture en sociale instellingen.

Wat buiten schot blijft: het gratis parkeren. Want, daar zijn zetels mee gewonen, dat is goed voor de stad, de winkeliers, daar komen de mensen voor naar de binnenstad.

Ik persoonlijk kom natuurlijk niet naar de binnenstad om mijn wagen daar te parkeren, ik heb thuis een garage. Ik kom naar de binnenstad om daar inkopen te doen, of de fysio te bezoeken. Dan valt mij op dat de parkeerplaatsen, bijvoorbeeld midden in de stad, bezet zijn op uren dat er geen klant te bekennen is. Wat staat er? Bedrijfsautoojtes. De winkeliers parkeren zelf, de klant mag dan een stukje verder lopen met zijn of haar aankopen. Dat kan ook makkelijk met 5 uur gratis parkeren, dan kun je in de lunch de auto verzetten. Toch?

Nou nee, dat doet men vaak niet, de parkeerschijf wordt verzet. Dat mag niet, dat kan beboet worden, maar het gebeurt.

Zo zag mijn zusje dat gebeuren toen ze afgelopen week, na Sinterklaas, even snel in de stad moest zijn. De winkelierster in kwestie was net bezig de parkeerkaart van haar rode autootje te verzetten. Mijn zusje maakte een opmerking: zo kunnen klanten hun auto nergens kwijt.  Dit is niet de bedoeling, parkeren in maximaal 5 uur gratis, daarna betalen. De mevrouw in kwestie wilde nog sussen: het gaat veranderen. Ja, dan moet ze een keer vaker naar buiten om de kaart te verzetten, de regels te overtreden, zonder dat parkeerbeheer daar kennelijk op let.  Soms doet men dat bijvoorbeeld door geparkeerde auto’s een krijtteken op de banden te geven: niet gereden: bekeuring! Maar in Den Helder vinden veel raadsleden het veel belangrijker met een niet haalbare en onwerkzame parkeermaatregel de winkeliers te sussen dan dat men geld uit geeft aan waar mensen echt voor naar een stad komen: een mooie binnenstad, voorzieningen, een fraai stadhuis. Nee, die driekwart miljoen, daar blijven we af. De rest mag omvallen. Lokale partijen, ze weten wat er leeft bij de mensen.

100 Jaar plus een dag

IMG_1375

De ochtend, in een rustiger maar niet stil Ieper, doorgebracht in het In Flanders Fields museum. Een deel van de expositie is vast, een deel vraagt nu aandacht voor het lot van een familie die door het front werd gescheiden en hoe de levens van die familieleden daardoor werden bepaald. Het meest indrukwekkend vind ik nog de actieve weergave van de frontontwikkelingen aan de hand van kaarten, foto’s, getuigenverklaringen en de persoonlijke verhalen, vormgegeven via acteurs. Bussen vol bezoekers komen en gaan, jong en oud. Op het plein ontmantelt men de lampen, het toneel, het koepeltje dat u zag als u keek zondagochtend. We rijden uit Ieper weg en gelijk wordt het stiller. Door het vlakke, steeds zonniger land, langs de talloze begraafplaatsen en monumenten. In Diksmuide, als Ieper weer opgebouwd in originele pracht, vinden we eenvoudig de IJzertoren. Symbool voor de frontenoorlog die hier aanving. In de waterlinie rond Diksmuide werd de Duitse aanval gestopt en begon het doormodderen en lijden in de loopgraven.

Vanaf de toren hebben we zicht op de IJzer en geven pijlen aan waar welke steden en dorpen liggen; Een groot aantal inmiddels bekend van ons huidige en mijn eerdere bezoek. In het verdere zuidoosten komt de horizon omhoog, naar het west vermoed je over de duinen de zee. Dan twintig verdiepingen geschiedenis van de oorlog en de Vlaamse Beweging die in de eerste wereldoorlog haar oorsprong vond en hier met de IJzerbedevaarten haar focus. Op het grasveld rond de toren wordt een kunstwerk afgebouwd. Zeventig kindfiguren, met rugzak en ballon, symboliseren de zeventig brandhaarden die er nu op de wereld zijn en hoe die voor kinderen de rugzak vullen, hun dromen kwetsbaar maken.

Op de IJzertoren en in het museum is het motto ‘Nooit meer oorlog’, het zinnebeeld een witte klaproos. In 1940 werd de toren beschadigd door een gevechtsvliegtuig. In 1946 door terreuraanslagen onherstelbaar beschadigd en weer opgebouwd in zijn huidige vorm.

Die ochtend heb ik minutenlang staan kijken naar de projectie van namen op zwarte zuilen. De slachtoffers in België, burgers en militairen van alle landen, en Belgen buiten het land die op 12 november 1918, een dag na de wapenstilstand nog vielen. Ik hoop dat ik, door even wat langer te kijken, het begin van de lijst weer zie, dat het aantal de eerste dag na het eind van de gevechten mee valt. Dat gebeurt niet, de lijst is schier oneindig. Het project loopt al vanaf 2014 en gaat door tot 28 juni 2019. Er komt geen einde aan.

 

 

100 Jaar

 

IMG_1335

Geheel volgens plan stonden we op deze bijzondere zondagmorgen ruim op tijd zo dicht bij de Menenpoort als we konden komen. Overal zochten auto’s een plekje, veel Engelse nummerborden, veel bussen ook. We stonden direct achter het vak oost van de poort waar de deelnemers aan de herinneringstocht aankwamen. Schotten voorop, veel veteranen. Een heel grote groep Sikhs die wezen op het feit dat een op de zes Britse soldatensoldaten een Sikh was, en dat ze aan alle fronten mee hebben gevochten. Ze kregen applaus uit het publiek, evenals sommige ouderen, veel gedecoreerde veteranen. Allerlei bands, veel doedelzakmuziek, verkortten de tijd tot elf uur. Op dat moment  luidden alle kerkklokken minutenlang om te markeren dat op die tijd honderd jaar geleden de wapenstilstand een feit was en de kanonnen zwegen. Korte speeches, de last post, het gedicht en kransen.

Omdat, tegen de verwachting in, het droog en aangenaam was, besloten we de Ieperboog te gaan bezoeken, voor de grote massa uit. Verschillende begraafplaatsen, waaronder een Franse bezochten we. Hill 60, als levend voorbeeld van een deel van een hard bevochten slagveld, waar de Duitse en Britse linies geen tien meter uit elkaar lagen. Veel drukker overal uiteraard dan in de maart dit jaar, toen ik op sommige plekken vrijwel alleen was. We wisten dat het druk zou worden, ergens een kop thee drinken was een uitdaging. Maar dat we bij Tynecot niet konden parkeren, daarop hadden we niet gerekend. Ver van de begraafplaats konden we parkeren en treintjes reden af en aan.  Zonder het te weten kwamen we precies op tijd aan om de jaarlijks viering deels bij te wonen. Onder een prachtige neergaande zon stonden daar jonge soldaten in het uniform van honderd jaar geleden, speelde ook hier de doedelzakken, werden er kransen gelegd door notabelen. Overal op deze grote plaats waren groepen die uitleg kregen. Mensen die al decennia lang deze vieringen meebeleven, gezinnen met jonge kinderen die namen of graven van familieleden kwamen bezoeken. Tegen zonsondergang, eigenlijk net iets daarna, konden we het Duitse Studentenkerkhof nog bezoeken. Hier een ander karakter, maar ook nier lagen verse kransen, waren er bussen met scholieren, en deden de grafstenen, met soms twintig namen per steen en de vele massagraven en de nadruk op de gifgasaanvallen de waanzin van de oorlog nog meer indalen.

Daarna terug naar Ieper, om ruim op tijd weer bij de Menenpoort te staan Nu aan de westkant, zodat we de genodigden en de band aan zagen komen. De Belgische koning kwam via een zijstraatje vijftig meter voor ons aan, de plechtigheden begonnen, sober, met korte speeches, muziek, de vaste handelingen die de laatste negentig jaar hier iedere avond worden opgevoerd: de last post, het gedicht, het leggen van kransen, nu afgerond met het Engelse volkslied. Tijdens het spelen van een hymne dwarrelen er duizenden klaproosblaadjes vanuit de poort omlaag, minutenlang. Een moment van grote stilte in het publiek.

Een betekenisvolle dag met af en toe interessante gesprekken. Belgische vrijwilligers, Engelse bezoekers. We sloten af met een kop warme chocola, terwijl op de televisie live meebeleefden hoe de koning weer vertrok. Nu in het hotel kijken we naar een overzicht van de plechtigheden in Brussel. Londen, Parijs en Ieper.  Morgen naar Diksmuide.

100 jaar min een dag

IMG_1226.jpg

Wat dit voorjaar begon met een korte reis langs de slagvelden in Noord Frankrijk en België, wordt dit weekend afgerond met het bijwonen van enkele plechtigheden in Ieper, morgen 11 november. Op enige afstand een kamer gehuurd, in Noord Frankrijk, want Ieper was al maanden geleden volgeboekt. Bij de Menenpoort zelf zul je ook niet kunnen komen, daar staan de hoogwaardigheidsbekleders. Op het plein in de stad zullen grote schermen hangen.

Vroeg in de middag, na een regenrit over Belgische wegen met spoorvorming, komen we in een opdrogend Lille aan, checken in bij ons hotel en nemen de tram naar de stad.  In Lille zelf zijn geen plechtigheden gepland dit weekend, wel ergens in de buurt. De stad viert dit jaar liever dat ze 350 jaar bestaat dan het beëindigen van de Eerste Wereldoorlog.  We lopen door de stad, druk op deze zaterdagmiddag. Sinterklaas komt hier niet, dus de winkels zijn al in voorzichtige kerstsfeer, inclusief de Hema. In de hoofdwinkelstraten liggen op regelmatige afstand bedelaars in ongemakkelijke houdingen op hun knieën. Ze zien er ervaren uit. Ook kinderen spreken je aan en vragen om geld.

Bij de citadel een groot monument  voor de gefusilleerden en, heel bijzonder, een monument voor de duiven die in WWI de berichten overbrachten en hun verzorgers die ook gefusilleerd werden voor hun werk. Een dikke slang bedreigt hier de vredesduif en de Franse maagd.

‘s Avonds eten we in een typisch Franse uitspanning met een ober met gevoel voor grapjes en enige kennis van het Belgisch, het ligt hier om de hoek immers en met de vele winkels en winkelcentra komen er bezoekers uit de hele regio. Zelf zijn we vooral blij met winkels voor schildersbenodigdheden en een winkel met zeven verdiepingen, jawel, boeken, boeken en boeken. Het lukt me er geen een te kopen, dat gebeurt me niet vaak. Nu zitten we bij te komen van deze reis- en loopdag en maken ons op voor de dag van morgen. Op het nieuws een bomaanslag ergens op de wereld. De vrede is weliswaar verschillende malen uitgebroken de laatste honderd jaar, maar lang niet iedereen merkt daar vandaag iets van.

Wie verre reizen maakt…. 32, Losse berichten

 

IMG_0715.jpgKorea en haar steden

Korea heeft zo’n 51 miljoen inwoners en volgens mij wonen die op een oppervlakte gelijk aan dat van ons. Want je hebt er bergen, heel veel hoge steile bergen. En daar waar geen bergen zijn heb je steden, heel grote steden. 10 Miljoen inwoners in Seoel, Busan heeft er bijna vier. En dan natuurlijk de rijst, soya, ginseng, paddenstoelen, groente en fruitteelt.  Het land lag na de Japanse bezetting en de Koreaanse oorlog in puin. Er moest gebouwd worden als bij ons. Maar meer en sneller. En bouwen deed men. Helaas zonder groots en meeslepend plan en geheel zonder welstandscommissie. Het moest efficiënt, mooi was geen tijd voor. Met als resultaat dat de meeste binnensteden een rommelige, soms zelfs wat armoedige indruk maken. Af en toe staan daar dan weer heel antieke (of nagebouwde) paleiscomplexen tussen. Daaromheen de woonwijken, met zeer hoge, slanke woontorens. Vaak in series, hetzelfde en genummerd voor het gemak. Ook de kantoortorens in binnen- en voorstad staan er tegenwoordig. Vaak zijn die wel om aan te zien, daar zit het geld en particulier initiatief. De woontorens zijn trouwens vaak niet voordelig, liet ik mij vertellen. Hangt natuurlijk af van de buurt en de leeftijd. Aan de doorgaande straten in de binnensteden de eetzaakjes, de 24/7, de gemakswinkels voor de snelle hap of boodschap. De mode zit vaak in speciale wijken, winkelcentra en warenhuizen en onder de grond bij de metrostations. Maar ook steeds vaker in speciale winkelwandelgebieden. Want zeker ook in Korea staat de tijd niet stil.

Je zou verwachten dat het er druk is en lawaaierig. Dat valt alles mee. Ik schreef al: ze toeteren er alleen als het echt moet, ambulances en brandweer heb ik weinig gehoord, schreeuwen doen ze niet aan (ja, in het parlement, dan wel). Lawaaierige brommertjes zijn er ook weinig, en wat er brommert bezorgt eten.

Ik heb geen normaal eigentijds Koreaans huis van binnen gezien, alleen de originele Hanokwoning, maar daar woont men niet meer, in het algemeen. Wat ik in dure warenhuizen zag aan inrichting zie je hier bij de Bijenkorf, met uitzondering van die bedden met verwarmde stenen bedbodem, knalhard. Postkantoren zitten in de buurt van metrostations, politiebureaus en stadhuizen worden goed aangegeven op de borden. Overal zijn openbare toiletten, schoon, heel en veilig. En als ik zeg overal, dan bedoel ik overal, ook als je die berg op loopt kom je ze tegen. Er is ook overal wifi, voor wie zijn ei niet bij zich heeft, 5G komt er aan of is er al op plaatsen. En iedereen is online, altijd en overal,ongeacht leeftijd.

Verder is Korea zo duur (of iets duurder) als Nederland, ze verdienen ook ietsje meer, worden ouder, hun gezondheidszorg is efficiënter en per hoofd van de bevolking zeer veel goedkoper. Nadeel: pensioen, dat is nog slecht geregeld, veel ouderen moeten bijklussen om rond te komen.

Openbaar groen is door die haast met het bouwen vooral in oudere wijken afwezig. Er wordt aan gewerkt, maar een trapveldje zul je alleen vinden op school- en sportterrein. Dat sportterrein is vaak een kooi om baseball te oefenen, heel hoge groene gazen kooien tussen de flats, baseball is hier mateloos populair. Om meer groen te krijgen worden rivieren door de stad vaak voorzien van goede wandelmogelijkheden aan de oevers, en in de grote steden worden bomenpaden of skypaths aangelegd. Maar rijd de stad uit en je zit in een natuurgebied. Met die hoge steile bergen.

Wie verre reizen maakt…. 31, Losse berichten

IMG_0670

Korea en het verkeer

Die heel grote auto, met alles automatisch, was een vreugde om te rijden. De lieve mevrouw in het navigatiesysteem waarschuwde mij voor iedere drempel en iedere verkeerscontrole. Die zijn hier vaak, en heel veel lampjes die doen alsof ze een agent dan wel een politieauto zijn om je tot rustig rijden te manen. Dat lukt prima. De meeste wegen met twee gescheiden rijbanen zijn max 80, in de stad zit het tussen de 50 en de 70. Op de tolwegen mag je 100-110. In de steden in het spitsuur is het druk, daarbuiten is het rustig (als het geen maanfeest is tenminste). Koreanen rijden beschaafd, geven de ruimte als er een verkeerde afslag is genomen, of er een wordt gemist. Daar hebben ze nog iets handigs voor: the legal u-turn volgens  de dame in het systeem. Voor je ergens links af kunt komt er soms tien meter voor de bocht een stukje waar je helemaal rond kunt, om alsnog de goede afslag te nemen. Rechtdoor en links krijgt een lichtje. Rechtsafverkeer mag door bij rood licht, en heeft dan een invoegstrook. De stoplichten werken iets anders dan bij ons, die worden ook vaak gebruikt om te waarschuwen voor situaties, dan zwieren ze van links naar rechts en is er bijvooebeeld verkeer van rechts te verwachten of een zebra.

De goede wegen en tunnels hebben hier en daar (vooral hier) tolheffing, om het betaalbaar te houden. Dan zijn er buiten nog de bussen, die hun eigen vak hebben en soms een eigen laan. Parkeren kan overal, wat je met de grootte van de steden niet zou  verwachten. De meeste gebouwen hebben een parkeergarage onder de grond. Huizen soms op de eerste verdieping. Onder het Hyundai warenhuis gaat die zeven verdiepingen diep.  Er wordt ook gefietst, waar dat kan (geen bergen)). Voor de sport, voor het plezier, als je een dagje weg bent, om een meer heen bijvoorbeeld. Dan kun je fietsen huren. De fietspaden zijn rood, als bij ons. Op alle stoepen, ik herhaal, op alle stoepen, is een blindengeleide strook, gele ribbels. Op alle overgangen bij stoplichten kun je met je rolstoel zonder problemen de stoep op en af. Motoren zie je nauwelijks.

En dan de metro. Die wil ik hier ook. Tweetalig, met vooral in de rijtuigen die op de hoofdlijnen of naar het vliegveld rijden, leuke filmpjes over hoe iets Koreaans te koken, wat te doen bij aardbeving (licht uit, gas uit, onder de tafel of de schuilkelder in) hoe je moet reanimeren, en waarschuwingen vooral niet over het spoor te lopen. De rijtuigen zijn schoon, heel, vrij van graffiti. De prijs is redelijk.

De bussen rijden veelvuldig en overal. De treinen heb ik niet uitgeprobeerd maar zijn snel en goedkoop. Daarom huurt er bijna niemand een auto. De trein is vaak sneller.

Wat je bij ons dan gelukkig minder ziet, hoewel ik het niet tot probleem heb zien leiden: stalletjes met fruit langs de 80 km wegen, soms op het laatste stukje invoeg strook. Wat ook zo fijn is: ook bij de selfservice benzinestations staat iemand die met alle soorten van genoegen voor je tankt. Een fooi?  Men trekt de wenkbrauwen op, daar doen ze hier niet aan. En als het moet helpen ze je ook nog even met je navigatiesysteem of ander klein leed.  Een troost: de benzine is er ongeveer net zo duur als bij ons. Dan is zo’n grote auto natuurlijk weer minder fijn. Wel heel fijn: alle auto’s hebben een claxon, maar gebruiken doen ze die zelden.

Wie verre reizen maakt… 30, Losse berichten

IMG_0484.jpg

Korea and the Art of Selfie

Ik maak zelden of nooit een selfie, foto’s kun je op mijn leeftijd niet van ver genoeg weg maken. Maar goed, hier en daar doen we het wel eens in Nederland. Maar in Korea is het een kunstvorm, een manier van zijn, lijkt het wel. Af en toe ga ik ergens zitten en kijk om me heen wat er gebeurt op dat gebied. Ik heb een half uurtje voor de belangrijkste Katholieke kerk in Jeonju gezeten, dezelfde waar ik vanmorgen een deel van de dienst bij woonde, met mooie samenzang en dames met kanten hoofddoekjes. Nu is het terrein werkelijk bezaaid met mensen die zichzelf of anderen bij herhaling fotograferen. Selfie bij het beeld der martelaren, je kind naast het bijbelboek met twee teksten, jij met gespreide armen voor het Christusbeeld, of jij, lief kijkend naast de piëta achter de kerk. Het is een bizarre vertoning. Om toch nog iets van de achtergrond er op te krijgen gaat men diep door de knieën. En er is natuurlijk de selfiestick voor wat afstand. Als dat nog niet genoeg is neem je de driepoot mee, uitschuifbaar. Mocht je hem vergeten zijn, ze liggen hier overal te koop in de souvenirwinkeltjes. Ik zie hoe een stel, in lieflijk blauw gekleed, de driepoot opstelt voor het kerkportaal, uitprobeert of de afstand goed is en dan achter elkaar een serie foto’s maakt: in innige omhelzing, elkaar lief aankijkend, met de rug naar de camera (dit in verband met de fraaie achterkant van de kostuums hier). Dat alles voor een kerk die gebouwd is op de plek waar decennia lang mensen voor hun geloof stierven. Dat weten die Koreanen ook, de kerk zat bijna vol vanmorgen. Een beetje pastoor in Nederland zou er jaloers op zijn. Maar het weerhoudt hen niet van deze fotomanie. Ook elders in de stad slaan ze hun slag. Voor een oude boom, een leuk huis, naast een beeld of bloemperk. Kinderen leren al vroeg ondeugend in de camera te kijken, van af hun derde weten ze dat een foto zonder V-teken ondenkbaar is. Af en toe help ik een handje, zodat iedereen tegelijk op de foto kan. Af en toe deel ik een kikker uit, grote pret voor een klein beestje. Ik gaf er vanmorgen een aan de snoepverkoper toen ik een foto van hem maakte, hij klepperde met zijn schaar van blijdschap. Een stel vriendinnen, Engels sprekend, kom ik de hele dag tegen. Overal maken ze fraaie foto’s van zichzelf, tegen een ook mooie achtergrond. Hoe zien al die fotoboeken er uit over twintig jaar, als je alleen maar foto’s hebt van jezelf met je twee vingers omhoog of guitig lachend? Hoeveel van waar je was is er dan nog terug te zien?

 

IMG_0386.jpg

Korea en Koffie

Koffie komt niet uit Korea, maar ik denk dat ze het uitgevonden zouden hebben als het er niet was geweest. Werkelijk overal zijn koffietentjes, soms zelfs hele koffiestraten, waar alle bekende en onbekende merken bij elkaar zitten. Starbucks natuurlijk, maar ook Tomntommies, Angle in Us, a Twosome Place, Coffeebean & Tealeaf (een van mijn favo hangouts in Cairo) zijn populair. Bakkerijen met echt lekker gebak zijn er ook, waar je voor een klein vermogen een kopje thee of koffie met een gebakje kunt nuttigen. Ik was al een tijdje niet in Starbucks geweest, maar in Korea zag ik wat er bedoeld wordt met hand dripped. Een jongeman zette filterkoffie met veel aandacht, zoals wij dat vroeger deden thuis, maar dan in kleine potjes, daarna dan weer overgieten met ijs er bij. Je zou denken zonde van de moeite, maar de drie jongedames die in stille bewondering het proces aanschouwen denken daar duidelijk anders over. In Seoel zag ik Dutch Coffee vaak geadverteerd, ik vermoed dat je dan sterke koffie met weinig melk krijgt. Hier in het zuiden hoor ik Americano veel besteld, met heel veel melk. Of je nu koffie of thee bestelt, de vraag is steevast: hot or cold? Ik ben een gekke buitenlander, ik wil het steeds hot.