Counting the Rice, 2 januari 2026

Het afgelopen jaar 2025 heb ik nogal wat dingen gedaan die ik eerder nooit deed, onder het motto: Doe eens iets nieuws.

Ik bezocht Rode Lijn Demonstraties, een Europees Volt congres in Duitsland; Ik liet me een dag gevangen nemen door Amnesty International, ik verkocht Rode Lijn jam voor Artsen onder Grenzen ten bate van Gaza. Ik maakte in december in 13 dagen 47 duiken.

En ik gaf me op voor de installatie Counting the Rice in Voorlinden.

De installatie werd in 2014 door Marina Abramovich bedacht en uitgevoerd, en daarna regelmatig in enige vorm hier en daar. Bij Voorlinden konden bezoekers zich aanmelden om een uur rijst en linzen te tellen.

Dat leek me een leuke uitdaging. Er zijn weinig zaken nuttelozer dan een uur op een bankje rijstkorrels en linzen te gaan zitten tellen, om ze na afloop weer door elkaar geveegd te zien worden, waarop een opvolger overnieuw begint.

Dus meldde ik mij 2 januari 2026 keurig op tijd bij het museum, liet mijn aanmelding controleren, deed al mijn spullen inclusief mijn telefoon in een kluisje, en liep naar de plek van de installatie. Daniel Liebeskind heeft een speciaal betonnen bankje ontworpen, waar in dit geval één persoon plaats kon nemen, opgesteld in een hoek van zaal 2 van Stilte in de Storm.

Terwijl mijn voorganger, een jonge vrouw, nog druk bezig was linzen in rijtjes van tien te sorteren (zij telde dus niet de rijst) kreeg ik een hagelwitte labjas aan met rode letters: MAI, waarmee ik een deel van de installatie werd. Daarna nam ik de koptelefoon over van mijn voorgangster, kreeg een leeg papiertje en potlood, en begon te tellen.

Hoe doe je dat? Ik had van te voren bedacht dat ik wellicht een leuke figuur kon gaan leggen. Met getelde korrels. Ik liet dat plan bij aankomst onmiddellijk varen. Door heel korte nagels na het vele duiken de weken daarvoor, kon ik rijstkorrels slecht oppakken. Dus de rijstkorrels gingen per vijf vegend naar links, na 100 korrels gingen er 100 linzen een voor een naar rechts.

Wat gebeurt er dan, in zo’n uur?

Weinig.

Ondanks de koptelefoon ben je je bewust van de omgeving. Vooral als mensen hardop sprekend in je omgeving staan. Ik keek alleen op als er kinderen in mijn blikveld verschenen, ik zag verder alleen onderbenen en beentjes.

Mensen staan soms best lang te kijken, terwijl er weinig te zien valt. Komt iemand te dichtbij, dan grijpt de zaalwacht in. Het publiek wordt geacht geen interactie met de teller/installatie aan te gaan.

Concentratie is nodig om te tellen, je kunt je gedachten niet laten zweven, en je moet al helemaal niet beginnen aan een liedje in je hoofd. Wat in mijn geval nog een uitdaging is.

Als dat allemaal lukt dan kun je stevig doortellen.

Hoewel het geen wedstrijd is, het resultaat op dat papiertje neem je mee, niemand is geïnteresseerd in de aantallen.

Deelnemers zijn vaak vergezeld van anderen, die foto’s maken. Ik vreesde al dat dit verhaal nooit bewezen kon worden, (picture or it didn’t happen), maar Chiel, de medewerker, had twee foto’s gemaakt, die mij met enige vertraging toch bereikten.

Opvallend genoeg ging de tijd heel snel. Normaal gesproken heb ik een redelijk precies gevoel over hoeveel tijd er is verstreken, nu stond naar mijn idee na een half uurtje Chiel weer in mijn blikveld, tijd om de laatste linzen te noteren en mijn koptelefoon aan mijn opvolger af te geven. Die liet er ook geen gras over groeien en was al aan het tellen, voor ik met Chiel een en ander had afgerond.

Hij begon bij de linzen, die lagen bovenop.

Als je een beetje doortelt kun je in ongeveer 55 minuten 1200 rijstkorrels en 1145 linzen tellen. 

Het was een vrolijk makende activiteit, en totaal nutteloos.

Ik maakte daarna een rondje over de rest van de expositie en ging tot slot nog even kijken bij Counting the Rice. Daar zat inmiddels een vrouw geconcentreerd de rijstkorrels te tellen. Ze noteerde keurig het getelde op het papiertje naast haar op het fraaie bankje van Liebeskind.

Counting the Rice loopt nog tot half mei. Tellers kunnen er voor half maart niet meer bij.

Geachte meneer Koolmees, beste Wouter,

De beste wensen voor een mooi en mobiel 2026, dat het bij de NS maar mag lopen als een trein. Nog goede voornemens, inzake NS? Vast wel. Ik heb er, tegen mijn gewoonte in, recent een gemaakt voor 2026.

Even een idee wie ik ben: een zeventigjarige vrouw, met een Flex-abonnement, die regelmatig vanwege het milieu de trein neemt. Niet altijd sneller, zeker niet altijd voordeliger, maar het milieu mag wat kosten. Een maal per jaar ga ik ergens aan de andere kant van de wereld duiken. Ook dan neem ik het OV tussen Den Helder Zuid en Schiphol. Met een koffer van 23 kilo, een carry-on van net iets te zwaar en mijn backpack voor de zaken die in het vliegtuig nodig zijn. U kent dat wel, gesjouw.

Om uw plannen voor NS te helpen deel ik hier graag mijn ervaringen en observaties van afgelopen zondag 28 december, na een tweedaagse terugreis vanuit Anilao, Luzon, Filippijnen. 47 Duiken gemaakt, wat veel is. Niet om op te scheppen, maar dat u hier te maken heeft met een actieve vrouw die wel wat gewend is.

Ik daag u uit te doen wat ik gedaan heb afgelopen zondag, als soloreiziger. Niet een jongere collega op pad sturen, u bent veel jonger dan ik, het gaat u ook zeker lukken. Tweede klas kan, maar hoeft niet per se. Verschil zal het niet maken.

Mijn terugreis

Aangekomen bij de roltrap naar perron 3 op Schiphol: inchecken. Waar is het paaltje? Niet waar ik het verwacht. Even zoeken, ah, achterkant van de roltrap, met de achterkant naar mij toe. Voor een nieuwkomer niet te herkennen. Koffer maar even laten staan, om de trein niet te missen. Gelukt. Tref je een sprinter, dan trek je je koffers zo het balkon op. Tref je een IC dan moet je nog twee treden op, Gelukkig zijn er vaak mensen die nog een handje toesteken om de koffers het balkon op te krijgen, veel tijd is er niet. 

Tot Sloterdijk is niet lang, zo’n klapstoeltje kan best. Wel jammer dat onze perrons en onze treinen zo stoffig zijn en door graffiti er vaak verwaarloosd uitzien. Als eerste kennismaking met Nederland geen reclame. Ik begrijp heel goed dat die glimmende perrons, lightrails en vliegveldtoiletten in Doha, Djakarta, Singapore enzovoort, mogelijk zijn door laagbetaalde buitenlandse arbeidskrachten, maar toch.

Op Sloterdijk aangekomen op zoek naar de lift, waar in mijn geval wat andere reizigers mij voor waren, dus even wachten, de kleine lift is snel vol met al die bagage. Gelukkig was er tijd, met mijn koffers lift in, lift uit, door het poortje uitchecken, ook nog een handigheid met bagage. Naar perron 3 weer inchecken, daar is rechts een breder poortje, heerlijk. 

En dan sta je bovenaan een stenen brede trap, met je koffers. Die van mij zijn van een merk dat reclame maakt met valbestendige wieltjes, dat is maar goed ook. Ik moet de koffer per tree achter me aan slepen, een trap af met 23 kg in de ene en een carry-on in de andere hand gaat mij niet lukken. Lawaai maakt het wel. Gelukkig was er een dame die mij hielp met de carry-on. Wellicht lukt het u (nog) wel, zo’n koffer gewoon vrolijk al die treden af te tillen.

Vanwege een tussenstop om een jarige vriendin te bezoeken, stond ik in Alkmaar aan het eind van de middag op het perron te wachten op de trein naar Den Helder Zuid. Gelukkig was er op dit perron een ouderwetse wachtkamer, droog en uit de wind en iets warmer dan buiten. De deur open krijgen en je koffer naar binnen duwen was ook nog lastig. Maar gelukt.

Op tijd stond ik klaar om in te stappen, gelukkig toevallig net bij een deur met een fietsenbalkon. Handig, dacht ik, daar zijn echte stoelen en is veel ruimte voor je koffers. Helaas stond er een al wat ruim geparkeerde fiets en wilde er nog twee fietsers bij.

Ik zat toen al op een klapstoeltje. Er was wat gedoe om alles te laten passen. De hoofdconductrice die kwam kijken, had haar dag niet. Meestal tref ik heel aardige en beleefde conducteurs. Maar deze mevrouw sprak mij niet aan, maar de fietseigenaren: “Fietsen hebben voorrang, die mevrouw moet daar weg met die koffers”. Ik ging verzitten, maar kennelijk nog niet ver genoeg weg, dus ik kreeg dat nog een keer te horen, “Die mevrouw moet daar weg met die koffers.” Met enige medewerking van alle reizigers lukte het om alles te parkeren. De bewuste conductrice heb ik verder niet meer gezien. Maar goed ook, er zijn weinig zaken onbeschofter dan mensen niet rechtstreeks aan te spreken maar het via een ander te doen. De fietsers, erg aardige mensen, waren ook verbaasd: “Dat had toch zo niet gehoeven? 

Dat er in Den Helder Zuid in het weekend geen aansluitende bus is naar Julianadorp, kan u niet kwalijk worden genomen, maar OV zou moeten aansluiten. U kent vast wel iemand bij Connexxion (de naam draagt het in zich). Ik heb gelukkig een aardig zusje, dat even stopte met koken om mij voor onderkoeling te behoeden en met een warme auto mij op kwam halen.

Wat suggesties voor verbetering:

Maak die paaltjes van alle kanten herkenbaar, ook voor nieuwkomers. Zet ze daar waar je ze zou verwachten. Niet ergens naast of achter, maar gewoon op de logische plek voor de gemiddelde Schipholreiziger.

Die treinen glimmend houden: Praat eens met een reïntegratie-project, of mensen die taakstraffen uitdelen. Best een passend klusje voor de jongens die de trein zo fraai voorzagen van coupébrede kerstversiering met dichtgeschilderde ramen. Of andere dwarsreizigers. Geef ze een bezem, een grijper en vuilniszak. Laat ze graffiti verwijderen, ook in de toiletten.

Denk eens over een nodige aanpassing van veelgebruikte perrons, zoals dus perron 3 en 4 op Sloterdijk. Geen lift, geen roltrap, en dat op een station waar veel mensen vanaf Schiphol verder reizen.

Dat met die wachtkamers komt vast goed. Je kunt immers niet alles tegelijk.

Aangeven waar die fietsbalkons zijn, dat moet met de huidige techniek ook lukken, via datzelfde bord met die kerstman en rendierslee bijvoorbeeld (grappig, inderdaad).

Maar de medewerkers leren dat je de reiziger waar je wat van wil, direct hoort aan te spreken, bij voorkeur vriendelijk, maar in ieder geval beleefd, dat kan eigenlijk vandaag al.

O ja, mijn voornemen: ik ga bij een volgende duikvakantie niet meer per OV. Ik bespaar me die laatste treurige halve dag ellende voortaan en neem een Schiphol taxi. Niet duurzaam, wel fijn.

Ik hoor graag hoe u het vergaan is met die proefrit. Een fijne jaarwisseling en succes! (en vertil u niet aan die koffers).

Linda Rose Smit

Jungle, 28 december 2025

Ik zit onder een bananenboom en eet een ijsje. Het is volgens mijn laptop bijna tien uur. Volgens mijn telefoon vijf uur en bij u is het een uur of twee in de nacht. Er zingt een vogel, er klinkt het geruis van een waterval. Overal liggen op en achter bankjes, op het groene gras en in houten tentjes mensen te slapen. Dan klinkt daar plotseling het ochtendgebed, terwijl de grote bronzen jungledieren, de oryx naast het nijlpaard, de gorilla met de neushoorn, met een hop op zijn hoorn, onverstoorbaar doorgaan met hun feestmaaltijd van bordjes en uit kopjes.

De Orchard in Doha, de nacht loopt ten einde, over een paar uur weer een vliegtuig. Drie films later sta ik dan weer op Schiphol. Mijn donzen jakje is hier niet gevonden, het slapen in de quiet room lukte maar matig, maar na een kleine opfrisbeurt kan ik er wel even tegen.

Met een koffer vol halfnatte spullen, met blauwe plekken van de bootladder, met verse muggenbulten en rauwe vingers van vier keer per dag pak en booties aan en uit; maar vooral met een hoofd vol beelden en herinneringen, sluit ik dit duikblog af. Het zit er weer op voor dit jaar.

Ik zal u niet vervelen met dat laatste lastige stukje, dat kennen we allemaal wel. Tot een volgend onderwateravontuur, oplettend lezertje. Of commentaar op de toestand in de wereld, die deze weken gewoon doorging met alle ellende en narigheid.

Maar niet alleen de narigheid, ook de schoonheid en de vriendelijkheid gaat door, overal ter wereld.

Ik wens u een mooie en veilige jaarwisseling.

Lang weekend, 27 december 2025

Half een hield de oorverdovende herrie eindelijk op. Maar toen had ik alle poging tot slaap al opgegeven en stond ik spullen te sorteren. Als compensatie begon de fanfare om zeven uur de dag met een vrolijke deun. Ik was toen al een uurtje wakker. Even goed nadenken wat ik aan ga trekken en wat ik eerst ga doen zo. 

Beneden zijn mijn bootbuddies bezig hun spullen aan te trekken. We nemen afscheid met een hug of een gedag, afhankelijk van de tijd die we samen doorbrachten. Mijn gidsen zijn er niet, die maken zich na drukke weken op voor meer drukke weken, er komt een grote groep Australiërs.

De 12 Taiwanezen die hier kerstdagen vierden vertrekken weer. Inclusief hun indrukwekkende droogpakken in fraaie kleuren, de caps met kattenoortjes en de hertengeweitjes en kerstmutsen voor het broodnodige fotogeweld onderwater. Of zoals een gids het samenvatte: under water Mickey Mouse.

Dan de rekening. Altijd spannend. In Amsterdam kon ik even helemaal niet bedenken wat de pin van mijn creditcard was. Gelukt!

Ik sjouw met een deel van de redelijk droge uitrusting al die trappen weer op. Ik aanschouw de chaos rondom en besluit dat thee dan altijd een goede tussenstap is. Uiteindelijk staan de koffers keurig gepakt op de stoep, ik vertrek voor het laatste half uur naar een paar niveaus lager, nog een thee en wat koekjes.

Dan hoor ik fanfaregeschal, erg dichtbij. En verdomd, de hele band (een andere dan gisteren) staat tussen de wasbekkens en de compressorruimte een speelt een deuntje. Als ik aankom, wordt er door vrolijke medewerkers een stoel voor me buiten gezet. Twee nummers spelen de mannen dat het een aard heeft, echte fanfare, koper en drum. Daarvoor een majorettekorps, met een kleintje van een jaar of zeven als middelpunt. Strakke rood-zwart-zilveren pakjes, met grote glimmende knopen, bijpassende oorbellen. De bandleider zweet peentjes in zijn uniform.

Zo heb ik nog nooit een vakantie afgesloten. Na twee nummers gaan ze weer, en is inmiddels mijn boot ook klaar voor vrertrek. Een kort tochtje, dan overstappen naar een SUV met een praatgrage chauffeur, die twee banen heeft om het allemaal te kunnen betalen. We bespreken de toestand in de wereld en die in de Filippijnen in het bijzonder. Halverwege de rit gaan we over op muziek van een lokaal radiostation. Hij moet nog twee uur rijden om weer thuis te zijn, daar ligt een pakje op hem te wachten. Hij verwacht dat zijn vrouw wel weer boos zal zijn omdat hij weer wat voor de auto bestelde.

Ik vrees chaos en drukte bij inchecken, maar alles loopt op rolletjes. Dat het in het vliegtuig op mijn plek bij het raam zo koud is door de luchtstroom dat ik aan de rechterkant zeker vijf graden kouder ben dan links, zodat ik dus behoorlijk wrak en onvrolijk in Doha aankom, het hoort er allemaal bij.

Net niet, 26 december 2025

Aan alle mooie dingen komt een eind. Dus ook aan deze duikvakantie. En dat is maar goed ook, na de ochtend en de lunch op weg naar mijn kamer ergens bovenin het resort had ik makkelijk door een slak ingehaald kunnen worden. De stikstofopbouw zal fors zijn, na 47 duiken. Dat leest u goed, ja ik vind het ook veel. Maar niet té. De opbouw deze dag was uitgekiend. De eerste duik bracht ons naar kale, bruine zanderige jachtvelden. Waar we van alles aantroffen, zoals veel nietnaaktslakken. Met een fraai huis dus. Een ornate pipefish, krabbetjes en garnaaltjes. Tijdens de pauze vanaf de wal weer een zingende dame gehoord, die naar ons idee behoorlijk vals zong, maar je weet nooit hoe men daar lokaal naar luistert. De tweede duik was meer het type superaquarium. Veel rots, koralen dus, vissen in soorten, maten en kleuren, met een paar hoogtepunten als bijvoorbeeld froghfishes. 

Ik was rondom gelukkig. Wie heeft het, op zijn tweede kerstdag? Wij duikers, een wereld waar je geweest moet zijn om het begrijpen. Films, foto’s, mijn verhalen, niets kan tippen aan de ervaring van zoveel schoonheid, gecombineerd met gewichtsloosheid.

Dat je dan amper meer de trap op komt neem je voor lief. En na even een paar uurtjes rust kun je er zo weer tegen. De laatste duik voor mij kan beginnen.

Dus ik doe een bestelling bij Romnick, de uitstekende divemaster. Graag wat zon in plaats van dat drizzeltje dat valt als wij ons weer in het pak hijsen. Dan nog iets wat we niet zagen, en voor mij graag een nieuwe slak. Hij zou zijn best doen. Hij zou op zoek gaan naar de pygmee onder de zeepaardjes, een halve centimeter als het mee zit.

En verdomd, al na minder dan een kwartier onderzoekt hij een passend koraal, en daar op een hoekje zit die bargibandi, die zich al maanden schuil had gehouden. Je kon Romnick horen jubelen van vreugde. De andere ploeg werd telepatisch gewaarschuwd, en ik mocht als eerste fotograferen.

Wat een feest. Toen daarna ook de zon nog begon te schijnen kon het niet beter. Behalve dan dat Romnick mijn wens letterlijk nam, en nog voor enige nudies zorgde waarvan een van een flink formaat, die ik nog niet kende en ook niet op de grote posters hier aan de wanden te vinden is. Ik blij dat het er een was waar je geen vergrootglas bij nodig hebt. Tot ik zijn moeder even even verderop aangewezen kreeg, de10 centimeter haalde die wel. Kan ook zijn vader zijn geweest, zoals dat vrijende stelletje kleurige slakken aan het eind van de duik nog maar eens bewees.

Ondanks de treurige realisatie dat ik voorlopig even uitgedoken ben toch zeer blij met deze afronding.

Aan wal lag inmiddels ok de boodschappenboot, met alles wat de keuken nodig heeft ons te voeden en te laven. Op het veldje is het feest inmiddels met volle kracht en geluid losgebarsten.

De op Amerikaanse leest geschoeide band had ik al horen oefenen vanmiddag.

Wat er precies gevierd wordt is niet helemaal duidelijk, de onafhankelijkheid van de regio, meen ik begrepen te hebben. De dames van de administratie verontschuldigen zich voor de herrie. De versterker staat zo veel te hard dat de vibratie hier boven te voelen is.

Ondertussen liggen mijn spullen te drogen, zijn de envelopjes met inhoud en vriendelijke woorden afgegeven. Morgen de rest, ondanks de herrie ga ik proberen te slapen ook al is het net negen uur. 

Nog even een leuke foto voor jullie uitzoeken.

Naar Betlehem, 25 december 2025

Dat naar Betlehem reizen nog niet zo eenvoudig is tegenwoordig, beschrijft vandaag een stuk in Trouw. Ook wij vertrokken vandaag naar die bestemming.

Na een zeer succesvolle Black Water Dive gisteravond was ik zo moe dat ik moeite had niet boven mijn avondmaaltijd in slaap te vallen. Toen dat gelukt was, en het bordje leeg, werd me verteld dat er om middernacht een kerstbuffet geserveerd zou worden. Ik heb bedankt. ’s Morgens lagen er nog druiven en mandarijntjes bij het ontbijt, ook erg lekker, mee voor de hele boot. 

Naar Betlehem dus. Daar aangekomen bleek de stroom te sterk, dus een andere duik. Ook prima, al waren we er al wel een paar keer geweest. De tweede poging was beter, de mannen wensten ons veel plezier bij onze Christmas dive, er was over nagedacht. Al boven water werd er gezongen in het nabijgelegen dorpje dat de duikstek zijn naam geeft. Karaoke is hier onverminderd populair en de hele bemanning zong mee, een mij totaal onbekend Engelstalig nummer.

Onder water was ook om te zingen. Goed zicht, veel kleur, wolken balestoides, wat bijzondere vondsten, en lekker lang in het zonnetje op vijf meter. Een heerlijke rit terug, ook in de zon.

Dan denk je na 42 duiken: heerlijk, ik ben helemaal in balans. Maar dan komt er nog een duik, en nog een duik.

De eerste deze kerstmiddag lag ik over stuurboord vanaf het begin. Sjorren aan mijn riem wellicht zijn de gewichten verschoven? Maar het kwam niet goed, ik snapte er niks van. Romnick zag mij scheef hangen, ze hebben gauw door hoe mensen in het water liggen, na 20 minuten kwam hij eens kijken wat er aan mankeerde. Hij vond de oorzaak, weight pocket kwijt. Die was waarschijnlijk al bij het van boord gaan naar de diepte verdwenen, vermoedden we allebei. Geen nood, Romnick zou hem wel gaan zoeken zo dadelijk. Ondertussen mis je dan vier kilo (ik ben net een badeend) en wordt de tweede helft lastig beneden blijven. Alle lucht uit het vest, maar beneden blijven bleef moeilijk. Thomas leende mij 2 kilo, ik raapte nog ergens een steen, en gelijk lag ik weer recht in het water. Heerlijk. Er meldde zich een slang, een schildpad, ribbon eels, fraaie nudies. Kortom: de moeite waard. Maar die weight pocket, van mijn nieuwe vest. Romnick ging even zoeken, hij wist precies waar we te water gingen, en jawel, daar kwam hij terug, met de pocket. Ding weer in het vest, 2 kilo lood terug aan Thomas, die daarna zijn eigen pocket weer liet laden door Franky, die niet had gezien wat er gebeurd was en niet begreep waarom die pocket niet zat waar hij hoorde.

Duikers helpen elkaar, met en zonder kerstgedachte. Je licht elkaar bij, je wijst elkaar aan wat je ziet, dat soort dingen.

Na een korte pauze de laatste duik van de dag, huisrif, mijn laatste nachtduik dit jaar. Lekker duiken, af en toe iets leuks, wel wat diep dus goed de non-deco-minuten in de gaten houden, die na een diepe start van deze vierde duik vandaag, snel wegtikken.

Als we er bijna zijn op behoorlijk ondiep water ineens heel veel stroom tegen, en ik zit al onder de 50 bar, dit ga ik zo niet volhouden, ik kom geen meter vooruit. Druk zwaaien met al mijn licht, onderwijl trekt alles mij omhoog, vest weer leeg, Romnick duidelijk gemaakt dat ik dit zo niet ga halen. Hij komt terug en samen landen we met veel lawaai aan mijn linker oor een stukje verder op het strand dan waar de mannen aanlanden. Geheel buiten adem en met nog 20 bar op de meter. Ik speek geen Tagalog, maar kon het commentaar wel raden.

Interessante ervaringen allemaal, het zal en mag nooit routine worden. 

Ondertussen alweer lekker gegeten, spullen hangen te drogen voor morgen, ik heb mijn boarding pass online. Of ik hem maar geprint mee wil nemen naar het vliegveld. Een onbegrijpelijk verzoek, zo langzamerhand. Alles digitaal en online kunnen regelen, maar de gestuurde download is weer niet genoeg.

Morgen nog tijd voor drie duiken, dan kunnen de spullen nog een beetje droog de koffer in. Anders zit je gauw over je maximum van 25 kg.

En hoe was jullie Eerste Kerstdag?

Kerstavond, 24 december 2025

Terwijl u achter de chocolademelk zit of vol in de kerststress, vertrokken wij vanochtend voor de eerste ochtendduik. Wind tegen, zout op de lippen, en dan alles weer op en aan en hup, te water. Op deze plek niet alleen veel zeenaalden, wel een soort of vier, maar ook de ultieme zeenaald: een zeepaardje. Een gele dit keer, met oranje wangetjes. Echt scherp wilde hij dichtbij niet worden, dus ik heb hem gefilmd. En daarna kwam er een klein oranje knikkertje in zicht, een zeer jonge frogfish. Een centimeter schat ik, maar zo knaloranje dat je hem niet kunt missen. 

Het resort zit aardig vol, de freelance gidsen zijn weer gearriveerd. Tweede en derde kerstdag wordt er dan weer veel gewisseld, de gasten die hier oud en nieuw vieren, arriveren. Daar zal ik niet bij zijn. Vandaag als alles mee zit mijn veertigste duik hier. Een persoonlijk record. Morgen niet vergeten in te checken voor mijn terugvlucht. Zucht.

De middagduik brengt meer wind, we zoeken een oppertje. Direct al bij het begin gaat een zeeslang voorbij. Ik heb hem niet gefilmd, ze lijken op elkaar, en voor Thomas was het de eerste hier. Na wat klein spul vind ik hoogstpersoonlijk een ornate pipefish, dubbele punten. Hopelijk nu wel scherp. Na een flinke harige krab sluiten we af met weer een mimic octopus. In de andere groep hebben ze dan al een coconut octopus (klein) en een jonge broadclub cuttlefish achter de rug. Er wandelt ook nog ergens een schelp. Er zingen kerstliedjes in mijn hoofd, Still a Bachs Christmas. Vanavond, ondanks de wind, die hopelijk wat gaat liggen, weer een Black Water Dive. Meer dan drie personen krijgen we ook nu niet bij elkaar. Ik neem mij voor alleen maar te gaan filmen, om in ieder geval iets vast te kunnen leggen dat te determineren valt. Wish me luck!

Plaatjes, 23 december 2025

De stroom stond eindelijk een duik op Kirby’s Rock toe, twee keer zelfs: een keer linksom, een keer rechtsom (want toch best veel stroom nog).

De eerste vondst is een bokserkrab, die ergens twee kleine anemonen vandaan tovert die hij in zijn klauwtjes draagt. Ik zag ze nog niet veel. Een blue ribbon eel. een crèmekleurige leaf fish. Een prachtig langgestrekte zwartgerande crèmekleurige nudi, en later nog drie zulke nudies, die in een groepje voor nageslacht aan het zorgen waren. Ze zijn hermafrodiet, dus dat gaat altijd goed. Een wand met duizenden kleine knalgele zeekomkommertjes. Een giant murray, verschillende leuke garnalen, en bij de safety stop kwam er een niet al te grote hawkbill voorbij. U zult mij op mijn woord moeten geloven, de camera had iets anders aan zijn hoofd.

Gelukkig deed de camera van de Singaporese Susi het wel (hoewel zonder lamp) zodat zij zichzelf in alle standen kon laten vastleggen door de gids. Hij zou haar morgen gaan vertellen dat het slimmer is niet rechtop in het water te hangen als je laag over het rif gaat. Dat is meer iets voor bij een wand. 

Waar je tegenwoordig ook veel plaatjes ziet, is op de mensen zelf. Duikers niet uitgezonderd. De draak en de tijger op de rug van gianni noemde ik al. Maar er komt werkelijk van alles voorbij. Tribals, slangen, damesportretten, en als dat niet genoeg is kan er altijd nog ergens een stud of een ringetje door. Onderwater hebben we gelukkig bijna allemaal een full body neopreen aan. Ook daar kun je zo modegevoelig zijn als je wil. Je kunt alles van één merk kopen, en dan overal de zelfde kleurtjes hebben, roze, oranje, geel. Met bijpassende vinnen uiteraard.

Gids Ronie heeft goed gezien dat er een gat in de markt is. Hij pimpt je vinnen. Voor honderd dollar, als ik het wel heb, kun je ieder onderwaterdier op je vinnen laten zetten, full color, zwart wit, de klant is koning. Hij doet dat heel goed, naar foto’s of naar een voorbeeld van het internet. De gidsen maken ook gebruik van zijn diensten, dan zijn ze onder water makkelijk te herkennen. Soms met zo’n dier, soms hun naam in sierlijke letters. Handig, want als je lang hier bent, wisselt het nog al eens. Ik ben aan gids drie toe inmiddels. Ze zijn gelukkig allemaal goed en ook allemaal aardig.

De middagduik brengt veel stroom, ik duik alleen met mijn gids, de andere groep is met zijn drieën, en ze komen wat chagrijnig boven; Te veel stroom, te weinig gevonden. Die stroom klopt, ik klauw me met mijn pointer er tegenin, zo dicht mogelijk over het zand. Romnick vindt om de haverklap wel een krabje of garnaal maar we zoeken ook groter spul. Het lukt hem het zeepaardje te ontdekken, dat zich met zijn staart stevig aan een zeepen vasthoudt, om niet weg te waaien. De lion fish wapperen de fraaie vinnen haast van het lijf. Op de dijk bij windkrct 9, stel je dat er maar bij voor. Dan wijst Romnick een flink grote platte slak aan, met oranje randjes overal en oranje knopjes aan zijn sprieten. Maar dan zie ik toch nog meer sprietjes en nog ergens een randje. Twee armini’s (duckduckgo maar even) liggen te schuilen onder het zand, de derde is op weg daarheen. Dan ben ik al helemaal bij, de stroom neem ik eerst voor lief, daarna neemt hij af. Ik vind nog een zeer jonge puffervis, het ziet er uit als een heel klein aardappeltje. Ik zie eindelijk weer een paar schelpen lopen, een soort of vier. En dan tamelijk aan het eind komt de wonderpus zijn opwachting maken. Mijn kamer heet ook zo, dus passend. Hij (of zij, lastig te zeggen) doet pogingen mijn camera binnen te gaan, wat het filmen wat lastig maakt. Mijn dag is al weer drie keer helemaal goed.

De avondduik, met zijn vele krabbeltjes, garnaaltjes, een mooi gestreepte puffervis en ergens in een holletje zijn jonkie, de ladybug in de blauwe turnicate, de geel-zwarte krabbetjes in de prachtig rode veerster, die zo fraai naast een fuchsia exemplaar ligt, hoe doen ze het toch.

Mocht u nog een nieuwe passie zoeken: ga duiken.

En dan was dit keer de maaltijd ook nog heel erg naar mijn zin. De helft krijg ik op, morgen tijdens de lunch de rest. Wat een goed idee! En nu op mijn kamertje de boel een beetje gesorteerd, de foto’s overgezet, terwijl het dorp weer uit volle borst juicht bij een doelpunt van het eigen team. Op het betonnen veldje aan het strand kunnen ze niet blijer zijn dan ik.

Krab, 22 december 2025

Verveelt het u al, oplettend lezertje? Mij nog helemaal niet, terwijl het aftellen is begonnen. Na vandaag nog maar vier duikdagen. Lukt het nog een keer een Black Water Dive te maken? De boot is inmiddels gewisseld, er worden nieuwe combi’s gemaakt, gebaseerd op Air of Nitrox, wel of geen groooote camera, etc. De Canadezen vertrokken vanmorgen. Er zitten nu twee Zwitsers, een Singaporese, een Texaan en die enkele Hollander bij elkaar.

Vanmorgen was het krioelen bij Dair Laut, met vier volle boten. Maar daar trok de rode frogfish zich niets van aan en de grote platworm liet het ook koud.

De nachtduik was wellicht de beste tot nu toe. De oscilated poisonous octopus had een bijzonder optreden. Er bleef een heremiet stilzitten, hij droeg dan ook wel een zeer ruim bemeten schelp mee. Er zaten wat mooie garnalen hier en daar. We kwamen een flinke witte paling tegen. Wat ik echter nog steeds miste, was een flink grote rondrennende krab, en qua wandelende schelpen was het ook nog niet veel. Ik had het nog niet gedacht of er schoof een boxkrab in beeld. Een glad effen exemplaar, hij lijkt nog niet erg op de soorten in het boek, meer op Darth Vader. maar blij waren we wel met hem, zo aan het eind van de duik.

Inmiddels begin ik door de bladzijden van mijn logboek te raken, en ik kocht al batterijtjes om vandaag mijn behuizing aan de gang te houden. De 50 uur zijn allang voorbij. En je wil niet midden in een duik geen foto’s meer kunnen maken. Al lastig genoeg dat mijn fotolamp het net geen twee duiken volhoudt. De laatste tien minuten houdt hij het voor gezien, ’s ochtends. Tussenoor laden kan niet op de boot, een reserv batterij heb ik nog niet.

Een lijstje voor de volgende keer.

Er is recent een gezin met twee tienerdochters aangekomen, ze duiken en fotograferen allemaal. Benieuwd hoe veel ruimte de duikspullen daar in huis innemen.

De Singaporese Susi was dan weer benieuwd hoe oud ik was. Ik heb het haar op de dag af gemeld. Wow, so fit, you must have been diving a long time! Maar nee, ik ben een late beginner. En die 150 duiken per jaar van Gianni haal ik ook niet.

Er komen hier nogal wat mensen voorbij die het niet bij één duikvakantie houden per jaar. Die zie je hier vaker dan in de hotels aan de Rode Zee, want dat zijn ze inmiddels ontgroeid. Dit soort plekken biedt meer rust, kleinere groepjes duikers, betere vondsten of bijzondere zaken. Alhoewel het bargibandi zeepaardje zich ook hier nu al maanden niet meer heeft vertoond. En Thomas kwam voor de mimic octopus, die ik inmiddels al twee maal kon vastleggen. Maar Thomas is nog mimicloos.

Zo hebben we gelukkig allemaal nog steeds iets om naar op jacht te gaan. Adem in, adem uit.

Zon dag, 21 december 2025

Ik vraag Dave, de eigenaar, of hij de laaghangende treurige bewolking even kan laten verdwijnen, en hij de zon tevoorschijn tovert.

En verdomd, het lukt hem.

In ruil daarvoor houdt mijn computer het weer op alleen diepte en tijd, wat onvoldoende is.

De tweede duik is nog leuker dan de eerste, het regent nudie’s, vaak dezelfde twee soorten, maar ook een paar onooglijk kleine nieuwe, net als een mini flatworm, ter compensatie van die heel grote gisteren en de forse zwartblauwe even daarvoor. De zon maakt de safety stop onder de boot een feest van kleur. De laatste vondst moet ik bijlichten met mijn gewone lamp, de fotolamp is al door zijn energie heen. 

Als we tegen twaalf uur op het strand aankomen, landen naast ons twee boten vol gasten en het nu in de kerk getrouwde bruidspaar, zij in rood satijn, hij in traditioneel pak. Alle gasten op hun kerstbest. Op naar dat varken, denk ik. Men is opvallend rustig, op het luide knalvuurwerk na.

Een extra lange pauze, we gaan vandaag een Black Water Dive maken met drie duikers en een gids, een heel stuk verderop. Daar in de buurt is dan ook onze middagduik, dan hoeven we niet heen en weer. Scheelt weer gedoe. Zuinig zijn dus met de cameralamp vanmiddag. Alles ligt weer op te laden, maar de tijd is eigenlijk erg kort om alles vol te krijgen. 

Om half vier varen we uit met prachtig weer en een koelbox bier. Volgens Gianni een garantie dat we ook iets zullen zien. Na een goede derde duik, met flamboyant, nudies, garnalen een zeeslang die graag een kijkje neemt in de grote lens van Gianni’s camera, volgt een pauze waarin we de zon zien ondergaan, en de lichtjes van de wal tevoorschijn komen.

Dan volgt het nieuwe avontuur.

In het donker nog een kwartiertje of zo varen, naar een plek waar we op 400 meter diep komen. Er wordt een boei te water gelaten, met een rood licht boven water, en om de vijf meter een groep lampen, tot op 15 meter. Alles aan, lampen aan, camera al aangehaakt, en op drie allemaal gelijk te water.

Dan is het zaak te zien wat er op dat licht allemaal af komt, en met een behoorlijke camera kun je dat dan proberen vast te leggen. Met mijn telefoon is dat niet te doen, die is te traag om dingen scherp te krijgen. Maar wat een leven. Alles wat nog als larve of voorstadium in het open water leeft, wat nog geen huidje of schilletje ter bescherming heeft, krioelt daar door het water, samen met die vervelende waterluizen.

Wezentjes die vermoedelijk op weg zijn een octopus te worden zie ik, turnicates met daarin soms een of twee jonge visjes, die daar bescherming vinden. Een soort slangetjes, met in ieder segment een gele kern: het is sprookjesachtig, spookjesachtig, klein en transparant. Soms is een kwalletje te herkennen, mijn bovenlip herkent de steek. Er jaagt een stel kleine squids dat steeds als ze ons raken inkt spuit. Je diepte goed houden is lastiger dan gedacht. De afspraak is in een richting om de lampen heen te draaien, en vooral niet te ver weg te raken op jacht naar een goede foto. Dat laatste probeer ik niet meer, ik maak een filmpje en kijk vooral. Maar wat een sensatie is dit zeg. Na bijna een uur houden we rond de vijf meter de veiligheidsstop, gaan omhoog, verzamelen rond de boei, waarna de boot ons oppikt.

We zijn allemaal bij. De bemanning bedelft me onder drie handdoeken, uit angst dat ik het koud krijg tijdes het lange terugvaren, dus ik zit lekker comfortabel na te genieten. De mannen proosten met een koud biertje op het succes, het bier heeft zijn werk goed gedaan, er was veel te zien.

Tegen acht uur weer aan land, alles weer uitspoelen en ophangen.

Morgen weer een dag.