Islamitisch Cairo

Vandaag een echt toeristisch dagje, met dit verschil dat ik nu de helft doe van wat ik zou doen als ik hier echt maar een paar dagen zou zijn. Nu komt er morgen weer een dag, dus minder haast. De Islamitische wijk in dus, in de buurt van Muski en Midan Hussein. Een plek waar de meeste toeristen heen worden gebracht om dan een hoek van de wijk door te werken, vol met souvenirs. Het eerste blok vlak bij het plein. De straat verderop is ook erg de moeite waard, en van de Citadel in het zuiden tot een poort in het noorden liggen prachtige gebouwen. Vandaag het Al Ghuri complex bezocht, zo’n zeshonderd jaar oud. Moskee, scholen, tombes, verblijfplaatsen voor reizigers, prachtig uitzicht vanaf de daken. Trapje op trapje af en kruip door sluip door. De plafonds zijn van beschilderd en besneden Cederhout uit Libanon. Dat ze er nog inzitten na zeshonderd jaar, is een wonder op zich. Slechts een koepel van tegeltjes overleefde de aardbeving vorige eeuw niet. Een uniek systeem (althans, uniek voor mij, ik zag zo iets nooit eerder) om de mensen gekoeld water te kunnen geven in de buurt. Aantal toeristen: 1!

Na nog een potje (of twee) thee met munt en veel suiker bij Fishawi (aantal toeristen: 3) weer terug geslenterd naar het dichtstbijzijnde metrostation en gevloerd thuis aangekomen aan het eind van de middag. Ik moet nog een keertje terug voor de Wikala, als de derwisjen dansen. Volgende week maar.

Verkeer

In alle gidsen die je leest wordt het verkeer in Cairo genoemd. Het zou druk, chaotisch en levensgevaarlijk zijn, volgens sommigen. Druk is het zeker, met 17 miljoen mensen in een gebied niet groter dan de Kop van Noord-Holland is het dringen natuurlijk. Maar gevaarlijk valt wel mee, er gebeuren weinig ongelukken, en chaotisch is het slechts oppervlakkig. Smallere straten zijn eenrichtingsverkeer, al houdt men zich daar niet altijd aan, vooral als het rustig is. Bredere straten hebben meestal een verhoogde middenberm, waar geen overheenkomen aan is. Bij drukke kruisingen werken de stoplichten of staan verkeersagenten, die hier in bosjes voorkomen. Ook een aardig middel: niet kunnen keren of afslaan op een kruising maar een stuk door moeten rijden om daar weer de andere kant op te kunnen. De brede straten hebben vaak twee of drie verkeersstroken naast elkaar. Oversteken is dus een sport hier, waar die middenbermen erg bij helpen. Ine de zeer hoge stoepen zijn hier en daar verlaagde stukken. Daar ga je staan, of ergens anders, net hoe het uit komt. Dan kijk je of er een wat rustiger stukje verkeer aan komt, bijvoorbeeld met maar een of twee rijen auto’s. Valt er een gaatje, dan sprint je vlak achter een auto de weg op en met een beetje geluk kun je gelijk over. Zo niet dan wacht je bij de volgende stroom weer een gaatje af, staande tussen het voorbijrazende verkeer. Veel vaker is dat allemaal niet nodig omdat je keurig de gelegenheid van iemand om over te steken, met een beleefd armgebaar: gaat u maar. Altijd dus even goed naar de autoraampjes kijken. Verder wordt er getoeterd, soms uit ongeduld of omdat er iemand een onverwachte beweging maakt, (harde toeter); veel vaker om te waarschuwen dat je er aan komt en gaat passeren, zowel voor auto’s als voetgangers, zodat je niet plotseling naar links gaat (zacht toetertje). Voor de ambulances is het wel een uitdaging, als die rijstroken vol staan is er ook weinig uitwijk meer. De ambulances die ik hier in de wijk zie zijn overigens gedoneerd door Italië.

Samen gevat komt het er op neer dat men elkaar de ruimte gunt en veel minder ongeduldig is dan bij ons. We kunnen er wat van leren.

Verhalen

Regelmatig word ik hier aangesproken, oplettend lezertje. soms alleen met een welkom, maar ook wel eens gevolgd door meer. Soms een serieus gesprek, soms een aanleiding om dat leuke parfumwinkeltje om de hoek te bezoeken. Een zo’n winkeltje heeft die proppers zo’n beetje overal rond Tahrir, lijkt het wel. Als je uit Holland komt, dan hebben ze een broer in Bergen op Zoom, of ze werkten jaren voor KLM. Je leert ze herkennen en poeiert ze af. In een land waar overleven een kunst is, kun je het de mensen nauwelijks kwalijk nemen dat ze de weinige toeristen die er nog zijn in klinkklare munt om willen zetten.

Soms is het verhaal gecompliceerder gebracht en is bijna niet te achterhalen of het gemeend is of een erg ingewikkeld opgebouwde verkoop truc. Gisteren vroeg iemand mij voor hem een briefje aan zijn vriend in Zuid-Afrika te schrijven in het Engels. Hij had een dochtertje gekregen en wilde dat laten weten. Kopje thee om het te vieren? Cadeautje, goed gebruik, om het te vieren (van hem aan mij) en dan beetje geld om het te vieren volgens goed gebruik? Papier voor een meisje, want zacht. Muntgeld voor een jongen want hard en sterk.

Maar ook kwam ik iemand tegen die vertelde uit Gazah te komen. Twee maanden geleden was hij daar vertrokken nadat een bombardement zijn hele gezin met vier kinderen, vrouw en nog wat familie had omgebracht. Nu zwierf hij rond, kreeg van iedereen hulp, maar had vannacht geen onderkomen. Hij vertelde het heel geloofwaardig, zijn rood doorlopen ogen, de onderdrukte tranen, de zenuwtrekking in zijn gezicht. Kon ik hem helpen, want ja, de mensen in Egypte, die hadden het al zo moeilijk. Echt of ook weer zo’n verhaal voor een domme buitenlander? Ik vond het heel plausibel en heb hem wat geld gegeven. Ik betaal liever die paar euro voor een onterecht verhaal dan een mens in nood hulp te weigeren . Als het niet waar was, was het precies genoeg geld voor een goed gebracht verhaal, als het waar was gaf ik veel te weinig.

(Op de foto mijn woonkamer na aanpassingen)

Beit Hosni

Na een dagje soppen in de keuken, waar de tegeltjes nu wel degelijk allemaal zeeblauw blijken te zijn, ook de bruine, tijd om de buurt weer eens te gaan verkennen, dit keer met geladen camera. De meeste gebouwen zijn duidelijk al een eeuw oud, maar een complex sprong er echt uit: fris in de verf, ruim, en met indrukwekkende poorten en muren. Ik wilde een van de koepels vastleggen met een leuk stukje boom er voor, maar getoeter deed mij opschrikken, er volgde een duidelijk nee gebaar. Een jongetje onderstreepte dat nog eens: absoluut niet fotograferen. Met wat vertaling en hulp van een bankemployé (altijd een bank binnen 20 meter hier) bleek: Beit Hosni, het huis van Hosni Mubarak. Q”Uruhub als ik het goed verstond. Het complex is zo groot dat Noordeinde en Den Bosch er vast samen in kunnen. In de buurt de al even prestigieuze sportclub Heliopolis. Maar hoe groot het ook is, de bewoner is niet thuis. Dei verblijft momenteel elders.

Vandaag in Alexandrië de voortgang van het proces rond de dood van Khaled Said, wiens gewelddadige dood de lont in het kruitvat is geweest. Zijn gezicht kijkt ons aan vanaf vele muren hier.

Groen

Cairo is vol, overvol en per dag komen er ruim duizend inwoners bij. De mensen wonen in appartementen, ver van de begane grond, vaak zonder balkon en met weinig ruimte. Toch zijn er hier en daar parkjes, ook bij mij in de buurt. Een groot park, Merryland en een kleiner park waar ik langs loop op weg naar de metro. Het straatje erlangs is al interessant, afhankelijk van de tijd van de dag kun je daar je schoenen laten poetsen, iets te eten of te drinken kopen, plezier maken bij het mini-schiettentje of in de schuitjes. In het park zelf kom je als je de beheerder passeert, die roze biljetjes uitgeeft aan de bezoekers. Op deze vrije vrijdag is het gezellig. Hele families zitten in de schaduw van de bomen op het gras, en hebben alles bij zich om er een gezellige picknick van te maken. Ze zitten er rond de middag en als ik uren later terugkom en het parkje binnenga zitten ze er nog, met vele anderen. Jonge stelletjes, kleine kinderen die zich vermaken met de jonge katten, het mini-kermisje met mini-reuzenrad, draaimolen, zweefmolen en botsautootjes. Een oase van rust en groen om even bij te komen en bij te tanken in deze hectische stad. En dan hebben ze er ook nog een echt antieke zuil staan, van een jaar of 5000 oud. Dat hebben onze parken dan weer niet.

Koptisch Cairo

Op deze eerste dag van het weekend op naar Koptisch Cairo. Denk niet dat het hier uitgestorven is op vrijdag, terwijl van de moskee de oproep tot gebed klinkt zijn er nog allerlei winkeltjes open en worden er nog druk boodschappen gedaan of kopjes thee gedronken. Maar rustiger op straat en in de metro was het wel. Koptisch Cairo is helemaal een zee van rust. Het is een klein ommuurd gebied in het oudste deel van Cairo, barstensvol met kerken. De fundamenten van veel kerken zijn gebouwd op Romeinse resten, die hier ooit op Nijlniveau stonden. Nu moet je dus allerlei trappen af om onderin de kerken of op oud straat niveau te komen. De vloer is zo’n 10 meter omhoog gekomen, zoals bij veel oude steden, door bouwen, afzettingen en slib, vuil etc. De kerken hebben de sfeer van een Grieks Orthodoxe kerk, en soms zijn ze dat ook. Kaarsen, wierook, iconen, beschilderd hout en houtsnijwerk. Veel kerken stammen uit de periode tussen 300 en 600 na Christus. Achter de synagoge de plek waar Mozes in zijn mandje gevonden werd in het riet, nu onderin een put. Hier ook, zo geloven de Kopten, schuilden Maria en Jozef toen het in Israel te heet onder de voeten werd. De Kopten gebruiken een oudere versie van de bijbel, Christenen geloven dat de Heilige Familie in Rome schuilde. Hier ook een groep toeristen met gekleurde petjes, maar verder vooral lokale dagjesmensen die hier een kerkbezoek combineren met een dagje uit in een prettige omgeving. Drukte dus bij de restaurantjes. Veel jongelui, en zelfs een groepje tieners dat mij beleefd vroeg of ik met ze op de foto wilde. Als herinnering voor later, ja, kom daar eens om in Nederland. Er zijn weliswaar niet veel toeristen, maar ik ben toch niet de enige hier. In dit gebied ook een Synagoge, die met veel pijn en moeite in goede staat wordt gehouden. Daar veiligheidspoortjes voor binnenkomst, je weet maar nooit, zeker nu. Op weg naar het metrostation bezocht ik ook een Moskee, een van de oudere en grotere in de buurt. Gehuld in een groene jas mocht ik gaan en staan waar ik wilde, een aardig meisje begeleidde mij en wees de weg. Overal zaten en lagen mensen te eten en te praten. Er was ergens een vrouwengroep actief, en buiten kocht ik nog maar eens een sibhe, voor de verzameling. Daarna langs een rustig gebied met aan de ene kant begraafplaatsen, Engels, geallieerde oorlogsslachtoffers, Amerikaans. Ook het gebied waar auto’s gerepareerd worden. Dichter bij het station werd het weer drukker op straat, met eet en drinkstalletjes om de vrijdag te vieren. Vanuit een autoraampje werd me nog vrolijk “How are you?” toegroepen door een klein meisjes dat bij haar lachende moeder op schoot zat.

Vriendelijk zijn ze hier vooral, heel, heel erg vriendelijk.

Verhalen

Allemaal mooi natuurlijk, zo’n lekker terras, met drankjes hapjes en veel jongelui, maar dit is het gouden bovenlaagje van dit land, en het is flinterdun. Arm en rijk zit hier ver van elkaar af in inkomen, maar dicht bij elkaar in woonomgeving. zoals A me vertelde de bijeenkomst afgelopen zondag: de wijken zijn allemaal gemixt, heel rijk naast heel arm. Bij mij om de hoek is een veldje, waar ooit een gebouw stond, en over twee maanden weer gebouwd gaat worden. De muur eromheen, de struiken en de wachtershuisjes staan er nog. In een hoek van het terrein staan wat kartonnen en plywood wandjes, en daar tegenover, in de schaduw van de muur, is een kien veldje aangelegd, met maxefs en zo, inclusief een vogelverschrikker. Vanavond zag ik daar voor het eerst mensen, twee kleine kinderen waren aan het spelen, een man liet zich zien in de opening van het bouwsel. Squatters? Of de bewaker van het terrein, om te zorgen dat het leeg blijft? Ik vermoed het laatste maar hoe dan ook, dit is leven om te overleven, op het randje van het bestaan. Tegenover de grootste supermarkt in de buurt, die onbereikbaar ver weg is.

Schoon

Mijn enkel zorgde voor vertraging, dus vandaag, voor het weekend, tegen de muren op in de woonkamer van mijn flatje. Gele muren, die nu zacht glanzen na een goede schrobbeurt met Dettol. Zijn ze hier gek op. Er is een lamp die nog speciale aandacht vraagt, er is nog een gang en een slaapkamer te gaan, maar dit wordt al heel aardig mijn huis. Na zo’n hele dag buffelen, zelf geschrobd de straat op om mijn eigen wijk te verkennen. Het is hier prachtig. Er staan hier grote gebouwen in Moorse en Jugendstil, gebouwd door en voor de Britten die hier toen zaten. Nu boven wonen, in de plint winkels. Aan het soort winkels is de kwaliteit van de buurt af te lezen, en dit stuk is duidelijk niet van de straat. Dus zit ik dit te typen op het watergekoelde terras van Starbucks, terwijl de wolken zachte parelmoerkleuren krijgen van de ondergaande zon. Nog even en de moskee laat zich horen, hier om de hoek. Al even imposant.

Dit is onder andere waarom ik hier ben, oplettend lezertje, de avonden zijn hier fantastisch. Het leven komt op volle gang, de lichtjes aan de overkant laten zich van hun vrolijkste kant zien. Om mij heen veel jongelui, op een aantal tafeltjes laptops. Ik hoef zelfs niet in te loggen, en zit ondertussen te skypen met vriendin H.

Dit kon wel eens mijn favoriete terras hier worden.

Zwerven

Geen afspraken vandaag, degene die min of meer in de pijplijn zat ging toch niet door. Druk, druk, druk. Dat gaf me de gelegenheid om lang rond te zwerven in Down Town, en wat op te zoeken waarover ik gelezen had in de gids. De binnenstad van Cairo is rond de vorige eeuwwisseling behoorlijk aangepakt, en dat maakt dat hier schitterende gebouwen staan, voor wie ze zien wil. Wel kijken boven de winkels en mensenmassa, die ook veel aandacht vragen. Ik zocht en vond de Joodse Synagoge, minder spectaculair dan de beschrijving deed vermoeden, en ook het Jacobian Building, beroemd geworden door het boek van Al Aswani, heb ik vast kunnen leggen, waarvan hier boven het bewijs. Veel is oud en versleten inmiddels, en heeft een zeer intensief gebruik te verduren gehad. Nieuwe gebouwen staan er inmiddels ook voldoende tussen, na wat opstanden en revoluties, wat opruimt. Wat verder opvalt op zo’n middag: banken, overal banken. een van de bekendste straten voor buitenlanders, Talaat Harb, is zelfs naar de man vernoemd die het bankenstelsel hier opzette. Soms staan er van een bank drie verschillende gebouwen naast en tegenover elkaar. Geen idee wat ze daar allemaal aan het doen zijn. Niemand heeft hier geld, maar iedereen heeft hier een bank.

Tram

Aan de bus heb ik mij nog niet gewaagd, maar de tram heb ik beleefd vandaag, oplettend lezertje. Er rijden er nog maar drie in Cairo, toevallig in mijn wijk. Ze zijn zo oud als de lijn zelf, en je moet geduld hebben. Gewend aan de metro die iedere zes minuten vertrekt ging ik vol vertrouwen zitten op het bankje, nadat de man naast mij me had verzekerd dat deze de goede kant op ging, richting Ramses. Er kwam een tram van de andere kant en nog een, de onze kwam niet. Mijn medewachters gaven het op en namen de bus, en na een uurtje en de derde tram de andere kant op begon ik ook te moed te verliezen. Maar net toen ik het op wilde geven kwam hij dan toch. Alleen staanplaatsen nog, en de rit kostte een halve pond, te voldoen aan de conducteur die achterin rondhing, maar graag naar zijn klanten toe kwam. Bij de volgende halte werden we overspoeld door schooljongens. Er stond in no time een halve kring om me heen, en ze oefenden graag hun Engels, of zelfs hun Frans. De gewoonlijke vragen, waar ik vandaan kwam, hoeveel broers en zuster ik had, of ik van Egypte hield of van katten (denk ik). Ook de omstanders lieten af en toe graag een vraag vertalen, en zo ging de rit onverwacht snel. Iedereen had plezier, ik kreeg al hun namen en bij het weggaan een hand van allemaal. De moraal van dit verhaal: nooit opgeven, soms krijg je de mooiste cadeautjes door door te zetten en geduld te hebben.

Op de foto een stukje Ramses plein, een knooppunt van wegen, stations en allerlei soorten vervoer.