NBU 49, Uh

IMG_6493

Vrolijk wakker vanochtend, op naar Hoover Dam en Lake Mead, weg van de gekte. Geen haast meer, nergens een afspraak, het is maar een paar uurtjes rijden van Las Vegas. Even een paar dagen genieten van de natuur en verder niks, even bijtrekken van de afgelopen drukke dagen. Dus voltanken, alle tanks legen, water inslaan en de was doen ergens. Dat is op zich al een ervaring. Ik vond online een adres in de buurt, ik vond die plek, maar de Conny die het jaren runde is nu kennelijk ergens anders actief. Op naar de volgende. Zo zie je nog eens wat van Las Vegas buiten de Strip. Zoals mijn kennis zei: buiten de Strip is het gewoon een stad als alle anderen. Overigens bleek de hoek naast mijn overnachtingsterrein een populaire ontmoetingsplek. De working girls waren om 8 uur al vrolijk aan het werk.

De laundromat waar ik belandde zat er duidelijk al heel lang, de bar ernaast was op dit vroege uur al of nog volop in gebruik. De dame die mijn pad kruiste toen zij naar buiten kwam keek wat wazig.

Toen ik eenmaal door had hoe ik mijn quarters in de automaat moest gooien was het verder een fluitje van een cent. Snelle machine, binnen een half uur was het gebeurd, dan nog even drogen en hup weg. Dit was duidelijk niet het deel van Las Vegas waar de welvaart van al die casino’s landt. De helft van de machines was aan reparatie toe, maar er was maar één andere klant, een oudere dame die haar spulletjes aan het vouwen was, dus genoeg plek. Arm of rijk, aardig was de jonge vrouw die de tent bestierde. Ik kon het gekochte water wel even laten staan tot ik mijn was naar de auto had gebracht, had ik daar een doos voor nodig? Terwijl ik wachtte op mijn wasgoed even ontbijten en de auto koelen, want dat was nog niet naar wens. En dat bleef niet naar wens, er kwam wel lucht uit de roosters, maar die was toch verre van koel. Bellen met de garage.  Wellicht een verkeerd knopje of handeltje? Was ik nog in Vegas, kon ik even langs komen?

Dus na het wassen een half uur door Vegas en weer naar de garage. En daar was het nieuws niet goed. Ik bespaar u de details maar waar het volgens hun op neer kwam: alles werkte prima toen ik bij hen vertrok, maar omdat het ene deel het nu deed kon het andere deel het niet meer aan. Want ja, mevrouwtje, oude auto.

Ik zal u verder ook mijn reactie op dit verhaal besparen. Zoveel directheid zijn ze hier in de VS niet gewend. Gevolg is wel dat ze nu heel hard bezig zijn om het vandaag nog voor elkaar te boksen. Als het mee zit om half vijf moet ik klaar zijn voor vertrek. Als het niet mee zit kan ik natuuuurlijk overnachten op hun terrein! Ik had echt geen zin een hele dag lamlendig bij die garage rond te hangen, waar ik me toch na een half uur al verbaas over het management, als ik zie hoe hard iedereen zich achter zijn bureau zit te vervelen. En thee hebben ze er ook niet.

Ik werd dus in een helderblauwe Ford Mustang met 450 paarden onder de kap, afgezet bij het dichtstbijzijnde resort, M. Nieuw en glanzend. Maar je mag er gelukkig in je korte broek naar binnen als je dat zou willen. En dat willen er veel.

Er is gelukkig ook gratis internet en er is een bank in de lounge met een wandcontactdoos in de buurt. Dat is dan tenminste nog iets. Straks maar lunchen. Lake Mead lijkt nog binnen bereik.

Om iets voor vier een belletje: het is gelukt, ze komen me halen. Met nog wat tips en trucs voor een voordelig vervolg rijd ik eindelijk de stad uit.

Nu sta ik op een primitieve camping. Ergens zou wifi moeten zijn, maar niet in mijn hoekje. Verder kun je je tanks legen, maar niet je rommel achter laten. De volgende optie was een RV-park dat op een te dicht bebouwde buitenwijk leek, dus dan liever hier in de föhnwind. Alleen moet je contant betalen en dat kan ik niet. De gastheer van dit kampje vertrouwt er op dat ik dan morgen zorg dat dat alsnog gebeurt, in de volgende plaats is een ATM.

Morgen weer eens wat schilderen.

NBU 48, Ontmoetingen

IMG_6219.jpeg

Ondanks hitte, licht en lawaai, die helikoptertjes blijven vliegen, toch goed geslapen, al ben ik natuurlijk weer wakker als de zon dat is. Ik luier zolang het houdbaar is in Monster zonder iets bij te zetten. Ik ontbijt, ik drink, ik douche. Dan vertrek ik, in de ochtendbries. Het belooft 103 F te worden vandaag. Ik slenter wat hier en daar, ik zoek gratis wifi en vind dat, ik laad achterstallige blogjes op. Ik kijk mensen, ik help foto’s maken. Iedereen is aardig. Het is nog relatief rustig, maar stil is het nooit. Hotels hebben niet alleen muziek binnen, maar ook buiten, en soms zelfs twee soorten door elkaar heen. Geen idee of daar een gedachte achter zit. Sommige hotels zijn stijlvoller dan anderen, maar het is, hoe goed gedaan ook, allemaal nep natuurlijk. Nogal wat zijn er van MGM. Ik bezoek een winkel waar men collages verkoopt met gesigneerde memorabilia van sterren en sporters. Jerry Lee Lewis heb je al voor $ 995 (voor belasting) maar de lange handschoenen van Merilyn doen bijna 10.000. De duurste die ik zie is een White Album, getekend door alle vier de Beatles.  Voor $35.000 kan hij bij u op de open haard prijken. Iedereen is aardig en behulpzaam. Als ik de jongens van het toezicht ergens de weg vraag, volgt er niet wat vaag gewuif; men loopt even met je mee. Ergens staat, voor een discountzaak, een soort bewaker die als taak heeft iedere klant direct aan te spreken. Geen idee hoe dat voelt na een dag. Af en toe heb je korte gesprekjes met mensen die naast je zitten, om wat gegevens uit te wisselen over internet of contactdozen. Nu sta ik in Treasure Island en zie dat hier een laadstation is. Alles opladen, want de laptop kan in Monster niet geladen worden zonder genset bij, en ik wil wat dagen drycampen straks. De telefoon wil gelukkig altijd wel, mijn lifeline en wegwijzer.

Nog een paar hotels te gaan, dan houd ik het echt voor gezien. Eerst nog even een lunch, zonder gelijk een driegangenmaaltijd met zes burgers te scoren. Zal dat lukken hier?

Dat lukt. Wel te veel eigenlijk, maar dan hoef ik vandaag ook niets meer. Ik verdwaal nog ergens in een Modecentrum, waar de Apple genieën een instelling voor me wijzigen en ik een leuk gesprek heb met een dame die vijftig jaar geleden kwam wonen vanuit Duitsland. Ze heeft snoet op dezelfde laptop die ik net kocht, vandaar. Dan sleep ik mij naar het Bellagio, drie hotels terug. Onderschat dat niet, dat is een paar kilometer lopen. En als ik daar aankom is de vogel gevlogen.

Maar ik zit hier op een mooi stoeltje in een keurige koele omgeving met een uur gratis internet, dus ik houd dit nog wel even vol voor ik de moed opgeef.

Morgen lekker naar de Hooverdam!

 

 

NBU 47, Gekkenhuis

IMG_6399

 

Het is een vliegenval, deze stad. Iedereen wil hier zijn. Jong en oud, alleen, samen, een groep, gezin, gezond of ziek: alles loopt en sjokt hier rond. Het aanbod is zo groot dat kiezen lastig is. Om mij heen hoor ik daar voorbeelden van: ‘Waar te eten? Bij die Sandwich Shop dan maar, ik heb nu toch echt honger’. Maar nog even kijken wat er verder nog is.

Winkels voor allerlei goedkope souvenirs, T-shirts en korte broekjes met slechte teksten, overal kantoortjes die kaartjes met korting aanbieden. Allerlei grote namen, of eens-grote namen. De prijs reflecteert de populariteit. Waar ik heen wil is duur, of al net begonnen. Wat er nog is wil ik niet zien. Het is een vermoeiende omgeving, overal is herrie. In de junglebar, met een vrolijk begroeid plafond, brullen de leeuwen en apen uit volle borst. Daar komt de muziek dan nog bij. Voortdurend lopen mensen met grote zwabbers overal de vloeren te dweilen. Overal worden samples uitgedeeld, met verschillende trucjes. Ik beland in een stoel en krijg een nieuw middel gedemonstreerd dat mij zeker 10 jaar jonger zal maken. De linkerhelft dan, ter vergelijk blijft rechts hetzelfde. Volgens de mevrouw werkt het echt fantastisch, volgens mijn kan ik nu niet meer lachen zonder links iets af te breken. Ik beloof erover na te denken en maak mijn linkerhelft verderop weer schoon en beweeglijk. Dan maar oud.

Allerlei complimentjes moeten uitgedeeld. Een jongen die mijn kleinzoon kan zijn noemt mij Barbiegirl. U begrijpt, ik smelt direct voor zijn aanbod. Een Chippendale werpt mij bewonderende blikken toe in een poging zijn show te promoten. Hij heeft een goddelijk lichaam, maar zijn ogen zijn niet al te best. De vraag ‘where are you from?’ doet het altijd goed. Als die gesteld wordt met een niet Amerikaans accent is de kans groot dat ze het mijne herkennen. Porto Rico, Italie, Israel, ze komen overal vandaan, de happy hopefuls die hier proberen een bestaan op te bouwen.

De Fine Art Galeries verkopen vreselijke kunst, de kledingzaken zijn rustig, na negen uur lopen er stromen mensen over de loopbruggen en zebrapaden. De gekste winkel is de M&M winkel, voor de fans. Wat ze daar verkopen? Alles wat je niet nodig hebt en dat dan in M&M kleuren met logo. Serviesgoed, bekers, dispensers, sokken, babykleding, t-shirts, knuffels, sleutelhangers, briefpapier. En natuurlijk de M&M’s zelf: een muur vol kokers, pakt u maar. Als je heel graag wil, kun je in de rij gaan staan om de snoepjes van een persoonlijke tekst te laten voorzien. Er zijn 3D films, er is een Nascar van het M&M raceteam. Het is vier verdiepingen feest. En het is er druk. Voor de weknemers hier, de pushers, de ticketverkopers, de proppers, moet het een zwaar bestaan zijn zo in de hitte in de zomer. Overal lopen mooie blote meiden in verenkleed. Op de foto kost een tip, maar onder de twintig dollar vinden ze het magertjes. Het hele land draait om tips, en hier zeker. De werkdagen zijn lang, de onkosten hoog, het werk zwaar. Hoe voel je je na een dag in een te harde lawaaierige omgeving met duizenden mensen die aan je voorbij sjokken?

Overal maken mensen foto’s van alle lichten van reclames, versieringen en de auto’s. Als ik het tijd vind een taxi te zoeken ben ik net op tijd om te genieten van het waterorgel in de grote vijver voor het Bellagio. Nog niet zo groot als dat in Dubai, maar mooi.

De taxi zet mij af bij Monster, we zijn allebei gaargestoofd.

NBU 46, Viva Las Vegas

 

IMG_6262

Veel groter kan de tegenstelling niet zijn. Ik ontwaak als de zon opkomt, rond een uur of vijf. Volkomen stilte. Zelfs de vogels houden zich hier erg bescheiden. Vanwege de jagers wellicht. Strak op schema heb ik om half zes alles klaar voor vertrek en doe ik de paar uurtjes naar Las Vegas. Het eerste uur nog koel, daarna stijgt de temperatuur snel. Er wordt een hittewaarschuwing afgegeven. 108 Fahrenheit vandaag. Vorig jaar was het ook zo heet, ook voor hier extreem, en dan sterven er mensen van de hitte. Nu hoopt men op bewolking in juli en augustus.

Zoals ik van Arkansas een verkeerde voorstelling had, zo heb ik dat ook van Las Vegas. Ik dacht dat aan te treffen in een platte kale woestijn, maar het ligt tussen de bergen. Bergen die hoger worden naarmate ik dichter in de buurt van Las Vegas kom. Het wordt een maanlandschap haast, weinig begroeiing maar weer imposante rotsen. Dan nader ik de Hoover Dam. Geen tijd om te bekijken, dat doe ik als ik hier wegga, maar de bruggen over de diepe canyons geven veel zijwind, dus opletten met Monster. Het is weer groots, dat landschap. Zonder veel gedoe bereik ik Campingworld, die mij koelte gaat brengen. Ze liggen aan het randje van de stad. Terwijl zij Monster op gaan knappen, probeer ik mijn laptop te herladen, maar hoe kom ik hier weg zonder wielen? Uber reageert hier niet, dus een taxi gebeld. Wat een vondst. Ik tref het met Byron, een wat oudere man, ooit begonnen als dealer in het MGM, maar vanwege doofheid nu op de taxi met veel plezier. Ik ga voorin zitten en we hebben een leuk gesprek dat half uur. Byron wil ook zeker weten dat ik op het juiste adres ben, want achter laten doet hij niet. Hij blijft zelfs even staan om te zien of het wel gaat lukken. En dat doet het, maar het heeft tijd nodig, dus Byron brengt mij naar de Strip en geeft mij zijn kaartje. Dan zoek ik eerst contact met de kennis die mij naar Las Vegas bracht. Die zit vandaag alleen in Californie, morgen is hij weer in zijn Bellagio. Ik graas wat hotels af. De casino’s, de winkels, de foodcourts. Het is veel, heel veel. In het Caesars Palace zijn de duurdere merken vertegenwoordigd, De PC Hooftstraat is er een miezerig straatje bij. In andere hotels zijn ook normalere zaken, met normalere prijzen. Bij he Flamingo stap je zo de gokzaal binnen. Je kunt ook slecht de uitgang vinden, niet geheel toevallig, ze laten je node gaan. Maar aan het eind van de middag is Monster gereed en kan ik ook mijn laptop op gaan halen. Nog wel wat zelf doen, maar de rekening is er naar. Byron brengt me weer, het is leuk om iemand te kunnen begroeten die je al eerder zag in een vreemde stad. We hebben weer een goed gesprek. Hij is ook niet blij met de huidige president. Ik moet de eerste nog spreken die het wel is, op de radio hoor ik ze wel. Hij luistert deze weken het Mueller Report via zijn bluetooth in de taxi. Ja, het zijn allemaal geen nieuwe feiten die hij hoort, hij is benieuwd naar het tweede deel. Lady Liberty, hier ook als beeld aanwezig, heeft het maar moeilijk de laatste jaren vindt hij. De Brexit nemen we ook even door, hij wil weten of dat voor ons invloed heeft.

Dan de volgende uitdaging: waar te overnachten? Een dure hotelkamer heb ik geen zin in, een campground eigenlijk ook niet. Dus sta ik nu op een parkeerplaats waar meer RV’s staan, tussen de vrachtwagens. Goed geregeld, tegen een billijke vergoeding, met een pasje op het voorraam. Dus is er ook controle. Ook kan ik voor vertrek nog even voltanken en dumpen zonder gezoek. Wel zo handig. Als kers op de taart staat er een brievenbus voor het kantoortje. Daar gaan weer wat kaarten in, ik doe het in stukjes. Wilt u er ook een? Even doorgeven dat adres, dan komt hij eraan!

En nu ga ik mij opfrissen en eens zien of de lichtjes van Las Vegas zo mooi zijn als iedereen zegt.

NBU 45, Heet!

IMG_6200

Mijn voorgenomen taak in Tucson kan ik niet helemaal zelf uitvoeren en laat ik in de betrouwbare handen van een jonge kapitein. Blij ben ik er niet mee, het had anders gekund, maar het is niet anders. Later krijg ik bericht dat een Nederlandse vlieger zich er ook over zal ontfermen, dus het komt goed. Om half twaalf als de temperatuur al flink oploopt, verlaat ik de stad. Weer de vlakke vallei in, met de bergen aan de einder. Ik vind het knap dat die bergen dat zo lang volhouden, altijd maar aan mijn horizon staan, maar na een paar uur rijden breek ik er toch doorheen hier en daar. De temperatuur in de cabine is als die buiten, en die is 103 Fahrenheit. Alles wat ik aanraak is heet. Regelmatig stoppen dus en veel drinken is het devies. Leve de ijsjes bij McDonalds in Wicksburg, waar alles cowboy is wat de klok slaat.  Nou ja en het internet dan.

Het lijkt een taaie dag te worden en ik ga er van uit dat ik Las Vegas niet in een ruk ga halen. Ik voel er ook niet veel voor om daar drie nachten te staan en hoop op een betere plek op een paar uur afstand.

Ondertussen verandert het landschap haast onmerkbaar. De bergen komen dichterbij, de cactussen wordne talrijker. Plotseling zie ik wel heel rare cactussen: Yoshua trees! Een hele vallei vol. Even plotseling als ze verschijnen zijn ze ook weer op na een uurtje, maar die heb ik toch maar mooi meegenomen op deze rit. De begroeiing is toch fascinerend, met grote gele pluimen van een plant die ik niet ken. En dan, als de bergen hoger worden omdat we west langs het Grand Canyon gebied scheren, weer donkerpaarsbruine blote rotsen. Aan de avondhemel rijzen scherpe kammen achter elkaar van donkergroen tot lichtblauw naar de einder. Aan de oostkant krijgen ze scherpe schaduwen van de avondzon. Ik word er vrolijk van en de temperatuur wordt ook iets minder hevig heet. Ik tank nog een keer vol (twee pompen te vroeg blijkt later, bij een schandalig dure pomp) en zoek dan op een van de apps een gratis campground. Bijna beland ik bij een paardenmotel, maar met even doorbijten sla ik links- in plaats van rechtsaf en kom op openbaar land. Ergens staat een hekje, een bord met aanwijzingen en moet ik mij registreren. Dat zal met eventuele jachtongelukken of verdwalingen te maken kunnen hebben. Maar ik vind dit al wild genoeg aan deze zandweg en pak de eerste de beste plek naast dat pad. Wellicht een ander pad, maar ik ben vroeg weer weg, ik merk het wel. De neus van Monster naar de zonsondergang gericht. Alle konijntjes die ik zag rennen op weg hier naar toe kunnen weer opgelucht ademhalen, de jagers zitten binnen.

En zo, na een moeizame start, toch een geslaagd einde van deze dag.  Benieuwd wie mij morgen om vijf uur wakker maakt.

 

NBU 44 , Pech, 9 juni

IMG_6141

Na de tegenvaller gisteren was ik lichtelijk overstuur en moe, vanmorgen moest ik mijzelf van de vloer oprapen. Een hele zondag Tucson was geen aanlokkelijk vooruitzicht. Maar je moet altijd van de nood een deugd maken. Dus een Apple winkel opgezocht, want alle trucjes die ik ken brachten mijn ouwe trouwe Macbook Pro 17” niet tot leven. Om vijf voor tien stond ik bij de winkel, alle groene T-shirtjes in opperbeste stemming stonden klaar om mij te helpen. Maar hoe het vriendelijke genie achter de balie ook probeerde: ook hij kreeg er geen beeld meer bij. Nu is het beestje bijna tien en had ik al voorzien dat hij niet eeuwig bij mij zou blijven. Ik wist ook al wat ik na hem wilde. Dat heeft zo’n winkel dan gelukkig ruim op voorraad. Nadeel is wel dat mijn harde schijf niet gedeeld kon worden met de nieuweling, dus dat is de volgende uitdaging. Het is allemaal even nieuw en anders, maar ook gewoon Apple natuurlijk. Ook heb ik een adres van een third party, die wellicht in Las Vegas, als ik toch moet wachten, mijn harde schijf kan delen met deze nieuwe jonge vriend. Tot zo lang zijn er een paar blogjes die missen, want opnieuw schrijven begin ik niet aan. En de foto’s moeten weer in het mapje, daar heb je zo’n ding immers voor.

Tucson op zondag was inderdaad zoals ik me had voorgesteld. Het door iedereen aangeraden gezellige oude centrum was op deze hete dag landerig en kwam pas in de late middag wat tot leven.

Tucson is niks mis mee, het is een stad die ligt te bakken in het dal tussen de bergen. Mensen komen hier om te overwinteren, ’s zomers moet je hier eigenlijk niet zijn volgens mij. De stad heeft de ruimte, de straten zijn breed, het is allemaal goed onderhouden. Ik parkeer Monster in een buurt met nog oude, grijsblauw en rode huizen met veranda. De nieuwbouw is meer pastel met rode daken. Ook hier daklozen, maar iets minder lijkt het. Of ze liggen allemaal ergens in de schaduw. Ergens op straat staat, voor een huis met nogal wat bordjes die vragen om gerechtigheid en minder muur, een paar goede schoenen te wachten op een nieuwe eigenaar.

Ik deed na de aankoop een poging wat kunst te genieten, een aantal musea was dicht, in meer woestijnleven in een museum had ik even geen zin. Dus het MOCA, Museum of Contemporary Art. De toegang is 5 dollar. Het werk zeer contemporain. U heeft meer waar voor uw geld in Kunsthal 45, maar ik ben bevooroordeeld uiteraard.

Daarna nog maar ergens iets drinken of een ijsje. Uiteindelijk werd het een fish and chips maaltijd en veel thee in The Hub, een trendy tent met goede muziek en een overijverige jongeman die elke twee minuten kwam vragen of er nog iets was wat hij voor me kon doen. Dat was niet zo, ik moest mij gewoon weer even herpakken, thee en goede muziek helpt dan heel goed.

Daarna nog even op zoek naar een plant en wasmiddel, bij Walmart. Als ik terugloop naar Monster en op een kruising naar links kijk zie ik een berg, als ik naar rechts kijk zie ik een berg en als ik vooruitkijk zie ik een berg. Het is gelukkig wat bewolkt, de temperatuur valt mee.

Na mijn aankopen naar de campground op het grint. Als ik daar Monster parkeer zie ik mensen in een zwembad dat mij gisteren geheel ontgaan is.

Meer is er niet nodig om Smitje gelukkig te maken. De aanschaf van de badhanddoek met duiktafereel in Walmart was een voorzienige daad. Tien minuten later lig ik in het water en praat met de ander gasten over van alles.

 

Just add water.

NBU 43 (denk ik), Tegenslag

IMG_6133

Dat krijg je ervan als je niet plant. Vanmorgen goed uitgerust maar wat wiebelig van het klimmen op mijn gemakje wakker worden. Dat wil zeggen dat ik er pas om half zeven uit was. Geen coyote als wekker helaas.

Welk plan zou ik uitvoeren? Naar de Noord Rim rijden voor meer canyon?  Na drie dagen Wow ervaringen leek me dat wat veel. Overslaan en op een sukkeldraf naar Las Vegas?  Dat leek me wat jammer. Tucson is volgens de (nieuwe) vriendelijke jongeman in mijn telefoon maar vijf uur rijden. Om 14.00 kon ik er zijn. Ik weet dat dat nooit klopt en hoop op 16.00 uur. Eerst langs een McDonalds voor wifi om alle blogjes te plaatsen die nog wachten. Daar was wel ontbijt en wifi, maar mijn laptop kwam niet tot leven. Dan nog even tanken, verkeerd rijden, de stad twee keer door en voor je het weet ben je een uur bezig in Flagstaff met niks.

Het landschap is eerst meer bos, daarna wordt het lager, korreliger, platter en droger. Als ik van een pauzeplek wegrijd zijn er ineens zuilcactussen, jawel, die uit de Westerns. Groot en groter en op punt van bloeien. De Yucca’s zijn ook van reuzenformaat. Ik zit dan ook nog maar op 3000 voet. Verder het geel van het uitgebloeide en verdorrende gras, het roze van de grond, het grijsgroen van de jeneverbes en het grijsroze van de bergen, na de sneeuwtop van de San Francisco.

De temperatuur stijgt, de auto wordt heter, raam open maakt het alleen maar warmer. Mijn koude limonade is na verloop van tijd zo heet als thee hoort te zijn, mijn IPhone dreigt te bezwijken door de hitte, maar uiteindelijk sta ik dan toch voor de basis die het doel is. En ervoor blijf ik, want hoe ik ook probeer: er is niemand die mij deze vrije dag de basis op wil brengen. Een jongeman die ik via het Chaplains nummer aan de lijn krijg, vindt dat hij kwalijk mensen uit hun vrije weekend kan halen. Ik weet niet wat de chaplain daar doet of wanneer, maar dus niets op zondag. Uiteindelijk word ik dringend verzocht het maandag te proberen, dat is een flinke tegenvaller. Twee nachten in deze hitte is niet iets waar ik naar uit zie. Maar gelukkig is er in de buurt een RV-park, nou ja, park. Ik heb de indruk dat mensen hier soms lang staan, je kunt een plek met afdak huren voor maanden.

Nadeel van deze optie vooral is dat ik dan in één ruk naar Las Vegas moet, waar ik zelf een reistijd van 10 uur voor reken, en dat dan vanaf het moment dat ik vertrek, ergens laat in de ochtend, als het weer zo heet wordt. Geen prettig vooruitzicht, maar het is niet anders.

Ik kom op de campground aan, die gesloten is. Andere bewoners helpen mij een plek vinden, en geven me de code voor het douchegebouw. Er staat genoeg leeg, morgen maar aanmelden.

Tja, dat krijg je ervan als je niet plant en op je impulsen handelt, dat zal me leren.

 

 

 

NBU 42, What goes down, must go up

IMG_5992Om 5.03 uur schrik ik wakker van de coyote van dienst, die de zon begroet met zijn uithalen. U kent het van de films. Ik wil nog wel een uurtje slapen, maar dat lukt natuurlijk niet, de hele wereld wacht! Om 7 uur rijd ik het park weer in, waar nu veel plek is om te parkeren en nog maar weinig mensen zich vertonen. Ik besluit het rim trail naar het westen te lopen, met de zon in de rug. Het is een onvoorstelbaar indrukwekkend landschap dat zich ontvouwt onder mij.

Af en toe onderbroken door het bezoeken van een museumpje of een historische plek. Met souvenirs. Als ik om tien uur zie dat ik ben aangekomen waar ik ongeveer had gedacht te komen, zie ik het begin van een trail naar beneden, Bright Angels. Een hele afdaling lukt niet, daarvoor heb je een overnachting beneden nodig die een jaar van tevoren geboekt moet worden. Of je neemt je tentje mee. Verschillende groepen zie ik welgemoed met rugzak omhoog komen op dit vroege uur, zo zijn ze de middaghitte voor.

Maar ik haal het omlaag tot 3 mile point en weet dat ik dan ruim twee keer zo lang onderweg ben om weer boven te komen. Het is elke stap waard, je daalt af langs de geologische geschiedenis van dit gebied, je ziet de rotsen vanaf een ander gezichtspunt. Je krijgt een gevoel voor de enorme afmetingen van deze diepte. De Coloradorivier blijft een schier onzichtbaar streepje in de diepte. De overkant blijft blauwwazig. Je ontmoet heel wat mensen onderweg. Omhoog loop ik ongeveer op met een gezin met twee kleine jongetjes, een bij vader op de rug, de ander dapper met zijn zes jaar op eigen beentjes. Ieder rust wanneer het nodig is, zo blijf je elkaar passeren. Maar helemaal bovenaan, als het steiler wordt, gaat mijn tempo omlaag en zie ik ze niet meer terug.

Boven gekomen blijkt het weer razend druk overal. Rijen voor de ijswinkel. Ik zoek de shuttlebus op, rijd naar het bezoekerscentrum waar Monster staat en laad mijn laptop daar op, op de grond, schoenen uit, tussen de bezoekers die het allemaal nog moeten gaan beleven. Ondertussen dit stukje tikkend. Vanavond vroeg onder de wol.

Morgen weer een dag, maar waar?

 

 

 

 

NBU 41, Afstanden

IMG_5232

U wordt het vast zat, al die superlatieven over mooie vergezichten. Dan nu een bijna-rampje voor de afwisseling. De rest van de dag komt daarna langs. Ik ben op weg naar de Grand Canyon South Rim. Die Canyon komt natuurlijk niet ineens, dat bouwt op. Dus af en toe zijn er scenic views die zicht geven op de grote scheuren in het landschap. Een die ik wil bezoeken, om even het weidse uitzicht in me op te nemen en wat foto’s te maken, is afgesloten. Jammer maar geen nood, een paar honderd meter verderop staan twee RV’s en een auto op een plek. Ik rijd voorzichtig aan en kijk of ik er nog tussen pas. Dat moet lukken. Ik rijd de RV dwars de parkeerplek op, met zijn kont naar de weg en de kop naar het uitzicht. Als ik bijna ben waar ik wezen wil, hoor ik een hoop gekras achter me. Als ik de wagen parkeer en omkijk zie ik dat ik met mijn trekhaak (handige dingen) een groef in het asfalt maakte: de parkeerplek ligt voorbij een nogal diepe dip. Dat het mij gelukt is toch te parkeren is een gelukskwestie. De andere grote RV had minder geluk. Een aantal vertwijfelde jonge Aziaten staat vast en kan niet voor- of achteruit. Een andere parkeerder, gestopt om te helpen, vraagt of ik raad weet, ik heb immers ook zo’n groot ding.  Alles wat ik kan verzinnen is al geprobeerd, iemand heeft een telefoon die wel bereik heeft, de ongelukkigen hebben dat niet. Weer een andere parkeerder voert het gesprek in zijn betere Engels: hulp van de verhuurder is onderweg, al kan het een uurtje duren. Dan is het zaak dat ik mijn Monster zo manoeuvreer dat ik niet op de terugweg in de goot beland. Dat lukt gelukkig. Vrolijk fluitend verder. De hulpvaardige jongemannen zie ik later weer terug bij een adembenemend uitzicht.

Nadeel van de VS, het is zo groot dat een paar uur rijden dichtbij lijkt.

De enige afspraak die ik maakte deze reis is die in de Antelope Canyon, een slotcanyon met adembenemende kleuren en vormen. Maanden geleden al kon ik maar op twee momenten boeken. De canyon ligt zuid van het stadje Page. Page werd gesticht in 1957, in verband met de elektriciteitscentrale en mijnbouw hier, het historische deel heet ‘straatje van de kleine motels’. Ik telde bij langsrijden een stuk weg met 10 kerken naast elkaar. Het stadje draait om de toertjes die canyon in en het verblijf bij of op Lake Powell.

Deze ochtend vertrok ik voor dag en dauw met de zon in de rug uit Monument Valley. Wat een prachtige plek. Ik ga west, het landschap verandert naar wat rafeliger rotsen, er liggen rode ruggen kilometers lang naast de weg, dan verbleekt de steen, wordt wit en roze. Daar doemt Lake Powell en het achterliggende gebergte op. Prachtig. De smeerpijpen links naast de weg, van die centrale, negeer ik.

Ik heb alle tijd om voor de canyontrip nog even naar het bezoekerscentrum en Powell museum te gaan. Een zeer kundige en uiterst vriendelijke dame neemt alle tijd om me de mogelijkheden van het gebied uit te leggen, alsmede de overnachtingopties, die niet vallen onder de dure RV campgrounds. Het kleine museum vertelt het verhaal van de militair Powell, die ondanks het ontbreken van zijn rechterhand met een groepje dit immense gebied in kaart bracht. De eerste keer in drie maanden, toen raakten ze alle kaarten en notities kwijt bij een bootongeluk. De tweede keer duurde het wat langer en bleef het bewaard.

Dan naar het toerbedrijf. Daar staan nog een man of zestig te wachten. In open wagens gaan we in groepen van 12 met een gids mee. Voor we de canyon vanuit de wash binnengaan even de spelregels doorlopen, er is absoluut geen naaktfotografie toegestaan! Dat u het even weet.

Ook hier komen flashfloods voor, de laatste keer dat die een dodelijke afloop had voor een groep bezoekers werd de canyon gesloten voor losse bezoekers en alleen toegankelijk via de gidsen. Ze hebben allemaal een kinderschepje bij zich.

In ganzenpas gaan we naar binnen. Het maakt niet uit dat we in een file staan. Het is hier koel en aan alle kanten prachtig. Ik weet niet hoeveel foto’s ik heb gemaakt maar elke kant die je op kijkt is raak. En de hoogtepunten zijn die plekken waar op dit moment van de dag de zon recht naar beneden op de zandvloer schijnt. Vandaar die schepjes. Er wordt wat zand omhoog gegooid en de zonnestralen worden zichtbaar, ook voor de foto. Zelf wacht ik liever tot het meeste zand weer neergedaald is, dan weerkaatst de zon niet zo.

Ook als je staat te wachten, de lijnen, vormen, kleuren, alles is mooi. Op de heenweg mag je foto’s maken. Op de terugweg is het doorlopen, tenzij je moet stoppen als een inkomende groep die zonnestralen vangt. Je wilt geen vreemde mensen op die foto natuurlijk. Hoog boven ons wat restanten hout en wortels als stille getuige hoe hoog het water komt als het fout gaat. En het gaat altijd een keer fout, al lijkt dit gebied nog zo droog.

Ik ben erg benieuwd naar de foto’s dus ik denk de middag verder bij Starbucks door te brengen, met thee en snel internet. Die thee is er wel, maar internet? Nou nee. De Safeway waar ze inzitten heeft wel gratis internet, maar zo instabiel en traag, dat ik daar niets mee kan. De hele middag in Page rondhangen? Nog even naar het meer, om te zwemmen?

Terwijl de Grand Canyon maar iets onder de drie uur rijden is! Ik pak de laptop weer in, loop terug naar Monster en rijd naar de Canyon. Meer mooi landschap, dat incidentje met de trekhaak, en dan rijd je het gebied binnen. Wat bebost is. De eerste ontdekkers hier liepen het bos uit en zo bijna de canyon in. Drie dagen probeerden ze vergeefs naar beneden te komen, naar de Coloradoriver. Ik besluit het eerste uitzichtpunt en de Watchtower te bezoeken.  Zelfs dit kleine verre stukje is al letterlijk adembenemend. Je moet er even bij gaan zitten, naar de blauwe bergen staren, genieten van de grote kraaien die zo mooi gebruik maken van de opstijgende lucht. Maar het is al wel zes uur inmiddels en het park heeft geen slaapplek. Ik moet dus naar het bos aan de rand. Ik wil niet te veel stoppen, maar af en toe stap ik toch uit om een blik over de rand te werpen. Mooi, mooi, stil, ondanks alle toeristen die hier de sunsettoer doen met de shuttlebusjes. Dan een opstopping midden op de weg: Heel grote herten met forse geweien lopen op en langs de rest en staan te eten. Daarna zie ik ze nog overal staan en lopen in het bos aan de rand van de weg of zelfs midden in het winkelcentrumpje. Het blijken elk, elanden te zijn, wapitiherten noemen we ze in Nederland.

Parkeren zit er voor mijn grote joekel hier niet meer in zo laat op de dag. Ik kreeg veel info bij binnenkomst, maar ik moet er even over nadenken wat ik hier ga doen en hoe lang ik daarover ga doen. Dan duik ik weer het park uit via een andere route, het bos in. Waar inderdaad overal campers staan, in het begin met grote RV’s, daarna alleen nog tentjes. Maar ik moet ook nog een plekje dus het eerste het beste vlakke stuk dat ik zie, langs een zandweg (had ik al gezegd hoe groot en zwaar Monster is?) is voor mij, linksaf en even doorrijden tot de staart van het weggetje is. Geen idee hoe ik hier weer weg kom, maar dat is een probleem van morgen.

Nu eerst de verse boontjes afhalen en de honger stillen. Dit stukje tikken terwijl ik met mijn onbeperkte abonnement een netflixje pak. Het is hier doodstil in het bos, benieuwd hoe ik morgen wakker wordt. Staan er dan elanden om mijn Monster?

 

NBU 40, Monument Valley

IMG_5166

Dagje kalm aan en niet rijden, ook fijn. Ontbijtje met verse yoghurt, Quaker Oats en rauwe honing uit Lampasas. Dan een toer boeken bij de vriendelijke manager voor de namiddag, als de schaduwen en kleuren het mooist zijn.

Ik heb een hele dag voor me voor van alles. Ik maak een houder voor een van mijn waterflessen voor morgen, in Antelope Canyon. Die is zo smal dat rugzakken en zakjes niet zijn toegestaan. Dan sleep ik mijn opvouw tafel en stoel naar de schaduw van een hokje aan de rand en probeer een monument vast te leggen. Lastig. Ten eerste veranderen de schaduwen en dus de vormen iedere minuut. Zaak dus die eerst vast te leggen en goed te kijken hoe en wat. Dan staat hier een flinke bries, die aardig op temperatuur is. Weer die stofduiveltjes van gisteren. De verf droogt op je bordje en op je kwast. Als ik daar zit komen de eerste ruiters terug die te paard de vallei in zijn gereden. Dan heb je wel een af plaatje. Van ver kunnen het best cowboys zijn, al is de gids een indiaan natuurlijk.

Na drie uur gepeuter houd ik het voor gezien en zet het spul op mijn picknick tafel. Dat trekt volk, en nee, hij is nog niet verkocht. Maar je hebt dan wel heel leuke praatjes met mensen overal vandaan. Ik doe lekker Amerikaans en vraag ze de hemd van het lijf. Sommigen hebben net hun huis verkocht en moeten net als ik alle trucjes nog leren. Anderen doen dit al jaren. Het miegelt hier trouwens van de Nederlanders. Deze bestemming staat in alle lijstjes, dan komen ze wel. Er waren plekken waar we nooit of zelden een Nederlander zagen op mijn reis.

Tussendoor kijk ik naar het steeds veranderende uitzicht, het levende schilderij voor mij, met de prachtige luchten en kleuren.

Ook even de ramen lappen, nou ja, de voorruit dan, de rest zoekt het maar uit, de zonwering is permanent dicht. Monster is inmiddels roodbruin, maar ik hoor hem er niet over, dus ik laat het zo. De WC krijgt een goede beurt (halve meter in het vierkant, dus valt mee) en ik open twee lege kastjes waar ik nooit in ben geweest. Monster heeft ruimte voor vijf, de helft staat leeg. Nu ga ik wat lezen en een bak aardbeien verorberen. Ik spreek u weer als ik uit ben geweest.

Precies op tijd word ik opgehaald door Reeder, een jonge Navajo gids. Ik ben zijn enige klant, dat treft. Wat minder treft is dat ik bovenop de forse prijs nog entree voor de vallei moet betalen. Tel daar de tip bij op en het kost wat. Maar dan heb je ook wat.

De vallei is prachtig, de kleuren zijn prachtig. U kent er allemaal foto’s van, of u kent het uit clips, commercials, films (alle John Waynes bijvoorbeeld). Maar dan ervaar je het niet als 360 graden plus geluid en geur. Je mist dan de grootsheid van het gebied.Tel daarbij op de grote kennis van heden en verleden van de Navajo geschiedenis en de geologie van deze kleinzoon van een medicijnvrouw die nog tot de regengod bidt, en je bent verzekerd van een geweldige ervaring. We stoppen regelmatig, ik probeer vast te leggen wat ik kan. Klap op de vuurpijl: als ik ergens tegen een rots geleund naar boven kijk om een arch te zien die de kop van een adelaar vormt, begint hij ook nog te spelen op zijn dubbelfluit. Het lied is melancholiek en past prima op deze plek. Als ik hem later vraag welk lied het was blijkt hij het ter plekke verzonnen te hebben.

Helaas mis ik de grondeekhoorn, andere dieren dan wat koeien zie ik niet. Maar wel bezoeken we een kleine gemeenschap waar de originele hoga nog gebruikt wordt als weefatelier. Dit woonhuis wordt opgebouwd van hele jeneverbes-stammen en bedekt met de rode aarde van dit gebied, Een skelet staat er al meer dan honderd jaar. De jonge vrouw daar is de kleindochter van een zeer beroemde Navajoweefster die velen de oude techniek bijbracht. Zij zet de traditie voort van het zelf kaarden, spinnen en kleuren van de wol, en dan de traditionele kleden maken. De hoga is koel op deze warme dag, in de winter wordt hij verwarmd.

Er zijn vergezichten, bloemen, verhalen. De rit zelf over de onverharde rode zandwegen is leuk. Aan het eind willen we de zon onder zien gaan vanaf een daarvoor bekend punt. Veel toeristen overnachten in het hotel op dat plateau zodat ze na het eten snel de zonsondergang kunnen bewonderen. Als wij aankomen, 10 minuten voor tijd, staat er al een flinke lijn klaar, waarbij sommigen zich uiteraard meer met de selfies dan met de achtergrond bezig houden. De kleuren veranderen zienderogen, maar op het moment suprême is er een wolkje, niet groot, maar groot genoeg, aan de verder blauwpaarse hemel dat zich slim positioneert tussen de rotsen en de zon.

Ik moet daar dan vreselijk om grinniken. Een Française beklaagt zich maar troost zich met de gedachte dat er morgen nog een zonsopgang is. Ik raad haar aan dan naar een andere kant te kijken. Ik word hartelijk bedankt voor het goede advies.

Terug op de camping neem ik afscheid van Reeder met naast de tip  en klompjessleutelhanger en een kikker. De kikker mag gelijk op het dashbord.

Het kost een klein vermogen, maar dan heb je een onvergetelijke middag. Nu zien hoe ik de foto’s weer naar mijn laptop krijg. De trage verbindingen maken dat wat lastig.