NBU 41, Afstanden

IMG_5232

U wordt het vast zat, al die superlatieven over mooie vergezichten. Dan nu een bijna-rampje voor de afwisseling. De rest van de dag komt daarna langs. Ik ben op weg naar de Grand Canyon South Rim. Die Canyon komt natuurlijk niet ineens, dat bouwt op. Dus af en toe zijn er scenic views die zicht geven op de grote scheuren in het landschap. Een die ik wil bezoeken, om even het weidse uitzicht in me op te nemen en wat foto’s te maken, is afgesloten. Jammer maar geen nood, een paar honderd meter verderop staan twee RV’s en een auto op een plek. Ik rijd voorzichtig aan en kijk of ik er nog tussen pas. Dat moet lukken. Ik rijd de RV dwars de parkeerplek op, met zijn kont naar de weg en de kop naar het uitzicht. Als ik bijna ben waar ik wezen wil, hoor ik een hoop gekras achter me. Als ik de wagen parkeer en omkijk zie ik dat ik met mijn trekhaak (handige dingen) een groef in het asfalt maakte: de parkeerplek ligt voorbij een nogal diepe dip. Dat het mij gelukt is toch te parkeren is een gelukskwestie. De andere grote RV had minder geluk. Een aantal vertwijfelde jonge Aziaten staat vast en kan niet voor- of achteruit. Een andere parkeerder, gestopt om te helpen, vraagt of ik raad weet, ik heb immers ook zo’n groot ding.  Alles wat ik kan verzinnen is al geprobeerd, iemand heeft een telefoon die wel bereik heeft, de ongelukkigen hebben dat niet. Weer een andere parkeerder voert het gesprek in zijn betere Engels: hulp van de verhuurder is onderweg, al kan het een uurtje duren. Dan is het zaak dat ik mijn Monster zo manoeuvreer dat ik niet op de terugweg in de goot beland. Dat lukt gelukkig. Vrolijk fluitend verder. De hulpvaardige jongemannen zie ik later weer terug bij een adembenemend uitzicht.

Nadeel van de VS, het is zo groot dat een paar uur rijden dichtbij lijkt.

De enige afspraak die ik maakte deze reis is die in de Antelope Canyon, een slotcanyon met adembenemende kleuren en vormen. Maanden geleden al kon ik maar op twee momenten boeken. De canyon ligt zuid van het stadje Page. Page werd gesticht in 1957, in verband met de elektriciteitscentrale en mijnbouw hier, het historische deel heet ‘straatje van de kleine motels’. Ik telde bij langsrijden een stuk weg met 10 kerken naast elkaar. Het stadje draait om de toertjes die canyon in en het verblijf bij of op Lake Powell.

Deze ochtend vertrok ik voor dag en dauw met de zon in de rug uit Monument Valley. Wat een prachtige plek. Ik ga west, het landschap verandert naar wat rafeliger rotsen, er liggen rode ruggen kilometers lang naast de weg, dan verbleekt de steen, wordt wit en roze. Daar doemt Lake Powell en het achterliggende gebergte op. Prachtig. De smeerpijpen links naast de weg, van die centrale, negeer ik.

Ik heb alle tijd om voor de canyontrip nog even naar het bezoekerscentrum en Powell museum te gaan. Een zeer kundige en uiterst vriendelijke dame neemt alle tijd om me de mogelijkheden van het gebied uit te leggen, alsmede de overnachtingopties, die niet vallen onder de dure RV campgrounds. Het kleine museum vertelt het verhaal van de militair Powell, die ondanks het ontbreken van zijn rechterhand met een groepje dit immense gebied in kaart bracht. De eerste keer in drie maanden, toen raakten ze alle kaarten en notities kwijt bij een bootongeluk. De tweede keer duurde het wat langer en bleef het bewaard.

Dan naar het toerbedrijf. Daar staan nog een man of zestig te wachten. In open wagens gaan we in groepen van 12 met een gids mee. Voor we de canyon vanuit de wash binnengaan even de spelregels doorlopen, er is absoluut geen naaktfotografie toegestaan! Dat u het even weet.

Ook hier komen flashfloods voor, de laatste keer dat die een dodelijke afloop had voor een groep bezoekers werd de canyon gesloten voor losse bezoekers en alleen toegankelijk via de gidsen. Ze hebben allemaal een kinderschepje bij zich.

In ganzenpas gaan we naar binnen. Het maakt niet uit dat we in een file staan. Het is hier koel en aan alle kanten prachtig. Ik weet niet hoeveel foto’s ik heb gemaakt maar elke kant die je op kijkt is raak. En de hoogtepunten zijn die plekken waar op dit moment van de dag de zon recht naar beneden op de zandvloer schijnt. Vandaar die schepjes. Er wordt wat zand omhoog gegooid en de zonnestralen worden zichtbaar, ook voor de foto. Zelf wacht ik liever tot het meeste zand weer neergedaald is, dan weerkaatst de zon niet zo.

Ook als je staat te wachten, de lijnen, vormen, kleuren, alles is mooi. Op de heenweg mag je foto’s maken. Op de terugweg is het doorlopen, tenzij je moet stoppen als een inkomende groep die zonnestralen vangt. Je wilt geen vreemde mensen op die foto natuurlijk. Hoog boven ons wat restanten hout en wortels als stille getuige hoe hoog het water komt als het fout gaat. En het gaat altijd een keer fout, al lijkt dit gebied nog zo droog.

Ik ben erg benieuwd naar de foto’s dus ik denk de middag verder bij Starbucks door te brengen, met thee en snel internet. Die thee is er wel, maar internet? Nou nee. De Safeway waar ze inzitten heeft wel gratis internet, maar zo instabiel en traag, dat ik daar niets mee kan. De hele middag in Page rondhangen? Nog even naar het meer, om te zwemmen?

Terwijl de Grand Canyon maar iets onder de drie uur rijden is! Ik pak de laptop weer in, loop terug naar Monster en rijd naar de Canyon. Meer mooi landschap, dat incidentje met de trekhaak, en dan rijd je het gebied binnen. Wat bebost is. De eerste ontdekkers hier liepen het bos uit en zo bijna de canyon in. Drie dagen probeerden ze vergeefs naar beneden te komen, naar de Coloradoriver. Ik besluit het eerste uitzichtpunt en de Watchtower te bezoeken.  Zelfs dit kleine verre stukje is al letterlijk adembenemend. Je moet er even bij gaan zitten, naar de blauwe bergen staren, genieten van de grote kraaien die zo mooi gebruik maken van de opstijgende lucht. Maar het is al wel zes uur inmiddels en het park heeft geen slaapplek. Ik moet dus naar het bos aan de rand. Ik wil niet te veel stoppen, maar af en toe stap ik toch uit om een blik over de rand te werpen. Mooi, mooi, stil, ondanks alle toeristen die hier de sunsettoer doen met de shuttlebusjes. Dan een opstopping midden op de weg: Heel grote herten met forse geweien lopen op en langs de rest en staan te eten. Daarna zie ik ze nog overal staan en lopen in het bos aan de rand van de weg of zelfs midden in het winkelcentrumpje. Het blijken elk, elanden te zijn, wapitiherten noemen we ze in Nederland.

Parkeren zit er voor mijn grote joekel hier niet meer in zo laat op de dag. Ik kreeg veel info bij binnenkomst, maar ik moet er even over nadenken wat ik hier ga doen en hoe lang ik daarover ga doen. Dan duik ik weer het park uit via een andere route, het bos in. Waar inderdaad overal campers staan, in het begin met grote RV’s, daarna alleen nog tentjes. Maar ik moet ook nog een plekje dus het eerste het beste vlakke stuk dat ik zie, langs een zandweg (had ik al gezegd hoe groot en zwaar Monster is?) is voor mij, linksaf en even doorrijden tot de staart van het weggetje is. Geen idee hoe ik hier weer weg kom, maar dat is een probleem van morgen.

Nu eerst de verse boontjes afhalen en de honger stillen. Dit stukje tikken terwijl ik met mijn onbeperkte abonnement een netflixje pak. Het is hier doodstil in het bos, benieuwd hoe ik morgen wakker wordt. Staan er dan elanden om mijn Monster?

 

1 thought on “NBU 41, Afstanden

  1. Wat is de wereld veranderd, geef mij zojuist op voor de nieuwsbrief van de Canyon. Toen reden we met de roadmap op schoot door Amerika. Kaart en borden volgend en vragen. Tja het was ook nog eens de tweede trip naar de Canyon, de eerste keer slapend in trekkers tentjes met in internationale groep, nu in de geleende camper van mijn schoonzus.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s