NBU 40, Monument Valley

IMG_5166

Dagje kalm aan en niet rijden, ook fijn. Ontbijtje met verse yoghurt, Quaker Oats en rauwe honing uit Lampasas. Dan een toer boeken bij de vriendelijke manager voor de namiddag, als de schaduwen en kleuren het mooist zijn.

Ik heb een hele dag voor me voor van alles. Ik maak een houder voor een van mijn waterflessen voor morgen, in Antelope Canyon. Die is zo smal dat rugzakken en zakjes niet zijn toegestaan. Dan sleep ik mijn opvouw tafel en stoel naar de schaduw van een hokje aan de rand en probeer een monument vast te leggen. Lastig. Ten eerste veranderen de schaduwen en dus de vormen iedere minuut. Zaak dus die eerst vast te leggen en goed te kijken hoe en wat. Dan staat hier een flinke bries, die aardig op temperatuur is. Weer die stofduiveltjes van gisteren. De verf droogt op je bordje en op je kwast. Als ik daar zit komen de eerste ruiters terug die te paard de vallei in zijn gereden. Dan heb je wel een af plaatje. Van ver kunnen het best cowboys zijn, al is de gids een indiaan natuurlijk.

Na drie uur gepeuter houd ik het voor gezien en zet het spul op mijn picknick tafel. Dat trekt volk, en nee, hij is nog niet verkocht. Maar je hebt dan wel heel leuke praatjes met mensen overal vandaan. Ik doe lekker Amerikaans en vraag ze de hemd van het lijf. Sommigen hebben net hun huis verkocht en moeten net als ik alle trucjes nog leren. Anderen doen dit al jaren. Het miegelt hier trouwens van de Nederlanders. Deze bestemming staat in alle lijstjes, dan komen ze wel. Er waren plekken waar we nooit of zelden een Nederlander zagen op mijn reis.

Tussendoor kijk ik naar het steeds veranderende uitzicht, het levende schilderij voor mij, met de prachtige luchten en kleuren.

Ook even de ramen lappen, nou ja, de voorruit dan, de rest zoekt het maar uit, de zonwering is permanent dicht. Monster is inmiddels roodbruin, maar ik hoor hem er niet over, dus ik laat het zo. De WC krijgt een goede beurt (halve meter in het vierkant, dus valt mee) en ik open twee lege kastjes waar ik nooit in ben geweest. Monster heeft ruimte voor vijf, de helft staat leeg. Nu ga ik wat lezen en een bak aardbeien verorberen. Ik spreek u weer als ik uit ben geweest.

Precies op tijd word ik opgehaald door Reeder, een jonge Navajo gids. Ik ben zijn enige klant, dat treft. Wat minder treft is dat ik bovenop de forse prijs nog entree voor de vallei moet betalen. Tel daar de tip bij op en het kost wat. Maar dan heb je ook wat.

De vallei is prachtig, de kleuren zijn prachtig. U kent er allemaal foto’s van, of u kent het uit clips, commercials, films (alle John Waynes bijvoorbeeld). Maar dan ervaar je het niet als 360 graden plus geluid en geur. Je mist dan de grootsheid van het gebied.Tel daarbij op de grote kennis van heden en verleden van de Navajo geschiedenis en de geologie van deze kleinzoon van een medicijnvrouw die nog tot de regengod bidt, en je bent verzekerd van een geweldige ervaring. We stoppen regelmatig, ik probeer vast te leggen wat ik kan. Klap op de vuurpijl: als ik ergens tegen een rots geleund naar boven kijk om een arch te zien die de kop van een adelaar vormt, begint hij ook nog te spelen op zijn dubbelfluit. Het lied is melancholiek en past prima op deze plek. Als ik hem later vraag welk lied het was blijkt hij het ter plekke verzonnen te hebben.

Helaas mis ik de grondeekhoorn, andere dieren dan wat koeien zie ik niet. Maar wel bezoeken we een kleine gemeenschap waar de originele hoga nog gebruikt wordt als weefatelier. Dit woonhuis wordt opgebouwd van hele jeneverbes-stammen en bedekt met de rode aarde van dit gebied, Een skelet staat er al meer dan honderd jaar. De jonge vrouw daar is de kleindochter van een zeer beroemde Navajoweefster die velen de oude techniek bijbracht. Zij zet de traditie voort van het zelf kaarden, spinnen en kleuren van de wol, en dan de traditionele kleden maken. De hoga is koel op deze warme dag, in de winter wordt hij verwarmd.

Er zijn vergezichten, bloemen, verhalen. De rit zelf over de onverharde rode zandwegen is leuk. Aan het eind willen we de zon onder zien gaan vanaf een daarvoor bekend punt. Veel toeristen overnachten in het hotel op dat plateau zodat ze na het eten snel de zonsondergang kunnen bewonderen. Als wij aankomen, 10 minuten voor tijd, staat er al een flinke lijn klaar, waarbij sommigen zich uiteraard meer met de selfies dan met de achtergrond bezig houden. De kleuren veranderen zienderogen, maar op het moment suprême is er een wolkje, niet groot, maar groot genoeg, aan de verder blauwpaarse hemel dat zich slim positioneert tussen de rotsen en de zon.

Ik moet daar dan vreselijk om grinniken. Een Française beklaagt zich maar troost zich met de gedachte dat er morgen nog een zonsopgang is. Ik raad haar aan dan naar een andere kant te kijken. Ik word hartelijk bedankt voor het goede advies.

Terug op de camping neem ik afscheid van Reeder met naast de tip  en klompjessleutelhanger en een kikker. De kikker mag gelijk op het dashbord.

Het kost een klein vermogen, maar dan heb je een onvergetelijke middag. Nu zien hoe ik de foto’s weer naar mijn laptop krijg. De trage verbindingen maken dat wat lastig.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s