
Weer een reisdag met geregel. Op Incheon kost het even tijd voor ik een wifi ei, Koreaanse Won en daarna een OV kaart heb, Ik kies voor het konijn, maar dat hangt me al snel als een molensteen om de nek, want het beestje is niet echt bedrijfszeker.
Omdat de taxichauffeur geen zin heeft in een lastige omrit, sleep ik mijn koffers in de middaghitte een kilometer of wat voort, tot ik bij mijn hotel ben. Van alle luxe en elektronica voorzien, het duurt even voor ik snap hoe het toilet doorgespoeld moet worden.
Even opknappen, de koffers opengooien voor het laatste droogwerk, spullen sorteren en dan de wijde wereld in. Wat zaken die opvallen:
Ik zie weinig prullenbakken, toch is alles vrijwel schoon en zonder troep. De avondmarkt, een van de attracties hier, is open van vijf tot zeven. Het ritselt va de toeristen overal, maar ik herken die niet, want afkomstig uit buurlanden. De metro is geweldig, schoon, en snel. De kennis van de Engelse taal is matig, tot afwezig bij velen. Ook op het politiebureau kijken ze me glazig aan. Gelukkig is er toeristenpolitie, gekleed met kekke zomerhoedjes. Hun Engels is gelukkig afdoende. Seoel is een mix van oud en nieuw. Werkelijk iedereen loopt met oortjes in, de telefoon is bij niemand, ongeacht leeftijd, afwezig. En om wat privé te zijn, hurk je gewoon ergens in een hoekje als je wilt bellen. Bij het Seoel Station liggen mannen op stukken karton, ze kijken niet allemaal meer even fris uit de ogen. Rondom een prachtige wandelweg (ontworpen door Winnie Maas) met bomen en struiken, over de drukke verkeersweg door de stad zie je grote banken, die weg, spoorrails en een wrak gebouwtje waaromheen allerlei mensen rondhangen die daar duidelijk slapen bij gebrek aan beter. De tegenstellingen zijn groot. Metrostations fungeren als winkelcentra, buiten al die andere centra die er ook zijn. Om acht uur ’s avonds ben ik gevloerd en wel terug in het hotel. Morgen staan ze hier om half acht op de stoep voor een ritje naar de grens. Uitsluitend als georganiseerde toer te doen, en graag behoorlijk gekleed.




De dag kon niet beter beginnen, weer naar bluecorner, een rifhaakduik, Dit keer de camera mee. Het is geweldig om aan het touw op de stroom te rijden, naast de wahoo, een Spaanse makreel, de grijze rifhaaien, en binnendoor over het plateau twee wittips en hun begeleiders. De napoleon wrasses kwamen keer op keer langs en lieten zich mooi dichtbij vastleggen. Een accepteerde zelfs dat een van de gidsen hem een andere kant op stuurde. Ook op het plateau op de terugweg veel napoleons, een grazende schildpad. Dan nog een school barracuda’s en de duik is compleet. Terug aan boord, weer een snack, en dan de tweede duik, blue holes. Dezelfde plek, iets verderop. De bedoeling is door een gat bovenin de grot in te zwemmen, maar laagtij maakt dat lastig. Dan maar beneden langs. In de grot de zonneharpen van boven, voor de sfeerplaatjes. En op het zand de heremietkrabben, die daar zonder bescherming in hun ruime hol zitten en ieder aanbod van zeegras met dankbare klauwtjes aangrijpen. Net als ik verder wil exploreren komt er een kudde Chinese meisjes binnen, zonder bcd, tank onder de arm, bikini aan, klaar voor een supermodellen foto onderwater. Wie zo een circus toestaat of organiseert… Het mooiste heb ik dan gemist. Net voor die invasie vraagt Hidde zijn Claire ten huwelijk, ze komt boven met een kanjer van een diamant aan haar linker ringvinger. Langs de wand en over het plateau terug, alle vissen in het stralende zonlicht.
Om tien voor vijf heeft de wekker van dienst moeite om ons wakker te krijgen. Maar Blue Corner staat op het programma. Vanwege de verhalen van deze inhaakduik en de stroming besluit ik mijn camera thuis te laten. Hoewel de duik met technisch meevalt ben ik blij dat te hebben gedaan. We duiken erin zonder lucht, dalen af en zoeken dan te top van het plateau, dicht bij Blue Corner zelf. Op aanwijzingen van de gids haken we ons zelf achter een rots, iets terug van de wand. Al bij het aanzwemmen zijn er haaien. Maar bij die hoek is het helemaal geweldig. Het ritselt er van de vis, ik wordt in mijn haar gebeten door een unicorn, die gretig van onze lucht steelt. Als we allemaal aan ons lijntje dansen op de stroom is er tijd te genieten van het uitzicht. Een haai of zeven, grijze rifhaaien en een enkele whitetip genieten van het koude, zuurstofrijke water. Een wahoo vindt dat ook lekker en verder nog wat grote vis als snapper en unicorn. De kleine balestoides fladderen voorbij, er komt een grote barracuda en een school kleintjes. De thermokline warrelt voorlangs, dan is het koud, dan weer warmer op de stroom die fors aan ons sjort. De haaien lijken niet te bewegen, maar komen majestueus voorbij, met hun remoras. Dichtbij genoeg om eens goed alle details van vinnen en kieuwen op te nemen, de spleet in hun ogen, de verschillen in bouw tussen de soorten. Het is in één woord geweldig. Zonder camera hoef ik alleen maar te kijken, kijken en genieten. Naast mij wordt druk mijn kant op gefotografeerd. Als ik verbaasd zwaai wordt er gewezen: kijk achter je. Daar zwemt een behoorlijk grote napoleonbaars vlak lang, met zijn groengele vel en zijn draaiende oogjes. Hij vindt het prettig tussen de duikers en is een vaste gast. Er zal ongetwijfeld iets voor hem te halen zijn. Na drie kwartier verder over het plateau naar de opstijgplek. We komen morenes tegen, een grote potatogrouper. Er is een mooie witte zandrivier met daarin garden eels, die je heel dichtbij laten komen, zodat je goed hun tekening kunt bestuderen. Er komt nog hier en daar een haai voorbij, er zijn bij de safety stop nog scholen barracudas en snappers en jacks en ook een kleine schildpad maakt zijn opwachting. Het is gewoon een wereldduik. Volgende keer de camera mee, anders gelooft niemand dit. Gelukkig worden we voortdurend gefilmd en ik hoop dat mijn buurvrouw nog wat foto’s maakte van de baars. Daarna German Channel, een bestemming die met gejuich wordt begroet door een aantal groepsleden. We gaan twee poetsstations bezoeken en krijgen beloftes van rode en witte anemonen, mantas, roggen en haaien. De rode anemoon schijnt aangewezen te zijn, maar als je achter een groep van 16 man hangt mis je wel eens wat. Ook de bananenslak aan het eind is niet voor mij, ik hang al in de veiligheidsstop. Maar de feathertail ray, onder het zand, vrijzwemmend terwijl het zand van hem afstroom, daarna weer op het zand; de haai die voor de wand ligt te liggen, de grote scholen bigeyes en unicorn, de bal met vermoedelijk makrelen, de schildpad die aan het eten is, tussen de rotsen, het mooie heldere water: het laat ons vergeten dat er bij het poetsstation geen aanbod was, en dat die anemoon maar klein was.
Vroeg er uit, om rond half acht in de skiff naar de eerste duikstek van de dag te gaan, Ngerchong outside. We zien langs de wand massa’s vis. Veel big eyes, two spot snappers en andere grote vis als trevallies. Helemaal op het eind een gigantische ram op een tank. Mijn buddie waarschuwt dat bovenop een grote school bumphead parrot vis zit. Groot, groenblauwgrijs met vier witte tandjes en grote schubben, zien ze er uit als voorwereldlijk en stokoud. Ze zijn zo groot dat ze voor ons niet bang zijn, dus ik kan een stukje met ze mee zwemmen, fotograferen en filmen. De tweede duik op dezelfde plek iets verder op. Zonder bumpheads dit keer, maar om dat te compenseren een kleine spotted eagle ray, een napoleon wrasse, een white tip komt langs en een bal fuselier vis om het af te maken. Na de duik op het achterdek, genietend van het uizicht; de eilandjes die verdwijnen in de regen, het getrommel op het dak. Dan draait de boot op het tij en moeten we vluchten. Binnen is inmiddels iedereen aan de getoaste broodjes met pindakaas begonnen. De tweede middagduik wordt een schemerduik langs de wonderwall. In een trage driftduik gaan we langs helling en wand. Ik zie een zeer kleine blue dragon en een minuscule witte platworm. Zelf vind ik een schelp onder een rots en alle komkommers zijn er in soorten en maten vanmiddag.
