NBU 54, Jalama Beach

IMG_7027

Nog lastig een titel bedenken voor dit blogje. Hoewel ik niet veel gereden heb vandaag, kwam er van alles voorbij: brand, ongeluk, Pacific Highway 1, Lompoc. Maar ik kies voor het einde van deze dag. Ik sta, met Monster (die nu weer ergens een hydraulisch lek heeft, aan de slider), nog net niet op het strand, maar het scheelt niet veel. Passend dezer dagen. 64 Jaar geleden werd ik nog iets dichter bij zee geboren dan waar ik nu sta. Ik reken het goed. Terwijl ik eigenlijk natuurlijk weer op weg was naar een andere plek. Maar ja, die plekken bereik ik zelden deze reis.

Vanmorgen vroeg wakker. Om half acht met mijn mooie bergschoenen de berg op. Het is hier zoals gezegd koel in Californië, de zogenaamde June Gloom, veel zeemist en bewolking. Perfect voor een steile klim de heuvels achter de camping in. Een overdaad aan bloemen en bloeiende grassen. De struiken echter allemaal verbrand, in de fik van afgelopen jaar. Toen de rijken hier in de buurt met de tuinslang hun huisjes bewaakten, u kent de beelden. De camping zelf, met die oude bomen, bleef gespaard omdat de broer van de winkeleigenaar brandweerman is en ze de zaak slim konden redden. Het is een zeer vermoeiende maar prachtige tocht. Ik zie een konijntje, ik zie vogels en als de heuvels de weg afschermen hoor ik op deze windstille dag alleen het piepen en knorren van de vogels en de insecten. Alle kleuren en soorten bloemen, er groeien drie habitatten door elkaar hier. De prairiesoorten van droog en zuid, de bergstruiken van hoog en de zoutminners van de kust. Ik vreesde dat de struiken het helemaal gehad hadden, maar bovengekomen zie ik er toch flink wat alweer nieuwe scheuten hebben. Een kousenbandslang kruist mijn pad, ik zie behalve die vogels en een enkel konijntje geen wild verder. Ik maak niet de hele hike af, ik heb besloten toch deze dag door te gaan om Pismo Beach te bereiken, via de Pacific Highway 1, die zo beroemd is. Als ik tegen tienen na drie uur afzien weer bijna beneden ben, tref ik een werkploeg en maak een praatje. Ze houden de route begaanbaar. Volgens de voorman wel een paar weken werk. Hoe verder ze komen hoe langer het duurt voor ze op hun plek zijn. Ze moeten al die mijlen maken, ook als het straks warmer wordt. Ze zweten nu al als ottertjes.

Als ik weer beneden ben, loop ik nog even naar het strand, via de parkeerplaats. Daar zie ik een flink verkreukelde auto, met een boom door de voorruit. Stond die er gisteren nu ook al? Nee, die blijkt hier gisteravond geland vanaf de weg hierlangs. Met een flinke snelheid. Een van de passagiers is gisteren met de ambulance afgevoerd. Het pak van de bestuurder ligt in en achter de auto. Het merk is overal verwijderd, ook van het pookje (maar het was een Subaru BRZ). We praten wat met elkaar over hoe dit gebeurd is, drank oppert vrijwel iedereen. Maar links-achter zit hij ook flink in elkaar, wat niet past bij dit pad. Van de weg gedrukt?

Dan nog even een blik op de surfers, die weer wachten op de perfecte krul.

Ik maak gebruik van de afwasmogelijkheid hier, leeg de vuilwatertanks en zet als bestemming Pismo op de applemaps. Die mij geen enkele positie door wil geven. Ik denk buiten bereik van wat ook maar te zijn, maar in de buurt van Oxnard kan dat niet waar zijn. Even stoppen, simkaart eruit en er weer in en ik heb weer signaal. Af en toe rijd ik de 101, af en toe lukt de 1.

Ik rijd van de 101 af de bergen in naar Lompoc. Ik had er nooit van gehoord maar het ligt aan de goede weg. Als ik daar rijd zie ik een vriendelijk, ouderwets stadje dat zich afficheert als Art & Flower town. Als er dan ook nog een toeristenbureautje wordt aangekondigd stop ik. Een goede zet. De al bejaarde dame in het kantoortje geeft mij algemene informatie over Californië en de kust, maar wil vooral het verhaal van Lompoc aan mij kwijt. Een stadje dat betere tijden heeft gekend. Eerst de Chumasindianen, dan een Spaanse missie, zoals alle Santa plaatsjes hier langs de kust, en midden 19deeeuw kwamen de settlers uit het oosten. Men verbouwde hier van alles. Eerst veel mosterdzaad. Daarna bloemen voor de zaadwinning. Dat bedrijf is hier nu weg, het stadje raakte in een dalletje. Men doet aan stadsvernieuwing. De diothemeeenaarde is een andere bron van inkomsten, nu begrijp ik ook de witte, platte heuvels. Goed voor van alles, veel als filter of reiniger gebruikt, ook voor mens en dier. Men heeft een traditie van muurschilderingen opgezet, elk jaar komt er minstens een bij. Overal tref je ze aan en ik krijg een folder met nog goede raad waar vooral koffie te gaan drinken en waar oude stonepines te vinden, die hier per ongeluk aan het begin de oorlog terecht zijn gekomen. Nu zijn ze de mooisten van het land. Ik maak een rondje langs die muurschilderingen, ze zijn goed en divers, hier en daar worden ze weer hersteld.

Dan loop ik een winkeltje met van alles binnen. De aardige dame daar, ook al, komt met me in gesprek, we delen ervaringen over de schilderingen, ze zijn vorig jaar met een krijtfestival begonnen, 3D, u kent het van onze Nate op de brug voor School 7. Er is hier in de buurt een marinebasis. En dan die bloemen. Hoeveel kun je delen. De aardige dame vertelt mij van een camping op het strand, ze gaat even bellen, want er is meestal weinig plek. Er is nog plaats voor me, maar reserveren kunnen ze niet. Ik ga, na een kop thee en een berenklauw van de plaatselijke bakker, welgemoed op weg. Een stukje terug en dan door die diothemeeenheuvels een slingerweg naar de kust, die wel een half uurtje in beslag neemt. Ergens zie ik een bord met campground full. Mijn hartje zinkt. Toch maar door, wellicht weten ze waar ik wel terecht kan. Als ik na de haarspeldrit aankom ook daar een bordje Vol. O jé. Maar neen, er is nog plek voor mij, het aardige meisje bij de poort weet van mijn komst en ik kan kiezen. Dat bord staat altijd aan, omdat ze anders overspoeld worden. Ik begrijp direct waarom. Tussen de heuvels een baai met prachtige golven en wit strand. Ik besluit direct twee nachten te blijven en als ik Monster geparkeerd heb en me ga registreren, maak ik er drie nachten van. Meer dan twee dagen op dezelfde plek, dat is nog niet voorgekomen. De zon schijnt hier ook nog vaker dan verderop vertellen mijn zeer vriendelijke buren mij. Direct mag ik al even mee met de oude hond naar het strand, de buurman wil me wel een lift naar het winkeltje geven.

Ik doe wat inkopen, kook een echte warme maaltijd weer en trek mijn hoodie aan. De korte broek komt goed van pas. Volgens de ranger bij de poort is het vannacht extra hoog water (volle maan) en dan is er kans dat er abalones aanspoelen, hij vertelt me ook waar. En zeeglas, dat is hier ook te vinden als je boft. Ik loop langer en verder dan ik van plan ben over het prachtige strand, met aan de landkant de heuvels en de aan de andere kant de ondergaande zon en de surfers in de branding, waarboven een fijne watermist. Een groep knullen is bezig een bos te bouwen van de bomen die hier op he strand liggen. Plevieren lopen zenuwachtig heen en weer, een reiger vliegt over. De zon gaat ter ere van deze Hollander oranje onder en kleurt de hemel en de toppen van de golven roze; voor de camping staan overal groepjes mensen naar de avondhemel te kijken. Een laatste surfer komt met de laatste goede golf op het strand aan.

Ook zij kunnen er geen genoeg van krijgen.

 

NBU 53, Thalassa, thalassa!

IMG_6809

 

Met alle kaarten opgeladen en een volle tank (die nu bijna twee keer zo duur is als toen ik vertrok) rijd ik westelijk. Ik heb een route bedacht met nog wat stippeltjes die Los Angels links laat liggen. Na Las Vegas heb ik even geen behoefte aan glitter en drukte. Volgende keer maar weer. Ik rijd langs velden met Yoshua trees en andere Yucca’s. Ze zijn zwaar van de knoppen. Als ze uitkomen, vermoedelijk na een regenbui, zal het hier overschuimen van het crème van de bloemen.  Naarmate de kust nadert en de bebouwing toeneemt komen er ook weer meer bomen. De bergen worden fluweel van al het frisse donkergroen. Bloeiende struiken en bomen kleuren de route. Omdat ik moet dalen naar zeeniveau rijd ik hele stukken zonder voetjes met af en toe een remmetje. Dan breek ik door de bergen, die hier gelaagd zijn en schuin staan, wat een schitterend wild effect heeft. Ik beland in een file op weg naar Los Angeles, of Venice Beach. Ik koos de route omdat hij scheerde langs een natuurgebied, dat was inderdaad handig. Daar waar de bordjes wijzen op dat gebied sla ik af, weg van de snelweg, en beland in een prachtig rotsachtig gebied met bergweggetjes, miljoenenpanden verborgen hier en daar, paarse bloemen die zich van de rotsen storten, en restaurants die zeer populair zijn aan de geparkeerde Masserati’s, Porches, BMW’s en Mercedessen te zien. En dan, precies om vier uur, tussen twee bergwanden in zie ik de zee! Wat versluierd, de zon verdwijnt schielijk, maar toch: daar ligt de Pacific. Ik slinger een klein draakje af en beland op de kustweg, nog niet de Pacific Highway, maar de weg die alle lokalen hier naar het strand brengt. Die zijn niet overvol maar wel bezocht, ook als is het nu een Hollandse 20 graden. Net nu de airco het doet, koelt het af. Ik zie er de humor wel van in. Ik kan niet geloven dat ik hier rijd eigenlijk. Ik weersta de verleiding om te stoppen bij het eerste strand van Malibu. Het is immers niet zeker dat er plek is in mijn beoogde herberg. Dat is er gelukkig wel, in ieder geval voor deze nacht. Morgenochtend kan ik zien of ik langer kan en wil blijven. De plek ligt aan de voet van de heuvels, met drie mooie hikes, dat trekt me wel, met al die mooie planten hier, het koelere weer en de belofte van zeezicht. Ik parkeer Monster in met een bocht van 90 graden achteruit tussen rotsblokken, best lastig, doe hem op slot en loop naar het strand.

De surfers liggen voor de rotsen te wachten op een beetje behoorlijke golf, gezinnen lopen langs de vloedlijn en doen wat alle mensen aan het strand overal ter wereld doen. Pootjebaden, dingen verzamelen, de kinderen behoeden voor verdrinken, en alle jongetjes willen met een schepje de zee tegenhouden. Men zit goed gekleed, of ligt onder zijn badlaken. Daar loop ik met mijn blote armpjes tussen. In de luwte van een gele rots ga ik zitten genieten zolang als de frisheid het toelaat.

Het was even doorrijden, maar hier ben ik dan, aan de oostkant van de Stille Oceaan, die ik eerder zag, waar ik overheen heb ik gevaren, in heb ik gedoken, maar erlangs gereden aan deze kant ervan heb ik nog niet. Wel de westkant, in Korea vorig jaar.

De korte nachten eisen hun tol. Tot veel nuttigs zal ik vandaag niet meer komen Maar onder de oude boom hier is het goed toeven.

Ik ga theezetten.

 

NBU 52, Uitdagingen

IMG_6773Dat u vooral niet denkt dat ik op vakantie ben.  Zoals gezegd, mijn cards wilden geld. Redelijk. Ik had precies nog 41 euro tegoed van ze, maar daar kom ik niet mee tot de oceaan. Voor je het weet sta je hier met een kartonnen bordje bij het stoplicht. Naar Starbucks. Wifi. Bellen, oeps, ja dat moet met een Nederlands nummer. Simkaart wisselen. Iets duns! Starbucks uit en naar de $0.99 store. Waar alles 99 cent kost, ex belasting. Dus een naaisetje gekocht voor $1.08. Altijd handig, ook voor je simkaart. Sim verwisseld en contact met het noodnummer van kaart èèn, met een heel capabele en vriendelijke dame, die mij door mijn eerste kaart hielp, Want die wilde me ook niet meer kennen. Zal de leeftijd wel wezen. Dat ging goed, met een beetje verwisselen van de simkaart ondertussen. Gelukt. Nu kaart twee, maar die herkende mijn gegevens niet. Weer gebeld, zelfde aardige dame. Tata! De kaart heeft mij opgewaardeerd vanwege mijn hoge uitgavepatroon, ik spaar nu nog harder. Dat is fijn natuurlijk, maar nu kloppen mijn gegevens niet meer, en ik kan me geen mail herinneren die erover repte. De aardige dame zal er voor zorgen dat deze kaart geldig is tot de dag na terugkomst. Nu nog de nieuwe kaartgegevens achterhalen. Gebeld met mijn onovertroffen buurman, die gelukkig thuis was. Hij had al een kaart gevonden, maar dat was hem niet. Rondje door mijn huis en jawel: de juiste kaart, met alle nodige gegevens.

Onder het gillen van de kinderen in de ballenbak hier door is het me nu gelukt alle kaarten weer tevreden te krijgen. Ik kan dus tanken en naar de Pacific. Zoals ik eerder schreef: geen paniek, geen paniek, geeeen paniek!

Laten we er van uitgaan dat er vandaag niets meer fout gaat. Ik houd u op de hoogte!

NBU 51, Dood schip

IMG_6786Vrolijk wakker vanochtend, het is heerlijk rustig op deze campground. Bj het slapen gaan hoorde ik de beloofde troep coyotes huilen. Even wassen. Geen water, geen pomp, geen licht, geen generator. Geen paniek, geen paniek, geeeeen paniek! Vooral de generator verontrust mij. De motor van de auto doet het gelukkig wel. Wat nu? De beheerder roepen? Het is vroeg, hij woont hier al sinds 1991 full time, ik heb niet de indruk dat zijn RV veel beweegt. Ik bel de AAA. Moet ik weggesleept? Nee, want de auto doet het. Dan kunnen ze niets voor mij doen, behalve een adres voor een garage in de buurt geven.

Eerst maar eens weer wat proberen. De zekeringenkast, alle knopjes en lipjes. Dan interessant onder de motorkap kijken. Dan nog eens rustig de generator starten. Die werkt, dus heb ik weer even alles bij. Ik ga er van uit dat ik te veel wildgekampeerd heb voor de paar honderd kilometer die ik gisteren reed en dat mijn accu’s leeg zijn. Problem solved voorlopig. Dus welgemoed op weg. Ik rijd weer zuid langs Las Vegas de woestijn tussen de bergen in. Langs de Mojave is het plan. Dan doemt ineens nog weer een casino op, en dan nog een, compleet met neprots, achtbaan en disneybuitenkant. Een fashion outlet ernaast. Daarheen dus voor ontbijt en wifi.

Nu we hier toch zijn twee Levi spijkerbroeken voor de prijs van een pijp in Nederland. Ja, zo verden ik deze reis wel terug. Terwijl ik zit te bloggen onverwacht FaceTime contact met mijn lieve, mijn oudste vriendin. We vierden onze 45 jarige vriendschap in Korea. Nu heeft ze het zwaar. We zijn allebei blij en ontroerd elkaar zo te zien. Dan verder, langs een grote zonneweide en over de grens met Californië. De Mojavewoestijn is leeg en licht. Je verwondert je er over dat hier vroeg mensen in leven bleven. De bergen laten lichte zandrivieren en gletsjers in het vlakke dal stromen. Ergens begint dan ook een boomgaard.

Ik laat me verleiden tot Peggy Sue’s diner, als in de 50er jaren. Hier vieren Amerikaanse gezinnen en stellen hun weemoed naar betere en goedkopere tijden. Het winkeltje verkoopt nostalgia, knipsels getuigen van de wereldberoemde status. De serveersters in mintgroen en roze, met kapjes. Tegenover mij zit een gezin met een erg lelijke moeder. Dan komt er een nog lelijker jonge vrouw een tafeltje daarnaast zitten, met haar knappe vriend. Ik kan niet anders dan haar vriendelijk toelachten,  ze lacht blij terug.

Na een kop thee en Blue Berry Oma Duck Pie met ijs weer verder. Ik wil niet zo ver vandaag, geen uren maken en geen kilometers. Eerst even voltanken. Dat vindt mijn creditcard geen goed idee. Na al die reparaties is het op wat hem betreft. Nou, de helft wil hij me nog wel geven.

Daarmee kom ik wel op de plek die ik beoogde, maar die is vol. Mensen reserveren om hier in de zomer in de woestijn te gaan staan. Om vervolgens het water op te zoeken, want het is te heet voor iets anders, behalve heel vroeg in de ochtend. In Apple Valley, een rijke streek met grote huizen,  mensen met een Trumpvlag in de tuin, vind ik echter de Lone Wolf Health Ranch, daar mag ik, tegen alleen betaling voor de overnachting in cash, een nachtje rustig staan. Rondje over de plek leert dat mensen hier lang staan, met voortuintjes, tomatenplanten, vogelhuisjes, garages en hondenkennels. Veel militairen ook hier. De maan is bijna vol, de sterren stralen, de avond koelt zo af dat ik ’s morgens wakker word van de kou. Eerste taak morgenochtend is de credit cards opladen. Eitje.

Morgen bij de oceaan?

NBU 50, Hoover Dam 14 juni

IMG_6689

 

De vogels waren er weer vroeg bij deze dag en ik werd vrolijk wakker. Ik zou van de koelte gebruik maken om te schilderen hier. Laat u niks wijs maken, er is geen koelte hier als de zon schijnt. Hoogstens kan het iets minder heet zijn. Maar weer wat geprutst aan een landschapje. Eerste laag zit er op, toen hield ik het niet meer van de warmte.

Dat was het moment dat ik bedacht had te zullen vertrekken in mijn nu koele Monster. Een half uur tot ik bij de Hoover Dam was. Die wordt goed bewaakt. Een jongeman van een zeer militair uitziende unit vroeg mij vriendelijk geheel vrijwillig mee te werken aan een voertuiginspectie. Kofferbak heb ik niet, dan naar binnen. Was er nog iemand binnen, waren er vuurwapens, een hond wellicht? Hem verteld dat Nederlanders niet aan vuurwapens doen, normaal gesproken. Of er iemand in de slaapkamer was? Ik zou zo verbaasd zijn als hij. Weer even de vraag waar ik vandaan kwam, en waar ik nu hierna naar toe ging? Dit was gewoon menselijke belangstelling, Ik moet ook San Diego aandoen, vindt hij.

En dan rijd je dus door die rode bergen naar beneden zo de dam over! Boven mij de boogbrug, waarvan ik nu weet dat ik die al over ben gegaan, maar hij heeft hoge wanden, je kunt er niet overheen kijken. Griezelig hoog wel, zo van beneden gezien.

Monster parkeren op parkeerplaats 11, teruglopen over de dam, bedenken welk kaartje ik wil. Ik besloot tot bezoekerscentrum en powerstation. De rest kwam ik zelf wel uit. Veel met de lift omhoog en omlaag, veel cijfers en maten. Dit project was een kwestie van noodzaak en prestige.

De noodzaak zat hem in het steeds overstromende of aan droogte ten ondergaande zuidwesten van de VS, wat de ontwikkeling van dat gebied tegenhield en mensen tot wanhoop dreef.  De wens was er al langer, maar zeven staten laten samenwerken, dat is wat. Met de grote depressie was er nog een noodzaak: veel werkloosheid en een zeer negatief zelfbeeld. Dat had Hoover goed bekeken, hij wist dat de tijd rijp was. Het werd een enorm project, maar het was binnen budget en twee jaar vroeger klaar dan gepland. Kom er eens om heden ten dage. Wel ten koste van de arbeiders die blij waren met dit werk, maar het soms met de dood moesten bekopen. Ze zaten soms meer dan een jaar met hun gezin in een tentje te wachten voor het werk begon. Velen stierven door uitputting of ongelukken. Ze werkten 363 dagen per jaar, lange dagen ook. En gehoorbescherming deed men niet aan, dus ze zullen wel allemaal doof zijn geworden van die drilboren en de ontploffingen.

Maar dan staat er ook wat. Overigens een project waarvan je je, hoe indrukwekkend ook, kunt afvragen hoe lang het nog effectief is. Het water staat al jaren zeer laag, als het te laag wordt zitten ze in het zuidwesten zonder stroom voor de airco in een warmer wordende wereld. Maar om te zien is het prachtig, en de tijd werkte mee in de schoonheid. Art Deco, met veel koper en messing en strakke lijnen, gecombineerd met dat mooie gladde beton. Daar kun je best een uurtje of twee rondbrengen.

Dan een stukje terug langs Lake Mead, ontstaan door die dam. Naar Boulder Beach. En inderdaad, daar liggen stenen in plaats van het zand dat wij gewend zijn, maar met je wagen op drie meter afstand van het water, en een lichte bewolking om het aangenaam te maken. Verkoeling in het water, dan een paar uurtjes in de schaduw van Monster wat lezen en plannen.

Om vier uur is het genoeg afgekoeld, denk ik, om een ritje te gaan maken naar de noordkant van het meer. Dat advies kreeg ik van een oude Ranger, en hij had gelijk: het is prachtig. Voor iemand die bijna 25 jaar actief geweest is in de geologie is het smullen. Het zwartrood van oude vulkaanpijpen, het geelwitte kalksteen van de hardgeworden zee, het rood van de weer hardgeworden zanden. Het is iedere bocht genieten. Er komt hier geen einde aan het landschap. Dit park, een recreatiepark, wil graag stilte, dus de noordkant heeft een nieuwe toplaag, fluisterasfalt. Prettig rijden op de heenweg en ook fijn op de terugweg met dwarswind. Ik rijd tot het volgende park, dan weer terug want ik wil wel voor donker weer op mijn plekje zijn. Nu neemt de bijna volle maan het op tegen de avondhemel, die langzaam uitdooft. De krekels zingen van harte, de rare vogels, Gables kwartels blijken het te zijn, houden het voor gezien. Het is de tijd voor de hagedissen, de knaagdieren en de tarantulas.

Gezien heb ik ze niet, maar ze zijn er, hier in de droge en hete woestijn.

 

NBU 49, Uh

IMG_6493

Vrolijk wakker vanochtend, op naar Hoover Dam en Lake Mead, weg van de gekte. Geen haast meer, nergens een afspraak, het is maar een paar uurtjes rijden van Las Vegas. Even een paar dagen genieten van de natuur en verder niks, even bijtrekken van de afgelopen drukke dagen. Dus voltanken, alle tanks legen, water inslaan en de was doen ergens. Dat is op zich al een ervaring. Ik vond online een adres in de buurt, ik vond die plek, maar de Conny die het jaren runde is nu kennelijk ergens anders actief. Op naar de volgende. Zo zie je nog eens wat van Las Vegas buiten de Strip. Zoals mijn kennis zei: buiten de Strip is het gewoon een stad als alle anderen. Overigens bleek de hoek naast mijn overnachtingsterrein een populaire ontmoetingsplek. De working girls waren om 8 uur al vrolijk aan het werk.

De laundromat waar ik belandde zat er duidelijk al heel lang, de bar ernaast was op dit vroege uur al of nog volop in gebruik. De dame die mijn pad kruiste toen zij naar buiten kwam keek wat wazig.

Toen ik eenmaal door had hoe ik mijn quarters in de automaat moest gooien was het verder een fluitje van een cent. Snelle machine, binnen een half uur was het gebeurd, dan nog even drogen en hup weg. Dit was duidelijk niet het deel van Las Vegas waar de welvaart van al die casino’s landt. De helft van de machines was aan reparatie toe, maar er was maar één andere klant, een oudere dame die haar spulletjes aan het vouwen was, dus genoeg plek. Arm of rijk, aardig was de jonge vrouw die de tent bestierde. Ik kon het gekochte water wel even laten staan tot ik mijn was naar de auto had gebracht, had ik daar een doos voor nodig? Terwijl ik wachtte op mijn wasgoed even ontbijten en de auto koelen, want dat was nog niet naar wens. En dat bleef niet naar wens, er kwam wel lucht uit de roosters, maar die was toch verre van koel. Bellen met de garage.  Wellicht een verkeerd knopje of handeltje? Was ik nog in Vegas, kon ik even langs komen?

Dus na het wassen een half uur door Vegas en weer naar de garage. En daar was het nieuws niet goed. Ik bespaar u de details maar waar het volgens hun op neer kwam: alles werkte prima toen ik bij hen vertrok, maar omdat het ene deel het nu deed kon het andere deel het niet meer aan. Want ja, mevrouwtje, oude auto.

Ik zal u verder ook mijn reactie op dit verhaal besparen. Zoveel directheid zijn ze hier in de VS niet gewend. Gevolg is wel dat ze nu heel hard bezig zijn om het vandaag nog voor elkaar te boksen. Als het mee zit om half vijf moet ik klaar zijn voor vertrek. Als het niet mee zit kan ik natuuuurlijk overnachten op hun terrein! Ik had echt geen zin een hele dag lamlendig bij die garage rond te hangen, waar ik me toch na een half uur al verbaas over het management, als ik zie hoe hard iedereen zich achter zijn bureau zit te vervelen. En thee hebben ze er ook niet.

Ik werd dus in een helderblauwe Ford Mustang met 450 paarden onder de kap, afgezet bij het dichtstbijzijnde resort, M. Nieuw en glanzend. Maar je mag er gelukkig in je korte broek naar binnen als je dat zou willen. En dat willen er veel.

Er is gelukkig ook gratis internet en er is een bank in de lounge met een wandcontactdoos in de buurt. Dat is dan tenminste nog iets. Straks maar lunchen. Lake Mead lijkt nog binnen bereik.

Om iets voor vier een belletje: het is gelukt, ze komen me halen. Met nog wat tips en trucs voor een voordelig vervolg rijd ik eindelijk de stad uit.

Nu sta ik op een primitieve camping. Ergens zou wifi moeten zijn, maar niet in mijn hoekje. Verder kun je je tanks legen, maar niet je rommel achter laten. De volgende optie was een RV-park dat op een te dicht bebouwde buitenwijk leek, dus dan liever hier in de föhnwind. Alleen moet je contant betalen en dat kan ik niet. De gastheer van dit kampje vertrouwt er op dat ik dan morgen zorg dat dat alsnog gebeurt, in de volgende plaats is een ATM.

Morgen weer eens wat schilderen.

NBU 48, Ontmoetingen

IMG_6219.jpeg

Ondanks hitte, licht en lawaai, die helikoptertjes blijven vliegen, toch goed geslapen, al ben ik natuurlijk weer wakker als de zon dat is. Ik luier zolang het houdbaar is in Monster zonder iets bij te zetten. Ik ontbijt, ik drink, ik douche. Dan vertrek ik, in de ochtendbries. Het belooft 103 F te worden vandaag. Ik slenter wat hier en daar, ik zoek gratis wifi en vind dat, ik laad achterstallige blogjes op. Ik kijk mensen, ik help foto’s maken. Iedereen is aardig. Het is nog relatief rustig, maar stil is het nooit. Hotels hebben niet alleen muziek binnen, maar ook buiten, en soms zelfs twee soorten door elkaar heen. Geen idee of daar een gedachte achter zit. Sommige hotels zijn stijlvoller dan anderen, maar het is, hoe goed gedaan ook, allemaal nep natuurlijk. Nogal wat zijn er van MGM. Ik bezoek een winkel waar men collages verkoopt met gesigneerde memorabilia van sterren en sporters. Jerry Lee Lewis heb je al voor $ 995 (voor belasting) maar de lange handschoenen van Merilyn doen bijna 10.000. De duurste die ik zie is een White Album, getekend door alle vier de Beatles.  Voor $35.000 kan hij bij u op de open haard prijken. Iedereen is aardig en behulpzaam. Als ik de jongens van het toezicht ergens de weg vraag, volgt er niet wat vaag gewuif; men loopt even met je mee. Ergens staat, voor een discountzaak, een soort bewaker die als taak heeft iedere klant direct aan te spreken. Geen idee hoe dat voelt na een dag. Af en toe heb je korte gesprekjes met mensen die naast je zitten, om wat gegevens uit te wisselen over internet of contactdozen. Nu sta ik in Treasure Island en zie dat hier een laadstation is. Alles opladen, want de laptop kan in Monster niet geladen worden zonder genset bij, en ik wil wat dagen drycampen straks. De telefoon wil gelukkig altijd wel, mijn lifeline en wegwijzer.

Nog een paar hotels te gaan, dan houd ik het echt voor gezien. Eerst nog even een lunch, zonder gelijk een driegangenmaaltijd met zes burgers te scoren. Zal dat lukken hier?

Dat lukt. Wel te veel eigenlijk, maar dan hoef ik vandaag ook niets meer. Ik verdwaal nog ergens in een Modecentrum, waar de Apple genieën een instelling voor me wijzigen en ik een leuk gesprek heb met een dame die vijftig jaar geleden kwam wonen vanuit Duitsland. Ze heeft snoet op dezelfde laptop die ik net kocht, vandaar. Dan sleep ik mij naar het Bellagio, drie hotels terug. Onderschat dat niet, dat is een paar kilometer lopen. En als ik daar aankom is de vogel gevlogen.

Maar ik zit hier op een mooi stoeltje in een keurige koele omgeving met een uur gratis internet, dus ik houd dit nog wel even vol voor ik de moed opgeef.

Morgen lekker naar de Hooverdam!

 

 

NBU 47, Gekkenhuis

IMG_6399

 

Het is een vliegenval, deze stad. Iedereen wil hier zijn. Jong en oud, alleen, samen, een groep, gezin, gezond of ziek: alles loopt en sjokt hier rond. Het aanbod is zo groot dat kiezen lastig is. Om mij heen hoor ik daar voorbeelden van: ‘Waar te eten? Bij die Sandwich Shop dan maar, ik heb nu toch echt honger’. Maar nog even kijken wat er verder nog is.

Winkels voor allerlei goedkope souvenirs, T-shirts en korte broekjes met slechte teksten, overal kantoortjes die kaartjes met korting aanbieden. Allerlei grote namen, of eens-grote namen. De prijs reflecteert de populariteit. Waar ik heen wil is duur, of al net begonnen. Wat er nog is wil ik niet zien. Het is een vermoeiende omgeving, overal is herrie. In de junglebar, met een vrolijk begroeid plafond, brullen de leeuwen en apen uit volle borst. Daar komt de muziek dan nog bij. Voortdurend lopen mensen met grote zwabbers overal de vloeren te dweilen. Overal worden samples uitgedeeld, met verschillende trucjes. Ik beland in een stoel en krijg een nieuw middel gedemonstreerd dat mij zeker 10 jaar jonger zal maken. De linkerhelft dan, ter vergelijk blijft rechts hetzelfde. Volgens de mevrouw werkt het echt fantastisch, volgens mijn kan ik nu niet meer lachen zonder links iets af te breken. Ik beloof erover na te denken en maak mijn linkerhelft verderop weer schoon en beweeglijk. Dan maar oud.

Allerlei complimentjes moeten uitgedeeld. Een jongen die mijn kleinzoon kan zijn noemt mij Barbiegirl. U begrijpt, ik smelt direct voor zijn aanbod. Een Chippendale werpt mij bewonderende blikken toe in een poging zijn show te promoten. Hij heeft een goddelijk lichaam, maar zijn ogen zijn niet al te best. De vraag ‘where are you from?’ doet het altijd goed. Als die gesteld wordt met een niet Amerikaans accent is de kans groot dat ze het mijne herkennen. Porto Rico, Italie, Israel, ze komen overal vandaan, de happy hopefuls die hier proberen een bestaan op te bouwen.

De Fine Art Galeries verkopen vreselijke kunst, de kledingzaken zijn rustig, na negen uur lopen er stromen mensen over de loopbruggen en zebrapaden. De gekste winkel is de M&M winkel, voor de fans. Wat ze daar verkopen? Alles wat je niet nodig hebt en dat dan in M&M kleuren met logo. Serviesgoed, bekers, dispensers, sokken, babykleding, t-shirts, knuffels, sleutelhangers, briefpapier. En natuurlijk de M&M’s zelf: een muur vol kokers, pakt u maar. Als je heel graag wil, kun je in de rij gaan staan om de snoepjes van een persoonlijke tekst te laten voorzien. Er zijn 3D films, er is een Nascar van het M&M raceteam. Het is vier verdiepingen feest. En het is er druk. Voor de weknemers hier, de pushers, de ticketverkopers, de proppers, moet het een zwaar bestaan zijn zo in de hitte in de zomer. Overal lopen mooie blote meiden in verenkleed. Op de foto kost een tip, maar onder de twintig dollar vinden ze het magertjes. Het hele land draait om tips, en hier zeker. De werkdagen zijn lang, de onkosten hoog, het werk zwaar. Hoe voel je je na een dag in een te harde lawaaierige omgeving met duizenden mensen die aan je voorbij sjokken?

Overal maken mensen foto’s van alle lichten van reclames, versieringen en de auto’s. Als ik het tijd vind een taxi te zoeken ben ik net op tijd om te genieten van het waterorgel in de grote vijver voor het Bellagio. Nog niet zo groot als dat in Dubai, maar mooi.

De taxi zet mij af bij Monster, we zijn allebei gaargestoofd.

NBU 46, Viva Las Vegas

 

IMG_6262

Veel groter kan de tegenstelling niet zijn. Ik ontwaak als de zon opkomt, rond een uur of vijf. Volkomen stilte. Zelfs de vogels houden zich hier erg bescheiden. Vanwege de jagers wellicht. Strak op schema heb ik om half zes alles klaar voor vertrek en doe ik de paar uurtjes naar Las Vegas. Het eerste uur nog koel, daarna stijgt de temperatuur snel. Er wordt een hittewaarschuwing afgegeven. 108 Fahrenheit vandaag. Vorig jaar was het ook zo heet, ook voor hier extreem, en dan sterven er mensen van de hitte. Nu hoopt men op bewolking in juli en augustus.

Zoals ik van Arkansas een verkeerde voorstelling had, zo heb ik dat ook van Las Vegas. Ik dacht dat aan te treffen in een platte kale woestijn, maar het ligt tussen de bergen. Bergen die hoger worden naarmate ik dichter in de buurt van Las Vegas kom. Het wordt een maanlandschap haast, weinig begroeiing maar weer imposante rotsen. Dan nader ik de Hoover Dam. Geen tijd om te bekijken, dat doe ik als ik hier wegga, maar de bruggen over de diepe canyons geven veel zijwind, dus opletten met Monster. Het is weer groots, dat landschap. Zonder veel gedoe bereik ik Campingworld, die mij koelte gaat brengen. Ze liggen aan het randje van de stad. Terwijl zij Monster op gaan knappen, probeer ik mijn laptop te herladen, maar hoe kom ik hier weg zonder wielen? Uber reageert hier niet, dus een taxi gebeld. Wat een vondst. Ik tref het met Byron, een wat oudere man, ooit begonnen als dealer in het MGM, maar vanwege doofheid nu op de taxi met veel plezier. Ik ga voorin zitten en we hebben een leuk gesprek dat half uur. Byron wil ook zeker weten dat ik op het juiste adres ben, want achter laten doet hij niet. Hij blijft zelfs even staan om te zien of het wel gaat lukken. En dat doet het, maar het heeft tijd nodig, dus Byron brengt mij naar de Strip en geeft mij zijn kaartje. Dan zoek ik eerst contact met de kennis die mij naar Las Vegas bracht. Die zit vandaag alleen in Californie, morgen is hij weer in zijn Bellagio. Ik graas wat hotels af. De casino’s, de winkels, de foodcourts. Het is veel, heel veel. In het Caesars Palace zijn de duurdere merken vertegenwoordigd, De PC Hooftstraat is er een miezerig straatje bij. In andere hotels zijn ook normalere zaken, met normalere prijzen. Bij he Flamingo stap je zo de gokzaal binnen. Je kunt ook slecht de uitgang vinden, niet geheel toevallig, ze laten je node gaan. Maar aan het eind van de middag is Monster gereed en kan ik ook mijn laptop op gaan halen. Nog wel wat zelf doen, maar de rekening is er naar. Byron brengt me weer, het is leuk om iemand te kunnen begroeten die je al eerder zag in een vreemde stad. We hebben weer een goed gesprek. Hij is ook niet blij met de huidige president. Ik moet de eerste nog spreken die het wel is, op de radio hoor ik ze wel. Hij luistert deze weken het Mueller Report via zijn bluetooth in de taxi. Ja, het zijn allemaal geen nieuwe feiten die hij hoort, hij is benieuwd naar het tweede deel. Lady Liberty, hier ook als beeld aanwezig, heeft het maar moeilijk de laatste jaren vindt hij. De Brexit nemen we ook even door, hij wil weten of dat voor ons invloed heeft.

Dan de volgende uitdaging: waar te overnachten? Een dure hotelkamer heb ik geen zin in, een campground eigenlijk ook niet. Dus sta ik nu op een parkeerplaats waar meer RV’s staan, tussen de vrachtwagens. Goed geregeld, tegen een billijke vergoeding, met een pasje op het voorraam. Dus is er ook controle. Ook kan ik voor vertrek nog even voltanken en dumpen zonder gezoek. Wel zo handig. Als kers op de taart staat er een brievenbus voor het kantoortje. Daar gaan weer wat kaarten in, ik doe het in stukjes. Wilt u er ook een? Even doorgeven dat adres, dan komt hij eraan!

En nu ga ik mij opfrissen en eens zien of de lichtjes van Las Vegas zo mooi zijn als iedereen zegt.

NBU 45, Heet!

IMG_6200

Mijn voorgenomen taak in Tucson kan ik niet helemaal zelf uitvoeren en laat ik in de betrouwbare handen van een jonge kapitein. Blij ben ik er niet mee, het had anders gekund, maar het is niet anders. Later krijg ik bericht dat een Nederlandse vlieger zich er ook over zal ontfermen, dus het komt goed. Om half twaalf als de temperatuur al flink oploopt, verlaat ik de stad. Weer de vlakke vallei in, met de bergen aan de einder. Ik vind het knap dat die bergen dat zo lang volhouden, altijd maar aan mijn horizon staan, maar na een paar uur rijden breek ik er toch doorheen hier en daar. De temperatuur in de cabine is als die buiten, en die is 103 Fahrenheit. Alles wat ik aanraak is heet. Regelmatig stoppen dus en veel drinken is het devies. Leve de ijsjes bij McDonalds in Wicksburg, waar alles cowboy is wat de klok slaat.  Nou ja en het internet dan.

Het lijkt een taaie dag te worden en ik ga er van uit dat ik Las Vegas niet in een ruk ga halen. Ik voel er ook niet veel voor om daar drie nachten te staan en hoop op een betere plek op een paar uur afstand.

Ondertussen verandert het landschap haast onmerkbaar. De bergen komen dichterbij, de cactussen wordne talrijker. Plotseling zie ik wel heel rare cactussen: Yoshua trees! Een hele vallei vol. Even plotseling als ze verschijnen zijn ze ook weer op na een uurtje, maar die heb ik toch maar mooi meegenomen op deze rit. De begroeiing is toch fascinerend, met grote gele pluimen van een plant die ik niet ken. En dan, als de bergen hoger worden omdat we west langs het Grand Canyon gebied scheren, weer donkerpaarsbruine blote rotsen. Aan de avondhemel rijzen scherpe kammen achter elkaar van donkergroen tot lichtblauw naar de einder. Aan de oostkant krijgen ze scherpe schaduwen van de avondzon. Ik word er vrolijk van en de temperatuur wordt ook iets minder hevig heet. Ik tank nog een keer vol (twee pompen te vroeg blijkt later, bij een schandalig dure pomp) en zoek dan op een van de apps een gratis campground. Bijna beland ik bij een paardenmotel, maar met even doorbijten sla ik links- in plaats van rechtsaf en kom op openbaar land. Ergens staat een hekje, een bord met aanwijzingen en moet ik mij registreren. Dat zal met eventuele jachtongelukken of verdwalingen te maken kunnen hebben. Maar ik vind dit al wild genoeg aan deze zandweg en pak de eerste de beste plek naast dat pad. Wellicht een ander pad, maar ik ben vroeg weer weg, ik merk het wel. De neus van Monster naar de zonsondergang gericht. Alle konijntjes die ik zag rennen op weg hier naar toe kunnen weer opgelucht ademhalen, de jagers zitten binnen.

En zo, na een moeizame start, toch een geslaagd einde van deze dag.  Benieuwd wie mij morgen om vijf uur wakker maakt.