NBU 54, Jalama Beach

IMG_7027

Nog lastig een titel bedenken voor dit blogje. Hoewel ik niet veel gereden heb vandaag, kwam er van alles voorbij: brand, ongeluk, Pacific Highway 1, Lompoc. Maar ik kies voor het einde van deze dag. Ik sta, met Monster (die nu weer ergens een hydraulisch lek heeft, aan de slider), nog net niet op het strand, maar het scheelt niet veel. Passend dezer dagen. 64 Jaar geleden werd ik nog iets dichter bij zee geboren dan waar ik nu sta. Ik reken het goed. Terwijl ik eigenlijk natuurlijk weer op weg was naar een andere plek. Maar ja, die plekken bereik ik zelden deze reis.

Vanmorgen vroeg wakker. Om half acht met mijn mooie bergschoenen de berg op. Het is hier zoals gezegd koel in Californië, de zogenaamde June Gloom, veel zeemist en bewolking. Perfect voor een steile klim de heuvels achter de camping in. Een overdaad aan bloemen en bloeiende grassen. De struiken echter allemaal verbrand, in de fik van afgelopen jaar. Toen de rijken hier in de buurt met de tuinslang hun huisjes bewaakten, u kent de beelden. De camping zelf, met die oude bomen, bleef gespaard omdat de broer van de winkeleigenaar brandweerman is en ze de zaak slim konden redden. Het is een zeer vermoeiende maar prachtige tocht. Ik zie een konijntje, ik zie vogels en als de heuvels de weg afschermen hoor ik op deze windstille dag alleen het piepen en knorren van de vogels en de insecten. Alle kleuren en soorten bloemen, er groeien drie habitatten door elkaar hier. De prairiesoorten van droog en zuid, de bergstruiken van hoog en de zoutminners van de kust. Ik vreesde dat de struiken het helemaal gehad hadden, maar bovengekomen zie ik er toch flink wat alweer nieuwe scheuten hebben. Een kousenbandslang kruist mijn pad, ik zie behalve die vogels en een enkel konijntje geen wild verder. Ik maak niet de hele hike af, ik heb besloten toch deze dag door te gaan om Pismo Beach te bereiken, via de Pacific Highway 1, die zo beroemd is. Als ik tegen tienen na drie uur afzien weer bijna beneden ben, tref ik een werkploeg en maak een praatje. Ze houden de route begaanbaar. Volgens de voorman wel een paar weken werk. Hoe verder ze komen hoe langer het duurt voor ze op hun plek zijn. Ze moeten al die mijlen maken, ook als het straks warmer wordt. Ze zweten nu al als ottertjes.

Als ik weer beneden ben, loop ik nog even naar het strand, via de parkeerplaats. Daar zie ik een flink verkreukelde auto, met een boom door de voorruit. Stond die er gisteren nu ook al? Nee, die blijkt hier gisteravond geland vanaf de weg hierlangs. Met een flinke snelheid. Een van de passagiers is gisteren met de ambulance afgevoerd. Het pak van de bestuurder ligt in en achter de auto. Het merk is overal verwijderd, ook van het pookje (maar het was een Subaru BRZ). We praten wat met elkaar over hoe dit gebeurd is, drank oppert vrijwel iedereen. Maar links-achter zit hij ook flink in elkaar, wat niet past bij dit pad. Van de weg gedrukt?

Dan nog even een blik op de surfers, die weer wachten op de perfecte krul.

Ik maak gebruik van de afwasmogelijkheid hier, leeg de vuilwatertanks en zet als bestemming Pismo op de applemaps. Die mij geen enkele positie door wil geven. Ik denk buiten bereik van wat ook maar te zijn, maar in de buurt van Oxnard kan dat niet waar zijn. Even stoppen, simkaart eruit en er weer in en ik heb weer signaal. Af en toe rijd ik de 101, af en toe lukt de 1.

Ik rijd van de 101 af de bergen in naar Lompoc. Ik had er nooit van gehoord maar het ligt aan de goede weg. Als ik daar rijd zie ik een vriendelijk, ouderwets stadje dat zich afficheert als Art & Flower town. Als er dan ook nog een toeristenbureautje wordt aangekondigd stop ik. Een goede zet. De al bejaarde dame in het kantoortje geeft mij algemene informatie over Californië en de kust, maar wil vooral het verhaal van Lompoc aan mij kwijt. Een stadje dat betere tijden heeft gekend. Eerst de Chumasindianen, dan een Spaanse missie, zoals alle Santa plaatsjes hier langs de kust, en midden 19deeeuw kwamen de settlers uit het oosten. Men verbouwde hier van alles. Eerst veel mosterdzaad. Daarna bloemen voor de zaadwinning. Dat bedrijf is hier nu weg, het stadje raakte in een dalletje. Men doet aan stadsvernieuwing. De diothemeeenaarde is een andere bron van inkomsten, nu begrijp ik ook de witte, platte heuvels. Goed voor van alles, veel als filter of reiniger gebruikt, ook voor mens en dier. Men heeft een traditie van muurschilderingen opgezet, elk jaar komt er minstens een bij. Overal tref je ze aan en ik krijg een folder met nog goede raad waar vooral koffie te gaan drinken en waar oude stonepines te vinden, die hier per ongeluk aan het begin de oorlog terecht zijn gekomen. Nu zijn ze de mooisten van het land. Ik maak een rondje langs die muurschilderingen, ze zijn goed en divers, hier en daar worden ze weer hersteld.

Dan loop ik een winkeltje met van alles binnen. De aardige dame daar, ook al, komt met me in gesprek, we delen ervaringen over de schilderingen, ze zijn vorig jaar met een krijtfestival begonnen, 3D, u kent het van onze Nate op de brug voor School 7. Er is hier in de buurt een marinebasis. En dan die bloemen. Hoeveel kun je delen. De aardige dame vertelt mij van een camping op het strand, ze gaat even bellen, want er is meestal weinig plek. Er is nog plaats voor me, maar reserveren kunnen ze niet. Ik ga, na een kop thee en een berenklauw van de plaatselijke bakker, welgemoed op weg. Een stukje terug en dan door die diothemeeenheuvels een slingerweg naar de kust, die wel een half uurtje in beslag neemt. Ergens zie ik een bord met campground full. Mijn hartje zinkt. Toch maar door, wellicht weten ze waar ik wel terecht kan. Als ik na de haarspeldrit aankom ook daar een bordje Vol. O jé. Maar neen, er is nog plek voor mij, het aardige meisje bij de poort weet van mijn komst en ik kan kiezen. Dat bord staat altijd aan, omdat ze anders overspoeld worden. Ik begrijp direct waarom. Tussen de heuvels een baai met prachtige golven en wit strand. Ik besluit direct twee nachten te blijven en als ik Monster geparkeerd heb en me ga registreren, maak ik er drie nachten van. Meer dan twee dagen op dezelfde plek, dat is nog niet voorgekomen. De zon schijnt hier ook nog vaker dan verderop vertellen mijn zeer vriendelijke buren mij. Direct mag ik al even mee met de oude hond naar het strand, de buurman wil me wel een lift naar het winkeltje geven.

Ik doe wat inkopen, kook een echte warme maaltijd weer en trek mijn hoodie aan. De korte broek komt goed van pas. Volgens de ranger bij de poort is het vannacht extra hoog water (volle maan) en dan is er kans dat er abalones aanspoelen, hij vertelt me ook waar. En zeeglas, dat is hier ook te vinden als je boft. Ik loop langer en verder dan ik van plan ben over het prachtige strand, met aan de landkant de heuvels en de aan de andere kant de ondergaande zon en de surfers in de branding, waarboven een fijne watermist. Een groep knullen is bezig een bos te bouwen van de bomen die hier op he strand liggen. Plevieren lopen zenuwachtig heen en weer, een reiger vliegt over. De zon gaat ter ere van deze Hollander oranje onder en kleurt de hemel en de toppen van de golven roze; voor de camping staan overal groepjes mensen naar de avondhemel te kijken. Een laatste surfer komt met de laatste goede golf op het strand aan.

Ook zij kunnen er geen genoeg van krijgen.

 

3 thoughts on “NBU 54, Jalama Beach

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s