NBU 70, Aaaaaaaah…

IMG_8941

De worteltjes, linzen, rijst en kruiden staan op het fornuis. De roadtrip speellijst schalt over de speaker. Verder beweegt er hier weinig, op 3 Mile Campground. Weer een nationaal gerund, zeer milieuvriendelijk kampje. Veel ruimte, weinig mensen, geen gedoe. Wel stalen kisten met sloten, waar je je eten in kunt bewaren, mocht dat niet in je camper kunnen. Voor tenten hier geen plek, in verband met de beren te gevaarlijk.

Ik ben een half uur geleden via Sylvan pas naar beneden het Yellowstone park uit gereden. Gezien al die beren en het advies alleen in georganiseerde campgrounds te verblijven geen wild bos voor mij vanavond. Hier aan de rivier tussen de bomen sta ik goed en veilig.

Vanmorgen niet wakker geworden van de vogelgeluiden, geen beer om de wagen, geen agent aan de deur. Niets roerde zich in het bos. Toen ik halverwege de nacht na de regen mijn gordijntje opschoof alleen de hoge sparren afgetekend tegen een heldere lucht met sterren. Vroeg weer op weg vandaag, om de meute voor te blijven. Dacht ik. Dan moet je dus echt om zes uur al binnen zijn.

Ik manoeuvreer Monster voorzichtig het hobbelpad weer af, zie een stukje verder een medekampeerder die wel wist hoe de weg liep en dus veel korter over deze weg had gehobbeld. De weg naar de campground vind ik ook, een wasbord.

Deze dag neem ik de zuidloop. Daar is Old Faithful met al zijn collega-geisers te vinden. Om de noord zijn er wel travertinterrassen en borrelbronnen, maar niet die hete van hier. De eerste serie is al een mooie plek, de tweede serie is voor mij onbereikbaar wegens gebrek aan parkeerplaatsen. Er zijn er wel, maar die worden ingenomen door wagens die er niet horen en wat nog vrij is, is voor grote bussen gevuld met Chinezen (meer dan panda’s, staat er op een). Dan door, naar het Old Faithful dorpje. De trein naar Cody bracht hier begin vorige eeuw de eerste toeristen, zoals langs de Grand Canyon ook gebeurde. Een bezoekerscentrum, winkel met etenswaar en souvenirs, een grote oude lodge van enorme omvang, een kliniekje, een onderzoekstation en congresruimte, een rangerstation, een service station voor auto’s, zelfs een postkantoor ontbreekt niet. Dat alles in een halve cirkel gedrapeerd rond de geiser van dienst, die sinds mensenheugenis iedere 90 minuten zijn kunstje doet. Er staan ruim banken omheen, en omdat je nooit helemaal precies weet hoe laat het feest begint zitten we een half uur van tevoren allemaal klaar. Rug in het zonnetje als we slim zijn. Wat landerige tieners die een loopje met de zaak nemen, wat gesprekken links en rechts met nieuwe of trouwe bezoekers. Het is wel heel erg toeristisch dit, hoe leuk kan dit nog zijn?

Maar verdraaid, om vijf over tien begint hij te sputteren, een paar minuten later gaat hij los. En iedereen is onder de indruk van de oerkachten die hier aan het werk zijn, zo vlak voor onze neus. Net als honderd jaar geleden. Niet de hoogste, maar wel een waar je niet al te lang op hoeft te wachten. De andere geisers blazen soms twee keer per dag of minder.

Dan begeef ik mij op de geiser-hike. Er zijn over de kwetsbare grond lange plankieren gelegd, waarover het goed wandelen is. Iedere geiser of poel heeft zijn bordje met naam en uitleg. Bijvoorbeeld hoe hij werkt, waar de kleuren vandaan komen, of hij heeft geleden onder de laatste aardbeving of er juist aan te danken is. Ongemerkt ga ik veel verder dan ik denk, de kleuren en geluiden zin fascinerend. Mensen lopen een stukje sanen op, delen verwondering, maken foto’s voor elkaar. Zo ontmoet ik bij Morning Glory, een heel mooie bron, drie jongens die ik op de foto zet. Een Canadees, een Spanjaard, een Fransman. Volgende week gaan ze het land uit, eerst naar Barcelona, dan naar Amsterdam, naar de Gay Pride. Trots deel ik dat een van de eerste aanstichters van dat Amsterdamse feest toevallig in mijn stad werkt en nog onlangs koninklijk is onderscheiden voor zijn vele verdiensten. Ik deel weer kikkers uit, ze beloven ze mee te nemen op reis naar Europa.  Pas na de middag kom ik weer terug waar ik begon, inmiddels gevloerd. Even lunchen, ik probeer wat te rusten wat matig lukt, post nog wat kaarten en koop nieuwe zegels en rijd dan verder het park door. Me voornemend om alle geothermische activiteiten over te slaan. Want op mijn ronde trof ik ook nog Castle Geiser die wel 20 minuten spuit. Ik kwam toevallig net op tijd langs.

De zuidkant van het park lijkt aanvankelijk minder interessant, tot ik bij het grote meer kom en de bomen weer wijken voor uitzicht. En dan, als de valleien weer breder worden, ook weer wild. Veel bizon vandaag, maar ook drie rustende elanden, liggend in het gras. Ergens is ook een beer te zien. Maar dan moet je kunnen parkeren, dat lukt mij niet. Bovendien zit deze beer zo te zien ver in het bos, ik ben al te verwend.

Ik passeer ook, op 8000 voet, het bordje ‘Divide’. Geen oproep maar een constatering. Hier kwamen Lewis en Clark langs, in hun ontdekkingsreis in eigen land en stelden en legden de continentale waterscheiding vast. Die hier dwars door het park loopt en dus dwars door de Rocky Mountains waar dit park en nog een paar rondom, deel van uitmaakt.

Als ik denk dat ik alles in het park nu wel gezien heb sla ik nog even af voor de Canyon van Yellowstone. Die is dan wel veel kleiner dan die grote, daar staat dan tegenover dat de heldergroene Yellowstone rivier in de diepte goed te zien is. De wanden zijn prachtig zachtgeel, en op veel hellingen nog meer zachte kleuren door de eroderende gesteenten hier. Een schitterend uitzicht op de noordwand en rivier op met watervallen, en rivier af waar hij verdwijnt tussen hoge rotswanden.

Ik rijd nog door naar waar ik gisteren te laat was om het infocentrum te bezoeken, nu heb ik het park rond. Ik praat nog wat met de rangers, koop de laatste ansichtkaart, probeer informatie te verkrijgen over wildkamperen, vergeefs.

De wolf en de mannetjes moose in de Laramie-vallei moeten tot een volgende keer wachten, evenals de prismatic spring. Ik rijd het park uit, wat nog anderhalf uur is, waarbij ik dus die hoge pas moet nemen. Er staat ergens aan een helling waar een half uur eerder niets te zien was een hele kudde bizons. Vaders, moeders en kinderen in verschillende leeftijden. Lichter dan hun ouders hebben ze geen enkele moeite met die steile helling. Alle beesten grazen dezelfde kant op, als koeien in de wind. Zelfs als ik al bijna het park uit ben staan er nog twee bizons, en ook op andere hellingen en weides zie ik ze staan en liggen.

Op weg naar de pas eerst langs het heel grote meer, dat er wat grimmig uit begint te zien zo zonder zon. Dan hele hellingen zonder bomen, alleen grijze kale stammen. Ik weet nu dat er twee oorzaken zijn: branden, vooral die van 88, maar er is elk jaar wel een brandje. Maar ook een kever die de bomen  aantast en waar niet veel tegen te beginnen is, door de omvang van dit gebied. Een goed koude winter helpt, maar die zijn de laatste jaren ook hier milder, ondanks de sneeuw. Het is een indrukwekkend gezicht zoveel kilometer achter elkaar alleen maar dode staken. Maar als je goed kijkt, zie je dat op de bosvloer overal jonge boompjes opkomen, overal struiken en bloemen bloeien, het bos kan dit wel hebben.

Ik heb twee beren gezien,  vele bizons, herten en elanden. De wolf en de mannetjes moose moet nog even wachten. En dan al die vogels. De raven, de blauwe snelle glimmers, de zwaluwen, de kleine dappere zangertjes. Aan de oevers van de rivieren de ganzen en de zwanen.

Wat je hier ook wil van de natuur, het is er allemaal.

Maar ik ben nu op weg naar Cody. Morgen 4 juli wil ik mij in he feestgedruis storten. Buffalo Bill Cody schijnt zijn sporen in dit stadje te hebben achtergelaten, ik las iets over een stampede. Nazoeken kan ik het niet, in dit dal geen spoortje internet ontvangst. Maar morgn weten we meer.

Moe word je ervan, al die schoonheid. Maar niet zat.

 

NBU 69, Ooooooooh……

 

IMG_8526

Bob goedemorgen wensen, sleutel afgeven en naar Starbucks. Ik kan volgens Bob in de wagen blijven tot de onderdelen komen, maar dat lijkt me wat al te simpel. Er is vast nog wel iets te bekijken. Bij Starbucks alle tijd om nog eens mijn nieuwe laptop rond te reizen en te leren kennen tot in detail, meestal komt het daar niet van in verband met beperkt wifi of walstroom. Dan wil ik naar het andere museum, maar loop verkeerd. Als ik op mijn schreden terugkeer en langs Monster loop, zie ik dat het onderdeel net wordt uitgeladen. Dan hoef ik dus nergens meer heen. Binnen een uurtje is het gepiept en kan het raam weer open en dicht. Ik neem hartelijk afscheid en rond het middaguur sla ik richting Yellowstone in. Ik heb geen haast ondanks alle oponthoud, houd ik me voor. Vandaar dat ik onderweg in St. Anthony afsla na een bordje: Sanddunes. ’t Blijft toch een Jutter hè?

Ik rijd door een rustig plaatsje en de landelijke omgeving met volop aardappelvelden die continu besproeid worden. Daar ook weer de typerende silo’s en half ingegraven aardappelschuren, maar hoe rustig het er ook is, als je wil stoppen voor een foto zit er een Fedexbusje achter je. Ik zie inderdaad een groot duingebied aan de voet van hogere heuvels. Ik vermoed dat er heel wat met zandbuggies gereden wordt, die staan hier namelijk overal te huur en te koop. Het is een lieflijke omgeving, met stroompjes en rustige buurtjes. Alleen daarom al het afslaan waard, je moet zo’n dag ook opbouwen.

Iets na drie uur nader ik dan toch Yellowstone en stop bij een rangerstation, bemand door een zeer enthousiaste mevrouw en een wat schuchtere tiener. Ik krijg prima adviezen over wildkamperen en waar dat kan aan de Idaho kant. Yellowstone ligt in drie staten, dus het kan overal weer anders zijn. Ik moet het gastenboek tekenen, waar kom ik vandaan? Een net binnengekomen jongeman raadt Duitsland, ik reken het half goed. Ze vinden het geweldig: Nederland helemaal. Ik weet dat ik nog maar een uur of vier in het park kan zijn, ik wil eigenlijk om zeven uur op zoek naar een plek. Ik besluit de noordelijke helft van de acht te rijden en niet te veel te stoppen, morgen heb ik dan een lange dag om alles te bekijken wat ik vandaag mis.

Maar ja, dat park hè? Het is natuurlijk geen park, het is wildernis met een weg er door en af en toe wat nederzetting. Als tiener vierden we vakantie in Oostenrijk en Joegoslavië. Allemaal prachtig maar in Oostenrijk vond ik dat de bergen vaak in de weg van het uitzicht stonden.

Dit is niet te vergelijken.

Brede riviervalleien, kalm stromende rivieren en beken, stroompjes en moerassen. Watervallen, geiservelden, waar de stoom en rook verraadt dat het warmer is dan je denkt daar. Travetinterrassen. Frisgroene naaldbomen, maar ook veel dode grijze stammen, staand en liggend, vermoedelijk de getuigen van de grote branden in 1988, toen de heuvels vol rook waren en het park een extreem droog seizoen kende. Zachtgele scherpe rotsen, grijswitte lossere rotsen, stukken waar alles door elkaar is geschud, zo lijkt het. Steile bochten en afdalingen, maar voornamelijk toch een redelijk matig slingerende goede weg, breed genoeg voor al het verkeer. Ik kan zowaar regelmatig stoppen voor uitzicht en foto’s.

Ik heb al heel wat moois gezien, maar regelmatig hang ik met mijn mond open over het stuur. Oooooooooh. Al die bergen waar ik over uit kan kijken, het groen en de bloemen, de slagroomwolken die door de wind over de hellingen worden geblazen, zodat er dramatische schaduwen ontstaan. Groots, groots, groots.

Ongemerkt stijgen we door, tot ik ergens op een pas nog net geen 9000 voet aantik, voor het weer geleidelijk omlaag gaat.

En nu kunnen ze nog zo vaak zeggen dat er beren zitten en ander groot wild, rekenen doe ik er nooit op. Maar tien minuten binnen het park staan de eerst bizons te grazen. Niet veel later een file op de weg. Ik verwacht dat er ergens herten of elanden staan, ver voor me. Maar dan duikt op het veld boven mij een bruine beer op, die rustig van alles aan het uitgraven is met zijn snuit en voorpoten. Hij weet wel dat daar auto’s staan, het kan hem niet schelen. Als ik uitgestapt ben, omdat hij ver genoeg weg lijkt, verandert hij van koers en komt recht op me af. Even denk ik dat hij voor mijn auto de weg over wil en stap ik snel in. Hij gaat vlak langs Monster onder mijn rechterportier door en achterlangs de weg over, waar hij de mensen aan die kant blij maakt met zijn kuiergangetje het bos weer in.  Als ik  de foto laat zien aan iemand weet die zeker: geen bruine beer maar een grizzly. Yeah!

Twee minuten daarna zie ik, redelijk wat van de weg af, een grote groep elanden, (wapitiherten heten ze ook wel, niet te verwarren met wat ze hier moose noemen), vrouwtjes en mannetjes met prachtige geweien. Maar het gaat door. Ergens staan mensen geparkeerd half op de weg, een zeker teken van wild. En ja, weer een beer. Hij duikt achter een richel in het landschap weg om achter me weer op te duiken en het op een rennen te zetten. Geen grizzly dit keer, maar een flink grote zwarte, echt een joekel, en dan in volle vaart de wei over en de heuvel op.  Ik zie nog een keer muledeer staan, een groep op een heuvel. Een eenzaam vrouwtje staat apart wat dichter bij de weg, hooghartig naar beneden te kijken. Ergens is een uitspanning in de buurt van een van de vele watervallen, mensen stoppen en bemensen het terras. Een echtpaar loopt echter de andere kant op en verdringt elkaar bijna met de camera’s: een hert. Nog twee keer zie ik een bizon, een liggend achter wat struiken die door iedereen gemist is. En een die zo dicht langs de weg staat dat ik zijn adem hoor, zijn ribben op en neer zie gaan. De ogen af en toe half dicht. Is hij moe? Is hij ziek? Doen bizons dit altijd?

Dan raak ik, al aardig in de buurt van de uitgang, in de file. En jawel na een kwartier zie ik een ranger heftig doorrijdgebaren maken. Er staat een moose, een vrouwtje, het mannetje is al weg dan, hoor ik later. Al veel gefotografeerd vermoed ik door de auto’s voor mij. Ik ben blij dat we niet mogen stoppen, de zon zakt al aardig achter de bergen. In de rivier staat een laatste visser in zijn waadbroek in de schittering van de zon op het water. Ik wil bij daglicht een plek zoeken, want ik heb geen idee hoe de boswegen en het bos er zelf uitzien, hier in Montana.

Maar goed ook, want dat is niet veel. Een soort half-gravel weg, met ontzettend veel kuilen met modder. Meer iets voor de 4×4. Er wordt veel over gereden, er zijn nog natte sporen. Maar vermoedelijk niet van een tien meer lange en bijna vier meter hoge Winnie. Ik ben ook niet zeker of ik in een deel hobbel waar ik mag overnachten, en probeer de campground op de kaart te bereiken. Maar dan wordt het me toch te dol en te schemerig, ik zie een half geschikte plek en besluit het er op te wagen.

Eenmaal geparkeerd zie ik op mijn telefoon dat de beoogde campground niet echt ver meer kan zijn, maar dit wordt het toch voor vannacht. Als ik het raampje openschuif voor wat frisse lucht bij het avondeten hoor ik alleen de eenzame roep van een vogel. Verder roert zich zo te horen niets.

Door wie of wat word ik morgen gewekt: vogelzang, een ranger met een bekeuring, het gehuil van de hier wonende wolven? Of staat er een grizzly aan mijn hoofdeind te snuffelen?

 

NBU 68, Idaho Falls

 

IMG_8435

Vannacht wakker van de regen. Oei! Raam open en regen, gaat dat wel goed? Het gaat goed en als ik weer wakker word, is het droog. Ik heb het raam provisorisch afgeplakt met een groot stuk plastic (ik bewaar hier alles, je weet maar nooit). Onderweg maakt het zoveel herrie dat ik het toch maar weer lostrek. Maar om half acht sta ik voor de Ford garage op West Broadway. Daar is het druk, ze verwijzen me naar hun bodyshop. Daar is Bob, die direct snapt wat er moet gebeuren en hoe mijn situatie is. Hij gaat aan het werk.

Dan kan ik ondertussen aan de overkant van de straat mijn provider bereiken via Starbucks Wifi. Drie dagen geleden vooruitbetaald op mijn prepaid, maar kennelijk weer niet gelukt. Dan ben je dus zonder verbinding in een vreemd land. Niet wenselijk. Maar gelukkig nu in gesprek via Twitter met hun hulpdiensten. Terwijl ik u voorzie van verse blogs. Dus voor wie denkt, tjé, al die pech, de derde al in vijf dagen. Ja dat denk ik ook. Vooral als ik aan de rekeningen denk. Maar aan de andere kant, ik zit hier in een klein Amerikaans stadje, tussen de locals, die hard aan het werk zijn zoals ik, of hun ontbijtje bestellen, zoals ik. Ik heb thee, wifi en problemen worden voor mij opgelost. Yellowstone zal niet weglopen. Waar ik 4 Juli ben, als ik hoop vuurwerk te zien, en hamburgers wil eten ergens op een veldje? Geen idee weer. Yellowstone is druk, ook daar vermoedelijk geen plaats in de herberg. Maakt niet uit.

Na een paar uur Starbucks loop je het risico van onderkoeling, de twitterhulpdienst kan mij niet helpen en de Verizon dealer naast me is inmiddels open. Dus daarheen. Een storemanager die het begrijpt en zijn uiterste best doet de vorige winkel ervan te overtuigen dat ze haast moeten maken, ondanks hun drukke winkel, met het oplossen van mijn probleem. Ik heb nog steeds wifi, hij geeft me een beveiligde lijn zodat ik nog wat geldzaken kan regelen. Maar na nog een paar uur wachten, krijg ik het ook daar koud. De airco wordt lager gezet. Ik krijg honger. De storemanager geeft me een nummer dat ik kan bellen om te kijken of de problemen al zijn opgelost. Erop uit dus, de warme zon in. Bij rondgang langs het winkelcentrum zie ik een nailspa. Dat is precies wat ik nodig heb. Na een drie kwartier loop ik op poezelige wolkenvoetjes de zaak weer uit. Terug naar de garage. Daar is inmiddels een bestelling gedaan, maar de onderdelen komen pas morgen. Waar nu de nacht veilig door te brengen met een inmiddels opgehaald (en gelukkig nog heel) raam, maar vastgeplakt met tape? Ik mag van Bob binnen of buiten het hek van de zaak staan, er is camerabewaking en het is een rustige buurt volgens hem, rustiger dan de Walmart parkeerplaats. Dat is een prima aanbod. Bob parkeert Monster vlak langs het hek. Wie door het raam naar binnen wil (dat niet te zien is vanaf de weg) moet langs prikkeldraad.

Hij wijst me hoe nabij de bewuste Idaho Falls zijn, die ik bezoek. Die watervallen zijn veel breder dan hoog, maar historisch verantwoord. Een leuk gesprek daar weer met mensen die even staan uit te blazen van een congres. De man heeft in Duitsland gewerkt drie jaar lang met het Amerikaanse leger, mist het nog steeds. We hebben het over van alles, onder andere oorlog. Bij afscheid geef ik ze alledrie een kikker, er wordt een foto gemaakt en gedeeld via Facebook, ik word als vriend toegevoegd. Een leuke post twee uur later online, met de ware betekenis van al die kikkers die ik uitdeel. Het is geweldig.

Bij het bezoekerscentrum leer ik dat er nog een lokaal museum open is tot laat in de avond. Daarheen. Veel lokale historie, leuk gedaan, en alle apparaten die Archimedes ontwikkelde en uitvond.

Zeer interessant is het onderdeel ‘Atoms for  Peace’ (ook van Dwight) waarin men probeerde atoomenergie veilig te onwikkelen en de Russen voor te blijven. Het stadje Arco, dat ik passeerde, werd de eerste stad verlicht met kernenergie, nadat er een centrale gebouwd was in deze streek.
Groot nadeel: het afval. Dat werd hergebruikt en gereinigd, met een opbrengst van anderhalf miljard dollar. Tot men merkte dat wat overbleef toch niet veilig genoeg was opgeborgen, en er voor een half miljard herstelwerkzaamheden moesten uitgevoerd omdat inmiddels het grondwater licht gaf.  Een mooi tijdsbeeld van hoe men toen naar atoomenergie keek en hoe de propaganda werkte.

Dan een rondje downtown. Nog veel oude stenen gebouwen uit de tijd dat deze toen grensstad booming was, met al die aardappelteelt. Op straat ook bankjes in de vorm van aardappelen. In de souvenirshops allerlei vormen van aardappelen. Als ik ergens vraag naar een winkel in schildersspullen staat daar een jongeman die vraagt of ik ook iets anders spreek dan Engels, hij vermoedt van wel. Hij verzamelt in zoveel mogelijk talen “Je bent mooi”, Nederlands had hij nog niet. Stu is soepchef ergens in een restaurantje op de hoek. We nemen afscheid in het Spaans, tot zijn verbazing. Dat schilderswinkeltje is er niet, maar toch blij dat ik gevraagd heb.

Met een gekoelde citroenlimonade ga ik terug naar Monster, zet wat raampjes tegen elkaar open en vind tot mijn vreugde dat ik kan verbinden met de wifi van de garage. Verse blog dus vanavond voor u, als het signaal sterk genoeg is. Tempo heb ik niet deze week, maar ooit zal ik toch wel ergens komen

Het is altijd nog goed gekomen.

NBU 67, Craters of the Moon

IMG_8295

Ik ben al vroeg weer op weg, nu is het nog koel. In Richards, het dorpje verderop, is iedereen nog in diepe rust deze zondagochtend, alleen de deur van de Saloon staat open, de vlag hangt fier voor de gevel. Ik zie in een zijstraat een postkantoor en post alle kaarten die ik verzameld heb. Dan rijd ik door naar Craters of the Moon, met links van mij hoge heuvels. Overal langs de weg weer markers om te herinneren aan een deel van de emigranten die hier een alternatieve route zochten, toen het rond de Snake River te gevaarlijk werd met de Indianen. De verhoudingen waren inmiddels door al dat gereis danig verstoord. Ik zie in het landschap overal vulkanisch gesteente, maar ben toch niet voorbereid op het plotselinge opduiken van een heel veld met verse lava. Vers in de zin dat het zwart is en nog nauwelijks begroeid. Ik vraag mij af hoe die pioniers hier over dit lava moeten zijn getrokken maar leer later dat hier net een smalle begaanbare strook was die nog lang door emigranten gebruikt is. En nu nog, want de 93, 20, en 26 volgen dezelfde route.

Het park is nog rustig, er staat nog niemand bij de toegangskiosk, maar het bezoekerscentrum is wel al open. De parken, gerund door de NPS zijn hier goed in het geven van informatie en voorlichting en er is een heel programma van begeleide wandelingen, rangerspraatjes, kinderactiviteiten, alles gericht op het delen van kennis.

Met al die zwart rotsen hier wordt het al snel warm, de stenen kunnen zelf 150 graden Fahrenheit worden, en temperaturen zijn nu op deze dag al dik boven de 30C. Ik maak wat kortere wandelingen langs de indrukwekkende velden en formaties. Ik wil het hele park rondrijden, tot ik bij de Devils Orchard mijn linkerraam niet meer dicht kan doen. Lastig, wat nu? Mijn huis is nu onbeschermd, dit moet opgelost, het is zondag, ik heb geen bereik op mijn telefoon. Ik rijd terug naar het bezoekerscentrum, spreek via hun landlijn met AAA, krijg een adres in Idaho Falls, iets minder dan twee uur rijden hier vandaan en op mijn route. Ik wilde daar eigenlijk vandaag al heen, maar op zondag zijn ze dicht helaas. Nu nog de komende nacht, ik wil niet met deze auto naar onbekend gebied of wildkamperen. De politie in Idaho Falls vragen? Ik besluit om te proberen hier plek te vinden, hoewel er een bordje aangeeft dat de campground vol is. Een vriendelijke rangerin vertelt me dat er nog wel plek is en ze adviseert me er een dicht bij het toegangskioskje. Dan kan de open kant van de weg af staan. Nu ik hier dan toch blijf, zal ik het park nog beter gaan bekijken, alle dingen die ik van schrik om het raam oversloeg komen weer aan de beurt. Bij de langste hike, met veel hitte en op en neertjes, zie ik de afdrukken van bomen in de lava, wat ik nooit eerder gezien of gehoord had. Ik loop een stuk op met een jong stel geologen in opleiding dat hier het weekend doorbracht. Dan besluit ik dat een siësta na de afgelopen dagen een goed idee is. Ik doezel wat in het opwarmende Monster. Dan eet ik nog maar een keer de andere helft van de bonen, lekker koud met deze warmte, weer op het trapje maar nu met uitzicht op die ontzagwekkende lavavelden die hier ontstaan zijn en waarvan de laatste maar 2000 jaar geleden werd gevormd en dus nog praktisch kaal is. Ik snap nu ook het verband met dat gat in de grond gisteren in Twin Falls, bij de Shoshone waterval. Het is hetzelfde vulkanische systeem, dezelfde breuk die de Snake River liet ontstaan en de vele schildvulkanen hier. En de hoogvlakte waar al die aardappels zo goed op groeien. Ik maak nog een begeleide korte avondwandeling met de ranger, een jong Duits gezin dat nu in Californië woont en werkt, een Amerikaans echtpaar en een vrouw uit Boise. Met haar raak ik na afloop in een goed gesprek, eerst over de notenkraker vogels die we zagen. Dan over de wereld in het algemeen en de huidige hier in het bijzonder Ze nodigt me uit voor nog een drankje bij haar zeer oude camper die door haar man in goede staat wordt gehouden. We spreken nog een paar uurtjes over alle problemen op deze wereld. Ik heb nu haar kaartje, ik ga haar vinden op Facebook. Boise heeft het deze reis net niet gehaald, maar er is altijd een volgende reis, dan ken ik alvast iemand in Boise. Dus een goed voorbeeld van de Cruijffiaanse wijsheid: ieder nadeel heeft zijn voordeel.

Ik schreef het al eerder, reizen gaat over ontmoeten, en dit was weer een hele mooie ontmoeting.

NBU 66, How the West was won

 

IMG_8049

IMG_8085

Cowboylaarzen vond ik niet vandaag, wel ezelsoren. Gisteravond dacht ik op een prima plek te staan, maar nadat dezelfde auto twee keer kwam kijken en weer omkeerde, besloot ik te vertrekken naar de Walmart in het stadje. Een rustige plek dit keer, met veel RV’s. Ik zette mijn Monster erbij, keek mijn Netflix aflevering af, verduisterde de raampjes van mijn slaapkamertje (ja die parkeerplaatsen zijn goed verlicht) en sliep als een roosje. Wat ik zelfs doe als ik wakker lig uiteraard.

De volgende ochtend zou ik eerst een lokaal museum bekijken, tot het trail centrum iets buiten de stad open zou zijn. Goed plan. Eerst even verse groente inslaan en wat turkeybacon (hebben we dat in Nederlandland eigenlijk ook?). Daarna welgemoed de auto starten, museum op de applemap. Niets, geen klik, geen steun, geen spark. En ja, ik had de lichten gisteravond aangelaten. Leve de AAA! Bellen, vragen waar ik sta, wat de mevrouw verstond als Elk Grove, wat in Californië ligt, maar dat is nog een eind rijden van Elko in Nevada. Toen dat duidelijk was, kwam er een Grote Vriendelijke Reus in een gele takelwagen met een jumpstarter en kon ik zo weer verder. Gelijk naar het trail centrum, de tijd was nu rijp.

Nu wist ik al wat van die pioniers trails, had al eens een boek gelezen voor ik naar Utah ging, en had mij tijdens de rit door Nevada al afgevraagd hoe dat zou zijn als je de Watchats bergketen over bent en dan die vlakte voor je ziet van de Great Basin, en weet: daar moet ik overheen, met mijn hele hebben en houden. De Great Basin is vanwege zijn bergruggen aan alle kanten zeer droog, het regent er nauwelijks. De vlakte waar ik over reed is een zoutige bedoening. Gras voor beesten groeide er toen nauwelijks en volgens mij nu nog niet veel. Drinkwater voor mens en dier was schaars en zout. In het centrum wordt dat nog eens heel duidelijk allemaal toegelicht, met getuigenverklaringen van gezelschappen die daar succesvol doortrokken. Maar ook overlevenden van de Donner-Reed Party, die verkeerd geïnformeerd de Hastings cutoff volgden, langs de Humboldt rivier, om daarna te constateren dat die rivier in het zand verdween en ze een langere in plaats van een kortere weg hadden. Ze kwamen in november vast te zitten in de sneeuw van de Sierra Nevada en pas in april waren de overlevenden gered. Bijna de helft van het gezelschap kwam om, overlevenden aten hun vlees. Die overlevenden werden zeer succesvol in Californië, wat ze ook waren in hun streek van oorsprong. Het ging ze om de zakenkansen. Die Hastings cutoff ligt dus in het zicht van dat centrum, het is allemaal na te voelen en zien. De afstand, de droogte, de begroeiing, de hitte. De koude, de bergpassen en de wind van de Sierra Nevada had ik ook al een beetje gevoeld, en dat midden in de zomer.

Met de verse kennis weer in mijn achterhoofd de rest van het basin doorgereden. De vriendelijke jonge Ranger die bezoekers leert hoe een hert te schieten met oude javelins adviseert mij zeker de Shoshone Falls te bezoeken en Craters of the Moon niet over te slaan. Daarheen dus! Denk niet dat ik geen gidsen heb, maar ja, dit is leuker. Ze vindt mijn reis geweldig, zoals meer mensen die mij vragen waar ik vandaan kom. Mijn Amerikaans is niet overtuigend, zoveel is duidelijk. Zij doen het allemaal in twee weken, dan kom je minder ver.

Vandaag een zonnetje en mooie sluierbewolking met af en toe een schaapje. Twin Falls was het doel, met eventueel een stadje of wat verder als het meezat. Want de halve dag is al om als ik vertrek van het centrum.

Bij Jackpot, waar de laatste casino’s je nog proberen te verleiden, de grens over. Hoe recht en willekeurig die grens ook lijkt op de kaart, het landschap verandert op korte termijn drastisch. Idaho is de aardappelstaat (officieel de Gem State). De hoge bergruggen verdwijnen en vlakken af tot een soort schuine tafelbergen, tot ook die er niet meer zijn en bouwland verschijnt. Met inderdaad daarop bloeiende aardappelplanten. En mais, bieten en andere groentes. Suikerfabrieken in de dorpjes. Geen bergtop meer te zien, maar een golvende hoogvlakte, want ik zit nog steeds tussen de 5000 en 6000 voet. Weids, weids, weids. Als ik een heuveltje neem zie ik aan de verre horizon weer de belofte van sneeuwtoppen.

Halverwege de middag bereik ik Twin Falls. Door het stadje rijdend, met lage, ruime bebouwing vraag ik mij af waar die watervallen toch moeten zijn, er is immers geen bergtopje te bekennen. Bij het bordje dat naar het park verwijst moet ik haastig op de rem trappen, ineens valt er een gat in de aarde. De scheur, veroorzaakt door opkomende lava, is nu basalt, gevuld met de Snake River. Die heeft die watervallen, diep onder mij. Pas te zien als ik Monster weer wat haarspelden heb laten maken. Maar dan heb je ook een prachtig uitzicht, vanaf verschillende punten.

Aan de bezoekerskant parkeerplaatsen, een verzorgd park met heerlijk gras en een klein winkeltje voor de souvenirs. Na me te hebben vergaapt en te hebben gefotografeerd ga ik even in dat gras onder een boom zitten om een en ander op me in te laten werken, onder het gebulder van het water. Water dat ook gebruikt wordt voor al die landbouw hier, soms staat de waterval af, en gaat het water naar de velden die constant besproeid worden. Na twee uur ga ik verder, Craters of the Moon tegemoet. Het stadje uitrijdend passeer ik nog een Mormonentempel met gouden engel (niet gek zo dicht bij Utah) en dan de brug met scenic view. Aan de overzijde gelukkig een stopplaats want het is weer adembenemend, de basaltwanden gaan loodrecht omlaag tot waar op de rivier, ver beneden me, bootjes en kajaks dichter bij de waterval willen komen. Vanaf de brug schijnt men ook af en toe te basejumpen, maar vandaag wilde er niemand springen.

Dan rijd ik verder in de zomeravond, een landschap met huizen waarin alleen maar een vrouw met rode jurk de deur open hoeft te doen om je in een schilderij van Hopper te wanen.

Mijn Monster ruikt inmiddels heerlijk. In Elko was men sagebrush aan het kappen en ik vroeg en kreeg een stuikje. Volgens mij is het alsem, daar ruikt het tenminste naar, heerlijk zoet en fris. Zo langzamerhand ligt en hangt Monster vol met van alles en nog wat aan schelpen, stenen, veren, pinecones en nu dus die sagebrush.  Met mijn app lukt het me boven Shoshone, weer zo’n rustig landbouwstadje, BLM-land te vinden en een geschikte gravelplek. Hopelijk komt er vanavond niemand kijken want een Walmart is hier ver te zoeken dit keer.

Ik eet bonen en cottagecheese met augurk op het trapje van Monster, dat lijkt me passend na deze dag. Mijn RV is immers een soort veredelde pionierswagen. Nu snap ik al die Amerikanen, die doen gewoon wat hun voorouders deden, de hele boel inpakken en gaan.

Ik kan geen deuk slaan in dit land, het is allemaal zo aanlokkelijk en uitdagend. Welke kant je ook op gaat:  landschap, geschiedenis. Allemaal de moeite waard om te bekijken. Ik zal nog vele keren terug moeten komen na deze reis ben ik bang.

In het licht van de ondergaande zon klim ik op Monsters hoofd om wat gerammel te bestrijden en kan dan rondom mij over de velden en vlaktes kijken. Een leeuwerik laat zijn zang horen.

Niets om mijn blik tegen te houden. Zo ver het oog reikt.

 

NBU 65, Eisenhouwer

IMG_7984

Drie hoeraatjes voor Dwight D. Eisenhouwer. Als jong officier reed hij het land door in 1919. Als president zorgde hij ervoor dat er een natiewijd wegennetwerk kwam met nationale routes, de interstates onder andere. Vandaag reed ik van Reno naar Elko, over de I80, die naar hem vernoemd is. Parallel aan bergruggen, af en toe erover. Bedekte luchten, weidse vlakten tussen die ruggen. Een prima weg, met maar matig verkeer. Ik rijd feitelijk tegen de oude pioniersroute in, die van Missouri richting Oregon en Californië ging. De plaatsjes langs de weg weerspiegelen vaak de geschiedenis. Emigrant, Argente (veel mijnbouw hier), Pioneer, Coal Rock, Minnuccie, want dit was ooit natuurlijk van de oorspronkelijke stammen. Af en toe houd ik halt om te genieten van het uitzicht, maar vastleggen kun je het nauwelijks. Het is het grootse, het weidse, het rondom en dan die hemel daarboven die het indrukwekkend maken. Mudflats in het begin, de trein rijdt door dit gebied, met ertswagons en af en toe vee. Sagebrush, bloeiende gele en blauwe bloemen. Dikke paarse distels hier en daar. Af en toe breekt de zon door en spoelt een berghelling in een plas licht. Het waait flink en er zijn dus heel grote stofduivels. In Minnuccie gooi ik de tank vol, eindelijk weer in de buurt van de $ 3.00. Ik sta te tanken achter een vliegtuigje, voor het eerst van mijn leven. Zilver propellerdingetje, met de vleugels erachter opgeslagen. Hij tankt niet zelf, maar de wagen die hem trekt, maar toch. Een jongeman geeft me advies over waar te verblijven rond Elko. Daar is een van de centra die informatie geven over die grote trek naar het westen. Er is ook een folkmuseum en ze zijn gek op rodeo en meer van dat westerngedoe, dus daar ga ik de ochtend aan wijden.

Als ik ergens op een officiële rustplek halthoud en de bordjes daar lees, kom ik in gesprek met medereizigers. Een dame vertelt over hoe ze jaarlijks met haar mensen een stukje Trail of Tears loopt. Een andere tocht, waar je niet naar het beloofde land gaat, maar ervan verdreven wordt. Het ontroert haar duidelijk, het verdriet zit nog diep. Het andere stel heeft in Reno een auto opgehaald die van hun zoon gestolen was en werd teruggevonden omdat de dievegge zonder benzine kwam te zitten en met knipperende lichten langs de weg om hulp vroeg. Die hoeft voorlopig niet meer zelf te tanken. Het stel moet dus nu met twee auto’s meer dan 900 mijl terug naar Billings Montana. We wisselen verhalen uit, ik krijg weer tips en adviezen over waarheen te gaan en welke wegen mooi zijn. Ze willen ook naar Europa, Scandinavië heeft hun voorkeur, daar deel ik dan weer adviezen over uit. Ik deel dat ik nog bijna niemand ben tegen gekomen die niet aardig of hulpvaardig was, en daar zijn ze blij om.

U zult zeggen, gaat het niet vervelen, al dat landschap? Nee, dat blijft prachtig, dat verveelt nooit en het is voortdurend anders.

Laat in de middag bereik ik het bezoekerscentrum, wat uiteraard dicht is en rijd nog even door naar Elko zelf. Daar gebruik ik mijn app om zeker te weten dat ik op BLM-land sta. Ik vind een prima brede plek langs de bijweg hier, op gravel. Hij wordt gebruikt door vrachtauto’s die hier af en toe parkeren of spullen opslaan. Er staat een meetapparaat. Mensen die met hun bootje in een meer van buiten de staat komen, moeten zich laten inspecteren, dat gebeurt op alle grensroutes. Men wil geen exoten verspreiden. De slogan daarvoor is overal: ‘don’t move a mussel!’ Ik weet dat omdat de inspecteur van dienst met zijn pick-up de apparatuur kwam halen. Volgens hem mag ik hier ook staan. Dus dat wordt dan hopelijk een rustig nachtje met weinig verkeer. De sneeuwtoppen van Spring Creek gloeien weer roze op als de zon aan de andere kant achter de heuvels verdwijnt.

Morgen Elko verkennen. Misschien staan hier wel mijn cowboylaarzen.

 

NBU 64, Berg en dal, donderdag 27 juni

IMG_7966

 

Ik reis zoals het landschap, berg en dal. Meestal zit het mee, soms zit het tegen. Gisteren na het genieten van een verse maaltijd, het uitzicht op het meer bij ondergaande zon, de vissende buurman die zelfs in donker doorvist en een vuurtje stookt, op tijd naar bed met een goed boek. Gaat ineens het licht uit. Dat moet niet, volgens berekening moeten de huisbatterijen vol zitten, dan kan ik wel wat avonden een lampje laten branden. Niets doet het meer, ook de generator laat zich dit keer niet starten. Dus als de zon al vroeg boven het meer opkomt, wijzig ik mijn plannen. Waar is de dichtstbijzijnde redelijk grote stad die nog enigszins op de route ligt? Dat wordt Reno, een half uurtje rijden verderop. Ik verbaas me regelmatig over hoe snel een landschap hier kan veranderen, maar vandaag gaat dat dubbel op. Zo sta je in een paradijselijke omgeving naar de eenden te luisteren en het geplons van een zwemmende hond, zo zit je in Reno, een mini Las Vegas, met al zijn stads gerommel, daklozen, casino’s en gelukkig heel veel RV-reparateurs. De eerste zit nokkie vol en verwijst me naar zijn collega op de hoek. Die zit ook vol, maar heeft medelijden met me. Ze gaan er aan werken, ze hopen op vandaag klaar, als het meezit. Kennelijk zit er iets al vanaf het begin fout, zoals ik al claimde bij mijn eerste garage, hopelijk gaat dat nu uitgevonden worden. Hoewel ik mij geen illusies maak wat dat betekent voor de allereerste rekening, warranty is een papieren begrip.

Maar dan zit je dus in Reno zonder huis. Ik voeg mij niet graag bij de daklozen aan de oever van de snelstromende Truckee rivier, ook al staan die lekker in de schaduw. De aardige werkvoorbereider verwijst mij naar GSR, een gebouw als een graansilo dat een hotel, casino en toeters en bellen bevat en een RV-park achter de deur aan de rand van het meer heeft. Daar heb ik voor vanavond geboekt, Monster teruggebracht naar de garage en toen weer naar het casino, in de hoop op wifi. Even van de nood een deugd maken. Het internet is echter ongelooflijk traag, foto’s opladen begin ik niet aan. Hopelijk lukken de blogjes.

Nu kunnen we daar dramatisch over doen, maar ik ben op reis, dat is wat anders dan op vakantie. En ook zo leer ik een land kennen, wachtend in de garages of in casino’s. Straks nog maar een beker thee.

Ik zit hier op rode nepleren stoeltjes, dicht bij een contactdoos. Mensen checken hier in en uit, lopen in en uit, regelmatig zitten er oudere heren een uiltje te knappen, moe van het geld in sleuven stoppen.
Achter mij is Starbucks druk met het verkopen van koffie en thee. Hele gezinnen komen er langs, ik vraag me altijd of hoe dat betaald wordt als je hier met vijf man aan het ontbijt gaat, of lunch. Een jongen sleept zijn eigen vertrouwde deken mee, een flinke maat ook. Zijn zusje heeft ook haar kussen mee.

Ik sorteer foto’s en de tijd vliegt, tot ik me realiseer: ze zouden bellen, het is bijna sluitingstijd. Telefoontje gemist door de herrie, maar Monster is helemaal uptodate. Na een probleem dat er niet had mogen zijn na de reparaties die ik eerder liet doen in Houston. Wordt nog een leuk mailtje.

Dan heb ik een leuk gesprek met de monteur, die mijn goede adviezen geeft over dingen die ik niet moet missen als ik richting Idaho ga. Die ga ik opvolgen. Hij heeft in Afghanistan gezeten, weet wat erop de wereld te koop is en zegt: “Alle mensen willen gewoon hetzelfde: ’s morgens opstaan, aan het werk, veilig thuiskomen, eten op tafel en een toekomst voor de kinderen; het zijn de hogere machten die het leven voor ons allemaal moelijker maken en ons willen vertellen dat de ander niet deugt.” Een man naar mijn hart, en niet alleen omdat het een goede monteur is.

Dan besluit ik naar de film ge gaan hier in het casino waar ik met honderden anderen achter sta. Captain Marvel, een voor mij onbegrijpelijke film. Voor we binnengaan koopt men een en ander om te snoepen. Ik zie een man met dochtertje voor ruim $30 afrekenen. Het gezin daarvoor was met vijf man. Zelf trakteer ik me op een ijsje, dat ik naar binnen moet smokkelen omdat het filmwinkeltje geen ijs meer heeft. We werken allemaal mee.

Dan bepaal ik, met het laatste nieuws, de volgende reisdag en ga van morgen een was-, reis- en cultuurdag maken. En de telefoon vooruitbetalen. Je weet maar nooit.

Never a dull moment.

NBU 63, Carpe Diem

 

Heeft u even? Of zal ik er drie blogjes van maken? Vanmorgen kon ik, op weg naar Lake Tahoe, kiezen uit drie routes. Ik koos de middelste. Ik weet niet wat die andere twee zouden hebben gedaan, maar deze was fantastisch. De CA 49 is een wereldberoemde weg. Als trail gebruikt door al diegenen die in 1849 hoorden van het goud in Californië en daar hun geluk wilden beproeven.

Om te beginnen was er een vele, vele kilometers lange weg die Rawhide heet. Daar word ik al erg vrolijk van. Door heuvels, langs vee-ranches, met witte hekken en dikke koeien. Oude kleine plaatsjes die nog veel aan het verleden doen denken. Overal historische markers bij mijnen, veerponten, bijzondere plekken die verhalen van dit Wilde Westen verleden. Die kun je allemaal gaan lezen, maar dan ben je wel een paar dagen bezig op zo’n route. Regelmatig reden mij vrachtwagens met lange stammen tegemoet, als ze me inhaalden waren ze leeg en lag het achtereind op de auto. Ik stopte in het leuke plaatsje Angels Camp, ooit hier begonnen als goudzoekers optrek. Een van de gelukszoekers was Samuel Clemens. Een man met vele ambachten, waaronder journalist. Hij had al eens wat geld verdiend met mijnen, maar raakte dat weer kwijt. Toen hij een vriend vrijkocht met geld dat hij niet had, moest hij vluchten. Hier kwam hij terecht bij een vriend van een broer van een vriend, zeg maar, in een hutje op de berg. Die man was een geboren verteller en had hele historische verhalen, die uit zijn duim kwamen. Samuel, kort daarvoor nog zelfmoord overwegend vanwege zijn benarde situatie, schreef een van die verhalen op en stuurde het naar de krant. Het verhaal The Jumping Frog of Calavares werd een succes, een carrière was gestart en Samuel scheef vele boeken, werd een wereldberoemd schrijver en een graag gehoorde verteller op vele tonelen. U kent hem als Mark Twain.

Het stadje Angels Camps doet er zijn voordeel mee. Behalve dat het er nog aardig uitziet als 150 jaar geleden met van die typische wildwest geveltjes en leuke winkels, houden ze hier elk jaar een kikkersping wedstrijd, en de winnaar komt met naam en afstand in de stoep. De Frog Walk of Fame, zeg maar. Het wereldrecord staat op 20 voet en een paar duim, in drie sprongen gehaald.

Ik stapte uit op zoek naar postkantoor, bleek er zelfs recht voor te staan. Maar de internationale postzegels waren op. Ik maakte een heen en weertje door de hoofdstraat. Gelukkig had men nog een postkantoor in het dorp, die heeft nu ook geen internationale postzegels meer, die heb ik. (Nog geen kaartje ontvangen? Even melden, met adres).

Na zo’n ritje en zo’n dorp is mijn dag al geslaagd. Maar toen moest het nog beginnen. De 49 was vol met oude kleine plaatsjes en de weg was hoewel slingerig, fraai van oppervlak. Ik tankte vol tegen een voor hier in Californië redelijk bedrag, bij een Jemeniet. Er zullen er niet veel in zijn eigen taal gedag zeggen hier, maar vandaag bofte hij.

Ik slingerde vrolijk verder, reed de 89 op en net toen ik dacht dat ik die lieflijke heuvels nu wel kende ging het veranderen. Ik zag door de bomen de bergen niet meer zeg maar. Voor je het weet zit je dan tussen de besneeuwde toppen op 8000 voet. Werkelijk schitterende vergezichten en ik kon af en toe zelfs stoppen en wat eten of fotograferen. Fris windje er bij, er ligt nog sneeuw en het waait, maar met dat scherpe hoge licht en die blauwe lucht is het volop genieten.

En dan was ik nog niet bij Lake Tahoe. Bij de start van de rimroad wel weer veel gedoe en toeristen, maar als je dat negeert is het geweldig. En er was plek. Ik had niets gereserveerd en had ook niet behoefte aan een boswandeling, maar je zou hier weken zoet kunnen zijn met rivieren afzakken, om het meer lopen (paar honderd mijl, voor de doorzetters) of de berg op en af. Schitterende valleien met echte alpenweitjes, moerassen stroompjes en rivieren waar mannen staan te vissen. Ik wist dat Lake Tahoe groot is, maar hoe groot is groot? Nou, groot. Af en toe adembenemende blikken naar beneden. Ik reed tussen Emerald Lake en Cascade Lake door. Geweldig uitzicht. Met alpen aan de overkant van dat blauwe water. Ik stopte bij een korte trail met de belofte van een bezoekerscentrum maar die gaan pas volgende maand open. Daar lieten ze gewoon een stuk van de rivier onder water zien, met veel uitleg over het hoe en wat van het ecosysteem en de totstandkoming van dit gebied.  Daar zijn ze trouwens toch erg goed in, in al die parken. Overal bordjes, overal historische context. Zo kan ik u nu melden dat dit gebied een van de eerste skigebieden was, ik at voor een van de eerste lodges mijn broodje pindakaas.

Met al dat stoppen en genieten schoot ik natuurlijk niet op, en ik reed ook nog naar Donner Summit 7275 voet) waar ik niet hoorde te zijn, ik had mijn zitten gezet op de omgeving van Quincy, waar ook een state park is.

Maar inmiddels was het vijf uur en zag ik nog een campground aangegeven van het state park. Weer een meer, stuw ook, veel kleiner dan Tahoe natuurlijk, maar echt, weer die bergen aan de horizon. Drycmping, je betaalt voor de plek met picknicktafel en een vuurring, een zeer ruime plek ook trouwens, maar verder geen voorzieningen.  Precies wat ik zoek, rust, ruimte, heel goedkoop, en voor dat geld sta je dan veilig. Praatje gemaakt met mensen omdat ik geld moest wisselen. Ze hebben een vriend in Emmen, het zijn ballonvaarders, hij duikt, ze reizen dat het een aard heeft. Het was een leuk gesprek, en ik kreeg nog goede adviezen voor bestemmingen. Daar ga ik over denken. We zagen zelfs een bald eagle. Ik heb hem op de foto. Kijk, dat is een mooie afsluiting van een geweldige dag, met volop mooie omgeving, een prachtige rit.

Vanuit Nederland een paar minder vrolijke berichten die mij eens te meer doen beseffen dat je moet genieten zolang het kan.

 

NBU 62, Maarten

IMG_4258Wat is het toch lekker als je van jezelf even niks hoeft. Lui opstaan, beetje yoghurt en dan naar het meer. Daar is op dit vroege moment niemand. De diehard vissers zijn vast al vertrokken, de rest van de mensen zit verstopt tussen de bomen boven mij. Water als een spiegeltje en een temperatuur waar ons Heersdiep jaloers op kan zijn. Ik zwem naar het eilandje in de buurt, denk aan Maarten en zijn prestatie, aan hoe blij zijn vrouw zal zijn dat het voorbij is nu.

Ik denk ook even aan die vreemde zure reacties via Fb en Twitter, mensen die menen zich te moeten ergeren aan het gedoe. Maar ik ben voor al die mensen die het wel leuk vinden, die kippenvel krijgen als hij weer een stempel haalt, die met tranen in de ogen kijken naar zijn finish, die hem toejuichen vanaf de bruggen en met hem meezwemmen in het water. Al die mensen die blij zijn als er iets positiefs gebeurt en willen meehelpen vooruit te gaan in de wereld, in plaats van overal het negatieve in te zoeken en het te willen duiden.

Boven de heuvels om het meer draaien de kalkoengieren, de buzzards, hun luie rondjes. De zwaluwen scheren laag over het water en ik hang hier een half uurtje. Ik besluit niet weg te gaan vandaag, ik sta hier prima, ik wil nog wel een keer zwemmen en dan kan ik gelijk nog even wat aan Monster doen en nadenken over waarheen, waarvoor.

Na he zwemmen dus een flinke tippel naar de ingang, waar gelukkig nu ook iemand is. Ik kan blijven, mijn plek is niet gereserveerd. Nu ik dan toch blijf en het erg warm wordt op mijn picknickplek besluit ik eens mijn tentje uit te zetten. Nog niet eerder nodig geweest, maar als ik het nu niet doe, komt het er nooit meer van vrees ik. Welgemoed de Easy Shade vanachter het bed gevist en gelijk even de stofzuiger uitgeprobeerd die daar ook ligt. Hij zuigt, maar daar is ook alles mee gezegd. Net genoeg om het zand bij de entree tussen de ribbels van de mat uit te halen, en dus precies goed.

Dan dat tentje. Alles uitpakken en de gebruiksaanwijzing lezen. Die begint met ‘With your partner…’. Lang verhaal kort: er zijn twee man voor nodig hem op te zetten, liefst wat gespierde types ook om hem in zijn bovenpositie vast te klikken. Tja, daar sta je dan.

Eerst maar eens op een halve meter hoogte laten staan. Nog een rondje zwemmen, nu wat rimpeliger maar nog steeds heerlijk water, terwijl er zowaar nog twee gezinnen met hun hele hebben en houden aan het strandje wat picknicktafels bezetten.

Dan besluit ik: eerst maar eens de onderkant omhoog. Dan staat het dakje niet strak, als het waait zal het wel niet kunnen, maar nu voldoet het prima. Ziet er niet uit, maar dat past wel bij de oude Winnebago. Na wat lezen, het weer opvouwen van het tentje dat zachtjes inzakt, het nalezen van wat route-informatie ben ik in ieder geval over een paar bestemmingen eens met mezelf.

Hoe lang het duurt voor ik daar ben of geweest ben geen idee. Ik besluit er ook wat stadsgewoel in te vlechten. Er moet straks weer een telefoonrekening betaald, er moet weer gewassen. Bovendien is Amerika natuurlijk meer dan alleen maar natuur. Ik ben hier ook voor de ontmoetingen.

Best een nuttig dagje in dit lage tempo.

 

NBU 61, Yosemite

IMG_7778Ik zit bij een stuwmeer met een verse zak pop-corn. Walstroom, dan kan de magnetron wel eens aan het werk. Een meer? Yosemite? zult u zeggen, er is toch geen meer daar? Nee inderdaad, dat is er niet. Nou, het is er wel, maar je kunt er lastig komen, met een RV.

Het is een prachtig park, met steile, gladde rotsen, beroemd als behang op je Mac of als uitdaging in de film Free Solo. Indrukwekkend, dat is het. Dus iedereen wil dat zien, zeker in deze mooie maanden. Maar zo heel groot is dat park niet, want het meeste gebied staat rechtop. De vallei, die heel vlak is, met mooie rechte bomen en een blauwgrijs tapijtje van mini-lupine is in een uurtje rondgereden en hard ga je dan niet. Nergens trouwens hier, het is het betere bochtenwerk. Plaats in het park om te verblijven, als je dat niet lang tevoren gereserveerd hebt, kun je in de middag helemaal wel vergeten, zeker voor een Monster. Die mag op sommige plekken helemaal niet komen. Dus ik rijd een rondje in de file, werp een blik omhoog waar het heel druk is, zie uit een ooghoek El Capetan voorbijkomen, denk ik (die grijs is, niet roodbruin); maar me even rustig vergapen of een foto maken is er niet bij. Nu kun je het park weer uit, ergens anders onderdak zoeken, een uurtje terug en dan de volgende dag de bus pakken en dan weer een ritje maken. Maar dat voegt me niet. Ik besluit dat dit niet voor mij het moment is om Yosemite te bezoeken en ik rijd via een wat noordelijker weg het dal weer steil omhoog en het park uit. Overal is nog goed de schade van de Rim Fire van 2013 te zien, een brand die nogal huisgehouden heeft. Denk niet dat ik niet geweldig veel prachtig uitzicht gezien heb, want dat is er overvloedig, zelfs als je bij deze bochten en dit stijgings- en dalingspercentage op moet letten. De rit hier heen zal ik u besparen, met zijn strogele heuvels en chocoladebruine landbouwgrond vol fruit en groente, maar die mocht er ook zijn. Vooral toen het heuvelen begon en de velden verdwenen. Die weidse verten, die luchten, die kleuren. Maar goed, ik draaf door…

Tegen vijf uur kom ik aan bij dit gebied rond het stuwmeer, waar veel mensen met bootjes komen, waar ook woonboten liggen langs de rand. Het water is rood en lijkt me niet al te koud, dat ga ik morgen even controleren.

De gang naar de garage, waar ik al om acht uur met mijn neus tegen het glas stond, was deels vergeefs. Ze zitten zo vol dat deze klus nu niet geklaard kan worden. Wel zetten ze een en ander vast, dus erger wordt het ook niet. En gratis, voor de verandering! Advies van de monteur: zoek een plek op je route waar we zitten en bel van tevoren voor een afspraak. Maar ja, dan moet je een route hebben, en die heb ik maar matig. Daar ga ik vanavond dan maar eens aan werken. Wil ik naar Yellowstone? Weet ik wanneer ik daar aan zal komen? Wil ik dat dan reserveren? Ik ga maar eens wat huiswerk maken vanavond hier, in het ondergaande zonnetje, tussen de bomen, de eekhoorns en de vogels. Eens zien of de noordboog die in mijn hoofd zit genoeg te bieden heeft. Oh, en dat met die kaart is ook niet goed gekomen, die blijft geblokkeerd.

De adviseur van twitterdienst hoopt dat ik mijn andere kaart bij me heb. Tja…