
New Orleans is leuk, maar na twee dagen ben je ook blij dat je weer door kunt. We kiezen ervoor de Great River Road te volgen en we zien wel hoe snel we vorderen. We willen zeker Oak Alley Plantation zien, de rest is toeval. Eerst nog even in Garden City Lafayette 1 bewandelen en in de zijstraten genieten van de mooie klassieke huizen. Hier wordt gewoond, langs de tramroute staan hotels. Geen kermis als in Bourbon Street. Net voor er weer een noodweer losbarst zitten we weer in de auto en vinden we via de I10, dit keer West, een keurig bijgehouden historische route. Mijn tomtom is wat ouder, hij wil me weer graag met vergane ferries laten oversteken en nieuwe bruggen zijn hem vreemd. Maar verder gaat alles prima, genieten we van het uitzicht en parkeren we in San Francisco. Snel hè? Het is een plantage die wat minder in de belangstelling staat. Onze gids, in zwarte hoepelrok die haar enkels zedig bedekt, zoals het hoort in het zuiden, vertelt de historie van het huis. Vol met mee- en tegenslag, maar meest saillante detail voor mij is het feit dat de bouwer van het grote huis de suikerplantage kocht van een zwarte eigenaar. De rassenkwestie in het zuiden is gecompliceerd en veelzijdig en zeker niet zwart-wit. We zijn de enige bezoekers, we zien alle zeventien kamers en genieten dan buiten van het feit dat het noodweer plaats maakt voor een zonnetje. Ik zag nog net, bij het oversteken van de natte gazons, dat de gids rode lak Doc Martens onder haar lange rok draagt. Wat deze rit voor mij bijzonder maakt, los van het feit natuurlijk dat je op een doordeweekse dag met je zusje dwars door Louisiana rijdt, is de wetenschap dat mijn Henk dit huis gezien kan hebben, op zijn tocht naar en van Baton Rouge, ooit. Grote schepen zien wij boven de dijk uitsteken. Waar nu een schip vaart was vroeger de voortuin, tot een bijzonder noodweer de route van de rivier veranderde. Na deze eerste plantage weer de rivier over, dorp na dorp, historische plek na plantage komt er langs. Halverwege de middag komen we bij Oak Alley Plantation aan. Een goed gerunde show. Iedere tien minuten een rondleiding met maximaal 20 bezoekers. Onze gids is dit keer een robot, met een vaste tekst. Wel van vlees en bloed, denken we. Maar de schoonheid zit hier in de oprijlaan, de live oaks van 250 jaar oud die van het huis naar de rivier lopen. Hun brede takken, begroeid met rejuvenating ferns, reiken tot op de grond, hun wortels maken een brede boomspiegel. Ze geven schaduw op hete dagen. Ik zou hier uren kunnen zitten tegen de vallende avond, met de flirtende eekhoorntjes en de fluitende vogels. Maar ze gaan dicht. We krijgen bericht over het Monster dat woensdag opgehaald kan worden, zodat we vanavond kunnen gaan plannen tot hoe ver we komen voor we de weg terug naar Houston weer aanvangen. Voor mij weer een I10, voor mijn reisgenootje maakt het allemaal niet uit, alles is voor het eerst, dus alles is goed.
We boeken met de app een hotel dat aan alle verwachtingen voldoet, schoon heel en veilig, met voldoende ruimte om de koffers weer wat te organiseren. Dat is al snel nodig. En bovenal: er is thee, iets waar ze hier voornamelijk in de ijsversie aan doen. Straks maken we plannen voor morgen. Wordt het Baton Rouge of snellen we voort naar Natchez??
Vroeg er uit, we gaan met de eigen auto (nog niet het Monster, die krijgt nog iets nieuws bij zijn remmen, las ik in een mailtje) naar Jean Lafitte, aan de overkant van de rivier. Daar op zo’n moerasboot. En verdraaid, we zien krokodillen. De gids voert ze marshmallows, hij weet waar hij ze kan verwachten. Of ze opduiken hangt van de omstandigheden af. De bayou gevuld met allerlei bomen, vol met dat Spaanse hangende mos. De lokale bomen kunnen daar goed tegen, importbomen leggen het loodje op den duur. Vogels, waterjuffers en schildpadden laten zich ook zien. Een heerlijke tocht met de wind in onze haren. Daarna snel door, want een uur later begint het volgende avontuur. Op voorstel van de tomtom kies ik voor de pont. Die vinden we, althans, we vinden de plek waar hij enkele jaren geleden voor het laatst vertrok: “Ferry don’t run no more”, volgens een lokalo die ik vraag. Dan maar weer over de brug, net op tijd vind ik een parkeerplek. Met twintig man achter de gids aan. Gidsen zijn hier geen doorsnee standaard figuren, valt me op. Ze zijn kleurrijk, ze houden van hun stad en ze vertegenwoordigen veel van wat New Orleans groot maakt. Dit keer dus een vrouw van gemengd bloed. Haar vader trouwde haar moeder op de eerste dag dat het wettelijk mogelijk was. We gaan voor Cemetery No 1. Vooral de verhalen en de geschiedenis maken van deze oude en volle plek een bijzondere belevenis. Zonder die verhalen zie je alleen de tombes, oud, ouder en nieuw. Met de verhalen schildert men het ontstaan van deze stad op een wat ongunstige plek aan de rivier. Waar oogsten mislukten, de gele koorts een hoge tol eiste en de doden maar met moeite blijvend begraven konden worden, vooral na een forse regenperiode. Hoe fors zo’n bui kan zijn ervaren we aan den lijve. Na de toer even voor koffie en beignets naar Café du Monde, 24 uur per dag, 7 dagen per week geopend. Hoeveel beignets er door gaan per jaar, geen idee. Als we daar uitlopen barst er een noodweer los. We schuilen onder afdaken en bekijken wat winkeltjes, maar uiteindelijk willen we de wagen terugvinden, op weg naar ons hotel. Ondanks het parapluutje dat we kopen en dat gelijk weer stuk is, komen we drijfnat bij de auto aan. Even langs een supermarkt om wat comfortfood in te slaan. Een avondje cocoonen. Morgen vertrekken we hier weer. De plantages wachten.

U heeft natuurlijk allemaal wel eens een film of serie bekeken waarbij iemand aangehouden wordt door een Amerikaanse politieagent. De held (of boef) hoort, Weeeuw, kijkt in de achteruitkijkspiegel, zet de auto langs de kant van de weg en blijft dan keurig zitten tot de agent zich aan het linkerraampje meldt. Ik wist dus wat me te doen stond toen ik die weeeeuw vanmorgen achter me hoorde: vriendelijk glimlachen. Ik trof het met de agent, hij wilde weten hoe mijn dag was, waarop ik hem vertelde dat dit een unieke gelegenheid was, waarbij ik voor het eerst van mijn leven door een Amerikaans politieagent aan werd gehouden. Kennelijk had ik ergens de afslag genomen vanaf de verkeerde rijstrook. Dat mag ik nooit meer doen. Ik kan u dus uit ervaring vertellen dat wat u ziet in de series erg op de werkelijkheid lijkt, maar ik had het dus getroffen met een aardige agent.



