NBU 14, Plantation Alley

IMG_3112.jpg

New Orleans is leuk, maar na twee dagen ben je ook blij dat je weer door kunt. We kiezen ervoor de Great River Road te volgen en we zien wel hoe snel we vorderen. We willen zeker Oak Alley Plantation zien, de rest is toeval. Eerst nog even in Garden City Lafayette 1 bewandelen en in de zijstraten genieten van de mooie klassieke huizen. Hier wordt gewoond, langs de tramroute staan hotels. Geen kermis als in Bourbon Street. Net voor er weer een noodweer losbarst zitten we weer in de auto en vinden we via de I10, dit keer West, een keurig bijgehouden historische route. Mijn tomtom is wat ouder, hij wil me weer graag met vergane ferries laten oversteken en nieuwe bruggen zijn hem vreemd. Maar verder gaat alles prima, genieten we van het uitzicht en parkeren we in San Francisco. Snel hè? Het is een plantage die wat minder in de belangstelling staat. Onze gids, in zwarte hoepelrok die haar enkels zedig bedekt, zoals het hoort in het zuiden, vertelt de historie van het huis. Vol met mee- en tegenslag, maar meest saillante detail voor mij is het feit dat de bouwer van het grote huis de suikerplantage kocht van een zwarte eigenaar. De rassenkwestie in het zuiden is gecompliceerd en veelzijdig en zeker niet zwart-wit. We zijn de enige bezoekers, we zien alle zeventien kamers en genieten dan buiten van het feit dat het noodweer plaats maakt voor een zonnetje. Ik zag nog net, bij het oversteken van de natte gazons, dat de gids rode lak Doc Martens onder haar lange rok draagt. Wat deze rit voor mij bijzonder maakt, los van het feit natuurlijk dat je op een doordeweekse dag met je zusje dwars door Louisiana rijdt, is de wetenschap dat mijn Henk dit huis gezien kan hebben, op zijn tocht naar en van Baton Rouge, ooit. Grote schepen zien wij boven de dijk uitsteken. Waar nu een schip vaart was vroeger de voortuin, tot een bijzonder noodweer de route van de rivier veranderde. Na deze eerste plantage weer de rivier over, dorp na dorp, historische plek na plantage komt er langs. Halverwege de middag komen we bij Oak Alley Plantation aan. Een goed gerunde show. Iedere tien minuten een rondleiding met maximaal 20 bezoekers. Onze gids is dit keer een robot, met een vaste tekst. Wel van vlees en bloed, denken we. Maar de schoonheid zit hier in de oprijlaan, de live oaks van 250 jaar oud die van het huis naar de rivier lopen. Hun brede takken, begroeid met rejuvenating ferns, reiken tot op de grond, hun wortels maken een brede boomspiegel. Ze geven schaduw op hete dagen. Ik zou hier uren kunnen zitten tegen de vallende avond, met de flirtende eekhoorntjes en de fluitende vogels. Maar ze gaan dicht. We krijgen bericht over het Monster dat woensdag opgehaald kan worden, zodat we vanavond kunnen gaan plannen tot hoe ver we komen voor we de weg terug naar Houston weer aanvangen. Voor mij weer een I10, voor mijn reisgenootje maakt het allemaal niet uit, alles is voor het eerst, dus alles is goed.

We boeken met de app een hotel dat aan alle verwachtingen voldoet, schoon heel en veilig, met voldoende ruimte om de koffers weer wat te organiseren. Dat is al snel nodig. En bovenal: er is thee, iets waar ze hier voornamelijk in de ijsversie aan doen. Straks maken we plannen voor morgen. Wordt het Baton Rouge of snellen we voort naar Natchez??

NBU 13, Gators

IMG_2803.jpgVroeg er uit, we gaan met de eigen auto (nog niet het Monster, die krijgt nog iets nieuws bij zijn remmen, las ik in een mailtje) naar Jean Lafitte, aan de overkant van de rivier. Daar op zo’n moerasboot. En verdraaid, we zien krokodillen. De gids voert ze marshmallows, hij weet waar hij ze kan verwachten. Of ze opduiken hangt van de omstandigheden af. De bayou gevuld met allerlei bomen,  vol met dat Spaanse hangende mos. De lokale bomen kunnen daar goed tegen, importbomen leggen het loodje op den duur. Vogels, waterjuffers en schildpadden laten zich ook zien.  Een heerlijke tocht met de wind in onze haren. Daarna snel door, want een uur later begint het volgende avontuur. Op voorstel van de tomtom kies ik voor de pont. Die vinden we, althans, we vinden de plek waar hij enkele jaren geleden voor het laatst vertrok: “Ferry don’t run no more”, volgens een lokalo die ik vraag. Dan maar weer over de brug, net op tijd vind ik een parkeerplek. Met twintig man achter de gids aan. Gidsen zijn hier geen doorsnee standaard figuren, valt me op. Ze zijn kleurrijk, ze houden van hun stad en ze vertegenwoordigen veel van wat New Orleans groot maakt. Dit keer dus een vrouw van gemengd bloed. Haar vader trouwde haar moeder op de eerste dag dat het wettelijk mogelijk was. We gaan voor Cemetery No 1. Vooral de verhalen en de geschiedenis maken van deze oude en volle plek een bijzondere belevenis. Zonder die verhalen zie je alleen de tombes, oud, ouder en nieuw. Met de verhalen schildert men het ontstaan van deze stad op een wat ongunstige plek aan de rivier. Waar oogsten mislukten, de gele koorts een hoge tol eiste en de doden maar met moeite blijvend begraven konden worden, vooral na een forse regenperiode. Hoe fors zo’n bui kan zijn ervaren we aan den lijve. Na de toer even voor koffie en beignets naar Café du Monde, 24 uur per dag, 7 dagen per week geopend. Hoeveel beignets er door gaan per jaar, geen idee. Als we daar uitlopen barst er een noodweer los. We schuilen onder afdaken en bekijken wat winkeltjes, maar uiteindelijk willen we de wagen terugvinden, op weg naar ons hotel. Ondanks het parapluutje dat we kopen en dat gelijk weer stuk is, komen we drijfnat bij de auto aan. Even langs een supermarkt om wat comfortfood in te slaan. Een avondje cocoonen. Morgen vertrekken we hier weer. De plantages wachten.

NBU 12, New Orleans

IMG_2547.jpg

New Orleans, waar de kettingen in de bomen hangen en de daklozen in tentjes onder de brug. Die kettingen worden tijdens het carnaval, Mardi Gras, door de carnavalsverenigingen het publiek ingegooid en zijn een gewild verzamelobject. Vaak slingeren ze over de balkons, in de bomen, en over de bovenleidingen van het trammetje. Daar hangen ze tot ze er uitvallen, of tot een dakloze met een verlengde bezem ze eruit wiebelt.

Het is nog rustig op straat, de warmte valt nog mee. Waar ik gisteren tijdens mijn korte bezoek vooral het drukke deel zag, lopen we nu voornamelijk aan de veel rustiger kant down river. Veel prachtige huizen en huisjes, in de Spaanse stijl die French Quarter zo beroemd maakte. Op de balkons hangen overal varens, vaak hangt er nog versiering. Allerlei mooie bestorven kleuren hout- of stucwerk, prachtige smeedijzeren pilaren en hekwerken. De ramen met jaloezieën afgesloten voor de zon. Af en toe het onvermijdelijke paardenkarretje, het juiste tempo voor zo’n wijk. Bourbonstreet is werkelijk een gekkenhuis met de ene bar na de andere. Maar halverwege de wijk valt al die drukte weg en loop je door rustiger woonwijken. De Esplanade, breed met schaduwgevende bomen, sluit dit deel van New Orleans af. Na de wijk van alle kanten te hebben bekeken, met het trammetje nog terug naar het hotel te zijn gereden om de voetjes nieuw schoeisel te geven, lopen we de wijk weer in. Bourbonstreet doet zijn naam eer aan. De straat wordt per blok afgesloten  voor verkeer. De levende beelden, de muzikanten, de bandjes, de jongens met drumstokken en plastic emmers en de vele, vele bedelaars met in het gunstigste geval een ketting te koop, en anders gewoon een kartonnen tekst over hoeveel pech ze hebben: allemaal nemen ze hun plaatsen in en proberen ze de aandacht te trekken. Vanuit de bars, clubs en cafés de versterkte muziek. Een brij aan geluid waar je, zeker als je niet verdoofd bent door drank, maar kort aan blootgesteld kunt worden. We besluiten tot een paar geleide toertjes in en rond de wijk. Die avond nog gaan we met een goed van de tongriem gesneden en goed onderlegde gids op geestentoer. Dat komt voornamelijk neer op het vertellen van geschiedenissen met een slecht einde, die er in een zo gemengde stad natuurlijk bij bosjes te vinden zijn. Dat er na zo’n drama geesten actief worden, is uiteraard geheel aan de bezoekers. Aan het einde van de avond zijn we ook aan het eind van ons Latijn en vallen we als blokjes in slaap.

NBU 11, Hit the road

IMG_2468 2.jpg

Hit the road Jack, zong Ray Charles toen ik iets na achten Houston uitreed op de Interstate 10 East. De cowboymuziek van Texas maakte ruimte voor R&B, Soul en Motown. De hoogbouw van de stad werd ingeruild voor het vlakke groene land van de Bayous en de delta van de Mississippi. De weg was lang, recht en niet al te druk. Voornamelijk die grote Amerikaanse trucks in mijn achteruitkijkspiegel. Tijd genoeg om New Orleans op tijd te halen en af en toe te stoppen voor een ommetje. In het plaatsje Scott bijvoorbeeld, bij Lafayette, dat zichzelf het eerste stadje in het Westen noemt, en dus voor mij het eerste plaatsje in het oosten was. Een oud spoorrijtuig onderstreept het, en een nagebouwde schuur die het historisch centrum is, volgens een bordje. Dicht helaas.  In een uitspanning waag ik mij aan boudins, de regionale lekkernij, waarvan ik maar niet kan achterhalen bij de verkoopster wat ze zijn. Ze kan me alleen vertellen in welke soort men ze verkoopt. Ik kies de regular en een crawsfish. De crawfish smaakt naar uh, ja, geen crawfish. En als ik aan de regular begin zie ik tot mijn schrik op het etiket staan: varkensvlees, lever, green onions. Ik haat lever. Maar ik maakte me voor niets zorgen, het smaakte nergens naar. Het had iets weg van een nasibal, maar dan zonder smaak en heel heet. Ik hoop dat de kraaien in Scott boudin lusten. Ze wijden er hier jaarlijks een festival aan.

Af en toe vlogen er koereigertjes over. Af en toe een blik op bootjes in de bayou, bij de San Jacintorivier liggen de rivierbarges bij bosjes. Meer naar het oosten staat de snelweg vaak op palen, dwars door en over het grote moeras, over Henderson Lake. Bij Baton Rouge rijd ik voor het eerst over de Mighty Mississippi, die doorkronkelt tot New Orleans. Langs de kant veel reclame voor alles wat Cajun is, inclusief het alligator-knuffelen.

Ik kom ruim op tijd en zonder problemen aan op het vliegveld van New Orleans. Jaren zestig, veel bruin en oranje, en een Cajunduo op het podium dat de stemming er in houdt. Als de mannen echt nodig zijn, zijn ze vertrokken helaas, en de weinige gelegenheden voor een kopje koffie of thee en iets te eten dicht. Boven Houston is inmiddels een enorm noodweer losgebarsten, net als over grote delen van het Midwesten. Een aantal vliegtuigen, dat rondjes moet vliegen, vliegt naar New Orleans om te tanken. Van dan af ontvouwt zich een drama van slecht management, dat er voor zorgt dat mijn zusje uiteindelijk 8 uur later dan gepland, hongerig en dorstig, moe en overstuur aankomt met de ander passagiers van haar vlucht. Op het vliegveld hier liggen de mensen dan inmiddels te slapen op de vloer, als ze tenminste niet tot die kleine elite behoren die door klagen een voucher voor een hotel weet te bemachtigen. Kregen sommigen hier nog, op verzoek, een flesje water en een koekje, in vlucht UA 2241 stopte de service onmiddellijk na de eerste landing, evenals de informatievoorziening.

Maar goed, we zijn er nu, en als we allebei een beetje bijgetrokken zijn zullen we, met het oude trammetje dat hier voor de deur stopt, vanuit dit oude hotel, de stad gaan verkennen. Gisteren al een klein voorproefje van genomen, benieuwd wat ik er vandaag van vindt. Things to do today: een heel boze brief naar United Airlines schrijven, een maatschappij die ik u van harte afraadt.

 

 

 

 

NBU 10, Can I help you, officer?

IMG_2423U heeft natuurlijk allemaal wel eens een film of serie bekeken waarbij iemand aangehouden wordt door een Amerikaanse politieagent. De held (of boef) hoort, Weeeuw, kijkt in de achteruitkijkspiegel, zet de auto langs de kant van de weg en blijft dan keurig zitten tot de agent zich aan het linkerraampje meldt. Ik wist dus wat me te doen stond toen ik die weeeeuw vanmorgen achter me hoorde: vriendelijk glimlachen. Ik trof het met de agent, hij wilde weten hoe mijn dag was, waarop ik hem vertelde dat dit een unieke gelegenheid was, waarbij ik voor het eerst van mijn leven door een Amerikaans politieagent aan werd gehouden. Kennelijk had ik ergens de afslag genomen vanaf de verkeerde rijstrook. Dat mag ik nooit meer doen. Ik kan u dus uit ervaring vertellen dat wat u ziet in de series erg op de werkelijkheid lijkt, maar ik had het dus getroffen met een aardige agent.

Nog wat laatste zaken opgepikt, onder meer antimug en een ehbo-koffertje. Toen weer terug naar huis, de AAA bellen om te vragen waar mijn lidmaatschapsgegevens waren en ze mijn Amerikaanse nummer door te geven. Er bleek een mail niet verstuurd te zijn. Kaartje komt er aan. Als ik weg ben. De jonge vrouw aan de telefoon wilde weten waar ik vandaan kwam en meldde toen dat zijn van Nederlands-Indonesische afkomst was. Ik kon haar in de taal van haar ouders bedanken. Ik schreef het hier al eerder: we reizen om mensen te ontmoeten.

Toen nog even wandelend de wijk in naar een tweedehands boekhandel. Boek van een kilo gekocht, voor mijn gastheer. Zojuist de huurwagen op gehaald voor de eerste week, zo groot als de laatste in Zuid-Korea. Mijn laatste avond hier, morgenvroeg neem ik de I10 naar Louisiana, die mij zal brengen tot het vliegveld van New Orleans. Daar vind ik dan mijn zusje, dat mij de komende weken gezelschap gaat houden.

 

NBU 9, What to do in Houston

IMG_2440

Het is een glorieuze zondag, mijn gastheer stelt voor buitenshuis te ontbijten. Het worden bagels op een pleintje. Dan naar de Water Walls, waar we gisteren langs gingen maar die toen donker waren. Nu is het er druk en komen we aan foto’s maken toe. We treffen een jong stel dat hier hun 1-jarig huwelijk viert. Daarna naar de botanische tuinen, die in feite een bospark zijn, met een paar wandelloops. Prairiebloemen, hagedissen, schildpadden in de vijver, het modderige water van de Bayou, vlinders, mensen met en zonder kleine kinderen. We lopen anderhalf uur een rondje en eindigen dan op de verkeerde parkeerplaats.

Aansluitend even naar een zaak met kunstbenodigdheden, voor een paletmesje. Dan wordt het tijd het vochtgehalte aan te zuiveren, wat we combineren met een originele hotdoglunch. Mijn gastheer houdt het dan voor gezien, ik wordt afgezet bij het Houston Museum of Fine Arts. Aan de gevel een enorme poster: Vincent van Gogh, his life in art. De mensen staan in een lange rij binnen te wachten tot ze er in kunnen. Ik leg de dames bij de balie uit dat het wel grappig is deze expo hier, omdat het laatste museum dat ik in Nederland vlak voor vertrek bezocht het Van Gogh was, vanwege de Hockneys. We wisselen nog wat prettige info uit over hoe musea te bezoeken, wat ik vind van Hockney, of ze Hoppers hebben. Als ik wil betalen voor een kaartje krijg ik wel dat kaartje, maar ook een klipje en geen rekening. Ik mag er gratis in. Vraag me niet waarom. Van Gogh sla ik uiteraard over, ik ga voor de Amerikaanse kunstenaars. John Singer Sargent, Remington, Dow, Kooning (alle twee). Onderweg kijk ik uiteraard ook even bij de Europese kunst, oud en nieuw. Een Rembrandt, een Bol, van alle grote namen hangt wel een werk. Niet altijd het topwerk overigens. Maar wel weer een prachtig museum met alle ruimte. En allemaal uit private fondsen betaald.

Dan besluit ik nog even een kijkje te nemen in het park verderop. Mensen genieten van het weer, eten een ijsje, er varen bootjes op het water. Bij monumenten wordt druk gefotografeerd: over twee weken is het Graduation Day, men laat zich als student van de Houston University vereeuwigen bij het beeld van Sam Houston, stichter van de stad, in cap en gown. Ook hier en daar meisjes van Mexicaanse afkomst in enorme jurken. Zij zijn debutantes, ze zien er uit als poppetjes. Onder de (waarschijnlijk gehuurde) jurken met veel glitter en glans makkelijke slippers voor deze dag, ziet toch niemand. Elke paar minuten vliegt er een helikopter over, die even verderop landt bij het traumaziekenhuis. In de bomen hier het Spaanse mos dat van de takken afhangt, u kent het van de films die in het diepe zuiden spelen.

Ik word weer keurig opgehaald, mijn bed krijgt een vers dekje, we warmen het chinees van gisteravond op en praten wat over kunst (waar dit huis vol mee hangt) het leven in het algemeen en gemeenschappelijke vrienden in het bijzonder. Boven draait de droger, hier beneden werk ik door mails heen, probeer nog wat informatie te ordenen voor D-Day, de dag dat Monster uit de garage komt en geregistreerd moet worden. Maar eerst nog maandag hier de laatste zaken rond krijgen, en dan op naar New Orleans. Go East, Woman!

NBU 8, The Great Outdoor

 

IMG_2324.jpg

Op zoek naar Bear repellent bezoeken we The Great Outdoor. Niet dat ik hoop een beer tegen te komen, het helpt tegen allerlei gespuis. Een ervaring, zo’n winkel. De afmetingen van een voetbalveld, met verschillende afdelingen. Voor mij het meest interessant: de jachtafdeling, want dat hebben wij niet. Alles wat je kunt bedenken en nog veel meer waar je zelf niet op zou komen. Zo had ik nooit bedacht dat er opvouwbare schommelstoelen zouden bestaan. Maar je wilt immers bij de BBQ een beetje comfortabel kunnen genieten van je zelf geschoten hert.

We gingen vandaag met de pick-up truck en ik hoefde niet zelf te rijden, dus meer tijd om goed om me heen te kijken. Er wonen hier tien miljoen mensen en ze nemen de ruimte. Sjieke buurten met veel gras, naast straten met garages en kerken. Hoogbouw, veel ziekenhuizen (daar zijn ze hier bijzonder goed in), uiteraard banken, en meer kerken. En overal, werkelijk overal grote shoppingmalls. Slecht één straatje zag ik met iets wat we in Nederland een winkelstraat zouden noemen, met kleine diverse winkeltjes, maar volgens mijn gastheer zat daar de klad in en kwam daar niemand meer, althans niemand met geld.

Vandaag ook de eerste dag met stralende zonneschijn, nadat er vannacht werkelijk een hoosbui overging. Het restje van de tornadostoring denk ik.

Daarna, het is inmiddels zaterdagmiddag, tijd voor een beetje toerisme. Ik wandel onder de brede eiken naar de Menil Collectie hier vlakbij. Een kunstverzameling door twee Franse vluchtelingen bij elkaar gebracht en geschonken aan de stad. Vijf gebouwen zijn er, vlak bij de Rothko Chapel, die helaas net voor een jaar is gesloten. Prachtige serene gebouwen met natuurlijk licht. Een verrassende collectie met alle groten der aarde, en vaak wisseltentoonstellingen. De moeite van het bezoeken meer dan waard. Dan slenter ik terug. Langs die oude eiken die twee keer per jaar hun blad verliezen en dus het hele jaar groen zijn. Langs een stukje pocketprairie met veel bloeiende wilde bloemen en heel grote vlinders. Langs mooie oude huizen met veranda’s. Langs hagedissen in de bloeiende hagen, vogels in de brede bomen met oranje buiken en zelfs een eekhoorn. Opgetogen vertel ik dat mijn gastheer. Die is niet onder de indruk, als ik achter op de schutting kijk zal ik ze ook wel zien, volgens hem. Onkruid is het. Overal zitten mensen in het gras, of aan bankjes bij cafeetjes in de wijk. Na die paar dagen regen, en terwijl de temperatuur nog iets onder de dertig is maar zonder de vochtige lucht van afgelopen dagen geniet iedereen van deze vrije zaterdag.

NBU 7, Driving around

IMG_2299

Mijn vader had veel vaste uitdrukkingen en antwoorden op veel voorkomende situaties. Een daarvan was: “het is goed dat je hoofd vastzit, anders zou je die ook nog vergeten.” Daar moest ik gisteren een paar keer aan denken. Ik realiseerde me dat ik bij het eerste bezoek aan Monster allerlei zaken vergeten was na te kijken of te meten. Dus nog maar een keer een half uurtje snelweg, wat goede training is. Een vriendelijke jongeman hielp mij met deurtjes open en dicht doen en gaf mij uitleg over wat nog miste. Daarna naar Home Depot voor wat zaken. Daar zocht ik vergeefs naar mijn telefoon. Zeker thuis laten liggen. Terug met het plan thuis de telefoon op te pikken en naar de Menil collectie te gaan kijken hier vlakbij in de buurt.

Thuis geen telefoon, maar toen herinnerde ik mij gelukkig wel dat ik hem bij de Monstergarage bij me had om foto’s te maken. Bellen dus, maar…. geen telefoon. Hier moest ik even over nadenken en ik stuurde wat vergeefse mailtjes de wereld in. Tot hier in het huis de telefoon van mijn gastheer overging! Waarna ik daarmee belde naar de garage en inderdaad, even checken: we hebben hem. Dus niet naar de Menil collectie, maar weer de weg op, die ik bij terugrijden al zo vol vond.

Terwijl ik net op TV meende te zien dat er een Tornadowaarschuwing werd gegeven voor het komende uur. Het bleken er, hoorde ik die middag, twee te zijn die perfect om de stad heengingen. Je kunt ook niet alles hebben je eerste week natuurlijk aan Amerikana. Op de een of andere manier was de weg nu leger. Plus dat ik zag dat er een Ikea naast stond. Garage binnenlopen, telefoon van het bureau pakken en netjes dank je wel zeggen en weer terug: snelweg op, volgende afslag er af, Ikea in. Ik was gelijk weer in Europa. Daar wat zaken gevonden om mijn monster een thuis te maken, en ook wat voordelige pannen op de kop getikt. Dus volgens een ander gezegde: ieder nadeel heeft zijn voordeel. Na een dag boodschappen doen en zaken mijn hol in slepen was ik al weer gevloerd, want ik wordt nog heeeel vroeg wakker. Omdat zowel mijn gastheer als ik wel weer genoeg junkfood voor deze week hadden gegeten, naar Joli’s Deli (of zo iets) waar sandwiches, salades en soep op het menu staan. Verse spinazie! Nootjes! Tegen negen uur kwam voor ons allebei de man met de hamer voorbij. Zaterdag uitslapen. Het to do – lijstje wordt korter, het lijstje aanwezig wordt langer. De hal boven staat al aardig vol.

NBU 6, Walmartians

IMG_2293.jpg

Met een grijns van oor tot oor rijd ik over de de Kathy Freeway, op weg naar de eerste kennismaking met het Monster. Willie Nelson op de radio, grote Amerikaanse trucks links naast mij. De ochtend begonnen met bij Verizon mijn telefoon goed te krijgen. Hij bleek het wel te doen, maar de vriendelijke verkoper had mij gisteren een verkeerd nummer meegegeven. Dan kun je lang bellen, maar mij krijg je niet aan de lijn. Omdat ik ruim voor openingstijd voor de deur stond, eerst bij Trader Joe’s wat vers fruit en humus gekocht. Ik schat dat er zestig soorten in de schappen stond. De tulpen doen $ 9.99 een bosje.

In een buitenwijk ergens staat mijn auto helemaal achteraan op het terrein, dus de manager vraagt of ik daar met mijn auto heen wil rijden? Ik denk dat ik die 100 meter te voet wel red. En daar staat hij dan, mijn Minnie Winnie. Hij is weliswaar bijna de kleinste op het terrein, ik vind het een monster. Ik kijk alle kastjes na, check welke accu’s ik nodig heb, haal het beddengoed af voor een opfrisbeurt en krijg een (oudere) tomtom cadeau omdat ik de gamin in mijn leenauto niet aan de praat krijg. De tomtom wil mij graag de weg wijzen in California, Houston Texas staat niet in zijn lijstje. Maar ik heb natuurlijk altijd nog Maps/Kaarten, met die vriendelijke jongeman die mij ook in Zuid-Korea zo goed de weg wees. Het komt tot grappige aanwijzingen. 11th Street heet bij hem 11 Te Ha street, ook de gh geeft wat problemen. Maar hij wijst wel goed. Nadat ik doorheb hoe de bordjes zijn aangebracht hoef ik ook niet steeds vierkantjes te rijden omdat ik afsla waar dat niet nodig is.

Na de bezichtiging van het Monster weer de Kathy Freeway op terug naar Donwtown, naar de Walmart. Het is gelukkig rustig binnen, dus ik kan op mijn gemak alle paden twee keer af op zoek naar van alles en nog wat: stoeltjes, sponzen, pindakaas, toiletpapier, reservelampjes, een uitvouwtafel, borden, bekers en bestek, zeep, olijfolie, general purpose lijm. En een handig setje met van alles en nog wat gereedschap voor een prikje.

Alle plastic zakjes staan inmiddels op mijn slaapkamer. Straks even inventariseren wat er al is en wat er nog moet komen. Morgen maar naar Home Depot. Nu pauze met zelf meegebrachte thee en op de TV reclame voor anti-kanker chemo middelen, met melding van alle bijwerkingen.

NBU 5, De eerste dag: Houston

IMG_2287.jpg

Half zeven, Beverly Hill Billies op de tv op mijn slaapkamer. De gastheer is net vertrokken in zijn 4WD Pickup truck, mij zijn stadsauto latend. Ik heb de man een keer eerder gezien, nu verlijf ik in zijn huis, heeft hij uitgelegd hoe de keuken werkt en heb ik de hele dag Houston voor me om boodschappen te doen en dingen te regelen. Hij verontschuldigde zich nog voor het feit dat deze tv de enige is zonder kabel en dat ik dus alleen lokale kanalen kan ontvangen. Veel religieus, kookprogramma’s, reclame voor alles wat het leven leuker of langer kan maken, ook Spaanstalig.

Met mijn landing op Houston gisteren verdubbelde ik het aantal staten waar ik ooit was, van 1 naar 2. De bedoeling is dat ik aan het eind van de reis toch minstens over de helft zit.

Ik heb een lokaal telefoon nummer en kan bellen. Nog niet gebeld worden, iets met de voicemail. Dus straks even terug naar de vriendelijke jongeman van Verizon, die zo genoot van mijn accent. Als ik die kan vinden tenminste. Het is hier een rustige buurt, met veel Grieks orthodoxe kerken en scholen, redelijk centraal. Half uurtje rijden met de taxichauffeur die 13 jaar geleden hiernaartoe kwam uit Ethiopië, in de hoop op een beter leven. Hij was blij een passagier te hebben die naar Houston kwam als toerist. De meesten komen hier voor de offshore business. En iemand die wel eens in zijn land geweest was, al was het maar een stop-over tussen Cairo en Juba. Gisteravond een super-Amerikaans moment, wachtend op mijn burger and fries in de Shake Shack, met uitzicht op Lincoln Street, waar Houston ladder 7 stond te wacht tot hij door kon rijden, terwijl in de hoek op tv een American Football Game te zien was. (Tex Tech/ Oklahoma voor wie het volgt).

Allemaal niet echt toeristisch tot nu toe. Maar wel erg Amerikaans, en daar gaat het om. Nu even zien of het mij lukt water gekookt te krijgen.