Wie verre reizen maakt…. 21, Tempels galore, 19 september

IMG_0124

Als je al bijna drie weken onderweg bent, je veel van onderkomen verwisselt, slaap te kort komt en een paar dagen geen echte warme maaltijd tot je neemt, dan komt er een moment dat je denkt: pizza en een warm bad. Die dag was vandaag. Het hotel bleek toch net zo’n hard bed te hebben als al die hotels hier voor een vriendenprijsje. Het Hilton zal lekkerder liggen, maar houd dat maar eens drie weken vol.

’s Morgens eerst een nieuwe tempel bij een waterbassin. Tempels staan nooit zo maar ergens, de plek is altijd van belang,  de tempel moet ergens voor zorgen. Hier kennelijk voor dat water. Een grote Boeddha zit binnen te glimmen, twee zitten daarachter, een in en een voor een nis, daarnaast ligt een flinke jolig op zijn elleboog te leunen. En als je omhoog kijkt staat er bovenop de rotsen nog een heel grote. Hier keurige affiches die aangeven hoe en wat je kunt doneren en wat je er voor terugkrijgt. De plek is afgelegen, maar blijkt in trek voor dat doeleinde. Dan een heel eind de andere kant op, omdat ik even langs het hotel moet voor vergeten zaken. Gelukkig dat je dan nog een bonnetje hebt, waar een naam op staat in het Koreaans, want wat ik had vergeten zorgt voor de wifiverbinding. Zoek dan maar eens uit waar je ook weer in die vele straatjes je hotel terug kunt vinden. Rond de middag om de zuid, naar een werelderfgoed plek: Bulguksan tempel en de grot in de buurt. Een heel verzorgd complex, in dit gebied willen ze weten dat ze erfgoed zijn, werkelijk alles krijgt een puntpannendakje, tot het benzinestation aan toe. Dit gebied rond Gyeongju wordt het museum zonder muren genoemd en dat klopt wel; Ik ga er geen deuk in slaan deze dagen. Omdat deze tempel zo belangrijk is,  veel schoolkinderen ’s morgens, na de lunch zijn ze weer weg, dan is het rustiger. Na een paar uur rondkijken met de auto verder de berg op. Langs een mooi slingerweggetje en prachtige bomen, ook heel vreemde mij onbekende soorten. Boven is het veel rustiger, het beloofde uitzicht is in regennevelen gehuld. Als ik omhoog wil lopen, bied ik aan even de groepsfoto te maken voor een tiental heren dat daar op een trap staat. Een van hen vraagt in perfect Duits: ben u Duits? Ik antwoord in Duits: nee, maar u zit in de buurt, ik ben Hollands. Waarop hij tegen zijn vrienden in het Engels zegt, ‘zie je, dat zei ik toch, al die Nederlanders spreken ook Duits’. Het is meneer Kim, zijn Duits is “Kaputt” zegt hij zelf, en hij vraagt of ik alleen hier rondreis? Ja, en met de auto? Nou, heel bijzonder vindt hij dat. Hij wenst mij een goed verblijf, en na dit Duitse gesprekje ga ik verder.

De bewuste grot-Boeddha is nog een stukje lopen van de parkeerplaats, over een mooi zandweggetje dat wordt aangeveegd en bladvrij gehouden. Boven zit de Boeddha achter een glasplaat, ter bescherming, en fotograferen mag ook niet. U zult me dus op mijn woord moeten geloven dat hij prachtig is en lekker schittert met het juweel op zijn voorhoofd, de Uma. Hier komen mensen bidden. De ene kant naar binnen, de andere kant er weer uit na een schietgebedje. Dan is het al halverwege de middag, boek ik het Apple Hotel, kijk nog wat halfhartig rond in een dorpje dat leeft van de traditionele volkskunst als Shilla aardewerk, het ongeglazuurde zwart dat voor al die dakpannen wordt gebruikt, papier, chalcedon,  hout en riet. Het is een mooi rustig dorpje, prachtige tuinen, en deze late middag loopt er alleen die ene Nederlandse nog rond. Ik stap in, zoek mijn hotel, besluit niets meer te doen en hoop op een warm bad. Dan rijd ik de parkeerplek van het hotel op en daar zitten vijf Australiërs. De heren, oud collega’s, maken jaarlijks een reisje waarbij de trein de verbindende factor is. Ik mag mee naar de Koreaanse BBQ, en verkwikt door het eten en het gezelschap zit ik hier nu, op mijn volgende harde bedje, weer zonder lakens dit keer, in de hoop dat ik vannacht een paar uur meer slaap dan de afgelopen nacht. Er moet nog heel wat ontdekt worden.

 

Wie verre reizen maakt…. 20, Naar Pohang, 18 september

IMG_0095

Een rijdag vandaag, dit land is te groot om alles in twee weken te zien, dus hele stukken moet ik overslaan, de krenten moeten uit de pap. Eerst een nieuwe geheugenkaart voor de camera, en als ik dan toch in de E-Markt ben, met een foodcourt waar de Bijenkorf een puntje aan kan zuigen, sla ik gelijk wat proviand in voor onder weg. Ik maak nog een korte wandeling langs het strand en kies voor de kustweg. Vaak stoppen voor foto’s kan ik niet, je kunt bijna nergens parkeren zonder echt af te dwalen. Bij Somchok besluit ik via Murang Valley naar Taebaek te rijden om via de bergen binnendoor Pohang aan te rijden. Een goede keuze.  De bergen zijn hier stijl en volledig  begroeid met bomen, die al voorzichtig aan herfst beginnen te denken. Waar het voor bomen te stijl is, is de wand paars van de herfstasters. Ik klim omhoog langs bergwegen die niet altijd tot de officiële route horen; dat merk ik als ik midden op een nog aan te leggen stuk beland. De wegwerkers geven geen krimp en wijzen me rustig welk stukje ik kan gebruiken om weer op de 31 te komen. De waarschuwingen voor vallend gesteente worden geïllustreerd door brokstukken op de weg. In Taebaek, waar het schansspringen werd gehouden tijdens de winterspelen, drink ik een vers kopje citroenthee in een minitentje langs de weg. Een stadje verderop besluit ik te tanken want je weet maar nooit. De aardige jongenman aan de pomp blijkt uitstekend Engels te spreken en helpt me graag met wat navigatievragen. Nog twee uur, belooft hij, tot Pohang. Maar ik weet dat het altijd verder is dan het lijkt. Vanaf Taebaek, niet alleen bekend om zijn sneeuw, maar ook duidelijk om zijn steenkool ga ik zuid-oost. De bergen slinger ik over, langs en door, men kijkt hier niet op een tunneltje. Als het hoogste punt bereikt is daal ik langzaam af, worden de valleien breder en bij Andong bereik ik de grote, brede rivier die lang mijn metgezel wordt en ruimte geeft voor landbouw. Rijst, ginseng een beetje, en heel veel fruit. In één dorpje hebben zelfs de bushaltes en straatnaambordjes de vorm van een appel, overal worden ze verkocht, ook langs de weg, groot en rood. Nu ik een nieuwe geheugenkaart heb kan ik erg weinig foto’s maken helaas, maar het uitzicht wordt steeds mooier en lieflijker, tot ik halverwege de middag bij Samsu de zee weer bereik. In dit dorp draait het om de krab, waarschijnlijk de wolhand.  Op veel gebouwen staat hij gevelgroot en oranje als 3D figuur, een brug heeft de vorm van een vissersschip, de krab daarop moet zeker tien meter zijn. Dat doen ze hier graag: figuren gebruiken. Als het dorp paddenstoelen kweekt zie je overal vrolijke mannetjes met puntmutsen staan. Ik ben blij voor de bergweg te hebben gekozen want in Samsu lijkt het zoals in Somchok, maar drukker. De zee zie je bij vlagen, de stranden zijn prachtig. Om kwart over zes zakt de zon achter de bergen, om kwart voor zeven is het donker en arriveer ik bij een lokale koffietent. Een verse bak thee en dan met booking.com een hotelletje gokken. Ook dit keer weer een meevaller, waar de vriendelijke jongeman mijn auto zelfs voor mij op de juiste parkeerplaats zet. Nog niet zeker wat ik de komende dagen ga doen, en of ik nog een deel van het reisgezelschap dat nu in Busan zit ergens onderweg ontmoeten zal over een paar dagen, overweeg ik dit hotelletje aan te houden. Als het bed tenminste zacht genoeg is en deze kamer nog vrij. Mijn hoofd zit vol uitzicht.

Wie verre reizen maakt…. 19, Seorak Natural Park, 17 september

IMG_0048

Om kwart voor negen zoef ik in mijn Genesis G330 onder een stralend zonnetje het Seorak natuurreservaat binnen. Een van de vele Unesco Sites hier. Eerst de kabelbaan omhoog. Al direct in het begin is het zicht op de Ulsan formatie ontroerend van schoonheid. Boven aangekomen eerst nog verder omhoog. Op comfortabele trappen, die evengoed stijl zijn. Op de kale top allerlei medebezoekers die vooral druk zijn met selfies maken. Ik bied af en toe aan een foto te schieten, maar ben vooral druk met genieten van het weidse heldere uitzicht. Het is indrukwekkend in alle opzichten. Dan voorbij het kabelbaanplatform naar beneden, richting de oproep van de monnik die ik bij aankomst al hoorde. Dat blijkt uit een speakertje tussen de bomen te komen, maar als ik bij de kleine Aalhuk tempel kom, zit daar een echte monnik in diep gesprek met een vader en zoon. Vader heeft betaald voor een dienst en ik mag mee kijken. Aan het eind worden allerlei namen opgenoemd, zoiets als bij ons in de RK kerk. Mensen kunnen formulieren invullen, die oogst wordt dan bij de volgende gelegenheid meegenomen. Bij het weggaan verontschuldigt de monnik zich voor het feit dat hij geen Engels spreekt en ik krijg een hand en een bedankje. Dan vertrekt hij met zijn koperen pot naar het woongedeelte onder de tempel en ik, na een schaafijs met rode bonen, met de kabel naar beneden. Ik besluit nog de richting van Ulsan op te gaan maar niet verder dan Heundeul Bawi, dat is te doen gezien de tijd. Het is niet ver, minder dan twee kilometer, maar ondanks het goed onderhouden pad ben je twee uur bezig met bovenkomen. En bordjes moeten er ook worden gelezen, over welke bomen er staan en waarom dit gebied zo bijzonder van natuur is, en over allerlei legendes met betrekking tot dit gebied. Ik maak, bij een doorzicht op de grote Ulsan rotspartij, een foto van een Koreaan uit de buurt van Busan. Hij was hier gisteren al, maar kon toen door de mist niet klimmen. Hij spreekt goed Engels, een uitzondering, te maken met zijn baan bij een luchtvaarttechnisch bedrijf, dus ik klim graag een stukje met hem op. Volgende maand komt hij een maand naar Europa en bezoekt dan ook Nederland. Waar precies moet hij nog plannen. Een vriend van hem was al eens in ons land. Die concludeerde dat Noord-Europeanen zoals wij er uit zien als eieren, wat aan de harde wind geweten moet worden. Koreanen hebben minder wind en dus bredere en plattere gezichten. We nemen afscheid als mijn eindpunt is bereikt en hij nog twee-en-half kilometer verder omhoog moet, en weer alles omlaag.

Ik kijk rond bij de indrukwekkende rotsen, bezoek de grot met de witte Boeddha die daar al sinds 651 zit en nog wat andere kleinere tempels op de weg terug. Het is een prachtige klim en afdaling en beneden is er nog tijd voor de grote tempel, die waarschijnlijk al die andere tempeltjes onderhoudt. Daar kun je ook een tijdje bij de monniken verblijven, veel bezoekers blijven een nachtje. Ik ga nog een keer langs bij de grote Boeddha, bekijk het oorlogsmonument gewijd aan de Tijger-divisie die in 1951 dapper strijd leverde in de buurt,  probeer ergens vergeefs zwarte thee te kopen. Ik toets mijn volgende bestemming in de navigatie en zit, na een rit over de rijkswegen, af en toe direct langs de kust, om zes uur bij Bossa Nova, een koffietentje dat ook thee verkoopt, aan het strand van Gangneum. Daar zoek ik via Booking.com een onderkomen in de buurt. Na een prettig uurtje aan het strand  naar mijn hotel. Het blijkt nieuw en zeer comfortabel te zijn, mijn kamer is van alle gemakken voorzien, het bed is zacht, de handdoeken zijn groot, on-Koreaans. Dus heerlijk bijkomen, batterij en telefoon en wifi-ei opladen en zien hoever ik morgen weer kom. Voor vertrek een elektronicawinkel vinden, al mijn geheugenkaarten zijn vol.

Wie verre reizen maakt…. 18, Naar Seroak, 16 september

IMG_9847

We ontbijten nog een keer met elkaar, uitgebreid bij ‘het beroemde lam’. Een uitstekend ontbijtbuffet. Dan verlaat ik als eerste het gezelschap en gaat deze dag elk zijns weegs in en buiten Seoel. Ik word nog naar het verhuurbedrijf gebracht door gastheer en -vrouw. Daar blijkt men helaas geen compactauto zoals door mij besteld voorhanden te hebben: wil ik een kleintje op gas of een grote op benzine? Ik rijd nu in een Genesis C330, waar mijn koffer makkelijk opengeklapt in de achterbak past, met gecoate ramen en van alle snufjes voorzien. Ik zag ze al staan ergens naast de City Hall en toen stonden er mannen met oortjes en dappere zonnebrillen naast. Nu brengen de drie heren van het verhuurbedrijf mijn bagage naar de auto, programmeer ik een benzinestation in en rijd in anderhalf uur het zondagse Seoel uit. Daarna nog een paar uur verder, soms niet langs de gewenste route, maar ik was nog nergens eerder dus alles is goed.

Het is grijs en dat past wonderwel bij de scherpe groene bergen die in die grijze vertes verdwijnen als op de oude tekeningen die in musea te zien zijn. Na twee keer verbaasd een sirene te hebben horen afgaan begrijp ik dat het beter is voortaan niet de blauwe maar de groene route te kiezen bij de tolpoortjes. Tanken en tol wil op geen enkele kaart lukken maar verder gaat alles voorspoedig. Ik passeer het terrein waar ooit de World Jamboree werd gehouden, waaraan een neefje van mij toen deelnam. Ik zie steeds meer  pleisterplaatsen en bruine  borden die verwijzen naar attracties. In Seorak zijn ruim toeristen, maar Engels, in Seoel al matig voorhanden, is hier totaal afwezig. Dat scheelt een hoop gedoe, je kunt gewoon Nederlands spreken, dat verstaat men ook niet. En leve de vertaal app. Als ik mijn hotel vind (ik blijf het altijd weer een meevaller vinden) staat de dame aan de receptie al met mijn contractje in haar handen, ze had zomaar geraden dat ik het was. Het hotel is sober, schoon en heeft alles wat je nodig hebt. Behalve lakens, daar doen ze eigenlijk niet aan in Korea. Ik zie aan die vertaal-app dat ik niet de eerste westerling ben die zich erover verbaast. Maar de dame overtuigt mij ervan dat de twee dekbedachtige zaken op bed per gast gewisseld worden. We vertrouwen er op. Verder is de inrichting geheel in stijl van de jaren zestig en deze omgeving, aardekleuren, gordijnen met rozen. Na een voor mij te pittige maaltijd besluit ik het voortaan bij fruit, yoghurt en koekjes te houden deze reis. Voor het hotel staan allemaal jongens baseball oefeningen te doen.  Baseball is mateloos populair in dit land.

Het verschil met Seoel is groot. Een wandelingetje langs de rivier, een donkere hemel, nauwelijks verkeer, het geluid van krekels en stromend water. Morgen hoop ik wat van het immens grote natuurgebied te kunnen zien, lopend, per kabelbaan of auto. En dan, ja dan zien we wel weer.

Wie verre reizen maakt…. 17, Het Huwelijk, 15 september.

IMG_9846

Het is een heel gedoe, een huwelijk, make-up, haar, jurken. In Korea nog iets meer gedoe, vanwege de ingewikkelde kledij, de nauwe voorschriften en de taal. Ik besluit vroeg het appartement te verlaten, als je niets kunt bijdragen ben je ballast. Het is dus nog rustig als ik het Dongdaemun Design Plaza bereik. Een prachtig complex, ontworpen door de vorig jaar overleden wereldarchitect Zaha Hadid. Ik bekijk het rondom op alle niveaus, ook van binnen, zover toegankelijk en geen museum, want daarvoor ontbreekt de tijd. De wenteltrap vooral is prachtig, maar het hele gebouw is de moeite waard. Wel denk ik dat het moeite zal kosten het geheel in goede conditie te houden. Het beton geeft nu al veel werk zo te zien. Het gebouw is neergezet op een plek waar eerder een groot stadium en honderden jaren daarvoor een bastion stond. Van beide bebouwingen zijn referenties of restanten te zien. Een mooie plek in deze stad. Hier twee plaatsen waar kinderen kunnen spelen, binnen. Het openbaar groen heeft pas recent aandacht gekregen in Korea. Sport- en spelruimte is er eigenlijk alleen bij scholen en sportclubs. Een trapveldje of klimrek zoek je vergeefs. Ik reis weer terug, maak nog een tussenstop in Sinchon, krijg een gratis lunch op straat ter gelegenheid van een mij onbekende feestdag. Mijn tafelgenoten willen weten waar ik vandaan komen, stralend Hiddingu roepend als ik het vertel, halen soep voor mij en wensen mij een goed verblijf in hun land. Dan terug naar het appartement, optutten, kindertjes op sjiek en met bruidsvader en het gezin van bruidszusje met de metro naar het paleis waar een en ander zich afspeelt. Nooit kreeg ik een zitplaats in een volle metro hier, nu worden hele banken vrijgemaakt voor de schattige kindertjes en hun begeleiders. En dan hebben ze hun Koreaanse kleding nog niet aan.

In het paleis, een echte van een Keizer die daar zelf ook trouwde, een hoop geregel en geoefen, om bruidspaar en ouders te vertellen wat er moet gebeuren. Dat valt nog niet mee. Bovendien  wordt van de bruid verlangd dat zij haar armen horizontaal voor haar gezicht houdt. Ze heeft dan inmiddels al vier lagen kleding en een zware hoofdtooi aan. Het is mooi, maar moeilijk. Dan het echte werk. Met trommels en toeters, springen en dansen wordt de ceremonie ingeleid, wat de jongste bruidskindjes tot tranen brengt. We gaan er van uit dat na al het buigen, thee en drank schenken en drinken, allerlei woorden van begeleiders en een soort ceremoniemeester, het overhandigen van twee ganzen en nog meer buigen, het allemaal snor zit en het paar gerouwd is. Daarna een korte informele maaltijd in de buurt, waar het ook heel anders toegaat dan bij ons, en dan even met alleen de beide ouderparen en naaste familie naar een theehuis in de buurt. Een warme avond, onder de fruitbomen vol kakifruit (persimon) en appels, zachte verlichting, mooie traditionele paviljoentjes, en twee stralende mensen die nu, na drie huwelijken, echt zo getrouwd zijn als maar kan.

Dan in het appartement, alle zware kleding weer uit, een drankje en nootjes om na te genieten. Morgen pak ik mijn koffers weer in en haal ik mijn huurauto op. Dan begint weer een nieuw deel van dit avontuur. Ik ben een gezegend mens.

Wie verre reizen maakt…. 16, Changdeokgung Paleis, 14 september

 

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Ondanks het nakend huwelijk heeft het bruidspaar tijd om samen met ons het belangrijkste paleis van Seoel te bezoeken. De geheime tuinen zijn de grote attractie en alleen onder begeleiding te bezichtigen. We zijn dus op tijd deze ochtend, de gids legt in keurig Engels uit waarom die plek zo bijzonder is. Dit was de plaats waar de Koninklijke familie haar vrije tijd doorbracht. Ze woonden in het paleiscomplex buiten deze ommuurde ruimte, maar men wil wel eens op zichzelf zijn. In het oorspronkelijke bos werden bibliotheken, ontvangstruimtes, paviljoens en vijvers aangelegd. Alles zo dat het lijkt of het toevallig tot stand is gekomen. Geen perken met bloemen, maar een zo natuurlijk mogelijke omgeving, als bij toeval. De architectuur versterkt hier de natuur, dat was het idee en dat is goed gelukt. Door een handige app kom ik achter de naam van een aantal ons onbekende struiken, er is gelegenheid tot het maken van foto’s, en als er nog een steile helling rest besluiten we de korte rechte terugweg te nemen, vanwege de kleintjes in ons gezelschap. Daar lopen we dan vrijwel alleen het terrein nog eens terug en genieten daarna nog van het echte paleiscomplex, met gebouwen die dubbel hoog zijn. Ook hier boffen we, we kunnen de troonzaal van binnen bekijken; meestal kom je niet verder dan de drempel, maar nu mogen er 30 mensen naar binnen, schoenen uit. Binnen is het vooral leeg, meubels zijn er niet. Achter de verhoogde troon het symbool van koningschap, vijf blauwe bergen.

Daarna delen we ons op, de kindertjes naar een parkje ergens, de rest eerst lunchen en dan de bruidegom naar het appartement, de bruidsvader op fotosafari en wij naar een winkelstraat op jacht naar moderne hanbokkleding. Waar laat ik het allemaal straks?

 

Wie verre reizen maakt…. 15, Reünie, 13 september

P1015755.jpg

Verhuizen vandaag, want ik kwam natuurlijk voor een huwelijk. Vandaag komen we allemaal samen in een appartement een paar wijken noord van waar ik nu zit. Men is onderweg vanuit elders in Seoel, Nederland en Jeju Do. Ik krijg nu al niet meer alles in de koffer, en ik ben hier nog maar net. Dat wordt per post versturen vrees ik. Rond de middag zit ik met een kopje thee, een Engelstalige zender aan, dit verslag bij te werken.

Om half twee arriveert het bruidspaar, lunchen we, wordt de rest van het gezelschap opgehaald en ga ik nog even sightseen. Bukchon Hanok dorp is het doel. Ik zit nu aanmerkelijk dichter bij de stad, dus ik heb nog een halve middag om te genieten van de traditionele gebouwen, de toeristen die in gehuurde kleding door de wijk lopen (gratis toegang tot het paleis naast de wijk als je dat doet), koop een cadeautje en moet al snel weer terug. Geen tijd voor het ruime aanbod aan Folk Art, Asian Art, Tea and Coffee Art en de vele andere musea en galerieën die hier gevestigd zijn. In mijn nieuwe onderkomen is inmiddels iedereen gearriveerd als ik aankom. We gaan gezamenlijk aan de Koreaanse BBQ die avond, slaan wat proviand in voor het ontbijt en dan vallen de nieuw aangekomenen om door de jetlag en de rest gewoon door de lange dagen die er worden gemaakt. Morgen met zijn allen naar het mooiste en grootste paleis hier, met een toer door de Secret Garden. Het kaartje dat ik vele malen vergeefs geprobeerd heb te boeken.

Wie verre reizen maakt…. 14, Itaewon, 12 september

IMG_9720.jpg

Ik besluit de dag rustig te starten, zonder wekker te zetten, maar half acht ben ik toch wakker. Om negen uur zit ik in een koffietentje aan het ontbijt en schrijf ik ansichtkaarten, die ik verderop gelijk kan laten frankeren. Dan een lange metroreis, er schijnt van alles uit te vallen, ook mijn lokale mederijders trekken af en toe de wenkbrauwen omhoog. Pas tegen half twaalf kom ik bij het Koreaanse oorlogsmuseum aan. Een groot complex met buiten monumenten, vliegtuigen en schepen. Vlaggen van alle landen die Zuid-Korea bijstonden in de oorlog om hun grondgebied terug te winnen nadat de communisten al tot Busan waren genaderd. Wij, Nederland, deden als vierde land mee, na UK, VS en Australië.

Als ik naar onze vlag toeloop, nadert er een schoolklas, de juf leest voor: Nederland. Als ik haar vertel dat ik daar vandaan kom, staat er een halve klas kinderen te buigen en te bedanken. Het ontroert me meer dan ik zou verwachten. Binnen ruim aandacht voor alle slachtoffers in een indrukwekkende ruimte vol van symboliek. Alle oorlogen komen voorbij, maar ik kom voor die van na WWII. Een vitrine geeft informatie over onze inbreng, met foto’s, uniform onderdelen, een video filmpje. Verderop vind ik ook een schenking van Koreaveteraan Harm de Jong, die uniformonderdelen cadeau deed en een serie boekjes over de KM. Het geeft allemaal blijk van grote aandacht en waardering voor de inzet van de landen die dit land steunden. Ik kom later op de dag een groep Amerikaanse veteranen tegen, die vertelt dat ze zich hier zeer gewaardeerd voelen en onder de indruk zijn van wat er van het land geworden is. Een groep jonge vrijwilligers staat hen tijdens de reis in alles bij. Ik krijg de indruk dat de jongens op hun lengte en voorkomen zijn uitgezocht, ze zijn zonder uitzondering langer dan gemiddeld en het aanzien waard.

Na de paar uur in het museum en een flinke wandeling  door de middaghitte bereik ik het Leeum Samsung Museum of Art. Moderne architectuur van de bovenste plank; Botta, Nauvel en Koolhaas tekenden ieder een onderdeel. Twee afdelingen: vier verdiepingen oude kunst: calcedon, wit porcelein, schilderijen en Boeddhistische voorwerpen van metaal; een tweetal verdiepingen met kunst van na 1900, avant-garde. Een mooie mix van zeer bekende westerse kunstenaars en Koreaanse kunstenaars die de link met die westerse kunst legden. Werk van Willem de Kooning, Richter, Judd, Hirst, McCartney, Kapoor, Calder, Bacon. De namen van de Koreaanse kunstenaars zijn voor mij wat lastiger te herhalen, maar het zijn zonder uitzondering prachtige werken. Goed en ruim neergezet, prima uitgelicht, een museum dat de moeite waard is.

Als ik buiten kom is het al bijna vijf uur. Ik neem een taxi, Insadong is niet snel per metro te bereiken. En je ziet nog eens wat in een taxi. Ik sluit de middag af met het bezoeken van antiek en kunstwinkels in Insadong, score een mooie Koreaanse kwast en inkt aan een stuk, nog wat cadeautje en  zit uiteindelijk op een krukje op de stoep te genieten van de avondstemming, de heerlijke thee, mijn voeten omhoog en een uitstekende klassieke gitarist. De tijd tussen het inschenken van vooral koffie besteedt hij aan het studeren van klassieke stukken die hem zonder moeite afgaan. Het concierto de Aranjuez past wonderwel in deze omgeving.

Wie verre reizen maakt…. 13, DMZ en verder, 11 september

IMG_9336

Toen ik deze toer boekte leek dit een geschikte datum voor het bezoek aan het grensgebied tussen Noord en Zuid-Korea. Hoewel de start wat lastig was, zat ik toch op tijd in een knalrode bus met paarse gordijntjes. Met mij een bus vol buitenlanders. Spanjaarden, Fransen, Indiers, Chinezen, Filippijnen en wat ik niet herkende. Onze gids is Dora, die erop aandringt haar gezicht goed te onthouden. Ze vertelt er bij dat veel Koreaanse vrouwen vanwege de plastische chirurgie op elkaar lijken, maar zij is nog naturel. Een uur rijden we naar het noorden en komen al snel het eerste prikkeldraad tegen. Overal wachtposten en -postjes, waarvan ik betwijfel of ze bemand zijn. Wel wordt er gepatrouilleerd. De eerste stop is bij het vredespark, met een locomotief die sinds 1953, na te zijn beschoten, niet meer van zijn plek is geweest. Overal monumenten, lintjes aan hekken, en een kermis voor de kinderen. Dan door, controle van onze paspoorten en de DMZ in. Dat zou een gedemilitariseerde zone moeten zijn, maar alleen het Zuiden heef er al tienduizenden soldaten gestationeerd. De mijnen van de oorlog moeten nog voor een groot deel verwijderd. Er wonen in het zuidelijke deel nog 200.000 mensen die hun dorpen niet wilden verlaten. We krijgen bij het eerste punt een filmpje met veel opbeurende tekst over vrede die nog niet gerealiseerd is, maar dat ongetwijfeld ooit zal zijn. Dan gaan we de derde tunnel in, een van de vier die hier tussen midden 70 en 90 ontdekt zijn. Ze lopen vanaf het noorden honderden meters onder Zuid-Koreaans grondgebied door, zijn groot genoeg om tienduizenden soldaten te bergen en gaan richting Seoel. De een wat dichter bij dan de ander, tunnel drie ligt het dichtst bij. We krijgen een helm, moeten alles achterlaten en gaan een toegangstunnel in, groot en breed genoeg maar zeer stijl omlaag. Met hart- en longklachten mag je niet naar beneden. Claustrofobie is ook een reden boven te blijven. Onderaan gaan we dan de echte tunnel in. Die is smaller, lager en vochtiger. We lopen voornamelijk gebukt, honderden meters, tot we bij een betonnen versperring komen. Daar staat een klok die de uren sinds de wapenstilstand telt. De wapenstilstand houdt maar matig, er zijn vooral de laatste decennia steeds vaker aanvallen geweest, waarbij ook doden vielen, burgers en militairen. Bij het Dora observatorium hebben we uitzicht op het grensgebied. Dichter bij het Noorden zal ik vermoedelijk niet komen. Makkelijk herkenbaar: waar geen bomen meer groeien begint Noord-Korea. Zij hebben nu ook de hoogste vlaggenmast, 160 meter maar liefst. Er staan huizen, waarvan niet duidelijk is of ze bewoond worden of alleen voor de show daar staan. Waar de Zuid-Koreaanse vlag staat is het vredesdorp, daar wordt gewoond. De derde stop is het station dat nu nergens meer toe leidt. Vrij nieuw werd het gebouwd in een periode dat er werkers naar het noorden gingen, en af en toe zelfs toeristen. Dat liep toch verkeerd af, met het neerschieten van een vrouw die buiten haar verblijfplaats ging zwemmen. Sindsdien ligt het station te wachten op betere tijden. Het eerste station naar het noorden: als het weer opengaat, ooit, kun je daarvandaan zo naar Londen, Berlijn en Parijs. Nu kun je er voor 2000 Won een kaartje kopen voor het lege perron. Na een paar uur strak aan de leidsels van de gids rijden we terug. Het was ontroerender dan je zou denken, er lopen veel Koreanen. Op de terugweg nog even naar een Ginsengbedrijf, dan een lunch en de gids verlaat ons. Ik ga er op mijn eentje op uit, bezoek mijn eerste paleis, mijn eerste museum en zwerf wat rond. Alles is nieuw, er is veel te ontdekken en ik loop door tot de zon al lang onder is en ik uitkom bij het ecopark midden in de stad: tien kilometer recent aangelegd stromend water, terrassen, bomen en planten. Een romantische omgeving die verderop overgaat in plaatsen voor waterfietsen en meer watervermaak. Ik houd het bij een paar honderd meter en zoek dan een station om terug naar mijn hotel te rijden. Onderweg kom ik nog het beeld tegen van de ontwerper van het Koreaanse alfabet. Daarvoor moesten de Koreanen het met het Chinese doen, dat niet paste bij hun taal en moeilijk was. Het grote beeld, midden tussen de rijbanen, is goed aangelicht. Als ik er langsloop liggen er vijf studenten op hun knieën, als eerbetoon. De stad zuigt je op, er is altijd nog iets verderop dat je ook wil zien. Maar mijn benen zeggen dat het welletjes is geweest. Een dag vol tegenstellingen. Oud en nieuw, oorlog en vrede, cultuur en commercie.

 

Wie verre reizen maakt…. 12, Seoel, 10 september

IMG_9310

Weer een reisdag met geregel. Op Incheon kost het even tijd voor ik een wifi ei, Koreaanse Won en daarna een OV kaart heb, Ik kies voor het konijn, maar dat hangt me al snel als een molensteen om de nek, want het beestje is niet echt bedrijfszeker.

Omdat de taxichauffeur geen zin heeft in een lastige omrit, sleep ik mijn koffers in de middaghitte een kilometer of wat voort, tot ik bij mijn hotel ben. Van alle luxe en elektronica voorzien, het duurt even voor ik snap hoe het toilet doorgespoeld moet worden.

Even opknappen, de koffers opengooien voor het laatste droogwerk, spullen sorteren  en dan de wijde wereld in. Wat zaken die opvallen:

Ik zie weinig prullenbakken, toch is alles vrijwel schoon en zonder troep. De avondmarkt, een van de attracties hier, is open van vijf tot zeven. Het ritselt va de toeristen overal, maar ik herken die niet, want afkomstig uit buurlanden. De metro is geweldig, schoon, en snel. De kennis van de Engelse taal is matig, tot afwezig bij velen. Ook op het politiebureau kijken ze me glazig aan. Gelukkig is er toeristenpolitie, gekleed met kekke zomerhoedjes. Hun Engels is gelukkig afdoende. Seoel is een mix van oud en nieuw. Werkelijk iedereen loopt met oortjes in, de telefoon is bij niemand, ongeacht leeftijd, afwezig. En om wat privé te zijn, hurk je gewoon ergens in een hoekje als je wilt bellen. Bij het Seoel Station liggen mannen op stukken karton, ze kijken niet allemaal meer even fris uit de ogen. Rondom een prachtige wandelweg (ontworpen door Winnie Maas) met bomen en struiken, over de drukke verkeersweg door de stad zie je grote banken, die weg, spoorrails en een wrak gebouwtje waaromheen allerlei mensen rondhangen die daar duidelijk slapen bij gebrek aan beter. De tegenstellingen zijn groot. Metrostations fungeren als winkelcentra, buiten al die andere centra die er ook zijn. Om acht uur ’s avonds ben ik gevloerd en wel terug in het hotel. Morgen staan ze hier om half acht op de stoep voor een ritje naar de grens. Uitsluitend als georganiseerde toer te doen, en graag behoorlijk gekleed.