Wie verre reizen maakt kan veel verhalen. We komen veel reizigers tegen en horen dus veel van die verhalen. Behalve allerlei indrukwekkende landschappen zien en spreken we allerlei nationaliteiten van diverse pluimage. Allemaal vriendelijke verhalen. Vandaag in Capitol Reef troffen we veel Nederlanders. Weken, soms maanden, onderweg hier. Een vrouw vertelde over haar Nederlandse moeder en Canadese vader en de problemen die ze ondervonden. Ze was van 46. Mensen groeten elkaar, waarschuwen dat ze een hert zagen liggen of staan. Wijzen elkaar op bijzonderheden, vragen naar ervaringen. We maakten een wandeling door een canyon, en vonden petroglyphen van verdwenen indianenstammen. Het was een geweldige dag weer waarop we kennis maakten met een kleine nederzetting die tot WO II actief was. Nu nog wordt er fruit geteeld waar ze heerlijke taartjes mee bakken. In het zonnetje gegeten en daarna weer een prachtige rit terug. De hot tub geeft uitzicht op de ons omringende rood-bruine bergen. Ik zei het al: wie verre reizen maakt.
Dag 7, Utah
Ik zal u niet vervelen met hoe mooi het landschap weer was. Dat was het. Maar we kijken natuurlijk niet alleen naar het landschap. Af en toe gaan we ook eten. Dit hele gebied is feitelijk een serie natuurgebieden. Dichtbevolkt is het dus niet. Stadjes zijn een paar honderd inwoners groot. Wat is er om te eten? Sommige gelegenheden zijn nog niet open. Veel beef en burger of steaktentjes. Allemaal in cowboy of indianen stijl. Of gewoon Amerikaans. Met dan bordjes aan de wand die duiden op vaderlandsliefde. Vanavond zaten we in een soort pizzaria tegenover het hotel. Om ons heen de canyons in het donker. Boven ons de volle en straks te verduisteren maan. Binnen plastic tafels en stoelen. Pizzas medium die extra groot zijn net als het tv scherm. Het restant krijgen we mee naar huis. In deze zuidelijke staten is Mexicaans een populaire optie maar we kwamen er nog niet aan toe: te veel keus. Wat ik persoonlijk lastig vindt: hete thee is niet standaard verkrijgbaar. Als je om thee vraagt gaat men uit van ijsthee. De porties zijn gigantisch, altijd; of het nu die pizza is of een ijsje, elk onderdeel is een maaltijd op zichzelf. Normaal eet ik fruit of yoghurt als ontbijt, maar dat wil hier niet lukken. Meestal zijn mijn ontbijten dus gewoon ook lunch, en de rest klimmen we er wel weer vanaf. Wat ik zelf heel prettig vindt: de manier waarop je te woord gestaan wordt in winkels en restaurants. Vaak stelt de serveerster zich voor met de voornaam en de mededeling dat ze hoogstpersoonlijk voor je zal zorgen deze avond, en dat is dan ook zo. Regelmatig komen ze kijken of alles in orde is. Wil je afwijken van de kaart? Natuurlijk, de klant is koning. Dat ik dan in gerenommeerde hotelketens bij het ontbijt plastic bestek en bordjes tref, neem ik maar voor lief.
Dag 6, Utah
En plotseling was het lente. Een paar honderd mijl zuidelijker, een paar duizend voet lager. Waar in Bryce de bomen nog nadachten over knoppen, staat in Zion het gras tien centimeter hoog, de bomen in blad, een aantal bloemen in bloei, hoor je vogels zingen en vliegen vlinders rond. In hetzelfde geologische gebied weer een totaal ander maar weer buitenaards mooi landschap. Je kunt hier weken rondtrekken, lopen, fietsen, kayakken. Maar het kan ook per auto en shuttlebus met af en toe een korte hike. Zelfs rolstoelers zag ik hier genieten. De organisatie is voortreffelijk in dit park, leren doen ze je ook graag wat. Na een aantal dagen wil ik echt weten hoe de bomen en planten heten: op een korte hike naar de huilende rots staan keurige bordjes. Te druk, al die gezinnen met ruim kinderen, de tieners en de senioren? Neem het pad ernaast en je loopt alleen met de eekhoorns. Heen rijden is prachtig, ’s avonds met de zon in de rug is het weer mooi. Helaas moesten we een van ons gezelschap laten gaan, die moet weer aan het werk morgen, al plannen makend voor een volgend bezoek. Wij aten nog even in de steak en bbq grill verderop en pakken dan de koffer weer in. Morgen GSENM.
Dag 5, Utah
De verwachting was hoog maar werd makkelijk overtroffen. De rode rotsen in grillige vormen van Bryce zijn prachtig. De zon en de wolken voegden drama toe, de zilvergrijze stammen en het groen van de bomen maakte het plaatje compleet. Iedere bocht een ander prachtig uitzicht, ook op weg naar ons volgende hotel. Verschillende herten, rode grondeekhoorns, grote zwarte kraaien. Eten in cowboy-stijl, hier het favoriete thema om alle horeca aan te kleden. Ook in het uitstekende hotel waar ik dit nu schrijf laarzen en koeienhorens op het behang. Ook het eten zelf: veel bbq en salade. De frontpassage liet het links en rechts van ons regenen, de temperatuur iets zakken maar we zitten zuidelijker inmiddels. Ideaal weer voor het volgende park.
Dag 4, Utah
De dag was nog nauwelijks begonnen of we zagen een wolf langs de weg, vlak bij huis. Daarna zuidelijk gereden op weg naar de parken. Langs suburbia en bedrijven terreinen tot voorbij Provo het landelijker en uiteindelijk woest en ledig werd. Halverwege de middag Cove Fort bezocht en rondgeleid door Elder Dickson. Dertig jaar een kruispunt van postkoets, ponyexpress en telegraaf en na bijna een eeuw leeg en verwaarloosd recent opgeknapt. Vlak bij ons eerste motel als bonus drie herten die de weg overstaken. Gelukkig net op tijd gezien. Vanaf het balkon al zicht op de rode rotsen van Bryce. In een klein plaatsje gegeten in bijna de enige gelegenheid die open was. Grote gezinnen en zoals veel hier: elandkoppen en geweien aan de muur. Ter gedachtenis aan Katherina Duck blueberry pie gegeten. Morgen het eerste park in.
Dag 3, Utah
This is the place. Met deze woorden liet Brigham Young zijn volgelingen weten dat de reis voorbij was en ze hun nieuwe land konden gaan bouwen aan het Salt Lake. Dat was 24 juli 1847. Ze kwamen met ossenwagens en handkarren. In maandenlange tochten door het midwesten. Wat het motief ook was: het resultaat mag er zijn. Een ruim opgezette, schone stad met succesvolle en vriendelijke mensen. Vandaag dus naar Temple Square en naar een orgelconcert in het tabernakel. Daarna lunch in het Nauvoo restaurant. De parkpas en nog wat laatste zaken gehaald. Genoten van de besneeuwde bergtoppen rondom, onder een strakblauwe hemel; als van een ouderwetse ingetekende film. Kersenbloesems op de voorgrond in de brede lanen voor goed onderhouden huizen en huisjes van hout en steen. Veel iconen van Amerikaans ondernemerschap herkend die vaak te zien zijn in films. De incidentele bedelende werkloze veteraan. Af en toe een State Police Officer in zwarte auto of een Yellow Cab. Later op de middag stond een ralley op het programma als steun aan het proces om het huwelijk open te krijgen voor alle volwassenen. Wij met bordjes en vlaggen op de stoep bij een kruizing en de voorbijgangers toeterend als steun. Minder vanzelfsprekend dan bij ons in dit gebied waar religie een allesbeheersende rol speelt. Morgen vertrekken we naar het zuiden, naar de parken. Vandaag in het donker naar huis gereden, voor het eerst hier. Het derde continent waar ik auto heb gereden.
Dag 2, Utah
Het grappige van reizen naar een ander continent is het tijdverschil, oplettend lezertje. Ik werd dus vannacht om drie uur gebeld, maar was al wakker, dus geen probleem. Vanochtend na het ontbijt onze shop-till-you-drop dag. Spijkerbroeken voor de hele familie, grappige gadgets en eindelijk een tafellaken dat past op mijn vierkante eetkamertafel. Halverwege de middag een heerlijk ijsje in de Main Street van een voormalig zilvermijnstadje dat nu bevolkt wordt door toeristen. In dit hele gebied staan huizen, gebouwd voor de Olympische Winterspelen van 2002, in kleuren die passen bij de bergen waarin de skigebieden liggen. De gasten zijn navenant, en het aanbod van winkels eveneens. Veel kunst en antiek, veel indianenspullen. Het huis waar ik logeer werd bewoond door beveiligers in 2002. Park City kan bogen op twee Banksy-graffiti’s. Na even zoeken allebei gevonden. De scherpe bergen, de felle zon, het wit van de sneeuw op de achtergrond, het was prima fotoweer. Helaas krijg ik het niet voor elkaar ze hier vandaan in mijn blog te plaatsen (de laatste keer dat ik mijn laptop niet mee neem). U houdt het tegoed. Wat opvalt tijdens het boodschappen doen: het beleefde en kundige personeel; als je binnenkomt, als je iets zoekt en als je vertrekt, met of zonder aankopen je wordt vriendelijk gegroet. Daarna nog snel iets te eten halen: eindeloze gangpaden met van alles en nog wat, vier soorten avocado’s, verse kreeft, en heel veel kaas uit Holland (of toch bijna). Hard werken vandaag. Morgen gaan we naar Salt Lake City, wat mormonenegeschiedenis beleven. Weer mooi weer.
Dag 1, Utah
Citeren
Het is vier films vliegen naar Detroit. Volgens het aardige meisje bij de Gate een prima overstap plek. Maar eerst de beveiliger vertellen wie je koffer heeft ingepakt en met wat. In Detroit willen ze weten waar we heen gaan en waarom en vooral met wie. Utah? Really? Zo koud nog daar. Maar in Salt Lake City lopen er zomerjurkjes. Wij zijn dan inmiddels zo uitgedroogd dat we een Starbuck zoeken om aan te vullen. Dan door de bergen naar ons logeeradres. Uitzicht op het meer en de bergen, de sneeuw op loopafstand. Diner in het dorpje verderop. Al was je nooit in de VS: je herkent het van tv. De kruising met de hangende stoplichten. De electriciteitspalen op rij. De pick up trucks. De schuren en de houten huizen met puntige daken als van Hopper. Het worden mooie weken.
Verkiezingen
In toenemende mate nemen wij de moeite niet eens meer om te stemmen, zeker niet bij lokale verkiezingen. De opkomst dreigt onder de 50% te duiken. We zijn ontevreden, we vinden dat het beter moet, en het enige wat wij daar aan bij dragen, is thuis blijven en kankeren. Dat kunnen we ons ook veroorloven, weten we, van binnen. Want of we nu wel of niet gaan stemmen, of we nu door de hond of de kat gebeten worden: het licht blijft branden, we kunnen veilig over straat, we hoeven niet bang te zijn voor de politie, we kunnen roepen, schrijven en zeggen wat we willen. En doen dat ook, overal en over alles.
Ons land blijft een keurig land, en de politici doen naar beste vermogen wat ze vinden dat goed is voor dit land, ook al herkennen wij als kiezers ons er soms onvoldoende in en al kan het altijd beter.
Vandaag besprak ik ons systeem weer eens met een groep mensen voor wie stemmen nog niet vanzelfsprekend is, voor wie een eerlijk uitgebrachte stem recentelijk niet gangbaar was, en voor wie respect voor minderheden of een afwijkende mening niet normaal was. Het was een prachtige discussie en ze zaten vol vragen. Men verbaasde zich al over het feit dat er zo weinig te zien was van de verkiezingen op weg van Schiphol naar Scheveningen. Ze vroegen hoe dat zat met de logistiek, en hoe met die burgemeester waar wij niet voor stemmen. Krijgt hij ook betaald en hoe veel dan? Zo weinig? Waar kwamen die wethouders vandaan, en wat was het verschil in verantwoordelijkheid tussen raadsleden en B&W? Ik deelde onze verwachtingen met ze voor morgen, onze hoop en onze vrees. Tijdens het diner na afloop bleek dat ze goed hadden opgelet en kwam er regelmatig weer een opmerking of vraag voorbij.
De gadgets die ik scoorde tijdens een debat in Julianadorp hebben inmiddels hun weg gevonden en morgen volgt er weer een vol programma.
Deze dagen zijn wel besteed aan deze Tunesiers, want zij weten dat democratie en stemrecht niet vanzelfsprekend zijn, dat waakzaamheid en zorg geboden is, en dat verworven rechten niet te licht mogen worden opgevat.
Dus ga stemmen morgen, hoe dan ook. Het liefst op een beetje fatsoenlijke partij.
Zorg om de zorg
In „arts en auto” van februari jl stond een behartenswaardig interview met Uroloog Rik Williams: 61 jaar en terugblikkend op het faillissement van het Ruwaard van Putten ziekenhuis. Nu verliest er wel eens vaker iemand zijn baan, maar in het stuk noemt de heer Williams een paar redenen voor het falen van het Ruwaard van Putten, die naar mijn mening een op een passen op de situatie rond ons Gemini in Den Helder.
Wat zijn de overeenkomsten?
Williams stelt dat het functioneren van de zorgkant niet de aanleiding was voor het faillissement, maar dat gebrekkige bestuurs- en organisatie culturen debet zijn aan het falen. Er zijn cruciale beslissingen gemaakt die leidden tot het financieel falen.
De eerste fout: de concurrent binnen halen. Bij Ruwaard van Putten zocht men invallers vanuit het Maasland ziekenhuis. Daarmee kwam het paard van Troye binnen.
In Den Helder fuseerde men bestuurlijk met het MCA, dat heeft tot nu toe voornamelijk tot gevolg dat meer patiënten naar Alkmaar moeten, en een aantal niet medische functies uit de stad verdwenen, tegen een forse vergoeding aan het MCA (denk aan ICT en administratieve functies). Den Helder kreeg in ruil niet veel meer dan een paar dialyse stoelen, die financieel ook nog niets voor het Gemini opleveren.
Cardiologie werd weggehaald uit het Ruwaard, maar dat is, om met Williams te spreken, een feeder voor een ziekenhuis. Wegvallen van die functie laat als een rijtje dominostenen ook andere specialismen verdwijnen.
Toevallig, dat het bestuur van Gemini/MCA nu besloten heeft dat Cardiologie naar Alkmaar moet, onder het mom van betere zorg voor patiënten?
Volgens Williams is dit specialisme frustreren een zekere weg om een ziekenhuis kapot te maken, en als concurrent te winnen. En twijfel er niet aan: het MCA zet alle zeilen bij zichzelf overeind te houden. Hun financiële situatie is zo mogelijk nog slechter dan die van het Gemini, dat het eigenlijk helemaal niet zo beroerd doet, hoewel de berichten met de regelmaat van de klok hierover wisselen.
Omliggende ziekenhuizen hadden baat bij de teloorgang van het Ruwaard, in een tijd dat de enige manier je budget te verhogen meer DOT’s dus meer patiënten is. Je eigen omgeving is je verzorgingsgebied, dus meer patiënten verzorgen kan alleen ten koste gaan van andere ziekenhuizen.
Het Ruwaard is failliet, maar de overnamepartner, het Maasstad, zal na grote veranderingen en verbouwingen, en met een moeilijker markt, het mogelijk ook niet helemaal voor de wind gaan op financieel gebied. Dan is iedere patiënt extra een welkome bron van inkomsten.
Volgens Williams waren de nieuwe eigenaren van het Ruwaard „kil en koud” in hun bejegening van het personeel en volgde er snel veel ontslagen. Specialisten en anderen vertrokken noodgedwongen (ontslagen) bij bosjes, tot op een niveau dat zelfs poliklinische zorg al snel niet goed mogelijk was.
Voor specialisten viel de toekomst weg, hun investeringen in maatschappen, hun goodwill: in rook vervlogen. Vervelend voor die artsen, en ook het verlies van andere banen is in deze tijden geen pretje.
Maar belangrijker nog: het Ruwaard van Putten is na negen uur ’s avonds gesloten: alleen poliklinische hulp, zelf geen spoedeisende hulp meer ’s nachts.
Een spookbeeld dat ook voor Den Helder en haar Gemini steeds sneller dichtbij lijkt te komen, ondanks uitspraken van de minister dat wij recht hebben op een volwaardig ziekenhuis.
Er is veel beloofd en gezegd, maar ook hier weer overeenkomsten tussen Ruwaard en Gemini:
„Politiek trad niet op, gemeente kon niks, zorgverzekeraars wilden niks, (..) governance was afwezig.”, aldus Williams.
Tijd dat iedereen hier in Den Helder wakker wordt en nu, krachtig, zich uitspreekt tegen het uitkleden van ons ziekenhuis.
Wij: patiënten, werknemers, specialisten en de politiek.
Als wij nu onze mond houden, terwijl de eerste ontslagen al vallen en Mediance al onder de maat gebruikt wordt (ondanks wachtlijsten hier) dan hebben we alleen onszelf straks te verwijten dat we voor ieder wissewasje, maar ook voor serieuze zaken, de rit naar het zuiden moeten maken.
Wie zwijgt stemt immers toe.