Het Systeem

“L’etat c’est moi”, “de staat, dat ben ik”. Woorden die we allemaal leerden op school tijdens de geschiedenisles.
“Wir sind das Volk”, woorden die we allemaal hoorden op radio en tv uit duizenden kelen tegen het einde van het Sovjettijdperk bij onze oostelijke oosterburen.

Allebei waar, als je het goed uitlegt. Ik ben dit land, ik ben dit volk, ik ben verantwoordelijk. Althans, zo kun je het opvatten. Als een despoot zoiets zegt, bedoelt hij waarschijnlijk niets vriendelijks, maar in ieder geval is duidelijk waar de verantwoordelijkheid ligt als het fout gaat.

Tegenwoordig zeggen we dat niet zo gauw meer, hier in Nederland. Als er iets fout gaat, en er gaat regelmatig iets fout, dan zeggen we dat we het jammer vinden, dat we ons uiterste best doen, maar ja: Het Systeem, de techniek, het weer: die laten ons in de steek. Voor het weer wil ik soms een uitzondering maken, maar voor smoezen als: “we doen ons best”, veel minder.

Want is dat wel Het Systeem dat faalt, waardoor mensen in de problemen komen, zoals nu bijvoorbeeld de PGB-gebruikers en hun zorgverleners?
Of zijn het de makers van Het Systeem: de softwareproducent, de planner, de opdrachtgever in Den Haag?

Allemaal, denk ik dan simpel.

De softwareproducent omdat hij kennelijk niet in staat is een goed, eenduidig te bedienen systeem te leveren dat doet wat er van gevraagd wordt. (Of gebaat is bij fouten die hij tegen vergoeding kan oplossen achteraf)

De planner, omdat die zo laat was met het invoeren van het systeem voor de fatale datum, dat te verwachten was dat er nog heel wat kinderziektes te voorschijn zouden komen.

Maar vooral: de opdrachtgever in Den Haag, de Minister(s) en de Kamer, die een grote wijziging bedachten en accordeerden en lieten uitvoeren, tegen beter weten in.

Tegen beter weten in, omdat er in de recente geschiedenis (ik ga maar een jaar of tien terug) nog NOOIT een groot ICT project door de overheden goed is uitgevoerd binnen de gestelde tijd, met het gestelde budget. In het gunstigste geval kwam het erg laat en werd het erg duur, en in een enkel geval kwam er na veel wachten en veel geld zelfs niets.

Toch denken we kennelijk steeds dat het deze keer wel zal lukken, dat proefdraaien niet nodig is, dat alles zal marcheren vanaf dag een.
Toch denken we kennelijk steeds dat we niet hoeven luisteren naar de ervaringsdeskundigen, die al heel lang waarschuwen. Doof en blind voor raad en kritiek gaan we vrolijk verder met implementeren, en we zien wel waar het schip strandt.

Als het dan zoals verwacht fout loopt, springt iedereen in de reflex: de kamer vraagt de minister om uitleg. De minister geeft vervolgens de schuld aan de gebruikers, gaat voorbij aan het problemen bij de zorgverleners die al maanden geen salaris meer ontvangen en zegt dat excuses op hun plaats zijn, maar maakt ze vervolgens niet, en zelfs dat dan nog met de microfoon uit.

Lafhartig, halfhartig, onvoldoende.

De kamer zit er bij en zegt: nog een keer, we houden je in de gaten; En doet vervolgens niets. Want ook de kamer heeft boter op haar hoofd, ging akkoord met deze stelselwijziging, en nog een paar forse anderen.

Want we leren er niet van.

Bij welk systeem ook maar, hoe goed of slecht het is: er zal altijd iemand zijn die het niet snapt, er zal altijd iemand zijn die de randen opzoekt, er zal altijd iemand zijn die over die randen heengaat en misbruik maakt.
Dan zou je dus de fouten of foutjes moeten aanpassen, de controle moeten verbeteren en een verbeterd systeem moeten gaan gebruiken. Dat doen we niet, we gooien alles op zijn kop, geven veel geld uit aan Een Nieuw Systeem, en gaan vervolgens zitten wachten. Tot het fout gaat, de gebruikers de dupe zijn. Daarna is het een kwestie van tijd tot diegenen die graag tot of over de rand gaan de mazen hebben gevonden, een kwestie van nog meer tijd voor we weten waar die mazen zitten, en wie er door glipt.

Dan komt het volgende Nieuwe Systeem.

Het is zoals met wasmiddel: NIEUW! Wast nu nog schoner. Maar nooit zo schoon dat er niet iets nieuws wordt bedacht.

Het resultaat van de wijzingen in het PGB? Ik weet niet hoeveel “misbruik” er van Het Oude Systeem werd gemaakt en hoeveel dat ons gekost heeft. Ik weet wel dat het aantal “misbruikers” veel lager is geweest dan de 25% van de gebruikers die nu getroffen zijn, samen met hun zorgverleners. Ik weet wel dat dit Nieuwe Systeem veel geld zal hebben gekost, en nog gaat kosten.

En ik weet, omdat dat ik dat overal in mails kan lezen, dat de aanbieders van dat Nieuwe Systeem zich weer verschuilen achter: “we doen ons best, het komt er aan, weet u zeker dat u het formulier goed heeft ingevuld? Tja, we kunnen er niets aan doen, Het Systeem is overbelast.”

Laffe smoezen, slechte uitvoering, en de schuld en het nadeel ligt bij de verkeerde. Geen minister die moet wachten op zijn riante inkomen, geen Kamerlid dat gekort wordt, geen uitvoerder die in salaris achteruitgaat, of twee maanden moet overbruggen zonder geld.

Het Systeem: dat zijn wij, wij met elkaar maken de straat, het dorp, de stad, het land. Wij met elkaar kiezen onze volksvertegenwoordigers, wij met elkaar zijn die planners en uitvoerders.

Het wordt tijd dat de bedenkers van nieuwe wetten en stelsels en regelingen goed vooruitdenken, voor ze iets aanpassen of groots wijzigen. Dan scoor je op korte termijn wellicht wat minder met een eigen wet of Systeem, maar dan blijven de problemen beheersbaar, betaalbaar en behapbaar.

Maar ja, zo’n aangepaste wet krijgt zelden de naam van de aanpasser.

Denken voor je doet, daar gaat het om

Rolstoelafhankelijk

Ik heb een vriendin met een helder verstand, een onverwoestbaar humeur en een onwillig lijf. Ze is rolstoelafhankelijk. Als in: ze zit in haar rolstoel of ze ligt in bed, ze loopt niet. Ook niet een paar stapjes, ook niet even de bus in, ook niet even een kort stukje. Niet.

Ze redt zich meer dan prima met haar lichte, wendbare rolstoel, en ze rijdt haar eigen, zelfbetaalde, aangepaste bus. Ze werkt als vrijwilliger in huurdercommissie, buurt, wijk, stad, organisatie. Voor jong als leesmoeder, voor oud in UWV commissie, voor iedereen in de politiek. En tussendoor rust ze om de energie op peil te houden en de pijn op een aanvaardbaar niveau, want pijn heeft ze altijd.
Niemand die dat ziet, ze lacht veel.

Voor de kerst begaf haar rolstoel het, niet meer te gebruiken. Met veel bellen en aandringen kon er een vervangende rolstoel geregeld worden. Tijdelijk. Dat wil zeggen: minimaal vier weken gerekend vanaf na de feestdagen, want je, met de feestdagen gebeurt er niets. Vervanging moet uit de VS komen, geen onderdelen hier, en ook geen zelfde type rolstoel in heel Nederland beschikbaar. Zelfs niet haar oude rolstoel die ze moest inleveren voor ze deze kreeg, en die daarna rap verkocht is door de innemer (tegen de belofte in).

Nu wordt ze door haar tijdelijke rolstoel gesloopt, die zelfs om te duwen (wat ik nu veel doe) zeer veel zwaarder is, en die veel minder makkelijk te sturen is. Haar lichaam kan dat niet aan. Ze probeert haar verplichtingen na te komen, haar agenda uit te voeren, haar steentje bij te dragen aan de maatschappij.

Ondertussen krijgt ze te maken met allerlei goedwillende en minder goedwillende ambtenaren en medewerkers. Mensen die zeggen: “mevrouw, niet zeuren, de stoel die u heeft is WEL licht.” “Mevrouw, tja, dan maar iets vaker naar bed.” “Mevrouw, dan maar niet naar dat sollicitatiegesprek, jammer”. Die haar zeggen: ”Tja, ik kan er verder ook niets aan doen, het komt uit Amerika hè?”.

De gemeente Den Helder, waar mijn vriendin woont, heet een nieuwe aanbieder gecontracteerd voor dit soort voorzieningen. Een goedkopere. Maar zoals dat vaak is: minder geld, minder service, minder voorzieningen voor de klant.

Wat mij er in stoort?
Ten eerste het feit dat er kennelijk niet voor gezorgd kan worden dat er in Nederland ergens een zelfde vervanging te krijgen is voor zo iets belangrijks.
Ten tweede dat men kennelijk aanvaardbaar vindt, dat men maanden op vervanging moet wachten, het is nu als spoed behandeld maar er is nog geen zicht op vervanging, en we zijn inmiddels al een maand verder. De tijd die men neemt, is genoeg om een nieuwe jaguar te bouwen. Via Fedex kan men over de hele wereld alles afleveren binnen 48 uur. Maar een rolstoel, daar moet je maar even op wachten, en je moet je niet aanstellen en vooral niet zeuren.
Wat mij stoort is dat we karretjes op Mars kunnen laten rondrijden, of op een komeet, maar niet een rolstoel kunnen leveren binnen een redelijke tijd.
Wat mij stoort is het makkelijk oordelen over noodzaak, en voor iemand beslissen hoe hij of zij de dagen doorbrengt.
Het gemak waarmee we heenstappen over het feit dat rolstoelafhankelijk ook betekent dat je rolstoelafhankelijk bent, dat je je leven niet kunt leven op aanvaardbaar niveau zonder dat ding.
Wat mij stoort is dat het je onmogelijk wordt gemaakt te functioneren als de betrokken burger die je bent, omdat men alleen op het geld let, dat niemand haast heeft.
Wat mij stoort is dat dat niemand die er over gaat genoeg kan schelen om er echt wat aan te doen.
En dat als je daar achterna belt je als lastig wordt gezien.

Nederland verandert, de zorg verandert mee? Vergeet het maar. De regering bedacht dat het goedkoper moet en dit is het resultaat: wachten, wachten en je zelf slopen.
Daar zouden we eens voor op een plein moeten gaan staan met zijn tienduizenden.

We moeten ons schamen.

Rekening houden met de behoefte van anderen, daar gaat het om

Noble Ledger, week 4, dag 5, Wildflecken/Julianadorp

Vroeg uit de veren, we gaan al om acht uur op de terugweg. De koffers niet alleen gepakt, maar ook de kamer in de juiste staat achterlaten. Beddengoed op de tafel, stoelen op het bed. Afval weg. Een stralende zonsopgang begeleidt me naar het laatste ontbijt hier. Nog wat omhelzingen, nog wat handen geschud. Dan stappen we in het busje dat ons naar Utrecht zal brengen. Daar nog een laatste verrassing: mijn tas mist alleen het Nederlandse geld, de schade is beperkt. De nieuwe sloten waren niet nodig, en de bankpasjes komen er aan. Op het station een afhaler met een bos zonnebloemen, een warm onthaal.
Thee in eigen tuin in het zonnetje. Dan valt de stilte in, de rust en daarmee de vermoeidheid. Dertien dagen achter elkaar twaalf uur per dag werken, veel adrenaline, veel ontmoetingen, het valt allemaal weg. Het gewone leven wacht.

Noble ledger, week 4, dag 4, Wildflecken

De laatste dag voor ons in deze oefening, die in Noorwegen nog doorgaat met echte actie. Voor mij blijft er, naast het bewaken van de injects, het afleveren van een brief over. Mooi weer, in een kwartiertje loop ik naar de top van de heuvel en geef hem af. Weinig weet gehad van het weer, en weing profijt als het goed was, tegen de tijd dat we uitgewerkt zijn is het al donker.
Maar nu een wandeling in het zonnetje, op de terugweg naar de traditiekamer. Een kleiner gebouw waar men met veel documenten, foto’s en af en toe een uniform of wapen een beeld schetst van dit gebied. Op wikipedia vindt u de hele geschiedenis.
Op kantoor terug de computer opschonen, er zijn heel wat documenten later herzien, die dubbelingen kunnen wel weg. Dan kopiëren op usb wat we mee naar huis willen nemen, en ook in het papier op het bureau schiften. Bewaken van de injects, het volgen van het nieuws en de verklaring afwachten die een einde aan het onafhankelijkheidsavontuur van mijn provincie en aan mijn carrière maakt. Als de Premier van Arnland verklaart dat ik met wat collega’s het land heb verlaten en er aan de vijandelijkheden een einde is gekomen, stelt hij mijn opvolger voor. De nieuwe interim-gouverneur lijkt sprekend op mij, afgezien van haar paarse haren dan.
Sommigen hebben nog allerlei injects en hier en daar nog een vergadering, Gulia en ik ontmantelen ons kantoor na een laatste lunch in de DFAC. ’s Middags komt er nog maar eens een generaal langs, en ook nog een kolonel. We worden hartelijk bedankt. We krijgen van onze onvolprezen Math en zijn onmisbare Bert de herinneringsmunt overhandigd. De studenten krijgen allemaal een setje cadeautjes met het 1GNC logo, handige hebbedingetjes. Om half zes worden de eerste laptops al afgevoerd en staan de meeste whiteboards op de gang. Ik kleed mij om naar een passend jurkje en nog een keer zit de hele bende aan het diner met elkaar. Bij het weggaan zie ik “mijn” generaal, die in een andere ruimte met zijn staf het feit viert dat wij hier niet voor niets zijn bezig geweest en zijn legerkorps de NATO accreditatie heeft behaald. We geven elkaar de hand, spreken wederzijds woorden van waardering uit en omhelzen elkaar, de vrede is getekend.

Noble Ledger, week 4, dag 3, Wildflecken

Vandaag de dag van de echte ontmoetingen. Althans, gezien de afstand tussen waar de president verblijft en het onderkomen van de commandant der commandanten, werd het een VTC, een videovergadering. We kwamen, zoals voorgeschreven in de lijn, geen stap nader, maar het was een goed gesprek, voor mij. ’s Middags sprak ik als Aartsbisschop een onder-commandant der commandanten. Daar had ik iets meer resultaat, maar de burgemeester legde het af, of kreeg geen hulp. De verkeersleider kon zijn boodschap kwijt, en Mevrouw Sodeflod redde menig benepen situatie. Dat ik mijzelf die dag in het nieuws terugzag als zingende vredesactivist met paarse pruik maakte het plaatje compleet. Het was een volle dag, na een ontmoeting moet er geëvalueerd en bijgeschreven worden. Morgen lijkt rustig, omdat er een einde komt aan een aantal van mijn carrières, maar de ervaring leert dat het dan toch nog vol kan lopen met allerlei geïmproviseerde nieuwigheid.
Vanavond kwamen we velen weer tegen in de officiersmess, en werk ik nog door loyale landgenoten begroet. Morgen moet ik uitzien naar een nieuwe betrekking. Wordt het Bothnia of toch de Malediven?

Nobel Ledger, week 4, dag 2, Wildflecken

Hoe ziet onze dag er uit, hoe verhoudt ons ritme zich tot het battle rythm van de oefening? Ik word wakker voor zessen door mijn buurvrouwen, die een uur eerder aantreden dan ik. Om half zeven uit bed, om zeven uur op weg naar de messroom. Tien minuten stevig doorstappen. Vaak met goed weer, maar de afgelopen dagen ook wel in een miezerregen. Een ontbijt aan lange houten tafels op lange houten banken. Aan het andere eind van de tent weer er uit en tien minuten marcheren naar het werkgebouw. De ochtendbijeenkomst begint om acht uur, een uurtje later dan die van de militaire scripters in de kerk. Daarna naar onze diverse kantoren om te bezien wat er vandaag moet gebeuren. Bellen, mailen, telefoneren, coördineren tussen verschillende kamers of gebouwen. Als het een beetje mee zit denk je er aan thee te drinken of een fruitje te eten. Om twaalf uur de mars naar de eettent, lunch. Om half een weer terug, aan het werk. Soms slaat iemand een lunch over of laat wat meebrengen, vanwege de drukte. De avondbijeenkomst is om zes uur. Mijn charmante assistente Gulia wil niet te vroeg eten, ik ook niet, dus wij eten daarna, de meesten eten om vijf uur. Daarna nog vaak wat losse eindjes afwerken, of nog in de grotere rust van een gebouw zonder bezoekers lezen of nieuwe producten maken. Ergens tussen zeven en acht, maar vaak ook pas na achten klappen we de computers dicht en begint de vrije tijd. Voor sommigen is er nog een afstemmingsbijeenkomst ’s avonds, de militairen zijn vaak veel langer bezig, zeker als ze deel uitmaken van de oefening. Dat wordt nog best afkicken straks, als ik over drie dagen gewoon weer thuis ben.

Noble Ledger, week 4, dag 1, Wildflecken

De eerste dag van een nieuwe week, voor ons de laatste hier. Niet dat ik zo lang gewerkt heb dat er geen blogje meer af kon: het avondprogramma nam tijd. Maar eerst het werk: de slag is begonnen. Waar merken we dat aan? Meer zwaar materiaal dat hier rond de basis raast, pantserwagens, troepentransport en dat soort zaken. ’s Morgens staat hier en daar een troep aangetreden om toegesproken te worden. Sommigen lopen met helm en vest de hele dag. Er is op de hele basis een gevoel van urgentie lijkt het wel, en ik zie meer verschillende kleuren baretten rondlopen.
Wat merken we er binnen in het gebouw van? Een toegenomen interactie met de te trainen militairen. We bellen en mailen wat af, alles wat we de afgelopen weken hebben bedacht en ingeleid krijgt nu zijn beslag. De teksten door ons bedacht worden levensechte radio-, kranten- of televisieberichten. Op weg naar de lunch krijg ik een telefoontje uit Noorwegen: mag die en die mailen met vragen over een van de personages die ik speel?
We werken heel wat injects weg op zo’n dag, en alle informatie die we kunnen halen uit het systeem schept een achtergrond van een land in nood. Met incidenten die u in uw eigen krant, op uw echte televisie ook tegen kunt komen.

Ik kom nog steeds bekenden tegen van andere oefeningen. Onze groep in de groene zone, de rollenspelers, worden steeds meer een echte groep. Dat leidt de zondagavond, als onze favoriete hang-out dicht is, tot een bijeenkomst met scrabble, flesje wijn en knabbels, met een internationaal speelgezelschap, ergens in een vergaderruimte van ons werkgebouw. De kamers zijn dermate ongezellig, dat geen van ons daar een avond door wil brengen in zijn of haar eentje. Het geeft een hilarisch tafereel, die verschillende taalgroepen die tegen elkaar op bieden in het Engels. Kwam er aan het eind achter dat er wel wat weinig letters in het spel zijn. Waar ik die tussen hier en Basra ben kwijt geraakt, geen idee.

De vermoeidheid slaat bij mij ook toe, ik ben zo moe deze zondagavond dat ik als een blok in slaap denk te vallen. Dat is helaas niet het geval. Maar voor een blogje had ik echt geen puf.
foto

Noble ledger, week 3, dag 7, Wildflecken

De ochtend stond in het teken van losse eindjes, evalueren en een paar televisie interviews. Daarbij mocht ik een bomenlievende oud hippie spelen, mij op het lijf geschreven. De middag was interessanter: War Gaming. Het lijkt op heen en weer schuiven, maar de uitkomst was onverwacht en gaf veel stof tot discussie. Wat ons, de rode kant, blij maakte: wij wonnen. Iets wat volgende week waarschijnlijk heel anders zal zijn. Dat is het mooie ook van het werk hier, je leert voortdurend bij. Er wordt hier zo druk gewerkt, dat sommige servers het niet meer aankonden en gereset moesten worden. Morgen begint de vierde en laatste week, de week waar alles om draait. Na het spel van vanmiddag denk ik dat het nog wel eens druk kon worden. Het vieren van de zaterdag bestond uit gebak, bij een gelegenheid waar ik niet bij kon zijn (gelukkig nam men voor ons mee) en vanavond met elkaar naar de pizzeria van het dorpje onder ons op de bergflank.

Noble Ledger, week 3, dag 6, Wildflecken

Ik leer hier iedere dag bij. Alle pijplijnen, alle verschillende disciplines, alles wat er komt kijken bij zo’n oefening: het is veel. Morgen Wargames, weer iets wat ik nooit gedaan heb. Vandaag verontrustte moeder, bange burgemeester, en de alomtegenwoordige Ms Sodeflod gespeeld, in een snel onrustiger wordend land. Verder veel overleg om vooruit te werken en de laatste knopen te ontwarren. En echt gedemonstreerd, om nog eens te proberen de vrede te bewaren. Met gezang, ballonnen en posters probeerde we de troepen te vermurwen. In een druilerige omgeving vol portacabins, stak hier en daar iemand het hoofd om de deur om te horen wat er aan de hand was. Ik vrees dat niets er voor kan zorgen op dit moment dat de troepen niet mijn arme land in zullen vallen. Het lijkt niet veel als ik het zo zeg, maar je bent er uren zoet mee voor het goed is. Vanmorgen geen tijd voor ontbijt, maar dat valt in het niet bij het hoofd van onze afdeling, die geen tijd heeft voor avondeten, samen met zijn assistent. De mannen maken makkelijk veertien uur of meer per dag. Daar steken die twaalf van ons bleek bij af.

Noble Ledger, week 3, dag 6, Wildflecken

11 September op een buiige dag, en hier vielen de eerste projectielen op ons arme landje. Met als gevolg een hoop rollespelen, een hoop chaos en woede en dus een drukke dag met interessante ontmoetingen. Een VTC met de aanvallende partij als president van het aangevallen land is vragen om moeilijkheden. De hele dag bleef dynamisch, er moest gereageerd en aangepast worden en gecoördineerd. Dat doen we hier veel. Ondertussen werd ik in drie verschillende rollen om informatie gevraagd door Jan en Alleman. Eigenlijk een normale dag, maar wel een waarbij het even duurde voor ik aan avondeten toekwam. Maar naar de officers mess dus, waar je (weliswaar op eigen rekening) goed kunt eten en prettig gezelschap hebt. Een nadeel heeft dat, voor je aan je blog toekomt is het weer half elf. Je zit naast een Amerikaanse officier die haar ervaringen in verschillende oorlogsgebieden deelt. Naast je begint een gesprek met de zin: “Ik ben een restaurantje begonnen, mijn vrouw heeft een kasteel”. Kijk, dat zijn de verhalen waar ik even voor ga zitten.
Maar nu ga ik naar bed, er wachten ons nog veel lange dagen.