Ik kwam hier met twee koffers, oplettend lezertje, een vol duikspullen. De bedoeling is dat ik ook weer met twee koffers vertrek, liefst zonder overgewicht. Dat valt niet mee, ik ben een verzmelaar. Ook al heb ik me vreselijk ingehouden, in een stad en land zo volgeladen met prachtige zaken tegen redelijke prijzen, en dat dan drie maanden lang: het kan niet anders of je neemt er wat van mee. Nu, op mijn laatste dag hier, probeer ik orde in de chaos te scheppen, zaken onbreekbaar te verpakken, de juiste verdeling te vinden. Mijn tuinhuisje in Tunis krijgt steeds meer zijn oorspronkelijke aanzien, want hoe kort ik ergens ook ben, eht wordt altijd thuis door een bloem, een lap, een steen, schelp of stuk kurk.
Straks maar eens kijken of mijn hopsita een weegschaal heeft en of zij wel internettoegang heeft, want dat laat het nog steeds afweten. Als het even kan wil ik wel graag inchecken en die extra koffer aangeven. Anders wordt het een ritje met de taxi naar het vliegveld om dat te doen. Voorlopig is het hier een puinhoop, maar het komt vast allemaal goed.
Een bijzondere stad, oplettend lezertje, een centrum van Soefisme, al eeuwen. Nu onder druk, omdat Salafisten Soefisme als iets vreselijks zien. Er worden tombes vernield in Mali onder andere, maar ook hier heeft het gevolgen. In die stad is ergens een tombe van een bijzonder man, die allerlei legendes en halve en hele wonderen op zijn naam had staan toen hij overleed. Bescheiden was hij niet, dus al bij leven zorgde hij voor een flink onderkomen voor na zijn dood. Het bijzondere aan die ruimte zijn de geribde koepels typisch voor deze stad, en ruim aanwezig: maar liefst zes stuks. Je moet hoog staan om ze te kunnen zien en vast te leggen, normaal kan dat door naar het dak van het gebouw te klimmen. Onderhoud maakte dat onmogelijk tijdens ons bezoek. Niet voor een gat te vangen liepen we om het gebouwen, troffen een buurman en vroegen hem of wij vanaf zijn dak een kijkje konden nemen. Hij bekeek ons kort, nam ons mee de straat uit twee keer de hoek om, ontsloot ergens een deur. De trap op, langs de fiets, de boodschappen, een marmeren trap op en zo rechtstreeks iemands keuken in. Bontgeruite kleedjes, pannenlappen en gordijntjes gaven kleur en fleur. De vrouw des huizes vertrok geen spier toen wij als volslagen vreemden haar rijk betraden, heette ons vriendelijke welkom. Wij weer een trap op, langs de groenten, de was en de knijpermandjes op de kraakhelder trap naar het dak. Vandaar een prachtig gezicht op de zes inderdaad fraaie koepels. We schoten plaatjes naar hartenlust, de foto’s van de witte koepels tegen de strakblauwe lucht werden prachtig. Maar vooral zal dit bezoek mij bij blijven om de gastvrijheid van een familie, die wildvreemden hun huis in leiden, mensen die ze nooit meer zouden zien, zonder enig belang voor henzelf. Bij afscheid kregen we ook nog dadels aangeboden.
En dan zijn er nog mensen die vragen wat ik hier doe.
Ze is midden dertig, afgestudeerd arts, en heeft grote dromen. De Nobelprijs bijvoorbeeld, of tenminste zinvol onderzoek verrichten om de oorsprong van ziekten te vinden. Maar tussen droom en daad staat familie in de weg. Haar zuster verdween naar een ver buitenland, vader laat het afweten en zoons zorgen niet voor hun moeder hier. Dus dat doet zij. Familie is belangrijk hier, op zichzelf gaan wonen, als vrouw alleen, waar Salafisten aan invloed winnen, ze durft het niet aan.Het valt haar zwaar, het verscheurd zijn tussen plicht, de liefde voor een moeder, en het verlangen naar een vrij en zelfstandig bestaan, het realiseren van je dromen, je leven vullen op zinvolle wijze. De revolutie heeft voor haar nog niets veranderd. Er zijn kansen, ze kan naar het buitenland. Maar durft zij voor zichzelf te kiezen? Durft ze haar familie te wijzen op hun plichten? Durft ze het aan te doen wat wij allemaal normaal zouden vinden: haar eigen leven leiden? Ze heeft de wereld veel te bieden als ze die keus durft te maken. Laten we hopen dat iemand haar een steuntje in de rug kan geven en zo de moed de juiste keuze te maken.
Die baronnen weten wat, oplettend lezertje, je hebt ze in soorten en maten. Zo zijn er oliebaronnen, havenbaronnen, partijbaronnen; mannen met geld, macht en invloed.
Een zo’n baron, een echte met geld en macht, bouwde in Heliopolis, de toen nieuwe wijk van Cairo, een bizar huis in Indiase stijl. Het is zo’n beeldbepalend gebouw, hoewel het nu leeg staat en verwaarloosd is, dat de wijk er naar is genoemd, het op de kaarten staat aangegeven, en het woord baron genoeg is de taxichauffeurs de weg te wijzen.
Hier in Tunesië hadden ze ook zo’n baron. Die had niet alleen geld, maar ook goede smaak en visie. Op een prachtige plek in Sidi bou Said liet hij een huis bouwen tegen de berg aan met een fantastisch uitzicht over de baai. In de stijl die hier gebruikelijk is, maar met een hoge mate van verfijning. Daar werden ontvangsten geven en werd muziek gemaakt. De baron schilderde niet onverdienstelijk ook. Die muziek had een staartje, hij zorgde er voor dat de Arabische en lokale muziek erkend werd als cultuur. In Cairo werd begin vorige eeuw een soort congres georganiseerd om dat te bevestigen. Ook vond de baron dat het plaatsje gebaat zou zijn met het bewaren van het oorspronkelijk kleurenschema. Hij stelde een lokale wet voor om die kleuren vast te leggen voor het hele dorp, dus vandaag vergapen toeristen uit binnen- en buitenland zich aan de witte huizen met de helderblauwe kozijnen, hekwerken en deuren. Toen zijn enige zoon overleed stond het huis een paar jaar leeg en hadden huis, boeken en schilderijen te lijden onder het vocht. Nu is het een museum, huisvest het het centrum voor Arabische en lokale muziek en geeft men er nog steeds concerten. Mijn laatste zaterdagmiddag besloot ik er een bezoek te brengen, werd rondgeleid en kreeg uitleg. Na mij ging het licht uit en de deur dicht. De ondergaande zon, het parelmoeren licht, maakte duidelijk waarom voor deze plek werd gekozen. Het dorpje heeft nu zeer gewilde villa’s en huizen, er wonen veel buitenlanders. Tunesiërs mogen er in het weekend graag van het uitzicht en de zonsondergang genieten, zoetigheid kopen en een souvenirtjes voor thuis.
Ik heb u vreselijk verwaarloosd, oplettend lezertje. Mijn sociale leven heeft dit weekend zo’n hoge vlucht genomen dat er voor bloggen geen tijd bleef. Althans, niet voor middernacht en daarna kan ik de energie niet meer opbrengen. Internet weigert ook dienst om onduidelijke reden. Zo’n laatste weekend is natuurlijk ook vol met allerlei afscheid. Er zijn voor- en nadelen aan het leven dat ik leid. Je ontmoet veel mensen, het is nooit saai en je maakt altijd wel nieuwe vrienden ergens op de wereld. Maar tegen de tijd dat je weg gaat heb je die dan ook en moet je ze weer loslaten. Sommigen zul je waarschijnlijk nooit meer echt ontmoeten, anderen tref je nog eens bij gelegenheid. De ontmoetingen zijn altijd de moeite waard, ze verrijken je leven en soms kun je elkaar even tot steun zijn, een impuls geven of ontvangen, een steuntje in de rug of een nieuw inzicht. Maar als je dan na een tijd lang samen optrekken en veel vrije tijd delen afscheid neemt valt dat nooit mee. Het stemt weemoedig maar ook dankbaar. Want het is mooi dat je zo snel zo dicht bij mensen kunt komen dat het jammer is ze te moeten laten gaan.
De keren dat ik de Nederlandse Ambassade passeer is het daar een toonbeeld van rust, oplettend lezertje. Geen pantserautootjes en de enige mens die ik er een keer zag was de tuinman die de stoep schoon spoot. Niet bij alle Ambassades is het zo rustig. Bij de Belgen staan af en toe mensen voor de afdeling verblijfsvergunningen. Bij de Duitse Ambassadedie met scheermesdraad is omgeven, en waar nu weer een paar autootjes voor de deur staan en wat soldaten, is het op een werkdag altijd druk. Er staat meestal wel een man of vijftig netjes in de rij te wachten. Die mensen willen weg, naar Europa. Voor studie soms, maar ook voor werk, tijdelijk of permanent. Veel Tunsesiers zouden vertrekken als ze de kans kregen maar die kans krijgen ze niet veel. Toegang tot Europa is lastig. Ik ken een geval van iemand die het zes jaar lang probeerde, tot hij in Duitsland een baan kon krijgen en de bijbehorende verblijfsvergunning. Voor degenen die echt weg willen, omdat ze hier geen toekomst zien, nauwelijks een heden hebben en die toch zo’n kans niet krijgen, is er altijd nog de wanhoopspoging. In bootjes via Italie (Sicilie ligt maar 200 km hier vandaan) verder Europa in. Soms gaat dat fout met zo’n bootje, en vergaat het. Dan zijn ze echt weg.
Er wordt wat afgedemonstreerd, oplettend lezertje. In Spanje staan ze regelmatig op straat, de Grieken zitten niet veel binnen, en ook in deze streken wordt of is het onrustig. Zelfs in Jordanië gaat men nu de straat op. Er is hier in Tunesië, in verschillende steden, een demonstratieactie gaande om aandacht te vragen voor geweld tegen vrouwen. Vrouwen in het hele Arabische gebied vragen aandacht voor hun positie en eisen gelijke rechten in de actie “The Uprissng of the Wormen in the Arab World”. Over het Tahrirplein schreef ik hier al, en u zit natuurlijk ook voortdurend aan het toestel, om te horen hoe het afloopt daar. Maar ook zonder die vrouwenacties is het in Tunesië af en toe onrustig. In Siliana vraagt men om het aftreden van de Gouverneur, en kwam het tot geweld tussen demonstranten en politie, werd er gebruikt gemaakt van traangas. De reden: men vindt dat er niet voldoende gedaan wordt om het gebied te ontwikkelen en dat hun provincie niet voldoende budget krijgt vanuit de centrale regering. Daar houden ze de gouverneur verantwoordelijk voor, als vertegenwoordiger van diezelfde centrale regering. Veel internationale aandacht krijgt dit soort acties niet in het geweld van de eurocrisis, Syrië, en wat er verder in de wereld mis gaat. Maar het laat zien dat ook hier in Tunesië de strijd nog niet gestreden is, de inwoners nog lang niet tevreden zijn met de situatie en niet van plan zich er bij neer te leggen. De nieuwe constitutie, de nieuwe verkiezingen, zij moeten meer duidelijkheid brengen over de koers van het land. Leven tussen hoop en vrees voor velen. Er zijn nu blokken gevormd, zodat de versnippering die de oppositie de overwinning kostte in ieder geval bestreden wordt. Of het voldoende is om diezelfde oppositie te laten winnen? Een van mijn vrienden hier heeft er een hard hoofd in, hij denkt dat de grootste partij de grootste blijft, en daar is hij niet blij mee.
Ik zit dan wel in Tunesië, oplettend lezertje, dat wil niet zeggen dat ik niet met argusogen volg wat er in Egypte gebeurt. Dat is veel momenteel, de pleinen stromen weer vol. Begonnen de demonstraties vorige week als herinnering aan de gewelddadigheden vorig najaar november, daaroverheen kwam het decreet van Morsi.
Terwijl de wereld vol ontzag toekeek hoe hij bemiddelde tussen Israel en de Palestijnen, verordonneerde hij thuis doodleuk dat al zijn besluiten onherroepbaar waren, en hij onschendbaar, daarmee parlement en rechers buitenspel zettend. Tijdelijk, dat begrijpt u, en dat alles om de revolutie te redden. De Egyptenaren hebben daar zo hun eigen menig over, en de rellen gingen dus naadloos over in goed georganiseerde demonstraties de afgelopen dagen. Vandaag, op een dinsdag, dezelfde dag als de verkiezingen, stroomt het Tahrir plein vol van alle kanten, staan het centrale plantsoen weer vol tenten, is de sit-in weer van kracht, leiden verschillende oppositieleiders marsen naar het centrum, en is het ook in andere steden onrustig. De MB aanhangers blijven in Cairo thuis, elders laten ze wel hun aanhankelijkheid blijken aan Morsi en zijn besluiten.
Maar anderen hangen hun traangasmasker om, laden hun telefoon, winden een doek om hun hoofd en gaan naar het plein. In de hoop dat het zonder geweld zal verlopen, maar in de wetenschap dat zelden zo is. Er zijn weer honderden journalisten actief, veel Nederlanders ook dit keer, sneller dan toen. Dus voor wie het op de voet wil volgen: naar Twitter. Vrienden van toen vroegen mij al om te bidden voor hun veiligheid.
Laten we hopen dat Morsi het snapt, dat hij werkt aan de eisen van de de demonstranten, onder andere voor een beter Ministerie van Binnenlandse Zaken, verantwoordelijk voor de politie. Want daarmee, met die politie en andere veiligheidstroepen is het nog droevig gesteld, zoals we vorig jaar konden zien, toen demonstranten over straat werden gesleurd. Ook nu zijn er weer horrorstories van mensen die werden opgebracht en daarna in elkaar getrapt, foto’s van mensen met vreselijk wonden door de rubberkogels en de hagel die wordt geberuikt, buiten de traangasgrananten.. De mensen wilden de val van het regime, ze kregen een nieuwe president. De rest zit er gewoon nog vaak, in Egypte, in Tunesië, en bij ons.
Werk, daar gaat het voor een belangrijk deel om, oplettend lezertje, in de Arabische lente. Werk en veiligheid.
Met de veiligheid is het nog droevig gesteld. Geen enkele nieuwe regering is in staat gebleken de veiligheid van vrouwen op straat te vergroten. Geen enkele nieuwe regering heeft er voor kunnen zorgen dat je als arrestant niet gemolesteerd wordt door de politie. Geen enkele nieuwe regering heeft er voor gezorgd, dat je niet zo maar zonder aanleiding opgepakt kunt worden omdat je op de verkeerde plek was. Kinderen worden momenteel opgesloten bij bosjes in Egypte. Ze zijn natuurlijk ook vaak op de verkeerde plek, het geweld werkt aanstekelijk en heeft voor velen een grote aantrekkingskracht. Als je niets beters te doen hebt, als je niet naar school gaat of geen werk hebt, kun je net zo goed een potje mee rellen ergens op een plein.
Want werk, dat is er ook niet genoeg, ik schreef het al eerder.
Maar zelfs als je werkt ben je nog niet zeker van een behoorlijk bestaan. De salarissen voor de doorsnee baantjes, ergens in een winkel of in een ziekenhuis of bedrijf aan de schoonmaakt, in de constructie, levert meestal niet meer op dan tussen de 500 en 600 dinars. Dat is dus zo’n 250 tot 300 Euro. Dat is niet genoeg, en er zijn mensen die nog minder verdienen. Veel mensen zoeken er dus een klus bij. Je werkt op een ministerie en je installeert thuis bij mensen de schotels en decoders. Je bent docent op de universiteit en je zoekt je suf naar mensen om les te geven, want de kachel rokend houden als ambtenaar is haast niet mogelijk. Iedere keer al ik me verbaas over hoe goedkoop iets is, zoals een kwartje voor een stokbrood, realiseer ik me dat datvoor mij zo is, maar voor de gemiddelde Tunesier niet. Die sappelt om rond te komen. Alles wat niet dagelijkse levensbehoefte is, of niet gesubsidieerd, is net zo duur als bij ons of duurder. Auto’s zijn zeer duur, en voor Tunesiër is de benzine ook behoorlijk aan de prijs. Het brood is nog goedkoop, maar de melk is zeer veel duurder geworden. De regering is van plan de algemene subsidies, die ook aan rijken ten goede komen, te schrappen, om met het uitgespaarde geld aan banen te kun werken. Men wil zo’n 23.000 ambtenaren extra aan nemen. Geen idee wat die gaan doen, en of dat nu echt de goede oplossing is tegen werkloosheid. Maar het kan in ieder geval snel, en de verkiezingen staan weer voor de deur.
Ondertussen werken de mensen hier hard om rond te komen. Voor de rest sluiten ze een lening af bij de bank, vaak meer dan ze ooit kunnen terugbetalen.
Stonden we vanmorgen op het plein, te wachten op de bus, oplettend lezertje, vertrok er net een groepje mannen met protestborden en banieren. Veel lawaai, meer borden dan mensen, maar waar het over ging? Volgens een Tunesiër die het van veilige afstand gadesloeg ging het om mannen met baarden. Hij gebruikte daarvoor een gebaar, geen woord, en hij spuugde bijna op de grond toen hij het zei. Geen democratie hier, blafte hij, wij zijn Arabieren, wij kennen dat niet, het werkt hier niet. De mannen trokken de Avenue op, waar het nog stil was op dit uur, ze werden ruim overtroffen door de oproerpolitie die daar stond voor de zekerheid.