
Na een wat onrustige nacht heel vroeg wakker. Starbucks opent hier om half zes, dat treft. Niet lang na zes uur stap ik binnen, voor een beker hete thee en een geroosterde kaassandwich.
Druk met mensen op weg naar het werk en toeristen. Tegenover mij een groeiende groep mannen die Chinees met elkaar spreekt denk ik en elkaar hier ontmoet voor het ontbijt. Afstammelingen van de Chinese vissersgemeenschap die een hier bijna tweehonderd jaar geleden gevestigd werd, lijkt me. Ik besluit tot een dagje strand, voor ik me maandag meld in San Martin. Beetje bijslapen, beetje schilderen, beetje plannen en lezen in de boeken die ik gisteren bij Walmart kocht. Dacht ik.
Als ik weg wil rijden staat er iemand achter me en kom ik slecht uit de knoop. De groep mannen staat buiten te kijken en kan het niet aanzien. Een van hen neemt het stuur over en zet Monster vrij en de 90-graden hoek om. Dan kan ik gelijk even vragen hoe dat zit met zijn herkomst. Geen Chinees dus van lang geleden, maar een Vietnamees van na de val van Saigon, zo is hij hier geraakt met zijn familie en vrienden. Hij moet toen nog erg jong geweest zijn, maar Vietnamees is nog zijn taal.
Ik rijd terug naar Monterey, als het strand in de buurt voor Monsters verboden blijkt. Dan maar het aquarium dat me aanbevolen werd. En terecht. Er is daar een Kelpbos, er zijn daar prachtige kwallen, ook eigen kweek kleintjes, er zijn maanvissen en luipaardhaaien. Er zijn presentaties van een albatros, otters en meer interessants. Er is een presentatie over de historie van Monterey en hoe de verschillende bevolkingsgroepen het via de vis hier redden. Eerst de indianen natuurlijk die leefden van de visvangst, toen de Spanjaarden die er niet veel bijzonders mee deden. Chinezen kwamen omdat het werk thuis slecht betaald werd, Japanners zetten de Abalone teelt op. Uiteindelijk zorgden twee wereldoorlogen en de roep om legerrantsoenen in blik ervoor dat het succesverhaal van de ingeblikte sardientjes eerst explosief groeide, om vervolgens te zorgen dat Cannery Row tot het verleden behoort. Covden, een groot-inblikker, meende dat er altijd sardientjes zouden zijn, maar na een paar jaar meer vangen dan vrouwtjes sardientjes kunnen aanmaken, viel de bodem er onderuit en stond Cannery Row leeg. Gelukkig zijn er dan slimme vrouwen, in de persoon van de eerste vrouwelijke marien bioloog, die sanctuaries voorstelde, nu zit hier weer sardien onder veel meer. Maar geen blikjesfabrieken meer, al die panden zijn nu hotels, restaurants en winkels vol vermaak. Monterey vaart er wel bij. Ik breng makkelijk een hele middag zoet in dit door het echtpaar Packard (van Hewlett en Packard) geschonken aquarium, waar veel onderzoek ook wordt gedaan naar de diepzee. Nuttig en aangenaam en af en toe adembenemend, als je bij zo’n prachtige kwallenbak staat te genieten. Hoef ik zelf niet het koude water in tenminste. Aan het eind van de middag loop ik weer lui langs de kust terug, zie nog een pelikaan op een rots en een jonge zeehond daar dichtbij. De ottertjes laten zich aan mij niet meer zien. Ik zit nog even op een strandje te genieten van het uitzicht. Blauw water, witte bootjes, spelende kinderen aan de waterlijn, onder een heerlijk zonnetje. Beter wordt het niet vandaag.
Maar ik moet door. Ik heb inmiddels besloten San Fransisco voor een andere keer te bewaren, te ingewikkeld en te druk nu, ik kom steeds verder uit de richting. Ik moet afscheid nemen van de kust. Ik gooi bij een te dure pomp Monster halfvol. Terwijl ik sta te wachten tot ik weg kan rijden, is er naast mij iemand die ook wegrijdt, maar dan met de slang nog in de tank. Dat levert deuken op in de auto en de slang ligt los. Geheel zonder lekkage, vanwege een ingenieus zekeringssysteem. De mevrouw van de pomp komt er zorgelijk om naar buiten, maar er valt geen enkel onvertogen woord of verwijt. Als ik wil betalen merk ik dat de kaart, die ik vorige week geregeld had, tegen de belofte en verwachting in toch is geblokkeerd. Lastig nu weer, dat wordt weer simkaarten wisselen en bellen.
Dan de rit naar San Martin, zo lang mogelijk langs de kust. De weg is overvol met mensen die na het weekend weer terugrijden naar waar ze vandaan kwamen, vermoed ik. Ik rijd langs Salinas: links de hoge zandduinen, rechts een heuvelachtig landschap omdat de bergen even op zijn. Stel je Limburg aan Zee voor, zoiets, dan vol met groente- en fruitvelden. Zelfs een knoflookstadje. Overal worden kersen en aardbeien aangeprezen. Dit is het gebied dat Amerika leerde kennen als de salad bowl. Toen men de kunst van het ijsbewaren onder de knie had, werd hiervandaan heel Amerika per spoor van verse sla voorzien, dit is de geboorteplaats van de ijsbergsla, die zo aan zijn naam kwam.
Langzaam groeien de heuvels weer. Na anderhalf uur rijden, vanwege de files, ben ik bij mijn bestemming. Er staat iemand die op de hoogte is van de gang van zaken, zegt hij, volgens hem mag ik hier vannacht wel staan in afwachting van de experts morgen. Ik geloof hem direct op zijn woord en ga alvast lekker dicht bij de ingang staan. Dan bel ik met Nederland. De beantwoorder van dienst ziet direct wat er vorige week is afgesproken, zonder dat ik veel hoef uit te leggen, maar ziet ook dat het fout is gegaan. Rechtbreien kan hij het niet, dan moet ik even wat later bellen, als het in Nederland maandagochtend is.
Ik ga lekker koken, het komt vast allemaal weer goed.
Soms is het maar goed dat de dingen niet gaan zoals je zou willen.
Wat een gezellige avond, met nieuwe vrienden. Filet van de BBQ, twee soorten salade, zuurdesembrood en gepofte aardappel. Het gezelschap van een bewoner van Lompoc, nu met pensioen en acht dagen geleden een nieuwe heup gekregen. Nu zit hij daar in zijn campingstoel en hij deelt zijn Italiaanse familiegeschiedenis. Als het donker wordt gaat het vuur aan, met wat vochtig hout dat behoorlijk rookt. Het verhoogt het buitengevoel. Boven ons speelt iemand op zijn gitaar. De zon gaat schitterend onder. Bij het afscheid wisselen we emailgegevens uit; Mijn buren willen graag naar Nederland komen, dan zijn ze uiteraard welkom.



Dat u vooral niet denkt dat ik op vakantie ben. Zoals gezegd, mijn cards wilden geld. Redelijk. Ik had precies nog 41 euro tegoed van ze, maar daar kom ik niet mee tot de oceaan. Voor je het weet sta je hier met een kartonnen bordje bij het stoplicht. Naar Starbucks. Wifi. Bellen, oeps, ja dat moet met een Nederlands nummer. Simkaart wisselen. Iets duns! Starbucks uit en naar de $0.99 store. Waar alles 99 cent kost, ex belasting. Dus een naaisetje gekocht voor $1.08. Altijd handig, ook voor je simkaart. Sim verwisseld en contact met het noodnummer van kaart èèn, met een heel capabele en vriendelijke dame, die mij door mijn eerste kaart hielp, Want die wilde me ook niet meer kennen. Zal de leeftijd wel wezen. Dat ging goed, met een beetje verwisselen van de simkaart ondertussen. Gelukt. Nu kaart twee, maar die herkende mijn gegevens niet. Weer gebeld, zelfde aardige dame. Tata! De kaart heeft mij opgewaardeerd vanwege mijn hoge uitgavepatroon, ik spaar nu nog harder. Dat is fijn natuurlijk, maar nu kloppen mijn gegevens niet meer, en ik kan me geen mail herinneren die erover repte. De aardige dame zal er voor zorgen dat deze kaart geldig is tot de dag na terugkomst. Nu nog de nieuwe kaartgegevens achterhalen. Gebeld met mijn onovertroffen buurman, die gelukkig thuis was. Hij had al een kaart gevonden, maar dat was hem niet. Rondje door mijn huis en jawel: de juiste kaart, met alle nodige gegevens.
Vrolijk wakker vanochtend, het is heerlijk rustig op deze campground. Bj het slapen gaan hoorde ik de beloofde troep coyotes huilen. Even wassen. Geen water, geen pomp, geen licht, geen generator. Geen paniek, geen paniek, geeeeen paniek! Vooral de generator verontrust mij. De motor van de auto doet het gelukkig wel. Wat nu? De beheerder roepen? Het is vroeg, hij woont hier al sinds 1991 full time, ik heb niet de indruk dat zijn RV veel beweegt. Ik bel de AAA. Moet ik weggesleept? Nee, want de auto doet het. Dan kunnen ze niets voor mij doen, behalve een adres voor een garage in de buurt geven.