NBU 60, Zondag

IMG_7571

Na een wat onrustige nacht heel vroeg wakker. Starbucks opent hier om half zes, dat treft. Niet lang na zes uur stap ik binnen, voor een beker hete thee en een geroosterde kaassandwich.

Druk met mensen op weg naar het werk en toeristen. Tegenover mij een groeiende groep mannen die Chinees met elkaar spreekt denk ik en elkaar hier ontmoet voor het ontbijt. Afstammelingen van de Chinese vissersgemeenschap die een hier bijna tweehonderd jaar geleden gevestigd werd, lijkt me. Ik besluit tot een dagje strand, voor ik me maandag meld in San Martin. Beetje bijslapen, beetje schilderen, beetje plannen en lezen in de boeken die ik gisteren bij Walmart kocht. Dacht ik.

Als ik weg wil rijden staat er iemand achter me en kom ik slecht uit de knoop. De groep mannen staat buiten te kijken en kan het niet aanzien. Een van hen neemt het stuur over en zet Monster vrij en de 90-graden hoek om. Dan kan ik gelijk even vragen hoe dat zit met zijn herkomst. Geen Chinees dus van lang geleden, maar een Vietnamees van na de val van Saigon, zo is hij hier geraakt met zijn familie en vrienden. Hij moet toen nog erg jong geweest zijn, maar Vietnamees is nog zijn taal.

Ik rijd terug naar Monterey, als het strand in de buurt voor Monsters verboden blijkt. Dan maar het aquarium dat me aanbevolen werd. En terecht. Er is daar een Kelpbos, er zijn daar prachtige kwallen, ook eigen kweek kleintjes, er zijn maanvissen en luipaardhaaien. Er zijn presentaties van een albatros, otters en meer interessants. Er is een presentatie over de historie van Monterey en hoe de verschillende bevolkingsgroepen het via de vis hier redden. Eerst de indianen natuurlijk die leefden van de visvangst, toen de Spanjaarden die er niet veel bijzonders mee deden. Chinezen kwamen omdat het werk thuis slecht betaald werd, Japanners zetten de Abalone teelt op. Uiteindelijk zorgden twee wereldoorlogen en de roep om legerrantsoenen in blik ervoor dat het succesverhaal van de ingeblikte sardientjes eerst explosief groeide, om vervolgens te zorgen dat Cannery Row tot het verleden behoort. Covden, een groot-inblikker, meende dat er altijd sardientjes zouden zijn, maar na een paar jaar meer vangen dan vrouwtjes sardientjes kunnen aanmaken, viel de bodem er onderuit en stond Cannery Row leeg. Gelukkig zijn er dan slimme vrouwen, in de persoon van de eerste vrouwelijke marien bioloog, die sanctuaries voorstelde, nu zit hier weer sardien onder veel meer. Maar geen blikjesfabrieken meer, al die panden zijn nu hotels, restaurants en winkels vol vermaak. Monterey vaart er wel bij. Ik breng makkelijk een hele middag zoet in dit door het echtpaar Packard (van Hewlett en Packard) geschonken aquarium, waar veel onderzoek ook wordt gedaan naar de diepzee. Nuttig en aangenaam en af en toe adembenemend, als je bij zo’n prachtige kwallenbak staat te genieten. Hoef ik zelf niet het koude water in tenminste. Aan het eind van de middag loop ik weer lui langs de kust terug, zie nog een pelikaan op een rots en een jonge zeehond daar dichtbij. De ottertjes laten zich aan mij niet meer zien. Ik zit nog even op een strandje te genieten van het uitzicht. Blauw water, witte bootjes, spelende kinderen aan de waterlijn, onder een heerlijk zonnetje. Beter wordt het niet vandaag.

Maar ik moet door. Ik heb inmiddels besloten San Fransisco voor een andere keer te bewaren, te ingewikkeld en te druk nu, ik kom steeds verder uit de richting. Ik moet afscheid nemen van de kust. Ik gooi bij een te dure pomp Monster halfvol. Terwijl ik sta te wachten tot ik weg kan rijden, is er naast mij iemand die ook wegrijdt, maar dan met de slang nog in de tank. Dat levert deuken op in de auto en de slang ligt los. Geheel zonder lekkage, vanwege een ingenieus zekeringssysteem. De mevrouw van de pomp komt er zorgelijk om naar buiten, maar er valt geen enkel onvertogen woord of verwijt. Als ik wil betalen merk ik dat de kaart, die ik vorige week geregeld had, tegen de belofte en verwachting in toch is geblokkeerd. Lastig nu weer, dat wordt weer simkaarten wisselen en bellen.

Dan de rit naar San Martin, zo lang mogelijk langs de kust. De weg is overvol met mensen die na het weekend weer terugrijden naar waar ze vandaan kwamen, vermoed ik. Ik rijd langs Salinas: links de hoge zandduinen, rechts een heuvelachtig landschap omdat de bergen even op zijn. Stel je Limburg aan Zee voor, zoiets, dan vol met groente- en fruitvelden. Zelfs een knoflookstadje. Overal worden kersen en aardbeien aangeprezen. Dit is het gebied dat Amerika leerde kennen als de salad bowl. Toen men de kunst van het ijsbewaren onder de knie had, werd hiervandaan heel Amerika per spoor van verse sla voorzien, dit is de geboorteplaats van de ijsbergsla, die zo aan zijn naam kwam.

Langzaam groeien de heuvels weer. Na anderhalf uur rijden, vanwege de files, ben ik bij mijn bestemming. Er staat iemand die op de hoogte is van de gang van zaken, zegt hij, volgens hem mag ik hier vannacht wel staan in afwachting van de experts morgen. Ik geloof hem direct op zijn woord en ga alvast lekker dicht bij de ingang staan. Dan bel ik met Nederland. De beantwoorder van dienst ziet direct wat er vorige week is afgesproken, zonder dat ik veel hoef uit te leggen, maar ziet ook dat het fout is gegaan. Rechtbreien kan hij het niet, dan moet ik even wat later bellen, als het in Nederland maandagochtend is.

Ik ga lekker koken, het komt vast allemaal weer goed.

 

 

NBU 59, Reuzen

IMG_7366Soms is het maar goed dat de dingen niet gaan zoals je zou willen.

Omdat ik al een paar dagen op de accu’s sta en stroom wil sparen vroeg naar bed, met de kalkoenen zeg maar, die zijn hier namelijk in het wild, net als bluejays. De grijze eekhoorns zitten overal. De parken hier zijn streng, na tien uur willen ze je niet meer horen, dus ongestoorde nachtrust. Kort na middernacht word ik wakker en trek een dekentje bij.

Om zeven uur wordt het park wakker, overal beginnen mensen aan het ontbijt, goed te zien in dit deel met overwegend tenten, vooral veel groepen of uitgebreide families. Kinderen nog in pyjama. Ik sta nog in de schaduw, maar aan de overkant schijnt de zon, zitten mensen op te warmen. Op tijd op pad om de grote bomen te gaan verkennen en toch op tijd het park te verlaten. Het past niet helemaal in mijn planning, maar die rammelt toch aan alle kanten.

Ik ga weer een steil pad op, dwars door het bos, met als belofte een prachtig uitzicht over de bergen en de oceaan. Als ik halverwege ben, vind ik een steen, daar achtergelaten met een boodschap. The sky is the limit, staat er op. Die moet wel voor mij bedoeld zijn.

Het is nog rustig, slechts één eerdere wandelaar zie ik terugkomen. Op de helling die eeuwenoude bomen die vooral zo imposant zijn omdat ze kaarsrecht tot de hemel reiken. Of in ieder geval toch een honderd meter of meer. Sommigen liepen lang geleden brandschade op aan hun imposante stammen. Het ruikt hier heerlijk zoet van alle bloeiende bloemen zoals de wilde akelei. En dan die frisse geur van de dennen hier. Soms ruik je hier langs de kust de eucalyptusbomen tot in Monster.

Ik zie een neveltje de berg af rollen vanaf zee. Hoewel ik zelf in het zonnetje zit, zie ik bovengekomen alleen maar diezelfde nevel. De zee en het dal laten zich niet zien. Het is een dun laagje, want in het ravijn schijnt gewoon de zon. Precies op tijd kom ik aan bij Monster, het is rustig bij de tentjes. Iedereen is het bos in. Iets drinken, bergschoenen uit en dan rijd ik weer het park uit, tussen die mooie bomen door. Het is inmiddels druk met dagjesmensen. Op de parkeerplaats dan ook vooral Californische nummerborden, een enkele uit Nevada of Oregon, een heel avontuurlijke uit Nieuw Mexico. Niemand uit Texas, laat staan verder weg.

Ik rijd de HW1 weer op en slinger me naar het noorden. Nog prachtige wilde stukken waar een dik tapijt van bloeiende vetplanten de rotsen bedekt. Allengs wordt het wat bewoonder, sjieke uitspanningen lopen vol bezoekers. Alle parkeerplaatsen bezet op deze zaterdag. In Carmel, trendy tot en met tegenwoordig, staat zelfs een file.

In Monterey aangekomen eerst maar eens naar het bezoekerscentrum. Ik sla te vroeg af, maak twee bochten om weer terug te komen waar ik vermoed te moeten zijn en zie dan een RV net geparkeerd staan in een zijstraat. Ik parkeer Monster erachter en vraag aan het echtpaar of ik hier veilig sta. Jawel, is het antwoord, je mag hier niet ’s nachts staan, maar dit is hier zo’n beetje het enige straatje waar geen parkeerverbod of betaald en beperkt parkeren is. Zij gaan hier op de fiets de stad in. Kijk, zo wil ik altijd wel verkeerd rijden. Ik vind het bezoekerscentrum bemand door twee vriendelijke heren die wat folders voor mij hebben en stort me in het gewoel. Na vele dagen natuur is dit weer even leuk.

Monterey is een oude plaats, de eerste echte vestiging van dit deel, volgens de geschiedenis. Verder bekend geworden door Steinbeck’s Cannery Row. Ook heeft Robert Louis Stevenson hier een paar maanden verbleven om zijn geliefde te bezoeken. Dat museum is helaas dicht, maar de mooie zonnige tuin heb ik voor mezelf. Ik bezoek het Cooper Molera Adobe, ooit gebouwd door een ex-zeekapitein met handelsinstinct die hier zijn fortuin maakte. De familie schonk het pand en de grond aan de staat, zoals zo vaak hier, en die heeft er een mooi complex van gemaakt. Het museum is schattig, geeft een goed indruk van het leven hier, zonder gedoe. Je wordt uitgenodigd te doen of je hier woont. Speel een spelletje schaak hier aan dit tafeltje, schrijf een brief of kaart aan dit bureau. Heel effectief.

Dan langs het strand naar Fishermans Wharf, met souvenir- en snoepwinkeltjes en vele restaurantjes in de oude gebouwen. Het is toerisme ten top, maar ik geniet: hier komt men vanuit de streek om zich te vermaken.  Het Rock and Rods feest op het plein, met prachtige oude auto’s en muziek uit de tijd van Elvis.

Dan een aanbod om bij zonsondergang walvis te gaan jagen. Zijn er wel walvissen deze tijd van het jaar? Men verzekert mij van wel. Ik beloof er over na te denken. Het kost natuurlijk ook weer een lieve duit. Het is wel laat afgelopen, een behoorlijke slaapplek is dan niet meer binnen bereik. De HW1 in het donker, dat lijkt me geen succes.

Lopend over het Steinbeckplein, met een beeldengroep aan hem gewijd, zijn werk en de mannen die Cannery Row lieten herleven, besluit ik: gewoon doen, arm word ik toch. Beneden aan het water, op het terras van een van de vele hotels maakt men zich op voor een huwelijk aan zee, met mannen in uniform en een ereboog voor het water. De vlootpredikant loopt zich warm met glimmend gepoetste schoenen.

Met de gratis Trolley die elke tien minuten rijd, ga ik terug naar de werf, eet nog even een fish and chips, om half zeven vertrekken we. Ik heb dan al otters gezien in de baai tussen de plezierjachten en kajaks. Zeeleeuwen zitten op de grote pieren. Pelikanen vliegen over. Maar zien we ook walvissen?

Ja, die zien we. Of liever gezegd, we zien waarschijnlijk een dezelfde humpback die we volgen tijdens zijn jacht op vis. We genieten van de vogels, we zien een kleine blauwe haai aan het oppervlak scheren, er zijn plekken sardines te zien. Maar de humpback die spuit en bovenkomt, dan weer duikt en zijn grote rug toont, iedereen blij! Als hij dan ook nog een keer uit het water omhoog stijgt en drie keer voor hij weer duikt zijn staart aan ons toont, kan ons geluk niet op.

De reuzen uit het bos en de reuzen van de zee, allemaal op een dag.

Inmiddels is het negen uur en donker eer we weer voor de kant liggen. Ik loop terug naar de auto, rijd in het donker naar Walmart in het volgende dorp. Overnight parking is niet toegestaan in Monterey Bay, dus ik loop het risico op een bekeuring maar van de supermarkt mag ik hier staan. Ik waag het erop , wan veel opties zijn er niet. Morgenochtend even naar de Starbucks om de hoek.

Wat we morgen verder gaan doen? Ik heb nog geen idee.

 

NBU 58, Hearst Castle.

IMG_7292

Bakje yoghurt deze ochtend en gaan, afhaken hoef ik niet nu. Volgens mij ben ik dan heel vroeg bij het kasteel. Dat klopt, ik draai om kwart voor negen de parkeerplaats op en kan nog net mee met de eerste rondleiding, ze vertrekken elke tien minuten. Ik kies, volgens gidsadvies, voor toer 1, met woonkamer, eetkamer, biljartkamer, theaterzaal en zwembaden. De krantenmagnaat Hearst liet dit optrekje bouwen door Julia Morgan, op de plek waar zijn familie altijd ging kamperen als ze de ranch van boven wilden bekijken. Hij wilde iets kleins, maar zijn Europese reizen inspireerden hem tot groot en groter. Nu staat er een betonnen gebouw, met overal oude elementen. Uit de late Middelweeuwen of iets later, meest Europees, grote gobelins van Rubens bijvoorbeeld, of een heel kerkkoorinterieur in de eetkamer. Gemengd met veel elementen uit het Midden-Oosten en zelfs uit de tijd van de farao’s. De David van Donatello is een kopie, maar er zijn 22.000 antieke en kunstvoorwerpen. Afgekomen is het nooit. Hearst werd ziek en was klaar met veranderen. Er mag niets meer gebouwd worden. De achterkant doet dan ook meer denken aan een flinke bunker, maar de voorkant is prachtig inderdaad, in al zijn overdaad. Het mooist vind ik het binnenbad, zeker op deze kille dag. Daar kun je best een baantje trekken tussen het blauw en goud mozaïekwerk. Dan nog een film over hoe het zo gekomen is, waarna ik Monster weer opzoek. Monterey wordt het doel. Ik ben nog niet helemaal zeker hoe ik dit weekend door wil brengen of waar, maar er moet nog iets aan Monster gebeuren, dat moet dan denk ik maar maandag.

Als ik San Simeon voorbij ben groeien de heuvels tot ze de wolken raken en ze met hun voeten in zee staan. De HW1 gaat richting Big Sur, het grote zuiden dat nauwelijks bewoonbaar leek, maar de settlers van na de goldrush kwamen toch. Bijna geen horizontaal stukje te vinden, geen natuurlijke havens,  geen weg. Nu wel, maar hij lijkt nog een beetje op vroeger Bij tijden zeer smal, altijd heel bochtig, met een prachtig uitzicht. Waar ik uiteraard maar oogjesmaat van kan genieten. Ik stop bij de Neusrobbenkolonie (heten ze zo?) en af en toe een vista point. Ook niet altijd eenvoudig. Regelmatig moet ik ook langs de weg parkeren om wat ik achter mij verzameld heb langs te laten.

Overal accommodatie in cabins, RV parks, Resorts. Alleen de bordjes zijn zichtbaar. Ravijnen met oude bruggen. Dit hele gebied is State Park, ook daar campgrounds, maar meestal vol of voor kleintjes, niet voor Monsters.

Dan wordt er toch een aangekondigd die mij past, vol maar niet voor self-contained, zoals ik. Monterey is nog een uur rijden, maar vrijdagmiddag laat aankomen in een vreemde stad is vragen om gedoe. Nu hier slapen lijkt een betere optie. Ik mag er nog niet echt in, ik moet wachten tot het vijf uur is, dan registreren ze pas weer. Bof ik even, dan snel naar de lodge om de laptop te laden. Scheelt een generator starten.

Bij het teruglopen ontdek ik dat dit park vol staat met de nu bedreigde Coastal Redwoods, enorm hoge bomen, de sequoia Sempervirens. Er is veel wandelgelegenheid en ik prijs me gelukkig met mijn impuls. Hier een weekend, dat is toch veel beter dan Monterey? Nu ik toch bezig ben om mijn hele reis aan te passen. Twee dagen onder de oude bomen, dat lijkt me wel wat. Maar het park moet daar niets van hebben. Ik mag er een nachtje in en moet dan om twaalf uur weer weg zijn, want alles is gereserveerd. Als uitzondering krijg ik een echte plek en niet een duurdere op een parkeerplaats waar ik al om negen uur weg moet zijn.

Nou ja, een echte plek, hij is eigenlijk  niet voor RV’s maar per ongeluk vrij gekomen; ik rijd ook nog verkeerd, het doodlopende stuk in. Met hulp van een jong stel, een voor bij een kraantje en een achter bij een steen, bevrijd ik mezelf uit die fuik en eindig dan op een tentplek waar ik maar net op pas.

Maar wel onder die heel oude rechte bomen.

 

NBU 57, Groen

 

IMG_7334Wat een gezellige avond, met nieuwe vrienden. Filet van de BBQ, twee soorten salade, zuurdesembrood en gepofte aardappel. Het gezelschap van een bewoner van Lompoc, nu met pensioen en acht dagen geleden een nieuwe heup gekregen. Nu zit hij daar in zijn campingstoel en hij deelt zijn Italiaanse familiegeschiedenis. Als het donker wordt gaat het vuur aan, met wat vochtig hout dat behoorlijk rookt. Het verhoogt het buitengevoel. Boven ons speelt iemand op zijn gitaar. De zon gaat schitterend onder. Bij het afscheid wisselen we emailgegevens uit; Mijn buren willen graag naar Nederland komen, dan zijn ze uiteraard welkom.

Op mijn gemak tuig ik deze ochtend alles af en op voor vertrek, dump het vuil en bunker water. Dan terug de slingerweg naar Lompoc. Een stadje dat ik nu een beetje ken. Eerst boodschappen inslaan bij de buurtsuper. Veel drinkwater, yoghurt, verse groente en er is heerlijk zomerfruit. Dan bij Starbucks alles opladen en binnenhalen, een stukje bananencake bij de thee. Geen haast, ik tuf naar Pismo Beach om te zien of er schelpen zijn. Door de heuvels langs de HW1 veel akkers met groente, fruit en op de heuvels druiven. Ik rijd door plaatsjes als Guadeloupe, waar de vele werkers wonen, Spaanstalig aan het restaurantaanbod te zien. De hoofdstraat zoals vroeger, lage winkels met terracottakleurige puien, waar ook King Falafel huist. Ook de grotere huizen kunnen hier wel een likje verf gebruiken. In de streek trekkers op de weg en mensen in de velden die wieden, besproeien en oogsten.

Pismo Beach kent vele takken, ik neem de eerste. Interessant, want dat is het strand voor de auto’s, 4×4 wordt aanbevolen, ik heb een 6×0 dus Monster blijft achter in Ocean Avenue, een straatje met houten huisjes voor de toeristen en de geur van verse patat. Ik mag voor niets het strand op, de auto’s rijden braaf langs de vloedlijn, hier er op, de volgende opgang er weer af, omgekeerd mag ook. Sommigen staan met de neus naar het strand, of juist met de laadklep, daarop mensen en honden. Een enkele visser in de branding, hier en daar wat dappere kinderen die zich van de kou niets aantrekken, het is weer een grijze dag, hier komt ook ’s middags de zon niet door. Geen pelikanen of surfers en maar matig schelpen. Als ik de eerste zanddollar vind, ben ik toch blij. Het ligt hier vol met krabben en hun leeggegeten schilden en een vreemd soort kreeftje denk ik. Als ik bij het strand afgaan aan de Ranger van dienst vraag wat het zijn, wil hij me wijs maken dat het lang geleden uitgestorven schildpadden zijn. Op mijn antwoord dat dit beest gisteren nog leefde, is zijn uitvlucht:  ‘There is something new here everyday’. De Rangers zijn in tegenstelling tot wat ik verwachtte duidelijk niet allemaal type “onze boswachter weet alles van de natuur”. Langs de kust plaatsen en plaatsjes met veel toeristen, vaak vol RV-parken, de huizen van hout in bestorven pastelkleuren en een winkelaanbod dat past bij toeristen die niet steeds aan het strand kunnen of willen zitten. Het kleinste plaatsje dat ik tegenkom is Harmony, populatie 18 mensen. Langs de weg aan de ene kant een boerderij, aan de andere kant drie huizen en een groter gebouw, mogelijk een benzinestation.

Ergens stop ik om te kijken wat er nu binnen bereik komt: dat is Hearst Castle, althans voor de volgende ochtend. Ik kies San Simeon State Park als slaapplek, boven de St Lucia heuvels. Ik neem het primitieve gedeelte, dat scheelt alweer de helft en ik heb alles bij me. Rustiger ook. Aangekomen en Monster weer keurig achteruit geparkeerd, neem ik eerst een heuveltje om te kijken wat er om me heen ligt en zie ik de prachtige baai tussen de heuvels liggen, stil en grijs met een streepje licht aan de horizon onder de wolken. Snel, op mijn leeg rakende laptopje dit blogje tikken.

Na het kasteel Big Sur, dan wordt het spectaculair zegt men.

NBU 56, Beachcombers

IMG_7061

 

Vanmorgen hingen de wolken zo laag dat het leek of het miezerde. Een goede dag om uit te slapen, al heel lang niet gedaan. Na het late ontbijt even wat post afleveren in het kampwinkeltje. De rest moet nog even wachten op nieuwe zegels.

Ik kijk eens rond wat er zoal staat. Vanwege de surfers hier wordt er veel overdag verbleven in handige busjes of hatchbacks, met ruimte voor planken en hengels. Ook veel tenten, soms in groepjes met op twee plekken naast elkaar de kleinere tentjes en een gezamenlijke tafel. Dat is het echte laag-bij-de-grond kamperen. De tegenhangers staan meer op mijn hoogte en nog een niveau hoger. Ik heb weliswaar een vrij grote, en de alleroudste motorhome, maar de grootste op geen stukken na. Hele bussen staan hier, en die hebben dan nog uitschuifdelen. Ik zag ze rijden met een aanhanger achter de bus, waarop de auto, waarop twee fietsen, en dan op de bus nog een kajak. Vaak ook een trailer, dan kun je weg zonder je hele huis mee te nemen. Vooral als je ergens langer staat en de omgeving wil verkennen handig. Dan is er nog de top of de range in trendy. Een Airstream bijvoorbeeld. Gewoon een glimmende caravan, maar een stijlicoon en zeer duur. Afgemaakt door klapraampjes en een Amerikaans vlaggetje op elke hoek. Vanmorgen vertrok een zeer trendy stel. Ze hadden het kleinste caravannetje, een half eitje. Dikke VW SUV ervoor. Twee heel fraaie, geknipte, grote honden mee. Zij grijs-geblondeerd, met hoed, vest en jeans kon ze zo in Country living. Hij iets minder vanwege het buikje en de fannypack. Buiten dat caravannetje hadden ze dan een kennel voor de honden staan, waar ze voor het gemak zelf ook zaten, op een groen kleed. Het tuintje was groter dan de caravan. De honden paradeerden hier een paar keer per dag voorbij.

Mensen willen echt niets missen. Om te beginnen willen ze een vuurtje, alle campings hebben vuurringen staan en hout te koop. En dan voor de zekerheid nog een BBQ, op gas. Omdat je niets wil missen zie je hele satellietontvangers staan. Heel zelden een zonnecel, waar ik voor zou willen gaan als dit beklijft. Dan buiten het zonnescherm van de camper (dat bij mij helaas overleden is, lang geleden) een partytent, liefst met lichtjes, en voldoende klapstoelen en tafels voor iedereen. De koelboxen voor het drankje, de opblaasbeesten voor het strand. Zo krijg je die motorhomes en trailers wel vol. En natuurlijk het drinkbakje voor de hond.

Ik maak even een praatje met twee surfers die zitten te wachten op beter tij, over de ins en outs van goede surf en de omstandigheden hier. In de winter doet deze plek qua golf niet onder voor Hawaï, zijn ze het eens. Wel veel kouder uiteraard, maar geen punt. We delen wat over surfen en windsurfen, ik vraag naar schelpen stranden. Shellbeach heeft geen schalpenstranden, weten ze, dat zijn gewoon resorts, niets voor hen en dus ook niet voor mij. Maar ja, er worden hier veel abalones gevonden. Ze tonen foto’s van kleinkinderen met handenvol. Ze vertellen waar het best te zoeken, de plek waar ik gisteren ook was en vanmiddag met afgaand tij weer zal zijn, en dan precies op welke plekken en waar op te letten. Nu moet het toch lukken! En als het niet lukt, hier heb je er al vast een, die ligt al maanden op mijn dashboard. We zijn het erover eens, het weer is vandaag niet geweldig, maar het leven kan een stuk slechter zijn dan hier rond te hangen aan de rand van de oceaan, al is het op de laadklep van je hatchback, wachtend op die krul.

Halverwege de middag weer naar het strand, op jacht naar de abalone! Reservetruitje en hoed mee, allebei nodig als de zon doet of hij door gaat komen. Ik vind stukken abalone, ik vind een kleine zee-egel, ik vind slakkenhuizen en ander spul, mar een hele abalone zit er niet in. Af en toe vliegen er weer troepen pelikanen over, altijd van zuid naar noord. Op de heenweg zie ik twee turkeyvultures eten aan het karkas van een jonge rob. Op de terugweg valt mijn oog op een steen met meer, volgens mij een fossiele irregulaire zee-egel. Geen abalone, maar dit hebben ze hier nog nooit gevonden. Als ik mijn vondst bij de buren laat zien, die nu ook hun kinderen hier hebben staan, wordt ik uitgenodigd voor het avondeten. Schoenen spoelen, opfrissen, vondsten sorteren en straks uit eten.

Wat wil een mens nog meer?

 

 

 

NBU 55, Hoe ik mijn verjaardag vierde

IMG_7035

Na een heel vroege avond ook vroeg wakker, dus om zeven uur was ik al aan het strand om te zien of die abalone al afgeleverd was. Dat was helaas niet het geval. Ik ben vroeg, maar niet de eerste, er hangt al iemand in het water, er loopt al iemand te joggen. Dan een ontbijtje, rugzakje gepakt met noodrantsoen en om de noord. Ik vind een handig harkje, dat helpt bij het beachcomben. Af en toe zijn er surfers, maar veel gewone wandelaars zijn er niet op dit uur. Ik vind een dode zeeleeuw, dan verderop een dode zeeleeuwpup. Verder prachtige gladde stenen in allerlei kleuren, die gaan mee. Er ligt hier veel kelp op het strand en als de golven krullen kun je de bossen in de kam zien. Niet te vergelijken met ons zeewier, dit zijn meterslange en dikke slierten, die hele bergen maken op het strand. Wat er ook ligt, in klodders, slierten en plakken: ruwe olie. Niet van een aanvaring of slordige productie, maar gewoon opgeborreld uit de zee. De indianen gebruikten het al als brandstof. Ik loop tot ik niet verder meer kan omdat de rotsen de zee raken. Opkomend tij.

Aan het eind van de ochtend weer bij Monster besluit ik eieren met spek te bakken als lunch. Dan is het, nog koel en bewolkt, de ideale gelegenheid wat verder te werken aan de schilderijen zonder dat de verf gelijk gebakken wordt. Maar om één uur breekt de zon door, moet er een ander truitje aan en gaan de schilderijen in de droger.

Weer naar het strand, nu ga ik om de zuid, maar veel verder dan gisteren. Af en toe even zitten en kijken, ook naar de surfers die in groepen de ideale plek in de branding proberen te vinden. Ik heb dit keer mijn hoed op en mijn zonnebril, de zon is warm en fel. Na uren lopen vind ik een plek waar in ieder geval resten van schelpen te vinden zijn, die ga ik uitkammen en hier ga ik kijken of afgaand tij nog wat brengt. Er is op dit stuk niemand meer. Ik jut wat resten en brokken bij elkaar, een enkel horentje in redelijke staat, maar die abalone is nog niet afgeleverd. Wel een dode stekelrog. Wellicht dat de zee zich een dagje vergist. Nu de zon schijnt is het water alle kleuren turkoois en azuur die je kunt bedenken. Alleen het dreunen van de branding en het rollen van de stenen zijn te horen. Troepen pelikanen vliegen over als ganzen, of scheren met een paar tegelijk laag over de golven.

Er is af en toe een gaatje wifi en er komen verjaarswensen binnen, er schijnt zelfs gezongen te zijn, maar meer dan de mail komt er niet binnen. Facebook wordt niet geladen, laat staan wordpress. Zoals een feliciteerder mailde: deze verjaardag zul je niet snel vergeten.

En ik hoef niet eens te bakken en te braden!

NBU 54, Jalama Beach

IMG_7027

Nog lastig een titel bedenken voor dit blogje. Hoewel ik niet veel gereden heb vandaag, kwam er van alles voorbij: brand, ongeluk, Pacific Highway 1, Lompoc. Maar ik kies voor het einde van deze dag. Ik sta, met Monster (die nu weer ergens een hydraulisch lek heeft, aan de slider), nog net niet op het strand, maar het scheelt niet veel. Passend dezer dagen. 64 Jaar geleden werd ik nog iets dichter bij zee geboren dan waar ik nu sta. Ik reken het goed. Terwijl ik eigenlijk natuurlijk weer op weg was naar een andere plek. Maar ja, die plekken bereik ik zelden deze reis.

Vanmorgen vroeg wakker. Om half acht met mijn mooie bergschoenen de berg op. Het is hier zoals gezegd koel in Californië, de zogenaamde June Gloom, veel zeemist en bewolking. Perfect voor een steile klim de heuvels achter de camping in. Een overdaad aan bloemen en bloeiende grassen. De struiken echter allemaal verbrand, in de fik van afgelopen jaar. Toen de rijken hier in de buurt met de tuinslang hun huisjes bewaakten, u kent de beelden. De camping zelf, met die oude bomen, bleef gespaard omdat de broer van de winkeleigenaar brandweerman is en ze de zaak slim konden redden. Het is een zeer vermoeiende maar prachtige tocht. Ik zie een konijntje, ik zie vogels en als de heuvels de weg afschermen hoor ik op deze windstille dag alleen het piepen en knorren van de vogels en de insecten. Alle kleuren en soorten bloemen, er groeien drie habitatten door elkaar hier. De prairiesoorten van droog en zuid, de bergstruiken van hoog en de zoutminners van de kust. Ik vreesde dat de struiken het helemaal gehad hadden, maar bovengekomen zie ik er toch flink wat alweer nieuwe scheuten hebben. Een kousenbandslang kruist mijn pad, ik zie behalve die vogels en een enkel konijntje geen wild verder. Ik maak niet de hele hike af, ik heb besloten toch deze dag door te gaan om Pismo Beach te bereiken, via de Pacific Highway 1, die zo beroemd is. Als ik tegen tienen na drie uur afzien weer bijna beneden ben, tref ik een werkploeg en maak een praatje. Ze houden de route begaanbaar. Volgens de voorman wel een paar weken werk. Hoe verder ze komen hoe langer het duurt voor ze op hun plek zijn. Ze moeten al die mijlen maken, ook als het straks warmer wordt. Ze zweten nu al als ottertjes.

Als ik weer beneden ben, loop ik nog even naar het strand, via de parkeerplaats. Daar zie ik een flink verkreukelde auto, met een boom door de voorruit. Stond die er gisteren nu ook al? Nee, die blijkt hier gisteravond geland vanaf de weg hierlangs. Met een flinke snelheid. Een van de passagiers is gisteren met de ambulance afgevoerd. Het pak van de bestuurder ligt in en achter de auto. Het merk is overal verwijderd, ook van het pookje (maar het was een Subaru BRZ). We praten wat met elkaar over hoe dit gebeurd is, drank oppert vrijwel iedereen. Maar links-achter zit hij ook flink in elkaar, wat niet past bij dit pad. Van de weg gedrukt?

Dan nog even een blik op de surfers, die weer wachten op de perfecte krul.

Ik maak gebruik van de afwasmogelijkheid hier, leeg de vuilwatertanks en zet als bestemming Pismo op de applemaps. Die mij geen enkele positie door wil geven. Ik denk buiten bereik van wat ook maar te zijn, maar in de buurt van Oxnard kan dat niet waar zijn. Even stoppen, simkaart eruit en er weer in en ik heb weer signaal. Af en toe rijd ik de 101, af en toe lukt de 1.

Ik rijd van de 101 af de bergen in naar Lompoc. Ik had er nooit van gehoord maar het ligt aan de goede weg. Als ik daar rijd zie ik een vriendelijk, ouderwets stadje dat zich afficheert als Art & Flower town. Als er dan ook nog een toeristenbureautje wordt aangekondigd stop ik. Een goede zet. De al bejaarde dame in het kantoortje geeft mij algemene informatie over Californië en de kust, maar wil vooral het verhaal van Lompoc aan mij kwijt. Een stadje dat betere tijden heeft gekend. Eerst de Chumasindianen, dan een Spaanse missie, zoals alle Santa plaatsjes hier langs de kust, en midden 19deeeuw kwamen de settlers uit het oosten. Men verbouwde hier van alles. Eerst veel mosterdzaad. Daarna bloemen voor de zaadwinning. Dat bedrijf is hier nu weg, het stadje raakte in een dalletje. Men doet aan stadsvernieuwing. De diothemeeenaarde is een andere bron van inkomsten, nu begrijp ik ook de witte, platte heuvels. Goed voor van alles, veel als filter of reiniger gebruikt, ook voor mens en dier. Men heeft een traditie van muurschilderingen opgezet, elk jaar komt er minstens een bij. Overal tref je ze aan en ik krijg een folder met nog goede raad waar vooral koffie te gaan drinken en waar oude stonepines te vinden, die hier per ongeluk aan het begin de oorlog terecht zijn gekomen. Nu zijn ze de mooisten van het land. Ik maak een rondje langs die muurschilderingen, ze zijn goed en divers, hier en daar worden ze weer hersteld.

Dan loop ik een winkeltje met van alles binnen. De aardige dame daar, ook al, komt met me in gesprek, we delen ervaringen over de schilderingen, ze zijn vorig jaar met een krijtfestival begonnen, 3D, u kent het van onze Nate op de brug voor School 7. Er is hier in de buurt een marinebasis. En dan die bloemen. Hoeveel kun je delen. De aardige dame vertelt mij van een camping op het strand, ze gaat even bellen, want er is meestal weinig plek. Er is nog plaats voor me, maar reserveren kunnen ze niet. Ik ga, na een kop thee en een berenklauw van de plaatselijke bakker, welgemoed op weg. Een stukje terug en dan door die diothemeeenheuvels een slingerweg naar de kust, die wel een half uurtje in beslag neemt. Ergens zie ik een bord met campground full. Mijn hartje zinkt. Toch maar door, wellicht weten ze waar ik wel terecht kan. Als ik na de haarspeldrit aankom ook daar een bordje Vol. O jé. Maar neen, er is nog plek voor mij, het aardige meisje bij de poort weet van mijn komst en ik kan kiezen. Dat bord staat altijd aan, omdat ze anders overspoeld worden. Ik begrijp direct waarom. Tussen de heuvels een baai met prachtige golven en wit strand. Ik besluit direct twee nachten te blijven en als ik Monster geparkeerd heb en me ga registreren, maak ik er drie nachten van. Meer dan twee dagen op dezelfde plek, dat is nog niet voorgekomen. De zon schijnt hier ook nog vaker dan verderop vertellen mijn zeer vriendelijke buren mij. Direct mag ik al even mee met de oude hond naar het strand, de buurman wil me wel een lift naar het winkeltje geven.

Ik doe wat inkopen, kook een echte warme maaltijd weer en trek mijn hoodie aan. De korte broek komt goed van pas. Volgens de ranger bij de poort is het vannacht extra hoog water (volle maan) en dan is er kans dat er abalones aanspoelen, hij vertelt me ook waar. En zeeglas, dat is hier ook te vinden als je boft. Ik loop langer en verder dan ik van plan ben over het prachtige strand, met aan de landkant de heuvels en de aan de andere kant de ondergaande zon en de surfers in de branding, waarboven een fijne watermist. Een groep knullen is bezig een bos te bouwen van de bomen die hier op he strand liggen. Plevieren lopen zenuwachtig heen en weer, een reiger vliegt over. De zon gaat ter ere van deze Hollander oranje onder en kleurt de hemel en de toppen van de golven roze; voor de camping staan overal groepjes mensen naar de avondhemel te kijken. Een laatste surfer komt met de laatste goede golf op het strand aan.

Ook zij kunnen er geen genoeg van krijgen.

 

NBU 53, Thalassa, thalassa!

IMG_6809

 

Met alle kaarten opgeladen en een volle tank (die nu bijna twee keer zo duur is als toen ik vertrok) rijd ik westelijk. Ik heb een route bedacht met nog wat stippeltjes die Los Angels links laat liggen. Na Las Vegas heb ik even geen behoefte aan glitter en drukte. Volgende keer maar weer. Ik rijd langs velden met Yoshua trees en andere Yucca’s. Ze zijn zwaar van de knoppen. Als ze uitkomen, vermoedelijk na een regenbui, zal het hier overschuimen van het crème van de bloemen.  Naarmate de kust nadert en de bebouwing toeneemt komen er ook weer meer bomen. De bergen worden fluweel van al het frisse donkergroen. Bloeiende struiken en bomen kleuren de route. Omdat ik moet dalen naar zeeniveau rijd ik hele stukken zonder voetjes met af en toe een remmetje. Dan breek ik door de bergen, die hier gelaagd zijn en schuin staan, wat een schitterend wild effect heeft. Ik beland in een file op weg naar Los Angeles, of Venice Beach. Ik koos de route omdat hij scheerde langs een natuurgebied, dat was inderdaad handig. Daar waar de bordjes wijzen op dat gebied sla ik af, weg van de snelweg, en beland in een prachtig rotsachtig gebied met bergweggetjes, miljoenenpanden verborgen hier en daar, paarse bloemen die zich van de rotsen storten, en restaurants die zeer populair zijn aan de geparkeerde Masserati’s, Porches, BMW’s en Mercedessen te zien. En dan, precies om vier uur, tussen twee bergwanden in zie ik de zee! Wat versluierd, de zon verdwijnt schielijk, maar toch: daar ligt de Pacific. Ik slinger een klein draakje af en beland op de kustweg, nog niet de Pacific Highway, maar de weg die alle lokalen hier naar het strand brengt. Die zijn niet overvol maar wel bezocht, ook als is het nu een Hollandse 20 graden. Net nu de airco het doet, koelt het af. Ik zie er de humor wel van in. Ik kan niet geloven dat ik hier rijd eigenlijk. Ik weersta de verleiding om te stoppen bij het eerste strand van Malibu. Het is immers niet zeker dat er plek is in mijn beoogde herberg. Dat is er gelukkig wel, in ieder geval voor deze nacht. Morgenochtend kan ik zien of ik langer kan en wil blijven. De plek ligt aan de voet van de heuvels, met drie mooie hikes, dat trekt me wel, met al die mooie planten hier, het koelere weer en de belofte van zeezicht. Ik parkeer Monster in met een bocht van 90 graden achteruit tussen rotsblokken, best lastig, doe hem op slot en loop naar het strand.

De surfers liggen voor de rotsen te wachten op een beetje behoorlijke golf, gezinnen lopen langs de vloedlijn en doen wat alle mensen aan het strand overal ter wereld doen. Pootjebaden, dingen verzamelen, de kinderen behoeden voor verdrinken, en alle jongetjes willen met een schepje de zee tegenhouden. Men zit goed gekleed, of ligt onder zijn badlaken. Daar loop ik met mijn blote armpjes tussen. In de luwte van een gele rots ga ik zitten genieten zolang als de frisheid het toelaat.

Het was even doorrijden, maar hier ben ik dan, aan de oostkant van de Stille Oceaan, die ik eerder zag, waar ik overheen heb ik gevaren, in heb ik gedoken, maar erlangs gereden aan deze kant ervan heb ik nog niet. Wel de westkant, in Korea vorig jaar.

De korte nachten eisen hun tol. Tot veel nuttigs zal ik vandaag niet meer komen Maar onder de oude boom hier is het goed toeven.

Ik ga theezetten.

 

NBU 52, Uitdagingen

IMG_6773Dat u vooral niet denkt dat ik op vakantie ben.  Zoals gezegd, mijn cards wilden geld. Redelijk. Ik had precies nog 41 euro tegoed van ze, maar daar kom ik niet mee tot de oceaan. Voor je het weet sta je hier met een kartonnen bordje bij het stoplicht. Naar Starbucks. Wifi. Bellen, oeps, ja dat moet met een Nederlands nummer. Simkaart wisselen. Iets duns! Starbucks uit en naar de $0.99 store. Waar alles 99 cent kost, ex belasting. Dus een naaisetje gekocht voor $1.08. Altijd handig, ook voor je simkaart. Sim verwisseld en contact met het noodnummer van kaart èèn, met een heel capabele en vriendelijke dame, die mij door mijn eerste kaart hielp, Want die wilde me ook niet meer kennen. Zal de leeftijd wel wezen. Dat ging goed, met een beetje verwisselen van de simkaart ondertussen. Gelukt. Nu kaart twee, maar die herkende mijn gegevens niet. Weer gebeld, zelfde aardige dame. Tata! De kaart heeft mij opgewaardeerd vanwege mijn hoge uitgavepatroon, ik spaar nu nog harder. Dat is fijn natuurlijk, maar nu kloppen mijn gegevens niet meer, en ik kan me geen mail herinneren die erover repte. De aardige dame zal er voor zorgen dat deze kaart geldig is tot de dag na terugkomst. Nu nog de nieuwe kaartgegevens achterhalen. Gebeld met mijn onovertroffen buurman, die gelukkig thuis was. Hij had al een kaart gevonden, maar dat was hem niet. Rondje door mijn huis en jawel: de juiste kaart, met alle nodige gegevens.

Onder het gillen van de kinderen in de ballenbak hier door is het me nu gelukt alle kaarten weer tevreden te krijgen. Ik kan dus tanken en naar de Pacific. Zoals ik eerder schreef: geen paniek, geen paniek, geeeen paniek!

Laten we er van uitgaan dat er vandaag niets meer fout gaat. Ik houd u op de hoogte!

NBU 51, Dood schip

IMG_6786Vrolijk wakker vanochtend, het is heerlijk rustig op deze campground. Bj het slapen gaan hoorde ik de beloofde troep coyotes huilen. Even wassen. Geen water, geen pomp, geen licht, geen generator. Geen paniek, geen paniek, geeeeen paniek! Vooral de generator verontrust mij. De motor van de auto doet het gelukkig wel. Wat nu? De beheerder roepen? Het is vroeg, hij woont hier al sinds 1991 full time, ik heb niet de indruk dat zijn RV veel beweegt. Ik bel de AAA. Moet ik weggesleept? Nee, want de auto doet het. Dan kunnen ze niets voor mij doen, behalve een adres voor een garage in de buurt geven.

Eerst maar eens weer wat proberen. De zekeringenkast, alle knopjes en lipjes. Dan interessant onder de motorkap kijken. Dan nog eens rustig de generator starten. Die werkt, dus heb ik weer even alles bij. Ik ga er van uit dat ik te veel wildgekampeerd heb voor de paar honderd kilometer die ik gisteren reed en dat mijn accu’s leeg zijn. Problem solved voorlopig. Dus welgemoed op weg. Ik rijd weer zuid langs Las Vegas de woestijn tussen de bergen in. Langs de Mojave is het plan. Dan doemt ineens nog weer een casino op, en dan nog een, compleet met neprots, achtbaan en disneybuitenkant. Een fashion outlet ernaast. Daarheen dus voor ontbijt en wifi.

Nu we hier toch zijn twee Levi spijkerbroeken voor de prijs van een pijp in Nederland. Ja, zo verden ik deze reis wel terug. Terwijl ik zit te bloggen onverwacht FaceTime contact met mijn lieve, mijn oudste vriendin. We vierden onze 45 jarige vriendschap in Korea. Nu heeft ze het zwaar. We zijn allebei blij en ontroerd elkaar zo te zien. Dan verder, langs een grote zonneweide en over de grens met Californië. De Mojavewoestijn is leeg en licht. Je verwondert je er over dat hier vroeg mensen in leven bleven. De bergen laten lichte zandrivieren en gletsjers in het vlakke dal stromen. Ergens begint dan ook een boomgaard.

Ik laat me verleiden tot Peggy Sue’s diner, als in de 50er jaren. Hier vieren Amerikaanse gezinnen en stellen hun weemoed naar betere en goedkopere tijden. Het winkeltje verkoopt nostalgia, knipsels getuigen van de wereldberoemde status. De serveersters in mintgroen en roze, met kapjes. Tegenover mij zit een gezin met een erg lelijke moeder. Dan komt er een nog lelijker jonge vrouw een tafeltje daarnaast zitten, met haar knappe vriend. Ik kan niet anders dan haar vriendelijk toelachten,  ze lacht blij terug.

Na een kop thee en Blue Berry Oma Duck Pie met ijs weer verder. Ik wil niet zo ver vandaag, geen uren maken en geen kilometers. Eerst even voltanken. Dat vindt mijn creditcard geen goed idee. Na al die reparaties is het op wat hem betreft. Nou, de helft wil hij me nog wel geven.

Daarmee kom ik wel op de plek die ik beoogde, maar die is vol. Mensen reserveren om hier in de zomer in de woestijn te gaan staan. Om vervolgens het water op te zoeken, want het is te heet voor iets anders, behalve heel vroeg in de ochtend. In Apple Valley, een rijke streek met grote huizen,  mensen met een Trumpvlag in de tuin, vind ik echter de Lone Wolf Health Ranch, daar mag ik, tegen alleen betaling voor de overnachting in cash, een nachtje rustig staan. Rondje over de plek leert dat mensen hier lang staan, met voortuintjes, tomatenplanten, vogelhuisjes, garages en hondenkennels. Veel militairen ook hier. De maan is bijna vol, de sterren stralen, de avond koelt zo af dat ik ’s morgens wakker word van de kou. Eerste taak morgenochtend is de credit cards opladen. Eitje.

Morgen bij de oceaan?