NBU 24, Al doende leert men 20 Mei

IMG_3855

Ik heb soms heel goede ideeën, maar soms ook wel eens mindere. Zo dacht ik het dry-camping uit te proberen. Het spaart kosten, en die rijzen de pan uit hier. Een tip die je overal leest: op de parkeerplaats bij Walmart. Handig. Goedkoop. En lawaaiig. Als je generator werkt is dat geen robleem, dan maak je je eigen herrie. Dus wij lagen met alle raampjes op ventilatiestand, onder het licht van de hoge masten, in de herrie van iedereen die hier over het parkeerterrein zijn radio uitprobeert. Pas na middernacht werd het wat rustiger en sukkelde ik in slaap. Om drie uur was ik weer wakker. Inslapen lukte niet, dus hup: lenzen in, jurk aan, gas uit (dan piept de koelkast) en rijden. In het donker, door een nog rustige stad, een slapend reisgenootje in het bed boven mij. Een half uur later stond ik geparkeerd voor de garage, en ik was niet de eerste. Om acht uur ging het hek open en liep het vol. Nu zitten we in een wachtruimte, met lekkere koffie, een beetje thee en traaaaaaaaag internet. Te wachten op de dingen die komen gaan. We zetten de TV op Friends, dat valt op: meestal is het sport of CNN volgnes een monteur die binnenwandelt. Mijn eigen garage was een uurtje later ook te bereiken. Het ging nog niet zoals ik het graag zou willen, maar de boodschap is afgegeven.

Ik vrees  dat de Smoky Mountains lijden onder de eerste vier letters van hun naam. Die vormen het woord Omsk. En u weet, Omsk is een mooie stad, maar net iets te ver weg…

Na een uurtje een telefoontje: auto klaar. Draadje verkeerd, ergens een verbinding los, en ergens een stekker niet in. Creditcard nog maar eens aan het werk gezet en halverwege de ochtend gaan we richting Knoxville. Tot we het bord Smoky Mountains tegenkomen. Dan van de snelweg naar de scenic route. De Smokies komen naderbij, het landschap wordt prachtig, lieflijk, de bergen worden hoger en steeds dichterbij, tot we er tussen rijden. Voor we het weten rijden we het park in. Het is gratis, niemand houdt ons tegen. In Townsend dacht een vriendelijke meneer dat het wel mee zou vallen met de smalle weggetjes. Ik rijd omhoog, de goed onderhouden weg op met doorgetrokken gele middenstreep. De mensen komen het park uit, na het weekend. Met in gedachten onze vader, die ons vele vakanties mee de bergen in nam, maak ik bocht na bocht. Het uitzicht is prachtig, de zon schijnt.

Plotseling veel auto’s, mensen langs de weg, wijzend. Ik stop ook: beren! Twee stuks, langs de weg tussen de bomen, onmiskenbaar aan hun scherpe schouders en zwarte glanzende vacht. Ze scharrelen rustig rond, er wordt om mij heen druk gefotografeerd en gefilmd, mensen met grote lenzen. Ik maak ook wat foto’s, de camera van reisgenootje is leeg, tot de beren zich weer terugtrekken het bos in. Nog geen tien minuten in het park en al twee beren gezien, terwijl we eigenlijk rekenden op nul beren. De dag, die zo vroeg en rommelig begon, kan niet meer stuk. Halverwege de middag komen we bij het park. Cades Cove Campground. Geen hook-ups, alles op de generator. En die doet het nu. De lucht is fris, de temperatuur Hollands zomerweer. De mensen die hier staan, staan hier vaker. Hele voortuintjes vol gezelligheid, bij een of twee weken verblijf. Onze buren, uit New Orleans, zagen gisteren langs de ‘loop’ vanuit de auto acht zwarte beren. Wij staan aan de uiterste rand van het bos, Monster laat zich redelijk achteruit parkeren, met mijn reisgenoot als richtingaanwijzer. Hoe ik dat straks zonder doe…

We zetten voor het eerst de stoeltjes uit, we komen bij, we ademen in en uit. We genieten van de vlinders, de vogels en het eekhoorntje. Ik trek mijn nieuwe wandelschoenen aan en we lopen wat langs de rivier. Geïnspireerd door het bos, maak ik een eerste bos-schapje. Als ik weer wil gaan zitten zie ik een bijzondere rups op mijn stoel. Minutenlang zijn we bezig het vliegensvlugge beestje vast te leggen. Later als hij groot is, wordt hij zo’n mooie zwart-blauwe, geel-zwarte, rood-bruine of zwart-witte vlinder die we hier zagen. Het zal niet laat worden voor ons vanavond. We gaan met de vogels op stok, vermoed ik. Morgen een hele dag genieten in en van de Smoky Mountains.

Toch gehaald!

NBU 23, Stukje bij beetje

 

IMG_3718We leven een beetje mee met de natuur. Na het eten zitten we nog wat buiten, internet is er hier niet, TV staat in een kastje, om ons heen wordt het donker en het was een lange dag. Dus liggen we ruim voor tienen in ons mandje. Wat tot gevolg heeft dat ik ruim voor vieren wakker ben. Het bos is doodstil, af en toe valt er iets lichts op het dak. Ik hoor de trein in de verte. Rond vijf uur wordt de eerste vogel wakker.

Na een ontbijtje zijn we om acht uur op weg. Nu zouden we de Smoky Mountains moeten halen. We rijden vanuit Alabama naar Georgia, de Peach State, House of Cards, u weet wel. Geen perzik te zien in dat half uurtje dat we doorsteken naar Tennessee. De dame van het bezoekerscentrum aan de rand van Chattanooga geeft ons allerlei info over RV sites tegen het natuurpark aan. Ze is wat ongerust over de maat van onze RV, het is er steil en smal en hoog. Eerst even Lookout Point Mountain bezoeken. Dit uiterste puntje van de Appalachians speelde een beslissende rol in de burgeroorlog. Hier werden de zuidelijke legers na een periode van beleg verslagen . Sherman kon zijn vernietigende tocht op Atlanta beginnen en binnen het jaar was het gedaan met het zuiden.

Dat moeten we natuurlijk even zien. Ook is hier geleden door de Cherokee, die hier hun trail of tears begonnen, maar daarvan vinden we niets. Met een kabeltreintje gaan we steil omhoog, prachtig uitzicht over de parkeerplaats waar Monster braaf moet wachten.

Op het plateau grote rijke huizen, met uitzicht over het hele gebied. Er is een punt waar je zeven staten kunt zien met helder zicht, wij kunnen slechts naar de ene of naar de andere kant kijken, maar het zicht op de Tennessee rivier is imposant. Na de uitleg in het bezoekerscentrum hebben we een beeld bij hoe de veldslagen zich hier afspeelden. Kort en ellendig, en het regende ook nog.

De illusie vandaag nog Gettlingburg of zelfs maar Knoxville te halen geven we op, we gaan op zoek naar een Walmart om te overnachten. Voor we daar aankomen rijden we langs een kattencafé. En je verzint het niet, maar de instelling is 2 maanden geleden geopend door een jonge vrouw die haar vriend voor een jaartje volgde naar Amsterdam, waar hij voor Greenpeace werkte. Daar werd zij vrijwilliger bij de Poezenboot. Na uiteindelijk vijf jaar Amsterdam zijn ze nu terug en heeft ze de poezenboot tot verdienmodel gemaakt. Voor zichzelf en haar man, en voor de poezen. In die twee maanden zijn er 72 poezen herplaatst, de laatste terwijl we daar ons kopje thee zaten te drinken in een mooie, rustige, schone omgeving, met allerlei vriendelijk poezenvolk om ons heen. De kattenopvang had het succes onderschat, en moet al tot in Georgia (om de hoek weliswaar) katten gaan halen om Naughty Cat te voorzien van verse adoptiepoezen. Met een vrolijk Doei in de oren nemen we afscheid, we gaan die Walmart opzoeken. De generator werkt immers mee, niets kan meer fout gaan.

Behalve natuurlijk als die verbinding toch niet tot stand komt. Dan maar alle raampjes tegen elkaar openzetten.

We doen nog even wat boodschapjes en worden geholpen door Dale. Hij is niet de snelste en de pensioengerechtigde leeftijd ligt al lang achter hem. Maar kennelijk heeft hij ons toch verstaan toen ik over de lof van de bietjes begon, want volgens hem is dat lekkerder dan de spinazie die ik kocht en nog gezond voor de ogen ook.

Morgen is het maandag. Om acht uur heb ik denk ik een goed gesprek met de man van de garage.

NBU 22, Up and away

IMG_3627

Na een heerlijke nacht werd ik om vijf uur gewekt door de Amerikaanse merel. Het park was nog heerlijk rustig. Na de merel werd rest van het vogelvolk ook wakker. Ontbijten met de specht in een paal en een eekhoorntje op je autoband. Om half negen water en elektra er uit, gaskraan dicht, trapje naar binnen en omhoog. Naarmate we noordelijker komen stijgen we, verdwijnen de dode armadillos, maar kijkt een dode wasbeer mij vanachter zijn masker verwijtend aan. De I59 zou ons, naar verwachting, om een uur of zes in Chatanooga brengen. Pardon me Sir, maar we moeten natuurlijk ook af en toe stoppen. Ten eerste is Monster een dorstig beestje, hij lust wel voor $ 100 dollar benzine per dag. Ten tweede willen wij zelf wel eens wat zien, en er moest nog water en brood ingekocht worden. Zo stopten we vlak voor de grens met Alabama voor de kennisgeving dat Simmons Country Store sinds 1800 alles verkocht wat je nodig had. Ik zag al zo’n ouderwetse kruidenier voor me. Het plaatsje Kevenee bestond uit die oude bakstenen winkel, een spoorwegovergang, een kerkje en een vlooienmarkt. Eerst maar eens de markt over. Oud ijzer en glas, speerpunten en fossielen, speelgoed van toen en nu. En de vrachttrein kwam langs, met toeter!. We kochten boiled peanuts en liepen hoopvol de winkel in. Die was er niet meer. Daar waren nu nog meer tweedehands winkeltjes en een eetgelegenheid met porkrind en hamburger.

En ten derde was er rond Birmingham een probleem, zodat we meer naar het zuiden geleid werden. Ook goed. Nu staan we dus in Oak Mountain State Park, in het bos. De turkeybacon sist in de pan en de AC werkt op walstroom. Omdat ik de generator en de AC niet met elkaar kon laten praten, vermoedde ik ergens een knop die niet om stond. Maar waar? Ik heb alle knoppen en knopjes geprobeerd, een lange blik naar de generator geworpen, maar vond niets. Dus vanavond, met mijn mokje thee, eens een rondje gemaakt. Wie heeft er een RV? Hier staan veel caravans. Gelijk de grootste geprobeerd. Ze waren niet thuis, ze zaten met elkaar een paar wagens verderop te eten. En laat een van hen, Ryan, nu een elektrozaak gehad hebben! Hij wierp een blik, hij voelde eens hier en daar en vond diep verstopt een circuitswitch. Die had aan moeten staan, maar stond af. Hoera! Dus nu kunnen we ook koelen als we ergens in het wild staan. Het wordt hier steeds beter.

Morgen zullen we, onvoorziene omstandigheden daargelaten, de Smokey Mountains bereiken.

NBU 21, The though get going

20190517_121832’s Nachts besloten: dan maar warm. We gaan op weg, het heeft nu lang genoeg geduurd. Onze gastheer was al heel vroeg weer aan het werk, ‘s avonds was de afspraak: je merkt wel wat het wordt. Vroeg gebeld met de garage: hij moet het doen, wat jullie willen kan ook niet. Met ons drieën hadden we geen dag ervaring in kamperen in een RV, dus dat kon kloppen. Met de verzekering dat het moest kunnen en de dreiging dat eventueel de hele boel vervangen moet worden als het niet zo was, pakten we onze koffers weer, ruimden onze boel op, startten de wel schone maar redelijk wanordelijke RV en vertrokken door de rustige straten van een stad aan het werk.

De eerste drie uur heerlijk koel, daarna werd het wat warmer. Monster is niet per ongeluk aan zijn naam gekomen. Hij is groot, breed, hoog, hij slingert als een kameel. Best opletten met rijden dus, je neemt je voor het langzaam aan te doen. Dus voor je het weet rijd je lekker mee met de grote jongens, bekijk je de wereld van een hogere zitplaats, zodat ook voor mij de rit interessant bleef, al was het de derde keer dat ik dit stuk reed. Redelijk gestoofd kwamen we aan waar we vonden dat het genoeg was, na een lange file op het eind. Eerst een Night Camp bekeken. Dat zag er wat onguur uit, ik verstond ook niet de snauw van de tandeloze beheerster. Omgekeerd en verder. En nu sta ik, voor het eerst van mijn leven, met Monster en mijn reisgenootje, op een super-de-luxe KOA RV kamp. Het zwembad is zojuist gesloten. Om ons heen nieuwe, glanzende, grote en grotere RV’s met alles er op, er aan en er achter. De buren zitten op het schommelbankje. We werden vrolijk toegezwaaid toen we eindelijk verschenen na orde in de chaos te hebben geschapen. De zon zakt achter de horizon, de hemel kleurt van oranje naar nachtblauw. Verderop hoor je de snelweg. Dichtbij de AC’s van ons allen, en daarbovenuit een fluitende vogel.

Zie je wel, je moet gewoon niet bang zijn.

 

 

 

NBU 20, When the going gets tough

20190516_155933We hadden een dagje luieren gepland, met een picknick in het park. Maar al vroeg belde de garage: Monster zou om 13.00 uur klaar zijn om opgehaald te worden. Goed nieuws! Gauw wat zaken inslaan voor onderweg, de hele middag schoonmaken, ’s avonds een gezellige maaltijd met onze gastheer en de volgende ochtend fluitend op weg. Tja. Terwijl ik klaar ben om in te stappen en de spannende rit naar ons adres in de binnenstad aan te gaan word ik gebeld: de verzekering had er nog eens over nagedacht, geen Texaans rijbewijs: niet te verzekeren. Ze zouden me er binnenkort uitgooien! Ik zal hier niet herhalen wat ik de man geprobeerd heb duidelijk te maken. De jongens van de garage waren ook de beroerdste niet, bellen, andere verzekeraar, kon die iets betekenen? Na veel geheen en weer was de enige oplossing: een Texaans rijbewijs halen. Dat lijkt simpeler dan het is, want ik heb geen Social Security Nummer, en dat is nodig. U kent het vast van de film, een volle wachtruimte waar allerlei slag mensen zit te wachten om hun rijbewijs aan te vragen, te krijgen, te verlengen. Nou, daar zat ik dan tussen met mijn klembordje. De middag schoot al aardig op. De vermoeide mevrouw die mij uiteindelijk hielp hoorde en zag het hoofdschuddend aan, dat kon toch allemaal maar niet zo. Een hele lijst kreeg ik mee van zaken die ik moest regelen voor ik weer een aanvraag kon doen. En online kon ik de toets doen, en als ik er geld voorover had en iemand kon vinden die bevoegd was, kon ik afrijden bij een rijschool, anders twee maanden wachten.

Met dat nieuws, en het Monster, dat ik inmiddels al op heel wat plekken had moeten parkeren en voorzien was van kookgas en brandstof kwamen we thuis. De gastheer was benieuwd. Zijn conclusie:  Snel aan de slag, schoonmaken, inpakken, morgen gaan. Volgende week het rijbewijs halen. Het is warm en vochtig in Houston, we werkten hard, we wilden de AC aan. Dat lukte niet. Er kwam een handyman naar kijken, het lukte hem ook niet. Wel die van de auto, die een freonlek heeft, en het dus een paar uur koel kon houden na hervulling. Maar niet die van de RV zelf. Onze gastheer vond dat we zo niet op reis konden. Te warm, te vermoeiend, we moesten maar bij hem blijven, Monster weer in onderhoud, dit keer bij een vriend van handyman, en dan maar dagtripjes met zijn auto; of weer een huurauto en van hotel naar hotel als de eerste week. De moed zonk ons even in de schoenen. Mailtje naar de garage om raad.

Gevloerd naar bed en niet slapen.

NBU19, Soms zit het tegen. Of niet?

20190515_163156

Als ik drink zou ik zeggen: doe mij een straffe borrel. Maar ik drink niet. Het wordt eten bij de Mexicaan. De ochtend begon met mijn eerste Uberrit ooit! Met Michael. Een half uurtje later stonden we in de garage waar het Monster op mij wachtte. Hij werd voorgereden, ik kreeg uitleg van wat er gedaan was, waar sommige knopjes zaten. Kreeg adressen voor benzine en LPG en oefende wat met spiegels, voor- en achteruitrijden. En toen de weg op. Dat ging redelijk wel, een buitenwijk, niet al te veel verkeer en brede (hoewel hobbelige) wegen. We kregen de state inspection binnen het kartier voor elkaar. Ik voelde me al King of the Road. Tot ik iets rook wat op remmen leek en er ook af en toe een rood lampje knipperde. Telefoontje naar de garage: terug komen. Draaien ergens waar een Monster nooit draait. Rozenstruik uitgegraven. Een nieuwe calipher, duur onderdeel, niet op voorraad. Er zijn leukere momenten te bedenken op zo’n reis.

Dus Monster bleef achter, we maakten onze tweede Uberrit. Terug naar huis, lunchen en even bijkomen van de schrik. Tot overmaat van ramp belde de verzekeringsbemiddelaar dat ze er van af wilden zien, vanwege het feit dat ik geen Texaans rijbewijs heb. Wat bekend was. Uitgelegd dat dat echt niet kon, dat ik al betaald had, en hier nu was en dat ik ze zou sue-en. We horen nog van hem. Dat was wel weer genoeg tegenslag voor een dag. Daarna naar de afdeling belasting en registratie, ik verwachtte dit op twee plekken te moeten doen, maar het ging onverwacht goed. Na dat gedoe met de verzekering was ik op het ergste voorbereid. Na geld betaald te hebben kreeg ik niet alleen een sticker, met de belofte dat de nieuwe Title opgestuurd zou worden, ik kreeg ook de nummerplaten mee. Dus ondanks alles liep ik met een grijns van oor tot oor 1001 Preston Street uit. Nu, na die Mexicaan, waarvan we de halve portie voor morgen meekregen in een keurige schaal, zitten we met onze gastheer te genieten van een inmiddels ritueel ijsje en een gedeelde muziekpassie. Neil Diamond op de speaker.

Life is Good, ook als het eens tegenzit.

NBU18, Bonnie & Clyde

IMG_3576

Gibsland is beroemd om één ding: de dood in een hinderlaag van Bonnie & Clyde op 24 mei 1934. Nu wist ik wel van Bonnie & Clyde, maar Gibsland, het Ambushmuseum, de marker langs de snelweg: daar heb je reisgenootjes voor. Op zich zou ik niet hebben omgereden voor een dergelijk museum, maar de rit er heen in het donker, en de rit er naar toe en vanaf in het licht, het verblijf in het motel met de 23 treinpassages per dag (vandaar dat fluiten in de nacht) maakte het de moeite waard. Het feit dat we vandaag een levende bever, dode opossums, gordeldieren en veel adelaars en een Mexicaanse huisvink zagen verhoogde de feestvreugde. Het dorpje heeft nog veel van de gebouwen die op de oude foto’s staan. In de winkel waar Clyde zijn laatste broodje bestelde is nu dus dat museum. Of nou ja, museum: iemand heeft twee verzamelingen ondergebracht in de ruimtes, met veel ijver en inzet, en vrij weinig kennis van het inrichten en opzetten van een expositie.

Veel herhaling, veel door elkaar, maar vooral als je binnenkomt: een allesoverheersende verstikkende kattenlucht. Een kattenmannetje als eigenaar/beheerder. Samen met een gezin uit Georgia bekijken we de inleidende documentaire. We bekijken alle namaak auto’s, foto’s, krantenberichten, bouwpakketten en haast originele kledingstukken. Dan mogen we weer de frisse lucht in, rijden naar de marker, op de plek die we nu herkennen van die film, en rijden dan weer verder, Louisiana door langs country roads tot we de snelweg 59 naar het zuidwesten, naar Houston weer bereiken. In een stralende zon langs de brede glooiende wegen, met af en toe een stop voor een postkantoor, benzine, een ijsje, rijden we keurig op tijd, voor de file, Houston weer in. Vanuit een voor mij nieuwe richting, maar dan herken ik plotseling de buurt en weet ik: nu is het niet ver meer. Ook al krijg ik niet de kans in te voegen, als ik af moet slaan: geen probleem, ik weet hoe ik er moet komen. We halen de auto leeg, openen de garage, zetten de spullen voor de deur en dan rijdt onze gastheer de straat in. Het voelt een beetje als thuiskomen.

We brengen de auto terug naar de verhuurder, gaan wat eten bij de Chinees (heerlijk, groente!), ik rijd langs de adressen die morgen van belang zijn en maak kennis met een handyman ter ondersteuning morgen.

Want morgen is het De Dag: we gaan Monster ophalen! Als ik nu maar slapen kan vannacht.

NBU 17, In alle staten

DSC02178

Memphis is bekend om een paar zaken. Eén de muziek, die we gisteren vierden. Maar het is ook een belangrijke stad in de strijd voor gelijke rechten. Dit is ook de plek waar Martin Luther King Jr. op 4 april 1968 door het hoofd werd geschoten terwijl hij op het balkon van zijn motel stond. Het Lorrainemotel was de enige plek waar niet-blanken welkom waren. Nu is er een mensenrechtenmuseum, met een uitvoerige en boeiende presentatie van de rassenkwestie en de strijd voor gelijkheid. Van 1619 toen het eerste slavenschip aankwam in Virginia tot nu. Waar gisteren mijn reisgenootje in tranen was, hield ik het nu niet droog. De plek is geladen. Schoolklassen kinderen worden rondgeleid. Hoe is dit voor hen? De bus te zien waar Rosa Parks weigerde achterin te gaan zitten. Of die andere bus, opgeblazen en in vlammen opgegaan, waarin de Freedomriders zich verplaatsten? Ik had hier nog makkelijk twee uur langer kunnen blijven om alles te lezen en luisteren. Veel is uiteraard bekend, maar de beroemde rede in Washington hier nog eens te luisteren, de I have a dream speech, dat is kippenvel. Mijn reisgenootje verkent ondertussen de omgeving en zit mensen te kijken, altijd leuk. Dan rijden we aan het eind van de ochtend de stad uit, de rivier over en Tennessee uit, Arkansas in. De aardige Kaartenman voorspelt weer lange stukken dezelfde snelweg. Niet veel verkeer, toch komen we een auto tegen die kort daarvoor over de kop ging. Ergens gaan we een rustplek op, tussen de bomen, voorzien van mooie plekken om te picknicken en bbq-en. Kraakheldere toiletten, daarvoor twee Amish families. Moeder in haar heldere grasgroene jurk met kapje is binnen. De mannen, meisjes en jongens zitten buiten te wachten. Hun busje blijkt naast onze auto te staan, we groeten elkaar vriendelijk. De meisjes zwaaien vrolijk als we elkaar op de snelweg weer tegenkomen.

Halverwege de middag Little Rock. Ik had mij al jarenlang een voorstelling gemaakt van die stad. Die kan in de prullenbak als we er binnen rijden. De buitenwijken met grote, rijke huizen in Zuidelijke stijl. Het centrum rond het capitool vol met overheidsgebouwen. Daar in de buurt moet toch een koffietentje zijn? Die zijn er, maar dicht. De kaartenman geeft aan dat er een postkantoor en een cafetaria is. Dat blijkt in het capitool te zijn, de deuren zwaaien open, we lopen door een veiligheidspoortje, recht in de armen van een van de bewakende agenten. Hij vertelt ons dat er inderdaad een postkantoor is, twee uur open tussen de middag. Cafetaria dicht na de lunch. Hij neemt zijn eigen koffie mee. Wel is er een souvenirwinkeltje en een zeer luxe en schoon toilet. We maken wat foto’s, kijken wat rond en vertrekken weer. We nemen nog een kijkje bij het beeld The Testament, ter ere van de Little Rock Nine, die het waagden naar een openbaar College te gaan. Hun verhalen hoorde ik eerder die dag in Memphis, hier staan ze naast de Liberty Bell. Een kopie, die de hele staat doorreisde in 1950, om vrijheid in te prenten. maar niet voor zwart, alleen voor wit. Terug bij de auto, een kilometer verderop blijkt het centrum (nou ja, wat is hier een centrum) een blok de andere kant op. We eten wat, want we zullen laat in de plaats van bestemming zijn. We halen koffie bij de pomp, thee is al helemaal geen optie en Starbucks is net dicht. De jongeman bij de pomp herkent onmiddellijk dat we niet uit Arkansas komen en: hij weet waar Nederland ligt, ooit was hij in Duitsland. Soms kijkt men wat glazig. Terwijl ik buiten wacht komt hij nog even zeggen dat ik er ‘awesome’ uitzie en hij mijn stijl ‘digt’. Ik loop in een kuitlange zwarte jurk, het zal een smoesje zijn om een praatje te maken. Zoveel Nederlanders komen er kennelijk niet langs in Little Rock, al helemaal niet bij Roadrunners. Terwijl we rondlopen zien we een keurige man in pak een fles whisky kopen in een plastic zak van een man in spijkerboek. Ze hebben wel allebei een grote auto.

In Gibsland is geen kamer te huur, wel in Arcadaia, in het enige motel. U kent ze van TV, twee rijen kamers en op de parkeerplaats veel pick-up trucks. Wie wil daar nu niet heen? Ik zal  morgen vertellen wat we hier komen doen. Onderweg heel veel bomen, witte hekken af en toe, weinig bebouwing, grazige weiden met zwarte koeien en kalfjes en ondergelopen riviergebieden. We rijden van Little Rock naar Sheridan, via Camden naar El Dorado, bij Junction City (Pop 581, kleine winkeltjes in de enige straat met houten huizen) de grens met Louisiana weer over en dan door naar Arcadia. Het laatste uur, in het donker, een smalle weg tussen de bomen met af en toe een tegenligger. Geen enkel teken dat er ooit nog weer bewoning zal zijn, maar ineens is die er toch weer. Een snelweg waar we over moeten en die we morgen zullen volgen, een plek met een verzameling fastfoodketens en pompen en ons motel dus. Nu genieten we met de voetjes omhoog van onze eenvoudige maar schone en comfortabele kamer van een verdiende kop thee en een tv met iets vaags over oude auto’s.

Buiten fluit een trein zoals alleen treinen in Amerika dat kunnen.

NBU 16, Graceland, Graceland, Memphis Tennessee

IMG_3208

Een bucketlistbestemming. Niet voor mij, voor mijn reisgenootje. Busje van het hotel zette ons keurig voor de deur af, redelijk vroeg. Het was rustig en eigenlijk bleef het dat de hele dag wel. Hier komen 700.000 bezoekers per jaar, maar alleen in het eigenlijke woonhuis valt dat op, door de beperkte ruimte. Eerst ga je op de foto, staan, ready, smile. Mijn reisgenootje barstte prompt in tranen uit van pure emotie. Op de Ipad vertelt de gids je alles over de ruimtes waar je door gaat, hoe lang je er over doet bepaal je zelf. Ik dacht een ochtend nodig te hebben voor deze bestemming, maar we waren bijna de laatste die het terrein verlieten. Niet alleen met het huis, maar met de hele uitstalling. Alle auto’s, motoren en golfkarretjes, zelfs de trekker. Alle gouden platen, prijzen, pakken. Alle tributes van andere artiesten. Maar het boeiendst waren de filmopnames overal, interviews, de muziek, de thuisfilmpjes met vrienden en familie. De pakken zijn over de top, als je ze ziet staan denk je: hoe verzin je het. Als je de opnames en foto’s ziet van Elvis in zo’n pak bljkt: zijn persoonlijkheid was groter dan die pakken, hij wist precies wat hij deed.

Omdat Memphis hier om de hoek ligt, toch nog even daar een kijkje nemen in de zeer late middag. Beale Street is de bedoeling, maar tot onze vreugde is de Sun Studio open voor een toer. Ook hier maakt de gids het verhaal, de plek is verbazend origineel gebleven, nadat de ruimtes decades ongebruikt waren. Een kruisje op de vloer markeert waar The King zijn eerste hit, Heartbreak Hotel, opnam. Maar ook alle andere groten krijgen hier de aandacht die ze verdienen. Beale Street is nog de muziekstraat die het ooit was, al zijn ook hier de toeristen neergedaald. Muziek is hier het belangrijkste, en met elkaar chillen met een koel drankje. Geen zwervers en bedelaars, geen levende beelden. Wel levende muziek in het parkje, met gemengd publiek. Zolang het publiek betaalt spelen de mannen door, met prachtige gitaar- en drumsolo’s. De man in zijn rolstoel danst naar hartenlust mee. De dag had niet beter kunnen eindigen.

Nou ja, de tomtom had ons naar de juiste plek terug kunnen sturen in plaats van naar de richting Nashville. Wilde hij ons langer laten genieten van Elvis Radio? Of geeft hij ons een teken?

NBU 15, City to City

DSC01964 2.jpg

 

Natchez sneuvelde, toen ik vanmorgen om vijf uur wakker geklopt werd door iemand die zich in de deur vergiste. Daarna kon ik natuurlijk niet meer slapen en leek het me beter meer tijd op de weg door te brengen om Memphis zeker te stellen. We zitten een beetje in een klemmetje vanwege het ophalen van het Monster. Een historisch moment toen die vriendelijke meneer in de tomtom vertelde: You will follow this route for 337 Miles. De I55 NB was onze verblijfplaats. Een bedekte hemel, Louisiana en Texas hebben last van het regenachtige weer en overstromingen vinden overal plaats en zullen nog plaats vinden. In Houston varen schepen op elkaar van ellende. Wij hadden weinig last. Via Jackson raakten we wat van de delta af, het landschap werd minder plat, de bomen hielden hun voetjes droog, de zon kwam door tussen de buien. Als eerder viel het op dat de vluchtstrook hier vol ligt met loopvlakken van banden die het niet haalden. Af en toe een roadkill die we niet thuis kunnen brengen. In de weides paarden, koeien en volgens mij zag ik ook schapen. Mijn zusje zag een roedel herten. Witte reigers, de grote zwarte kraaiachtigen en iets wat lijkt op een klein soort gier waren de vogels die zich toonden.

Amerikaanse reclameborden die ruim van te voren aangeven wat er straks te halen valt. Eten, drinken, benzine, een advocaat. Na een paar uur een korte pauze bij Cracker Barrel Old Country Store. Een bijna authentieke winkel van Sinkel, met erbij een geschikte plek om te lunchen. Er was een wachtlijst en de schommelstoelen voor de deur waren allemaal in gebruik. Dus na een rondje winkel en toilet verder noordwaarts. Af en toe grotere of kleinere kruizen langs de weg. Verder zagen we vooral veel bomen. Zelfs geen Nep Elvis onderweg naar Memphis. Halverwege de middag nog een stop, nu wilde ik echt thee. Daar doen ze hier niet veel aan. Op een rustplek met diverse pompen en fastfood ketens bleek Waffle House degene te zijn die behoorlijke koffie en thee in echte stenen mokken serveert. De vrolijke jongeman achter de balie wilde wete: Where y’all from? Nederland natuurlijk. Dat ontlokte hem de kreet: “For real?!” Zijn dag was duidelijk gemaakt en het Delfts blauwe klompje als sleutelhanger van mijn zusje vond hij te gek. Louisiana, daar wilde hij ooit ook nog eens heen, net als Memphis, waar hij nooit was nog. Ooit wilde hij nog eens de staat Mississippi uit. Gelijk deze pauze gebruikt om een hotelkamer te vinden. Je doet uiteindelijk een blinde greep gebaseerd op prijs en foto’s, geen van beide zullen kloppen. De prijs is altijd hoger hier vanwege alle belastingen, en de foto’s zijn vaak jaren geleden genomen, toen alles nog fris en vrolijk was.

Onze keus blijkt een schot in de roos. Niet alleen zitten we zeer dicht bij Graceland en is de kamer groot en schoon en voorzien van een waterkokertje: het is Musical May in Memphis. In de lobby zien we het al: de echte Amerikaanse Elvisliefhebbers zitten in de lobby te wachten op de dingen die komen gaan. Die avond is er een show, met BBQ. We dompelen ons onder in dit muziekgeweld voor de kleine man, de draagkrachtigen zitten waarschijnlijk downtown in de bekende clubs. In de zaal, met door Patty zelf gemaakte BBQ: ‘give her a big hand’, welgeteld 35 personen. Veel enthousiaste middelbare vrouwtjes waar wij uitstekend bij passen, naar ik vermoed zijn de jongetjes met kuiven, bakkebaarden en Elvisbrillen de enthousiaste neefjes van de artiesten. Vermoedelijk zijn al hun moeders er ook. Het enthousiasme doet er niet voor onder. Straight from Nashville ladies en gentlemen: Johnny Cash en zijn June, Buddy Holly, Roy Orbison, Waylon Jennings en de Beatles, alle vrouwelijke sterren in een jong meisje en als afsluiting the King himself. Ze zingen allemaal goed, en de jonkies hopen wellicht nog op een doorbraak. Maar dit is waarschijnlijk toch the bottem of the barrel, in een stad zo doordesemd van muziek. Hoeveel Elvissen staan hier vanuit hun tenen te zingen dat het een aard heeft? Hoevelen houden hier de Rock & Roll levend?

Elvis never left the building.