Maar even een wat vrolijker verhaal oplettend lezertje. Vandaag kwam D. een handje geven. D. was het slachtoffer van de bureaucratie waar ik u over verhaalde. Met doorzettingsvermogen is het hem gelukt net op tijd de benodigde papieren bij elkaar te krijgen. Zondag vertrekt hij. Ben je zenuwachtig? Ja, hij was wel zenuwachtig. Met D. had ik forse discussies over de positie van de vrouw en of ze wel of niet gelijkwaardig waren in Irak. Hij riep van wel, ik riep dat dat alleen papier was. Maar vandaag moest hij toegeven dat zelfs op papier niet alles geregeld was. Zijn vrouw heeft dezelfde juridische opleiding als hij, en zou ook wel willen promoveren in Engeland. Maar om in aanmerking te komen voor een beurs verlangt de regering van haar een onderpand, zodat ze dat kunnen innemen, mocht ze niet terugkeren. D. weet al precies wat hij onder andere wil onderzoeken als hij daar in Wales op een universiteit zit. Wat veroorzaakte het verschil in ontwikkeling tussen landen als het zijne en landen als het mijne? Ik heb hem niet alleen veel plezier gewenst in zijn nieuwe omgeving, waar hij het voorlopig zonder zijn gezin moet stellen, ik heb hem een open geest gewenst. Duizenden Irakezen kiezen voor het buitenland, soms met als begin een studie. Vaak zijn de verlokkingen van ons luxe en vrije westen zo sterk dat ze (voorlopig) niet meer terugkeren naar Irak. Ik kan het ze nauwelijks kwalijk nemen, al betekent het een ernstige aderlating voor Irak. Maar van D. verwacht ik dat hij terugkomt. Hij wil nog ergens heen met Irak, met een beetje geluk gaat hij zijn doelen halen. Dan horen we nog van hem.
Maandelijks archief: oktober 2010
Cadeautjes
We zitten hier wat gexefsoleerd, oplettend lezertje. Even ergens heen, een rondje om, een wandelingetje of even de stad in zit er niet in. Boodschappen doen al helemaal niet. Geen idee wat hier allemaal te krijgen is dus. Zou je zeggen. Toch heb ik nu een aardig beeld van wat hier zoal is aan bijzonderheden. Af ent toe neemt iemand iets voor me mee. Dr. A. was voor een workshop naar Kerada. Toen hij terugkwam had hij een groot blik mee voor mij. Daarin een lokale lekkernij, ze noemen het manna. Het heeft wat van noga maar is veel minder zoet dan wat wij daaronder verstaan. Vanavond heb ik het even geproefd. Heerlijk. Dezelfde dag toevallig kwam A. langs met een plastic tasje. Daarin dadelkoekjes van zijn vrouw. Daar hoef je niets voor te doen, dat nemen ze zo voor je mee.
Collega K. is nog niet eens thuis, of d collega’s proberen hem te bellen. Dat gaf nog wat verwarring, want K is niet echt thuis in zijn eigen telefoonnummers, zijn gezin is verhuisd terwijl hij hier was. We hadden dus zijn bejaarde vader aan de lijn, die dezelfde naam heeft, maar ook dezelfde stem. Ik heb er bij moeten komen om de arme man uit te leggen dat we een verkeerd nummer te pakken hadden. Vermoedelijk heeft de man geen idee wie of wat hij daar ’s morgens vroeg aan de lijn had, en snapt hij het pas als zoonlief morgen of zo contact met hem op neemt.
Kortom, uit het oog is hier niet altijd uit het hart. We beloven het vaak, maar hier laten ze nog iets van zich horen als je weg bent. Allemaal cadeautjes.
Van het dak af gezien
Deze week dook de middagtemperatuur flink onder de veertig, vandaag was het niet warmer dan 35/36 graden, en de nacht zal een miezerige 23 geven. Heerlijk dus om na het werk even met een beker thee op het dak te staan. De bries was zelfs koel te noemen, voor het eerst was het vestje dat ik vanwege de geldende fatsoensnormen draag niet te veel. Terwijl de zon snel richting de horizon zakte hoorde ik de geluiden van de wijk. Spelende kinderen, zoemende generatoren, pratende wachters, het geluid van het ontladen van AK 47’s, een loeiende koe. Claxons, voetballende jongens aan de overkant, het wieoewieoewieoe van een politieauto verderop. Om 17.17 raakt de zon de eeuwige stoflaag boven de horizon, waar hij precies inpast. Om 17.19 is hij verdwenen en om 17.20 hoor ik de eerste moskee, die het meest naar het Oosten. Het luistert nauw, dus de moskeeën verder naar het westen vallen iets later in, voor mij als laatste de moskee met de lichten, waar ik langs ben gereden. De honden verzamelen zich voor de noordpoort en blaffen een tijdje mee met de moskee. Het zijn er maar een handje vol vandaag, van de ruim twintig die ik af en toe zie. Nog even en het is november, de tijd van de stof- en zandstormen. Maar voorlopig hebben we het hier even geweldig.
Het verhaal van S.
S. had het geluk zijn jeugd in Koeweit door te brengen. Zijn vader was daar geboren, zijn grootvader kwam uit Irak. Ze telden nooit echt mee, behalve op het moment dat Koeweit onafhankelijk wilde worden, toen waren die oorspronkelijk uit Irak afkomstige bewoners toch handig om de 300.000 inwoners te halen die als eis gesteld werden door de Britten. Maar volgens S. werden ze heel vaak als tweederangs burgers behandeld. De vader van S. deed iets in de beveiliging aan het hof. Zijn jeugd was daardoor flink wat zorgelozer dan dat van zijn leeftijdgenoten en familieleden aan de andere kant van de grens. S., een zeer religieus man ook, kan met plezier vertellen over die keer dat hij als tiener met een vriend voor het eerst naar het strand van Koeweit ging. Daar waren namelijk Amerikaanse vrouwen in bikini. Schaterlachend vraagt hij mij: Can you imagine, miss Linda, we are not used to seeing women at all, and then these women in bikini? En hij doet voor hoe hun ogen bijna uit hun hoofd rolden van verbazing. Dat zijn de leukere jeugdherinneringen. Tijdens de Iraans Irakese oorlog kantelde het beeld. In 1986 ging het gezin naar Irak. Familiebezoek en op bedevaart naar de heilige plaatsen. Terwijl ze op de haven bezig waren in te klaren, reed er zeer langzaam, af en toe stoppend, een jeep voorbij. Achter in de open bak militairen en tussen hen in liggend het lichaam van een man. S herinnert zich als de dag van gisteren dat het lichaam geel was van de voeten die er op hadden gestaan. De man was opgehangen, de executie hadden ze gelukkig niet gezien. Een aanwezige oom waarschuwde de gasten vooral niets te zeggen. De gedode man was een deserteur, daar maakten ze korte metten mee. S en zij familie waren ontzet over wat ze zagen. S vroeg zich af in wat voor land hij terecht was gekomen waar dat maar kon gebeuren. Tijdens het aanvragen van hun visum voor Irak in de ambassade in Koeweit was hun het grote aantal werknemers daar al opgevallen. S. vermoedt dat dat allemaal lieden waren die bezig waren het regiem van SH te promoten. Iets wat ze goed gelukt is, tijdens de oorlog met Irak was SH nog zeer gezien in het buitenland, inclusief onze eigen landen. Tijdens de bezetting van Koeweit door Irak kreeg S. nog zo'n schok. De Koeweiti verzetten zich tegen de bezetting, men was vooral ’s nachts actief. Een van hen werd in de gaten gehouden door de speciale militairen, inlichten dienst of special forces voor SH. De Koeweiti, gekleed in jalabaya maar zonder hoofddoek sprak met een man in een auto, de Irakese militair richtte, schoot en miste. De Koeweiti rende weg maar de chauffeur van de auto, met wie hij stond te praten werd geraakt. Familie kwam aanrennen, zijn vrouw en kleine kinderen raakten in paniek en schreeuwden, terwijl het slachtoffer leegbloedde. De Irakees die dit had veroorzaakt door zijn slechte schieten raakte het allemaal niet, hij legde het geweer achteloos over zijn schouder en wandelde weg. S. Deed het voor, vooral dat achtelozer, minachtende heeft hem erg geraakt, het totale gebrek aan geweten en menselijkheid staat hem scherp voor de geest. Toen de Koeweitse bezetting teneinde was door het ingrijpen van de VS waren de burgers die van oorsprong Irakezen waren maar al twee generaties in Koeweit woonden niet langer meer welkom. Een deel van de familie van S. is nog in Koewiet met een Koeweits paspoort, en deel met een Irakees paspoort en sommigen zonder nationaliteit. Dat kan ook nog.
Als u denkt dat dit een erg verhaal is, blijf dan vooral wakker de komende jaren, als ik mij niet vergis zijn we in Nederland ook van plan officieel Bederlanders te creëren. U bent gewaarschuwd.
Interniet
Al eerder schreef ik ergens, hier of op Twitter, dat na terugkomst het internet stukken beter is. We hebben meer bandbreedte gekregen, dat scheelt een jas. Dus radio luisteren via de Ipod is weer mogelijk, een you tube filmpje hoeft maar drie keer op te laden op een gemiddelde avond en alles gaat lekker snel. Op mijn Mac dan hè, op het werk is het nog allemaal twijfelachtig. Af en toe wil mijn mail daar niet weg, volgens een van de nieuwe IT jongens is het een hardware probleem en als het vaker gebeurt moet er maar een andere laptop komen. Het is al maanden zo, dus dat wordt waarschijnlijk wisselen. Maar ook zonder dat hardware probleem gaat het op de meest ongelegen momenten fout. Meestal op dinsdag, als de rapporten verzameld worden, op woensdag, als ze het net op moeten, of op donderdag als we de VTC hebben met Baghdad. Vandaag was het dus weer raak. Na half negen geen enkele verbinding meer, en alle wekelijkse rapporten moesten vanmidag af zijn. Net na twee uur deed alles het weer. Toen kon dus alles doorgemaild worden en samengesteld. Om vier uur had ik de eerste weekly te pakken voor een zieke collega. Daarna die van mijn “eigen” team. Kwart voor zes was het af. Een van de collega’s zat toen nog te buffelen. Ook hij vervangt een collega op R&R, en hij heeft zelf altijd veel rapporten, waar ook veel aan te doen is. En ook zijn computer bleef lastig doen deze middag. Gelukkig heb ik me niet hoeven vervelen zonder internet. Mijn eerste dag op deze afdeling begon met een bureau inruimen, een werkbijeenkomst als voorbereiding voor een landelijke conferentie gaf weer wat werk met alles wat daar uit voort kwam. Collega K. ging rond het middaguur echt weg, met een brok in zijn keel en uitgezwaaid door slechts twee mensen, waar ik er een van was. Daarna een huisgemaakte lunch. Ik was op tijd gewaarschuwd en uitgenodigd dat er weer een echtegenote zou koken, dus kon ik aanschuiven. Als ik nu niet ziek word, word ik het nooit meer. Men heeft hier een lepel om mee te eten, en daarmee schep je ook gezellig weer bij uit de schalen op tafel. Ik laat me niet kennen en het was heerlijk, maar mocht ik de komende dagen weinig van me laten horen, dan weet u waar het van komt, oplettend lezertje.
Afscheid II
Was het afscheid van K een vrij eenvoudige bedoening vorige week, de lokale medewerkers doen dat anders. Zij hadden een feestje geregeld vanmiddag. Iedereen werd opgetrommeld, er werden cadeaus gekocht en uitgedeeld, men hield speeches. K is een aardige man, zijn medewerkers hebben mooie tijden met hem beleefd, dat was te merken aan de opkomst en de cadeautjes. Hij heeft nu een Arabische outfit, zijn vrouw heeft nu ook een handgemaakt gewaad, er is een mini-samovar, handgemaakt en voor zijn vrouw een gouden hanger in de vorm van Irak. Lief, lief, lief allemaal. We hebben het hier over verandermanagement, daar zijn workshops in gegeven door de staf van K, dus dat werd mooi gebruikt in de speeches. Iedereen wilde nog een keer met hem op de foto, in verschillende samenstelling. Alleen, met de collega’s van de afdeling, met vrienden, nog een keer met ander licht. K is goed in management, maar wat rommelig in inpakken en afscheid nemen. Zijn bureaulades waren nog vol met van alles, zijn kamer is nu min of meer verdeeld in mee en achterlaten. Morgenochtend om elf uur gaat zijn konvooi. Meer dan een jaar van zijn leven deelde hij met zijn collega’s hier. Hij zal blij zijn dat hij thuis bij zijn gezin is, dat hem erg mist. Maar hij zal zeker met weemoed en plezier terugkijken op zijn periode hier.
Klaprozen VII
De jeugd van M.
Een van onze provinciale medewerkers is M, een jonge man tegen de dertig. Hij woont in Maysan, de provincie waar veel Moerasarabieren woonden. In de moerassen uiteraard, met een heel eigen cultuur. Omdat kunstenares Anne Verhoijsen hier naartoe komt in het kader van een woningproject, verzamelde ik wat gegevens en vroeg ik M of hij eventueel wilde helpen als dat nodig mocht zijn. Vandaag liet M mij een foto zien van de moerassen zoals ze waren voor Sadam ze droog liet leggen. Hij begon met een feitelijk verhaal: hoe zag de provincie er uit, waar waren de moersassen, waar was het landelijk gebied en waar de stad. Zelf kwam hij uit het landelijk gebied, zijn vader had vroeger zo’n honderd schapen, koeien en kippen en hij verbouwde graan. Tot het fout liep in dat gebied. M heeft een kijk op de geschiedenis die je in Nederland en daarbuiten niet vaak hoort. Wij spreken vooral schande van het feit dat een gebied en een cultuur zo goed als vernietigd is. Volgens M waren de bewoners van die moersassen voor een groot deel schuldig aan de vernietiging van Irak. Volgens hem kregen ze van allerlei buitenlanders geld, hoefden ze daardoor niet te werken en brachten ze daarmee ook de buitenlanders in het land, vooral Iran. De oorlog Iran/Irak die daar een gevolg van was, of daardoor mogelijk werd gemaakt volgens M, heeft in dit gebied en ook in het zuiden hevig gewoed. M maakte als jongetje van vier mee dat alle schapen, de koeien en de kippen werden afgemaakt. Hij zag dat vanuit helikopters het graan verbrand werd. Vader zat uiteraard in het leger en moeder kon met 11 kinderen zien dat ze zich redde (boeren hebben hier vaak grote gezinnen om handjes te hebben voor het bewerken van het land). Een maand lang zaten ze in een kamer binnen een huis in aanbouw waar ze heen gevlucht waren, het verst van de weg af, zonder te zien wat er buiten gebeurde. Wie buiten kwam kon omgebracht worden door wie er op dat moment op die weg de baas was: Irakezen of Iraniërs, dat maakte niet veel uit, ze zaten midden tussen de strijdende troepen. Het gezin heeft dat overleefd met erg weinig eten en drinken, en heeft daarna nog een paar maanden in dat onaffe huis gezeten, dat door al die strijd ook niet opgebouwd kon worden. M begon vrij nuchter aan het verhaal, maar het vertellen haalde veel herinneringen op, waardoor hij een paar keer bijna niet verder kon. Een situatie warbij je in Nederland even je hand op iemands arm of schouder zou leggen, maar M is een zeer gelovig man, dus dat was geen optie. Het eigen gezin heeft het intact overleefd, maar een oom is wel omgekomen en nog twee familieleden. Alle gezinnen die in zijn geboortedorpje woonden hadden tenminste één maar meestal meer slachtoffers, tot vier per familie aan toe. Toen hij zijn verhaal had verteld, keerde hij het blad met de situatieschets die hij maakte om, de herinnering was te pijnlijk. Hij zei me ook: “Jullie weten alleen maar van de twee korte oorlogen met de Amerikanen, maar we hebben vreselijk geleden onder die acht jaar oorlog met Iran, daar weten jullie niets van”. Zoals M zijn er veel verhalen, 10 procent van alle vrouwen is hier weduwe. De meest medewerkers zijn halverwege de dertig. Hun jeugd kende de oorlog Iran/Irak, de eerste golfoorlog, de periode van sanctie en het einde van het regiem van Sadam, de oorlog van 2003 en de opstanden daarna. Volgende keer het verhaal van S.
Werk, werk, werk.
Een drukke werkdag vandaag, oplettend lezertje. De expert voor wie ik overnam is teruggekeerd, de expert die vorige week terugkwam lag met koorts in bed en de expert die overmorgen naar huis gaat voelde zich ook niet zo lekker. Er zal een virusje rondwaren in de compound. Vanochtend het wekelijkse overleg met de Senior Regional Advisor, de hoogst aanwezige lokale medewerker per werkelement. Doorgesproken wat we kunnen verwachten, wat we kunnen verbeteren en waar we op moeten letten. Daarna de laatste lesmodule doorgenomen met de advisors uit de provincie, zij moeten de lessen gaan geven. Af en toe zijn experts zo op het eigen westen gericht dat het te veel of niet passend is, wat ze opnemen in zo’n workshop. Zo was er hier als voorbeeld een dierenvoederfabriek met omzetproblemen opgenomen. Bij ons heel aannemelijk, maar in de meeste landen buiten Europa en de VS doen ze niet aan die onzin, daar eet een dier wat de pot schaft of wat hij vindt buiten de deur. Ander voorbeeldje genomen, wat zaken geschrapt die echt te veel of te lastig zouden worden en net op tijd klaar voor de lunch. Na de lunch weer uitgenodigd voor de lunch door mijn komende collega’s. Ze beloofd dat ik voortaan donderdags met ze zou lunchen, lijkt me wel gezellig. Daarna een overleg over de lopende inhoudelijke zaken algemeen, weer wat punten en komma’s gezet. Daarna het overleg over de nationale conferentie eind deze maand bij ons in de stad. Er moet nogal wat geregeld en gecoxf6rdineerd worden en ik mag het bewaken. Ik verheug me er al op, als ik niet al grijs was kon ik het nu makkelijk worden, want hier is afspraak vooral een kwestie van goede bedoelingen, die je erg moet bewaken. Daarmee was de dag al weer om, het werk dat er nog ligt bewaar ik lekker voor morgenochtend.


