Omdat de tijd zo vliegt, zit ik nu al bijna in het vliegtuig voor mijn tweede verlof. In veband met de veiligheid willen we "movemnts" onder de pet houden, dus tijden in een blog noemen is niet aan de orde. Je krijgt een beetje van die James Bond achtige toestanden, met je familie op skype een briefje laten zien met de datum, en zij het dan hard op herhalen. Hilarisch vind iksommige dingen. Dat neemt niet weg dat we de veiligheid serieus nemen en ons dus braaf aan de adviezen houden. Nog erger dan zelf het loodje leggen is de vent in de auto voor je in vlammen op zien gaan omdat jij slordig was. Dus ik blog u dit pas sinds ik op de base zit, veilig achter de zandmuren. Als het meezit ga ik morgen het vliegtuig halen, ondertussen zit ik hier dan weer in mijn trailertje. Gelooft u mij, oplettend lezertje, die hele base, het is geen plek waar je lang wilt zijn.otch zijn er tienduizeden mensen die zo leven. Amerikaans defenseepersoneel, militair zo wel als burger, zit hier gewoon een jaar lang, zonder verlof. Dan hangen hier oo knog bordjes aan muren die er op wijzen dat werken "on the base" een privilege is en dat als het je niet bevalt je naturuijk altijd naar huis kunt gaan. Met de economie zoals hij is in de wereld en zeker ook in Amerika, zijn mensen blij met een (goed) betaalde baan, dus dan hou je al snel je mond. De hypotheek moet voldaan, de auto en tv afbetaald, de creditcard aangevuld. Voordat we onze eigen compound gebruikten leefde mijn expat collega's hier, in vier trailers als kantoor en een halve trailer als woonruimte. Ze vonden het een geweldige tijd, want het wonen was een ramp, maar ze hadden de hele base om heen te gaan, ze zagen veel mensen en het eten is 100% VS, veel, en met ijs na. De lokale collega's zagen ze een paar keerr per week, als ze een bezoek aan de compoudn brachten, de poitici kwamen aar de base. Ongetwjfeld avontuurijk, en al je hier werk hebt zal het allemaal best leuk zijn. Maar als vreemde in een half trailertje, nee, dat is gauw gezien.

De temperatuur is nu zo aangenaam dat een wandelingetje in de zon weer te doen is. Dat deed ik dus afgelopen zaterdag, camara mee voor het geval ik iets tegen kwam. Je komt natuurlijk altijd iets tegen, hoe beperkt de bewegingsruimte ook is. Een libel, van het soort dat ik nog niet dichtbij had gezien. Een gelige dit keer, een heel dikke. Lastig was dat hij bij voorkeur laag in het gras of te hoog in de boom zat, dus de foto is niet geweldig. Goed genoeg voor determinatie hoop ik, maar de zilveren camera ga ik ook met deze foto niet halen. Verder de kleine palmvruchten in de grote palmboom voor gebouw 1. We hebben hier twee soorten palmbomen, heb ik ontdekt, die met de gewone bladeren en die met de waaierbladeren. Van die gewone zijn er nogal wat aangeplant ook, dus met een jaar of tien is dit echt een groene plek in de wijk. Dan zijn er nog de oleanders die dapper hun best doen en in twee kleuren bloeien. Verder zag ik een soort kalebasje, klein en geel. Een wonder dat hij zo ver kon komen in deze droge omgeving. Er zijn mensen die moeite doen dingen te laten groeien, maar je moet wel een terrier mentaliteit hebben om dat voor elkaar te krijgen. En de tuinmannen natuurlijk, dat helpt ook geweldig. Ze knippen en snoeien en doen hun best, maar vooral zijn ze druk met water geven, heel veel water.











