NBU 32, Rijbewijs, part one

IMG_4141

Ik spendeer deze ochtend een dik uur aan het maken van proeftests voor mijn rijbewijs. Dat gaat gesmeerd. Ik slaag bij alle pogingen tot ik zelfs foutloos kan antwoorden. Dan wil ik een echte maken maar dat kan alleen als ik het hele pakket inkoop, wat gezien mijn leeftijd en ervaring niet nodig is. Maar zien hoe het gaat dan. Vervolgens doe ik een Drivers Awareness Test. Drie video’s stampen het er in: niet alleen drinken en rijden is gevaarlijk, gebruik van je telefoon tijdens het rijden is dodelijk, voor jou en anderen en vernietigt levens. Slachtoffers, daders en nabestaanden vertellen hun verhaal en laten zien wat het laatste bericht was dat werd verzonden voor het fatale ongeluk. Lol, where r, what are you up to. En dan een gestopt leven of een leven met grote hindernissen. Het hakt er in, hopelijk helpt het.

Dat certificaat heb ik binnen in ieder geval plus een afspraak om nog maar eens een poging te wagen alles rond te krijgen. Mijn gastheer neemt een halve dag vrij om mij te vergezellen en te bewijzen dat ik hier echt ben (vraag het me niet), wat weer ontzettend aardig is. Maar het is ook de enige manier om van me af te komen binnen afzienbare tijd.

Ik probeer nog een garage te vinden voor de dash AC, maar dat zal ik verderop moeten doen, de tijd ontbreekt om het hier te doen voor 6 juni, en dan wil ik toch echt in de Antilope Canyon staan in Page. Las Vegas maar proberen: dat lukt, 11 juni gaat Monster naar een garage in Vegas. Wie kan dat zeggen? Nog twee weekjes zweten.

Om 15.00 uur heb ik een aardige, rustige meneer achter zijn bureau, die stap voor stap alles afpelt. Vele malen geef ik mijn naam en adres op en teken ik het een en ander. We overhandigen document na document, steeds is het goed. Tot ik zover ben dat ik de test kan gaan doen, als die klaar en geslaagd is heb ik een learners permit waarmee ik rijexamen kan gaan doen. Ondanks het feit dat deze echte test iets andere vragen stelt dan de proeftests die ik vanmorgen draaide, slaag ik na 10 minuten en 38 seconden; niet perfect, maar ruim voldoende. Nu heb ik dan twee van de drie papiertjes. We zijn allebei blij. Ik maak gelijk een afspraak met een rijschool in de buurt. Morgen om 11.00 uur kan ik afrijden, als het meezit ben ik hier vrijdag weg.

Als dank voor het verpozen kook ik deze avond een favoriet bietjesgerecht, de gastheer maakt zijn befaamde aarbei-toetje. We kunnen allebei terugzien op een nuttige dag met positieve resultaten. Op naar morgen.

NBU 31, Galveston

 

20190527_153039Memorial Day, dus een soort van zondag. We besluiten er een uitjes-dag van te maken. Eerst naar BestBuy, voor een bakcup camera. Dan rijden we naar een nieuw geopende vestiging van een zaak van een vriend van mijn gastheer. Het is een slim concept. Gokken is hier illegaal, er zijn in Texas geen casino’s. Maar er zijn wel gokkers. Hier speel je voor het goede doel, en dan mag het. We spenderen een uurtje en wat geld in de fris en vrolijk ogende ruimte en concluderen maar weer: gokken is niks voor ons.

Daarna naar het NASA Space Center. Althans, het oude, nu voor bezoekers. De aanwezigheid van dit centrum maakte dat het gemiddelde IQ hier de hoogste van het land was. Nu kun je de gebouwen langs in een treintje, maar wij beperken ons tot het bekijken van alle hardware die hier staat. Dat betreft dus ook het echte vliegtuig en de test Space Shuttle. Alles uiteraard met filmpjes en foto’s. Voor kinderen is hier het walhalla aan slimme spelletjes en ervaringen. Ik koop een sweatshirt met logo voor neefje, gastheer twee spacepakken voor zijn tweelingneefjes. Dan door, naar Galveston. Een eiland dat voorbestemd was om de grootste stad van het zuiden hier te worden, tot een orkaan de handel dwars zat. En daarna nog een paar keer. De grote dan, de kleinere orkanen kijken ze hier niet van op.

Er is een strand over de hele breedte, en dat wordt goed gebruikt. Op deze mooie vrije dag ligt het vol. Allemaal onder kleurige parasols, met koelbox onder handbereik. Vanaf een oude pier kun je vissen en er wordt ook flink gevangen als wij een dek hoger met een drankje zitten te genieten van de frisse bries en het uitzicht. Daarna nog naar een stiller strand, waar ik schelpen vind, en genieten van de mooie oudere houten huizen van alle zachte kleuren hout, met rijke versiering. Na een Gumbo maaltijd met garnalen rijden we weer terug naar het noorden de stad in. Met iedereen die ook een dagje uit was, dus een file ontbreekt niet aan het vermaak.

Als we iets na acht uur thuis komen concluderen we: het was een mooie dag, maar wel weer wat lang.

NBU 30, Zo’n dag

 

IMG_4136

Vroeg uit de veren, Mike zou komen om te kijken naar de dash AC en de huidschade. De dash AC konden we niet fixen, maar wel is er een vermoeden van wat er mis kan zijn. Het zou hier in de buurt zo verholpen kunnen worden, ware het niet dat Monster nergens in een gewone garage past. En buiten werken doen de mannen hier niet. Behalve Mike dan en mijn bovenstebeste gastheer. De hele dag in de hitte aan het werk, terwijl ik binnen in de Airco mijn huiswerk maak voor het examen. Het enige nuttige wat ik doe is de vaatwasser uitruimen, en daar word ik dan nog uitvoerig voor bedankt. Als ik een rondje rijd in de buurt wordt er vriendelijk naar me gelachen. Ik krijg sterk de indruk dat iedereen in de omgeving er inmiddels van weet en er commentaar op heeft. Dat mag uiteraard. Maar na een dag hard buffelen ziet de huid er, zeker als je een beetje vlot doorrijdt, weer uit als nieuw. Nu hopen dat de rest er aan vast blijft zitten, want dit deel gaat nergens meer heen. Morgen is het Memorial Day, wat een dag is waarbij veel gesloten is, maar veel ook open. Het zal in ieder geval niet mogelijk zijn de kantoren van de Texas Safety Department te bezoeken. Nu is mijn onvolprezen gastheer bezig om te zien bij wie hij mij kan boeken voor alle rompslomp. Ik wilde koken, in ruil, maar we waren allebei wel redelijk gevloerd, dus aten we weer bij Barnaby’s. Waar dus echte zalm en asperges op het menu stonden! We kunnen er weer even tegen. Terwijl ik dit schrijf wordt er een toetje gemaakt in de open keuken, van Nederlandse afkomst. Ik ben heel benieuwd.

NBU 29, Van alles

 

IMG_3971

Na die late avond, en de lange dag, heerlijk geslapen in een prachtige slaapkamer. ’s Morgens op als je het tijd vindt. Reisgenootje pakt nog een keer haar koffertje. We halen nog wat handige zaken in de vorm van gereedschap, we overleggen over reparaties en we kopen nog vier nieuwe schoenen voor Monster. Nu wil ik hem daar de komende jaren niet meer over horen.

Dat gaat allemaal voorspoedig. Ik kan nu dus ook op zaterdag met Monster over de snelweg in Houston. Dan wordt het tijd dit keer wel het vliegtuig te halen. Reisgenootje zetten we af, ze kan inchecken, en na nog wat gedoe vertrekt ze dan dit keer echt, op weg naar Nederland, naar man en katten die ze zo miste. Vanaf nu nog een paar dagen hier om dat rijbewijs en nog zo wat te regelen en dan wordt het verder solo. Eerst nog even gezellig uit eten bij Barnabies, waar nog echt gekookt wordt. De helft weer mee in een dit keer echt kartonnen doosje. Een plek waar heel het milieu goed is. Mijn oogleden vertellen me dat het niet laat zal worden vanavond.

Morgen weer vroeg aan de slag.

NBU 28, Dubbele zonsondergang

IMG_4113

Ik rijd net voor Lake Charles als om drie minuten voor acht de zon ondergaat, net achter de hoge steile brug. Als ik die brug op rijd, komt de zon weer boven de horizon, en aan het eind gaat hij weer onder. Bijzonder, als deze hele dag. De stoel naast mij is leeg, achter mij ligt een stukje Monsterhuid. Vroeg in de ochtend werden we wakker op ons paradijselijke plekje in Shepard Park. Geen beer had zich laten zien. Ontbijten, afschakelen, gas uit, koffertje gepakt en vier uur om het vliegveld in New Orleans te bereiken, een ritje van minder dan twee uur.

We rijden weg over de goed onderhouden wegen in deze wat sjieke buurt. Ik voel een hobbel in het rijden die de weg niet verklaart. Op de I90 maar eens even kijken. Monster heeft zes banden, als ik parkeer voor een bankgebouw zie ik dat een van die banden stukken mist. Aha, dat verklaarde dat rare zwarte stof iedere keer in het toilet. Nog even en heel het loopvlak zal vertrekken en zich voegen bij de duizenden loopvlakken die hier al op en langs de weg liggen. Ik bel de AAA en iedereen doet zijn best, banden vinden, hier krijgen, iemand die ze er op zet, want de achterbanden zijn dubbel en je vervangt ze samen. De manager van de bank komt na een tijdje eens kijken of het wel goed met ons gaat. Ik verzeker hem dat we niet bezig zijn een overval voor te bereiden maar wachten op de wegenwacht. Ik ontvang regelmatig telefoontjes van de AAA of er al iemand is, en uiteindelijk, om half twaalf, komt er een pick-up met twee man en twee banden aan. Onze uiterste tijd van vertrek om nog kans te maken op de vlucht is 12 uur, en dat vind ik zelf al rijkelijk aan de late kant. No worries, Miss Linda, we will fix this. Binnen een half uur zitten er twee nieuwe banden om. Welgemoed maar haastig  vertrekken we van de parkeerplaats. Ik rijd zo snel ik kan de I10 over, iets meer dan 70 mijl per uur. Wat best veel is voor zo’n kameel. De tien minuten die we over hebben om het te halen worden langzaam opgegeten, als ik de prachtige dubbele brug naar West New Orleans overrijd, zijn er nog maar vijf over. Moet lukken nog. Vier kilometer voor het vliegveld staat er vijf rijen verkeer muurvast.

Die vlucht wordt het dus niet, wel die van een paar uur later naar Houston, en de volgende dag naar Amsterdam. Dus reisgenootje gaat, zonder koffertje, met het vliegtuig, en ik rijd er achteraan met Monster. Het is dit weekend Memorial Day, maandag heeft iedereen vrij. Dat zorgt voor veel verkeer op de weg. Dat gecombineerd met veel wegwerkzaamheden en veel ongelukken maakt dat het allemaal niet erg opschiet. De laagstaande zon verwarmt Monster van binnen en van buiten. Maar goed, onze gastheer in Houston ontfermt zich over de invlieger, ik zal er ooit wel komen. Alles verder prima. Ineens een klap en geflapper. Een stukje huid van Monster is losgeschoten van al het gerammel, het wordt hem te veel op zijn oude dag kennelijk. Ik leg het achterin, rijd verder en zie die dubbele zonsondergang. Als ik na tien uur Houston binnenrijd, is Downtown wonderschoon van alle lichtjes. Wat ook opvalt: waar ik eerst die snelwegen in Houston meed als de pest met Monster, neem ik ze nu fluitend. Iets na half elf rijd ik door Alabama Street, waar een uitgelaten stemming heerst, belt mijn gastheer om te zeggen dat hij de beoogde parkeerplaat vrij maakt en parkeer ik Monster, met twee nieuwe schoenen en met een stukje minder huid voorlopig in Houston. Eerst mijn rijbewijs halen hier, dan gaan we verder.

Be careful what you wish for! Of om het met mijn gastheer te zeggen: “Well, you have had your adventure!”

NBU 27, Scenic to scenic

IMG_4095

Om vrijdag het vliegtuig niet te missen, moeten er donderdag meters gemaakt worden. Dus we laten het mooie park met de brulkikkers en vuurvliegjes achter ons, vroeg in de morgen. De vriendelijke jongeman stuurt ons nog een uurtje dwars over velden en dreven, door kleine dorpjes en stadjes, ergens noord-oost van Atlanta. Dit is het land van Gone with the Wind. Hier staan nog grote huizen, als je hier de geschiedenis in duikt, vind je van alles. Atlanta, Selma, ze kunnen er over meepraten. Maar wij moeten door. Zelfs Scott Fitzgerald en zijn Zelda krijgen van mij niet de aandacht die ze verdienen. Het wordt een lange warme dag. Als we de weelderige boerenbedrijven, de prachtige huizen en tuinen achter ons laten, voegen we ons in de stroom zuid, met af en toe een file, vanwege wegwerkzaamheden. De Amerikanen zijn best geduldige weggebruikers, maar invoegen, ritsen, daar zijn ze niet al te best in. Oppassen geblazen dus met Monster, tussen al die grotere of snellere weggebruikers. Grote vrachtauto’s blazen mij letterlijk naar rechts als ze passeren, dus altijd tegensturen en in de spiegels kijken. Mijn doel is Biloxi, maar in de tweede helft van de middag komt de man met de hamer langs en opteer ik voor ergens bij Mobile. We vinden een plek op de app, na een maal bij McDonald’s op verzoek van mijn reisgenootje. Hoeven we in ieder geval niet meer te koken vanavond. Overigens geen MacKroket en ook geen Big Tasty. De dames vinden het schattig allemaal. De gewenste plek wordt gevonden, we missen toch een afslagje en zitten weer op de snelweg west. Door dus en als ik afsla naar de scenic route de 90, omdat ik vermoed dat daar vele campgrounds zullen zijn, stop ik even op het parkeerterrein van een Holiday Inn Express. We zoeken even waar we zitten en wat de mogelijkheden zijn. Als ik op kijk staan er drie beleefde jonge medewerkers op enige afstand argwanend te kijken en te wijzen waar de uitgang van het parkeerterrein is. Ze willen zo’n ouwe bak natuurlijk niet bij hun keurig etablissement geparkeerd, dat begrijpen we heel goed. Met de nieuwe bestemming voor de vriendelijke jongeman in de telefoon, vinden we van de weeromstuit waar ik eerst had willen komen. Een statepark ergens aan de rand van de Bayou. Hier veel bootjes en riviertjes, die allen onzichtbaar zijn voor ons. Alleen de muggen laten er van weten. Op weg hier heen zagen we vanaf de hoge steile bruggen de bayous, de scheepswerven, de rivieren en kreken waar dit gebied bekend om staat.

Ik vind eindelijk de aansluiting met het boek dat ik in eerste instantie als reisgids wilde gebruiken, The American Homefront van Alistair Cook, en lees, eenmaal fris gewassen en wat bijgekomen, zijn beschrijvingen van de weg die we vanmiddag reden en morgen nog gaan rijden. En van een stukje Appalachians, waar we gisteren waren. Veel is hetzelfde gebleven, al is er waarschijnlijk nog veel meer veranderd.  De bordjes Jesus is Coming staan er nog, overal. Voor Monster zitten we nog even in de avondzon te genieten van de geluiden om ons heen. Er is een beer gezien de afgelopen weken, die horen we gelukkig niet. Maar het stekend gespuis wint het van ons, we zitten al vol bulten en butsjes, van beestjes en allergieën. Ik neem nog wat geluid op, geen idee of het overkomt. Geen wifi hier, dus ook dit blogje moet wachten op betere tijden. Dat zal nog wel vaker gebeuren deze reis.

U houdt het tegoed.

NBU 26, I rode the Dragon!

 

IMG_4090Om reisgenootje nog zo veel mogelijk natuurschoon te laten genieten voor ze vrijdag weer naar huis vliegt, vogelde ik zoveel mogelijk stukjes scenic route aan elkaar. Via Maryville riijden wij een goed onderhouden weg op. Er wordt gewaarschuwd dat je niet langer moet zijn dan 30 voet. Die ene voet kan wel, lijkt mij. We komen veel motorrijders tegen, in veel bochten zitten mannen met camera’s en website-adressen te fotograferen. De bikers zijn opvallend vriendelijk, ook als ze achter ons moeten blijven hangen tot we een pull-out treffen. De weg is smal en bochtig, sommige bochten zijn haarspeld. Het is prachtig, geconcentreerd rijden met vele vergezichten. Vanwege de camera’s denken we met een bijzondere bikedag te maken te hebben. Aan de andere kant aangekomen rijden we over de brede brug. Een groep bikers komt voorbij, de leider heft in triomf zijn rechterarm op, een collega maakt een wheelie! Bijzonder. We stoppen bij Outland gas & groc gerund door een echtpaar ooit werkzaam in Engeland. De zeer vriendelijke man denkt dat ik Duits ben, of Belgisch, het land daar tussenin was hem volledig ontgaan. Ik vraag hem naar de naam van de route die we zojuist gereden hebben met Monster. Dat is dus The Dragon. Wereldberoemd bij motorrijders vanwege zijn 318 bochten. I kidd you not, ik heb er nu een sticker van: I rode 318 curves, en een plaatje van de draak. Googlet u maar, mensen komen van heinde en verre om dit met hun motor mee te maken. Maar het kan dus ook met je RV. Je moet wel van bochten houden natuurlijk. Ik voel me een held!

Ook daarna hebben we nog prachtige routes, stukjes North Carolina Scenic Route, stukjes Appalachian Highway en nog meer fraais. Als ik ergens stop om van het grootse uitzicht te genieten, met bergruggen tot in de oneindigheid, rijdt de vrachtwagenchauffeur die daar staat te bellen zijn auto achter ons langs, zodat we vrij uitzicht hebben. Is dat niet uitermate aardig?

Via Murphy, Franklin en Clayton komen we voorbij Athens. Daar staan we nu, full hook-up. Alles kan weer geladen, de vuile zijn tanks geleegd, het water stroomt volle kracht en zelfs de slide staat uit.

U weet niet wat u mist.

NBU 25, Bike the loop!

IMG_3997

Als we eindelijk wakker worden, na een nacht waar we halverwege een dekentje bij trekken, is het al 10 uur. Dat hadden we even nodig, na deze week. We ontbijten uitgebreid en besluiten tot het huren van een fiets. Om meer te zien van het park, is de Loop aangewezen, 11 mijl lang, of kilometers lopen op een trail. De fiets is onze enige optie, met Monster de Loop wordt sterk afgeraden. Fietsen, dat kunnen wij Nederlanders. En dit zijn luie fietsen. Maar het is geen luie weg. De helft van de tijd fluitend omlaag. Da andere helft van de tijd duwend omhoog, of lopend omlaag want te steil om af te dalen. We komen twee andere fietsers tegen. Ineens begrijp ik de stickers in de kampwinkel “I biked the Loop” en de belofte van zuurstof of ijs bij terugkomst. Maar: weer beren, niet op maar keurig naast de weg. Twee kleintjes naast de weg tussen de bomen. En een grote, die voor mij mooi op zijn achterpoten gaat staan. Ver weg in het veld. Niet voor niets een kijkertje meegenomen. Overal staan cabins en kerkjes, rond 1900 leefden hier 700 mensen, zelfvoorzienend. Op het kerkhof slechts een twintigtal namen, en ook nu nog worden er mensen begraven bij hun voorouders. Waar ik in de ochtend nog optimistisch dacht dat we ook wel een stukje nog konden hiken, dat voorstel laat ik snel varen. Wat ook opvalt: als wij fietsen haalt niemand ons in. We moeten afstappen om de gevormde file regelmatig op te laten lossen. We krijgen waarderende duimpjes omhoog voor onze moed, ook een groep bikers gaat toeterend en zwaaiend voorbij, eentje blijft naast mij rijden en daagt mij grijnzend uit, omhoog. Ik laat hem winnen.

De echte files ontstaan bij het zien van beren. We zien ook nog een hertje, vlak langs de weg, knabbelend aan de eikenblaadjes. En de vlinders werken mee, die grote gele die zich niet goed liet zien, zit ineens met al zijn vriendjes langs de kant in de berm, en laat zich fotograferen. Het andere fietsende stel op de Loop weet de naam: de swallowtail tiger butterfly. Zoek maar even op.

De man van de fietsenverhuur gaf de fietsen voor twee uur mee, maar verzekerde ons vooral alle tijd te nemen, het extra rekende hij later wel af. Als we op driekwart uitpuffen op een steen, ziet een geparkeerd echtpaar dat ik mijn laatste water drink, en biedt een flesje aan en een lift, we weigenre beide vriendelijk en komen in gesprek. Ze hebben vrienden in Nederland, die een maand bij hen in Michigan waren.  Als vrienden nemen we afscheid. Op eigen kracht, maar met het end in de bek, met een laatste file achter ons, komen we net voor sluitingstijd weer in het kamp aan, op tijd voor een ijsje van een pond. We voelen ons helden. Daarna uitpuffen bij Monster, een heerlijke maaltijd van baked beans met rijst, en dan zijn we al weer vroeg gevloerd.

Om acht uur wordt het kamp stil, de generators moeten uit, de vogels geven nog een laatste optreden, en wij gaan onder de wol.

NBU 24, Al doende leert men 20 Mei

IMG_3855

Ik heb soms heel goede ideeën, maar soms ook wel eens mindere. Zo dacht ik het dry-camping uit te proberen. Het spaart kosten, en die rijzen de pan uit hier. Een tip die je overal leest: op de parkeerplaats bij Walmart. Handig. Goedkoop. En lawaaiig. Als je generator werkt is dat geen robleem, dan maak je je eigen herrie. Dus wij lagen met alle raampjes op ventilatiestand, onder het licht van de hoge masten, in de herrie van iedereen die hier over het parkeerterrein zijn radio uitprobeert. Pas na middernacht werd het wat rustiger en sukkelde ik in slaap. Om drie uur was ik weer wakker. Inslapen lukte niet, dus hup: lenzen in, jurk aan, gas uit (dan piept de koelkast) en rijden. In het donker, door een nog rustige stad, een slapend reisgenootje in het bed boven mij. Een half uur later stond ik geparkeerd voor de garage, en ik was niet de eerste. Om acht uur ging het hek open en liep het vol. Nu zitten we in een wachtruimte, met lekkere koffie, een beetje thee en traaaaaaaaag internet. Te wachten op de dingen die komen gaan. We zetten de TV op Friends, dat valt op: meestal is het sport of CNN volgnes een monteur die binnenwandelt. Mijn eigen garage was een uurtje later ook te bereiken. Het ging nog niet zoals ik het graag zou willen, maar de boodschap is afgegeven.

Ik vrees  dat de Smoky Mountains lijden onder de eerste vier letters van hun naam. Die vormen het woord Omsk. En u weet, Omsk is een mooie stad, maar net iets te ver weg…

Na een uurtje een telefoontje: auto klaar. Draadje verkeerd, ergens een verbinding los, en ergens een stekker niet in. Creditcard nog maar eens aan het werk gezet en halverwege de ochtend gaan we richting Knoxville. Tot we het bord Smoky Mountains tegenkomen. Dan van de snelweg naar de scenic route. De Smokies komen naderbij, het landschap wordt prachtig, lieflijk, de bergen worden hoger en steeds dichterbij, tot we er tussen rijden. Voor we het weten rijden we het park in. Het is gratis, niemand houdt ons tegen. In Townsend dacht een vriendelijke meneer dat het wel mee zou vallen met de smalle weggetjes. Ik rijd omhoog, de goed onderhouden weg op met doorgetrokken gele middenstreep. De mensen komen het park uit, na het weekend. Met in gedachten onze vader, die ons vele vakanties mee de bergen in nam, maak ik bocht na bocht. Het uitzicht is prachtig, de zon schijnt.

Plotseling veel auto’s, mensen langs de weg, wijzend. Ik stop ook: beren! Twee stuks, langs de weg tussen de bomen, onmiskenbaar aan hun scherpe schouders en zwarte glanzende vacht. Ze scharrelen rustig rond, er wordt om mij heen druk gefotografeerd en gefilmd, mensen met grote lenzen. Ik maak ook wat foto’s, de camera van reisgenootje is leeg, tot de beren zich weer terugtrekken het bos in. Nog geen tien minuten in het park en al twee beren gezien, terwijl we eigenlijk rekenden op nul beren. De dag, die zo vroeg en rommelig begon, kan niet meer stuk. Halverwege de middag komen we bij het park. Cades Cove Campground. Geen hook-ups, alles op de generator. En die doet het nu. De lucht is fris, de temperatuur Hollands zomerweer. De mensen die hier staan, staan hier vaker. Hele voortuintjes vol gezelligheid, bij een of twee weken verblijf. Onze buren, uit New Orleans, zagen gisteren langs de ‘loop’ vanuit de auto acht zwarte beren. Wij staan aan de uiterste rand van het bos, Monster laat zich redelijk achteruit parkeren, met mijn reisgenoot als richtingaanwijzer. Hoe ik dat straks zonder doe…

We zetten voor het eerst de stoeltjes uit, we komen bij, we ademen in en uit. We genieten van de vlinders, de vogels en het eekhoorntje. Ik trek mijn nieuwe wandelschoenen aan en we lopen wat langs de rivier. Geïnspireerd door het bos, maak ik een eerste bos-schapje. Als ik weer wil gaan zitten zie ik een bijzondere rups op mijn stoel. Minutenlang zijn we bezig het vliegensvlugge beestje vast te leggen. Later als hij groot is, wordt hij zo’n mooie zwart-blauwe, geel-zwarte, rood-bruine of zwart-witte vlinder die we hier zagen. Het zal niet laat worden voor ons vanavond. We gaan met de vogels op stok, vermoed ik. Morgen een hele dag genieten in en van de Smoky Mountains.

Toch gehaald!

NBU 23, Stukje bij beetje

 

IMG_3718We leven een beetje mee met de natuur. Na het eten zitten we nog wat buiten, internet is er hier niet, TV staat in een kastje, om ons heen wordt het donker en het was een lange dag. Dus liggen we ruim voor tienen in ons mandje. Wat tot gevolg heeft dat ik ruim voor vieren wakker ben. Het bos is doodstil, af en toe valt er iets lichts op het dak. Ik hoor de trein in de verte. Rond vijf uur wordt de eerste vogel wakker.

Na een ontbijtje zijn we om acht uur op weg. Nu zouden we de Smoky Mountains moeten halen. We rijden vanuit Alabama naar Georgia, de Peach State, House of Cards, u weet wel. Geen perzik te zien in dat half uurtje dat we doorsteken naar Tennessee. De dame van het bezoekerscentrum aan de rand van Chattanooga geeft ons allerlei info over RV sites tegen het natuurpark aan. Ze is wat ongerust over de maat van onze RV, het is er steil en smal en hoog. Eerst even Lookout Point Mountain bezoeken. Dit uiterste puntje van de Appalachians speelde een beslissende rol in de burgeroorlog. Hier werden de zuidelijke legers na een periode van beleg verslagen . Sherman kon zijn vernietigende tocht op Atlanta beginnen en binnen het jaar was het gedaan met het zuiden.

Dat moeten we natuurlijk even zien. Ook is hier geleden door de Cherokee, die hier hun trail of tears begonnen, maar daarvan vinden we niets. Met een kabeltreintje gaan we steil omhoog, prachtig uitzicht over de parkeerplaats waar Monster braaf moet wachten.

Op het plateau grote rijke huizen, met uitzicht over het hele gebied. Er is een punt waar je zeven staten kunt zien met helder zicht, wij kunnen slechts naar de ene of naar de andere kant kijken, maar het zicht op de Tennessee rivier is imposant. Na de uitleg in het bezoekerscentrum hebben we een beeld bij hoe de veldslagen zich hier afspeelden. Kort en ellendig, en het regende ook nog.

De illusie vandaag nog Gettlingburg of zelfs maar Knoxville te halen geven we op, we gaan op zoek naar een Walmart om te overnachten. Voor we daar aankomen rijden we langs een kattencafé. En je verzint het niet, maar de instelling is 2 maanden geleden geopend door een jonge vrouw die haar vriend voor een jaartje volgde naar Amsterdam, waar hij voor Greenpeace werkte. Daar werd zij vrijwilliger bij de Poezenboot. Na uiteindelijk vijf jaar Amsterdam zijn ze nu terug en heeft ze de poezenboot tot verdienmodel gemaakt. Voor zichzelf en haar man, en voor de poezen. In die twee maanden zijn er 72 poezen herplaatst, de laatste terwijl we daar ons kopje thee zaten te drinken in een mooie, rustige, schone omgeving, met allerlei vriendelijk poezenvolk om ons heen. De kattenopvang had het succes onderschat, en moet al tot in Georgia (om de hoek weliswaar) katten gaan halen om Naughty Cat te voorzien van verse adoptiepoezen. Met een vrolijk Doei in de oren nemen we afscheid, we gaan die Walmart opzoeken. De generator werkt immers mee, niets kan meer fout gaan.

Behalve natuurlijk als die verbinding toch niet tot stand komt. Dan maar alle raampjes tegen elkaar openzetten.

We doen nog even wat boodschapjes en worden geholpen door Dale. Hij is niet de snelste en de pensioengerechtigde leeftijd ligt al lang achter hem. Maar kennelijk heeft hij ons toch verstaan toen ik over de lof van de bietjes begon, want volgens hem is dat lekkerder dan de spinazie die ik kocht en nog gezond voor de ogen ook.

Morgen is het maandag. Om acht uur heb ik denk ik een goed gesprek met de man van de garage.