Vergaderen, dag 3, 6 mei 2022

Haast niet te geloven wat ik hier allemaal zie en hoor en meemaak tijdens de lange dagen die we hier maken. Soms heb ik het idee dat sommige dingen gisteren gebeurden in plaats van vandaag. Zo begonnen we, na een ontbijt met wat ondertussen bekenden zijn, waarvan je twee dagen geleden geen weet had, de ochtend met een korte yogasessie in het spiritueel centrum. Ik doe nooit yoga, ik kon ook niet de hele tijd staan, maar het waren ontspanningsoefeningen. Die zijn, zo kort voor een een lange dag lezingen, discussies en debatten, zeer nuttig. Het weer wordt eindelijk mediterraan. De kamperfoelie geurt heerlijk en tijdens de lange wandeling omhoog naar de eerste bijeenkomst kwam ik op een plek wel vier verschillende soorten vogels tegen. Je hoort ze voortdurend, maar zien is nog weer wat anders. Ook in dit spiritueel centrum een nieuwe, jonge, enthousiaste kracht die de leiding van het centrum op zich heeft genomen.  Van oorsprong een danser borrelt ze van de ideeën. Aan ons om te vragen in hoeverre die ideeën een samenhang hebben met en bevorderlijk zijn voor de idealen van het dorp. En hoe we daar dan eventueel bij kunnen helpen. Er gebeurt hier van alles, maar het gaat soms ook alle kanten op. Tijdens de lunch had ik een interview gepland, maar plannen worden dezer dagen zelden uitgevoerd. Ik maak een andere afspraak. Ook nu wordt de tijd die je denkt te hebben tussen de onderdelen om ook je eigen programma nog uit te voeren opgegeten. Voor je het weet ben je alweer met het afscheidsprogramma bezig. In weer een andere ruimte hebben we na het eten een stand-up comedian: Noam Schuster. Ze zat in de VS op Harvard met een aanbieding daar een programma te ontwikkelen, met daaropvolgende grote optredens in Washington en nog zo wat van die plekken. Dat was maart 2020. Binnen twee weken zat ze weer thuis, met een coronabesmetting opgelopen in de taxi op weg naar het vliegveld. Een ontluikende carrière in duigen. Nu krijgen wij haar verhaal te horen, dat van een in Israël geboren Joodse van een Iraans-Joodse moeder en een Roemeens-Joodse vader, nadat we vanmorgen nog een uitleg kregen over de problemen tussen Askenazie en Mizrahi Joodse inwoners van dit zeer gecompliceerde land. De eerste vrienden moeten al mogenvroeg weg, want maandag weer aan het werk. Ons rest nog een schoolbezoek, een budgetbespreking, een evaluatie en daarna de trip naar Sheikh Jarrah. Het wordt weer een spannende dag.

 

 

This is the place, dag 2, 5 Mei 2022

De zon was mijn wekker, alle vogels waren al wakker. In het restaurant een typisch Midden-Oosten ontbijt met veel houmous en salades, en eieren op toast. Nog niet veel bezoekers, maar dat verandert in de loop van de dag. Ik besluit me door het dorp te slepen om te zien waar alles staat waar ik foto’s van zag of waarover ik las. En tijdens die wandeling kom je dan mensen tegen waar je ook over las. 

De eerste contacten. Als ik ’s middags in het lokale cafeetje belandt voor een kopje thee en een broodje is het hek van de dam. De eigenaar blijkt een langjarige invloedrijke bewoners, hij stelt me aan iemand voor, die ontmoet vrienden die hier al veertig jaar komen, en voor de middag voorbij is, zit ik in geanimeerd gesprek met de vierde nieuwe vriend(in) die dag.

Je kunt haast niet fout gaan. Het zijn mensen met een brede blik, die de halve wereld soms overvlogen vanuit de wens anderen te ondersteunen, een vredesproces levend te houden.

Ik ontmoet een jong gezin, inwoners van het dorp met twee jonge dochtertjes, waarvan de oudste trots meldt dat zij al Duits spreekt (als haar moeder). De jongste beschouwt mij met vriendelijke nieuwsgierigheid en al mijn Nederlands commentaar kan rekenen op haar instemming. Het zijn deze kinderen die de fakkel verder moeten dragen.

Aan het einde van de middag komt de rest van de Nederlandse delegatie binnen en zijn ook de andere afgevaardigden gearriveerd. Sommigen zijn dan al 24 uur onderweg.

Zo rustig als het ontbijt was, zo geanimeerd is de avondmaaltijd, met vier nationaliteiten aan onze tafel van tien. De receptie voor alle bezoekers is het vrolijke besluit van een geslaagde dag.

Neve Shalom/Wahat al Salaam, dag 1, 4 mei 2022

Ik zit op een bankje in een kamer met oranje gordijnen. De deur naar het kleine terras staat open. Het gekoer van de palmduifjes brengt me terug naar Irak. Verder tjilpt, piept en koert er nog van alles. Er blaten ergens wat ik vermoed dat geiten zijn. In de tuin ruist een palmboom onder de lichtbedekte hemel. De temperatuur is aangenaam, de zon zakt langzaam naar het westen.

Wat vanmorgen in alle vroegte begon in Julianadorp eindigt in een bijzonder dorpje op een heuvel in Israel, tussen Tel Aviv en Jerusalem. De reis, met alleen handbagage maar ook met krukken en een rugzak. Ze zijn lastig die krukken, want je hebt steeds je handen vol. Maar op alle drie de vliegvelden waar ik vandaag was waren mensen die hielpen, kreeg ik voorrang, mocht ik met de lift, of een kortere route.

Na een TesttoGo op Ben Goerion Airport stond er iemand van het dorp op mij te wachten.Terwijl zij onder het rijden een zoommeeting hield, deed ik mijn eerste indrukken op.

Veel vlaggen vandaag, aan de vooravond van de onafhankelijkheid van de staat Israël. Vele auto’s en buggies versierd. In de steden zijn vieringen en herdenkingen. In dit dorp is voor tenminste de helft van de inwoners die onafhankelijkheid een drama gebleken, voor hen is er niets te vieren.

Als ik na mijn maaltijd, geschikt voor een klein gezin, het bericht krijg dat de test negatief is, loop ik nog een keer de heuvel op naar de lobby, langs de inmiddels donkere kronkelweggetjes. De bloesems geuren, er staan hier ongekende bomen. de deelnemers aan de conferentie waarvoor ik hier ben druppelen binnen. Sommigen vandaag, anderen komen morgen.

Ik zie uit naar een boeiende week.

Safari

Safari, hajabina, andiamo, we gaan!

Vroeger, ja vroeger, voor de pandemie, reisde ik. Kort, korter. Lang, langer. Dichtbij, ver weg, per auto, boot, trein, vliegtuig. Voor werk, voor plezier, om vrienden te zien, om te duiken.

De afgelopen tweeënhalf jaar was mijn verste reis drie dagen Terschelling. Ook mooi, en met de boot. Georganiseerd door een zusje, je gooit drie onderbroeken en een trui in een rugzak en het is geregeld. 

Maar nu is daar weer de reiskoorts. Van kijken wat nodig is, lijstjes maken, tickets reserveren, de koelkast leegeten, bedenken hoe je naar Schiphol gaat, controleren of alles nog geldig is, met als kers op de taart: testen voor vertrek. Dus ik verzamel als vanouds de spullen die ik nodig denk te hebben, schaaf aan gewicht en volume, omdat ik alleen handbagage mee wil en kan nemen deze tien dagen.

Om het nog interessanter te maken wordt het Israël dit keer. Daar zal ik de jaarlijkse (maar al twee jaar uitgestelde) algemene vergaderingarea bijwonen van afgevaardigden van de vriendenstichtingen die het vredesdorp Wahat al Salaam/Neve Shalom ondersteunen.

Een combinatie van studiereis, vrijwilligerswerk en een paar dagen toerist na afloop van het congres. Jeruzalem staat al 50 jaar op mijn lijstje, drie keer eerder deed ik een poging Israël te bezoeken, steeds kwam er iets tussen. Zo dichtbij als nu, met een geboekte ticket en twee geboekte hotels, was ik nog nooit. Er kan nog roet door het eten, er kan nog een besmetting worden opgelopen. Terwijl er al roet genoeg is. Herstellende van de twee gebroken enkels een paar maanden geleden, nog niet vliegensvlug, zeer gehinderd door een opspelende rug, wordt het nog een hele uitdaging. De krukken gaan vermoedelijk mee. Maar ook mijn paarse badpak ligt al op het groeiende bergje spullen op het bankje aan het voeteneinde van mijn bed. Het straalt hoop uit, vertrouwen, de verwachting van mooie dagen, met zon en ontmoetingen en gesprekken over vrede.

In een tijd dat de oorlog hier weer binnenloopt in de vorm van vrouwen en kinderen op de vlucht een broodnodig vooruitzicht.

Integriteit, weer eens

Ik ben geen minister van financiën, nooit geweest, nooit willen worden ook. Wel had ik ooit een aandeel in een CV, met onze daartoe opgerichte BV, later aangevuld met een pensioen BV. Allemaal zich afspelend in Nederland, gecontroleerd door accountants en met afdracht van belastingen waar nodig en mogelijk. Toen bleek dat er alleen nog echt geld kon worden verdiend door een ander land als vestiging te kiezen, met minder regels, minder controle en lagere belastingen, zijn we er uitgestapt. En hoewel ik het lezen van jaarrekeningen nooit tot liefhebberij heb kunnen bevorderen, ik las en lees ze altijd. Ik heb me altijd uit laten leggen wat de gevolgen waren voor bepaalde acties voor we ertoe over gingen. Tot ik het snapte en het er mee eens was.

Ik ben in sommige banen voor gek versleten dat ik niet ergens een buitenlands adres had, om hoge belastingafdracht te voorkomen. Ik heb wel eens een fors bedrag cash overhandigd gekregen met het bericht dat ik zelf maar moest weten of ik dat wel of niet zou melden bij de belastingdienst. Ik heb dat gemeld.

Ik heb wel eens een carrière om zeep geholpen, onder meer mijn eigen, omdat ik integriteit belangrijk vind, zeker in bekleders van openbare ambten, bestuurders,  politici.

Ik las gisteravond een serie van zes tweets van onze huidige minister van financiën Wobke Hoekstra, waarin hij verklaarde dat alles wat er nu over hem gezegd wordt aangaande zijn belang in een offshore firma volledig legaal en in orde was.

En hoe langer ik er over dacht, hoe kwader ik werd. Omdat er vrijwel in iedere tweet iets werd gezegd, dat bedoeld was het vuurtje te doven maar bij mij olie op het vuur gooide. Het was op zo veel vlakken fout.

Dus ik loop ze even langs, in de hoop dat daardoor mijn woede gekanaliseerd wordt en ik weer slaap vannacht. Omdat ik graag in een behoorlijk land leef, me daar altijd sterk voor heb gemaakt, daar ook lang op vertrouwd heb dat dat het geval was, en dat eigenlijk nog lang vol wil blijven houden. En daarbij zitten deze minister en zijn tweets mij dwars, na alles wat we de afgelopen jaren en maanden al meemaakten.

Eerst even voor de achtergrond de korte serie:

“In FD en Trouw is aandacht voor een investering die ik twaalf jaar geleden heb gedaan in een start-up voor ecotoerisme in Afrika van een vriend van mij. Het gaat om een bedrag van ca 26.500 euro. 1/6

Ik ben verder op geen enkele manier bij het bedrijf of de bedrijfsvoering betrokken geweest. Deze aandelen heb ik verkocht voordat ik minister werd. Ik heb deze investering altijd meegenomen in mijn belastingaangifte. 2/6

Voor mijn aantreden als minister heb ik al deze informatie gedeeld met de landsadvocaat en derhalve met de formateur. Ik heb mij steeds volledig gehouden aan alle regels die er gelden voor bewindspersonen. 3/6

In de Eerste Kamer was ik geen fiscaal woordvoerder en heb ik mij steeds gehouden aan de regels die gelden voor Eerste Kamerleden.

Deze investering heeft voor mij nooit winstoogmerk gehad. Er is ook nooit dividend uitgekeerd, Bij verkoop ik 2017 heb ik de waardevermeerdering van ca 4800 euro overgemaakt naar een Nederlands goed doel t.b.v. onderzoek naar kanker. 5/6

Ik heb mij 12 jaar geleden niet gerealiseerd waar het bedrijf gevestigd was. Daar had ik mij achteraf natuurlijk beter in moeten verdiepen. 6/6”

“Geïnvesteerd in Afrika, in ecotoerisme.” We moeten door die toevoeging een paar dingen concluderen: het was in goed vertrouwen (vriend) en het was voor een keurig doel: ecotoerisme. Wie kan dat nu niet willen in Afrika?

Wie ooit vaker dan een paar dagen in Afrika was, zal zich al snel realiseren dat er in opkomende landen nog veel ruimte voor verbetering is, dat daar investeren vanuit ons landje een niet eenvoudige en voor de hand liggende zaak is. Daar past extra alertheid, of die zaken nu van een vriend zijn of niet: jij investeert.

Het verhaal heeft vast wel geklopt, maar let wel: het was een investering. Dan kun je in je laatste tweets wel roepen dat je geen winstoogmerk had, maar dat is in het huidige post -mondkapjesdeal-schandaal van partijgenoot Sywert een niet al te gelukkig gekozen argument.

En dan dat ecotoerisme. Waarom deed die vriend dat?

In opkomende of ontwikkelende landen valt al snel op dat het toerisme vaak gerund wordt door buitenlanders. Het lijkt allemaal sympathiek in Hoekstra’s tweets, maar ook klinkt door: wij kunnen dat, wij weten dat, wij weten wat westerse toeristen willen. En kijk eens, de plaatselijke bevolking heeft een behoorlijke baan. Tegen lokale tarieven weliswaar, maar toch. 

Maar de echte winst, het rendement, de miljoenen, miljarden die in de toeristenbranche verdiend worden, die vertrekken naar de landen en in de zakken van de investeerders. En via die brievenbus op de Maagdeneilanden, of welke andere offshore-vlag ook maar, ontvangt het land waar dat toerisme plaatsvindt, noch het land waar de investeerders wonen, belastinggelden om te investeren in de eigen bevolking.

Er is nooit dividend uitgekeerd, maar er was een waardevermeerdering. Er is gewoon winst gemaakt. De minister gaf de investering jaarlijks op bij zijn belastingen, wat risicoloos is. Als er niets wordt uitgekeerd, is de afdracht navenant. Denkbaar is dat er zelfs aftrekposten uit voortkomen. Op de investering van Hoekstra bracht die voor hem uiteindelijk toch 4800 euro op. Geen slecht rendement, 20% van de oorspronkelijke inbreng. U en ik rekenen op ons spaargeld een fictief rendement van meer dan 3% af, gemaakt of niet, via de boxen. 

Maar zie, onze minister, na enige jaren toch wat wakker geworden, toevallig samenvallend met zijn nieuw te betrekken functie, schonk het geld aan een goed doel. Ten behoeve van kankerbestrijding, wie is daar niet voor? Hoe goed van hem, die gulle gift voor dat zeer goede doel. Wel een Nederlands doel, in eerste instantie terecht komend dus hier, niet bij kankerpatiënten in Oost-Afrika waar hij dat geld verdiende.

Daarover nog het volgende: CDA-er Hoekstra is ongetwijfeld op de hoogt van de volgende bijbeltekst:

“Als u goed voor iemand bent, houd het dan geheim. Laat uw linkerhand niet weten wat uw rechterhand doet. Uw Vader ziet wat er in het verborgene gebeurt en Hij zal u ervoor belonen. MAT.6.3-4.”

Maar deze minister noemt het toch maar even, en probeert zo over de ruggen van kankerpatiënten zijn blazoen op te poetsen.

Bill Gates vindt dat rijken meer, veel meer belasting moeten betalen.

Zodat in een goed functionerende democratie de overheid, feitelijk wijzelf met elkaar, bepalen waar steun aan wordt verleend. Niet afhankelijk van persoonlijke voorkeuren, maar op meetbare gronden. Om willekeur te voorkomen en rechtvaardigheid te betrachten, en steun daar te laten komen waar het voor het lands- en individueel belang het meest nodig is.

Zodat niet uitsluitend de rijken het beleid kunnen bepalen, maar wij allemaal, met elkaar.

En ook nog dit, we weten het allemaal: dat wat je schenkt aan een goed doel, is fiscaal aftrekbaar. Een gift van deze orde draagt ertoe bij dat er over al je verdiensten, je hele inkomen (niet altijd hetzelfde), minder belasting wordt geheven.

Ik zal hier de discussie van een postkoloniale houding ten opzichte van Afrikaanse landen maar niet openen. Het probleem is zo al groot genoeg.

De minister beroept zich op het feit dat hij zich èn niet met de bedrijfsvoering heeft beziggehouden, èn zich altijd aan de regels heeft gehouden. 

Als aandeelhouder zou je je beter moeten informeren; Je ergens niet mee bemoeien en dan denken dat je geen verantwoordelijkheid draagt, voor iemand die ambities heeft die uiteindelijk leiden tot een ministerschap financiën niet best. Voor een Eerste Kamerlid, verantwoordelijk voor het toetsen van wetsvoorstellen aan onze wetten een zorgwekkende instelling en een miserabel excuus. Een smoes, zou ik zeggen.

Je hoeft ergens geen woordvoerder voor te zijn in de kamer, om toch minstens de schijn tegen te krijgen. In hoeverre ben je geschikt voor het politiek ambt in eerste dan wel tweede kamer, of in een kabinet, als je zo makkelijk probeert ergens je verantwoordelijkheid voor te ontlopen, te roepen dat het anderen waren. Als je cynisch bent zou je zeggen: uitermate geschikt, we zien het veel de laatste tijd. 

Maar ik vind nog steeds, je bent altijd verantwoordelijk, dat komt met het ambt.

En de laatste zin van deze serie tweets is gewoon slecht Nederlands. Vermoedelijk beoogt de minister te zeggen dat hij achteraf gezien zich vooraf beter had moeten informeren hoe het bedrijf van die vriend, waarin hij investeerde zonder winstoogmerk, in elkaar stak en waar het gevestigd was. Er zal toch ergens op die afrekeningen en overzichten die aantoonden dat er geen winst werd gemaakt wel een adresje hebben gestaan? Een fiscaal nummer? Een inschrijving bij een Kamer van Koophandel?

Had hij zich maar vooraf geïnformeerd, had hij maar in al die jaren investering beter opgelet. Niet alleen had hij dan nu niet in een lastig parket gezeten, in een tijd dat een onderhandelaar van de formatie het toch al lastig heeft. Mogelijk zou hij met een dergelijke alertheid ook anders gekeken hebben, beter gekeken hebben naar het voorstel van Sywert van Lienden. Nog zo’n CDA-er die zich niet realiseerde dat zaken wel eens tot winst kunnen leiden, ook al wil je dat echt, echt niet. Dat had ons land 100 miljoen bespaard aan ongebruikte, want slechte mondkapjes.

Deze hele deal, deze hele serie tweets, deze hele minister en partijleider zou op geen enkele manier mee betrokken moeten zijn bij de bedrijfsvoering van dit land.

NBU 96, I’ve come to look for America

IMG_6033

Een dag eerder thuis. Een bezoekje aan de buren en verder een lege koelkast. Veel goede wensen, zelfs bloemen met een kaartje: Oost, West: Thuis Best.

Wennen hoef ik nooit, in mijn eigen huis. Er is stilte en rust, er is zon. De grassen van de prairies zijn me vooruitgesneld en staan op het terras in de achtertuin. Zo te zien aan de zaaddozen was het een goed Lathyrus jaar. De klimroos heeft voornamelijk gehangen, de sering is nog verder omgezakt en moet worden geruimd.

Er moet een en ander gesorteerd, maar voornamelijk moeten alle verhalen hun plek krijgen.

Velen wensten mij een fijne vakantie, maar het was meer dan dat: een avontuur, een roadtrip, een onvergetelijke ervaring.

Ik bezocht 24 staten, ik reisde met Monster 11.524 mijl, met de huurauto 1637 mijl en met de auto in Houston heb ik ook heel wat kilometers afgelegd, die ongeteld zijn. In totaal dus meer dan 21,180.58 kilometer. Ik was 89 dagen in de VS, waarvan 15 dagen in Houston.

Ik bezocht nationale parken, recreatiegebieden en bossen en staatsparken, recreatiegebieden en bossen. Ik sliep op parkeerplaatsen, in het bos, op commerciële
RV-parken, op staats en nationale campinggrounds, naast benzinestations en op rustplaatsen, in hotels en bij mensen thuis.

Ik heb vele, vele gallons benzine getankt, maar ik ga echt niet uitrekenen hoeveel liters en dollars dat gekost heeft.

Ik ontmoette en sprak vele, vele Amerikanen, maar ook Canadezen, Fransen, Italianen, Israeliërs, Spanjaarden, Mexicanen, Vietnamezen en Nederlanders.

Ik heb onvergetelijke vergezichten gezien, musea, garages, en veel Walmarts, McDonalds en Starbucks voor de wifiverbindingen.

Ik logeerde bij mensen thuis, ging op visite in hun campers, at mee bij hun BBQ’s. Ik maakte hikes en strandwandelingen, zag onder andere beren, walvissen, pelikanen, bizons, konijnen en talloze eekhoorntjes en ander klein wild. Ik ben in steden, stadjes, dorpen en dorpjes, op het platteland, op boerderijen en plantages geweest. Ik was op zeeniveau en op 9000 voet. Ik heb nachten gehad dat een extra deken niet genoeg was, en veel vaker nachten dat Monster nauwelijks koel was te krijgen.

Ik heb vele, vele kikkers uitgedeeld, aan mannen, vrouwen en kinderen. Iedereen vond ze ‘cool’. Er is voor me gebeden, er is met me gelachen. Er zijn vele, vele verhalen uitgewisseld. Slechts één keer werd ik onheus bejegend, en heel vaak zeer vriendelijk onthaald en te woord gestaan.

Amerikanen zijn trots op hun land. Hier vinden we dat er veel aan te merken valt op dat grote land over de plas. Dat vinden veel Amerikanen ook. Maar de eindeloze ruimte, de mogelijkheden, het overweldigende natuurschoon geeft ze ook het idee dat dit het uitverkoren land is. Zoals de veel gedraaide countrysong: This is Gods Country. En als je de omvang van dit land een beetje meebeleeft, ga je daar begrip voor krijgen.

Drie maanden is lang om voornamelijk alleen een land te bereizen. Ik heb nog lang niet alles gezien. Ik ga zeker nog terug, hopelijk vaker dan eens, zolang ik Monster redelijk op de weg kan houden. Dan nog zal ik geen deuk in dit land hebben kunnen slaan, zal ik slechts het tipje van de ijsberg gezien hebben. Maar deze drie maanden waren een niet te evenaren kennismaking met dit prachtige, verrassende land van The Big Skies en de Wide Open Spaces.

I’ve come to look for America. Bedankt allemaal voor het meereizen.

 

 

 

 

 

 

 

NBU 95, Cancelled!

IMG_2159

We maakten ons op voor een wat landerige zondag, waarin ik zou proberen mijn koffer zo te pakken dat ik geen extra flightbag nodig had, zonder mijn koffer te overladen. Veel meer dan nog een keer uit eten zou er dan niet gebeuren.

Al vroeg wakker vond ik echter een berichtje van KLM: uw vlucht is geannuleerd!? Oeps! Uiteraard was mijn telefoon bijna leeg. Snel eruit, kattenwasje, laden en kijken wat te doen. Ik kon kiezen uit een vlucht vandaag zonder overstap, iets latere vluchten vandaag met overstap. Latere vluchten morgen met overstap. Een dag later is geen optie vanwege mijn visum.

Met nog zeker vier uur te gaan voor het vliegveld bereikt moet worden, lijkt de vandaag vlucht haalbaar. Maar dan wel doorwerken. Koffer pakken, wegen, boek erbij, dicht. Rest inpakken en zien hoe het uitkomt. Schrobdouche om het kruit af te wassen.

Het lukt allemaal wonderwel. Mijn carry-on is welwiswaar niet te tillen, maar het past allemaal, en met alleen een halfleeg rugzakje daarnaast als handtas, ga ik zoals ik kwam, min of meer. Wat wonderlijk is na drie maanden reizen. Monster heeft dan ook nog veel spullen van me in bewaring. Een beetje stuurman weet hoe te laden en te plannen, blijkt maar weer.

Met weemoed van mijn kant, en ik hoop met enige weemoed bij mijn gastheer, nog een paar koppen thee, een laatste praatje en dan kan echt alles in de auto. De was is dan al gedroogd inmiddels, mijn sporen zijn bijna uitgewist in het huis. Alleen mijn thee, thee-ei en nog wat halflege potjes getuigen op het aanrecht van mijn verblijf hier. Die blijven wachten tot ik terug kom.

Eindelijk een keer rust op de snelweg, net als je geen haast hebt. Ik groet het huis, de wijk, de skyline. Dan nog een laatste keer afscheid nemen van mijn onvolprezen gastheer en door de deuren de terminal in.

Ik ben gewend dat er altijd wel een tas is die met de hand gecontroleerd moet worden tijdens de veiligheidscontrole, meestal vanwege alle elektronica. Maar dit keer wordt de andere tas uitgekozen voor controle. Huh, wat kan daar nu inzitten? Tja, daar zitten dus nog vier lege hulzen in, die gisteren aan mijn oog ontsnapt zijn, toen ik hun familieleden eruit haalde. Ze mogen ze houden, hoewel ik ze waarschijnlijk mee had kunnen krijgen. Maar het is druk, dit is het snelst.

Het thuisfront weet dat ik een dag eerder komt, de afhalers zijn paraat. Ik laad nog een keer mijn telefoon helemaal op (inclusief de back up) en schrijf dit blogje. U krijgt er nog een als ik thuis ben, en dan is dit geweldige avontuur echt voorbij.

Ik heb nu al heimwee.

NBU 94, Top gun

Mijn gastheer heeft een vroege afspraak buiten de deur, ik ga wat inkopen doen voor de avondmaaltijd. Het is aanvankelijk bewolkt en dus goed te doen. Ik loop gelukkig een stukje de verkeerd en vind een prachtig oud gebouw. Dit is een mooie buurt, met soms prachtige oude, ruime huizen. Zaterdag betekent niet dat niemand werkt. Twee mannen blazen de bladeren naar de hoek van de straat, het gras krijgt water van het dripsysteem. Het gebouw hier op de hoek loopt achter, de bouwers werken over. En natuurlijk zijn alle winkels open. Ik loop de magical cauldron binnen om te zien wat daar verkocht wordt. Het is een heksenwinkel. Echt, zonder lachen, je kunt er toverstafjes kopen van seleniet, allerlei kruiden om te helpen bij je formules. Kaneel schijnt overal goed voor te zijn. Er zijn kristallen en dromenvangers, beeldjes en tarotkaarten. Aan de balie is er een verhitte discussie over een astronomisch verschijnsel en of het al wel of nog niet heeft plaatsgevonden. Inclusief hoeveel graden Sirius staat ten opzichte van Saturnus, als ik het goed gevolgd heb. Kristallen bollen en vijzels bij de vleet.

In de supermarkt zie ik pakketten met schriften, pennen, een gummetje. Ze zijn bedoeld om te doneren, zodat ook armere kinderen schoolspullen hebben. Ik praat met de mevrouw van de supermarkt over dat het goed is dat het gebeurt, en hoe slecht het is dat dat nodig is en afhankelijk is van de goedwillende burger. Dan koop ik er een die in de grote doos gaat.

Ik probeer nog zoveel mogelijk Amerika op te zuigen in deze wijk, die ik nu redelijk begin te kennen. Ik ga nog even naar de winkel voor schilderspullen en koop nog een boekje voor mijn gastheer. En een schildersmes voor mezelf. Gevaarlijke winkels altijd. Ik weersta de verleiding om nog een keer Half Price Books te bezoeken, het zal nu al lastig worden alle bagage onder het maximale gewicht voor een koffer te houden en ik vrees dat ik toch nog aan een carry-on moet. Gaan we morgen uitproberen. Vandaag wordt gewoon een luie zaterdag, met niets bijzonders. Denk ik.

Maar dan heeft mijn gastheer, na enig overleg online, een briljant plan: we gaan schieten. De Ruger 38 komt uit de safe, het adres van de schietbaan wordt in de navigatie geprogrammeerd en daar gaan we. Een waiver tekenen, oordoppen en brilletje op en we kunnen, op baan 6. Daarvoor een uitgebreide ruime winkel, waar nieuwe en tweedehands wapens te koop zijn, van klein kaliber tot volautomatisch. Schieten kan met je eigen wapen of met een gehuurde, tot een volautomatisch wapen aan toe.

Op de baan is ondanks de oordoppen het geluid van de automatische wapens oorverdovend. Mijn gastheer laadt een ronde en dan mag ik het proberen. Ik moet met twee handen, dus twee wijsvingers, de trekker overhalen, en kan vijf schoten lossen. De eerste ronde drie van de vijf in de buurt, en dan leer je compenseren voor je afwijking. Kijk, dat had ik nu niet verwacht, dat mijn verblijf hier zo zou eindigen. Mijn gastheer oefent wat, ik krijg de rest van de kogels toebedeeld.

Ik neem mijn gele slachtoffer mee naar huis en een handvol hulzen, niet zeker of die het vliegtuig zullen halen. Thuisgekomen is het tijd voor een zelfgekookte maaltijd, en met de nieuwe Mary Poppins op Netflix ronden we de zaterdag af. Met popcorn, dat begrijpt u.

Going out with a bang

 

NBU 93, Dag Monster!

Nog een dagje buffelen, dan is het weekend. Alle lappen en kleding gewassen en gedroogd, alle keukenspullen in de afwasmachine. Monster moet natuurlijk geen stinkend hok vol beestjes worden terwijl hij op mij wacht.

Dus ik ben de hele ochtend bezig, eerst met de binnenkant helemaal en overal schoon te maken, op plekken waar ik eerder zelfs niet kwam. Nog meer spullen eruit. De droge schone spullen er weer in. De grijze en zwarte tanks doorspoelen en nog een keer doorspoelen. Dan een beetje water erin met speciale oplossing om te voorkomen dat alles gaat stinken. Als de binnenkant zo lekker ruikt als nooit tevoren, is het tijd alle overleden insecten van de buitenkant te verwijderen, de sporen van de twee suïcidale vogels afgelopen week, de rode aarde van Colorado, de gele van Nevada. Monster knapt er zichtbaar van op, ik zie er met de minuut gestoofder uit.

Net voordat mijn gastheer halverwege de middag thuiskomt is alles schoon, droog en klaar. We kunnen gelijk door, om te voorkomen dat we in het vrijdagmiddag geweld terechtkomen. De opslag, waar Monster zijn eigen dakje krijgt, is 16 mijl verderop, ergens aan de I10. De vrolijke jongedame aan de balie vindt het amusant, een ruimte verhuren aan een buitelander. Het is niet zo moeilijk elkaars taal te spreken, maar elkaars cijfers lezen, dat is nog een uitdaging.

Als ik niet op tijd betaal, dan ziet u Monster terug in Storage Wars. Ik betaal drie maanden vooruit, en zorg dat het via de kaart geïnd wordt, dan loop ik het minste risico. We willen immers nog een keer terug. Nog een keer rijd ik krappe bochten, parkeer ik Monster tussen de lijntjes, plaats ik de reflector achter het voorraam, doe alle gordijntjes dicht, en dan gaat de sleutel eruit. Dag Monster! Tot ziens.

Mijn gastheer kan zich niet voorstellen dat ik niet blij ben niet meer in zo’n lel van een wagen te rijden; ik vind het maar niets, als passagier in ook nog de lage wagen. Thuisgekomen opknappen, mezelf schoonschrobben, en naar een BBQ-restaurant in de buurt. Dat probeerden we eerder, maar toen waren we te laat om niet uren te hoeven wachten. Nu zijn we zo aan de beurt. Vanwege de BBQ, om het verlies van mijn zes wielen te compenseren en omdat dit Texas is, trekken we allebei onze laarzen aan. Mijn gastheer uit solidariteit. Wel onder zijn jeans trouwens, terwijl ik die van mij over mijn skinny draag. Geen hond die het opvalt, terwijl ik mezelf nu wel wat overdone vind. Volgens mijn gastheer hadden we ook wel een cowboyhemd, een riem met koppel en een Gallonhat kunnen dragen, maakt ze niks uit hier. De BBQ is heerlijk, ik heb een hele avond om spullen uit te zoeken, papieren te ordenen, en dit stukje te schrijven en online te zetten.

Maar laat zal het niet worden vermoed ik, een heel Monster schrobben is best veel werk.

NBU 92, Full circle.

IMG_2114

Het duurt ongeveer een half uur voor een autoalarm er vanzelf mee ophoudt. Met andere woorden: ik ben pas laat ingeslapen vannacht. Voor dat alarm ging er een vogel af en ik heb lang liggen denken welke vogels er zo gek is ’s nachts te zingen. En mooi. De vrachttreinen kwamen gelukkig ook een paar keer langs. Echt haast is er niet, maar tijd verliezen is ook zonde. Een karig ontbijtje van de restjes en dan de snelweg vinden naar het zuiden. Ik kan er tegen enen zijn. Ik kijk nog een keer goed wat er allemaal te koop wordt aangeboden op de borden. Ik luister naar de lokale radio, waar Rush Limbaugh tekeergaat tegen een van de jonge vrouwen die al door Trump werden aangevallen. Het is perfide, het is bovenal zo aantoonbaar onjuist en opzichtig allemaal. Maar het helpt niet als je dat tegen de radio roept. Gelukkig is het FM, na een drie kwartier is niet alleen hij, maar ook het signaal gestoord.

Stukken van de reis komen weer boven. Er is zoveel gezien, meegemaakt, nog te verwerken. Tegen de middag zie ik de skyline van Houston, nu vertrouwd, weer opdoemen. Ook al herken ik niet direct alle straten, ik weet wel waar ik ongeveer ben nu. Om kwart voor een staat Monster geparkeerd, zet ik thee, doe ik de eerste was in de machine en begin aan de grote schoonmaak. Een uurtje later is mijn onvolprezen gastheer thuis, en na nog wat doorschrobben is de parkeerplaats vrij en kan ik een douche nemen. Morgen de rest en wat ordenen. Mijn echte rijbewijs ligt er, en een oproep het te verlengen, wat helaas niet online kan, dus volgende keer in persoon er heen.  En dan, als de oude routine, uit eten ergens in de wijk.

Life is good.