NBU19, Soms zit het tegen. Of niet?

20190515_163156

Als ik drink zou ik zeggen: doe mij een straffe borrel. Maar ik drink niet. Het wordt eten bij de Mexicaan. De ochtend begon met mijn eerste Uberrit ooit! Met Michael. Een half uurtje later stonden we in de garage waar het Monster op mij wachtte. Hij werd voorgereden, ik kreeg uitleg van wat er gedaan was, waar sommige knopjes zaten. Kreeg adressen voor benzine en LPG en oefende wat met spiegels, voor- en achteruitrijden. En toen de weg op. Dat ging redelijk wel, een buitenwijk, niet al te veel verkeer en brede (hoewel hobbelige) wegen. We kregen de state inspection binnen het kartier voor elkaar. Ik voelde me al King of the Road. Tot ik iets rook wat op remmen leek en er ook af en toe een rood lampje knipperde. Telefoontje naar de garage: terug komen. Draaien ergens waar een Monster nooit draait. Rozenstruik uitgegraven. Een nieuwe calipher, duur onderdeel, niet op voorraad. Er zijn leukere momenten te bedenken op zo’n reis. Dus Monster bleef achter, we maakten onze tweede Uberrit. Terug naar huis, lunchen en even bijkomen van de schrik. Tot overmaat van ramp belde de verzekeringsbemiddelaar dat ze er van af wilden zien, vanwege het feit dat ik geen Texaans rijbewijs heb. Wat bekend was. Uitgelegd dat dat echt niet kon, dat ik al betaald had, en hier nu was en dat ik ze zou sue-en. We horen nog van hem. Dat was wel weer genoeg tegenslag voor een dag. Daarna naar de afdeling belasting en registratie, ik verwachtte dit op twee plekken te moeten doen, maar het ging onverwacht goed. Na dat gedoe met de verzekering was ik op het ergste voorbereid. Na geld betaald te hebben kreeg ik niet alleen een sticker, met de belofte dat de nieuwe Title opgestuurd zou worden, ik kreeg ook de nummerplaten mee. Dus ondanks alles liep ik met een grijns van oor tot oor 1001 Preston Street uit. Nu, na die Mexicaan, waarvan we de halve portie voor morgen meekregen in een keurige schaal, zitten we met onze gastheer te genieten van een inmiddels ritueel ijsje en een gedeelde muziekpassie. Neil Diamond op de speaker. Life is Good ook als het eens tegenzit.

NBU18, Bonnie & Clyde

IMG_3576

Gibsland is beroemd om één ding: de dood in een hinderlaag van Bonnie & Clyde op 24 mei 1934. Nu wist ik wel van Bonnie & Clyde, maar Gibsland, het Ambushmuseum, de marker langs de snelweg: daar heb je reisgenootjes voor. Op zich zou ik niet hebben omgereden voor een dergelijk museum, maar de rit er heen in het donker, en de rit er naar toe en vanaf in het licht, het verblijf in het motel met de 23 treinpassages per dag (vandaar dat fluiten inde nacht) maakte het de moeite waard. Het feit dat we vandaag een levende bever, dode opossums en gordeldieren zagen en veel adelaars en een Mexicaanse huisvink zagen verhoogde de feestvreugde. Het dorpje heeft nog veel van de gewen die op de oude foto’s staan. In de winkel waar Clyde zijn laatste broodje bestelde is nu dus dat museum. Of nou ja, museum: iemand heeft twee verzamelingen ondergebracht in de ruimtes, met veel ijver en inzet, en vrij weinig kennis van het inrichten en opzetten van een expositie. Veel herhaling, veel door elkaar, maar vooral als je binnenkomt: een allesoverheersende verstikkende kattenlucht. Een kattenmannetje als eigenaar/beheerder. Samen met een gezin uit Georgia bekijken we de inleidende documentaire. We bekijken alle namaak auto’s, foto’s, krantenberichten, bouwpakketten en haast originele kledingstukken. Dan mogen we weer de frisse lucht in, rijden naar de marker, op de plek die we nu herkennen van die film, en rijden dan weer verder, Louisiana door langs country roads tot we de snelweg 59 naar het zuidwesten, naar Houston weer bereiken. In een stralende zon langs de brede glooiende wegen, met af en toe een stop voor een postkantoor, benzine, een ijsje, rijden we keurig op tijd, voor de file, Houston weer in. Vanuit een voor mij nieuwe richting, maar dan herken ik plotseling de buurt en weet ik: nu is het niet ver meer. Ook al krijg ik niet de kans in te voegen, als ik af moet slaan: geen probleem, ik weet hoe ik er moet komen. We halen de auto leeg, openen de garage, zetten de spullen voor de deur en dan rijdt onze gastheer de straat in. Het voelt een beetje als thuiskomen.

We brengen de auto terug naar de verhuurder, gaan wat eten bij de Chinees (heerlijk, groente!), ik rijd langs de adressen die morgen van belang zijn en maak kennis met een handyman ter ondersteuning morgen.

Want morgen is het De Dag: we gaan Monster ophalen! Als ik nu maar slapen kan vannacht.

NBU 17, In alle staten

DSC02178

Memphis is bekend om een paar zaken. Eén de muziek, die we gisteren vierden. Maar het is ook een belangrijke stad in de strijd voor gelijke rechten. Dit is ook de plek waar Martin Luther King Jr. op 4 april 1968 door het hoofd werd geschoten terwijl hij op het balkon van zijn motel stond. Het Lorrainemotel was de enige plek waar niet-blanken welkom waren. Nu is er een mensenrechtenmuseum, met een uitvoerige en boeiende presentatie van de rassenkwestie en de strijd voor gelijkheid. Van 1619 toen het eerste slavenschip aankwam in Virginia tot nu. Waar gisteren mijn reisgenootje in tranen was, hield ik het nu niet droog. De plek is geladen. Schoolklassen kinderen worden rondgeleid. Hoe is dit voor hen? De bus te zien waar Rosa Parks weigerde achterin te gaan zitten. Of die andere bus, opgeblazen en in vlammen opgegaan, waarin de Freedomriders zich verplaatsten? Ik had hier nog makkelijk twee uur langer kunnen blijven om alles te lezen en luisteren. Veel is uiteraard bekend, maar de beroemde rede in Washington hier nog eens te luisteren, de I have a dream speech, dat is kippenvel. Mijn reisgenootje verkent ondertussen de omgeving en zit mensen te kijken, altijd leuk. Dan rijden we aan het eind van de ochtend de stad uit, de rivier over en Tennessee uit, Arkansas in. De aardige Kaartenman voorspelt weer lange stukken dezelfde snelweg. Niet veel verkeer, toch komen we een auto tegen die kort daarvoor over de kop ging. Ergens gaan we een rustplek op, tussen de bomen, voorzien van mooie plekken om te picknicken en bbq-en. Kraakheldere toiletten, daarvoor twee Amish families. Moeder in haar heldere grasgroene jurk met kapje is binnen. De mannen, meisjes en jongens zitten buiten te wachten. Hun busje blijkt naast onze auto te staan, we groeten elkaar vriendelijk. De meisjes zwaaien vrolijk als we elkaar op de snelweg weer tegenkomen.

Halverwege de middag Little Rock. Ik had mij al jarenlang een voorstelling gemaakt van die stad. Die kan in de prullenbak als we er binnen rijden. De buitenwijken met grote, rijke huizen in Zuidelijke stijl. Het centrum rond het capitool vol met overheidsgebouwen. Daar in de buurt moet toch een koffietentje zijn? Die zijn er, maar dicht. De kaartenman geeft aan dat er een postkantoor en een cafetaria is. Dat blijkt in het capitool te zijn, de deuren zwaaien open, we lopen door een veiligheidspoortje, recht in de armen van een van de bewakende agenten. Hij vertelt ons dat er inderdaad een postkantoor is, twee uur open tussen de middag. Cafetaria dicht na de lunch. Hij neemt zijn eigen koffie mee. Wel is er een souvenirwinkeltje en een zeer luxe en schoon toilet. We maken wat foto’s, kijken wat rond en vertrekken weer. We nemen nog een kijkje bij het beeld The Testament, ter ere van de Little Rock Nine, die het waagden naar een openbaar College te gaan. Hun verhalen hoorde ik eerder die dag in Memphis, hier staan ze naast de Liberty Bell. Een kopie, die de hele staat doorreisde in 1950, om vrijheid in te prenten. maar niet voor zwart, alleen voor wit. Terug bij de auto, een kilometer verderop blijkt het centrum (nou ja, wat is hier een centrum ) een blok de andere kant op. We eten wat, want we zullen laat in de plaats van bestemming zijn. We halen koffie bij de pomp, thee is al helemaal geen optie en Starbucks is net dicht. De jongeman bij de pomp herkent onmiddellijk dat we niet uit Arkansas komen en: hij weet waar Nederland ligt, ooit was hij in Duitsland. Soms kijkt men wat glazig. Terwijl ik buiten wacht komt hij nog even zeggen dat ik er ‘awesome’ uitzie en hij mijn stijl ‘digt’. Ik loop in een kuitlange zwarte jurk, het zal een smoesje zijn om een praatje te maken. Zoveel Nederlanders komen er kennelijk niet langs in Little Rock, al helemaal niet bij Roadrunners. Terwijl we rondlopen zien we een keurige man in pak een fles whisky kopen in een plastic zak van een man in spijkerboek. Ze hebben wel allebei een grote auto.

In Gibsland is geen kamer te huur, wel in Arcadaia, in het enige motel. U kent ze van TV, twee rijen kamers en op de parkeerplaats veel pick-up trucks. Wie wil daar nu niet heen? Ik zal  morgen vertellen wat we hier komen doen. Onderweg heel veel bomen, witte hekken af en toe, weinig bebouwing, grazige weiden met zwarte koeien en kalfjes en ondergelopen riviergebieden. We rijden van Little Rock naar Sheridan, via Camden naar El Dorado, bij Junction City (Pop 581, kleine winkeltjes in de enige straat met houten huizen) de grens met Louisiana weer over en dan door naar Arcadia. Het laatste uur, in het donker, een smalle weg tussen de bomen met af en toe een tegenligger. Geen enkel teken dat er ooit nog weer bewoning zal zijn, maar ineens is die er toch weer. Een snelweg waar we over moeten en die we morgen zullen volgen, een plek met een verzameling fastfoodketens en pompen en ons motel dus. Nu genieten we met de voetjes omhoog van onze eenvoudige maar schone en comfortabele kamer van een verdiende kop thee en een tv met iets vaags over oude auto’s.

Buiten fluit een trein zoals alleen treinen in Amerika dat kunnen.

NBU 16, Graceland, Graceland, Memphis Tennessee

IMG_3208

Een bucketlistbestemming. Niet voor mij, voor mijn reisgenootje. Busje van het hotel zette ons keurig voor de deur af, redelijk vroeg. Het was rustig en eigenlijk bleef het dat de hele dag wel. Hier komen 700.000 bezoekers per jaar, maar alleen in het eigenlijke woonhuis valt dat op, door de beperkte ruimte. Eerst ga je op de foto, staan, ready, smile. Mijn reisgenootje barstte prompt in tranen uit van pure emotie. Op de Ipad vertelt de gids je alles over de ruimtes waar je door gaat, hoe lang je er over doet bepaal je zelf. Ik dacht een ochtend nodig te hebben voor deze bestemming, maar we waren bijna de laatste die het terrein verlieten. Niet alleen met het huis, maar met de hele uitstalling. Alle auto’s, motoren en golfkarretjes, zelfs de trekker. Alle gouden platen, prijzen, pakken. Alle tributes van andere artiesten. Maar het boeiendst waren de filmopnames overal, interviews, de muziek, de thuisifilmpjes met vrienden en familie. De pakken zijn over de top, als je ze ziet staan denk je: hoe verzin je het. Als je de opnames en foto’s ziet van Elvis in zo’n pak bljkt: zijn persoonlijkheid was groter dan die pakken, hij wist precies wat hij deed.

Omdat Memphis hier om de hoek ligt, toch nog even daar een kijkje nemen in de zeer late middag. Beale Street is de bedoeling, maar tot onze vreugde is de Sun Studio open voor een toer. Ook hier maakt de gids het verhaal, de plek is verbazend origineel gebleven, nadat de ruimtes decades ongebruikt waren. Een kruisje op de vloer markeert waar The King zijn eerste hit, Heartbreak Hotel, opnam. Maar ook alle andere groten krijgen hier de aandacht die ze verdienen. Beale Street is nog de muziekstraat die het ooit was, al zijn ook hier de toeristen neergedaald. Muziek is hier het belangrijkste, en met elkaar chillen met een koel drankje. Geen zwervers en bedelaars, geen levende beelden. Wel levende muziek in het parkje, met gemengd publiek. Zolang het publiek betaalt spelen de mannen door, met prachtige gitaar- en drumsolo’s. De man in zijn rolstoel danst naar hartenlust mee. De dag had niet beter kunnen eindigen.

Nou ja, de tomtom had ons naar de juiste plek terug kunnen sturen in plaats van naar de richting Nashville. Wilde hij ons langer laten genieten van Elvis Radio? Of geeft hij ons een teken?

NBU 15, City to City

DSC01964 2.jpg

 

Natchez sneuvelde, toen ik vanmorgen om vijf uur wakker geklopt werd door iemand die zich in de deur vergiste. Daarna kon ik natuurlijk niet meer slapen en leek het me beter meer tijd op de weg door te brengen om Memphis zeker te stellen. We zitten een beetje in een klemmetje vanwege het ophalen van het Monster. Een historisch moment toen die vriendelijke meneer in de tomtom vertelde: You will follow this route for 337 Miles. De I55 NB was onze verblijfplaats. Een bedekte hemel, Louisiana en Texas hebben last van het regenachtige weer en overstromingen vinden overal plaats en zullen nog plaats vinden. In Houston varen schepen op elkaar van ellende. Wij hadden weinig last. Via Jackson raakten we wat van de delta af, het landschap werd minder plat, de bomen hielden hun voetjes droog, de zon kwam door tussen de buien. Als eerder viel het op dat de vluchtstrook hier vol ligt met loopvlakken van banden die het niet haalden. Af en toe een roadkill die we niet thuis kunnen brengen. IN de weides paarden, koeien en volgens mij zag ik ook schapen. Mijn zusje zag een roedel herten. Witte reigers, de grote zwarte kraaiachtigen en iets wat lijkt op een klein soort gier waren de vogels die zich toonden.  Amerikaanse reclameborden die ruim van te voren aangeven wat er straks te halen valt. Eten, drinken, benzine, een advocaat. Na een paar uur een korte pauze bij Cracker Barrel Old Country Store. Een bijna authentieke winkel van Sinkel, met erbij een geschikte lek om te lunchnen., Er was een wachtlijst en de schommelstoelen voor de deur waren allemaal in gebruik. Dus na een rondje winkel en toilet verder noordwaarts. Af en toe grotere of kleinere kruizen langs de weg. Verder zagen we vooral veel bomen. Zelfs geen Nep Elvis onderweg naar Memphis. Halverwege de middag nog een stop, nu wilde ik echt thee. Daar doen ze hier niet veel aan. Op een rustplek met diverse pompen en fastfood ketens bleek Waffle House degene te zijn die behoorlijke koffie en thee in echte stenen mokken serveert. De vrolijke jongeman achter de balie wilde wete: Where y’all from? Nederland natuurlijk. Dat ontlokte hem de kreet: “For real?!” Zijn dag was duidelijk gemaakt en het Delfts blauwe klompje als sleutelhanger van mijn zusje vond hij te gek. Louisiana, daar wilde hij ooit ook nog eens heen, net als Memphis, waar hij nooit was nog. Ooit wilde hij nog eens de staat Mississippi uit. Gelik deze pauze gebruikt om een hotelkamer te vinden. Je doet uiteindelijk een blinde greep gebaseerd op prijs en foto’s, geen van beide zullen kloppen. De prijs is altijd hoger hier vanwege alle belastingen, en de foto’s zijn vaak jaren geleden genomen, toen alles nog fris en vrolijk was.

Onze keus blijkt een schot in de roos. Niet alleen zitten we zeer dicht bij Graceland en is de kamer groot en schoon en voorzien van een waterkokertje: het is Musical May in Memphis. In de lobby zien we het al: de echte Amerikaanse Elvisliefhebbers zitten in de lobby te wachten op de dingen die komen gaan. Die avond is er een show, met BBQ. We dompelen ons onder in dit muziekgeweld voor de kleine man, de draagkrachtigen zitten waarschijnlijk downtown in de bekende clubs. In de zaal, met door Patty zelf gemaakte BBQ: ‘give her a big hand’, welgeteld 35 personen. Veel enthousiaste middelbare vrouwtjes waar wij uitstekend bij passen, naar ik vermoed zijn de jongetjes met kuiven, bakkebaarden en Elvisbrillen de enthousiaste neefjes van de artiesten. Vermoedelijk zijn al hun moeders er ook. Het enthousiasme doet er niet voor onder. Straight from Nashville ladies en gentlemen: Johnny Cash en zijn June, Buddy Holly, Roy Orbison, Waylon Jennings en de Beatles, alle vrouwelijke sterren in een jong meisje en als afsluiting the King himself. Ze zingen allemaal goed, en de jonkies hopen wellicht nog op een doorbraak. Maar dit is waarschijnlijk toch the bottem of the barrel, in een stad zo doordesemd van muziek. Hoeveel Elvissen staan hier vanuit hun tenen te zingen dat het een aard heeft? Hoevelen houden hier de Rock & Roll levend?

Elvis never left the building.

NBU 14, Plantation Alley

IMG_3112.jpg

New Orleans is leuk, maar na twee dagen ben je ook blij dat je weer door kunt. We kiezen ervoor de Great River Road te volgen en we zien wel hoe snel we vorderen. We willen zeker Oak Alley Plantation zien, de rest is toeval. Eerst nog even in Garden City Lafayette 1 bewandelen en in de zijstraten genieten van de mooie klassieke huizen. Hier wordt gewoond, langs de tramroute staan hotels. Geen kermis als in Bourbon Street. Net voor er weer een noodweer losbarst zitten we weer in de auto en vinden we via de I10, dit keer West, een keurig bijgehouden historische route. Mijn tomtom is wat ouder, hij wil me weer graag met vergane ferries laten oversteken en nieuwe bruggen zijn hem vreemd. Maar verder gaat alles prima, genieten we van het uitzicht en parkeren we in San Francisco. Snel hè? Het is een plantage die wat minder in de belangstelling staat. Onze gids, in zwarte hoepelrok die haar enkels zedig bedekt, zoals het hoort in het zuiden, vertelt de historie van het huis. Vol met mee- en tegenslag, maar meest saillante detail voor mij is het feit dat de bouwer van het grote huis de suikerplantage kocht van een zwarte eigenaar. De rassenkwestie in het zuiden is gecompliceerd en veelzijdig en zeker niet zwart-wit. We zijn de enige bezoekers, we zien alle zeventien kamers en genieten dan buiten van het feit dat het noodweer plaats maakt voor een zonnetje. Ik zag nog net, bij het oversteken van de natte gazons, dat de gids rode lak Doc Martens onder haar lange rok draagt. Wat deze rit voor mij bijzonder maakt, los van het feit natuurlijk dat je op een doordeweekse dag met je zusje dwars door Louisiana rijdt, is de wetenschap dat mijn Henk dit huis gezien kan hebben, op zijn tocht naar en van Baton Rouge, ooit. Grote schepen zien wij boven de dijk uitsteken. Waar nu een schip vaart was vroeger de voortuin, tot een bijzonder noodweer de route van de rivier veranderde. Na deze eerste plantage weer de rivier over, dorp na dorp, historische plek na plantage komt er langs. Halverwege de middag komen we bij Oak Alley Plantation aan. Een goed gerunde show. Iedere tien minuten een rondleiding met maximaal 20 bezoekers. Onze gids is dit keer een robot, met een vaste tekst. Wel van vlees en bloed, denken we. Maar de schoonheid ziet hier in de oprijlaan, de live oaks van 250 jaar oud die van het huis naar de rivier lopen. Hun brede takken, begroeid met rejuvenating ferns, reiken tot op de grond, hun wortels maken een brede boomspiegel. Ze geven schaduw op hete dagen. Ik zou hier uren kunnen zitten tegen de vallende avond, met de flirtende eekhoorntjes en de fluitende vogels. Maar ze gaan dicht. We krijgen bericht over het Monster dat woensdag opgehaald kan worden, zodat we vanavond kunnen gaan plannen tot hoe ver we komen voor we de weg terug naar Houston weer aanvangen. Voor mij weer een I10, voor mijn reisgenootje maakt het allemaal niet uit, alles is voor het eerst, dus alles is goed.

We boeken met de app een hotel dat aan alle verwachtingen voldoet, schoon heel en veilig, met voldoende ruimte om de koffers weer wat te organiseren. Dat is al snel nodig. En bovenal: er is thee, iets waar ze hier voornamelijk in de ijsversie aan doen. Straks maken we plannen voor morgen. Wordt het Baton Rouge of snellen we voort naar Natchez??

NBU 13, Gators

IMG_2803.jpgVroeg er uit, we gaan met de eigen auto (nog niet het Monster, die krijgt nog iets nieuws bij zijn remmen, las ik in een mailtje) naar Jean Lafitte, aan de overkant van de rivier. Daar op zo’n moerasboot. En verdraaid, we zien krokodillen. De gids voert ze marshmallows, hij weet waar hij ze kan verwachten. Of ze opduiken hangt van de omstandigheden af. De bayou gevuld met allerlei bomen,  vol met dat Spaanse hangende mos. De lokale bomen kunnen daar goed tegen, importbomen leggen het loodje op den duur. Vogels, waterjuffers en schildpadden laten zich ook zien.  Een heerlijke tocht met de wind in onze haren. Daarna snel door, want een uur later begint het volgende avontuur. Op voorstel van de tomtom kies ik voor de pont. Die vinden we, althans, we vinden de plek waar hij enkele jaren geleden voor het laatst vertrok: “Ferry don’t run no more”, volgens een lokalo die ik vraag. Dan maar weer over de brug, net op tijd vind ik een parkeerplek. Met twintig man achter de gids aan. Gidsen zijn hier geen doorsnee standaard figuren, valt me op. Ze zijn kleurrijk, ze houden van hun stad en ze vertegenwoordigen veel van wat New Orleans groot maakt. Dit keer dus een vrouw van gemengd bloed. Haar vader trouwde haar moeder op de eerste dag dat het wettelijk mogelijk was. We gaan voor Cemetery No 1. Vooral de verhalen en de geschiedenis maken van deze oude en volle plek een bijzondere belevenis. Zonder die verhalen zie je alleen de tombes, oud, ouder en nieuw. Met de verhalen schildert men het ontstaan van deze stad op een wat ongunstige plek aan de rivier. Waar oogsten mislukten, de gele koorts een hoge tol eiste en de doden maar met moeite blijvend begraven konden worden, vooral na een forse regenperiode. Hoe fors zo’n bui kan zijn ervaren we aan den lijve. Na de toer even voor koffie en beignets naar Café du Monde, 24 uur per dag, 7 dagen per week geopend. Hoeveel beignets er door gaan per jaar, geen idee. Als we daar uitlopen barst er een noodweer los. We schuilen onder afdaken en bekijken wat winkeltjes, maar uiteindelijk willen we de wagen terugvinden, op weg naar ons hotel. Ondanks het parapluutje dat we kopen en gelijk weer stuk is, komen we drijfnat bij de auto aan. Even langs een supermarkt om wat comfortfood in te slaan. Een avondje cocoonen. Morgen vertrekken we hier weer. De plantages wachten.