Werk

Werk, daar gaat het voor een belangrijk deel om, oplettend lezertje, in de Arabische lente. Werk en veiligheid.

Met de veiligheid is het nog droevig gesteld. Geen enkele nieuwe regering is in staat gebleken de veiligheid van vrouwen op straat te vergroten. Geen enkele nieuwe regering heeft er voor kunnen zorgen dat je als arrestant niet gemolesteerd wordt door de politie. Geen enkele nieuwe regering heeft er voor gezorgd, dat je niet zo maar zonder aanleiding opgepakt kunt worden omdat je op de verkeerde plek was. Kinderen worden momenteel opgesloten bij bosjes in Egypte. Ze zijn natuurlijk ook vaak op de verkeerde plek, het geweld werkt aanstekelijk en heeft voor velen een grote aantrekkingskracht. Als je niets beters te doen hebt, als je niet naar school gaat of geen werk hebt, kun je net zo goed een potje mee rellen ergens op een plein.

Want werk, dat is er ook niet genoeg, ik schreef het al eerder.

Maar zelfs als je werkt ben je nog niet zeker van een behoorlijk bestaan. De salarissen voor de doorsnee baantjes, ergens in een winkel of in een ziekenhuis of bedrijf aan de schoonmaakt, in de constructie, levert meestal niet meer op dan tussen de 500 en 600 dinars. Dat is dus zo’n 250 tot 300 Euro. Dat is niet genoeg, en er zijn mensen die nog minder verdienen. Veel mensen zoeken er dus een klus bij. Je werkt op een ministerie en je installeert thuis bij mensen de schotels en decoders. Je bent docent op de universiteit en je zoekt je suf naar mensen om les te geven, want de kachel rokend houden als ambtenaar is haast niet mogelijk. Iedere keer al ik me verbaas over hoe goedkoop iets is, zoals een kwartje voor een stokbrood, realiseer ik me dat datvoor mij zo is, maar voor de gemiddelde Tunesier niet. Die sappelt om rond te komen. Alles wat niet dagelijkse levensbehoefte is, of niet gesubsidieerd, is net zo duur als bij ons of duurder. Auto’s zijn zeer duur, en voor Tunesiër is de benzine ook behoorlijk aan de prijs. Het brood is nog goedkoop, maar de melk is zeer veel duurder geworden. De regering is van plan de algemene subsidies, die ook aan rijken ten goede komen, te schrappen, om met het uitgespaarde geld aan banen te kun werken. Men wil zo’n 23.000 ambtenaren extra aan nemen. Geen idee wat die gaan doen, en of dat nu echt de goede oplossing is tegen werkloosheid. Maar het kan in ieder geval snel, en de verkiezingen staan weer voor de deur.

Ondertussen werken de mensen hier hard om rond te komen. Voor de rest sluiten ze een lening af bij de bank, vaak meer dan ze ooit kunnen terugbetalen.

Demootje

Stonden we vanmorgen op het plein, te wachten op de bus, oplettend lezertje, vertrok er net een groepje mannen met protestborden en banieren. Veel lawaai, meer borden dan mensen, maar waar het over ging? Volgens een Tunesiër die het van veilige afstand gadesloeg ging het om mannen met baarden. Hij gebruikte daarvoor een gebaar, geen woord, en hij spuugde bijna op de grond toen hij het zei. Geen democratie hier, blafte hij, wij zijn Arabieren, wij kennen dat niet, het werkt hier niet. De mannen trokken de Avenue op, waar het nog stil was op dit uur, ze werden ruim overtroffen door de oproerpolitie die daar stond voor de zekerheid.

Girlpower

Ze studeerde Arabisch, oplettend lezertje, dat leek haar wel wat. Wat ze er mee zou doen, geen idee. Maar haar laatste jaren studeerde ze in Damascus, en bereisde van daaruit het hele gebied. Syrië, Jordanië, Libanon, en af en toe Iran. Treurig in Engeland was er geen werk, maar om nu thuis te blijven zitten niksen, nee dat leek haar niks. Dus nu heeft ze een internship bij een NGO, iets met verkiezingen. Ze verdient niets, dus  ze slaapt bij iemand op de bank, deze zes maanden. Daarna ziet ze wel weer.

Ontmoetingen

Gisteren iemand opgehaald vanaf het louage station, geluncht, gewandeld, een documentaire gezien op het festival, oplettend lezertje. De documentaire van een Tunesische filmer: La Pain de ma Mere, was gedraaid in dat buitenaardse gebied rond Toujane, waar ik vorige week doorheen reed. Met een sfeer die prachtig weergaf wat ik daar dacht gezien te hebben. Daarna nog een pizza, en naar het tuinhuisje. Ontbijtje buiten de volgende dag en snel weer inpakken voor de volgende trip. Voor je het weet zit je met tien nationaliteiten weer in de bus, op weg naar plekken waar ik al was. Dat krijg je er van als je het bronwater drinkt in Kaioruan, dan kom je terug, en ze vertellen er niet bij hoe snel je terug komt. Dus alles wat ik de eerste miste kan ik nu gaan zien, en dan weer een Romeinse site, een picknick. Enfin, inmiddels kent u het recept. Lijkt het wellicht saai en meer van het zelfde, het gezelschap is zo divers, we ontmoeten zovel mezen, we hebben zulke prachtige gesprekken, onze Tunesische vrienden zijn zo gastvrij, dat hat nooit verveelt. En als kers op de taart heeft het hotel een hammam waar we een uurtje konden zweten en ontvellen na deze dag. Morgen weer vroeg op weg, want uitlopen doet het wel, met zo’n groep individualisten. De site zag ik eerder, maar nu is er hopelijk zon.

Afval

Het blijft verbazen, oplettend lezertje, het afval overal. Toen ik met mijn wandelclubje door een bosgebiedje hier liep, met prachtig uitzicht, liepen we af en toe door regelrechte dumpen heen, en net als je dacht dat er een schoon stukje was, dan lag er weer een pc ergens onder een struik. Was dat altijd zo erg? Nee, dat is met de revolutie erger geworden. Veel vuilniswagens zijn afgefakkeld toen, en nog niet vervangen wegens gebrek aan geld naar men zegt. Maar dan nog is dat geen verklaring voor wat je hier soms aantreft. Ik sprak er over met een Tunesier, die zijn landgenoten dat in de schoenen schoof: geen gevoel voor verantwoordelijkheid, geen burgerzin. Hij zelf kocht een afvalemmer voor bij de deur, en drong bij zijn buren aan het zelfde te doen. Dan is het tenminste netjes zolang er niemand komt om het op te halen. Bij mij in de lange straat zie ik dat bij twee, drie mensen, veel anderen houden het binnensmuurs en brengen het in kleine porties weg.  Lastiger als je in hoogbouw woont, net als bij ons, maar afgelopen week zag ik ergens bij mij in de buurt een half perk onder de zakken afval, over langere tijd gedumpt. En dit is een dure buurt, met ambassades, bedrijven, grote villas en dikke auto’s achter de deuren van de oprit. En dus ook heel dikke katten.

Die burgerzin moet dus nog behoorlijk aan getrokken worden. Maar helemaal hopeloos is het niet, er zijn af en toe initiatieven van mensen die het heft in eigen hand nemen en niet wachten op de overheid om hun situatie of die van anderen te verbeteren. In La Marsa stond afgelopen weekend een tentje waar je jassen en schoenen in kon leveren, om aan schoolkinderen te geven van dorpen waar ze lang en ver moeten lopen om hun school te bereiken. In de winter die hier koud is, zeker in de berggebieden, geen pretje. Wat ingeleverd was, zag er allemaal nieuw en degelijk uit. Mijn juf  Frans is actief voor kinderen die verlaten zijn, wat veel voor komt. Allemaal druppels, die hopelijk hun uitwerking niet zullen missen, en anderen zullen inspireren ook verantwoordelijkheid te nemen voor hun eigen omgeving, land en toekomst.

Festival

Hoe gaan die dingen, oplettend lezertje, je bent in de stad, bezoekt nog wat bezienswaardigheden met iemand, belt iemand anders voor een afspraak ‘s avonds in de stad. De Carthago Filmdagen zijn hier vorige week losgebarsten, met een zeer gemengd programma. Films overal vandaan, dit jaar met veel aandacht voor Afrika. Ik had mijn oog laten vallen op de film de Professor, Tunesische inzending. Toen ik daar met mijn medekijkster aankwam, bleken de kaartjes al sinds die middag vier uur uitverkocht. Er stond nog iemand die teleurgesteld was, en we kwamen in gesprek over welke film waar draaide. Op mijn lijstje ston de film Tahrir, en dat lijstje delen we. Daar aren gelukkig nog kaartjes voor en omdat alles hier te laat begint waren we precies op tijd.

En herinnering aan vorig jaar voor mij, veel kwam terug, hoewel de film natuurlijk ging over januari 2011 en niet over november 2011. Daarna nog even de boulevard op voor een kopje koffie of thee, het was nog vroeg, de film begon om zes uur. En dan vind ik het wonderbaarlijk dat je dan een vriend langs ziet komen. Ook op weg naar een film. Even samen wat gedronken, hij naar zijn film. Degenen met wie we de film en een drankje deden bleek een kapitein, die het land in 92 verliet en nooit meer terug was geweest. Nu, na de revolutie kwam hij weer kijken maar meegevallen was het hem niet.

Het zijn ontmoetingen als op zo’n dag als vandaag, waarin ik optrok met vier mensen langer of korter, die ik hier heb ontmoet, die allemaal een ander vaderland hebben, die oorspronkelijk geen van allen dezelfde taal spreken. En dan toch langer of korter met elkaar een goede en zinvolle tijd doorbrengen.

Wanhoop

Vandaag de laatste les van mijn Franse juf, oplettend lezertje. Ze had wat krantenartikelen voor mij uitgeknipt die ze van betekenis vond. Over de hongerstakers sprak ik al op Facebook.

Maar deze week bleek een van de hongerstakers die overleed een leerling van mijn juf Arabisch te zijn. Niet haar slimste leerling, volgens haar was het een wat sneue jongen, met psychische problemen. Volgens haar worden die jongens ook aangestuurd en weten ze nauwelijks waar ze mee bezig zijn en waar ze voor staan. Makkelijke zondebokken voor de machten en krachten die hun eigen agenda hebben.

De oudste van de twee was 28, de jongste 21, hun leven is voorbij, en de rest gaat gewoon door met flinke verhalen ophangen en mensen ophitsen.

In het krantenartikel de mededeling dat de regering niet zou zwichten voor de hongerstakingen en dat de rechtszaak gewoon plaats zou vinden en de arrestanten niet zouden worden vrijgelaten. Daar is ook geen aanleiding voor natuurlijk. Maar gezien de rol men hier toe bedeelt aan de Salafisten en de invloed die zij uitoefenen op de grootste regeringpartij blijkt dat voor velen toch erg mee te vallen.

Een ander klein berichtje: Sinds de revolutie vorig jaar, hebben veel mensen last van depressies. Hun situatie was slecht voor de revolutie, ze waren wanhopig en de revolutie was hun poging verbetering voor hun lot te krijgen. Nu merken ze dat er nog bitter weinig veranderd laat staan verbeterd is. Ze hebben nog steeds geen werk, nog steeds nauwelijks genoeg om van rond te komen. Ze zijn nog steeds niet zeker, en ze zien ook nog geen veranderingen. Veel mensen verliezen nu, na de euforie van de revolutie definitief de moed. 14 Mensen per maand plegen hier zelfmoord, en er wonen een derde minder mensen dan bij ons.

Daarboven een ogenschijnlijk tegengesteld bericht: in 4 uur tijd waren er 153 nieuw Peugeot 208’s verkocht. Auto’s zijn hier veel duurder dan bij ons, de belasting is zeer hoog. De salarissen zijn zeer laag, dan is zo’n verkoop verrassend zou je denken. Maar het is niet tegengesteld. Als je niet lekker in je vel zit, als je je eigen situatie niet hoopgevend vindt in tijden van tegenslag, dan wil iets nieuws kopen tijdelijk soelaas bieden. Dus je ziet er geen gat meer in en je hebt geld: je koopt een nieuwe auto. Je ziet er geen gat meer in en je hebt geen geld: je maakt er een eind aan.

Hier valt hier nog veel te doen.

Verkeer

Er moest iets gescand, oplettend lezertje, en ik heb hier geen scanner. Geen winkeltje ook wat dat voor je doet kunnen vinden. Gelukkig was een kennis zo vriendelijk mij aan te bieden de kantoorfaciliteiten te gebruiken. Hij werkt om de hoek een half uurtje lopen verderop. Thuis pieker ik er niet over een half uur te lopen, zeker niet als er regen dreigt (en die dreigt hier al dagen) maar hier doe ik dat wel. Als weggebruiker heb je hier allerlei interessante momenten, zoals wandelaars op straat, bij voorkeur in het pikdonker. Mijn medereizigster mocht zich daar graag luidkeels over verbazen, dat imeand midden op straat liep, en ook nog in donkere kleding. Dat laatste is waar, en dat ze gewoon  naast elkaar blijven lopen is ook niet altijd slim. Maar dat ze op straat lopen is niet altijd een keuze. Zeker, hier in de stad, en in de meeste steden, zijn stoepen. Die zijn vaak heel redelijk gelegd ook, daar kun je zonder je nek te breken gebruik van maken. Dat wil zeggen, als er ruimte is. De bomen die er staan, of de struiken die men hier zo decoratief over de muren laat groeien, maken het voor iemand van meer dan 160 lastig lopen soms. Maar ook als er geen bomen of struiken in de weg staan is het nog moeilijk vaak. Parkeren doet men namelijk ook op de stoep. Vaak zo dat op een smallere stoep een kat er nog net langs kan. Op smalle stoepen staan vaak nog allerlei palen, of bakken, of liggen hopen zand voor de verbouwing van het huis er achter. Ook op heel brede stoepen is men in staat zo’n stoep toch over de volle breedte te gebruiken, zoals op de foto voor de Chinese Ambassade. Naast de stoepen liggen vaak plassen, net als bij ons in de herfst, als de kolken het niet aan kunnen. En voor je het weet loop je dus half op de rijbaan. Dat heeft dan tot gevolg dat de meeste Tunesiër als het even kan die rechtse rijbaan niet gebruiken; in de stad maar ook op de doorgaande routes daarbuiten of tussen de buitenwijken. Alleen in het spitsuur, dan wil men nog wel eens een geparkeerde auto op de rijbaan vinden. Maar goed, dan sta je toch al vast.

Water

In een eerder blogje schreef ik over Carthago en de baden hier, oplettend lezertje. Die baden zijn aan zee, maar verwarmen van de sauna en het vullen van de zwembadjes deed men met zoetwater. Niet zo maar zoetwater, maar water dat 130 km verder naar het zuiden van de bergen kwam, bijna driehonderd meter hoog. Een deel van het aquaduct dat daarvoor werd gebouwd liep boven de grond, een klein deel ondergronds, en hele stukken staan er nog. Na de Vandalen namen de Byzantijnen het weer in gebruik, ook in de zeventiende eeuw deed het nog dienst. Zondag namen we een kijkje in het gebied waar dat aquaduct begint, en namen nog even wat andere sites mee. Omdat het beloofde een regenachtige dag in de stad te worden en dat berggebied in de zon zou liggen, een dubbel goed plan.

Dus liepen wij in de stralende novemberzon in een prachtige heuvelachtige omgeving tussen de vlinders en en olijfboomgaarden weer wat ruines af van steden die 20.000 of 40.000 inwoners hadden, 1800 jaar geleden. Een gebouw werd pas in 2005 ontdekt, en dan hebben we het over een flinke bult, waarin alleen de fundamenten van het capitool zijn bewaard, drie verdiepingen, deels ondergronds ook toen, van elk zo’n negen meter hoog. Het uiteindelijke gebouw moet van overal te zien zijn geweest. Het metselwerk prima bewaard onder al die aarde, en de bewoner van het huis erboven is inmiddels gids en heeft een flink nieuw huis verderop in het dal. Prachtige foto’s weer, en onze pick-nick lunch op de trappen van het capitool van de grootste van die twee, Thuburbo Majus. Daarna naar de bron, in de bergen. Een geliefde weekendbestemming voor de mensen hier. Niet ver van de stad, met een warme bron en hammam in de buurt, en nog een berberdorp in de bergen als toegift.

Water was er nu niet veel, maar de ombouw van de Neputunustempel stond nog fier overeind, en gaf een aardige indruk van hoe het ooit was. De mensen lopen er rond, wandelen wat in de bossen eromheen, drinken hun koffie in het café ter plekke, genieten van de rust, de frisse lucht en het uitzicht over het dal.

Er was zoveel te zien, de wandeling in de bergen boven de bron was zo aangenaam, dat we te laat in het berberdorp aankwamen om nog echt veel te kunnen zien, maar genoeg om de bijzondere sfeer van een dorp waar nog slechts vier families leven, mee te krijgen. De zon was inmiddels onder, we keken wat rond, kochten wat van de mineralen die men er verkoopt om wat geld te verdienen, deelden de snoepjes met de kinderen en gingen weer terug naar de stad. Nog even en mijn verblijf hier zit er op. Drie maanden zou genoeg moeten zijn, maar door alle valse alarmen blijkt het toch te kort om alles te kunnen bekijken. Niet erg, zo kun je nog eens terug.

Arm

Natuurlijk ging het om vrijheid en democratie, oplettend lezertje, maar eigenlijk ging het gewoon om werk en waardigheid, ik schreef het al eerder. Alle lente landen hebben met ons gemeen dat de economie slecht ging en de werkloosheid hoog is, vooral onder jongeren. Maar waar het slecht gaat met een land, daar hebben de zwakkeren het meest te lijden. De heel jonge, de zieken , de ouden.

Waar in Egypte iedereen zakdoekjes verkocht of iets probeerde te slijten in de metro, hier wordt openlijk gebedeld, zelfs zonder die dunne sluier van waardigheid die het verkopen van zakdoekjes brengt. De zakdoekjes en dozen tissues werden op kruispunten verkocht aan de automobilisten, je staat er dan toch maar. Hier gebeurt het bedelen dus ook veel bije kruispunten. Eigenlijk zijn dat alleen ouderen die dat doen, mannen en vrouwen. Zodra het verkeer weer gaat rijden maken ze zich uit de voeten. Geen idee of daar soms slachtoffers bij vallen, ik hoop het niet.

Ik geef meestal niet aan bedelaars, geleerd uit nog armere landen, er komt gen eind aan. Maar af en toe kun je er niet omheen, Mijn reisgenote stelde: ik geef mensen wel iets als ze iets voor me doen, maar niet al ze alleen maar bedelen, dat is te makkelijk. Ja, ze heeft gelijk, maar in een land waar zoveel mensen geen inkomen hebben, zijn er altijd die helemaal onder aan de ladder staan en die het bewoon niet meer redden. Ze verkopen wat ze hebben, dat zag ik veel de afgelopen weken, ouderen die iets aan komen bieden, door hen gemaakt of niet meer nodig. Hoogste tijd dat de regering daar echt werk van gaat maken. Ze hebben nog een half jaar tot de volgende verkiezingen, als ze dan niets kunnen tonen van al hetgeen ze voor de vorige verkiezingen beloofden aan de Henk en Ingrid hier, dan ziet het er slecht voor ze uit.