Weg?

Terwijl we met onze vertrekkende lerares Fusah napraatten over ons verblijf hier kwam er een telefoontje: Gadhaffi zou gedood zijn. Onmiddellijk naar het restaurant en AJE gevolgd en het ziet er naar uit dat het waar is. Als dat zo is, dan is dat goed nieuws, ondanks alles. De getrouwen die het niet waagden te breken met het oude regime, in de hoop, of uit angst, dat Gadhaffi niet verdreven kon worden, kunnen nu de wapens neerleggen. Het land kan gaan werken aan een democratische toekomst, De doden kunnen begraven, de wonden van het afgelopen jaar en van de afgelopen veertig jaar kunnen helen. Een goede dag voor Libië, als hu het mij vraagt, oplettend lezertje. A. een medestudent, gelooft er niet in. Hij denkt dat er hier niets verandert en alles bij het oude blijft. Dat kan ingegeven worden door de het feit dat de Egyptische helft van zijn familie hier in compounds woont en tot de lokale 1% behoort. maar ik geloof in vooruitgang en ben er ook van overtuigd dat iedereen die te lang aan de macht blijft uiteindelijk bedrijfsblind wordt. Ook bij ons, oplettend lezertje, ze zitten ook in Europa, die zelfingebeelde halfgoden.

Dus wat mij betreft: werken aan de toekomst. Wie volgt?

Op de foto de grote vlag die net opgehangen werd toen ik op weg was naar Midan Tahrir. Die is voorlopig even trending bij de vlaggen-verkopers die hier overal zijn.

#25jan

Dit beschilderde bouwseltje staat bij mij in de wijk. Geen idee waar het voor dient, maar dat de beschilderingen aan de revolutie refereren, kan niemand ontgaan. Je ziet ze veel. De Egyptische vlag is populairder dan ooit tevoren. Men gebruikt hem soms zelfs als kleding, als cape of omslagdoek. Er zijn tijden geweest dat dat niet gebeurde. Het doet een beetje denken aan foto’s van Nederland na de bevrijding.

Twitter

Ik schat dat ik minstens tweemaal zo oud ben als de gemiddelde student hier op het instituut, oplettend lezertje, de meesten zijn echt niet boven de dertig. Toch heb ik hier al verschillende medestudenten de weg gewezen naar en op Twitter. Ik leg uit hoe snel het is, hoe een hashtag werkt en wie ze zouden kunnen volgen om een beetje op de hoogte te blijven in Egypte. Dat is erg grappig vind ik zelf. Wie hier de taal wil leren, is uiteraard erg gexefnteresseerd in de ontwikkelingen, die razend snel elkaar opvolgen. Zo zijn er kandidaten die zich aanmelden voor verschillende kieslijsten, en soms zijn dat bloggers of twitteraars die ik al een jaartje volg. Leuk en goed om te zien dat die mensen niet alleen actievoeren of commentaar geven, maar ook hun verantwoordelijkheid willen nemen in een nieuw democratischer bestel. Benieuwd wat er uit komt.

Politiek

Ze zijn hier erg punctueel op school, als het tijd is beginnen ze, al zitten er maar twee studenten in de klas. Dus kwam ik al verschillende malen te laat. Er zitten hier een paar jongens die bovenop het nieuws zitten, net als ik. Samen discussiëren en filosoferen we over de recente ontwikkelingen hier, de Black of Bloody Sunday van vorige week. Gaat het de goede kant op, wat zat er achter die Maspiro incidenten? Waarom doet de SCAF zoiets? En dan is het tijd voor dat je het weet. U weet, ik ben een aartsoptimist, ik denk dat de geest definitief uit de fles is. Maa als ik dan in de Nederlandse krant lees dat de Tweede Kamer geen inzage wil geven in subsidiegelden, zich niet wenst te verantwoorden voor wat ze met ons geld hebben gedaan, dan denk ik: we hebben straks heel weinig been om op te staan, en kunnen ons eigenlijk het morele recht niet meer aanmeten om te oordelen over landen als dit. We weten precies hoe het moet, het ligt allemaal vast, we hebben de mond vol over de burger betrekken bij het beleid en transparantie, maar als je goed kijkt zie je dat er nog veel verborgen en troebel is. Ook bij ons dus nog heel veel ruimte voor verbetering. Als we allemaal ons best doen, oost en west, noord en zuid, arm en rijk, hier en daar, dan wordt het nog wel eens wat met de wereld.

Huiswerk

Ik weet niet hoe het u verging op school, oplettend lezertje, maar ik had een verschrikkelijke hekel aan huiswerk, en dat heb ik nog. Opletten op school, geen probleem, ik ben een spons. Maar thuis nog eens uren buffelen, ik kan me leukere dingen voorstellen, zeker in Cairo. Hoe ik dan nu in een situatie ben beland waarin ik uren huiswerk per dag heb, mag verbazend heten. Eigen schuld, dikke bult werk dus. Voor twee cursussen zoals ik nu volg zit je al gauw op 3 uur maakwerk, en dan heb je nog niets herhaald zoals je graag zou willen of nog eens iets nagekeken. Zonder dat huiswerk worden ze hier zo boos op je dat je geen certificaat krijgt, dus u begrijpt, ik doe mijn best. In combinatie met mijn sociale leven hier valt het allemaal niet mee. De portier van het hotel waar ik nu in de lounge aan het werk ben, wilde dan ook mijn rugzakje dragen, Hij vond dat ik er moe uitzag. Dat had hij goed gezien. Maar goed, inmiddels heb ik het maakwerk achter de rug voor vandaag, en het leren kan er nu even niet meer bij. Wat wel weer erg leuk is, de schriftjes die ik gisteren kocht voor het winkeltje van de scan op de stoep. Vissen en vogels, samen drie euro zo ongeveer. Ongekend duur voor hier, waar onze lerares ons vertelde dat ze 1000 LE per maand verdient, zo’n 150 Euro. De verkoper bedankte mij dan ook vriendelijk voor de aanschaf. Als ik flink doorwerk zijn ze straks leeg, want de huiswerkblaadjes moeten los ingeleverd worden. Vraag me niet hoe dat er over drie weken uitziet.

Vreemdeling

Zoals gezegd, ik ben hier nu een maand. In een stad met zo’n 20 miljoen inwoners. Vanmiddag op weg naar een tentje om mijn huiswerk te maken, om de wachttijd voor mijn visum nuttig te gebruiken. Dat heb ik dus niet gedaan, want tijdens het oversteken herkende ik P. aan de overkant. Een medestudent van het zelfde instituut, andere groep, de hoogste. Spreekt dus vier talen, en dat voor een Engelsman. Hij was op weg naar het boekwinkeltje van de AUC, de Amerikaanse Universiteit hier. We besloten samen te lunchen en hebben zitten kletsen over onze ervaringen in Cairo en ons toekomstige werk. Hij wil hier wel in het Midden-Oosten taallessen geven, en dat lijkt me een goed plan; er is schreeuwend gebrek aan goede leraren na de revolutie, toen er heel wat vertrokken zijn.

Al vindt P dat hij ontzettend verlegen is, hij gaat om de goede redenen, en zal er ongetwijfeld komen. Het is toch prachtig dat je hier, in die drukte, terwijl je hier nog zo kort bent, een bekende tegenkomt in de stad, dat gebeurt me thuis zelfs nauwelijks.

Op de foto niet P. maar nog een blik op Wadi Degla. Blijft mooi.

Scan

Of ik even een scan kon sturen van mijn paspoort, oplettend lezertje, in verband met mijn reisje naar Zuid-Soedan. Ik moet er ook nog een maken voor een lijfrentebedrijf, dat een mailtje niet genoeg teken van leven vindt. Ik heb hier een laptop en een usb modem, mijn prachtige scanner staat thuis te niksen. Gelukkig weet “de broer van” alles, en hij wees mij min of meer de weg, maar ik vond niets op de plek die ik dacht begrepen te hebben. Nog maar eens vragen dus, toen ik van mijn visum avontuur terug kwam. Om twee uur ‘s middags, het spitsuur kwam al weer behoorlijk op gang. Geen probleem, F. zou mij even brengen. Ik denk dat lopen sneller was geweest, vanwege het vele omrijden en eenrichtingverkeer hier. Uiteindelijk kwamen we in een zijstraatje vlak bij een faculteit van Ein Shams Universiteit. Daar twee winkels die gespecialiseerd zijn in het maken van kopieën, het vertalen van documenten, het kopiëren en het faxen. In de winkeltjes veel studentes die hun testformulieren Engels lieten kopiëren. Voor vijf pond, 75 cent, kreeg ik de scan op een cd mee. Gelijk even twee schriften gekocht bij de handelaar op de stoep, ze zijn voor hier heel duur maar ik kon ze niet laten liggen, met die prachtige 3D vissen en vogels. Volgende keer kan ik zelf lopend heen. Ik heb weer een heel nieuw stukje Cairo ontdekt.

Visum

Vandaag alweer precies een maand in Cairo, oplettend lezertje, tijd om mijn visum te verlengen. Daar hoor je allerlei vreselijke verhalen over, dus ik was op het ergste voorbereid, met een onverwoestbaar humeur, een appeltje voor de dorst en wat huiswerk om eventueel de tijd te doden. Zo voorbereid kan het alleen maar meevallen. Allereerst kon ik de hele reis naar Sadat zitten, zeer uniek. Bij Mugamma aangekomen, het grote gebouw aan het Tahrirplein, snel door de ingang, camera afgeven (helaas) en drie keer vragen waar ik heen moet, want mijn gidsje vergeten. Ik kreeg verschillende antwoorden, dus ik ging een verdieping te hoog. Niet erg, dat geeft je de gelegenheid rond te kijken. Het gebouw is van buiten beton en donkergrijs, doet erg aan oostblokbouw denken. Van binnen overal marmer. Wit op de wanden, groene randjes om de deuren, en er zijn erg veel deuren. Uiteindelijk stond ik op de goede afdeling bij het goede loket op het verkeerde moment, ik moest nog wat andere stappen nemen. Maar met een beetje rondvragen en kennis uitwisselen kwam ik met mijn zegeltjes (dus vooruit betalen) en mijn ingevulde aanvraagformulier bij het goede loket. Ik was niet de enige, om mij heen honderden mensen die hetzelfde wilden: visum verlengen. Duidelijk overal vandaan, en sommigen hadden een lokale gids mee, wat het ergste deed vermoeden. Allemaal onnodig, die drukte. Binnen een uur, met al het verkeerd lopen en kopieën maken op een ander verdieping er bij, had ik de aanvraag bij de juiste dame ingeleverd. Ze zei me na twee uur terug te komen bij een ander loket. Het gaat als volgt, ze vult jouw in het Engels ingevulde formulier in het Arabisch aan, ziet toe dat betaald is, zet je pasfoto vast, neemt de kopieën en het paspoort in en zet je naam op een lijst in een groot boek. Als ze zo’n tien setjes aanvragen verzameld heeft gaat er een mapje om en brengt een politieagent met zwarte baret het geheel weg. De twee uur nuttig gebruikt, waarover later. Ik kwam om 13.00 terug en was zeer benieuwd, maar niets aan de hand. Als ik een voordringer was geweest, zoals er veel zijn (buitenlanders dus hè, geen Egyptenaren, die staan daar niet tussen) was het na twee minuten gepiept geweest. Mijn paspoort met prachtig nieuw visum lag klaar. Niet de aangevraagde 6 maanden (was een gokje) maar in verband met de veiligheid slechts drie, altijd nog een meer dan ik nodig heb. En fluitend er weer uit. Als ik echt lang had moeten wachten, had ik overal snacks en drinken kunnen kopen, er was een theecounter en er stonden overal chips en fris handeltjes. De trappen vol met bezoekers en ambtenaren, buiten verkopers van speelgoed, zakdoekjes en bekers. Druk, druk, druk, maar ik heb niemand de stem horen verheffen of kwaad zien worden achter die burelen. Het zag er allemaal zeer analoog uit, nergens een pc, alles met de hand en een pennetje.

Als we van kostendekkende tarieven uitgaan, weten we gelijk wat al die mensen verdienen als ambtenaar, het kostte mij 11 pond, nog geen anderhalve euro.

Woestijn

Vandaag weer een dagje de woestijn in. Door rustige straten vanwege de vrijdag, met een reistijd die dus veel korter is dan al in de namiddag het geval is. De temperatuur is onder de dertig nu, dus vooral ‘s morgens heel lekker, in een windje en schaduw. Na elkaar te hebben getroffen op het vaste punt een lift met een Jeep gekregen. Geen overbodige luxe, zeker niet als je een Wadi in moet. Een heel hobbelige rit die zijn eigen charme heeft. Daarna de Wadi in, het spoor volgen en bergje op, bergje af dit keer. Gecombineerd met de hitte en het feest de vorige dag niet eenvoudig. En dan liep ik nog, een stuk verderop zag ik ze rennen, helemaal een steile helling op. Geen idee waarom mensen dat leuk vinden, maar ze deden het. Zo niet fluitend dan toch in ieder geval piepend. Voor mij als extra bonus: het zoeken onder het lopen naar fossiele schelpen die ik ruim vond. Na de gebruikelijke rituelen bij terugkeer, voor het donker de Wadi weer uit. Toen we een bocht om reden een prachtig gezicht, de rode ondergaande zon, die rustte op de rand van de Wadi. Geloof mij, het leven is een feest.

Armoede

Ik hoef het u niet te vertellen, oplettend lezertje, u weet het allang. Er is hier veel armoede. Dat is niet hetzelfde als: dit is een arm land. Er zijn hier forse inkomsten van olie en gas, er is het Suezkanaal, het toerisme en er is export van o.a. katoen. Maar het geld dat daarmee verdiend wordt komt niet overal en wordt zeker niet over de hele snel groeiende bevolking gelijkmatig verdeeld. De kloof tussen arm en rijk is hier veel forser dan bij ons, en de rijken zijn niet alleen veel rijker, de armen zijn veel armer.

Toch zie je hier niet heel veel echte bedelaars hier op straat, althans veel minder dan je zou kunnen verwachten in een stad van deze omvang. Veel mensen proberen met klusjes en heel kleine handeltjes het hoofd boven water te houden. Wat je veel ziet: pakjes papieren zakdoekjes verkopen. Het is natuurlijk bijna hetzelfde al bedelen, maar papieren zakdoekjes hebben we allemaal nodig. Ik sprak al over de kleine handelaren die van alles en nog wat verkopen in de metro of op straat. Het schiettentje voor een paar centen. Hier zeggen ze: wil je geld verdienen, begin een restaurant(je), dan verdien je altijd geld. Overal wordt brood verkocht, ook via het autoraampje. Ook zichtbaar als je goed kijkt, tekenen van mensen die niet echt op straat wonen maar ook niet in een huis. Ze gebruiken optrekjes, verlaten gebouwtjes. Je ziet een deken waar die niet hoort, er staat een stoel, een kind ligt te slapen op een onwaarschijnlijke plaats.

En af en toe zie je toch een glimp van de rauwe werkelijkheid, de armoede die zo groot is dat er geen camouflage meer mogelijk is.

De heel jonge kinderen die ‘s avonds laat diezelfde zakdoekjes nog verkopen aan automobilisten bij kruisingen. Ze komen nauwelijks tot aan het autoraampje, zo jong zijn ze. Niet veel, maar elk kind snijdt door de ziel. En dan was er nog die man op een kruising die auto’s die langs hem raasden aansprak met geheven handen om een bijdrage te krijgen. Hij stond daar midden op straat, de auto’s gingen vlak langs hem heen. Een keurig wit mutsje op en een lichtblauw hemd. Je had hem makkelijk over het hoofd kunnen zien; ook hij kwam nauwelijks tot het autoraampje. Hij stond met zijn romp direct op het asfalt, benen waren er niet.