Verkeer

Er moest iets gescand, oplettend lezertje, en ik heb hier geen scanner. Geen winkeltje ook wat dat voor je doet kunnen vinden. Gelukkig was een kennis zo vriendelijk mij aan te bieden de kantoorfaciliteiten te gebruiken. Hij werkt om de hoek een half uurtje lopen verderop. Thuis pieker ik er niet over een half uur te lopen, zeker niet als er regen dreigt (en die dreigt hier al dagen) maar hier doe ik dat wel. Als weggebruiker heb je hier allerlei interessante momenten, zoals wandelaars op straat, bij voorkeur in het pikdonker. Mijn medereizigster mocht zich daar graag luidkeels over verbazen, dat imeand midden op straat liep, en ook nog in donkere kleding. Dat laatste is waar, en dat ze gewoon  naast elkaar blijven lopen is ook niet altijd slim. Maar dat ze op straat lopen is niet altijd een keuze. Zeker, hier in de stad, en in de meeste steden, zijn stoepen. Die zijn vaak heel redelijk gelegd ook, daar kun je zonder je nek te breken gebruik van maken. Dat wil zeggen, als er ruimte is. De bomen die er staan, of de struiken die men hier zo decoratief over de muren laat groeien, maken het voor iemand van meer dan 160 lastig lopen soms. Maar ook als er geen bomen of struiken in de weg staan is het nog moeilijk vaak. Parkeren doet men namelijk ook op de stoep. Vaak zo dat op een smallere stoep een kat er nog net langs kan. Op smalle stoepen staan vaak nog allerlei palen, of bakken, of liggen hopen zand voor de verbouwing van het huis er achter. Ook op heel brede stoepen is men in staat zo’n stoep toch over de volle breedte te gebruiken, zoals op de foto voor de Chinese Ambassade. Naast de stoepen liggen vaak plassen, net als bij ons in de herfst, als de kolken het niet aan kunnen. En voor je het weet loop je dus half op de rijbaan. Dat heeft dan tot gevolg dat de meeste Tunesiër als het even kan die rechtse rijbaan niet gebruiken; in de stad maar ook op de doorgaande routes daarbuiten of tussen de buitenwijken. Alleen in het spitsuur, dan wil men nog wel eens een geparkeerde auto op de rijbaan vinden. Maar goed, dan sta je toch al vast.

Water

In een eerder blogje schreef ik over Carthago en de baden hier, oplettend lezertje. Die baden zijn aan zee, maar verwarmen van de sauna en het vullen van de zwembadjes deed men met zoetwater. Niet zo maar zoetwater, maar water dat 130 km verder naar het zuiden van de bergen kwam, bijna driehonderd meter hoog. Een deel van het aquaduct dat daarvoor werd gebouwd liep boven de grond, een klein deel ondergronds, en hele stukken staan er nog. Na de Vandalen namen de Byzantijnen het weer in gebruik, ook in de zeventiende eeuw deed het nog dienst. Zondag namen we een kijkje in het gebied waar dat aquaduct begint, en namen nog even wat andere sites mee. Omdat het beloofde een regenachtige dag in de stad te worden en dat berggebied in de zon zou liggen, een dubbel goed plan.

Dus liepen wij in de stralende novemberzon in een prachtige heuvelachtige omgeving tussen de vlinders en en olijfboomgaarden weer wat ruines af van steden die 20.000 of 40.000 inwoners hadden, 1800 jaar geleden. Een gebouw werd pas in 2005 ontdekt, en dan hebben we het over een flinke bult, waarin alleen de fundamenten van het capitool zijn bewaard, drie verdiepingen, deels ondergronds ook toen, van elk zo’n negen meter hoog. Het uiteindelijke gebouw moet van overal te zien zijn geweest. Het metselwerk prima bewaard onder al die aarde, en de bewoner van het huis erboven is inmiddels gids en heeft een flink nieuw huis verderop in het dal. Prachtige foto’s weer, en onze pick-nick lunch op de trappen van het capitool van de grootste van die twee, Thuburbo Majus. Daarna naar de bron, in de bergen. Een geliefde weekendbestemming voor de mensen hier. Niet ver van de stad, met een warme bron en hammam in de buurt, en nog een berberdorp in de bergen als toegift.

Water was er nu niet veel, maar de ombouw van de Neputunustempel stond nog fier overeind, en gaf een aardige indruk van hoe het ooit was. De mensen lopen er rond, wandelen wat in de bossen eromheen, drinken hun koffie in het café ter plekke, genieten van de rust, de frisse lucht en het uitzicht over het dal.

Er was zoveel te zien, de wandeling in de bergen boven de bron was zo aangenaam, dat we te laat in het berberdorp aankwamen om nog echt veel te kunnen zien, maar genoeg om de bijzondere sfeer van een dorp waar nog slechts vier families leven, mee te krijgen. De zon was inmiddels onder, we keken wat rond, kochten wat van de mineralen die men er verkoopt om wat geld te verdienen, deelden de snoepjes met de kinderen en gingen weer terug naar de stad. Nog even en mijn verblijf hier zit er op. Drie maanden zou genoeg moeten zijn, maar door alle valse alarmen blijkt het toch te kort om alles te kunnen bekijken. Niet erg, zo kun je nog eens terug.

Arm

Natuurlijk ging het om vrijheid en democratie, oplettend lezertje, maar eigenlijk ging het gewoon om werk en waardigheid, ik schreef het al eerder. Alle lente landen hebben met ons gemeen dat de economie slecht ging en de werkloosheid hoog is, vooral onder jongeren. Maar waar het slecht gaat met een land, daar hebben de zwakkeren het meest te lijden. De heel jonge, de zieken , de ouden.

Waar in Egypte iedereen zakdoekjes verkocht of iets probeerde te slijten in de metro, hier wordt openlijk gebedeld, zelfs zonder die dunne sluier van waardigheid die het verkopen van zakdoekjes brengt. De zakdoekjes en dozen tissues werden op kruispunten verkocht aan de automobilisten, je staat er dan toch maar. Hier gebeurt het bedelen dus ook veel bije kruispunten. Eigenlijk zijn dat alleen ouderen die dat doen, mannen en vrouwen. Zodra het verkeer weer gaat rijden maken ze zich uit de voeten. Geen idee of daar soms slachtoffers bij vallen, ik hoop het niet.

Ik geef meestal niet aan bedelaars, geleerd uit nog armere landen, er komt gen eind aan. Maar af en toe kun je er niet omheen, Mijn reisgenote stelde: ik geef mensen wel iets als ze iets voor me doen, maar niet al ze alleen maar bedelen, dat is te makkelijk. Ja, ze heeft gelijk, maar in een land waar zoveel mensen geen inkomen hebben, zijn er altijd die helemaal onder aan de ladder staan en die het bewoon niet meer redden. Ze verkopen wat ze hebben, dat zag ik veel de afgelopen weken, ouderen die iets aan komen bieden, door hen gemaakt of niet meer nodig. Hoogste tijd dat de regering daar echt werk van gaat maken. Ze hebben nog een half jaar tot de volgende verkiezingen, als ze dan niets kunnen tonen van al hetgeen ze voor de vorige verkiezingen beloofden aan de Henk en Ingrid hier, dan ziet het er slecht voor ze uit.

Ontmoetingen

Waar zoiets op eens vandaan komt, oplettend lezertje, geen idee. Maar terwijl ik vanmiddag in de Medina op zoek was naar de Tourbet El Bey ontmoette ik een jonge toerist die dezelfde kant op ging. We vroegen ongeveer tegelijkertijd dezelfde informatie, zo zal het gekomen zijn. Of ik toerist was? Ja inderdaad. Hij ook, hij kwam uit Qatar en wilde naar de Tourbet el Bey. Ik ook. Het sprak volgens hem vanzelf dat we daarna gezamenlijk op zouden trekken, hij wilde dingen zien en ontdekken. Een maand is hij hier, voornamelijk vakantie, maar ook kijken hoe het vordert met de bouw van het appartementencomplex dat zijn familie hier laat bouwen. Business, you see? Ja, dat begrijp ik.

Hij heeft het zuiden van Europa bereisd, het noorden en midden van Afrika. Werkt bij een oliemaatschappij, niet Shell, maar tochookl groot. Uitgesproken ideeën van wat er mis is met de wereld en met deze regio. Gedeeltelijk deel ik die met hem, maar ik zie wel iets minder beren op de weg dan hij. Interessant om zo, zonder voorbehoud, iemand in een neutrale omgeving zijn mening te horen geven over de huidige situatie, onder een kopje thee en een glaasje water. We wisselden meningen uit over van alles, de waarde van dictators, waarom in het ene land wel, en in het andere land geen ingreep van UN of Europa of de VS te verwachten viel, wie er achter dat geweld zat. Hij gelooft niet dat Al Qaida als zodanig bestaat, ik geloof dat ze wel bestaan, we denken beiden dat ze aangestuurd worden, maar door wie, daar lopen onze meningen over uiteen. Hij vond het allemaal erg interessant, die politiek en de  ontwikkelingen, maar ook andere culturen en de geschiedenis hebben zijn belangstelling. Hij kon makkelijker dan ik de tekst op de graven in de Tourbet lezen, en vervolgens nog eens voor me vertalen, maar dat ik ze ook gedeeltelijk kon thuisbrengen, dat vond hij erg bijzonder en had hij nog niet mee gemaakt. Als ik een baan zocht ik Qatar, geen probleem, hij zou me van het vliegveld halen. Werk genoeg daar volgens hem voor mensen als ik. Geen idee of ik hem nog eens tref hier, maar hij is het vast van plan.

Bij thuiskomst vond ik de wekelijkse veiligheidsupdate, net te laat om me iet van aan te trekken. Want de Medina was weer vreselijk gevaarlijk volgens die mail. Er is een hongerstakende gevange overleden, na 6 weken niet eten. Een van degenen die gevangen wordt gehouden in verband met de aanslag op de Amerikaanse Ambassade. Er zijn nog meer hongerstakers en men verwachtte daardoor tijdens het vrijdagmiddag gebed mogelijk gedoe, als iedere week. Zelden wordt die verwachting bewaarheid. Ook vanmiddag was er niets loos. Ik heb wel Salafisten gezien, in traditionele kledij met baardje, terug van de moskee even een dranken halen  in het café. Ze trekken geen wenkbrauw op terwijl ik daar als enige vrouw met een Qatari zit te praten. Toen ik een taxi stond te vangen voor de Franse Ambassade, vertrok net de bus vol agenten die daar weer een middag verveeld hadden staan wachten op dingen die niet kwamen. De pantserwagen voor de Belgische Ambassade is er niet meer, daar is alles weer bij het oude, alleen een agent met wapen hier en daar als altijd.

 

Girlpower

Ze is 26 jaar, oplettend lezertje, en al vier jaar nauwelijks meer thuis geweest. Afgestudeerd en het Peace Corps in, zoals veel idealistische Amerikanen doen. Je mag een gebied opgeven waar je graag heen wilt, en dat wordt het dan niet. Je zegt dat je beslist niet naar Afrika wilt, en daar kom je terecht. Na een trainig van een paar maanden ga je overzee. In haar geval Georgie. Ze leerde in drie maanden de basis van de taal, zodat een simpel gesprek gevoerd kon worden. Als je doorgaat krijg je extra betaald.

Twee jaar werkte ze daar voor het Peace Corps, tegen een heel lage vergoeding. Daarna kreeg ze een min of meer echte baan daar. Bij de laatste plaatsing had ze behoefte aan iets anders, aan even overwegen en nadenken. Nu woont ze ergesn in Sousse, leert daar Frans, komt rond van het beetje dat ze de afgelopen twee jaar gespaard heeft. Met kerst hoopt ze thuis te zijn, ze spaart cadeautjes voor alle vrieden en familie die ze lang niet zag.

Daarna gaat ze op zoek naar een nieuwe baan ergens, bij voorkeur in het MENA gebied. De wereld verbeteren.

 

Nattigheid

Weer terug in het dagelijkse leven in Tunis, oplettend lezertje, en het begon met natte voeten. In mijn slaapkamer gisteravond nat van de regen die onder de deur door was gejaagd. Niet zo erg met al die tegels hier. De stad had meer te lijden, ook vandaag regende het hevig in het cenrum onder andere. Openbaar vervoer in de problemen, viaducten onder water, mensen die niet naar school of werk konden, vreselijke vertragingen en verkeersopstoppingen. Daar bovenop staken de artsen, men had namelijk bedacht dat alle arten, net afgestudeerd, man, vrouw, zwanger of bezig, in dienst moeten. Van het ene op het andere moment een oproep om zich te melden. Het feit dat ze ergens in een ziekenhuis goed werk doen voor Tunesiers werd genegeerd.

De mijnwerkers in Gafsa (waar we doorheen reden) waren ook niet blij en dat zijn ze al een hele tijd niet. Zij gingen de straat op. Hun situatie is al jaren slecht, onder Ben Ali viel er niet veel aan te doen, nu willen ze een inhaalslag die nog steeds niet is gemaakt.

Een van de verantwoordelijken van de lynchpartij vorige maand in Tataouine is aangehouden na een maand zoeken. De artikelen van de  voorgestelde grondwet blijven de gemoederen bezighouden. Alles bij het oude dus wat dat betreft. Mijn juf Frans stond weer op de stoep maar mijn deurbel heeft het water niet weerstaan, dus nu moeten ze bellen met de mobiel (ik heb een vreselijk lange oprit). Verder de zaken die je zoal doet in een tuinuisje. Een wasje op de hand dat nu niet wil drogen, de spullen die zijn verzameld uitpakken en sorteren, de mails doorwerken, en de foto’s bewerken en opladen. Het internet doet vreemd, mijn hospita is buiten de stad, en de tv kan hier niet goed tegen het natte weer, dus meestal geen signaal genoeg om iets te ontvangen. Alles weer als vanouds inderdaad.

 

Heel Tunesie, dag 8

Drie seizoenen in 24 uur, oplettend lezertje, en weer een wow ervaring. Gisteravond geland in de plaatselijke jeugdherberg (de eerste van mijn leven), waar we ons ontbijt konden bestellen, en dat daarmee net zo duur was als ons duurste hotel onderweg Waarover later meer.

Toen we aankwamen na een dag van 33 graden, werd de avond heerlijk fris. Nog een vers gezette thee op de binnenplaats tussen de witte muren met blauwe kozijnen en tegels. Er was wifi voor handen maar toegang kreeg ik niet evenmin als via 3G, net als de dag daarvoor en de hele dag daarna tot we weer wat meer in de buurt van Tunis waren. Onduidelijk of het een slecht 3G netwerk is of dat er iets anders aan mankeerde.

De ochtend was grijs en nog frisser. Zelfs lange mouwen en daarover een vest aangehad en in de wind mijn wollen lap. Zodat dat allemaal niet voor niets meegesjouwd is deze reis. Helaas geen strakblauwe lucht terwijl ik de combinatie ruïne geel met hemelblauw zo prachtig vind. De plek die we bezochten was er niet minder om. Weer een kruispunt van wegen, weer een Romeinse plek, die daarna door Vandalen, Byzantijnen en Arabieren werd ingenomen, dus drie grote godsdiensten over elkaar heen. Hier als uitzondering de drie belangrijkste goden met ieder hun eigen tempel op het forum. Daartussen de studenten van de middelbare school tegenover, die hun pauzes op de site doorbrachten en in de winkeltjes bij de ingang hun koffie of thee kochten. Wat het in ieder geval levendig maakte  want er waren aanvankelijk geen bezoekers. Gelukkig halverwege ons bedoek een heel bus vol, zodat alle verkopers van bijna echt oude lampjes en kopjes weer een kans hadden en de gidsen weer konden zoeken naar nieuwe slachtoffers. Dat neemt niet weg dat onze gids weer wat info had die ik niet eerder hoorde. Stel u voor: een volbloed berber, die naast de moskee is opgegroeid, nooit een universiteit bezocht en misschien ook niet veel middelbare school, maar die zich door luisteren en zelfstudie een goed verhaal eigen maakte en iedere plek op de site wist die van belang was. Het dorp er omheen niets meer van de grote stad die hier ooit was, geen schim van de bijna 30.000 inwoners. Wel veel cactusvijgen om alle velden hier, en om deze site Sbeitlia. De verleiding van de boekwinkel in het toegangsgebouw kunnen weerstaan, de auto gevuld met benzine, en onderweg terug naar Tunis. Twee wegen mogelijk, we kozen de road less travelled in ieder geval door mij. Een goede keus want we kregen een prachtig heuvellandschap voorgeschoteld, met oker, grijsgroen, rood, oranje, de grijze onheilspellende luchten, de witte gebouwen. Als bonus, vlak bij Tunis, een deel van hat aquaduct dat Carthago van water voorzag en waarvan we ook een stukje zagen in Sbeitla. Zomaar langs de snelweg, niet te bedenken. Al naar gelang de avond naderende ook iets meer regen waar we niet echt op zaten te wachten. Tegen spitsuur de stad bereikt, dan is het nog een taai uurtje naar de verschillende adressen om de auto leeg te schudden en terug te brengen naar het vliegveld. Toen de taxi mijn huis bijna bereikt had, barstte het dreigend onweer in volle hevigheid los en kwam er een rivier aan water de straat afzetten,toen ik mij tuinhuisje weer in wilde. Goed tegen het stof, onze auto was vrijwel nieuw toen we vertrokken, maar is nu goed ingewijd, met zo’n kleine 1800 kilometer meer op de teller. Overweldigende indrukken, iedere dag weer. Ik zal nog dagen werk hebben een selectie van de foto’s te tonen op facebook, ik zal nog even nodig hebben de verschillende aankopen (altijd te veel) te sorteren en voor vertrek klaar te maken.

Maar een ding is zeker: 8 dagen is niet genoeg om zelfs een deuk te slaan in alles dat Tunesië te bieden heeft.

Heel Tunesie, dag 7

We waren ruim op tijd op, oplettend lezertje, de moskee van vijf uur wekte ons. Helaas sliepde nachtportier er ruim doorheen, dus toch wat later dan gepland op weg. Het zoutmeer over, wat we niet spectaculair vonden, en Tozeur binnengereden.  Een koffie en thee op een terrasje. Niet zo een als bij ons, maar zo’n tentje vol mannen aan kleine glaasjes koffie en verder niets op het menu. Maar een van de tafeltjes was duidelijk voor ons bestemd. Eerst de politiecommandant gesproken waarvan wij een nummer hadden als back up. Volgens hem was de hele oase en de omgeving zeer veilig om twee redenen: het zijn agrariërs, en die zijn vriendelijker en vrediger dan bijvoorbeeld de mijnwerkers van de hoogvlakte. En bijna iedereen heeft wel een familielid in de toeristenindustrie werken, en dus weet men dat men toeristen niet moet wegjagen.

Zo gerustgesteld (we hebben nog geen opgetrokken wenkbrauw gezien de hele reis) de medina in. Tozeur is beroemd om zijn bakstenen. Ze maken ze hier, ze hebben de gele kleur van de bergen die we gisteren overstaken, en ze gebruiken ze hier voor al hun gebouwen. Dat maakt dat gebouwen lang goed blijven, en er vreemd modern uitzien, ook al zijn ze honderden jaren oud. Waar de meeste oude  huizen hier in Tunesie en veel andere Noord-Afrikaanse landen per familie drie kamers hadden, deed men het hier met een grote hoge kamer, met daarin een klein kamertje voor de ouders. Ventilatiegaten op zes en zeven meter hoog, om de warme lucht te laten ontsnappen, palmhout op een meter of vier om de dadels, de pepers en ander zaken te laten drogen. De vogeltjes vliegen nog steeds in en uit als vaste gasten. De bakstenen zijn in reliëf gemetseld volgens patronen die dadelpalmen, slangen, bijen en die vogeltjes voorstellen. Dat reliëf geeft schaduw en volgens sommigen ook meer circulatie die koelte brengt.  Op veel deuren drie kloppers, een voor de mannen, een voor de vrouwen en de onderste voor de kinderen, dan weet je wie er aan de deur moet komen. Overal open deuren waar we een glimp konden opvangen van de binnenplaats met vrouwen en kinderen. Hier en daar een winkeltje voor de toeristen, waar we er wel zes van gezien hebben. Buiten het stadje staan de duizenden palmen met de bijna rijpe bossen dadels, sommigen gehuld in speciale zakken.

Op weg naar het volgende stadje kwamen we eindelijk die loslopende kamelen tegen, sommigen vlak langs de weg, oversteken deden ze niet. Nefta heeft vele moskeen en vele heiligen, waarvan er nogal wat hun eigen tombe hebben. Buiten die plekken, waar wij niet in mogen, is de corbeille de grote attractie, de mand. Een halve cirkel tegen de bergen met bomen, in het dalletje een palmoase die door zes families gepacht wordt.  Een van de pachters leidde mij zijn deel rond. Een watervalletje van 28 graden, een bron van 40 graden, waarin een man heerlijk lag te badderen. Palmen, citrusbomen, granaatappel struiken, henna planten. Helaas waren de dadels door het gebrek aan regen dit voorjaar niet geschikt voor menselijke consumptie. Ze lagen geoogst te wachten om als beestenvoer te dienen.  Die misoogst gecombineerd met de afwezige toeristen (ook hier een plek waar iets te koop zou zijn geweest als er bussen zouden langs zijn gekomen) maakte dit voor de bevolking een zeer slecht jaar. Hier geen revolutie, geen politiek, hier alleen overleven en stug doorgaan met een bestaan uit de grond te kerven.

Halverwege de middag vertrokken naar onze laatste overnachting. Na de afdalingen weer een langzame stijging naar de hoogvlakte in het midden van Tunesië. Stadjes en dorpjes, gemarkeerd door de venijnige verkeersdrempels die nergens ontbreken, de pick-ups en vrachtwagens. De brommertjes en ezelskarretjes op en naast de weg, de vele voetgangers die bij het vallen van de avond nauwelijks te herkennen zijn. Maar toch op een redelijke tijd, zonder een keer verkeerd rijden bij de overnachtingsplaats aangekomen. Morgen de laatste ruïne, vannacht het laatste bed met het kussen dat altijd tegenvalt. Reizen is prachtig: je gaat weg van huis en maakt van alles mee, en doet ervaringen op die jaren vooruit kunnen; en je komt thuis en geniet van het comfort van de eigen vertrouwde plek, zelfs als dat een tuinhuisje in Tunis is.

Heel Tunesie, dag 6

Vanmorgen een eiland van zand in een zee van water, vanmiddag over de bergen en nu naast een meer van zout in een zee van zand. Van Oost naar West in Zuid Tunesië geeft adembenemende landschappen. Maar eerst moest Jerba verkend. Groter dan ik dacht, nu aangenaam van temperatuur met vrij weinig toeristen. Op een markt terechtgekomen en daar veel traditionele kleding gezien. Een oud olielampje gekocht voor een habbekrats. Het prachtige museum bezocht waar net zo’n lampje stond, maar dan heel. Een oud huis in ruïne staat verkend, en later in het museum helemaal zo als het hoort. Dadels vers uit de boom gegeten, vingers van licht heten ze hier, lekkerder kan een dadel niet zijn.

Van mensen die werken als versiering in het openluchtmuseum, de pottenbakker, de wever, de vrouw die het graan maalt, tot de toeristen op leeftijd in korte broek of op een van de golfbanen. De mannen die de groente kopen op de markt, de vrouwen die hun eigen ezelskar of brommer besturen. Een van de Joodse ghetto’s bezocht, het kleine, de grote moet wachten tot een andere keer. De beheerder had haast helaas, maar het verhaal van het ontstaan is prachtig. Nog zo’n vijftien honderd joden zijn er hier, terwijl er vroeger veel meer waren. Genoten van prachtige kalligrafie, de speciale aterputten en het open landschap.

Toch moesten we verder, hoewel er nog wel wat te zien en te genieten zou zijn geweest. De auto afgetopt met benzine, twee flessen water ingeslagen en Go West, Old Women! Ik had geen idee wat te verwachten. Het landschap was vervuld van fijn zand, opgejaagd door de wind. Het was ruim over de dertig graden, Vrij abrupt reden we de bergen in, met een adembenemend landschap. Rotsig, hard, onbarmhartig en prachtig, en met leuke afgronden aan de andere kant van de vangrail die in de bochten nog wel eens ontbrak. In het begin plaatsjes die toeristen verleiden tot het bezoeken van bergwoningen of het kopen van olijfolie of dadels. Haarspeldbochten met ruimte voor 1 auto. Alles geel, de bergen, de rotsen en de huizen behalve de individuele bomen. Mannen met ezeltjes die op weg waren met zakken en manden groenten, net geoogst. Jongetjes die schapen en geiten hoeden, soms samen met opa. Een vrouw in traditionele dracht, de geoogste groente aan het hoofd, de man er naast, met lege handen. Volgens mijn reisgenote waren we verkeerd gereden, volgens mij hadden we een prachtige rit, met gelukkig maar een paar tegenliggers, net op plekken waar ruimte was. Geen wonder dat hier films opgenomen zijn in dit deel van de wereld, het was onaards, ruig en leeg. Na de spitse hoge bergen ineens weer wat meer afvlakken, meer ruimte, minder bomen en plotseling helemaal geen bomen meer en nauwelijks nog mensen, geen dorpen of plekken van zichtbare bewoning. De ondergaande zon tegemoet over een weg die tot zoutzeeniveau afdaalde. Pas toen er weer een elektrisch lichtje in de verte blonk, wisten we dat we weer terug in deze tijd waren, want de laatste uren hadden we eeuwen teruggereisd. Douz is een oase, die nu veel toerisme inkomsten genereert, maar vroeger waren deze plekken handelsposten, plekken waar de bedouienen in de hete tijd verbleven en hun kuddes kamelen los lieten lopen. Er staan hier dan ook met enige regelmatig rode borden langs de weg die waarschuwen voor overstekende kamelenkuddes. Na het hotel zoeken en vinden een blokje om, gegeten en gedronken, de telefoonon is opgeladen op de binnenplaats, de thee is gezet en gedronken met een Tunesische zoetigheidje erbij om de dag af te ronden. Het internet is inmiddels niet meer beschikbaar, zodat dit bericht u later zal bereiken. Morgen extra vroeg op, want het einde van de reis nadert en er valt nog veel te zien en vele kilometers te reizen.

Heel Tunesie, dag 5

Geen grootse ruines of overweldigende gebouwen vandaag, oplettend lezertje. Wel de voorspelde Medina, waar ik op mijn gemak heb zitten kijken naar wat er voorbij kwam aan traditioneel geklede ouderen.  Dat waren er nogal wat, de een nog fotogenieker dan de ander, maar meestal waren ze toch sneller dan gedacht.

Onderhandeld over een paar stukken textiel,  twee keer verkeerd gelopen voor we het gezochte museum vonden. Weer van de bakplaat koekjes gekocht (deze keer een bakplaats op een fiets) voor een bedag dat hoger was dan die van dezelfde koekjes die we later tegenkwamen. Maar toch waren de onze lekkerder. Sfax is een grote stad, maar behalve de Medina is er niet veel bezienswaardigs. Persoonlijk vond ik de Medina zelf ook niet heel bijzonder mooi, maar de sfeer was er gezellig en buitendlanders waren er nauwelijks, wat goed is voor het onderhandelen.  Het geeft ook een hoop gegiechel en gelach, als je zo opvallend niet hetzelfde bent als de rest.  Na Sfax naar Gabes. Een stad waar de markt overgewaardeerd is, meer iets om toeristen te verleiden daar hun mandjes te kopen in een vrij kleine Souk. We hadden er dan wel weer een heerlijke vislunch ergens aan de haven. De grootste weg naar het zuiden, een gewone rijksweg bij ons, is vooral leuk vanwege de stalletjes met van alles en nog wat. In Juli kocht ik bij zo’n stalletje verse dadels, nu waren ook de granaaappels in de aanbieding. Veel kopers ook wat de levendigheid wel, maar de veiligheid niet ten goede komt. En van Gabes bij het vallen van de avond door naar de boot naar Jerba, en als het hier donker is dan is het ook echt doker, vooral buiten de dorpen en stadjes. Het verkeer is bij daglicht al avontuurlijk, maar als er geen licht is zijn de wandelaars en fietsers en zelfs af en toe auto’s zonder verlichting erg lastig te zien. Er zullen ongetwijfeld veel ongelukken gebeuren, maar bij ons ging het tot heden nog goed. Op zich een wonder want men is erg vrij in het interpreteren van verkeers regels. Mensen komen van de gekste plekken opdoemen en hopen dat het goed gaat. Erg ongeduldig zijn de meesten gelukkig niet, maar de vrachtauto’s hier en de pick-ups: wild-west vaak. Een paar dagen geleden reden we achter een pick-up met lege kratten die een deel van zijn lading verloor. Men kijkt er niet van op maar ik was blij dat ik er geen op de voorruit kreeg. Af en toe zijn ze zo hoog geladen dat je denkt dat de lading kasten of vaten elk moment kan gaan overhellen, samen met de pick-up.  Het laatste stuk weer aardedonker en aangekomen op het eiland, na een korte oversteek. Men gaat graag op zaterdag heen en zondag terug hier van uit het land (vraag me niet waarom ze niet eerder heengaan) dus er was nogal een wachtrij voor de boot. Dat wisten we pas toen we vanaf de rotonde ingevoegd waren en de meneer achter ons zeer boos was. Wij waren geheel onschuldig, het bord gaaf aan: Medenine rechs, Ile de Jerba links. Opstelstroken en zo doet men niet aan, dus toen de politie er bij kwam en vertelde dat “wij altijd achter aansluiten door rechts af te slaan en te keren” hebben we hem vriendelijk verteld dat er nergens iets stond over een file, ook niet over een ferry trouwens en wij dus niet konden weten wat er van ons verwacht werd als nieuwkomers. En dat we niet van plan waren achteraan aan te sluiten nu, dat er dan maar een duidelijk bord moest komen. Volgens de volgende politieagant was er info, wij hebben hem er nogmaal op gewezen ” een verkeersbord voor de rotonde, hoe kunnen wij daaruit opmaken dat dit 20 meter voor de boot is? Hij dacht er even over na, gaf geen antwoord en verdween, de man achter ons in grote woede achterlatend. Die heeft zich daarna voor ons geperst en reed dus ook net voor ons van de boot af, wat hem een machtig gevoel van opluchting moet hebben geven. De rest van de bestuurders bezat zijn ziel in lijdzaamheid.

Dit keer buitengewoon veel geluk bij het zoeken naar een hotel. Maar twee keer hoeven vragen voor we exact wisten waar we waren en toen terecht gekomen bij een hotel op onze shortlist. Een  schoon en eenvoudig hotel, met een prettige sfeer en de uitstraling van Zeeland 1920. Een terras met een paar gasten, een verse pizza en een vriendelijke bediening. Meer hebben wij niet nodig en meer is er ook niet, tv op de kamer is flauwekul en voor airco moet je bij betalen. Maar de handdoeken zijn rul, de lakens ruiken naar frisse buitenlucht en de dekens zijn met de had geweven van eerlijke wol. Waren ze maar allemaal zo. Morgen het eiland ontdekken, te beginnen met de Synagoge, een van de oudsten in Afrika, en een pelgrimmsoord. Ik ben benieuwd. Wat we daarna gaan doen leest u dan morgenavond wel weer, ik heb ook geen idee.