Werd ik toch zaterdag gebeld dat de politie mij hier wil spreken, oplettend lezertje. Vreesde al het ergste maar het valt mee. Men heeft iemand gearresteerd die verdacht wordt van de beroving 5 juli jl. Of ik langs wil komen om hem te identificeren, was de vraag. Dat wil ik natuurlijk graag doen. De beller kon mij niet vertellen of er ook iets gevonden was dat eigenlijk aan mij toebehoort, en ik denk eerlijk gezegd dat de kans dat het niet is doorverkocht klein is, na drie maanden. Maar goed, zeg niet dat er hier niets aan gedaan wordt. De molens malen langzaam, maar ze malen. Vandaag is een nationale feestdag (men viert het vertrek van de laatste Franse soldaat uit Bizert, begin van de onafhankleijkheid) en zijn de meesten thuis, maar morgen even bellen met de beller om een tijd voor het bezoek af te spreken. Wordt vervolgd?
U weet natuurlijk net als ik, oplettend lezertje, dat er heel wat gevochten is in Noord Afrika. De geallieerden vielen vanuit het zuiden Europa aan om de bevrijding voor te bereiden van die kant. Zelf had ik El Alamein voor ogen, waar ik vorig jaar langsreed. Maar ook in Tunesië is gevochten, nadat Marokko en Algerije meevielen. In Marokko was weinig tegenstand, in Algerije telden de Vichy Fransen hun knopen en verschoten nog een keer van kleur. In Tunesië waren geen As troepen bij de inval, maar en dag later kwamen ze er in allerlei alsnog. Van eind 42 tot midden 43 is er gevochten in Tunesië, met de nodige verliezen aan beide kanten. Er liggen hier dan ook overal oorlogsbegraafplaatsen. We zouden zelfs Rommels hoofdkwartier in het zuiden gaan bezoeken, wat vanwege de onzekere situatie uitgesteld is. Ik reed al een aantal van die plaatsen voorbij, die keurig worden aangegeven met blauwe bordjes: War Cemetery. Vanmiddag sloeg ik af toen ik weer zo’n bordje zag, en raakte op een hobbelige landweg. Heuvel op, heuvel af, bocht om en daar lagen ze. Met uitzicht op het stuwmeer dat er toen nog niet was. Bewaakt door de toren van de kerk die verdween toen het dorp onder water raakte. 243 Britse soldaten en 8 Indiërs, een beetje apart. Keurige heg eromheen, keurig aangeharkt grind. Struiken hier en daar en olijfbomen. Een centraal gedenkteken, zoals je die ook in Engelse dorpjes treft. Een kruis met een zwaard in gele kalksteen. De geluiden van een schaapskudde dichtbij de ondergaande zon die alles in een warme gouden gloed zet. Een vlucht hoppen en andere kleine vogels. Op de achtergrond het geluid van de snelweg. Verder rust. Ze liggen daar goed, al die jongens die bijna 70 jaar geleden ver van huis omkwamen. Zodat mensen als u en ik kunnen reizen waarheen ze maar willen. Het minste wat je kunt doen is eens langs gaan als je in de buurt bent.
Tabarka, de plaats waar ik ging duiken, is een stad van enige omvang oplettende lezertje, ik schreef het al eerder, met een in ontwikkeling zijnd toerisme. Het seizoen loopt op zijn eind, al zijn er nog steeds mensen vanuit Algerije en Tunesië die langskomen, met af en toe een Europeaan. Overal zijn restaurantjes waar je kunt eten. Na het duiken en voor het eten een blokje door het centrum. De meeste winkels al aan het sluiten, de supermarkt nog open en het winkeltje van van alles, met tassen, kleding, etenswaren en souvenirs, waar ik mijn ansichtkaarten kocht. Een barbier waar drie mannen zitten te wachten tot er een stoel vrij komt om geschoren te worden met echt schuim en een echt mes zoals in cowboy films. Een uitnodigend gebaar van de vele restauranteigenaren, om hun terras te bezoeken. Uiteindelijk werd het tentje op de hoek. Er is geen kaart, je kunt vis laten roosteren op het houtskoolvuurtje, of een half kippetje laten komen. Of er is een bouillon die naar gelieve soep kan worden, of nog gevulder, met kikkererwten. Een half lepeltje van dit, een snuifje van dat, eitje erbij. De limonade komt van de kiosk op de hoek, de thee van het café aan de overkant. De ober en de kok schuiven aan bij vaste klanten, van mij wil de ober weten of er werk te vinden is in Nederland. Mijn antwoord overtuigt hem dat hij maar moet blijven waar hij is. Er komt een man langs die met een blikje wierrook verspreidt tegen de muggen, voor een paar centen. De tafeltjes worden afgenomen met een spons, het gebloemde zeil is weer klaar voor de volgende klant
Het bankalarm op de hoek laat niemand schrikken, ingebroken zal er wel niet zijn. Hier kuiert men nog, het tempo ligt laag. Een scooter rijdt langs voor een praatje.
De souvenirstalletjes dekken ’s nachts hun waren af met een zeil en een touw, op de stoep staan de verkopers van meloenen. Op het centrale plein zit Bourguiba met zijn hond, hierheen werd hij verbannen bij de omwenteling die uiteindelijk Ben Ali aan de macht bracht.
Een keer per jaar is er een jazzfestival, op een rotonde staat een heel grote saxofoon om dat te onderstrepen. Maar verder gebeurt er niet veel, en dat zal voorlopig wel zo blijven.
Drie duiken gemaakt dit weekend, oplettend lezertje. Niet geheel zonder hindernissen. Wekenlang mooi weer maar vrijdag begon het te gieten, zaterdagochtend goot het nog. Ik was al nat voor ik de koffers in de auto en de auto uit de tuin en de tuinpoort dicht had. Daarna een onbekende route dwars door Tunis in de vroege ochtend. Overal grote plassen en mensen die bezig waren het overtollige water weg te vegen en de rommel die het met zich mee bracht. Halverwege de rit klaarde het op, en ik reed Tabarka binnen onder een stralend zonnetje. De duikclub die ik het eerste zag was gesloten, kennelijk een verlaten pand. De andere duikclub, die ik gebeld had, kon zich mijn telefoontje wel herinneren, maar een duikmeester hadden ze ook na enig bellen niet beschikbaar. Gelukkig waren er nog de buren, net op punt van vertrek. De boot was al vol, maar de verzekering dat ik al mijn eigen spullen mee had overtuigde hen. Van de auto op de boot, de hele koffer met troep. Op het kleine bootje omkleden en spullen op zetten. Voor het eerst dat ik dook met meisjes met een hijab en een zwemjurk. De grote groep bestond uit studenten die bezig waren met een opleiding zee en milieu. Voornamelijk meisjes en nu waren ze bezig met een duikdiploma, nodig voor hun werk. Ik had mijn eigen duikmaster, dat scheelde een hoop gedoe. De eerste dag twee duikjes, en dan naar het hotel. ’s Nachts weer regen,’s morgen weer zon. Ik maakte een heel goede duik, helaas zonder zonlicht, en daarna moest die hele groep nog in delen te water omdat er niet genoeg apparatuur was om iedereen gelijk te laten duiken. Zelfs mijn vest en octopus nog uitgeleend. Maar het wacten op een door deining roerige zee zorgde voor een hoop zeezieken. Uiteindelijk ging alles wat ziek was te water, daar hebben ze een uur gelegen, om de ziekte de baas te blijven. Zeeziekte heb je wel op, maar niet in het water. Daarna had iedereen het berekoud. Inmiddels ikzelf ook, de middag duik leek me, met alle vertraging, geen goed idee en de mooiste duikplek had ik gezien. Weer heel wat herinneringen rijker, alle natte spullen in de auto en terug naar Tunis in de namiddagzon. Prachtige rit weer, met de gebruikelijke kuddes schapen en koeien, de schapen en bokken achter in de pick-up trucks, de mensen die groente en fruit, honing en souvenirs te koop aan bieden, in een dorp stonden de vouwen tegen etenstijd vers gebakken brood te verkopen aan de rand van de weg. In het vallend donker zonder vertraging of verkeerd rijden weer het vliegveld bereikt. Net op tijd thuis om te zien hoe een man op 40 km hoogte uit een ballon naar beneden dook. Ook leuk, maar veel duurder en veel minder vis onderweg.
Bekende beelden op tv, oplettend lezertje, althans voor mij. Tijden lang waren er elke vrijdag demonstraties en manifestaties op het Tahrirplein, in Cairo, wekenlang werd er gevochten. De afgelopen periode was het rustig maar nu is de eerste moltov kennelijk weer losgegaan en gooit men met stenen. Twee groepen, voor en tegen Morsi, bekogelen elkaar, en een grote groep staat er tussen om de rust te bewaren. De verdachten van de Slag van de Kameel die in februari 2010 11 mensen het leven kostte, zijn vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs. Iedereen kwaad natuurlijk, althans, niet de verantwoordelijken natuurlijjk. Morsi moest laten zien dat hij de na revolutionaire president is, en stuurde een ontslagbrief naar de rechter inzake dit vonnis. Maar daar gaat hij niet over, de rechter blijft zitten, zijn collega’s protesten. De mensen zijn terecht boos over dit vonnis, dat verdedigd werd met de uitspraak dat er geen lichamen waren en duss geen bewijs van dodelijke slachtoffers. Iedereen die in die tijd TV keek heeft ze gezien, en ze worden nu op verschillende sites herhaald, maar de rechter had daar geen boodschap aan. Voor vandaag was er een demo aangekondigd en die is er ook gekomen. Groepen wisselen elkaar af met het in bezit hebben van het plein, dat net was opgeknapt.
Hier zie ik op de Arabische Al Jazeera doorlopend beelden op een split screen. De andere helft toont een vreedzame betoging in Amaan, met veel Syrische vlaggen, vrouwen en kinderen, en mannen in gele hesjes om het in goede banen te leiden. Wij kregen voor deze vrijdag de gebruikelijke waarschuwing waar ons niet te begeven tussen 1 en 3 deze middag, waaronder wat moskeeën. Tot zover geen bericht dat er ergens iets loos was. Maar ook hier houdt men de adem in en gaan er allerlei geruchten die, als ze bewaarheid worden, wel eens tot onrust kunnen leiden. Tot nu is het alleen lastig, omdat reizen naar het zuiden wordt afgeraden, en ik niet helemaal tegen de keer in wil gaan. Terwijl ik me zo had voorgenomen in Tozeur het november festival mee te maken. Maar goed, het is nog geen november en er gaan vliegtuigen naar Tozeur en treinen. Zolang de demonstraties redelijk vreedzaam zijn, het leger niet hoeft op te treden of niet optreedt, is het een stap naar een mondige samenleving. Stay tuned.
Ik schreef er al een paar keer over, maar het blijft een bron van vreugde, oplettend lezertje: het verkeer. Vandaag naar drie verschillende adressen met de taxi, die gelukkig spotgoedkoop zijn. Kost niks maar dan heb je ook niet altijd veel. Ten eerste de weg weten. Adressen zijn eerder per wijk en dan de naam van het gebouw dan direct per straat en nummer, althans, dat is vaak zo. Het gebouw wat ik zocht was in de buurt van de Amerikaanse Ambassade, ik had ook een straatnaam dacht ik, maar een nummer, ik heb het nergens kunnen ontdekken. Denk niet dat de taxichauffeur het wel zal weten, die straatnamen. Vooral nieuwe wijken zoals Bergers du Lac, waar alle straten naar een meer heten, is terra incognita. Als je zelf de weg niet weet, dan kunnen zij je ook niet helpen. Het beproefde recept hier voor iedereen die daar mee te maken krijg: bel het adres waar je zijn moet en geef je mobieltje aan de chauffeur. Handsfree bellen doen ze hier gelukkig ook niet aan. Zo’n nieuwe wijk kent hele stukken met alleen kantoren en eet en drinktentjes. Rond het middaguur gezellig, maar ik weet dat het er na zessen uitgestorven is. Een ander deel van die wijk heeft weer meer woonhuizen, en bijpassende restaurants voor ’s avonds naar ik hopen mag, en een bowlinghal. Bijkomend nadeel in oude wijken: straatnamen hebben soms een oude Franse naam en nieuwe Arabische naam, of omgekeerd, en na de revoluties wordt het er nooit beter op, dan moeten namen van dictators weer aangepast.
Goed, maar dan rijd je toch naar het opgegeven adres. Tunis is verdeeld in wijken met goede verbindingswegen tussen die wijken. De grootste zijn drie of vier baans, met nog een taxilaantje erbij. En af en toe een fietsers aan de rand van dat taxi laantje. Niemand die zich druk maakt, moet immers kunnen en zoveel wordt hier niet gefietst. Op de tolweg naar Tunis zag ik vorige week een man te paard in de berm meelopen in de richting van het verkeer. De vraag of hij tol had betaald was aan mijn reisgenote niet besteed, die vond het al normaal. Maar die scooter die vanmiddag de snelweg op dook tegen het verkeer in, dat vond ook de taxi chauffeur grappig. Eens zien of ik de vrijdagavondrit naar La Marsa in mijn eentje er een beetje goed afbreng.
Overal wordt gebouwd hier in dit land, oplettend lezertje. Bij mij in de wijk worden huizen voorzien van een extra verdieping, een nieuwe gevel, of een terras erbij. Soms worden oudere huizen afgebroken om iets nieuws neer te zetten. Mooi natuurlijk, al die activiteiten, brood op de plank en normaal gesproken ook een goed tegen voor de economie, al dat vertrouwen in de toekomst. Soms zag ik ook projecten, vooral in de toeristische gebieden, die duidelijk al een tijdje stil liggen. Huizen van de familie van de afgezette dictator staan leeg, en wellicht zijn die bouwprojecten ook van mensen die hun heil elders zochten na de omwenteling, of was het geld plotseling op, of het vertrouwen toch weg.
Maar gezien de economische situatie hier, waarbij die van Nederland zonnig genoemd kan worden, vroeg ik mij hard op af tijdens een gezamenlijke wandeling, wie al die huizen ging bewonen, wie er nu toch zo veel geld in stak, in al dat bouwen. Een mogelijk antwoord werd mij gegeven: na de revolutie wordt alles vloeibaar. Dat is in alle revoluties zo, er heest onrust en onzekerheid, en de controle op veel zaken krijgt minder aandacht. Onder andere de bouwvoorschriften worden minder gecontroleerd, en volgens mijn hospita was die controle al niet sterk. De gelegenheid om iets wat er net door kwam er nu tocht te laten komen, dat stukje aland ingebruik te nemen dat leeg moet blijven, een verdiepinkje er op waar dat eigenlijk niet kan of mag.
Laten we hopen dat het niet voor alle bouwprojecten hier het geval is, en het soms ook gewoon om regulier werk gaat.
Soms zie je iets, waarvan je half zou willen dat je het niet had gezien, oplettend lezertje. Niet omdat het niet mooi is maar omdat het weer zoveel geld gaat kosten. Zalig zijn immers de onwetenden. Als we bijvoorbeeld nooit een Iphone hadden gezien, zoude we er ook geen willen hebben.
Mijn hospita heeft echter geen Iphone, maar in haar woonkamer een kleine collectie oud zilver. Niet antiek, niet stokoud, maar zo tegen de honderd jaar. Op mijn vraag vertelde ze dat ze dat verzamel en het kocht in de Medina. Nu zijn daar veel winkeltjes met sieraden, er zijn winkeltjes met antiek of wat er voor door gaat, maar vooral in de heel toeristische routes vertrouw ik het helemaal niet.
Maar L was niet te beroerd om mij mee te nemen als ze weer eens in de Medina moest zijn, om mij te wijzen waar ik terecht kan. Hadden we dat maar nooit gedaan. Na de gewone boodschappen tot in het hart van de Medina gekomen, en daar een paar keer links en rechts af. Ik raak al aardig thuis, ook al loop ik soms in het wilde weg, uiteindelijk kom ik waar ik heen wil. Maar de winkel waar ik nu terecht kwam zou ik zeker niet per onleuk gevonden hebben, en als ik hem had gevonden zou ik waarschijnlijk zijn doorgelopen. Er hing weliswaar een bord dat Antiek beloofde, maar de piepkleine etalage was vooral stoffig. Ook bij binnenkomst leek er op het eerste oog niet veel bijzonders te koop te zijn. Maar dit was dan ook meer een ontvangst en werkplek, de echte voorraad lag elders. Weer een straatje door en een soort soek binnen. Een toeristenwinkel van de goede soort, met het gebruikelijke aanbod. Gevestigd in het familiehuis van de winklier, een oud pand dat als ik het goed verstaan heb zelfs onder UNESCO valt. Met tegels die zelfs mensen afbeelden, een zeldzaamheid hier. Maar buiten de kamelen en aardewerk bakjes was er nog een deur naar een zeer klein kamertje. Eenmaal binnen (we pasten met zijn drieen net) een ware Ali Baba grot. Manden, koffers en dozen vol oud zilver, zelfs de banken lagen vol met van alles en nog wat. Armbanden, enkelbanden, spelden en ringen, halssieraden, kammen, poederdoosjes, kohlhouders, parfumflesjes en doosjes voor amber… geen doorkomen aan. Af en toe een greep in een van de manden en er lag weer wat moois mij aan te grijnzen. Uiteindelijk met een selectie naar de winkel, maar ik had zo nog honderd andere mooie dingen uit kunnen zoeken. Het wordt per gewicht verkocht, en ook al was de prijs niet overdreven hoog, alles nemen ging mijn middelen te boven, en bovendien had ik op dat moment geen Dinar bij me.
Geen nood: na alles gewogen en geprijsd te hebben, kreeg ik het mee in een plastic tasje. Wel goed opletten, je weet immers maar nooit. Zelfs mijn naam hoefde hij niet op te schrijven, het zou goed komen. Nu is mijn hospita een goede klant van hem, ze komt vaak langs met haar clubje, maar toch. Ik had voor zo’n tweeduizend euro handel meegekregen. Dat zie ik in Nederland niet zo snel gebeuren.
Ik mocht in alle rust uitzoeken en terugkomen. Die rust is betrekkelijk hoor, dat kiezen was lastig. Uitendelijk is het me gelukt afscheid te nemen van het grootste deel en ze weer richting hun mand te wijzen. Daar liggen ze te wachten tot u langs komt. Ik heb het adres.
Ik zit op een terrasje, niet ver van mijn huis. Lunch met N die zich onvermoeibaar inzet voor vrouwenrechten en samenwerking. Het is haar verjaardag, ze is 61 vandaag. Ze maakt zich zorgen. Niet over haar eigen positie maar over die van alle jonge vrouwen in haar land. Ze ziet grote risico’s vanuit de religieuze hoek. Voor u denkt dat N losgeslagen is: haar moeder is een hadji, ze ging naar Mekka en draagt nu een hoofddoek, waar ze een hekel aan heeft. Maar de machten aan de top, daar heeft ze het niet op. Ze is de enige niet. Ik reed dit weekend mee met iemand die bij elk groepje gesluierde jonge vrouwen zijn afkeer en afkeuring liet blijken, vergezeld van de opmerking: dat hadden we hier nooit, dat hoort niet in dit land! Zo denkt N ook, en ze verbaast zich er over dat het zo moeilijk is vrijwilligers te vinden om met haar de strijd te voeren. Niet alleen af en toe tijdens een demo of conferentie, maar voortdurend, onderweg, in het openbaar, bij elke gelegenheid. Nog deze dag trof ze een jonge man in de bus, die in een wijk woonde waar salafisten actief zijn. Ze hadden een goed gesprek en nu heeft ze er iemand bij die zich in wil zetten, omdat hij het belang van mensenrechten, vrouwenrechten inziet. Om ons heen op het terras het normale publiek tijdens de lunchpauze van de bedrijven om het plein. Overhemden, stropdassen. Vaders die met hun kind van de kinderopvang lunchen. Gemengde gezelschappen. Vrouwen die er uit zien zoals ik. Blote hoofden, blote armen, skinny jeans (ja, ik niet natuurlijk, niet skinny genoeg). Zo op het oog een vrije open samenleving waar vrouwen gelijk zijn aan mannen. Maar in de praktijk van alle dag blijken jongen mensen door de politie lastig gevallen te worden, om hun ID te worden gevraagd. Meisjes die ’ avonds op bezoek gaan bij familie of vrienden lopen het risico gearresteerd te worden op verdenking van prostitutie. Geloven die agenten dat echt, of is het een gerichte campagne? Eerst maak je ze bang, dan vertel je ze dat ze veiliger zijn als ze zich gepast kleden. Langere mouwen, lossere broeken, haren bedekt. En dan worden ze alsnog verkracht, zoals in buurlanden, waar meisjes bijna allemaal gesluierd gaan, is aangetoond.
Tunesië is op weer een cruciaal moment in zijn geschiedenis aangekomen, er wordt een nieuwe grondwet geschreven. Benieuwd of de sociaal democraten die lid zijn van de trojka het voor zichzelf kunnen verkroppen om akkoord te gaan met minder dan gelijke rechten. Waar de omstreden regel over complementaire vrouwen eerst verdween, dreigt hij nu via een achterdeur weer binnen te komen. De strijd is nog niet gestreden. Maar N ziet ook goede tekenen, tekenen dat de mensen er achter komen hoe het werkelijk zit, zich bewust worden van de risico’s. Teken van paniekvoetbal bij de opkomende volgende verkiezingen. Tekenen van een samenwerkende oppositie. Zij geeft het niet op.
Niet om u te pesten, oplettend lezertje, maar het weer is nog steeds prachtig. Meestal niet zo heel bloed heet meer, maar zeer, zeer aangenaam nog steeds. Zwemmen in zee is nog steeds zalig.
Toen ik hier kwam in mijn tuinhuisje in Tunis, stonden de rozen er treurig bij, slechter dan toen ik heier voor het eerst kwam. Ook de jasmijn was wat minder, en de plumbago was gekortwiekt. Ik vreesde dat het zo zou blijven, dat de rozen de hitte te veel was geworden, de jasmijn door zijn tijd heen was. Maar gelukkig, twee weken geleden pikten ze het ineens allemaal weer op. De rozenstruik heeft weer een overvloed aan bloemen, de jasmijn gaat gewoon door met geuren, de plumbago is helemaal overnieuw begonnen en zit vol bleekblauwe bloemetjes. Steekt prachtig af tegen het wit van mijn voordeur. Er zit zelfs weer een passielboem in de plant bij de poort
Ook de bougainville bloeit volop. Dat is trouwens wel een rommel maker, die veelheid aan bloemen valt ook flink af, dus af en toe haal ik een bezem over mijn terras. Maar goed, als het erger niet wordt met het weer…