NBU 82, Kansas City here I come

IMG_1095

Het weer is net zo bedekt als mijn stemming, nu ik weer afscheid nam van een goede vriend. Je wet nooit hoe lang het duurt voor je elkaar weer ziet. Als ik de stad uit rijd passeer ik een groep wapiti’s die in de vijver staan af te koelen. Ze horen bij de boerderij van Ulysses S. Grant, verderop zie ik dat de bizons en geiten gevoerd worden.

Het landschap is zoals al een paar staten, veel bomen, heuvelachtig. Ik passeer de State Capital, Jefferson, maar ik wil toch echt kilometers maken. Dus pas in Kansas City, nog aan deze kant van de rivier, parkeer ik Monster. Vlak bij het WW1 Museum en het Union Station op mijn lijstje. De wachters bij het museum, dat tevens het Nationaal Monument is, zijn gevleugelde leeuwen; die van de herinnering kijkt naar het oosten, terug naar de oorlog, de ogen met vleugels bedekt om de verschrikkingen niet weer te hoeven zien. Die van de toekomst kijkt naar het westen, weg van de oorlog, de ogen bedekt omdat we de toekomst niet kunnen zien. We zijn blind. De hoge toren laat me heel Kansas City overzien.

Ook het Union Station (“groter dan Central Station in New York“ is de aanbeveling) is een bezoekje waard. Veel meer is er op deze late maandagmiddag ook niet. De stad is bekend om zijn Jazz, maar alles is nu dicht.

Dan loop ik terug naar Monster, die naast een park geparkeerd staat. Ik zie een bord dat verwijst naar een beeldengroep waarvan ik de schetsen en modellen in Cody zag, Pioneer Mother, en naast die plek wordt gesport. Ik kijk een uurtje naar de Maandagavond Softball League, gemengde teams van vrienden of collega’s spelen hier de hele zomer. Relaxed, bud light erbij na afloop. Men is licht verbaasd een vreemde aan te treffen, deze wedstrijden trekken geen publiek. Maar de avond is mooi, de krekels krekelen dat het een aard heeft.

Als ik dan ook nog op weg naar mijn slaapplek een Half Price Book store vind, met precies wat ik zoek in huis, is de dag compleet.

Morgen volg ik de Yellow Brick Road naar Wamego.

NBU 81, Forest Park

IMG_1023

Wat doen ze in St. Louis op Zondag? Mijn gastheer gaat aan het werk. Ik doe een dagje park. Nu zult u denken: park? Eendjes voeren? Forest Park is weliswaar de tuin van St Louis, maar het is niet helemaal het stadsparkje zoals we dat vaak zien.

Om te beginnen is het groter dan het Central Park. Een paar jaar geleden is het nog eens gerenoveerd, nadat het in 1904 al de Worldfair en de OS had gehuisvest. Er stonden voor die fair al musea. Nu zijn dat er een stuk of drie plus een theater, een botanische tuin, een dierentuin, een observatorium, een heel grote bootvijver, tennis- golf- en cricketvelden en dan nog wat paviljoens. Een busdienst met een aantal routes onderhoudt de verbindingen, of je huurt een fiets, of een bootje. Op zondag is de bus gratis, de musea en de dierentuin zijn dat altijd.

Ik ben vroeg, maar de zon brandt al in mijn nek. Gelukkig is het in het historisch museum koel. Het geeft een mooi beeld van de geschiedenis van de stad, die hier zeer verbonden is met de geschiedenis van het land. Zo ligt de basis van de burgeroorlog in een rechtszaak over slavernij die hier begon, de Dred Scott decision.  Er is een expo over Lindbergh en zijn vrouw, een kopie van de Spirit of St. Louis hangt hoog in het gebouw. Er is immigrantenkunst, een kinderafdeling, mode die het verleden citeert. Het is allesbehalve oud en stoffig.

Via het grote basin steek ik over naar het kunstmuseum, als ik links van mij een harde klap tegen een boom hoor en iets zie vallen. Een golfbal. Ik breng hem terug naar de wat ongelukkige eigenaar en geef hem advies zijn swing aan te passen.

Ik ben een week te vroeg in het kunstmuseum om de grote Gaugain-expositie mee te maken, maar de collectie is van hoge kwaliteit. Een grote hoeveelheid Max Beckmanm, men zegt de grootste ter wereld, wat te maken heeft met het feit dat de schilder hier zijn laatste de jaren doorbracht en verzamelaars hier bleven kopen na zijn dood. Daarmee komen dan gelijk ook veel andere werken uit die periode en stroming in zo’n collectie terecht.

Als het tegen sluitingstijd loopt ga ik naar het boothuis, waar de mensen op het terras zitten terwijl de band een behoorlijke blues speelt en de schildpadden lui in het water hangen. Een prima plek om de zondag af te sluiten. Thuis wat zaken regelen nu ik nog snel internet heb, spullen verzamelen en nog een avond samen met mijn gastheer. Het restant van mijn reisdagen is bijna op de vingers van twee handen te tellen.

Hoe ver kom ik nog?

NBU 80, De stad in

IMG_0920

Lekker bedje, warme douche, ontbijtje met scrambled eggs, een goed begin van een zaterdag. Eerst met de honden een blokje om, de tuin moet water krijgen. Dan gaan we op avontuur. De botanische tuinen hier zijn de moeite waard, we gaan onze neus achterna en zien niet alleen een prachtig park met allerlei zones, maar ook mooie glaskunst van Chihuly. Ik zag hem in Groningen dit voorjaar en wilde naar zijn atelier in Seattle, maar nu is hij hier ook te zien (en in een casino in Las Vegas).

Rustig gesnuffeld tussen de plaatselijke bevolking die hier zaterdag gratis in mag. Daarna door wijken met mooie oude huizen gereden, de meesten van rond de eeuwwisseling. Ze werden gebouwd als verblijf voor hoge gasten die naar de Wereldtentoonstelling kwamen of naar de derde moderne Olympische spelen in 1904. Missouri was toen honderd jaar een Amerikaanse staat, verkocht door de Fransen als onderdeel van de Louisiana Purchase. Toen pas kreeg de VS ongeveer de omvang die het nu heeft. Rijdend door een van de mooie lanen met oude bomen een bordje: yardsale! Even binnen kijken in het huis, zien of er wat te halen is. Er zijn al wat verkoopdagen geweest dus al het echt mooie is denk ik weg. De man des huizes verzamelde gereedschap, er waren 1000 hamers. Nu nog een paar honderd. Mijn gastheer scoort een over het hoofd geziene hanging basket voor een schijntje en een buitenstandaard. Zijn tuin krijgt veel aandacht. In mei bloeien er Hollandse tulpen.

Dan naar de Basiliek, die er honderd jaar of zo over deed voor hij af was, alles gemozaïekt in Byzantijnse techniek maar met de tekenstijl van honderd jaar geleden. Alles goud wat er blinkt. St. Louis was Frans en katholiek, nog steeds is de kerk zeer aanwezig.

Daarna gaan we even kijken of ik morgen, als mijn gastheer werkt, een RV in het plaatselijke park kan parkeren, waar veel musea zitten. Dat moet eigenlijk wel lukken. De warmte en de drukke week achter ons maakt ons allebei moe, dus zullen we vanavond chillen met een oude film en een gezonde fruitsalade. Heerlijk. De wijk waar ik nu ben werd aanvankelijk veel door Nederlanders bewoond, en heeft nu de bijnaam the Scrubby Dutch.

Want die Nederlandse huisvrouwen schrobden ook hier hun stoepjes.

 

 

 

 

 

 

 

 

NBU 79, Meet me in St. Louis

IMG_0887.jpeg

Hannibal is ‘s avonds leuk, Hannibal is ’s morgens leuk. Ik parkeer Monster met gemak en vind dan een zeer uitnodigend koffietentje, waar mensen met elkaar de dag beginnen, op het terras of binnen. Niet gelikt, weg gezellig. Daar maar een halve liter thee eerst. Ik vraag een inwoonster hoe het is hier wonen, waar alles zo in het teken van Twain en de toeristen staat. Het valt wel mee, vindt ze, je went er aan. Veel gekke antiekwinkeltjes hier, blijkt als ik de al warme hoofdstraat door loop naar het Mark Twain museum. Uitleg en shop, een expositie over het werk van Rockwell dat hij maakte voor Twains boeken, en met het daar gekochte kaartje naar de verzameling huisjes waar Mark als de jongen Samuel met zijn grote verarmende familie woonde. De figuren uit zijn beste, bekendste boek hebben allemaal in de buurt gewoond en hun huizen zijn hier ook te vinden. Gerestaureerd uiteraard, maar met genoeg authentieks om van te genieten, en de uitspraken van Twain zijn op zich al een genot om overal tegen te komen. Pas na een heel leven vol avontuur en schrijven, toen hij na lange afwezigheid de hele Mississippi afreisde en na lange afwezigheid zijn boyhood hometown weer bezocht, vielen de stukken voor zijn grote roman op hun plek, en wist hij bijvoorbeeld hoe hij de slavernij moest plaatsen. Zijn familie had in rijkere dagen zeven slaven, toen die allemaal verkocht waren voor het geld, huurden ze die van anderen. Hannibal viert dit jaar zijn tweehonderdjarig bestaan, het is ook zichtbaar een oudere plaats, met die bakstenen huizen. Een plek waar je best een paar dagen kunt rondhangen en doen of je er thuis bent, maar ik heb een afspraak in St. Louis. Iets na elf uur stap ik in Monster en na twee uur rijd ik een straat in St. Louis binnen waar de Nederlandse vlag voor me uithangt en de buurman naar buiten komt om me welkom te heten.

Ik haal de sleutel van zijn geheime plek, groet de honden die mij vriendelijk verwelkomen, stop de was in de machine, zet thee en maak een boterham. Dan komt de gastheer uit zijn werk, die ik jaren geleden voor het laatst zag.

Kom er eens om, zoveel gastvrijheid.

NBU 78, Hannibal

IMG_0841Niet geslapen natuurlijk, terwijl ik wel moe ben. Om zeven uur sta ik in het kantoortje van de garage, die om acht uur open gaat voor klanten. Ze kijken er even naar, geen gebrokenriem, oliepeil goed, zij kunnen me niet verder helpen, te vol en niet de spullen. Wel een nummer van een truckgarage die belooft te komen. Als het alleen de stuurbekrachtiging is, halen ze hem zo, sterke mannen. Dat duurt tot na tienen, ook hier staat alles vol. De monteur stapt in, rijdt weg en Monster doet of er niets aan de hand is, stuurt als een jonkie.

Dat is lastig zoeken, als de storing zich niet voor doet. De readout geeft ook helemaal niets waar ze wat mee kunnen. Hij gaat een proefritje doen,  als er dan niets te vinden is, ben ik “good to go”. Ik vind van niet, want als iets zomaar gebeurt, kan het zomaar weer gebeuren, dat is niet erg vertrouwenwekkend met alle bochten en bergen hier. Hopelijk vindt hij toch iets wat er fout zit of zat. Het is raadselachtig.

Tot de monteur terugkomt, met een nauwelijks onderdrukte lach om de lippen.

En lees nu even terug wat ik gisteren schreef. ‘You said you were low on gas?’ Inderdaad, dat was het dus, net even te lang gewacht met tanken. Hij reed rond, kreeg twee keer een uitval en wat benzine verhielp het euvel. Toen ik afsloeg moest ik steil naar beneden en kreeg de motor geen benzine meer. Dat valt dus weer mee, ondanks de rekening en de verloren nacht. Maar wel weer wat beleefd natuurlijk. Helaas geeft deze auto geen waarschuwing als je benzine opraakt. Ik weet nu dat er 50 gallon in Monster kan. Veilig verder.

Door een keurig aangeharkt landschap. Galena blijkt een mooi oud centrum te hebben, met bakstenen huizen en kerken. De geboorteplaats van Ulysses Grant, 18depresident onder andere. Iets om trots op te zijn.

Sommige plaatsen hier maaien al het gras, ook dat om de maisvelden. Keurig ziet het er uit, verzorgd. Als ik over een laatste bluff rijd heb ik uitzicht naar beide kanten. In Fulton, een van de vele plaatsjes waar ik door rijd, zie ik een bordje: Dutch windmill and heritage center. Iets om voor om te rijden natuurlijk. Ik bezoek de in Nederland in 2009 gebouwde molen en het centrum, begroet iedereen met een vrolijk goedemiddag, dat op geen enkele Nederlandse reactie kan rekenen, zelfs niet als de achternaam van de gastvrouw Van Zuiden is. Dertig procent van de inwoners hier is van Nederlandse afkomst, midden negentiende eeuw uit pure armoede vertrokken uit Friesland en Groningen. Het waren voornamelijk meubelmakers en andere timmerlui, Fulton had door die rivier een grote aanvoer van hout. De pie die ik eet in Mainstreet smaakt verdacht veel naar speculaas, vorige week hadden ze banketstaaf. Het antiekwinkeltje heeft Ot en Sien kop-en-schoteltjes staan, en grappige antimakassars.

Voor verzekeringen moet je bij Huizinga & Wieringa zijn, en Vermeer verkoopt al generaties lang landbouwmachines die ze zelf maken. Het ziet er allemaal rijk uit, zeker als je wat van de hoofdweg afraakt. Maar er zijn hier particuliere fondsen die via de radio melden dat je bij hen kunt aankloppen als jij of een van je vrienden zijn elektriciteits- of doktersrekening niet kan betalen. In September is er Farm Aid, dit jaar in Wisconsin. Ook daar worden fondsen geworven voor mensen die alles kwijtraakten, door het natte voorjaar. De mais staat nog niet hoog genoeg, maar een mooi najaar kan nog veel goed maken.

Ik snijd vanwege de verloren tijd een stuk af en rijd over stille snelwegen nog een keer de Mississippi over. Iets na acht uur rijd ik door Hannibal, waar S.J. Clemens, jawel, van Angels Camp, als jongen woonde. Er staan stoeltjes op straat, het ziet er gezellig uit, ik parkeer en neem een kijkje. Neus in de boter: iedere donderdag een live band, deze is uitstekend en rockt de pan uit. Ik kijk het even aan, maar geef dan mijn rugzak in bewaring en onder het motto: ze kennen me hier toch niet, dans ik onder het licht van de halve maan de sterren aan de hemel. Er gaat een trein voorbij met zijn onmiskenbare geluid, op de rivier vaart een van de vijftienbaks duwcombinaties die ik aan de kant zag liggen toen ik overstak. Ik loop met de muziek van Catfish Willie’s Band in de rug de straat af naar de rivier, over het spoor. Links de brug die ik overging, met daarachter een rode avondhemel. Voor mij de stroming van de Mighty Mississippi. Veel dichterbij kom je niet.

Als gisteren alles had meegezeten, was ik hier al weg geweest en had ik deze avond niet meebeleefd.

NBU 77, Hairy Scary

 

IMG_0714

Een tankstation in Galena, Illinois, met een general store. Een mooie plek om vol te gooien voor ik ga zoeken naar een nachtplek. Terwijl ik rechtsaf sla, iets naar beneden om het terrein op te rijden, voel ik dat Monster niet meer goed stuurt. Ik haal de bocht maar net, en de bocht die er net op komt ook met grote moeite. Daarna stop het. Ik sta nog net niet iedereen in de weg. Geen oliedruk zo lijkt het, maar Joost mag weten hoe of waarom. Geen enkele indicatie gehad, ik kijk regelmatig naar oliesignaal en tempratuur van de motor, en nu vanwege het tanken keek ik zeker nog iets vaker. Maar dit kwam toch wel heel plotseling opzetten. Maar goed, als het dan toch gebeurt, liever vlak bij dit benzinestation dan op een pas in de Sierra Nevada of een bergweggetje op 9000 voet in Yellowstone.

Mijn vrienden van de AAA maar even gebeld, wat een wat moeizamer gesprek wordt dan anders. Waar ik heen wil? Ze kunnen geen RV repairshop vinden. Ik vind dat ik gewoon een Fordgarage, of welke garage dan ook maar al goed zou vinden. Binnen weten ze er wel een.  Nu dus wachten op een towtruck. AAA repareert niet zelf, anders dan bij ons de ANWB, die veel met eigen mensen afhandelt. Als het maar gemaakt kan worden. Ik was al van plan in St. Louis een garage te bezoeken om wat andere zaken te bekijken die wel gedaan moeten worden, maar dit komt eerst.

St. Louis is zonder stoppen een dag verderop, maar ik was van plan nog het geboortehuis van Mark Twain te bezoeken, hier aan Great River Road. Een route die door 10 staten loopt en de Mighty Mississippi, Old man River, volgt. Ik ben hem vandaag al een paar keer overgestoken. Begonnen in Minnesota vanochtend, toen Wisconsin, daarna Iowa en nu in Illinois. Lincoln’s State. Ze lijken vanaf de rivier gezien op elkaar met daarachter landbouwgrond met die mooie schuren. Op de grafstenen van de kleine plaatsjes staan veel Duitse namen, in Le Crosse en Prairie le Chien veel Frans en Scandinavisch. In Prairie le Chien bezoek ik de Louis Villa. Ik verwacht een klein huis, maar het is een landgoed op de plek waar eens forten stonden. Die forten werden gebouwd vanwege de oorlog van 1812. U weet wel, die oorlog waarvan Trump onlangs vertelde dat de luchtmacht toen zulk mooi werk had verricht. Een oorlog die nogal gecompliceerd in elkaar zat, waarin de Indianen meevochten aan beide kanten en die tot niets leidde verder. Ja, het verdrag van Gent, zoek maar na, ik heb geen idee.

Het landgoed werd begonnen met een eerste bakstenen gebouw in 1843. In een tijd dat de eerste settlers dachten over vertrekken naar het Westen, werd hier iets groots gebouwd, en in de periode waarin het nu is teruggebracht, rond de eeuwwisseling, doet het denken aan Upstairs downstairs, of Downton Abbey. Niet zo groot, maar wel die periode, en met personeel uiteraard. Het is bizar, na al die rauwe natuur en dat cowboy geweld van de afgelopen weken, en ook de homesteaders nederzettingen van over de rivier, deze verfijning hier nu aan te treffen.  Terwijl er naar het Westen werd uitgebreid, had men aan de oostkust natuurlijk gewoon alle gemakken van de moderne tijd. Deze familie kwam hier vanwege handel in land, dat op grote schaal van de Indianen werd gekocht. Daarna kwam er veeteelt en bonthandel bij, en deed men ook wat met paarden. Zo werd de stichter een van de eerste miljonairs van Wisconsin. Het geeft het plaatje van dit land detail.

Ik merk dat ik de afwisseling erg kan waarderen. Soms dagen alleen natuur, dan weer eens een druk stadje of toeristengedoe, een beetje geschiedenis en als het kan kunst, al is dat tot nu toe na Houston niet echt groots meer geweest. Het is er wel, maar ik sla de grote steden over die collecties hebben. Komt nog wel een keer, hoop ik, als Monster mij niet in de steek laat of ik failliet ga voor ik met pensioen ben.

Ik houd u op de hoogte. Morgen weten we meer.

NBU 76, Schuren

IMG_0662

Het regende, het waaide wat, maar pas op de radio hoor ik dat er delen noord en zuid van me zijn waar mensen uit hun huizen gehaald moesten worden vanwege de overstroming. Het meer hier staat hoger dan normaal, vanwege de vele regen kan men al maanden de Mississippi niet nog meer belasten. Dit meer grenst aan de Missouri River.

Ik prent de mijlenstand in mijn hoofd die ik vanavond op de teller moet hebben staan. Het is betrokken, het slechte weer is nog niet voorbij. Het landschap zoals Gelderland ongeveer, maar dan weer Extra Large. Langs de kant de voor de VS gebruikelijke grote reclameborden. Er zijn drie soorten boodschappen. Wat er te halen valt in het opkomende stadje of dorp en hoe geweldig dat allemaal is; goede raad van de overheid, zoals minder suiker, je gordel vast, de troepen eren; En dan ook overal erg veel religieuze oproepen. Men wil je er van doordringen dat je echt tot god moet komen om straks niet naar de hel te gaan. Maar in dit gebied zie ik vooral veel oproepen tegen abortus. Met lieve babyfoto’s uiteraard en teksten als: ‘Abortion, how could you, my heart started beating21 days after conception. Of: Your Mother was Pro life. Nu was mijn moeder meer pro choice en boften we in ons geval, maar u snapt het idee,

Veel Hollandse namen op de reclameborden, Noteboom en Overweg komen voorbij. Verder vinden mensen het ook erg leuk van alles langs de weg te zetten dat verwijst naar het volgende plaatsje of het glorieuze verleden. Ik zie heel grote koeien en paarden, er staat ergens in metaal een postkoetsoverval door indianen tegen de heuvel. Een dinosaurus-skelet wordt uitgelaten door een menselijk skelet.

Om toch wat afwisseling te hebben, ga er bij Mitchell af.  Daar is het grootste maispaleis ter wereld. Het enige ook denk ik. Ik verwacht eigenlijk iets gebouwd van maiskolven, maar het is een heel groot mozaïek tegen de muren van het vrij forse stadhuis. Dit jaar is het thema de strijdkrachten, dus Iwo Jima, een slagschip, de verschillende legeronderdelen en Mount Rushmore komen allemaal voorbij in verschillende maiskleuren. De mannen zijn nog bezig de randen aan te brengen en dan wordt het vast het jaarlijkse grote Mitchell feest.

Niet iets om mijlen voor om te rijden, maar wel iets Amerikaans. De parkeerplaats geeft aan dat het druk kan worden, ze trekken een half miljoen bezoekers per jaar met deze stunt.

Ik rijd verder door het High Grassland dat vroeger hier het ecosysteem was en nu erg onder druk staat. Landbouw en bebouwing doen de vruchtbare zwarte grond uitdrogen. Dat leer je allemaal van de bordjes op de picknickplekken hier. Waar ik ook nog in gesprek raak met een vrouw die van twee kanten Nederlandse voorouders heeft. Zelf is ze een Van Houten, haar man heet De Kort.

Ik rijd met de wind in de rug onder de zeillucht door met wolken die Monster probeert bij te houden. Steeds meer silo’s, boerderijen, prachtige schuren met ronde daken. Ik zou ze graag vast leggen als inspiratie voor schilderijen, maar dit is een snelweg, ze staan ook veel te ver weg. Inmiddels zit ik in Minnesota, dat hoger dan breed is, dus in een paar uur doorkruist kan worden. Er komen verwijzingen naar Amish-gemeenschappen, er wordt quiltreclame gemaakt. Als ik moe word, zoek ik een Walmart, maar daar bevalt het me niet en het is nog maar zes uur. Ik drink wat thee, loop wat rond, koop iets tegen droge ogen en rijd dan weer verder. Dat was een goede keus. Ik vind een prachtige rustplaats, waar ook vrachtwagens overnachten. Uitzicht op de kreek hieronder, dit landschap leidt uiteindelijk naar de Mississippi, met scenic routes aan beide kanten die ik ga ik volgen. Dan moet ik in een slakkengangetjes niet alleen St Louis op tijd kunnen halen, maar ook alle bezienswaardigheden kunnen bekijken die zich hier aandienen.

Als daar geen mooie schuur bij zit.

NBU 75, Grasland

IMG_0647

Vanmorgen op mijn gemak vertrokken, weer naar de I90. Even weet ik niet waar ik zal stoppen, vaag staat Sioux Falls op het programma. Ik ben nu in de Prairy Grasslands beland, het gras staat hoog zoals u dat kent van Het Kleine Huis op de Prairie, of het ligt op gerold zoals u dat kent van schilderijen van Van Gogh en Hockney. Leeg land, met af en toe boerderijen. Ook houten verlaten huisjes, mensen die de grote droogte te veel werd tijdens de Dustbowl jaren. Wat overbleef is een taai volkje, dat zich niet laat intimideren. Op de radio de prijzen voor veevoer, reclame voor mest, de ontwikkelingen rond de varkensteelt, de verwachtingen rond de oogst en wat handelsverdragen daar voor invloed op hebben. Ook komen regelmatig de beursberichten door voor graan en bonen. Onderweg rijdt me een lange vrachttrein tegemoet, met daarop twee passagiersvliegtuigen,  nieuw, zonder vleugels.

Er wordt gewaarschuwd voor storm en regen later op de middag. Moeilijk uit te maken waar dat precies is, maar ik heb geen zin in zijwind, er moet ook weer wat gebeuren aan Monster. Ik vind een prima plek, gratis, naast een meer.  Om twee uur sta ik daar al. Ik schilder wat, probeer uit te rekenen hoeveel ik moet rijden om vrijdag in St Louis te zijn, probeer te bedenken hoe ik daarna wil rijden. Veel is onzeker nu, maar in ieder geval heb ik mijn opties op een rijtje.

Ik kijk over het water, ik blader in mijn nieuwe vogel- en plantenboeken, ik lees wat in mijn thriller, kook voor een paar dagen vooruit. Zo ben ik weer helemaal voorbereid op de week die komt gaat. De storm heeft zich niet laten zien, ik maak een praatje met een motorrijder die in een piepklein tentje gaat overnachten. Echt zo’n ouderwets driehoekje waar je jezelf inschuift. Hij is al even onderweg, reist van New York naar Californië en hoe lang dat duurt kan hem niet schelen. Tussendoor maakt hij luchtfoto’s, wil hij op eer boerderij werken, denkt in Californië te blijven en hoopt ooit een cabin in de bergen in Wyoming of Montana te hebben. Hij rijdt heen waar ik net vandaan kom, dus ik deel wat ervaringen. Hij heeft al veel gereisd maar wil nu zijn eigen land ook leren kennen.

Nu blaft er een hond, hoor ik het ruizen van de wind in de bosjes en de golfslag op de stenen van het strandje. Een boerennacht maken en dan morgen kilometers vreten om St Louis op tijd te halen, want vandaag was het niet veel.

Maar wel weer de moeite waard.

 

NBU 74, Wall

 

 

De Leeuwinnen lopen tegen de Amerikaanse muur op deze ochtend en worden strijdend tweede in hun tweede wereldtoernooi. Volgende keer nog beter, maar nu al geweldig.

Dan vertrek ik, verder de I-90 langs. Vanwege de timing beluit ik dat ik de Black Hills een flyby zal geven, wel via de scenic route uiteraard. Daar heb je minder rommel langs de kant van de weg en minder plaatsjes. Het landschap is laag heuvelig, het staat overal vol met gele hoge bloemen. Ik kan er geen chocola van maken. Ik rijd langs plaatsjes met 600 of 1100 inwoners. Upton heeft op zijn zeer hoge ronde watertoren staan: the best town on this earth. Als ik erdoor rijd, zie ik drie straten en een vriendelijk groetende inwoner op zijn squad. Misschien nemen ze het letterlijk, de aarde onder hun voeten, dan klopt het altijd. Het landschap is niet overweldigend, maar prettig.  Zon in de rug, lange wegen voor me.

De Black Hills, al zo genoemd door de Lakota’s, lijken wel wat op het Zwarte Woud, of Heidiland.  Niet zo steil als Big Horn. Dan moet ik haaks linksaf, Mount Rushmore wordt aangekondigd. Toch maar heen, overslaan is ook zo zonde. Nog weer wat verder stijgen, de stadjes in de buurt lopen vol toeristen die al die typiche toeristenwinkels en gelegenheden af gaan, op deze zonnige zondag. Eerst rijd ik langs het monument voor Sitting Bull, ook op een bergtop. Het moet het grootste beeldhouwwerk ter wereld worden. Op de autoradio is een loop die vertelt dat er al 71 jaar aan gewerkt wordt. Het hoofd is zo te zien klaar, nu zijn ze met de arm bezig. Dan komt de parkeerplaats van Mount Rushmore. Omdat ik van het zuiden kom heb ik nog niets gezien in de omringende bergtoppen dat lijkt op een hoofd. Ik krijg seniorenkorting voor Monster en wordt keurig naar een parkeerplaats geleid, vlak voor de ingang. Ingang ja, toen het complex 50 jaar oud was, werd er een bezoekerscentrum bijgebouwd, een vlaggen-allee, een terras en nog zowat. Ik bekijk de koppen, luister naar een praatje over het ontstaan in een van de gebruikte ateliers. De beeldengroep werd gemaakt om mensen naar deze streek te lokken, niet zozeer als vaderlandslievend gebaar, maar als lokmiddel zijn vier twintig meter hoge presidentenkoppen op de top van een berg natuurlijk prima. En het werkt! Alle stadjes in de omtrek profiteren ervan mee. Lodges en hotels beloven bergzicht, je kunt met helikopters langs vliegen, casino’s zijn er ook. Overal kun je je geld kwijt, het presidenten-thema wordt flink uitgemolken maar ook een kerstdorp en pretpark mogen niet ontbreken.

Ik rijd de andere kant de Black Hills weer af en kom dan in een voor mijn gevoel duingebied, met hele hoge duinen en zonder zand. De ronde heuvels zijn volledig groen en boomloos. Maar zoiets blijft nooit lang hetzelfde, ik rijd door prairieweideland met die gele bloeiende bloemen. Ik wil nog langs Badlands, dat moet ook mooi zijn.  Daar aangekomen zijn er nog steeds die gele bloemen en duizenden citroenvlinders die daar door aangetrokken worden. Velen slaan te pletter tegen Monster. Ik zie een bizon, ik zie lage lichtgekleurde plateau’s, maar als het bordje national park opduikt is het mooi, maar niet verpletterend. Raak ik verwend? Als ik linksaf moet slaan, en denk dat dit het wel was voor deze dag, blijkt dat het nog moet beginnen.

Er komen bergen die hun dek kwijt zijn en geerodeerd werden tot spitse, grillige vormen die in het late licht goed tot hun recht komen. Ik  meen ergens onder weg lama’s te zien, vraag mij af of dat ook big horn schapen kunnen zijn. Als ik op het hoogste uitkijkpunt aankom, na tussen die spitsen omhoog te zijn gereden, blijkt dat daar een groep big horns zit. Een aantal vrouwtjes met jongen. Ze liggen op smalle richels die wij van boven bekijken, maar zij van alle kanten kunnen beklimmen. Het uitzicht is weer overweldigend, beide kanten op.

Dan rijd ik verder naar Wall, beroemd vanwege de drugstore die hier sinds 1931 succesvol reclame maakt. De eerste borden doken gisteren in Wymoning al op. Ik koop een planten- en een  vogelboek, weet nu dat die gele bloemen klaver is, een meter hoog. Ik loop wat rond in de winkeltjes en bij de oude foto’s, kijk nog even achter bij de jackalope, een mytish wezen. Vandaag kom ik niet verder meer dan de parkeerplaats van Wall. Ik besluit uit eten te gaan en kies voor de Badlands Bar. De ober daar wil volgend jaar op wereldreis, te beginnen in Zuid-Amerika. Op alle tv-schermen is de finale gold-cup te zien. Mexico wint. Gnagna. Nu kijken ze wel.

Ik krijg een mail die St Louis een datum geeft en bel even, het is leuk elkaar weer te spreken met het vooruitzicht van een weekend gast en toerist. Nu weet ik hoeveel tijd ik heb voor het laatste stuk naar het oosten. Eens kijken wat er buiten Zuid-Dakota nog te zien is.

Het was weer een mooie, afwisselende dag. Bij het Sitting Bull monument stond een motto hoog boven de ingang:

Never forget your dreams.

NBU 73, Relocation

IMG_0440

 

Bij vertrek vanochtend rijd ik de stad uit via het dumpstation, vlak naast het parkje waar men de gevallenen uit Wyoming eert. Dat is geen half werk. Voor ieder onderdeel staan monumenten en plaquettes, vanaf WWI. Zeven zuilen om het centrale monument met alle oorlogsgebieden, met een zuil leeg voor toekomstige oorlogen. Ik vind het mooi dat er ook een groot monument is voor de Koreaanse oorlog, na mijn reis van vorig jaar.

Dan ga ik door naar Heart Mountain Relocation Center, een zwarte bladzijde in het Land of the Free. Na Pearl Harbour werden alle Japanners of mensen met Japanse ouders van de westkust gesommeerd zich te melden. Ze mochten meenemen wat ze konden dragen. De foto’s doen bekend aan, de treinen ook. Deze mensen overleefden het want zogenaamd niet gevangen. Maar eruit mochten ze ook niet, tot Japan de overgave tekende. Hun bezittingen waren ze kwijt, weggeven of verkocht voor een appel en een ei. Wat in bewaring werd gegeven was vaak toch weg of vernield. In hun nieuwe woonplaats werden ze vaak niet vriendelijk ontvangen, toen ze na de oorlog met $25 dollar en een treinkaartje weer weg mochten.

Het meest navrante vind ik, dat de Nissei, de in Amerika geborenen, zich zo volop Amerikaan voelden dat ze toen ze werden opgeroepen voor militaire dienst meestal gewoon gingen. Een man verhaalt van hoe hij Dachau hielp bevrijden, terwijl zijn ouders in de VS achter prikkeldraad zaten. Slechts een kleine groep verzette zich tegen het feit dat ze als gedetineerden in dienst zouden moeten. Dus die zat tot eind 45 in de gevangenis. Pas heel laat werden ze begrepen en vergeven, ook vaak door Japanners zelf. De rest werd in een Japans Bataljon geplaatst, dat een van de meest onderscheiden onderdelen werd en veel mensen verloor. De basis van deze maatregel was puur racisme dat al enkele tientallen jaren aanwezig was, ook bij de toenmalige president, maar nu een kans zag.

Na die ochtend vol waarschuwingen, want dit gebeurt nu weer, rijd ik nietsvermoedend de scenic route verder af, richting Big Horn National Forest. Ik denk dan bos, maar in Amerika staat zo’n bos op bergen. Ik moet plotseling heel erg steil omhoog, op sommige stukken red ik nauwelijks 20 mph. Wat zorgelijker is: mijn vrij lege tank, plotseling was er geen dorp meer en ging ik omhoog. Zou Monster het halen? Naar beneden kom je altijd. Halverwege het adembenemende gebergte, dat zo mee kan in The Sound of Music XXL, is er een lodge met een eenvoudig pompje. Ik tank half vol want de prijs is naar de ligging: uniek. Hier komen hikers en jagers. Veel mensen hebben hun quad mee. In de winter kun je je uitleven met je sneeuwscooter.

De weg omlaag is ook adembenemend, af en toe kan ik stoppen en kijken. Of het overkomt op foto’s betwijfel ik. Het landschap wisselt als ik weer van 9430 voet afdaal naar rond de 4000 voet voortdurend. Van lieflijk naar boomloos, naar canyons, naar weer geelbegroeide heuvels. Ik besluit door te rijden tot Gilette. Wyoming heeft veel te bieden, aan natuur en historie, maar ik moet toch een keer in St Louis aankomen deze maand.

Ik opteer weer voor de Walmart, waar ik wat verduisteringsmateriaal aanschaf. Dan kan mijn dekentje gewoon dekentje blijven, als ik het weer eens koud heb. Daarna zoek ik allereerst een koffietentje, dan vraag ik of er ergens ook gekeken gaat worden naar De Wedstrijd. De eerste die ik het vraag heeft er wel van gehoord, maar kijken? Voetbal? Vrouwen toch? Het tentje waar ik nu zit, Coffee Beanery, is een paar honderd meester van Monster verwijderd, ze hebben lekkere thee, wifi en een grote televisie aan de hoek die ik zelf van kanaal kan laten wisselen.

Ik zit hier morgenochtend weer!