NBU 78, Hannibal

IMG_0841Niet geslapen natuurlijk, terwijl ik wel moe ben. Om zeven uur sta ik in het kantoortje van de garage, die om acht uur open gaat voor klanten. Ze kijken er even naar, geen riem, oliepeil goed, zij kunnen me niet verder helpen, te vol en niet de spullen. Wel een nummer van een truckgarage die belooft te komen. Als het alleen de stuurbekrachtiging is, halen ze hem zo, sterke mannen. Dat duurt tot na tienen, ook hier staat alles vol. De monteur stapt in, rijdt weg en Monster doet of er niets aan de hand is, stuurt als een jonkie.

Dat is lastig zoeken, als de storing zich niet voor doet. De readout geeft ook helemaal niets waar ze wat mee kunnen. Hij gaat een proefritje doen,  als er dan niets te vinden is, ben ik “good to go”. Ik vind van niet, want als iets zo maar gebeurt, kan het zomaar weer gebeuren, dat is niet erg vertrouwenwekkend met alle bochten en bergen hier. Hopelijk vindt hij toch iets wat er fout zit of zat. Het is raadselachtig.

Tot de monteur terugkomt, met een nauwelijks onderdrukte lach om de lippen.

En lees nu even terug wat ik gisteren schreef. ‘You said you were low on gas?’ Inderdaad, dat was het dus, net even te lang gewacht met tanken. Hij reed rond, kreeg twee keer een uitval en wat benzine verhielp het euvel. Toen ik afsloeg moest ik steil naar beneden en kreeg de motor geen benzine meer. Dat valt dus weer mee, ondanks de rekening en de verloren nacht. Maar wel weer wat beleefd natuurlijk. Helaas geeft deze auto geen waarschuwing als je benzine opraakt. Ik weet nu dat er 50 gallon in Monster kan. Veilig verder.

Door een keurig aangeharkt landschap. Galena blijkt een mooi oud centrum te hebben, met bakstenen huizen en kerken. De geboorteplaats van Ulysses Grant, 18depresident onder andere. Iets om trots op te zijn.

Sommige plaatsen hier maaien al het gras, ook dat om de maisvelden. Keurig ziet het er uit, verzorgd. Als ik over een laatste bluff rijd heb ik uitzicht naar beide kanten. In Fulton, een van de vele plaatsjes waar ik door rijd zie ik een bordje: Dutch windmill and heritage center. Iets om voor om te rijden natuurlijk. Ik bezoek de in Nederland in 2009 gebouwde molen en het centrum, begroet iedereen met een vrolijk goedemiddag, dat op geen enkele Nederlandse reactie kan rekenen, zelfs niet als de achternaam van de gastvrouw Van Zuiden is.  Dertig procent van de inwoners hier is van Nederlandse afkomst, midden negentiende eeuw uit pure armoede vertrokken uit Friesland en Groningen. Het waren voornamelijk meubelmakers en andere timmerlui, Fulton had door die rivier een grote aanvoer van hout. De pie die ik eet in Mainstreet smaakt verdacht veel naar speculaas, vorige week hadden ze banketstaaf. Het antiekwinkeltje heeft Ot en Sien kop-en-schoteltjes staan, en grappige antimakassars.

Voor verzekeringen moet je bij Huizinga & Wieringa zijn, en Vermeer verkoopt al generaties lang landbouwmachines die ze zelf maken. Het ziet er allemaal rijk uit, zeker als je wat van de hoofdweg afraakt. Maar er zijn hier particuliere fondsen die via de radio melden dat je bij hen kunt aankloppen als jij of een van je vrienden zijn elektriciteits- of doktersrekening niet kan betalen. In September is er Farm Aid, dit jaar in Wisconsin. Ook daar worden fondsen geworven voor mensen die alles kwijtraakten, door het natte voorjaar. De mais staat nog niet hoog genoeg, maar een mooi najaar kan nog veel goed maken.

Ik snijd vanwege de verloren tijd een stuk af en rijd over stille snelwegen nog een keer de Mississippi over. Iets na acht uur rijd ik door Hannibal, waar S.J. Clemens, jawel, van Angels Camp, als jongen woonde. Er staan stoeltjes op straat, het ziet er gezellig uit, ik parkeer en neem een kijkje. Neus in de boter: iedere donderdag een live band, deze is uitstekend en rockt de pan uit. Ik kijk het even aan, maar geef dan mijn rugzak in bewaring en onder het motto: ze kennen me hier toch niet, dans ik onder het licht van de halve maan de sterren aan de hemel. Er gaat een trein voorbij met zijn onmiskenbare geluid, op de rivier vaart een van de vijftienbaks duwcombinaties die ik aan de kant zag liggen toen ik overstak. Ik loop met de muziek van Catfish Willie’s Band in de rug de straat af naar de rivier, over het spoor. Links de brug die ik overging, met daarachter een rode avondhemel. Voor mij de stroming van de Mighty Mississippi. Veel dichterbij kom je niet.

Als gisteren alles had meegezeten, was ik hier al weg geweest en had ik deze avond niet meebeleefd.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s