Nattigheid

Weer terug in het dagelijkse leven in Tunis, oplettend lezertje, en het begon met natte voeten. In mijn slaapkamer gisteravond nat van de regen die onder de deur door was gejaagd. Niet zo erg met al die tegels hier. De stad had meer te lijden, ook vandaag regende het hevig in het cenrum onder andere. Openbaar vervoer in de problemen, viaducten onder water, mensen die niet naar school of werk konden, vreselijke vertragingen en verkeersopstoppingen. Daar bovenop staken de artsen, men had namelijk bedacht dat alle arten, net afgestudeerd, man, vrouw, zwanger of bezig, in dienst moeten. Van het ene op het andere moment een oproep om zich te melden. Het feit dat ze ergens in een ziekenhuis goed werk doen voor Tunesiers werd genegeerd.

De mijnwerkers in Gafsa (waar we doorheen reden) waren ook niet blij en dat zijn ze al een hele tijd niet. Zij gingen de straat op. Hun situatie is al jaren slecht, onder Ben Ali viel er niet veel aan te doen, nu willen ze een inhaalslag die nog steeds niet is gemaakt.

Een van de verantwoordelijken van de lynchpartij vorige maand in Tataouine is aangehouden na een maand zoeken. De artikelen van de  voorgestelde grondwet blijven de gemoederen bezighouden. Alles bij het oude dus wat dat betreft. Mijn juf Frans stond weer op de stoep maar mijn deurbel heeft het water niet weerstaan, dus nu moeten ze bellen met de mobiel (ik heb een vreselijk lange oprit). Verder de zaken die je zoal doet in een tuinuisje. Een wasje op de hand dat nu niet wil drogen, de spullen die zijn verzameld uitpakken en sorteren, de mails doorwerken, en de foto’s bewerken en opladen. Het internet doet vreemd, mijn hospita is buiten de stad, en de tv kan hier niet goed tegen het natte weer, dus meestal geen signaal genoeg om iets te ontvangen. Alles weer als vanouds inderdaad.

 

Heel Tunesie, dag 8

Drie seizoenen in 24 uur, oplettend lezertje, en weer een wow ervaring. Gisteravond geland in de plaatselijke jeugdherberg (de eerste van mijn leven), waar we ons ontbijt konden bestellen, en dat daarmee net zo duur was als ons duurste hotel onderweg Waarover later meer.

Toen we aankwamen na een dag van 33 graden, werd de avond heerlijk fris. Nog een vers gezette thee op de binnenplaats tussen de witte muren met blauwe kozijnen en tegels. Er was wifi voor handen maar toegang kreeg ik niet evenmin als via 3G, net als de dag daarvoor en de hele dag daarna tot we weer wat meer in de buurt van Tunis waren. Onduidelijk of het een slecht 3G netwerk is of dat er iets anders aan mankeerde.

De ochtend was grijs en nog frisser. Zelfs lange mouwen en daarover een vest aangehad en in de wind mijn wollen lap. Zodat dat allemaal niet voor niets meegesjouwd is deze reis. Helaas geen strakblauwe lucht terwijl ik de combinatie ruïne geel met hemelblauw zo prachtig vind. De plek die we bezochten was er niet minder om. Weer een kruispunt van wegen, weer een Romeinse plek, die daarna door Vandalen, Byzantijnen en Arabieren werd ingenomen, dus drie grote godsdiensten over elkaar heen. Hier als uitzondering de drie belangrijkste goden met ieder hun eigen tempel op het forum. Daartussen de studenten van de middelbare school tegenover, die hun pauzes op de site doorbrachten en in de winkeltjes bij de ingang hun koffie of thee kochten. Wat het in ieder geval levendig maakte  want er waren aanvankelijk geen bezoekers. Gelukkig halverwege ons bedoek een heel bus vol, zodat alle verkopers van bijna echt oude lampjes en kopjes weer een kans hadden en de gidsen weer konden zoeken naar nieuwe slachtoffers. Dat neemt niet weg dat onze gids weer wat info had die ik niet eerder hoorde. Stel u voor: een volbloed berber, die naast de moskee is opgegroeid, nooit een universiteit bezocht en misschien ook niet veel middelbare school, maar die zich door luisteren en zelfstudie een goed verhaal eigen maakte en iedere plek op de site wist die van belang was. Het dorp er omheen niets meer van de grote stad die hier ooit was, geen schim van de bijna 30.000 inwoners. Wel veel cactusvijgen om alle velden hier, en om deze site Sbeitlia. De verleiding van de boekwinkel in het toegangsgebouw kunnen weerstaan, de auto gevuld met benzine, en onderweg terug naar Tunis. Twee wegen mogelijk, we kozen de road less travelled in ieder geval door mij. Een goede keus want we kregen een prachtig heuvellandschap voorgeschoteld, met oker, grijsgroen, rood, oranje, de grijze onheilspellende luchten, de witte gebouwen. Als bonus, vlak bij Tunis, een deel van hat aquaduct dat Carthago van water voorzag en waarvan we ook een stukje zagen in Sbeitla. Zomaar langs de snelweg, niet te bedenken. Al naar gelang de avond naderende ook iets meer regen waar we niet echt op zaten te wachten. Tegen spitsuur de stad bereikt, dan is het nog een taai uurtje naar de verschillende adressen om de auto leeg te schudden en terug te brengen naar het vliegveld. Toen de taxi mijn huis bijna bereikt had, barstte het dreigend onweer in volle hevigheid los en kwam er een rivier aan water de straat afzetten,toen ik mij tuinhuisje weer in wilde. Goed tegen het stof, onze auto was vrijwel nieuw toen we vertrokken, maar is nu goed ingewijd, met zo’n kleine 1800 kilometer meer op de teller. Overweldigende indrukken, iedere dag weer. Ik zal nog dagen werk hebben een selectie van de foto’s te tonen op facebook, ik zal nog even nodig hebben de verschillende aankopen (altijd te veel) te sorteren en voor vertrek klaar te maken.

Maar een ding is zeker: 8 dagen is niet genoeg om zelfs een deuk te slaan in alles dat Tunesië te bieden heeft.

Heel Tunesie, dag 7

We waren ruim op tijd op, oplettend lezertje, de moskee van vijf uur wekte ons. Helaas sliepde nachtportier er ruim doorheen, dus toch wat later dan gepland op weg. Het zoutmeer over, wat we niet spectaculair vonden, en Tozeur binnengereden.  Een koffie en thee op een terrasje. Niet zo een als bij ons, maar zo’n tentje vol mannen aan kleine glaasjes koffie en verder niets op het menu. Maar een van de tafeltjes was duidelijk voor ons bestemd. Eerst de politiecommandant gesproken waarvan wij een nummer hadden als back up. Volgens hem was de hele oase en de omgeving zeer veilig om twee redenen: het zijn agrariërs, en die zijn vriendelijker en vrediger dan bijvoorbeeld de mijnwerkers van de hoogvlakte. En bijna iedereen heeft wel een familielid in de toeristenindustrie werken, en dus weet men dat men toeristen niet moet wegjagen.

Zo gerustgesteld (we hebben nog geen opgetrokken wenkbrauw gezien de hele reis) de medina in. Tozeur is beroemd om zijn bakstenen. Ze maken ze hier, ze hebben de gele kleur van de bergen die we gisteren overstaken, en ze gebruiken ze hier voor al hun gebouwen. Dat maakt dat gebouwen lang goed blijven, en er vreemd modern uitzien, ook al zijn ze honderden jaren oud. Waar de meeste oude  huizen hier in Tunesie en veel andere Noord-Afrikaanse landen per familie drie kamers hadden, deed men het hier met een grote hoge kamer, met daarin een klein kamertje voor de ouders. Ventilatiegaten op zes en zeven meter hoog, om de warme lucht te laten ontsnappen, palmhout op een meter of vier om de dadels, de pepers en ander zaken te laten drogen. De vogeltjes vliegen nog steeds in en uit als vaste gasten. De bakstenen zijn in reliëf gemetseld volgens patronen die dadelpalmen, slangen, bijen en die vogeltjes voorstellen. Dat reliëf geeft schaduw en volgens sommigen ook meer circulatie die koelte brengt.  Op veel deuren drie kloppers, een voor de mannen, een voor de vrouwen en de onderste voor de kinderen, dan weet je wie er aan de deur moet komen. Overal open deuren waar we een glimp konden opvangen van de binnenplaats met vrouwen en kinderen. Hier en daar een winkeltje voor de toeristen, waar we er wel zes van gezien hebben. Buiten het stadje staan de duizenden palmen met de bijna rijpe bossen dadels, sommigen gehuld in speciale zakken.

Op weg naar het volgende stadje kwamen we eindelijk die loslopende kamelen tegen, sommigen vlak langs de weg, oversteken deden ze niet. Nefta heeft vele moskeen en vele heiligen, waarvan er nogal wat hun eigen tombe hebben. Buiten die plekken, waar wij niet in mogen, is de corbeille de grote attractie, de mand. Een halve cirkel tegen de bergen met bomen, in het dalletje een palmoase die door zes families gepacht wordt.  Een van de pachters leidde mij zijn deel rond. Een watervalletje van 28 graden, een bron van 40 graden, waarin een man heerlijk lag te badderen. Palmen, citrusbomen, granaatappel struiken, henna planten. Helaas waren de dadels door het gebrek aan regen dit voorjaar niet geschikt voor menselijke consumptie. Ze lagen geoogst te wachten om als beestenvoer te dienen.  Die misoogst gecombineerd met de afwezige toeristen (ook hier een plek waar iets te koop zou zijn geweest als er bussen zouden langs zijn gekomen) maakte dit voor de bevolking een zeer slecht jaar. Hier geen revolutie, geen politiek, hier alleen overleven en stug doorgaan met een bestaan uit de grond te kerven.

Halverwege de middag vertrokken naar onze laatste overnachting. Na de afdalingen weer een langzame stijging naar de hoogvlakte in het midden van Tunesië. Stadjes en dorpjes, gemarkeerd door de venijnige verkeersdrempels die nergens ontbreken, de pick-ups en vrachtwagens. De brommertjes en ezelskarretjes op en naast de weg, de vele voetgangers die bij het vallen van de avond nauwelijks te herkennen zijn. Maar toch op een redelijke tijd, zonder een keer verkeerd rijden bij de overnachtingsplaats aangekomen. Morgen de laatste ruïne, vannacht het laatste bed met het kussen dat altijd tegenvalt. Reizen is prachtig: je gaat weg van huis en maakt van alles mee, en doet ervaringen op die jaren vooruit kunnen; en je komt thuis en geniet van het comfort van de eigen vertrouwde plek, zelfs als dat een tuinhuisje in Tunis is.

Heel Tunesie, dag 6

Vanmorgen een eiland van zand in een zee van water, vanmiddag over de bergen en nu naast een meer van zout in een zee van zand. Van Oost naar West in Zuid Tunesië geeft adembenemende landschappen. Maar eerst moest Jerba verkend. Groter dan ik dacht, nu aangenaam van temperatuur met vrij weinig toeristen. Op een markt terechtgekomen en daar veel traditionele kleding gezien. Een oud olielampje gekocht voor een habbekrats. Het prachtige museum bezocht waar net zo’n lampje stond, maar dan heel. Een oud huis in ruïne staat verkend, en later in het museum helemaal zo als het hoort. Dadels vers uit de boom gegeten, vingers van licht heten ze hier, lekkerder kan een dadel niet zijn.

Van mensen die werken als versiering in het openluchtmuseum, de pottenbakker, de wever, de vrouw die het graan maalt, tot de toeristen op leeftijd in korte broek of op een van de golfbanen. De mannen die de groente kopen op de markt, de vrouwen die hun eigen ezelskar of brommer besturen. Een van de Joodse ghetto’s bezocht, het kleine, de grote moet wachten tot een andere keer. De beheerder had haast helaas, maar het verhaal van het ontstaan is prachtig. Nog zo’n vijftien honderd joden zijn er hier, terwijl er vroeger veel meer waren. Genoten van prachtige kalligrafie, de speciale aterputten en het open landschap.

Toch moesten we verder, hoewel er nog wel wat te zien en te genieten zou zijn geweest. De auto afgetopt met benzine, twee flessen water ingeslagen en Go West, Old Women! Ik had geen idee wat te verwachten. Het landschap was vervuld van fijn zand, opgejaagd door de wind. Het was ruim over de dertig graden, Vrij abrupt reden we de bergen in, met een adembenemend landschap. Rotsig, hard, onbarmhartig en prachtig, en met leuke afgronden aan de andere kant van de vangrail die in de bochten nog wel eens ontbrak. In het begin plaatsjes die toeristen verleiden tot het bezoeken van bergwoningen of het kopen van olijfolie of dadels. Haarspeldbochten met ruimte voor 1 auto. Alles geel, de bergen, de rotsen en de huizen behalve de individuele bomen. Mannen met ezeltjes die op weg waren met zakken en manden groenten, net geoogst. Jongetjes die schapen en geiten hoeden, soms samen met opa. Een vrouw in traditionele dracht, de geoogste groente aan het hoofd, de man er naast, met lege handen. Volgens mijn reisgenote waren we verkeerd gereden, volgens mij hadden we een prachtige rit, met gelukkig maar een paar tegenliggers, net op plekken waar ruimte was. Geen wonder dat hier films opgenomen zijn in dit deel van de wereld, het was onaards, ruig en leeg. Na de spitse hoge bergen ineens weer wat meer afvlakken, meer ruimte, minder bomen en plotseling helemaal geen bomen meer en nauwelijks nog mensen, geen dorpen of plekken van zichtbare bewoning. De ondergaande zon tegemoet over een weg die tot zoutzeeniveau afdaalde. Pas toen er weer een elektrisch lichtje in de verte blonk, wisten we dat we weer terug in deze tijd waren, want de laatste uren hadden we eeuwen teruggereisd. Douz is een oase, die nu veel toerisme inkomsten genereert, maar vroeger waren deze plekken handelsposten, plekken waar de bedouienen in de hete tijd verbleven en hun kuddes kamelen los lieten lopen. Er staan hier dan ook met enige regelmatig rode borden langs de weg die waarschuwen voor overstekende kamelenkuddes. Na het hotel zoeken en vinden een blokje om, gegeten en gedronken, de telefoonon is opgeladen op de binnenplaats, de thee is gezet en gedronken met een Tunesische zoetigheidje erbij om de dag af te ronden. Het internet is inmiddels niet meer beschikbaar, zodat dit bericht u later zal bereiken. Morgen extra vroeg op, want het einde van de reis nadert en er valt nog veel te zien en vele kilometers te reizen.

Heel Tunesie, dag 5

Geen grootse ruines of overweldigende gebouwen vandaag, oplettend lezertje. Wel de voorspelde Medina, waar ik op mijn gemak heb zitten kijken naar wat er voorbij kwam aan traditioneel geklede ouderen.  Dat waren er nogal wat, de een nog fotogenieker dan de ander, maar meestal waren ze toch sneller dan gedacht.

Onderhandeld over een paar stukken textiel,  twee keer verkeerd gelopen voor we het gezochte museum vonden. Weer van de bakplaat koekjes gekocht (deze keer een bakplaats op een fiets) voor een bedag dat hoger was dan die van dezelfde koekjes die we later tegenkwamen. Maar toch waren de onze lekkerder. Sfax is een grote stad, maar behalve de Medina is er niet veel bezienswaardigs. Persoonlijk vond ik de Medina zelf ook niet heel bijzonder mooi, maar de sfeer was er gezellig en buitendlanders waren er nauwelijks, wat goed is voor het onderhandelen.  Het geeft ook een hoop gegiechel en gelach, als je zo opvallend niet hetzelfde bent als de rest.  Na Sfax naar Gabes. Een stad waar de markt overgewaardeerd is, meer iets om toeristen te verleiden daar hun mandjes te kopen in een vrij kleine Souk. We hadden er dan wel weer een heerlijke vislunch ergens aan de haven. De grootste weg naar het zuiden, een gewone rijksweg bij ons, is vooral leuk vanwege de stalletjes met van alles en nog wat. In Juli kocht ik bij zo’n stalletje verse dadels, nu waren ook de granaaappels in de aanbieding. Veel kopers ook wat de levendigheid wel, maar de veiligheid niet ten goede komt. En van Gabes bij het vallen van de avond door naar de boot naar Jerba, en als het hier donker is dan is het ook echt doker, vooral buiten de dorpen en stadjes. Het verkeer is bij daglicht al avontuurlijk, maar als er geen licht is zijn de wandelaars en fietsers en zelfs af en toe auto’s zonder verlichting erg lastig te zien. Er zullen ongetwijfeld veel ongelukken gebeuren, maar bij ons ging het tot heden nog goed. Op zich een wonder want men is erg vrij in het interpreteren van verkeers regels. Mensen komen van de gekste plekken opdoemen en hopen dat het goed gaat. Erg ongeduldig zijn de meesten gelukkig niet, maar de vrachtauto’s hier en de pick-ups: wild-west vaak. Een paar dagen geleden reden we achter een pick-up met lege kratten die een deel van zijn lading verloor. Men kijkt er niet van op maar ik was blij dat ik er geen op de voorruit kreeg. Af en toe zijn ze zo hoog geladen dat je denkt dat de lading kasten of vaten elk moment kan gaan overhellen, samen met de pick-up.  Het laatste stuk weer aardedonker en aangekomen op het eiland, na een korte oversteek. Men gaat graag op zaterdag heen en zondag terug hier van uit het land (vraag me niet waarom ze niet eerder heengaan) dus er was nogal een wachtrij voor de boot. Dat wisten we pas toen we vanaf de rotonde ingevoegd waren en de meneer achter ons zeer boos was. Wij waren geheel onschuldig, het bord gaaf aan: Medenine rechs, Ile de Jerba links. Opstelstroken en zo doet men niet aan, dus toen de politie er bij kwam en vertelde dat “wij altijd achter aansluiten door rechts af te slaan en te keren” hebben we hem vriendelijk verteld dat er nergens iets stond over een file, ook niet over een ferry trouwens en wij dus niet konden weten wat er van ons verwacht werd als nieuwkomers. En dat we niet van plan waren achteraan aan te sluiten nu, dat er dan maar een duidelijk bord moest komen. Volgens de volgende politieagant was er info, wij hebben hem er nogmaal op gewezen ” een verkeersbord voor de rotonde, hoe kunnen wij daaruit opmaken dat dit 20 meter voor de boot is? Hij dacht er even over na, gaf geen antwoord en verdween, de man achter ons in grote woede achterlatend. Die heeft zich daarna voor ons geperst en reed dus ook net voor ons van de boot af, wat hem een machtig gevoel van opluchting moet hebben geven. De rest van de bestuurders bezat zijn ziel in lijdzaamheid.

Dit keer buitengewoon veel geluk bij het zoeken naar een hotel. Maar twee keer hoeven vragen voor we exact wisten waar we waren en toen terecht gekomen bij een hotel op onze shortlist. Een  schoon en eenvoudig hotel, met een prettige sfeer en de uitstraling van Zeeland 1920. Een terras met een paar gasten, een verse pizza en een vriendelijke bediening. Meer hebben wij niet nodig en meer is er ook niet, tv op de kamer is flauwekul en voor airco moet je bij betalen. Maar de handdoeken zijn rul, de lakens ruiken naar frisse buitenlucht en de dekens zijn met de had geweven van eerlijke wol. Waren ze maar allemaal zo. Morgen het eiland ontdekken, te beginnen met de Synagoge, een van de oudsten in Afrika, en een pelgrimmsoord. Ik ben benieuwd. Wat we daarna gaan doen leest u dan morgenavond wel weer, ik heb ook geen idee.

Heel Tunesie, dag 4

Tjonge, wat kan een mens een hoop moois zien en meemaken in een paar dagen, oplettend lezertje. Vandaag een beetje op tijd op de hotelkamer zodat er nog tijd over is om te bloggen.

Gisteren in Sousse waren  de Rybat en moskee het hoogtepunt. Stoere gebouwen beide, zo’n14 eeuwen oud. In het  fort leefden de soldaten zoals de kruisridders, vechten als het nodig was, gewijd aan god de rest van de tijd. De drempel uit de gemeenschappelijke zaal was ingesleten in de vorm van een centimeters diepe voetstap. Hoeveel duizenden keren zouden er mannen die stap hebben moeten zetten om die slijtage te vormen?

De Medina in en uit met de auto was al een avontuur op zich, het hotel een eeuwenoud groot huis met aanbouwen over de jaren. Een doolhof van trappen en gangen, een eenvoudige maar schone kamer, waar nooit alles tegelijk heel is en functioneert.

Daarna nog een reisgenootje getroffen en gedrieën naar Kerouan. Het ligt daar in de vlakte, een ogenschijnlijk  vreemde plek voor een stad, en zeker zo’n belangrijke moskee, de vierde in belang zei ik al. De reden zo’n stad te beginnen loopt uiteen, al naar gelang je de mystieke of economische versie volgt. Zo halverwege kust en grens een handige plek, of je droomde dat er een gouden beker gevonden werd en in die droom fluisterde God je in daar een moskee te bouwen, omdat de bron die daar kon worden geslagen in directe verbinding met Mekka zou staan. Er kunnen duizenden gelovigen gelijk in, het is gebouwd in de stevige, spaarzame stijl van de Aglibiden, weinig versiering en sterk genoeg vijand en de tand des tijds te weerstaan. Als je architectuur doet,archeologie, kunstgeschiedenis, op deze plek valt veel samen en valt veel te genieten. De honderden pilaren komen uit Carthago of andere Romeinse verlaten plaatsen. Waar zo veel mystiek en heiligheid heerst, veel tomben en plekken waar mensen graag willen zijn op belangrijke momenten. Op een zo’n plek, de moskee van de barbier van Mohammed, waren we getuigen van het ondertekenen van een huwelijkscontract. Bruid en bruidegom ieder aan een kant, hij in een witte polo, zij gehuld en onzichtbaar in traditionele dracht. We deelden in de bruidssuikers. In de Media de weefgetouwen voor de kleden en sjaals waar de stad beroemd evenals de bakkers van de al even bekende koekjes. Overal volk, waarbij ook wat toeristen.  Laat in de middag naar de volgende plaats, Mehdia aan de kust. De weg vragen blijft een avontuur, men wil je wel helpen maar heeft niet altijd een idee van straatnamen. De wegen donker, links en recht donker, n de stadjes de verkeersdrempels en overal mensen langs de weg, in donkere kleren. Zo houd je het spannend. Ook in Mehdia weer de zoektocht naar een geschikt hotel, vragen en nog eens vragen, maar dan uiteindelijk iets vinden. Een maaltijd in een eenvoudig restaurant waar de lokale bevolking eet, met verse vis en slappe (zo hoort dat hier ) frietjes en antieke waterkruiken op de koop toe.

Dan vroeg het dorpje in, vredig normaal maar nu vol met markt en klanten. Veel  lokale dracht hier en een antieke ruimte waar vrouwen hun zelfgemaakte feestkleding verkopen. Pittige tantes die niet snel door de knieën gaan bij het onderhandelen. Daarna op naar de volgende showstopper: El Jem.

Weer superlatieven te kort, omringd door nu nieuwere huizen een van de grootste amfitheaters van de Romeinse tijd, gebouwd toen de notabelen van het kleine stadje veel geld verdienden met olijfhandel en zich de luxe konden veroorloven van zo’n gigantisch gebouw en het houden van de shows, waar men van heinde en verre voor kwam. De 30.000 bezoekers woonden lang niet allemaal in de buurt.  Opmerkelijk intact; de zandstenen bogen, de strakblauwe hemel: de droom voor iedere fotograaf zelfs als je me je telefoon fotografeert.  Lunch met uizicht op dit prachtige monument, en een kameel op de voorgrond om het af te maken. Twee uur eerder liep hij zijn rondjes, met steeds andere kinderen op zijn rug, die in de rij stonden voor een ritje. Het museum bezocht met prachtige mozaïeken, en nog even het kleine theater bekeken, dat zeer veel kleiner is en al zo lang verlaten dat je moet weten dat het er ligt om het niet te missen. Hier geen bezoekers en dus geen winkeltjes en kaarten verkopers, geen kinderen en kamelen.

Ons reisgenootjes zetten we af bij het station voor de kleine en goedkope busjes die haar terug naar Sousse brengen, voor een bedrag van 4 TDR. En wij door een heet landschap gevuld met olijfbomen in de ondergaande zon naar Sfax, op naar nieuwe avonturen. We zijn er nog niet helemaal uit waarheen, maar dat het morgen weer een Medina wordt, daar durf ik wat om te verwedden.

Heel Tunesie, dag 3

Goed, oplettend lezertje, ik zal kort zijn, Het is laat en ik ben moe. Het was een fantastische dag. Keruoan was alles wat ik verwachtte maar dan beter. Een open ruime medina, fantastiche Moskee, vriendelijke sfeer. Als ik weer thuis ben krijgt u de foto’s met een diepblauwe hemel en gele stenen gebouwen onder een stralende zon. De man met baard die ik trof bij de moskee, en die ons de uitleg over het ontstaan van deze vierde moskee in de islam gaf (Mekka, Medina en Jeruzalem zijn de top drie) adviseerde mij soera De Tafel vers 145-150 te lezen. Ik ben er nog niet aan toe gekomen. Honderden foto’s, kleedjes en kleedjes, een rit in het donker langs een B-weg met veel wandelaars zonder engine verlichting, net als de brommertjes. Verkeersdrempels die je kruipend over moet. En verder duisternis. Daarna moet je dan in een vreemd plek een hotel zoeken, wat een avontuur op zich is. Ik kan me niet herinneren dat ik na mijn twaalfde ooit een kamer met meer dan 2  personen gedeeld is, maar dat gaat nu gebeuren. Maar wat er aan comfort ontbreekt wordt goed gemaakt door een zeer vriendelijke service, men doet wat men kan en geeft eerlijk advies. Nu gaat de muziek uit, en ik ook. Morgen El Jem, weer zo’n klapper

Heel Tunesie, dag 2

Je kunt nog zo veel van plan zijn tijdens dit soort reisjes, oplettend lezertje, het pakt altijd anders uit. Aanvankelijk waren we van plan zo snel mogelijk naar Sousse te rijden, uiteindelijk besteedden we veel tijd in Nabeul vandaag. Een prettige stad, die ondanks het toerisme zichzelf blijft. Mijn reisgenote voerde harde onderhandelingen over wat tafel- en badspullen. Uiteindelijk was ook de verkoper nog gelukkig, zelfs ik kreeg een klein cadeautje mee. Het was een winkeltje voor de lokale bevolking, toeristen wagen zich hier in dit seizoen weinig. Ik vind mij zelf inmiddels een held in het verkeer hier, vreemde steden, iets ander gedrag, onbekend parkeergebied, maar we kwamen er. Daarna het nieuwe autootje uitgelaten op de snelweg, waar hij gretig een snelheid wilde bereiken die de ander twee huurauto’s in geen uren wilden bereiken. Duidelijk een nieuwe, schone, niet mishandelde auto. Halverwege de middag bereikten we Sousse, zochten ons een breuk naar het olijfboom museum, wat na veel rondvragen niet meer open bleek en eindigden de middag in de Medina hier in het huis Dar Sidi Dris. De eigenaren vertellen in hun velletje uitleg dat het uit 928 stamt, maar het is uit 1928. Maakt niet uit, het is een gaaf beeld van het leven in die tijd van de betere stand. Met veel Duitse klokken, een telefoon en radio’s. En een appartement voor de eerste en tweede vrouw. Prachtig uitzicht op de hele Medina en daarna op zoek naar een hotel. We besloten in de Medina te blijven die hier anders van sfeer is dan in Tunis, ruimer ook. We zitten vlak achter de grote moskee, dus een wekker zullen we niet nodig hebben. Op weg naar onze auto ergens binnengelopen waar een bakker bezig was de koekjes uit de oven te halen. Voor een habbekrats twee heerlijke kokosmakronen gekocht en nog warm opgegeten. Daarna met de auto de Medina in, weer een nieuwe ervaring, en achter de moskee langs naar ons hotel. Daar brandde vrolijk licht in de receptie dat uit was nadat wij binnenkwamen. Ik weet dat er in ieder geval nog een Libanees aanwezig is, maar veel meer gasten zullen er denk ik niet zijn.

Heel Tunesie, dag 1

Ik had maandag keurig een wagen besteld voor vandaag half acht, oplettend lezertje, en hij zou zeker hebben klaar gestaan als we om half zes ’s middags waren gekomen. In de pc stond 17.30. Dus het duurde even voor er iemand bij het bureautje op het vliegveld was en toen duurde het even voor onze auto rijklaar was. Daarvoor kregen we dan wel een bijna splinternieuwe volkswagen polo mee. Beter heb ik hier nog niet gereden, en alles er op en er aan. Toen nog even naar de bank om mijn reisgenote haar geld te laten pinnen (mijn bank kaart werkte gelukkig weer mee) en nu we dan toch in het centrum waren nog even langs mijn tuinhuisje om de hoek om nog even een jasje en wrap op te halen, want de zon scheen niet.

Maar dat was dan ook het enige dat we te klagen hadden vandaag. Het schiereiland van Hammamet/Cap Bon verkend. Nou ja, halverwege dan. We dachten Sousse te halen vandaag, maar overnachten nu in Kilibia.  Ze hebben er een fort, prachtig strand en er zijn wat grotten ergens, die we over zullen slaan. Hoogtepunten vandaag:  De prachtige afdaling langs de kust naar Le Korbous. Ze hebben daar hete bronnen. Een komt er uit in zee, zodat je daar in zee warm kunt baden. Het plaatsje heeft een aantal Thermen, hotels waar je het water kunt gebruiken, ingeklemd tussen de omringende rotsen. De sfeer van een badplaats buiten het seizoen, met de weg naar het zuiden geblokkeerd door weer een aardverschuiving. De in de gids aanbevolen restaurants, een hobby van mijn reisgenote: dicht. Mijn ontbijt bestond uit een kopje thee bij de autoverhuurder. In Soliman stopten we om pollen te kopen, want ze hebben in dat stadje honingwinkels. Inderdaad, een winkel met honing, honing, en honing. En pollen dus. Verschillende smaken, afhankelijk van de bloemen waar die bijen tussen stonden. In het eerste winkeltje zaten twee dames slaperig met het hoofd op de toonbank. Daarna even een rondje gelopen, op zoek naar kaas. Uiteindelijk kwamen we op de markt. Mensen lopen mee om je de weg te wijzen, spreken ja in het Engels aan om hun taal te oefenen en het beste brood aan te bevelen. Een oudere heer hoopte dat Obama zou winnen, beter voor zijn land. Van Romney verwachtte hij niet veel. Een jaar had hij in de VS gewoond, zijn Engels was uitstekend. Op het plein rond de moskee, een heel oude, talloze tafeltjes en stoeltjes tussen de bomen, op dit middaguur vol mannen. Licht verbaasd ons te zien, hier verder geen toerist te zien, en dan ineens die twee vrouwen, overduidelijk niet van hier. Iedere school onderweg wordt gemarkeerd door uiterst onaangename verkeersdremplels. Als de school uit is blijven de tieners in grote groepen om de school hangen. Hier en daar taferelen die je vast zou willen leggen. Twee oudere mannen voor een huis, traditionel chechias op, wintermantel al om. Vrouwen in de witte omslagdoeken. Maar ook jonge meiden, de haren dansend. Prachtig heuvelachtig landschap met olijfbomen, tijm, rozemarijn, eucalyptus, metershoog riet en veel waar we de naam niet van weten. Bij Kerkouane een Punisch indrustriegebied, dat ooit onderdak bood aan zo’n 2000 mensen die zich bezig hielden met het winnen van purperen verfstof, de kleur van de keizers, vevaardigd uit de murex schelp via een rottingsproces. Na vernietiging verlaten en alle hoge muren hergebruikt door de Romeinen verderop. Maar nu een UN World Heritage plek, met elk huis zijn eigen zitbadje.

In Kilibia aangekomen in de namiddag eindelijk een restaurant uit de gids van mijn reisgnote. Prachtig uitzicht, leuke bediening en aankleding, tegenvallend eten tegen te veel geld. Na donker aangekomen in het hotel dat nog open was, de andere plek uit de gids had geen kamers vrij: onderhoud. We hadden sterk het vermoeden dat ze geen zin hadden de hele zaak op te tuigen voor twee toeristen. Ook in dit hotel minder kamers ter beschikking dan je zou kunnen verwachten, maar hier zit ik dan, op een ruime kamer, met tv, een breed bed. Na een kopje thee op het balkon is mijn reisgenote inmiddels onder zeil. Ik ga nog even de gids uitpluizen om te zien wat we morgen wel en niet willen zien.

Bulla Regia

Weer die haan, weer die (fantastische) zonsopgang, weer rustig op straat vanochtend, oplettend lezertje. Maar nu wel taxi’s, dus op de goede dag en tijd stond ik klaar voor onze trip naar Beni Mtir. In het  centrum weer geprobeerd of mijn bankkaart het deed, wat niet het geval was.

Met 16 man van 8 nationaliteiten een fantastische dag gehad. De meesten kende ik totaal niet, maar dat maakte niet uit. Goede gesprekken in de bus die van politiek en economie naar milieu problematiek leidden, goede inzichten gehoord en gedeeld. Lang niet altijd waren we het eens, maar er werd met verstand van zaken gediscussieerd, er was respect voor elkaars standpunten. Als iedereen zo zou discussiëren, wat een leuke wereld zou er dan zijn.

Door een (ik kan het niet helpen) zonovergoten landschap naar de eerste stop gereden. 28 Graden in november, mij hoort u niet klagen. Bij de eerste stop weer geen thee. Bij aankomst in Bulla Regia een terzaken kundige gids. Zij sprak in rap Frans dus af en toe dwaalden mijn gedachten wat af, maar met mijn inmiddels opgebouwde kennis van Romeinse restanten kwam ik een heel eind. Weer een prachtig uitgerbeid en goed behouden complex hier, met een volledig theater, een uitgebreid badencomplex. De hoofdstraten waren nog goed aanwezig. Dit complex was ooit een stad van zo’n dertigduizend inwoners, heel groot voor die tijden rond christus. Van hieruit werd graan en marmer vervoerd, en wilde beesten als beren en leeuwen die hier nog in de bergen rondliepen. Hier ook huizen in twee verdiepingen, de onderste onder de grond en weg van de hete zon. Die ondergrondse verdiepingen zijn zeer gaaf bewaard gebleven. Er zijn hier  mozaïeken van een schoonheid, dat het een foto zou kunnen zijn. Heel veel pixels zeg maar. Bovengronds een prachtige omgeving, een zeer meewerkende blauwe lucht, en af en toe nog een bezoeker, Tunesische stellen. Ook een groep Franse gelovigen die in de restanten van de Basiliek hier een mis opvoerden, compleet met priester in wit gewaad en fraaie zang. De moskee aan de horizon vond het allemaal goed. De heuvels hier zitten nog vol met de restanten van de woningen van werkers en slaven van deze stad, de olijfbomen groeien tussen de ruines. De koeien en schapen grazen als in die tijd, en de mensen verzamelen wat het veld hen brengt. Aronskelken en andere onduidelijke bloemen bloeiden nog,net als de madeliefjes. In het voorjaar staat dit gebied vol bloemen, maar ook nu bewezen de vele vlinders dat er voor hen nog genoeg te eten was in november.

Na een lunch in de bergen, in een tentje langs de weg, kwam onze bosgids ons ophalen. Een forse wandeling die verkocht was als anderhalf uur, maar twee keer zo lang was. Het bos een echt bos, met oude kurkeiken, gevarieerde begroeiing, sporen van ree en zwijn. Mannen die  paddenstoelen verzamelden die voor een habbekrats te koop zijn. Rust en stilte en frisse lucht, en af en toe afval. Aan het einde van het pad De Waterval. Nou ja, watervalletje, erg hoog was hij niet, maar de omgeving was sprookjesachtig, met twee poeltjes die uitnodigden tot zwemmen. Bij het vallen van de avond op weg naar het dorp en de bus. Een bergdorp wat erg aan Oostenrijk deed denken. Alleen de moskee leek misplaatst. Nou ja, dat en de sanitaire voorzieningen, die zijn in zo’n dorpscafeetje ook anders dan bij ons of in Oostenrijk. Op de terugweg in het donker in alle plaatsjes nog terrassen vol mannen, hier en daar een winkeltje (vol mannen) en op de straatverlichting wordt bezuinigd.

Geen teken van onrust, revolutie, ellende of narigheid deze dag. Hier leidt men ogenschijnlijk het leven zoals dat al honderden jaren geleid wordt. Aan de oppervlakte niets dan rust en vrede.