NBU 80, De stad in

IMG_0920

Lekker bedje, warme douche, ontbijtje met scrambled eggs, een goed begin van een zaterdag. Eerst met de honden een blokje om, de tuin moet water krijgen. Dan gaan we op avontuur. De botanische tuinen hier zijn de moeite waard, we gaan onze neus achterna en zien niet alleen een prachtig park met allerlei zones, maar ook mooie glaskunst van Chihuly. Ik zag hem in Groningen dit voorjaar en wilde naar zijn atelier in Seattle, maar nu is hij hier ook te zien (en in een casino in Las Vegas).

Rustig gesnuffeld tussen de plaatselijke bevolking die hier zaterdag gratis in mag. Daarna door wijken met mooie oude huizen gereden, de meesten van rond de eeuwwisseling. Ze werden gebouwd als verblijf voor hoge gasten die naar de Wereldtentoonstelling kwamen of naar de derde moderne Olympische spelen in 1904. Missouri was toen honderd jaar een Amerikaanse staat, verkocht door de Fransen als onderdeel van de Louisiana Purchase. Toen pas kreeg de VS ongeveer de omvang die het nu heeft. Rijdend door een van de mooie lanen met oude bomen een bordje: yardsale! Even binnen kijken in het huis, zien of er wat te halen is. Er zijn al wat verkoopdagen geweest dus al het echt mooie is denk ik weg. De man des huizes verzamelde gereedschap, er waren 1000 hamers. Nu nog een paar honderd. Mijn gastheer scoort een over het hoofd geziene hanging basket voor een schijntje en een buitenstandaard. Zijn tuin krijgt veel aandacht. In mei bloeien er Hollandse tulpen.

Dan naar de Basiliek, die er honderd jaar of zo over deed voor hij af was, alles gemozaïekt in Byzantijnse techniek maar met de tekenstijl van honderd jaar geleden. Alles goud wat er blinkt. St. Louis was Frans en katholiek, nog steeds is de kerk zeer aanwezig.

Daarna gaan we even kijken of ik morgen, als mijn gastheer werkt, een RV in het plaatselijke park kan parkeren, waar veel musea zitten. Dat moet eigenlijk wel lukken. De warmte en de drukke week achter ons maakt ons allebei moe, dus zullen we vanavond chillen met een oude film en een gezonde fruitsalade. Heerlijk. De wijk waar ik nu ben werd aanvankelijk veel door Nederlanders bewoond, en heeft nu de bijnaam the Scrubby Dutch.

Want die Nederlandse huisvrouwen schrobden ook hier hun stoepjes.

 

 

 

 

 

 

 

 

NBU 79, Meet me in St. Louis

IMG_0887.jpeg

Hannibal is ‘s avonds leuk, Hannibal is ’s morgens leuk. Ik parkeer Monster met gemak en vind dan een zeer uitnodigend koffietentje, waar mensen met elkaar de dag beginnen, op het terras of binnen. Niet gelikt, weg gezellig. Daar maar een halve liter thee eerst. Ik vraag een inwoonster hoe het is hier wonen, waar alles zo in het teken van Twain en de toeristen staat. Het valt wel mee, vindt ze, je went er aan. Veel gekke antiekwinkeltjes hier, blijkt als ik de al warme hoofdstraat door loop naar het Mark Twain museum. Uitleg en shop, een expositie over het werk van Rockwell dat hij maakte voor Twains boeken, en met het daar gekochte kaartje naar de verzameling huisjes waar Mark als de jongen Samuel met zijn grote verarmende familie woonde. De figuren uit zijn beste, bekendste boek hebben allemaal in de buurt gewoond en hun huizen zijn hier ook te vinden. Gerestaureerd uiteraard, maar met genoeg authentieks om van te genieten, en de uitspraken van Twain zijn op zich al een genot om overal tegen te komen. Pas na een heel leven vol avontuur en schrijven, toen hij na lange afwezigheid de hele Mississippi afreisde en na lange afwezigheid zijn boyhood hometown weer bezocht, vielen de stukken voor zijn grote roman op hun plek, en wist hij bijvoorbeeld hoe hij de slavernij moest plaatsen. Zijn familie had in rijkere dagen zeven slaven, toen die allemaal verkocht waren voor het geld, huurden ze die van anderen. Hannibal viert dit jaar zijn tweehonderdjarig bestaan, het is ook zichtbaar een oudere plaats, met die bakstenen huizen. Een plek waar je best een paar dagen kunt rondhangen en doen of je er thuis bent, maar ik heb een afspraak in St. Louis. Iets na elf uur stap ik in Monster en na twee uur rijd ik een straat in St. Louis binnen waar de Nederlandse vlag voor me uithangt en de buurman naar buiten komt om me welkom te heten.

Ik haal de sleutel van zijn geheime plek, groet de honden die mij vriendelijk verwelkomen, stop de was in de machine, zet thee en maak een boterham. Dan komt de gastheer uit zijn werk, die ik jaren geleden voor het laatst zag.

Kom er eens om, zoveel gastvrijheid.

NBU 78, Hannibal

IMG_0841Niet geslapen natuurlijk, terwijl ik wel moe ben. Om zeven uur sta ik in het kantoortje van de garage, die om acht uur open gaat voor klanten. Ze kijken er even naar, geen gebrokenriem, oliepeil goed, zij kunnen me niet verder helpen, te vol en niet de spullen. Wel een nummer van een truckgarage die belooft te komen. Als het alleen de stuurbekrachtiging is, halen ze hem zo, sterke mannen. Dat duurt tot na tienen, ook hier staat alles vol. De monteur stapt in, rijdt weg en Monster doet of er niets aan de hand is, stuurt als een jonkie.

Dat is lastig zoeken, als de storing zich niet voor doet. De readout geeft ook helemaal niets waar ze wat mee kunnen. Hij gaat een proefritje doen,  als er dan niets te vinden is, ben ik “good to go”. Ik vind van niet, want als iets zomaar gebeurt, kan het zomaar weer gebeuren, dat is niet erg vertrouwenwekkend met alle bochten en bergen hier. Hopelijk vindt hij toch iets wat er fout zit of zat. Het is raadselachtig.

Tot de monteur terugkomt, met een nauwelijks onderdrukte lach om de lippen.

En lees nu even terug wat ik gisteren schreef. ‘You said you were low on gas?’ Inderdaad, dat was het dus, net even te lang gewacht met tanken. Hij reed rond, kreeg twee keer een uitval en wat benzine verhielp het euvel. Toen ik afsloeg moest ik steil naar beneden en kreeg de motor geen benzine meer. Dat valt dus weer mee, ondanks de rekening en de verloren nacht. Maar wel weer wat beleefd natuurlijk. Helaas geeft deze auto geen waarschuwing als je benzine opraakt. Ik weet nu dat er 50 gallon in Monster kan. Veilig verder.

Door een keurig aangeharkt landschap. Galena blijkt een mooi oud centrum te hebben, met bakstenen huizen en kerken. De geboorteplaats van Ulysses Grant, 18depresident onder andere. Iets om trots op te zijn.

Sommige plaatsen hier maaien al het gras, ook dat om de maisvelden. Keurig ziet het er uit, verzorgd. Als ik over een laatste bluff rijd heb ik uitzicht naar beide kanten. In Fulton, een van de vele plaatsjes waar ik door rijd, zie ik een bordje: Dutch windmill and heritage center. Iets om voor om te rijden natuurlijk. Ik bezoek de in Nederland in 2009 gebouwde molen en het centrum, begroet iedereen met een vrolijk goedemiddag, dat op geen enkele Nederlandse reactie kan rekenen, zelfs niet als de achternaam van de gastvrouw Van Zuiden is. Dertig procent van de inwoners hier is van Nederlandse afkomst, midden negentiende eeuw uit pure armoede vertrokken uit Friesland en Groningen. Het waren voornamelijk meubelmakers en andere timmerlui, Fulton had door die rivier een grote aanvoer van hout. De pie die ik eet in Mainstreet smaakt verdacht veel naar speculaas, vorige week hadden ze banketstaaf. Het antiekwinkeltje heeft Ot en Sien kop-en-schoteltjes staan, en grappige antimakassars.

Voor verzekeringen moet je bij Huizinga & Wieringa zijn, en Vermeer verkoopt al generaties lang landbouwmachines die ze zelf maken. Het ziet er allemaal rijk uit, zeker als je wat van de hoofdweg afraakt. Maar er zijn hier particuliere fondsen die via de radio melden dat je bij hen kunt aankloppen als jij of een van je vrienden zijn elektriciteits- of doktersrekening niet kan betalen. In September is er Farm Aid, dit jaar in Wisconsin. Ook daar worden fondsen geworven voor mensen die alles kwijtraakten, door het natte voorjaar. De mais staat nog niet hoog genoeg, maar een mooi najaar kan nog veel goed maken.

Ik snijd vanwege de verloren tijd een stuk af en rijd over stille snelwegen nog een keer de Mississippi over. Iets na acht uur rijd ik door Hannibal, waar S.J. Clemens, jawel, van Angels Camp, als jongen woonde. Er staan stoeltjes op straat, het ziet er gezellig uit, ik parkeer en neem een kijkje. Neus in de boter: iedere donderdag een live band, deze is uitstekend en rockt de pan uit. Ik kijk het even aan, maar geef dan mijn rugzak in bewaring en onder het motto: ze kennen me hier toch niet, dans ik onder het licht van de halve maan de sterren aan de hemel. Er gaat een trein voorbij met zijn onmiskenbare geluid, op de rivier vaart een van de vijftienbaks duwcombinaties die ik aan de kant zag liggen toen ik overstak. Ik loop met de muziek van Catfish Willie’s Band in de rug de straat af naar de rivier, over het spoor. Links de brug die ik overging, met daarachter een rode avondhemel. Voor mij de stroming van de Mighty Mississippi. Veel dichterbij kom je niet.

Als gisteren alles had meegezeten, was ik hier al weg geweest en had ik deze avond niet meebeleefd.

NBU 77, Hairy Scary

 

IMG_0714

Een tankstation in Galena, Illinois, met een general store. Een mooie plek om vol te gooien voor ik ga zoeken naar een nachtplek. Terwijl ik rechtsaf sla, iets naar beneden om het terrein op te rijden, voel ik dat Monster niet meer goed stuurt. Ik haal de bocht maar net, en de bocht die er net op komt ook met grote moeite. Daarna stop het. Ik sta nog net niet iedereen in de weg. Geen oliedruk zo lijkt het, maar Joost mag weten hoe of waarom. Geen enkele indicatie gehad, ik kijk regelmatig naar oliesignaal en tempratuur van de motor, en nu vanwege het tanken keek ik zeker nog iets vaker. Maar dit kwam toch wel heel plotseling opzetten. Maar goed, als het dan toch gebeurt, liever vlak bij dit benzinestation dan op een pas in de Sierra Nevada of een bergweggetje op 9000 voet in Yellowstone.

Mijn vrienden van de AAA maar even gebeld, wat een wat moeizamer gesprek wordt dan anders. Waar ik heen wil? Ze kunnen geen RV repairshop vinden. Ik vind dat ik gewoon een Fordgarage, of welke garage dan ook maar al goed zou vinden. Binnen weten ze er wel een.  Nu dus wachten op een towtruck. AAA repareert niet zelf, anders dan bij ons de ANWB, die veel met eigen mensen afhandelt. Als het maar gemaakt kan worden. Ik was al van plan in St. Louis een garage te bezoeken om wat andere zaken te bekijken die wel gedaan moeten worden, maar dit komt eerst.

St. Louis is zonder stoppen een dag verderop, maar ik was van plan nog het geboortehuis van Mark Twain te bezoeken, hier aan Great River Road. Een route die door 10 staten loopt en de Mighty Mississippi, Old man River, volgt. Ik ben hem vandaag al een paar keer overgestoken. Begonnen in Minnesota vanochtend, toen Wisconsin, daarna Iowa en nu in Illinois. Lincoln’s State. Ze lijken vanaf de rivier gezien op elkaar met daarachter landbouwgrond met die mooie schuren. Op de grafstenen van de kleine plaatsjes staan veel Duitse namen, in Le Crosse en Prairie le Chien veel Frans en Scandinavisch. In Prairie le Chien bezoek ik de Louis Villa. Ik verwacht een klein huis, maar het is een landgoed op de plek waar eens forten stonden. Die forten werden gebouwd vanwege de oorlog van 1812. U weet wel, die oorlog waarvan Trump onlangs vertelde dat de luchtmacht toen zulk mooi werk had verricht. Een oorlog die nogal gecompliceerd in elkaar zat, waarin de Indianen meevochten aan beide kanten en die tot niets leidde verder. Ja, het verdrag van Gent, zoek maar na, ik heb geen idee.

Het landgoed werd begonnen met een eerste bakstenen gebouw in 1843. In een tijd dat de eerste settlers dachten over vertrekken naar het Westen, werd hier iets groots gebouwd, en in de periode waarin het nu is teruggebracht, rond de eeuwwisseling, doet het denken aan Upstairs downstairs, of Downton Abbey. Niet zo groot, maar wel die periode, en met personeel uiteraard. Het is bizar, na al die rauwe natuur en dat cowboy geweld van de afgelopen weken, en ook de homesteaders nederzettingen van over de rivier, deze verfijning hier nu aan te treffen.  Terwijl er naar het Westen werd uitgebreid, had men aan de oostkust natuurlijk gewoon alle gemakken van de moderne tijd. Deze familie kwam hier vanwege handel in land, dat op grote schaal van de Indianen werd gekocht. Daarna kwam er veeteelt en bonthandel bij, en deed men ook wat met paarden. Zo werd de stichter een van de eerste miljonairs van Wisconsin. Het geeft het plaatje van dit land detail.

Ik merk dat ik de afwisseling erg kan waarderen. Soms dagen alleen natuur, dan weer eens een druk stadje of toeristengedoe, een beetje geschiedenis en als het kan kunst, al is dat tot nu toe na Houston niet echt groots meer geweest. Het is er wel, maar ik sla de grote steden over die collecties hebben. Komt nog wel een keer, hoop ik, als Monster mij niet in de steek laat of ik failliet ga voor ik met pensioen ben.

Ik houd u op de hoogte. Morgen weten we meer.

NBU 76, Schuren

IMG_0662

Het regende, het waaide wat, maar pas op de radio hoor ik dat er delen noord en zuid van me zijn waar mensen uit hun huizen gehaald moesten worden vanwege de overstroming. Het meer hier staat hoger dan normaal, vanwege de vele regen kan men al maanden de Mississippi niet nog meer belasten. Dit meer grenst aan de Missouri River.

Ik prent de mijlenstand in mijn hoofd die ik vanavond op de teller moet hebben staan. Het is betrokken, het slechte weer is nog niet voorbij. Het landschap zoals Gelderland ongeveer, maar dan weer Extra Large. Langs de kant de voor de VS gebruikelijke grote reclameborden. Er zijn drie soorten boodschappen. Wat er te halen valt in het opkomende stadje of dorp en hoe geweldig dat allemaal is; goede raad van de overheid, zoals minder suiker, je gordel vast, de troepen eren; En dan ook overal erg veel religieuze oproepen. Men wil je er van doordringen dat je echt tot god moet komen om straks niet naar de hel te gaan. Maar in dit gebied zie ik vooral veel oproepen tegen abortus. Met lieve babyfoto’s uiteraard en teksten als: ‘Abortion, how could you, my heart started beating21 days after conception. Of: Your Mother was Pro life. Nu was mijn moeder meer pro choice en boften we in ons geval, maar u snapt het idee,

Veel Hollandse namen op de reclameborden, Noteboom en Overweg komen voorbij. Verder vinden mensen het ook erg leuk van alles langs de weg te zetten dat verwijst naar het volgende plaatsje of het glorieuze verleden. Ik zie heel grote koeien en paarden, er staat ergens in metaal een postkoetsoverval door indianen tegen de heuvel. Een dinosaurus-skelet wordt uitgelaten door een menselijk skelet.

Om toch wat afwisseling te hebben, ga er bij Mitchell af.  Daar is het grootste maispaleis ter wereld. Het enige ook denk ik. Ik verwacht eigenlijk iets gebouwd van maiskolven, maar het is een heel groot mozaïek tegen de muren van het vrij forse stadhuis. Dit jaar is het thema de strijdkrachten, dus Iwo Jima, een slagschip, de verschillende legeronderdelen en Mount Rushmore komen allemaal voorbij in verschillende maiskleuren. De mannen zijn nog bezig de randen aan te brengen en dan wordt het vast het jaarlijkse grote Mitchell feest.

Niet iets om mijlen voor om te rijden, maar wel iets Amerikaans. De parkeerplaats geeft aan dat het druk kan worden, ze trekken een half miljoen bezoekers per jaar met deze stunt.

Ik rijd verder door het High Grassland dat vroeger hier het ecosysteem was en nu erg onder druk staat. Landbouw en bebouwing doen de vruchtbare zwarte grond uitdrogen. Dat leer je allemaal van de bordjes op de picknickplekken hier. Waar ik ook nog in gesprek raak met een vrouw die van twee kanten Nederlandse voorouders heeft. Zelf is ze een Van Houten, haar man heet De Kort.

Ik rijd met de wind in de rug onder de zeillucht door met wolken die Monster probeert bij te houden. Steeds meer silo’s, boerderijen, prachtige schuren met ronde daken. Ik zou ze graag vast leggen als inspiratie voor schilderijen, maar dit is een snelweg, ze staan ook veel te ver weg. Inmiddels zit ik in Minnesota, dat hoger dan breed is, dus in een paar uur doorkruist kan worden. Er komen verwijzingen naar Amish-gemeenschappen, er wordt quiltreclame gemaakt. Als ik moe word, zoek ik een Walmart, maar daar bevalt het me niet en het is nog maar zes uur. Ik drink wat thee, loop wat rond, koop iets tegen droge ogen en rijd dan weer verder. Dat was een goede keus. Ik vind een prachtige rustplaats, waar ook vrachtwagens overnachten. Uitzicht op de kreek hieronder, dit landschap leidt uiteindelijk naar de Mississippi, met scenic routes aan beide kanten die ik ga ik volgen. Dan moet ik in een slakkengangetjes niet alleen St Louis op tijd kunnen halen, maar ook alle bezienswaardigheden kunnen bekijken die zich hier aandienen.

Als daar geen mooie schuur bij zit.

NBU 75, Grasland

IMG_0647

Vanmorgen op mijn gemak vertrokken, weer naar de I90. Even weet ik niet waar ik zal stoppen, vaag staat Sioux Falls op het programma. Ik ben nu in de Prairy Grasslands beland, het gras staat hoog zoals u dat kent van Het Kleine Huis op de Prairie, of het ligt op gerold zoals u dat kent van schilderijen van Van Gogh en Hockney. Leeg land, met af en toe boerderijen. Ook houten verlaten huisjes, mensen die de grote droogte te veel werd tijdens de Dustbowl jaren. Wat overbleef is een taai volkje, dat zich niet laat intimideren. Op de radio de prijzen voor veevoer, reclame voor mest, de ontwikkelingen rond de varkensteelt, de verwachtingen rond de oogst en wat handelsverdragen daar voor invloed op hebben. Ook komen regelmatig de beursberichten door voor graan en bonen. Onderweg rijdt me een lange vrachttrein tegemoet, met daarop twee passagiersvliegtuigen,  nieuw, zonder vleugels.

Er wordt gewaarschuwd voor storm en regen later op de middag. Moeilijk uit te maken waar dat precies is, maar ik heb geen zin in zijwind, er moet ook weer wat gebeuren aan Monster. Ik vind een prima plek, gratis, naast een meer.  Om twee uur sta ik daar al. Ik schilder wat, probeer uit te rekenen hoeveel ik moet rijden om vrijdag in St Louis te zijn, probeer te bedenken hoe ik daarna wil rijden. Veel is onzeker nu, maar in ieder geval heb ik mijn opties op een rijtje.

Ik kijk over het water, ik blader in mijn nieuwe vogel- en plantenboeken, ik lees wat in mijn thriller, kook voor een paar dagen vooruit. Zo ben ik weer helemaal voorbereid op de week die komt gaat. De storm heeft zich niet laten zien, ik maak een praatje met een motorrijder die in een piepklein tentje gaat overnachten. Echt zo’n ouderwets driehoekje waar je jezelf inschuift. Hij is al even onderweg, reist van New York naar Californië en hoe lang dat duurt kan hem niet schelen. Tussendoor maakt hij luchtfoto’s, wil hij op eer boerderij werken, denkt in Californië te blijven en hoopt ooit een cabin in de bergen in Wyoming of Montana te hebben. Hij rijdt heen waar ik net vandaan kom, dus ik deel wat ervaringen. Hij heeft al veel gereisd maar wil nu zijn eigen land ook leren kennen.

Nu blaft er een hond, hoor ik het ruizen van de wind in de bosjes en de golfslag op de stenen van het strandje. Een boerennacht maken en dan morgen kilometers vreten om St Louis op tijd te halen, want vandaag was het niet veel.

Maar wel weer de moeite waard.

 

NBU 74, Wall

 

 

De Leeuwinnen lopen tegen de Amerikaanse muur op deze ochtend en worden strijdend tweede in hun tweede wereldtoernooi. Volgende keer nog beter, maar nu al geweldig.

Dan vertrek ik, verder de I-90 langs. Vanwege de timing beluit ik dat ik de Black Hills een flyby zal geven, wel via de scenic route uiteraard. Daar heb je minder rommel langs de kant van de weg en minder plaatsjes. Het landschap is laag heuvelig, het staat overal vol met gele hoge bloemen. Ik kan er geen chocola van maken. Ik rijd langs plaatsjes met 600 of 1100 inwoners. Upton heeft op zijn zeer hoge ronde watertoren staan: the best town on this earth. Als ik erdoor rijd, zie ik drie straten en een vriendelijk groetende inwoner op zijn squad. Misschien nemen ze het letterlijk, de aarde onder hun voeten, dan klopt het altijd. Het landschap is niet overweldigend, maar prettig.  Zon in de rug, lange wegen voor me.

De Black Hills, al zo genoemd door de Lakota’s, lijken wel wat op het Zwarte Woud, of Heidiland.  Niet zo steil als Big Horn. Dan moet ik haaks linksaf, Mount Rushmore wordt aangekondigd. Toch maar heen, overslaan is ook zo zonde. Nog weer wat verder stijgen, de stadjes in de buurt lopen vol toeristen die al die typiche toeristenwinkels en gelegenheden af gaan, op deze zonnige zondag. Eerst rijd ik langs het monument voor Sitting Bull, ook op een bergtop. Het moet het grootste beeldhouwwerk ter wereld worden. Op de autoradio is een loop die vertelt dat er al 71 jaar aan gewerkt wordt. Het hoofd is zo te zien klaar, nu zijn ze met de arm bezig. Dan komt de parkeerplaats van Mount Rushmore. Omdat ik van het zuiden kom heb ik nog niets gezien in de omringende bergtoppen dat lijkt op een hoofd. Ik krijg seniorenkorting voor Monster en wordt keurig naar een parkeerplaats geleid, vlak voor de ingang. Ingang ja, toen het complex 50 jaar oud was, werd er een bezoekerscentrum bijgebouwd, een vlaggen-allee, een terras en nog zowat. Ik bekijk de koppen, luister naar een praatje over het ontstaan in een van de gebruikte ateliers. De beeldengroep werd gemaakt om mensen naar deze streek te lokken, niet zozeer als vaderlandslievend gebaar, maar als lokmiddel zijn vier twintig meter hoge presidentenkoppen op de top van een berg natuurlijk prima. En het werkt! Alle stadjes in de omtrek profiteren ervan mee. Lodges en hotels beloven bergzicht, je kunt met helikopters langs vliegen, casino’s zijn er ook. Overal kun je je geld kwijt, het presidenten-thema wordt flink uitgemolken maar ook een kerstdorp en pretpark mogen niet ontbreken.

Ik rijd de andere kant de Black Hills weer af en kom dan in een voor mijn gevoel duingebied, met hele hoge duinen en zonder zand. De ronde heuvels zijn volledig groen en boomloos. Maar zoiets blijft nooit lang hetzelfde, ik rijd door prairieweideland met die gele bloeiende bloemen. Ik wil nog langs Badlands, dat moet ook mooi zijn.  Daar aangekomen zijn er nog steeds die gele bloemen en duizenden citroenvlinders die daar door aangetrokken worden. Velen slaan te pletter tegen Monster. Ik zie een bizon, ik zie lage lichtgekleurde plateau’s, maar als het bordje national park opduikt is het mooi, maar niet verpletterend. Raak ik verwend? Als ik linksaf moet slaan, en denk dat dit het wel was voor deze dag, blijkt dat het nog moet beginnen.

Er komen bergen die hun dek kwijt zijn en geerodeerd werden tot spitse, grillige vormen die in het late licht goed tot hun recht komen. Ik  meen ergens onder weg lama’s te zien, vraag mij af of dat ook big horn schapen kunnen zijn. Als ik op het hoogste uitkijkpunt aankom, na tussen die spitsen omhoog te zijn gereden, blijkt dat daar een groep big horns zit. Een aantal vrouwtjes met jongen. Ze liggen op smalle richels die wij van boven bekijken, maar zij van alle kanten kunnen beklimmen. Het uitzicht is weer overweldigend, beide kanten op.

Dan rijd ik verder naar Wall, beroemd vanwege de drugstore die hier sinds 1931 succesvol reclame maakt. De eerste borden doken gisteren in Wymoning al op. Ik koop een planten- en een  vogelboek, weet nu dat die gele bloemen klaver is, een meter hoog. Ik loop wat rond in de winkeltjes en bij de oude foto’s, kijk nog even achter bij de jackalope, een mytish wezen. Vandaag kom ik niet verder meer dan de parkeerplaats van Wall. Ik besluit uit eten te gaan en kies voor de Badlands Bar. De ober daar wil volgend jaar op wereldreis, te beginnen in Zuid-Amerika. Op alle tv-schermen is de finale gold-cup te zien. Mexico wint. Gnagna. Nu kijken ze wel.

Ik krijg een mail die St Louis een datum geeft en bel even, het is leuk elkaar weer te spreken met het vooruitzicht van een weekend gast en toerist. Nu weet ik hoeveel tijd ik heb voor het laatste stuk naar het oosten. Eens kijken wat er buiten Zuid-Dakota nog te zien is.

Het was weer een mooie, afwisselende dag. Bij het Sitting Bull monument stond een motto hoog boven de ingang:

Never forget your dreams.

NBU 73, Relocation

IMG_0440

 

Bij vertrek vanochtend rijd ik de stad uit via het dumpstation, vlak naast het parkje waar men de gevallenen uit Wyoming eert. Dat is geen half werk. Voor ieder onderdeel staan monumenten en plaquettes, vanaf WWI. Zeven zuilen om het centrale monument met alle oorlogsgebieden, met een zuil leeg voor toekomstige oorlogen. Ik vind het mooi dat er ook een groot monument is voor de Koreaanse oorlog, na mijn reis van vorig jaar.

Dan ga ik door naar Heart Mountain Relocation Center, een zwarte bladzijde in het Land of the Free. Na Pearl Harbour werden alle Japanners of mensen met Japanse ouders van de westkust gesommeerd zich te melden. Ze mochten meenemen wat ze konden dragen. De foto’s doen bekend aan, de treinen ook. Deze mensen overleefden het want zogenaamd niet gevangen. Maar eruit mochten ze ook niet, tot Japan de overgave tekende. Hun bezittingen waren ze kwijt, weggeven of verkocht voor een appel en een ei. Wat in bewaring werd gegeven was vaak toch weg of vernield. In hun nieuwe woonplaats werden ze vaak niet vriendelijk ontvangen, toen ze na de oorlog met $25 dollar en een treinkaartje weer weg mochten.

Het meest navrante vind ik, dat de Nissei, de in Amerika geborenen, zich zo volop Amerikaan voelden dat ze toen ze werden opgeroepen voor militaire dienst meestal gewoon gingen. Een man verhaalt van hoe hij Dachau hielp bevrijden, terwijl zijn ouders in de VS achter prikkeldraad zaten. Slechts een kleine groep verzette zich tegen het feit dat ze als gedetineerden in dienst zouden moeten. Dus die zat tot eind 45 in de gevangenis. Pas heel laat werden ze begrepen en vergeven, ook vaak door Japanners zelf. De rest werd in een Japans Bataljon geplaatst, dat een van de meest onderscheiden onderdelen werd en veel mensen verloor. De basis van deze maatregel was puur racisme dat al enkele tientallen jaren aanwezig was, ook bij de toenmalige president, maar nu een kans zag.

Na die ochtend vol waarschuwingen, want dit gebeurt nu weer, rijd ik nietsvermoedend de scenic route verder af, richting Big Horn National Forest. Ik denk dan bos, maar in Amerika staat zo’n bos op bergen. Ik moet plotseling heel erg steil omhoog, op sommige stukken red ik nauwelijks 20 mph. Wat zorgelijker is: mijn vrij lege tank, plotseling was er geen dorp meer en ging ik omhoog. Zou Monster het halen? Naar beneden kom je altijd. Halverwege het adembenemende gebergte, dat zo mee kan in The Sound of Music XXL, is er een lodge met een eenvoudig pompje. Ik tank half vol want de prijs is naar de ligging: uniek. Hier komen hikers en jagers. Veel mensen hebben hun quad mee. In de winter kun je je uitleven met je sneeuwscooter.

De weg omlaag is ook adembenemend, af en toe kan ik stoppen en kijken. Of het overkomt op foto’s betwijfel ik. Het landschap wisselt als ik weer van 9430 voet afdaal naar rond de 4000 voet voortdurend. Van lieflijk naar boomloos, naar canyons, naar weer geelbegroeide heuvels. Ik besluit door te rijden tot Gilette. Wyoming heeft veel te bieden, aan natuur en historie, maar ik moet toch een keer in St Louis aankomen deze maand.

Ik opteer weer voor de Walmart, waar ik wat verduisteringsmateriaal aanschaf. Dan kan mijn dekentje gewoon dekentje blijven, als ik het weer eens koud heb. Daarna zoek ik allereerst een koffietentje, dan vraag ik of er ergens ook gekeken gaat worden naar De Wedstrijd. De eerste die ik het vraag heeft er wel van gehoord, maar kijken? Voetbal? Vrouwen toch? Het tentje waar ik nu zit, Coffee Beanery, is een paar honderd meester van Monster verwijderd, ze hebben lekkere thee, wifi en een grote televisie aan de hoek die ik zelf van kanaal kan laten wisselen.

Ik zit hier morgenochtend weer!

 

NBU 72, Rodeo

IMG_0363

Toen uiteindelijk het vuurwerk losbarstte, was dat zo hard dat ik blij ben dat alle ramen er nog inzitten. Een half uur lang volop kleur en lawaai, vlak voor onze neuzen. Daarna is iedereen ook zo weer vertrokken. Ik rijd naar Walmart waar het zo vol staat met campers dat het wel een campground lijkt.

De hele nacht regen, maar tegen de ochtend wordt het droog. Ik controleer even het weerbericht, kan de rodeo wel? Ik vertrouw er op dat de regen niet voor tienen valt, en ik heb nog een parapluutje, van een hoosbui in New Orleans. Meenemen!

Eerst bij Walmart water inslaan. Daar ontdek ik dat ik mijn eigen gallonflessen voor een schijntje met prima water kan vullen. Laat ik ze nu allemaal bewaard hebben! Een karretje vol vers water rijker de stad weer in.

Ik ga weer naar het Buffalo Bill centrum en bekijk alle musea die het herbergt, inclusief het geboortehuis van Buffalo Bill dat hierheen gereden is. De visarend die normaal demonstraties geeft is in verband met het vuurwerk tijdelijk elders gehuisvest, ik ga echt niet alle 35.000 wapens uit het vuurwapenmuseum bekijken, en het natuurmuseum bekijk ik maar matig, maar dan nog ben ik tot halverwege de middag zoet.

Dan koop ik een paardenhalster, bied weerstand aan alle andere zaken die niet nodig zijn, vind het zeer hippe koffietentje Rawhide met een contactdoos en snel wifi. Dus opladen en mij voorbereiden op de shoot-out at Irma Hotel, die hier iedere avond (behalve gisteren) precies om zes uur wordt uitgevochten. De heel grote houten bar in het pand was een geschenk van Koningin Victoria na een succesvolle voorstelling van Buffalo Bill’s Wild West Show. We denken nu wellicht dat het alleen een showman was, maar tussen die shows door ging hij rustig nog voor het leger verkennen en doodde Yellow Hair onder andere. Verder zag hij heel goed waar het fout was gegaan met de Indianen, was hij erg voor vooruitgang en gelijkheid. Het Westen ging hem aan het hart, en dan vooral de toekomst.

De shoot-out is meer humoristisch dan historisch verantwoord. Een boef vindt dat zijn whisky naar Flint water smaakt vanwege het lood dat een schot van zijn collega heeft toegevoegd. Er wordt gerept van collusion. Het is grappig, het is gratis en de opbrengst van de stoelen die je kunt huren is voor het goede doel. Alle kinderen krijgen vooraf een lege kogelhuls en kunnen na afloop met de boeven en de sherrifs op de foto.

Ik trek mijn cowboylaarzen aan en ga naar de rodeo. Dat voelt lichtelijk belachelijk, tot je ziet dat echt iedereen laarzen draagt, van klein tot groot. Ik val op omdat ik geen hoed draag. Alleen het gezin naast mij is op sportschoenen, maar ja, dat zijn dus Duitsers.

Wat volgt is twee uur vermaak voor de kijker, maar dodelijke ernst en concentratie voor de deelnemers. Of het nu broncorijden met en zonder zadel, stierrijden, barrel-racen of team vangen is, er valt wat te winnen en er is risico. Sommige stieren hebben zo geen zin in het spelletje dat ze bijna hun hok uitspringen, of juist niet vooruit te branden zijn naar de goede plek. Ik zit uitstekend, precies boven de chutes, en zie dus alle voorbereidingen van dichtbij. De cowboys van tegenwoordig hebben niet alleen die chaps en een hoed, maar een nekbeschermer en een vest dat de rug heel houdt, sportverband om de ene arm die ze mogen gebruiken en een bitje in.

Er zijn ook hele kleine cowboytjes, die op dus kleine stiertje proberen te rijden. Een joch van een jaar of zeven lukt het als eerste om de verplichte acht seconden op het beest te blijven en gaat uit zijn dak van blijdschap. Zijn moeder zit met drie andere jongetjes op de tribune, een ouder zoontje doet ook mee aan de wedstrijd. Ik vermoed dat papa ook ergens bij dit gebeuren betrokken is.

De rodeoclown maakt grapjes, laat alle kinderen in de ring komen voor een race, maar is er ook om samen met twee collega’s de stieren weg te houden van de gevallen deelnemers en weer uit de arena te krijgen. Dat is hard werken en gevaarlijk ook.

Na afloop terwijl de zon al achter de bergen is, kunnen de kinderen nog even op de mechanische stier, wat vooral pret voor de omstanders is, de kinderen gaan er helemaal voor.

Cody is een gek stadje, je zou er zou maar nog een keer komen.

NBU 71, Visions of Cody

IMG_9919.jpg

Als een park op is, je buiten de grenzen bent, dan is het landschap nog lang niet op. Zeker niet hier in Wyoming. Jack Kerouack liet een van zijn personen in On the Road klagen: ‘Ain’t nothing in Wyoming but Cheyenne, and ain’t nothing in Cheyenne’. Dat ging dan waarschijnlijk over aards vertier, niet over buitengewoon landschap. En zo veel ook. Geen wonder dat die cowboys hier niet weg willen en dat hier de rodeo in hoog aanzien staat. The wide open spaces hebben ze hier in de Rockies, maar dan met berg. Geweldig. Het uurtje van mijn slaapplek naar Cody is al onovertroffen, en ook nog mooi weer.

Ik verwacht, niet gehinderd door kennis, dat de 4th of July Parade rond de middag zou beginnen. Om tien uur rijd ik Cody binnen, keurig op tijd voor een parkeerplek. Tot ik tegen word gehouden door de lokale sheriff: omleiding! Parade! Waar kan ik parkeren? Waar maar plek is, is het antwoord. Daar zeg je zoiets. Overal worden auto’s geparkeerd en spoeden mensen zich richting de route. Ik sla hier en daar af, op zoek naar flink wat plek, denk ergens verder weg van de parade een plek te hebben die half kan. En dus gezien de tijdsdruk maar moet, risico van een bon acht ik klein nu. Achter de meute aan kom ik, vlak om de hoek, precies op tijd achter het tafeltje van de speaker te staan om het begin van de stoet te zien aankomen. Hierna gaan ze de hoek om en is het afgelopen. Beter had ik het niet kunnen treffen als ik het gepland had. Overal zitten mensen, twee rijen dik, op meegebrachte vouwstoeltjes of ze staan, als ik, op de stoep erachter.

De eerste vlaggendragers te paard, die van alle defensieonderdelen, worden enthousiast met applaus begroet. Wat volgt is een mix van historische auto’s, praalwagens, outriders, rodeosterren, schoolmarchingbands, en alles wat een stad aan bedrijven en voorzieningen in huis heeft. Eerst alle politici van dienst, de burgemeester, de gouverneur, wat auditors en nog wat titels die wij niet hebben. De brandweer is zwaar vertegenwoordigd en spuit de kinderen aan de kant nat. Ze krijgen van de deelnemers snoepjes toegeworpen. Naast mij links en rechts Codyanen, die mij uitleg kunnen geven over wie en wat. Het mooist vind ik de muilezeltrein van de Yellowstone parkrangers, die met wel twintig bepakte dieren hier aanwezig zijn. Hun gele bus die ik gisteren zag, rijdt ook mee. Het is genoeglijk, de tijd vliegt, ik geef Uncle Sam een handje en doe hem de groeten uit Nederland. “Is that so?” Volwassenen geven hem doorgaans geen hand, dat is meer iets voor kinderen.

Na de parade naar het bezoekerscentrum om te kijken of ik nog een kaartje voor de stampede van vanmiddag kan bemachtigen. Dat is uitgesloten, zelfs niet van mensen die zich bedenken of niet kunnen, blijkt later. Maar wel krijg ik allerlei vriendelijk en uitgebreid advies van Randy, die alle tijd voor me heeft. Morgen is er ook rodeo. Wil ik blijven? Er is een uitgebreid centrum met vijf verschillende musea, er is een old trail town, met echte logcabins en homesteaders huisjes, verzameld uit de wijde omtrek, en goed ingericht. Sommigen zijn nog bezocht door Butch Cassidy en the Sundance Kid en andere leden van de Hole in the Wall bende. Ergens kan ik met echte wapens schieten, scherp. Ik krijg ook stickers en een poster mee. Als mislukte cowgirl wil ik vast wel een sticker die gewijd is aan het feit dat vrouwen hier al 150 (!) jaar kiesrecht hebben. Vanwege het feit dat men erg dunbevolkt was hier, en meer stemmen nodig had om meer afgevaardigden te krijgen, maar toch. Het werkte ook goed. Wyoming heeft wel zeven functies voor het eerst door een vrouw bezet in de VS, zoals Gouverneur. Die mannen zijn ook lang van huis als ze achter de koeien aanzitten, dan hebben de vrouwen de ruimte.

Ik kijk even in het Buffalo Bill Centrum, de man die Cody als achternaam had. Hij stichtte deze stad samen met wat zakenrelaties, en liet ook het plaatselijke hotel bouwen. Zijn familieleden zijn hier dit jaar voor een reünie, omdat het honderd jaar geleden is dat de eerste stampede werd georganiseerd.

De sfeer in dit stadje is levendig, alles staat in het teken van de mountain men, van die Buffalo Bill, van de cowboys, van Yellowstone. Alle winkeltjes, alle shows, ademen het wilde westen. Heel goed, tussen die bergen, voor een mislukte cowgirl. Ik blijf gewoon nog een nachtje slapen bij de Walmart, ook om het vuurwerk te zien.

Bij Wayne’s Boots, die ook een float in de parade had, want 60 jaar familiebedrijf, koop ik een paar zwarte cowboylaarzen. Ik koop nog net geen hoed of gele regenjas, ik heb geen paard, maar anders kocht ik hier ook nog een zadel!

Ik eet de helft van een sandwich op het terras van dat beroemde Irmahotel en krijg de andere helft mee in een doosje. Ik loop nog wat winkeltjes in en uit, met foto’s, schilderijen, indiaans en ander handwerk. Iedereen lijkt hier in een pick-up te rijden. Ik krijg verschillende berichten over het vuurwerk, loop terug naar Monster om te verkassen, maar dan blijk ik al goed te staan. Ik draai een halve slag, het begint vol te lopen met bezoekers, gewapend met paraplu. Want eerst is er natuurvuurwerk, onweer, regen en een ondergaande zon achter de wolken. Benieuwd wat het wordt. Maar deze dag kan niet meer stuk.

Zoveel aardige mensen weer ontmoet, zoveel kikkers uitgedeeld.