Ik weet niet hoe het u verging op school, oplettend lezertje, maar ik had een verschrikkelijke hekel aan huiswerk, en dat heb ik nog. Opletten op school, geen probleem, ik ben een spons. Maar thuis nog eens uren buffelen, ik kan me leukere dingen voorstellen, zeker in Cairo. Hoe ik dan nu in een situatie ben beland waarin ik uren huiswerk per dag heb, mag verbazend heten. Eigen schuld, dikke bult werk dus. Voor twee cursussen zoals ik nu volg zit je al gauw op 3 uur maakwerk, en dan heb je nog niets herhaald zoals je graag zou willen of nog eens iets nagekeken. Zonder dat huiswerk worden ze hier zo boos op je dat je geen certificaat krijgt, dus u begrijpt, ik doe mijn best. In combinatie met mijn sociale leven hier valt het allemaal niet mee. De portier van het hotel waar ik nu in de lounge aan het werk ben, wilde dan ook mijn rugzakje dragen, Hij vond dat ik er moe uitzag. Dat had hij goed gezien. Maar goed, inmiddels heb ik het maakwerk achter de rug voor vandaag, en het leren kan er nu even niet meer bij. Wat wel weer erg leuk is, de schriftjes die ik gisteren kocht voor het winkeltje van de scan op de stoep. Vissen en vogels, samen drie euro zo ongeveer. Ongekend duur voor hier, waar onze lerares ons vertelde dat ze 1000 LE per maand verdient, zo’n 150 Euro. De verkoper bedankte mij dan ook vriendelijk voor de aanschaf. Als ik flink doorwerk zijn ze straks leeg, want de huiswerkblaadjes moeten los ingeleverd worden. Vraag me niet hoe dat er over drie weken uitziet.
Maandelijks archief: oktober 2011
Vreemdeling
Zoals gezegd, ik ben hier nu een maand. In een stad met zo’n 20 miljoen inwoners. Vanmiddag op weg naar een tentje om mijn huiswerk te maken, om de wachttijd voor mijn visum nuttig te gebruiken. Dat heb ik dus niet gedaan, want tijdens het oversteken herkende ik P. aan de overkant. Een medestudent van het zelfde instituut, andere groep, de hoogste. Spreekt dus vier talen, en dat voor een Engelsman. Hij was op weg naar het boekwinkeltje van de AUC, de Amerikaanse Universiteit hier. We besloten samen te lunchen en hebben zitten kletsen over onze ervaringen in Cairo en ons toekomstige werk. Hij wil hier wel in het Midden-Oosten taallessen geven, en dat lijkt me een goed plan; er is schreeuwend gebrek aan goede leraren na de revolutie, toen er heel wat vertrokken zijn.
Al vindt P dat hij ontzettend verlegen is, hij gaat om de goede redenen, en zal er ongetwijfeld komen. Het is toch prachtig dat je hier, in die drukte, terwijl je hier nog zo kort bent, een bekende tegenkomt in de stad, dat gebeurt me thuis zelfs nauwelijks.
Op de foto niet P. maar nog een blik op Wadi Degla. Blijft mooi.
Scan
Of ik even een scan kon sturen van mijn paspoort, oplettend lezertje, in verband met mijn reisje naar Zuid-Soedan. Ik moet er ook nog een maken voor een lijfrentebedrijf, dat een mailtje niet genoeg teken van leven vindt. Ik heb hier een laptop en een usb modem, mijn prachtige scanner staat thuis te niksen. Gelukkig weet “de broer van” alles, en hij wees mij min of meer de weg, maar ik vond niets op de plek die ik dacht begrepen te hebben. Nog maar eens vragen dus, toen ik van mijn visum avontuur terug kwam. Om twee uur ‘s middags, het spitsuur kwam al weer behoorlijk op gang. Geen probleem, F. zou mij even brengen. Ik denk dat lopen sneller was geweest, vanwege het vele omrijden en eenrichtingverkeer hier. Uiteindelijk kwamen we in een zijstraatje vlak bij een faculteit van Ein Shams Universiteit. Daar twee winkels die gespecialiseerd zijn in het maken van kopieën, het vertalen van documenten, het kopiëren en het faxen. In de winkeltjes veel studentes die hun testformulieren Engels lieten kopiëren. Voor vijf pond, 75 cent, kreeg ik de scan op een cd mee. Gelijk even twee schriften gekocht bij de handelaar op de stoep, ze zijn voor hier heel duur maar ik kon ze niet laten liggen, met die prachtige 3D vissen en vogels. Volgende keer kan ik zelf lopend heen. Ik heb weer een heel nieuw stukje Cairo ontdekt.
Visum
Vandaag alweer precies een maand in Cairo, oplettend lezertje, tijd om mijn visum te verlengen. Daar hoor je allerlei vreselijke verhalen over, dus ik was op het ergste voorbereid, met een onverwoestbaar humeur, een appeltje voor de dorst en wat huiswerk om eventueel de tijd te doden. Zo voorbereid kan het alleen maar meevallen. Allereerst kon ik de hele reis naar Sadat zitten, zeer uniek. Bij Mugamma aangekomen, het grote gebouw aan het Tahrirplein, snel door de ingang, camera afgeven (helaas) en drie keer vragen waar ik heen moet, want mijn gidsje vergeten. Ik kreeg verschillende antwoorden, dus ik ging een verdieping te hoog. Niet erg, dat geeft je de gelegenheid rond te kijken. Het gebouw is van buiten beton en donkergrijs, doet erg aan oostblokbouw denken. Van binnen overal marmer. Wit op de wanden, groene randjes om de deuren, en er zijn erg veel deuren. Uiteindelijk stond ik op de goede afdeling bij het goede loket op het verkeerde moment, ik moest nog wat andere stappen nemen. Maar met een beetje rondvragen en kennis uitwisselen kwam ik met mijn zegeltjes (dus vooruit betalen) en mijn ingevulde aanvraagformulier bij het goede loket. Ik was niet de enige, om mij heen honderden mensen die hetzelfde wilden: visum verlengen. Duidelijk overal vandaan, en sommigen hadden een lokale gids mee, wat het ergste deed vermoeden. Allemaal onnodig, die drukte. Binnen een uur, met al het verkeerd lopen en kopieën maken op een ander verdieping er bij, had ik de aanvraag bij de juiste dame ingeleverd. Ze zei me na twee uur terug te komen bij een ander loket. Het gaat als volgt, ze vult jouw in het Engels ingevulde formulier in het Arabisch aan, ziet toe dat betaald is, zet je pasfoto vast, neemt de kopieën en het paspoort in en zet je naam op een lijst in een groot boek. Als ze zo’n tien setjes aanvragen verzameld heeft gaat er een mapje om en brengt een politieagent met zwarte baret het geheel weg. De twee uur nuttig gebruikt, waarover later. Ik kwam om 13.00 terug en was zeer benieuwd, maar niets aan de hand. Als ik een voordringer was geweest, zoals er veel zijn (buitenlanders dus hè, geen Egyptenaren, die staan daar niet tussen) was het na twee minuten gepiept geweest. Mijn paspoort met prachtig nieuw visum lag klaar. Niet de aangevraagde 6 maanden (was een gokje) maar in verband met de veiligheid slechts drie, altijd nog een meer dan ik nodig heb. En fluitend er weer uit. Als ik echt lang had moeten wachten, had ik overal snacks en drinken kunnen kopen, er was een theecounter en er stonden overal chips en fris handeltjes. De trappen vol met bezoekers en ambtenaren, buiten verkopers van speelgoed, zakdoekjes en bekers. Druk, druk, druk, maar ik heb niemand de stem horen verheffen of kwaad zien worden achter die burelen. Het zag er allemaal zeer analoog uit, nergens een pc, alles met de hand en een pennetje.
Als we van kostendekkende tarieven uitgaan, weten we gelijk wat al die mensen verdienen als ambtenaar, het kostte mij 11 pond, nog geen anderhalve euro.
Woestijn
Vandaag weer een dagje de woestijn in. Door rustige straten vanwege de vrijdag, met een reistijd die dus veel korter is dan al in de namiddag het geval is. De temperatuur is onder de dertig nu, dus vooral ‘s morgens heel lekker, in een windje en schaduw. Na elkaar te hebben getroffen op het vaste punt een lift met een Jeep gekregen. Geen overbodige luxe, zeker niet als je een Wadi in moet. Een heel hobbelige rit die zijn eigen charme heeft. Daarna de Wadi in, het spoor volgen en bergje op, bergje af dit keer. Gecombineerd met de hitte en het feest de vorige dag niet eenvoudig. En dan liep ik nog, een stuk verderop zag ik ze rennen, helemaal een steile helling op. Geen idee waarom mensen dat leuk vinden, maar ze deden het. Zo niet fluitend dan toch in ieder geval piepend. Voor mij als extra bonus: het zoeken onder het lopen naar fossiele schelpen die ik ruim vond. Na de gebruikelijke rituelen bij terugkeer, voor het donker de Wadi weer uit. Toen we een bocht om reden een prachtig gezicht, de rode ondergaande zon, die rustte op de rand van de Wadi. Geloof mij, het leven is een feest.
Armoede
Ik hoef het u niet te vertellen, oplettend lezertje, u weet het allang. Er is hier veel armoede. Dat is niet hetzelfde als: dit is een arm land. Er zijn hier forse inkomsten van olie en gas, er is het Suezkanaal, het toerisme en er is export van o.a. katoen. Maar het geld dat daarmee verdiend wordt komt niet overal en wordt zeker niet over de hele snel groeiende bevolking gelijkmatig verdeeld. De kloof tussen arm en rijk is hier veel forser dan bij ons, en de rijken zijn niet alleen veel rijker, de armen zijn veel armer.
Toch zie je hier niet heel veel echte bedelaars hier op straat, althans veel minder dan je zou kunnen verwachten in een stad van deze omvang. Veel mensen proberen met klusjes en heel kleine handeltjes het hoofd boven water te houden. Wat je veel ziet: pakjes papieren zakdoekjes verkopen. Het is natuurlijk bijna hetzelfde al bedelen, maar papieren zakdoekjes hebben we allemaal nodig. Ik sprak al over de kleine handelaren die van alles en nog wat verkopen in de metro of op straat. Het schiettentje voor een paar centen. Hier zeggen ze: wil je geld verdienen, begin een restaurant(je), dan verdien je altijd geld. Overal wordt brood verkocht, ook via het autoraampje. Ook zichtbaar als je goed kijkt, tekenen van mensen die niet echt op straat wonen maar ook niet in een huis. Ze gebruiken optrekjes, verlaten gebouwtjes. Je ziet een deken waar die niet hoort, er staat een stoel, een kind ligt te slapen op een onwaarschijnlijke plaats.
En af en toe zie je toch een glimp van de rauwe werkelijkheid, de armoede die zo groot is dat er geen camouflage meer mogelijk is.
De heel jonge kinderen die ‘s avonds laat diezelfde zakdoekjes nog verkopen aan automobilisten bij kruisingen. Ze komen nauwelijks tot aan het autoraampje, zo jong zijn ze. Niet veel, maar elk kind snijdt door de ziel. En dan was er nog die man op een kruising die auto’s die langs hem raasden aansprak met geheven handen om een bijdrage te krijgen. Hij stond daar midden op straat, de auto’s gingen vlak langs hem heen. Een keurig wit mutsje op en een lichtblauw hemd. Je had hem makkelijk over het hoofd kunnen zien; ook hij kwam nauwelijks tot het autoraampje. Hij stond met zijn romp direct op het asfalt, benen waren er niet.
Hashball
Ik heb me hier aangesloten bij de Cairo Hash House Harriers. Klinkt ernstig maar is het niet. Ze organiseren wekelijks een loop, met spoorzoeken en na afloop fun and friends. Een keer per jaar is er bal, en ik trof het. Dus afgelopen middag laat naar vriendin C en gepikt en gedreven, zoals een marine uitdrukking zegt, naar de plek aan de Nijl waar de Felloeka’s op ons lagen te wachten, met welkomstdrankje, comité en een roos voor de dames. Na een prachtig tochtje over de Nijl naar de andere kant, kwamen we aan op een open terrein omzoomd met hoge palmen, bananenplanten een dansvloer en prachtig gedekte tafels op het grasveld. De gebruikelijke feestelijkheden, met speeches, prijsuitreikingen, een verloting voor het goede doel en een uitstekende DJ. Echt heel laat werd het niet, maar voor je weer met de boot terug bent aan de overkant en dan thuis, is het midden in de nacht. Een ongekende rust op straat, je herkent gewoon je eigen wijk niet meer met al die lege ruimte en dichte winkels. Maar het allermooiste, buiten de vele vriendelijke mensen en het dansen deze avond: de maan was nog haast vol.
En die maan staat dan zo hoog aan de hemel dat je je hoofd in je nek moet leggen rond middernacht.
Politiek
Op het instituut bij de introductie werd ons op het hart gedrukt niet over politiek te praten met vreemden op straat. Dat valt nog niet mee, oplettend lezertje, want je wordt hier regelmatig aangesproken met de vraag wat je denkt van de revolutie en van de situatie nu. Ook vanmorgen in de metro was het weer raak. Een jonge vrouw sprak me aan, door me op een vrij plekje te wijzen, iets wat regelmatig gebeurt in het spitsuur. Daarna wilde ze graag weten waar ik vandaan kwam en wat ik hier deed. Zelf werkt zij bij een organisatie die microkredieten uitgeeft. Ze wist heel goed uit te leggen waarom dat zo’n goed idee was: je gaf een zachte lening, mensen konden een klein bedrijfje beginnen of in stand houden, en dat zou hen tot zelfstandige, trotse burgers maken. Helmaal mee eens. Dat soort initiatieven is hier hard nodig. Even een kaartje gevraagd in die overvolle trein, je weet maar nooit waar het goed voor is.
Ze vond ook dat al die stakingen en al dat ongeduld wel wat veel was van het goede. Maar dat er nodig wat moest veranderen was haar ook duidelijk: de corruptie, het egoxefsme, dat was alles niet in overeenstemming met de Islam. Beter een eerlijk man die niet volgens de Islam leefde dan iemand die de regels volgde maar niet eerlijk was, daar was Mohammed duidelijk in geweest. We konden het eens zijn: dat is in alle religies zo, maar soms lezen die mensen selectief.
Op de foto de tribune waar Sadat werd neergeschoten, want in de metro fotograferen, dat is erg lastig helaas.
Update demo
Terwijl ik hier mijn mail en tweets zit bij te werken komen de berichten binnen: het kabinet treedt af, of geeft zijn portefeuilles terug aan de SCAF. Een minister van financiën was al voorgegaan. De situatie werd natuurlijk ook onhoudbaar zoals Sandmonkey (lees die blogger) en Arabist (ook heel goed) al terecht meldden. De spelletjes van ingehuurde boeven aan laten vallen om je eigen spin te kunnen geven, zijn nu al te doorzichtig gespeeld. De Kopten zullen niet meer hun toevlucht zoeken in trouw aan het regime, wat in het verleden in ruil voor veiligheid nog wel eens gebeurde. Internationale steun is niet meer te vinden. Men vreesde nog voor uitstel van verkiezingen, maar ik denk in de lijn van Sandmonkey. Steeds duidelijker wordt het ook voor de gemiddelde Egyptenaar, die vaak afhankelijk is van een eenzijdige staatstelevisie voor zijn berichten, dat deze regering nog steeds niet echt is wat men in een democratisch land nodig heeft. De rol van het leger in Egypte is traditioneel groot. In een echte democratie is de rol van het leger: het beschermen van de veiligheid van alle burgers van het land. Niet minder, maar zeker niet meer.
Mijn Egyptische kennis, ‘de broer van’ en Kopt, is gelukkig veilig net als zijn familie en vrienden, maar hij bleek gisteren toen ik even kort langs ging om dat zeker te stellen, danig aangeslagen door de hele situatie. Ik zou nu eigenlijk graag naar Tahrir gaan, maar het lijkt me veiliger dat niet te doen. Ze schoten met scherp.
Laatste nieuws: een coalitie van partijen overweegt een boycot van de staatstelevisie en allen die daar reclame op maken. De staatstelevisie geeft toe te hebben gelogen over de dood van drie soldaten, die zijn er namelijk niet. Ze verzwegen de 17 doden die er toen al waren, maar die konden echt niet langer verdonkeremaand worden. Doodgereden door pantserwagens, waarvan beelden zijn, of neergeschoten.
Klasgenoten
Wat zit er zoal in een Arabische les in Cairo, oplettend lezertje/? Nou, om te beginnen zijn de meesten jong. Studenten of net afgestudeerd. Ze komen overal vandaan. In mijn klassen zitten Zweedse, Belgische, Nieuw Zeelandse, Italiaanse, Amerikaanse, Schotse, Estse, Duitse, Zwitserse, Algerijnse en dus een Nederlandse student. Waarom doen ze het? Er zijn er een paar met een Egyptische vader, die nu eindelijk de taal willen leren, of die buiten hun vaderland zijn groot geworden. Er zijn studenten MSA bij, die nu prima kunnen lezen en schrijven maar geen gesprek kunnen voeren. Er zijn journalisten en fotografen in de dop, die hier een toekomst zien in het midden-oosten. Er zijn er die in Palestina willen gaan werken, of aan de AUC willen studeren, de Amerikaanse Universiteit hier. Ze zijn hier een maand, drie maanden, een half jaar of een jaar. Stuk voor stuk slimme, vaak zeer serieuze jonge mensen, met al heel wat landen in hun koffertje. De nationaliteiten zoeken elkaar op, maar het mengt makkelijk. Hier en daar een wat oudere zoals ik. Dan gaat men er automatisch van uit dat je werkgever betaalt. In het geval van F. een Duitse ingenieur, zal dat wel zo zijn, hij was hier al vaker. In mijn geval: eigen schuld, dikke rekening. Maar wat een plezier hier tussen al die wereldburgers les te krijgen. Zoals een klasgenoot het samenvatte die geen gebrek aan zelfvertrouwen heeft: “we zijn slim, we zijn nieuwsgierig en ondernemend en we staan open voor andere culturen. We zijn excellent.”
Het Engelstalige meisje naast mij aan haar telefoon: “Nee, ik kom niet via Parijs terug, ik moet begin november in Duitsland zijn voor mijn stage daar, maar als ik nu toch nog iets anders tussendoor moet doen, moet ik even kijken hoe het met de lessen hier gaat. Ik bel je terug.”
Huismussen, die hebben ze hier helemaal niet.









