Sponzen

Sponzen zijn het, oplettend lezertje, de nieuwe parlementsleden in Tunesie. De leden die wij op bezoek hadden waren lid van de commissie belast met voorbereiden van allerlei wetten over staatsinrichting, de grondwet en de verkiezingen. Ze kregen dus keer op keer een inkijkje in onze staatsinrichting, met al zijn mogelijkheden en beperkingen. Vooral de plaats en bevoegdheden van onze gemeentes kreeg hier aandacht. Na iedere uiteenzetting waren er meer vragen dan er tijd was ze te beantwoorden. De waarde van een bezoek als dit is dan ook dat er contacten gelegd worden, visitekaartjes en beloftes uitgewisseld. Het gezelschap sloeg zich manhaftig door het volle programma, met korte pauzes. De indrukken moeten voor hen helemaal overweldigend geweest zijn. Zoveel informatie, tegen de achtergrond van ons regeringscentrum. Heel oud naast heel nieuw, en allemaal gebouwd om te imponeren. Je zult maar niet veel gereisd hebben. Dat was overigens niet het geval voor alle leden. Er waren er met een flinke staat van dienst die al eerder Europa bezochten. Maar voor de nieuwkomers moet het heel wat zijn. Onze straatnaambordjes kunnen vaak nog aanleiding zijn voro een stoomcursusje geschiedenis. Hoe dat zat met al die prinsen en regenten en Koningen, en hoe we gekomen zijn tot ons stelsel en wat er daarvoor was. Dan weet je als Nederlander gelijk weer hoe vreemd die dingen soms groeien, en hoe er altijd nog ruimte is voor verbetering.

Want we hebben heel wat vreemde verdelingen in geld, en zeggenschap, in centrale en decentrale overheden. Hoe ieders rol daarin is, is voor ons soms al om je wenkbrauwen bij op te trekken, maar voor iemand met een frisse blik valt er nog meer te verbazen.

Niet alles verdient naleving, als was het alleen maar omdat waar je aan gewend bent alleen alom die reden goed kan werken.

Deze mensen verkeren in de unieke en benijdenswaardige positie dat ze een nieuwe start kunnen maken. Dankzij de vele sprekers deze maandag hebben ze genoeg informatie om bepaalde zaken verder uit de diepen en te onderzoeken. Met het zware programma dat er nog in Duitsland is, zullen ze beladen weer naar huis gaan. Hopelijk hebben ze in Berlijn nog gelegenheid iets meer van de omgeving te zien. Want alleen een fotostop voor het Vredespaleis (op hun uitdrukkelijk verzoek) dat is wat mager om mee thuis te komen.

Na deze dagen heb ik er dubbel zin in mijn steentje bij te dragen aan de nieuwe koers van dit oude land, met een nieuwe staat.

 

 



Als ik mijn laptop sluit, ga ik op weg naar Schiphol, oplettende lezertje. Dat gebeurt vaker, vooral deze tijd van het jaar, maar ik stap daar niet op het vliegtuig. Integendeel, ik ga daar een kleine dertig bezoekers verwelkomen. Voornamelijk parlementsleden uit Tunesie. Ze zijn een week te gast in Den Haag en Berlijn, om kennis te maken met ons democratisch systeem. In november werden zij verkozen en van hen wordt verwacht dat zij de omwenteling verder helpen op een wijze die recht doet aan het hele volk. Geen eenvoudige opgave in een land waar politieke vrijheid lang ver te zoeken was. Het resultaat is nu onder anderedat van veel partijen nog meer partijen zijn gekomen, het splintert wat af. Dat hoeven ze dus al niet meer te leren in ieder geval. Met de komende gemeentelijke verkiezingen is het van belang dat ze weten hoe je een evenwichtige kieslijst samenstelt, hoe je minderheden een plek en een stem geeft. Een uitdaging, ook hier in Europa is nog fors ruimte voor verbetering. Het eerste dat ze zullen zien van Nederland is een grauwe regenachtige lucht, als het weer niet snel verandert. Maar ik hoop dat de komende week ze ook heldere vergezichten zal geven.

Vanaf nu dus weer regelmatig een blogje hier, over de ontwikkelingen in Tunesie en mijn werk daar.

Ik heb hier niet veel geschreven over Egypte, oplettende lezertje, de laatste maanden. Het ging zijn gang, ik was niet daar, en ik wil niet hier naschrijven wat anderen berichten in de media. Dit blog is bedoeld voor mijn persoonlijke observaties.

Wie het Midden-oosten een beetje volgt weet dat de voorronden voor de presidentsverkiezingen achter de rug zijn, en dat de eindronde volgt. Wie het een beetje volgt weet ook dat de rechtszaak tegen Mubarak en anderen voorlopig tot een uitspraak heeft geleid. Als u het volgt weet u ook dat die uitspraak niet goed viel. Niet bij voorstanders van Mubarak, die vonden zijn straf te hoog; niet bij tegenstanders, die waren nog veel meer ontevreden. Sommigen vonden de straf niet hoog genoeg, anderen hadden bezwaar tegen het feit dat de echte zaken niet beoordeeld zijn, dat velen de dans ontsprongen, en dat er nu kennelijk niemand verantwoordelijk was voor het bevel op demonstranten te schieten. Ook corruptie heeft niet plaatsgevodnen of valt buiten de bevoegdheid van de rechter in deze zaak. Wordt vervolgd, niet alleen door hoger beroepen, maar vooral ook door meer onrust.

Het Tahrir plein staat weer vol, in veel steden zijn demonstraties. Waar de partijen elkaar bevochten in de voorrondes, zijn ze het nu weer allemaal eens: dit kan niet.

Gisteravond zochten twee van de Ahmeds die ik leerde kennen tijdens mijn weken op het plein contact op Facebook. Twee Ahmeds, wier leven in het teken van de revolutie staat.  Zij waren bij de eerste revolutie, ze waren bij de revolutie in november, ze waren er toen er dagelijks doden vielen in de strijd om brood, vrijheid en sociale rechtvaardigheid.

De ene Ahmed zit nu weer op het plein, samen met alle presidentskandidaten op Shafiq na en samen met duizenden anderen. Er was nog geen geweld, schreef hij, maar hij hield er rekening mee. Hij noemde het de volgende stap in de revolutie en vroeg mij voor hen te bidden.” Linda, we miss you on the square. Pray for us.”

De andere Ahmed woonde niet in Cairo, hij kwam uit de delta, had problemen met zijn familie omdat hij ook zijn persoonlijke vrijheid zoekt. Onvermoeibaar werkte hij die weken op het plein, zonder geld, zonder onderdak, maar energiek en strijdvaardig.

Hij kwam toevallig ook diezelfde avond in de lucht op Facebook. Was hij op het plein? Nee, hij was in Maadi, in een apotheek, waar hij nachtdienst had. Werk heeft hij gevonden, zodat hij in Cairo kan blijven. Met zijn familie is het nog steeds niet goed. Moeilijk te aanvaarden vindt hij dat, maar het is niet anders.

Twee gewone jongens uit Egypte, ongeveer even oud, met ongeveer dezelfde opleiding en dezelfde idealen. De golven van de revolutie namen ze op, gooiden ze samen op het plein, scheidden hen weer en smeten hen weer neer. De een op het plein, dan ander in een rustige buitenwijk.

Het zou mij niet verbazen als volgende golven hen weer samen brengen voor dezelfde zaak op dezelfde plek.

Cadeautje

Af en toe krijgt een mens cadeautjes in zijn leven. Bij sommigen meer, bij sommigen minder. In mijn geval meer, vind ik persoonlijk. Ik bedoel niet die cadeautjes met een papiertje en een strik, ik bedoel al die voorvallen, situaties, ervaringen maar vooral mensen die het leven boeiend en aangenaam maken.

 

Vrijdag kreeg ik weer zo’n cadeautje. Bij de Algemene Gelegenheid, beter bekend onder de naam lintjesregen, had het Hare Majesteit behaagd mij Lid in de Orde van Oranje Nassau te maken, samen met nog 24 stadgenoten en zo’n drieduizend landgenoten. Nu heeft de Majesteit daar waarschijnlijk zelf weinig weet van gehad, maar degenen die verantwoordelijk waren voor de aanvraag des te meer.

ik weet van zelf een keer zo’n lintje aanvragen voor iemand, hoeveel werk er zit in zo’n aanvraag, in de verwerking, de ondersteuning en in de plannen voor de uitreiking. 

in mijn geval was er na afloop nog een geweldige lunch geregeld door veel lieve vrienden, kwamen mensen van ver om het bij te wonen, staat mijn huis nu vol bloemen en komen er nog steeds felicitaties binnen. Je doet het er niet voor, het werk waar ik het aan te danken hebt ligt voor een groot deel achter me, niet verenigbaar met mijn vorige of huidige functie. Dat werk deed ik niet voor een lintje, maar omdat ik het de moeite waard vond. Maar de liefde, warmte en waardering die er kenbaar werd gemaakt die dag, het plezier dat het ook anderen gaf het voor mij te doen: dat alles is veel meer dan een lintje op je revers die ene dag in je leven.

Een van de felicitaties zei terecht: het geeft weer inspsiratie. We gaan dus door op de ingeslagen weg. Noblesse Oblige. Dank, dank, iedereen die hieraan heeft meegewerkt en bijgedragen

Witte jassen

Als het fout loopt in Egypte en de buurlanden, als demonstraties groeien en uit de hand lopen, als er gewonden en doden vallen, dan komen de veldhospitalen in werking. In moskeeën, in een kerk, op straat. In november waren er op een gegeven moment zo’n vijftien stuks actief op het Tahrirplein. Open en bloot, zonder welke dekking ook maar, deden ze hun werk.

Er is een organisatie die begint, via Facebook en Twitter komen er oproepen. Jonge studenten komen vaak als eerste en strijken neer waar de nood het hoogst is op dat moment. Oudere artsen melden zich aan. Soms tandartsen, psychiaters. Vaak moeten ze uren rijden om een dagje dienst te doen. Het is zwaar, het is hard, het is gevaarlijk. De artsen zijn herkenbaar aan witte jas en stethoscoop om de hals, als ze boffen hebben ze een gasmasker, als ze boffen wordt er niet op ze geschoten. Soms boffen ze niet en worden ze geraakt, gewond, gedood.

De jassen werden ook gebruikt door de runners, de jonge mannen die met nieuwe medicijnen langs die veldhospitalen gingen, in de hoop dat ze makkelijker doorgang hadden, en minder risico liepen. Vaak werkte dat, soms ook niet. Een witte jas is dus in die demonstraties een kledingstuk met een bijzondere betekenis, een kledingstuk dat met trots, soms in wanhoop, en in afnemende gradaties wit gedragen wordt naarmate de opstand langer duurt. De beelden op televisie en YouTube, velen van ons proberen er niet naar te kijken, te bloederig, te hard, te veel de rauwe werkelijkheid.

En hier in Nederland wordt zo’n witte jas ook wel eens gedragen door een medewerker van Eyeworks die in het VUMC de spoedeisende hulp post filmt…. want we willen natuurlijk af en toe best bloed zien.

Herhaling

Hierboven had ook iets andes kunnen staan, oplettend lezertje. “Dom”, zou een titel hebben kunnen zijn. “Voetbal” was een mogelijkheid geweest. “Muur”, ook een woord dat ik had kunnen gebruiken. 1 Februari een vreselijk incident met 72 doden na afloop van een voetbalwedstrijd in Egypte. De volgende dag de hele dag Egypte in het nieuws. Iedere radioshow of reportage had er iets over te melden, en ieder half uur een update. Ongekend, ik twitterde het volgende: “75 doden dus Egypte al hele dag in het nieuws. Als het maar voetbal is.” Daarop werd ik door een volger voor cynisch uitgemaakt. Toen ik wees op het feit dat als er dagenlang elke dag doden vallen in Egypte, ik toch veel minder hoor en zie, en ook Syrie zich in niet zoveel belangstelling van de media mag verheugen, was het antwoord: “Alles went”. Cynisch, inderdaad.

Mijn volgende tweet hierover zei: “Als voetbalrellen inderdaad opzet zijn van hogerhand, dan is dat mogelijk een fatale fout. Kon het tij wel eens definitief keren voor SCAF.”

Als ik mijn kranten zo eens lees, ben ik niet de enige die er zo over denkt. De complottheorieen hebben de overhand in de verklaring voor de rellen. Dat het alleen om een groep supporters zou gaan die de tegenstander eens flink de les leest: ik vond niemand die dat gelooft. Ik geloof dat ook niet trouwens. Wat ik gezien heb het afgelopen jaar: iedere keer als het dreigt rustig te worden schiet het regime in een reactie die de agressie weer doet oplaaien. De sit-in dreigde te verlopen in verveling: aanvallen op demonstranten, doden, gewonden en brand. Toen de Kopten vreedzaam betoogden: een agressieve aanval en het leger dat demonstranten dood reed. Het zjn maar twee voorbeelden. Officieel zou de noodtoestand moeten worden opgeheven: “behalve als de situatie dat niet toelaat” was het voorbehoud. En zie, een situatie die weer uit de hand dreigt te lopen. Of liever gezegd, al uit de hand is gelopen. Tientallen doden inmiddels in de dagen na die van de wedstrijd. Hoort u het nog op de radio? Al Jazeera, ja, die laat het zien, maar hier in Nederland hebben we het over de sneeuw, de files en de mogelijke elfstedentocht.

De muur in Mahmoud street, opgetrokken om het Ministerie van Binnenlandse Zaken te beschermen, is inmiddels door de demonstranten neergehaald. Ik twitterde daar over toen hij werd gebouwd dat muren nog nooit iets hadden op gelost, niet in China, niet in Schotland, niet in Dutsland en niet in Israel. Er kwamen er nog een paar bij, maar wie kwaad is vindt een weg. Dus kom ik weer tweets tegen die vragen om saline vloeistof, oogdruppels en melk (tegen het traangas). Zie ik berichten dat het hospitaal in de kerk mensen nodig heeft om te helpen. En kan ik raden dat de hospitaaltjes achter Hardies en in de moskee ook op volle toeren draaien. Ik zie bekende taferelen op TV. Ook die “gewone supporters” die het incident van 1 februari veroorzaakten zijn een herhaling. Precies een jaar eerder waren het “gewone” kamelen en paarden verhuurders, die “geheel spontaan” de demonstranten aanvielen.

Ja, zult u zeggen, voetbalsupporters zijn geen demonstranten. Niet juist. De Ultra’s van Al Ahly en de supporters van Zamalek, beiden uit Cairo, stonden in de frontlinies bij alle gewelddadigheden het afgelopen jaar.

Als dit incident een poging was tot meer chaos van het regime, als dit gedaan is onder het motto ” verdeel en heers”, dan krijg ik denk ik gelijk. Dan kon het regime wel eens veel meer afgebeten hebben dan ze zo snel weg kunnen kauwen. Voorlopig is het nog onrustig op straat. Te veel mensen hebben niets meer te verliezen.

 

Wie

Een opvallende discussie in mijn lijfkrant het NRC afgelopen week. Voor mij interessant in ieder geval, oplettend lezertje. In het eerste stuk gaf Petra Stienen, Midden-Oosten expert als mening dat het wellicht nog niet opschoot met de revolutie in Egypte, maar dat het toch goed zou komen. Ze zag veel vastberadenheid, en meer politiek besef. In het tweede stuk reageerde Maarten Zeegers, ook Midden-Oostenexpert. Hij dacht dat het helemaal niet goed zou komen, de Islam had er voor gezorgd dat het in Egypte nu veel bekrompener is dan in de zestiger jaren, en dat veel meer vrouwen dan toen bedekt door het leven gaan. Dat laatste is niet te ontkennen en werd door hem als bewijs gezien dat het voorlopig alleen maar de verkeerde kant uit ging. Het was niet een achterstand in tijd, het was een essentieel gevolg van de benauwende Islam.

Dat kan waar zijn, dat die Islam nu meer of een andere invloed op het leven heeft in Egypte, en landen in de omgeving. Maar dat kan zeker ook een kwestie van tijd zijn. Ontwikkeling is geen rechte lijn, de geschiedenis gaat in golven. Wij denken dat wij nu in Nederland het meest moderne standpunt innemen op vele gebieden sind de laatste 2000 jaar, maar dat is natuurlijk maar de vraag. Wat vijftig jaar geleden niet kon, was tweehonderd jaar geleden misschien wel heel normaal (ongehuwd samenwonen bijvoorbeeld). Bovendien komt het economisch aspect bij hem helemaal niet aan de orde. Hoe kan het, dat die Islam een nu veel benauwender invlod heeft, dan zeg vijftig jaar terug? Daar gaat Maarten niet op in, volgens hem is dat inherent met dat geloof.

Er zijn studies op te zoeken die een direct verband te zien geven tussen de roklengte en de economische situatie van een land: economie achteruit, rokken omlaag. Nog zo een: land in nood, kerken vol(ler).

Zoiets zien we volgens mij in het Midden-Oosten ook. In de zestiger jaren zaten veel landen in een economische boost, het zelfvertrouwen was groot, zeker in Egypte. Sinds die tijd is er veel niet gelopen als gehoopt. De afgelopen decennia zochten velen hun heil in het buitenland, om geld te verdienen. Voor een groot deel in de Golf, waar het Wahabisme hoogtij viert. Daar zit je dan, als gastarbeider, in vaak matige omstandigheden. Geld te verdienen en sparen voor thuis. Dan is de link met de moskee zo gelegd, en daar hoor je wat er allemaal ten grondslag ligt aan het feit dat jij nu niet thuis bent. Een reden die je wel of niet kunt geloven, maar wie biedt een alternatief?

Ik ben misschien een aartsoptimist, en ik ben zeker geen Midden-Oosten expert. Ik ben zelfs niet zo heel erg gecharmeerd van het werk van Petra Stienen. Maar ik deel wel haar optimisme over Egypte, en om dezelfde redenen: ik heb te veel jongeren ontmoet, die onverzettelijk zijn in hun streven naar een beter leven. Brood, vrijheid en sociale gerechtigheid. Voor henzelf, voor hun kinderen. Het komt goed.

Vlag

Ik zag gelijk dat hij bijzonder moest zijn, die vlag. Een week in de nieuwe revolutie van november stond hij, trost maar duidelijk al vaak gebruikt, bij een tent voor de Mogamma. Als de jongelui uit die tent ergens heengingen, ging de vlag mee. Hij moest dus betekenis hebben, oplettend lezertje, meer dan zo maar een vlag, die overal op het plein te koop zijn. Tot ik hem, terug in Holland, tegenkwam in een televisie documentaire, wist ik niet wat die vlag betekende. De zuster van Mina Daniel nam die vlag en liep er mee naar een nieuwe muur in Mahmoud Street, en schreeuwde de machthebbers haar woede in het gezicht. Haar broer kwam om bij de Maspero rellen in oktober, en overleefde die niet. Vervolgens wilde het regime hem de schuld van die rellen in de schoenen schuiven. Van slachtoffer naar dader. Dat pikt natuurijk niet iedereen, en zeker niet Mina’s vrienden en familie. Dus dit is zijn vlag, Mina’s vlag, die trots op zijn stok is waar de activisten zijn. Om het regime te laten zien, dat je mensen kunt vermoorden, maar niet de geest van verandering en vernieuwing die nu rondwaart op het plein en in het land. Niet bij iedereen, niet overal, maar genoeg. Die vlag is vast vandaag op het plein geweest. De activisten waar ik gisteren over blogde, zijn gisteravond vrij gelaten. Maikel Nabil leeft nog, en heeft niets van zijn geest en strijdlust ingeboet. Er is maar een weg voor het regime. Iedereen weet dat, zij zelf ook, denk ik. Maar ze willen het nog niet geloven.

1 Jaar

Morgen is het een jaar geleden dat in Egypte de revolutie begon. Eerst in Suez, als demonstratie, maar bij de eerste dode realiseerde men zich daar dat het meer was dan dat. Wat is er bereikt? Mubarak staat terecht met veel vertragingen. Politieagenten die beschuldigd zijn van de dood of mishandeling van demonstranten werden vrijgelaten of mochten op borgtocht naar huis. Maikel Nabil zit al 10 maanden vast, at niet, kreeg nauwelijks medische behandeling, heeft een cel van een meter in het vierkant. Bijna 2000 activisten kregen afgelopen zondag een pardon, maar worden toch nog niet vrijgelaten. De arrestaties gaan door, de corruptie is niet aagnepakt, het leger heeft nog steeds 30 % van de economie in handen. Er wordt met excessief geweld opgetreden tegen activisten en demonstatenten. Het geweld tegen vrouwen is niet verminderd, de armen zijn nog steeds arm.

Niets bereikt dus? Ja zeker wel. De angst is weg, de geest is echt uit de fles. Er wordt, ondanks het geweld van staatswege, nog steeds gedemonstreerd. Er wordt actie gevoerd, geschreven, geblogd en er zijn talkshows op tv. Er wordt gediscussieerd, door links en rechts, door oud en jong, door mannen en vrouwen, door meer en minder conservatieve moslims, door meer en minder conservatieve Kopten, door seculieren en liberalen. Er is hoop, er is vertrouwen en er is vastberadenheid. Er is een parlement dat door 70 % vanbevolking wordt gesteund, bij een opkomst van ruim meer dan die helft die wij hier niet halen.

Het zal nog even duren voordat er gelijke rechten zijn en corruptie is teruggedrongen. Het al nog even duren voordat werk beschikbaar is voor degenen die goed opgeleid van school komen. Het zal nog even duren voordat niet 40 % onder de armoede grens leeft. Het zal nog even duren, maar het is begonnen, en het zal voorlopig niet stoppen. Een kaarsje op de taart, wat het feestje brengt morgen: niemand die het weet. Maar uiteindelijk zal dit moeten leiden tot wat men vroeg vorig jaar: brood, waardigheid, sociale rechtvaardigheid. Niet meer, niet minder.

.