Zo: thee, suiker, sap, rijst, blikken boontjes, kaas, olijfolie, zeep, shampoo. Het is allemaal weer in huis, oplettend lezertje. Vanochtend gekocht bij de kruidenier in de buurt. Die heb je hier nog, buurtwinkeltjes. Ze zijn inimini, ze hebben een beperkt aanbod, maar ze zijn vriendelijk. Drie mensen hielpen met het inpakken van de spullen in mijn tas. In mijn beste Frans de bestellingen gedaan, boodschappen mandjes zijn er niet. Waar ik vandaan kwam, hoe lang ik bleef?
Daarna door naar de groenteman, helemaal de andere kant op. Om de hoek zit ook een stomerij, waar ik denk ik alles ook kan laten wassen, en een slager is er ook. Vijf minuten met de auto, die ik niet heb, zit een grote supermarkt. Groter is mijn wereld nog niet, deze eerste dag. Ik woon in een buitenwijk, er zitten hier ambassades, bedrijven en grote woonhuizen. Het type waar de bmw’s binnen de muren staan geparkeerd. Over die muren bougainville, plumbago, jasmijn. Maar die heb ik ook naast mijn minihuisje groeien. In de tuin het geluid van de tuinman, die driftig aan het knippen is. Overal zijn die mannen bezig. Radiootje erbij met slangenmuziek voor het werkplezier.
In de buurt ook een stadion, en nog iets verder lopen een park. Dat ga ik allemaal nog ontdekken. Alle huizen wit, de daken plat of met geglazuurde pannenrandjes gedekt.
Nog geen echt schema, nog geen echte activiteiten, dus ik rommel wat aan.
Er is een schommelbank in de tuin, daar ga ik denk ik maar eens een boekje zitten lezen. De zomer is hier nog lang niet afgelopen.
Niet veel mensen snappen waar iik mee bezig ben, en zelf snap ik het geloof ook ook niet helemaal. Hoe het ook zij, ik zit weer eens in een buitenland. Tunis is voor drie maanden mijn thuis. Minder spannend dan toen ik vertrok naar Cairo, maar toch weer een uitdaging. Ik ben hier een paar weken geleden geweest, heb toen mijn woonruimte gevodnen en kende dus mijn hospita al. Anders dan vorige keer, toen ik in een wildvreemde stad naar een ongbekend adres werd gebracht door iemadnd die ik nooit eerder zag of sprak.
Na een reis met een lange tussenstop in Marseille was ik halverwege de avond in Tunis. Daar gelijk een 3g modem gekocht, met de bedoeling dat ik in een wip op het internet zou zijn na aankoms in mijn nieuwe onderkomen. Volgens beproefd recept, taxi vinden en dan Leila bellen die de chauffeur de weg wijst, kwam ik na een kort ritje aan. Vriendelijk verwelkomd door Leila en haar nichtje. Was de studio die ik nu bewoon vorige keer wat stoffig, nu is hij blinkend schoon en zijn alle muren fris gewit. Er staan zelfs echte rozen op tafel om mij te verwelkomen en een bordje fruit en koekjes, wat sap, water en thee maken het welkom compleet. De koffers liggen inmiddels leeg opgeslagen, de kleedjes weer opgerold naast het bed, zodat mijn blote voeten lekker de koele tegels raken. De satelliet-tv wil niet werken, terwijl hij het eerder vandaag wel deed. De usbmodem krijg ik ook niet aan de praat, maar gleulukkig heb ik ergens iemand in de buurt met onbeschermd internet waar ik dankbaar misbruik van maak. Morgen maar eens zien of ik alles aan de praat krijg. Dan eens kijken waar ik ben en hoe mijn straat geschreven wordt, want Googles maps kon het niet vinden. Vervolgnes ergens een supermarkt op trommelen. Mijn hopsita kan helaas niet rijden, zij is recent geopereerd. Maar het zal wel losplopen. Met een beetje geluk vind ik hier ook genoeg te doen om mij bezig te houden. De eerste uitnodigingen zitten al in mijn mailbox, dus zorgen hoeft u zich weer niet over mij te maken, oplettend lezertje.
Het zelfde, en toch anders. Het leven is een feest.
Help! Nog vier nachtjes slapen, dan vertrek ik weer voor drie maanden naar verre oorden. Nou ja, ver…Tunesië dit keer, dus het valt mee. Je denkt dat zo’n vertrek veel werk met zich mee brengt, en ik heb dan ook steeds het gevoel dat ik iets moet gaan doen, maar wat?
Hoe vaker je vertrek, hoe meer routine je opbouwt. Voor koffers pakken heb ik geen dagen nodig, gewoon zorgen dat je regelmatig een wasje draait is genoeg. Het huis schoonmaken? Op het laatste moment. Auto wassen? Maandag maar, als de temperatuur weer aangenamer is. Reispapieren en verzekeringen? Allemaal al geregeld, evenals ticket en woonruimte dit keer. Dan blijft er niet veel over. Bovendien vertrek ik naar een land waar van alles te krijgen is en waar ik bewegingsvrijheid heb. Dus niet: neem het mee of doe maanden zonder, nee gewoon hetzelfde als een weekendje weg, want je kunt daar alles aanschaffen dat voor dagelijks gebruik nodig is. De wereld ligt aan je voeten met je paspoort en je creditcard zeg maar. Daar ter plaatse maar eens zien of men een interessant aanbod voor mobiel internet heeft, want onze eigen KPN komt niet verder dan een EU bundel (als dat al lukt tenminste).
Dus rest er niet veel meer dan afwachten, vrienden bezoeken en … een actie op starten!
De actie Den Helder Helpt Dhehibe, ook voor niet Heldenaren. Ik ga proberen de inrichting voor een kinderopvang in het grensdorp Dhehibe bij elkaar te bedelen. In het blogje “Stuk” en op de facebook pagina http://www.facebook.com/DenHelderHelptDhehibe leest u meer over de actie. Geld overmaken kan naar rekening 46.33.25.141 ovv Den helder Helpt Dhehibe. Ik houd u hier en op facebook en Twitter op de hoogte van de ontwikkelingen. Help!
Toevallige ontmoetingen, oplettend lezertje, ze kleuren je dag. Vorige week had ik er weer zo een. Met oud-collega S, tussen twee banen in Afghanistan uitpuffend in Amsterdam, dineerde ik aan de zomerse Brouwersgracht. Wij spraken over Irak, waar we samenwerkten, over het nieuwe werk in Afghanistan, over mijn verblijf in Egypte en Tunesië. Er waren niet veel tafeltjes buiten, deze mooie avond, dus aan onze zespersoons tafel kregen we gezelschap van twee dames, die geïnteresseerd meeluisterden. Op een gegeven moment wilden ze iets vragen over Afghanistan en er ontspon zich een leuk gesprek. Had S ooit P ontmoet in Afghanistan, die daar ook werkt? Ja, S kende die dame wel, en zou haar veel vaker willen zien dan alleen de korte ontmoetingen onderweg. Welnu die P, dat was het nichtje van een van onze tafeldames. Duidelijk een favoriet nichtje, die een goed huwelijk werd gegund. S’s nieren werden geproefd en de dame vond hem geschikt trouwmateriaal. Ze zou een goed woordje doen voor S bij P. E-mailadressen werden uitgewisseld, we gingen gezamenlijk aan het dessert en hadden een uitstekende avond. Het is niet zo vreemd in Amsterdam als Amerikaan twee andere Amerikanen tegen het lijf te lopen. Maar de tante te ontmoeten van iemand die je een have wereld verderop hebt leren kennen: hoe groot is die kans? Laten we hopen dat het wat wordt tussen S en P, want als het tot trouwen komt sta ik bovenaan de gastenlijst. Duimen dus maar!
Vrijheid is niet vanzelfsprekend, en voor sommigen zelfs een vaag begrip. Als het goed is zijn jouw en mijn vrijheid geen concurrent van elkaar. Helaas zien we dat het niet altijd goed is, dat de vrijheid van de een de beperking van de ander is. In de landen van de Arabische Lente, onder de dictaturen die nu het veld ruimden en ruimen, was er vrijheid voor bepaalde groepen, en beperking voor en zelfs vervolging voor anderen. In Egypte hadden de MB leden het zwaar, in veel landen de zeer gelovigen, in bijna alle landen waren de rechten voor vrouwen en hun bewegingsvrijheid beperkt. In Tunesië leken de rechten voor vrouwen prima. Er waren wel beperkingen, maar Ben Ali maakte goede sier met zijn seculiere staat. De zeer gelovige en behoudende moslims, degenen van de baarden en de sluiers, hadden minder ruimte. Na de val van Ben Ali ijveren zij voor meer vrijheid, het recht op een hoofddoek in bijvoorbeeld Universiteiten. Dat zou op zich geen drama moeten zijn. Vrijheid is vrijheid, bepaal lekker zelf wat je draagt. Maar als altijd dreigt het gevaar van de schaal die de andere kant op beweegt. Wat onder lag komt boven, wat boven lag, verdwijnt omlaag. Zo ook de vrouwenrechten in Tunesië. Al was het niet perfect, al bleef er nog te wensen: vrouwen konden studeren en werken, kleding was hun eigen keuze. Met de bewegingen rond de nieuwe grondwet die in de maak is, lijkt dat laatste niet meer zo vanzelfsprekend. In artikel 22 (bij ons artikel 1) stelt men dat er gelijke rechten zijn voor iedereen. Met artikel 27, goedgekeurd door de commissieleden, wil men de rechten van vrouwen beperken en diezelfde rechten alleen zien, als die van een vrouw als metgezel van de man en deel van het gezin. De talloze vrouwen die een zelfstandig bestaan hebben in Tunesië zien het met zorg gebeuren. Zij leggen zich er niet bij neer .Ze gingen de straat op, afgelopen week en vandaag. 13 Augustus is De Dag van de Vrouw in Tunesië. Met hun borden de afgelopen week, hun aanwezigheid op straat in het centrum en voor het parlement, lieten zij duidelijk weten dat vrouwenrechten alleen dan rechten zijn, als ze uitgaan van gelijkheid in de wet.
Tunisisa is a Lady, is de kreet. De MENA landen kunnen zich het niet veroorloven de helft van hun bevolking op een zijspoor te zetten. De ontwikkeling van een land gaat sneller bij gelijke rechten voor vrouwen. We kunnen er niet genoeg op blijven hameren, dat economisch persepctief. Maar los daarvan: gelijkheid voor allen. Vrouwenrechten zijn gelijke rechten zijn mensenrechten.
Ik volg zo veel mogelijk het nieuws in het Midden-Oosten, ik volg veel bloggers en tweeps en krijg zo van alles binnen. Teksten, nieuws en beelden, foto’s en filmpjes van mensen ter plaatse. De laatste tijd dus veel beelden uit Syrie. U ziet het ook op televisie, het gaat daar niet goed, in de burgeroorlog, die nu eindelijk ook in de media hier als zodanig wordt betiteld, stierven al vele duizenden. Strijders maar ook burgers. Dat wordt allemaal vastgelegd door degenen die daar ter plaatse zijn. De jongens met de mobieltjes die ons willen laten zien wat er gebeurt, onze steun vragen, hun ontzetting willen delen. Vandaag zag ik beelden van een groep slachtoffers, opgenomen door weer zo’n jongen. Ze hadden de slachtoffers een dag lang op straat moeten laten liggen vanwege de beschietingen. Daar lagen ze, mannen, vrouwen, veel kinderen. Kapotgeschoten, verbrand. Soms één mens, aan twee kanten van de weg. Ik zie het aan, op klein beeld, zonder geur. Die jongens en vele als zij leggen dit vast, horen, voelen en ruiken wat wij op afstand zien met regelmaat. Mensen die ze kennen, mensen die ze niet kennen. Aan de reacties van degenen die filmde kon je horen dat het hem moeite kostte. Ze renden van groep naar groep, schreeuwden hun woede uit tegen de heerser Assad. Een riep terecht: waarom moeten wij dit zien, dit is onmenselijk. Lang nadat de officiële strijd gestreden is zullen deze beelden, op camera en in de hoofden van de overlevers, hun sporen nalaten. Ze zullen zich uiten in de problemen van de ooggetuigen en overlevers, psychisch, lichamelijk. In Tunesië ontmoette ik mannen die nog dagelijks lijden, medicijnen nodig hebben waar het geld voor ontbreekt. De ervaringen, de beelden zullen nawerken in hun reacties, in de woede en de haat die zij voelen. Hoe dit zich zal uiten? Laten we hopen dat ze die woede kunnen omzetten in energie die mee helpt aan verbetering. Maar voor de hand liggend is, dat een flink aantal zelf over zal gaan tot geweld, tot wraak, to blijvende agressie. Nee, het is nog lang niet afgelopen, ook niet als dictators opstappen. Wie zaait, zal oogsten.
Het heen en weer vandaag. Eerst weer een hotel kamer uit, een eerlijke taxichauffeur zoeken en naar kantoor. Daar wachten op de project manager die helaas na enig wachten verhinderd bleek naar kantoor te komen. Bagage overgepakt, chauffeur opgetrommeld en naar haar huis adres. Daar informatie uitgewisseld, afspraken gemaakt en chauffeur weer opgezocht voor de rit naar het vliegveld. Ze zeggen wel dat ze wifi hebben daar, mijn telefoon zegt ook dat hij wifi ontvangt, maar daarmee een verbinding leggen, dat gaat te ver. Dan maar een boekje lezen, goed voor de geest. Zonder vertraging de vlucht naar Lyon uitgezeten, op stoel 1A. Normaal zit je dan business class, maar daar deed dit vliegtuig niet aan. Heerlijk ruim gezeten dus met utzicht op zee en als eerste het vliegtuig uit. Dat betekent dat je dan langer in de warme bus kunt zitten (dat wel) wachten voor de rit naar de terminal. Daar moet je dan uit-, en weer opnieuw inchecken. Dat is niet overal zo, en de bordjes van Schiphol zijn beter dan elders. Uiteindelijk komen we waar we wezen willen, ook hier wel internet, maar geen gratis wifi: Madame, nous sommes en France. Hier doen ze niet aan die onzin van gratis. Maar wel thee, net als op het vliegtuig in Tunis trouwens. Vliegvelden zijn een soort internationaal niemandsland en op de kleinere en meer exotische na (zoals bijvoorbeeld Basrah, of Juba) bieden ze allemaal hetzelfde, met variaties. Dus zitten we hier nu op het overdekte terrasje van 221, links een Russiche, rechts een Nederlander, verderop een Engels sprekende Francaise, onze telefoontjes te raadplegen, zaken gesprekken in het Nederlands over miljoenen contracten te voeren in de veronderstelling dat niemand dat verstaat (of hij wil weten dat hij Jan Pronk persoonlijk kent, dat kan ook natuurlijk) en te wachten tot we weer in mogen stappen. Dan Schiphol (wifi! Gratis!) de trein (wifi! Gratis! Nog.) en dan mijn persoonlijke chauffeur voor vervoer naar huis. Het zoveelste verschillende bed deze afgelopen week. Wat zal ik lekker slapen vannacht.
Ze leiden ons het huis rond. Kijk hier, en hier en hier, en deze muur, en deze. Ook de keuken, kijk maar. Alle muren, dikke scheuren, door en door. Schade door de beschietingen op dit gebied. De huizen liggen op dezelfde heuvel als het jeugdhuis, waar de vluchteingen onderdak hadden. Met kleiner en met groter kaliber. De kinderen avond aan avond wakker door het lawaai. Ze hadden maanden nachtmerries maar nu gaat het wat beter. Alleen dit jongetje van vijf, die praat niet meer en de oudste van 12 heeft nu nog nachtmerries. Veel vrouwen in deze wijk kregen miskramen, een vrouw tot drie keer toe. Doodsangst. Kijk, dze kogel ging hier door de satelietsciotel. Gelukkig was het laat en waren ze binnen. Geeen van de kinderen buiten, zoals nu laat op de avond nog. Of we ook hulp kunnen vinden voor die kinderen, die kleintjes en de grotere jongens die zoveel geweld hebben meegemaakt, die opgeschoten jongens met zo weing vooruitzichten hier in het smokkeldorp, met al die illegale wapens in omloop. De drugs en de criminaliteit. WarChild Nederland wees mij de weg naar hun speciale website, met uitgebreid vrij te gebruiken materiaal om kinderen te helpen hun trauma’s te verwerken. Nu nog vrijwilliger om zichzelf te trainen en het uit te voeren. Ze hopen dat ze het kunnen, maar ze willen het graag proberen. Alleen het materiaal ontbreekt om aan de slag te gaan. De net gebouwde kinderopvang is een leeg gebouw, geen tafeltje en geen stoeltjes. Geen schilder-, speel- of muziek materiaal. Kunnen we daar bij helpen? Wat denkt u, oplettend lezertje, kunnen we daar bij helpen? Ik krijg een lijst, als het goed is, met wat nodig is. Ik heb beloofd te helpen zoeken naar fondsen. Kapitalen zal het hopelijk niet kosten, maar ik ga ermee aan de slag. Voor de kinderen en de toekomst van dit dorp. Als u mee wilt helpen: laat het me weten. Iedere bijdrage is welkom. Ik hoor graag van u.
In de vallende schemering zit ik aan een lange tafel, gedekt voor veel mensen. De tafelkleedjes geïmproviseerd en divers. Glazen, kommen en borden van veel lokale patronen. L’ban, sap, water; schotels met dadels, salade, schalen met fruit. Het was een korte heftige week, maar veel ontmoetingen, veel informatie, veel indrukken. Deze laatste avond zijn we uitgenodigd door de vrijwilligers van Dhehiba om met hen de iftar, het breken van de vasten, te vieren. Een man of twintig zijn we en ook nu kookte A voor ons, net als voor de vluchtelingen. Aan tafel ook een aantal Libiër, die speciaal voor deze gelegenheid de grens over zijn gereden. Ik schat minimaal twee uur rijden voor hen om hier te komen, aan deze tafels op de heuvel boven het dorp. Voor het gebouw waar al die vluchtelingen onderdak vonden. Dankbaar zijn de Libiërs voor de hulp en steun die ze kregen van deze dorpelingen. Samenwerken deden ze al, dat zal nu nog sterker worden. Een ziekenhuis willen ze bouwen in de streek, waar Libiërs dan geholpen kunnen worden door Tunesische artsen. Een Free Trade Zone, om de smokkel tegen te gaan en de criminaliteit te verminderen. Een cameraman van het TV station is meegekomen en maakt beelden, voor wie weet welk station. Maar vooral is er deze avond: rust, vrede, een gezamenlijke maaltijd, en voor sommigen tussen de gangen door een gezamenlijk gebed. Voor dit moment is alles goed met de wereld.
Ze doemen weer op in mijn gedachten. Het geluid van rolkoffertjes over plaveisel en een zwijgende, eindeloze stoet mannen die lopend de grens over gaan, de veiligheid tegemoet. Dat waren de beelden die de wereld over gingen tijdens de hevige gevechten in Libië vorig jaar. Begonnen als een kleine stroom zwol het aan tot uiteindelijk zo’n kleine vijftigduizend vluchtelingen. Hongerig, dorstig, gewond kwamen ze aan en zochten ze onderdak. Het eerste dorp, de enige plek: Dheriba. Een plek van niets, met weinig eigen bronnen. Maar een ding hebben ze daar wel: naastenliefde. Toen de eerste vluchtelingen verschenen gaf A ze te eten, vanuit zijn eigen huis en keuken. Toen het er meer werden, werden ze ondergebracht in het Jeugdhuis op de heuvel. Op het hoogtepunt zaten daar 7000 man. A kookte voor hen, de mensen brachten materiaal, voedsel en drinken. Alle tijd dat ze er waren bleef A voor ze koken. We zijn allemaal buren, zei hij, we moeten elkaar helpen; het is onze aard hier in het dorp, we zijn er voor elkaar. Geen hulp, alles zelf gedaan. De NOS, Al Jazeera, CNN: alle ploegen stond de burgemeester te woord en verleende hij assistentie. Even was Dheriba beroemd. Nu zijn de vluchtelingen vertrokken. Het dorp bleef achter, weer vergeten en aan zichzelf over gelaten. Geen andere bron van inkomsten dan smokkel van benzine, illegale wapenhandel en alles wat daar mee samen hangt. Er is vruchtbare grond, aar geen geld om te cultiveren. Er zijn grote gezondheidsproblemen vanwege het falende vuilwater systeem dat drinkwater voorziening van het dorp vervuilt en voor Hepatitis zorgt. Er zijn de gevolgen van de beschietingen. Maar dat is geen nieuws, geen beelden en geen aandacht waard. Zoals een CNN verslaggever mij vorig jaar zei op het plein: On the worldscale this is a not so bad. Maar voor de mensen hier is het hun hele wereld.