Fanfare

Even wist ik niet wat ik hoorde vanmorgen,oplettend lezertje: deed mijn telefoon iets geks, speelde er ergens een bandje? Om even over zes hoorde ik statige trommels en fluiten. Buiten bleek het al net licht te zijn. Het was levende muziek, vanaf een prauw. Ik naar buiten, en velen met mij. Het was iets nieuws dus ik wordt niet iedere ochtend zo gewekt. Nog voor ik mijn camera had kunnen pakken waren de mannen al weer rondgegaan en kwamen ze nog een keer langs. Toen ze weer verdwenen naar waar ze vandaan kwamen werd het geluid overgenomen door de vele vogels hier, met op de achtergrond het zachte gebrom van de generator. De zon komt langzaam achter de wolken en boven de bergen achter ons uit. Overal ochtendstemmen van mensen die feestelijk aan de dag begonnen. Nog niet veel gedaan, maar deze dag kan al niet meer stuk.

Wat opvalt

Maar weer eens twee dagen onderweg om vissen te kijken, oplettend lezertje. Ik weet, het is een afwijking. Stop-over in Hong Kong en landen in een voor mij nieuw land: de Filippijnen..
De vlucht was lang genoeg om vier hele films af te kijken en een vijfde half (flut film ook nog).
Hong Kong, waar ik maar kort de tijd had mijn aansluitende vlucht te halen, leek mij een prettig vliegveld met vooral veel ramen en geregeld kleine exposities over cultuur en industrie. Wat zij daar hebben wat ik eerder nooit zag: drinkfonteintjes met heet water. Geen idee of de lokale bevolking daar dan zelf thee van maakt of dat ze graag warm water drinken.
Nog redelijk fris begon ik aan het tweede deel. Het opstijgen bij Hong Kong geeft vergezichten van bergeilanden die opdoemen uit de ochtendnevel. Prachtig. Op mij to- do lijstje bijgeschreven: paar dagen Hong Kong en Macau.
Op het eiland Cebu aan het eind van de ochtend geland. Veel Australiërs hoor je hier om je heen, wat ook logisch is: dit is hun vakantiegebied, ze zijn er zo. Lang wachten bij de bagageband, maar uiteindelijk kwamen ze allemaal langs. Heel veel grote pakketten kwamen er uit de buik van het vliegtuig. Ik ben dan altijd nieuwsgierig wat het verhaal er achter is, maar dat mag u nu zelf verzinnen.
De chauffeur stond keurig op mij te wachten. Eerlijk gezegd heb ik deze reis nauwelijks voorbereid, dus ik had geen idee hoelang we onderweg zouden zijn. Het bleek mee te vallen, vanwege het verkeer, na twee en half uur arriveerden we al. Onderweg: veel stad, veel fietsen met zijspan en parasol als openbaar vervoer, veel bebouwing langs de weg. Alleen bovenin de bergen/heuvels was het open, met vergezichten over de dalen. Niet dat ik daar alles van gezien heb, want na bijna een dag niet slapen kwam hier de man met de hamer langs.
De auto stopte nog net niet in het zwembad van het resort. Resortje meer, negen kamers. In totaal zijn er nu 15 gasten en u kunt nog langskomen om de laatste kamer in te nemen. Een zelfstandig huisje heb je dan, met die heel trendy shutters en goed voorzien van horrengaas. Als welkom alle bloemblaadjes in een hartelijke tekst op mijn lakentje, dus voor ik kon gaan slapen moesten die wel opzij, samen met de frangipani die er ook lag. Na een paar uurtjes bijkomen het gezamenlijk diner. Heerlijk hoor, die saté, die garnalen fritters en die huisgemaakte limonade. Hier houd ik het wel een weekje vol denk ik.
Dus nu zit ik op mijn balkonnetje dit te bloggen, de shutters staan tegen elkaar open op de wind, straks aan mijn hoofdeind de kleine golfjes van de baai 10 meter verderop. En het mooiste: 95% kans op walvishaaien. Dat u het even weet.

Tasje

Gezond

Bij binnenkomst in de lokale drogisterij, op zoek naar gedroogde abrikozen, stuit ik links van de ingang op een display met alles wat een mens gezond kan maken:
voedingssupplementen in soorten en maten, voor mannen en vrouwen in alle leeftijden; rijstcrackers, zakken vol gedroogde cranberry’s, desemkoekjes; lijnzaad in zakken van een pond; kokosschilfers, biomoerbeien, amandelmeel. Het wordt aangeprezen door een bedrijf dat (ook op de site van de drogist) ons gezonde voeding voor een bewuste levensstijl aanbiedt.
Geen idee of dat allemaal ook effect heeft, maar die abrikozen (die voor een lage bloeddruk schijnen te kunnen zorgen) zijn heerlijk en bij de laatste controle was mijn onderdruk 80. Met mijn zakjes abrikozen en, vooruit, een zak cranberry’s (ook heerlijk op de salade) loop ik naar de kassa, waar op dat moment een echtpaar drie artikelen afrekent. Er ontspint zich een gesprek over de beschikbaarheid van een plastic tasje, of eventueel een papieren zakje. Die tasjes zijn, zoals u weet, al een tijdje niet meer gratis beschikbaar. De dames achter de kassa vertellen de klant dat een groter tasje dus 10 cent kost en het hele kleine tasje (wat echt nergens meer goed voor is als je thuis bent) 1 cent, en dat dat via de kassa aangeslagen moet worden. Te veel gedoe, vindt de klant. Het meisje achter de kassa kijkt mij aan en zegt met haar vriendelijkste glimlach: ja, wij vinden het ook heel erg, maar het moet.
En ondanks het prachtige weer en mijn lage bloeddruk ontvalt mij, veel onvriendelijker dan nodig: dat is helemaal niet erg, dat heeft zin en het werkt. We moeten gewoon een boodschappentas meenemen.
U kunt zich het daaropvolgende gesprek wel voorstellen. Volgens de ene helft van het gezelschap zijn er wel ergere dingen op de wereld dan een plastic zakje: laten ‘ze’ zich daar maar eens druk over maken, de plastic soep zal wel meevallen, en het is allemaal niet ‘onze’ schuld.
Dat laatste is juist, bevestig ik, maar we kunnen hier wel met elkaar makkelijk wat aan doen.
Ik vrees dat mijn argumenten de klanten voor mij niet zullen overhalen voortaan geen plastic zakje te willen.
Wat mij meer stoort, is dat een ondernemer, door die tasjes voor een belachelijk laag en symbolisch bedrag aan te bieden de mazen van de wet op zoekt, en daar doorheen wil glippen, als een kabeljauw met een maag vol restplastic.
Zo’n display bij de ingang met gezonde voeding voor een bewuste levensstijl wordt daarmee ontmaskerd voor wat het is: geldklopperij, holle frasen, handel.

Foto

Ik hoef het beeld hier niet te delen, het zit al in uw hoofd. Het zit al in mijn hoofd.
Een jongetje van vijf, in shock, zwijgend, maar ook even nieuwsgierig naar de kleurige, schone omgeving waar hij in terecht is gekomen. Tot hij zijn hoofd aanraakt en naar zijn hand kijkt, en niet weet wat hij moet doen met dat bebloede handje.
Hij boft, Omran, al zijn broertjes en zusjes, zijn vader en zijn moeder zijn er nog. Het huis is weg maar hij is niet zwaar gewond.
Hoe zal hij zich deze periode, het hele begin van zijn leven, herinneren? Hoeveel kansen heeft hij om een stabiele, zelfverzekerde, probleemloze volwassene te worden? Hoeveel kans dat hij het haalt, het einde van de oorlog?

En als hij dan over een jaar of tien kiest voor een gewapende weg, zien we dan alleen een Jihadist? Een Assad-Aanhanger? Een extreme moslim?

Haat kweekt haat.

Oezbekistan 17, De mensen

De reis is voorbij, ik ben mijn koffers al weer aan het pakken voor de volgende reis, morgen, naar een klusje in Duitsland.

Iedereen die ik trof afgelopen week wilde natuurlijk weten hoe het was, dat Oezbekistan, en waarom ik zo enthousiast was over mijn bezoek.

Tja, oplettend lezertje, daar vraag je me wat. Ik ben in mijn leven al wel eens ergens geweest. Allerlei culturen, architecturen, klimaten. Wat maakt Oezbekistan dan toch tot een frisse, voor mij nieuwe belevenis?

Dat ligt waarschijnlijk in het feit dat dit land op een kruispunt op de Grote Zijderoute lag en ligt. De vele culturen die hier langskwamen, soms voor de handel, vaak ook als veroveraar, zijn terug te vinden in de gezichten van de mensen. Heel westers van uiterlijk, zeer oosters van uiterlijk en alles daar tussenin.

Ook in de talen die men spreekt vind je dat terug. Het Russisch van de veroveraar van de negentiende eeuw, het Tadzjieks van de buren, het Turks van een nog oudere veroveraar, hier en daar wat Arabisch van nog langer geleden: Oezbeeks. De kleding is een verzameling van wat vroeger al in was, gedragen door mensen uit de wat conservatievere gebieden, dat wat we hier op straat zien bij de jongeren, en ook alles daar tussenin: klassieke stoffen, nieuwe kleuren en snit. Modern leren jackje, maar wel je traditionele hoofddeksel. Men is hier kortom zichzelf, en ik zag weinig kritische blikken van oud naar jong en omgekeerd.

Ik weet, het is een politiestaat. In de reisgids werd gewaarschuwd voor corrupte politie die het op toeristen voorzien heeft als aanvulling op de inkomsten. In de alledag van nu is dat verdwenen, men heeft er succesvol actie tegen gevoerd. Er is overal polite, er is overal controle, maar de zwarthandelaar roept luidkeels zijn potentiële klanten toe, naast die drie agenten die het metrostation bewaken.

De architectuur: dat van die Russen, daar is niet veel moois aan te vinden. Wel zorgden zij voor heel veel restauratie, soms wat zorgvuldiger dan anders, maar in ieder geval is veel van wat wij bewonderden uit de veertiende, vijftiende, zestiende eeuw en later nog zichtbaar en genietbaar door hun inspanningen. Die architectuur van de madrassas en moskeeën, geënt op het voorbeeld uit Iran is indrukwekkend, groots, prachtig, afwisselend en verandert naarmate met noordelijker reist haast onmerkbaar.

Wat dat allemaal tot een prettige reisbestemming maakt is de onovertroffen vriendelijkheid van de bevolking. Zelden heb ik me zo snel ergens veilig en op mijn gemak gevoeld, zo vaak welkom geheten en geweten als in dit land: Oezbekistan.

 

P1090467P1100964P1110132

Oezbekistan 16, Aftellen

Voor dag en dauw er uit. De dame van het hotel was vergeten een taxi te bestellen, dus haar echtgenoot moest er ook vroeg uit. Het is in Tasjkent drukker op straat op een zaterdag om zes uur ’s ochtends dan bij ons, oplettend lezertje. De controle op de luchthaven is grondig, maar vriendelijk. Zonder al te veel problemen kunnen we naar de gate. Turkish airlines heeft een kok aan boord, met een vrolijke muts, dit keer een vrouwelijke chef die voor de warme broodjes zorgt. Ik kijk het restje film van de vorige keer af, draai er een hele door en blijf op drie kwartier steken bij film nummer drie bij het landen op Istanboel. Reisgenote 1 blijft hier nog een nachtje over om kennissen te ontmoeten en moet achter een visum aan. Reisgenote twee moet snel door naar haar aansluitende vlucht naar Londen. Ik heb hier een paar uur door te brengen voor ik door kan naar Amsterdam.

Veertien dagen lang trokken we samen op, in een onwaarschijnlijke combinatie van leeftijden en nationaliteiten; Beleefden we een bijzonder land op het kruispunt van vele eeuwen cultuur; Zagen we prachtige dingen, maakten we leuke dingen mee. Maandag allemaal weer aan de slag en terug naar ons dagelijks bestaan, dat voor geen van ons saai is.

Maar deze reis zal ons zeker bijblijven, een reis die niet snel geëvenaard kan worden. Nu nog wekenlang de foto’s sorteren. Volgend weekend weer pakken voor de volgende klus, met minstens zo harde bedden. Sty tuned op Facebook.

P1130059

Oezbekistan 15, Tasjkent

De reis loopt duidelijk op zijn laatste benen, mijn reisgenoten hebben wat meer tijd nodig om wakker te worden, dus ik ga alleen op pad om nog wat laatste bijzonderheden te zien en de stad wat te verkennen. Tasjkent heeft alles wat iedere hoofdstad bij ons in de buurt ook heeft: brede straten, grote gebouwen, kantoren, paleizen, parken, monumenten, metro, theater, musea, markten en winkels. Toch lijkt het helemaal niet op bijvoorbeeld Amsterdam of Berlijn. We zitten in de oude stad, maar die is wat hij is: oud. Niet dus in de zin van bijzonder of antiek, maar gewoon niet nieuw meer. De nieuwe stad is nieuwer. Afhankelijk van de buurt zijn er meer of minder trendy eetgelegenheden en winkeltjes te vinden. Gelukkig zijn de taxi’s hier voor ons relatief goedkoop en ook de metro is uitstekend. Bij naar beneden gaan wordt je tas gescand door de alom tegenwoordige politie, met een beetje geluk wordt er beneden weer beleefd aan de pet getikt om het nog eens te doen, zoveel gebeurt er immers niet op zo’n dag, een toerist is weer eens wat anders. Als ik op het perron een foto maakt duikt uit het niets een agent op om te vertellen dat dat niet de bedoeling is, in het rijtuig zit een jonge agent zich stierlijk te vervelen. Iemand vertelde ons dat een op de drie of vier Oezbeken politieagent is. Het ijkt me wat veel, maar er is in ieder geval geen gebrek aan.
De bezienswaardigheden zijn of te mooi hersteld, of minder interessant na alles wat we al zagen, de Chorsi Bazaar is groot en zoals hij hoort te zijn: rommelig. Laat in de middag laten we allemaal onze handjes en voetjes vertroetelen, die dat wel verdiend hebben na zo’n reis. Een van onze reisgenoten gaat eten bij een bekende van de familie, wij eten nog een laatste keer een lokale maaltijd aan zo’n gezellige, licht onhandige Oezbeekse tafel. Morgen heel vroeg er uit, online incheken is voor Tasjkent niet mogelijk.

P1130021

Oezbekistan 14, Savitsky

Er zijn drie dingen die je kunt doen vanuit Nukus: een ruïne-complex bekijken, naar de Aral zee of haar voormalige kustlijn reizen, of het museum bezoeken. We doen het laatste. Karalpakstan, waar Nukus de hoofdstad van is, is een republiek met eigen parlement, taal, grondwet plus vlag, maar valt toch onder Oezbekistan. Savitsky kwam hier heen met een Archeologische expeditie, die onder andere de forten die wij bezochten in kaart bracht. Hij bleef hangen in dit gebied en legde zich toe op het verzamelen van etnografica en van Russische kunst uit de dertiger en twintiger jaren, van kunstenaars die Moskou ontvluchtten om meer vrijheid van werken te hebben. Ook wat Oezbeekse kunstenaars verzamelde hij, de schilderijen kwamen overal vandaan. De collectie schijnt immens te zijn, slecht drie procent wordt getoond op drie verdiepingen van het ene gebouw dat in gebruik is als publieksruime, de andere twee zijn dicht, vraag mij niet waarom, oplettend lezertje. Onze gids weert zich dapper, want eigenlijk is zij niet de echte gids, die zijn allemaal bezig met iets anders. Door haar verhaal vallen een hoopje stukjes informatie die we de afgelopen twee weken verzameld hebben samen. Savtisky wordt het Louvre van de woestijn genoemd, ik onthoud me van commentaar.

Daarna lunchen we bij de lokale fast-food, halen de koffers op en gaan door naar het vliegveld. We hebben twee kleine taxietjes nodig om ons te brengen, ze hebben geen bagageruimte voor onze koffers. In een propellervliegtuig van Uzbekistan Airlines vliegen we de kleine drie uur naar Tasjkent. Voor het eerst van mijn leven lees ik het hele flightmagazine, verder is er niet veel te doen en de dame naast mij wil graag met mij praten, maar we delen geen taal, dus het blijft bij elkaar wat landen aanwijzen in datzelfde magazine. De enige andere buitenlander op de vlucht zover we kunnen zien is een Kuweiti die met wat lokale jongemannen de honingindustrie en de jacht wil verkennen als zakenmogelijkheid. Er wordt hier veel gejaagd en veel gevangen, het ritselt kennelijk van de vossen.

Nog bij licht zijn we bij onze B&B, een dependance van het bedrijf in Samarkand, waar twee broers de scepter zwaaiden, hier een zuster en zwager. Schoon, tamelijk nieuw, vriendelijk en met bananenbomen op de binnenplaats. We dineren aan de overkant van de grote weg in de buurt, duidelijk niet toeristisch, maar met prima lokaal eten en een vriendelijke dame die ons van harte sommige gerechten afraadt. Met nog een spelletje en wat potten thee wordt de avond aangenaam.

IMG_1334

Oezbekistan 13, Fort

Als ik voor reisproviand de markt op ga zijn de kooplui druk bezig de plassen weg te vegen met platte bezems. Ik koop wat noten en gedroogd en vers fruit. De prachtige zonsopgang van de dag ervoor was er niet, maar af en toe laat de zon zich nog zien, met dramatische wolkenpartijen. Helaas de camera niet mee voor dit korte tripje, anders  had ik nog twee foto’s willen maken. We slepen onze koffers weer de trappen af, nemen afscheid van de plafondschilderaar en zijn familie en stappen bij Ali in de auto. Hij is onze gids en chauffeur deze dag. We rijden langs de gouden ring van Korchezm naar Nukus. De forten die de ring vormen, werden gebouwd vanaf het begin van de jaartelling tot ongeveer de negende eeuw. Eerst stoppen we bij een stadje in de buurt, Boston, waar een groep clowns en acrobaten op de plaatselijke markt het publiek vermaakt; vooral veel kinderen die gehurkt of vanaf hun fietsjes ademloos kijken naar de grapjes en trucjes.  We halen verse pasteitjes die voor ons van de ovenwand van de Tandoor geplukt worden.

Daarna de steppe in. Wolkenpartijen drijven over op de wind en plotseling verrijst het eerste fort uit de vlakte. Met op de achtergrond bergen en op de voorgrond wat yurts en kamelen voor het effect kun je je niet veel meer wensen. We lopen over het zand omhoog, door de harde wind. Het geeft een goed idee van het onherbergzame klimaat hier. Zomers te heet, ’s winters te koud en toch houdt men hier al eeuwen stand. De forten zijn alle drie anders en alle drie indrukwekkend. In het eerste fort eten we de verse pasteitjes, genieten van het uitzicht zo ver het oog reikt en proberen ons voor te stellen hoe het hier duizend jaar geleden was. Kort voor we in Nukus aankomen nog een lekke band door een groot brok steen op de weg, net toen de chauffeur wat verse tabak wilde gaan kauwen.

Tegen vijf uur komen we aan bij het hotel. De eerste blik op de stad komt overeen met wat de reisgids er over te vertellen heeft: een wat troosteloos geheel met als enige hoogtepunt het Savitsky Museum. Ik had nog enige hoop op Moynaq, waar ooit de Aral Zee begon en waar nu de schepen in het gras liggen, maar snel wordt duidelijk dat dat niet gaat lukken. We besluiten nog maar eens een vlucht om te boeken en halverwege de volgende middag weer te vertrekken. ’s Avonds eten we voor de afwisseling bij een Koreaan, waar mijn reisgenoten heel blij van worden maar waar ik aan mijn gewicht kan werken.

Als we na het eten thuis komen arriveert ook een van de hoteleigenaren, terug van de bruiloft van zijn zuster, duidelijk met wat wodka te veel op maar wel gelukkig. Het andere hotel zat vol. Dit hotel lijkt hoofdzakelijk bewoond te worden door familieleden, waarvan slechts een enkele een beetje Engels spreekt. Het is vernoemd naar een weidse woestijn, maar ligt naast de bouwmarkt aan een onverharde weg. De kleine taxi’s die ons keurig op tijd komen halen, zijn tot hun dak bemodderd.

 

File0869

Oezbekistan 12, Dageraad

De hemel kleurt parelmoer-roze als ik heel vroeg de hoteldeur van het slot haal. Ik heb de hele stad voor mij zelf, samen met de straatvegers. De oranje wanden, de schaduwen, de blauwe lucht: even is het er allemaal. Als ik een half uur onderweg ben, zie ik de eerste Japanner, maar druk wordt het nog niet echt. Op de markt worden de waren nog aangevoerd, de vroege klanten arriveren. Ik drink ergens thee na bijna het hele stadje rond te zijn geweest, en sommige delen drie keer vanwege het veranderende licht. Ik bezoek een moskee met honderden houten pilaren en ben de enige. Dan komt er een Oezbeeks gezin binnen en beklimmen we samen de minaret. De treden zijn zo hoog dat het geen traplopen meer genoemd kan worden en er moet vaak gebukt worden. Boven hebben we uitzicht over heel Ichon Kala en de omringende stad. Ik bekijk de madrassa’s van binnen en de koepels van boven. De onvermijdelijke groepsfoto’s worden gemaakt. Al delen we geen taal, elkaar vertellen hoe mooi het is, of hoe zwaar de tocht omhoog, hoe lastig met lange rokken dat is, hoe de knieën lijden, dat heeft geen taal nodig. Als ik om tien uur aan het ontbijt ga, is er niet alleen kaarslicht vanwege een stroomstoring maar heb ik er al bijna een halve dag op zitten. Blij met mijn keuze, want om half negen trekt het dicht en om negen uur vallen er druppels. Aan het eind van de middag regent het echt, spoelt het stof van de straten en in de vele borden en kommetjes van de majolicahandelaren hier. Met het stof spoelen ook de toeristen weg, ik vraag me af waar ze de rest van de dag allemaal blijven. We bekijken de bezienswaardigheden van binnen de rest van de dag. Als er geen hotel of restaurant in zit, is het vaak een museum. Zo leren we over de toegepaste kunsten, de handwerken, de fotograaf die hier aan het begin van de vorige eeuw alles vastlegde, de muziek, de medische geleerden inclusief Ibn Sena (Avincenna) en Al Ghorezm, die nu nog veel genoemd wordt in het computertijdperk, als we het over algoritmen hebben. Het natuurmuseum en dat voor majolica zijn we niet meer aan toegekomen. Maar nu de koffer weer op orde, de voeten en het hoofd rust, morgen weer een reisdag.

File0601