EGA Volt 26, Bratislava, 15 juni

Treintje.

Omdat ik vandaag vrij ben, neem ik een omweggetje naar mijn tramhalte. Zo kom ik er achter dat het grote gebouw tegenover mijn hotelkamer een stadion is waar Slav Bratislava thuis is. En dat de diesel hier, mogelijk in afwachting van cease fire nummer 39, 1.62 is.

En dat grote gebouw tegenover mijn halte is een militair complex met NATO banden. 

De oude stad van Bratislava is niet zo groot, en steden hebben ook nog eens de neiging te krimpen als je ze leert kennen. Ik besluit mijn net dus wat wijder te gooien. De ochtend slenter ik op laag tempo door een heel rustige stad en neem de tijd foto’s te maken. Ik vind een prachtig binnenplaatsje met moderne fontein en zit even te niksen. Een man komt met zijn bezem de boel bij elkaar vegen.

De middag neem ik een toeristentreintje, ja, ja, ik weet het. Maar die komen op plekken die ik niet kan belopen op mijn oude voetjes. En ze vertellen er ook nog wat bij, om Erik Dijkstra te parafraseren.. Ik neem de combi, dan moet ik Bratislava wel zo’n beetje rond hebben. De tweede route heb ik het hele treintje voor me zelf, en de bestuurder vraagt of hij even mag tanken? Ik heb alle tijd, ga je gang. We zijn inmiddels al dikke vrienden. Bratislava is een stad van paleizen, pleinen en fonteinen en veel groen. Als ik uitgetreind ben, en de Ufobrug met de lift heb beklommen, om daarna weer naar beneden te kijken, ga ik weer aan de wandel. Eerst nog even een thee bij Habibi, en dan de de brug over om nog even te genieten van de Donau. Daarna het Aupark in. Eerst een kwartiertje bij het skatepark genieten van de halsbrekende toeren die er worden uitgehaald op kleine stepjes, fietsjes en skateboards. De kleintjes nog met helmen, de groteren zonder enige bescherming. Dat treintje heeft me geleerd dat lindebloesem hier in hoog aanzien staat. Vroeger bouwde men soms om een grote boom wel stellages zodat de notabelen de bloesems konden bewonderen. In het Aupark staan er zo veel, naast de andere mooie bomen, dat het hele park naar honing ruikt. Voeg daarbij de mooie ruime grasvelden, de schone paden en de zingende vogels overal, en je komt helemaal tot rust. In een honingwinkel aan de rand van het park en sla ik wat cadeautjes in. Dan weer over de Ufobrug terug naar het centrum. Er moet nog gegeten en thee is welkom. Maar bij een “Hé Volter!” beland ik bij twee heren aan een tafeltje met een potje thee. Een van hen trof ik tijdens een lunchbreak, de ander is nieuw. Er schuin tegenover zitten wat bekende Volters die ons al zagen en riepen, maar uiteindelijk maar naar ons toekomen, in gesprek gewikkeld als we snel zijn.

We waren allemaal al bang dat er geen Volters meer in de stad waren, maar gelukkig!

De heren hebben al gegeten dus tegen negen uur, als ons terras sluit, splitsen we weer en nu voorlopig voor het laatst , zij reizen morgen terug naar NL. Ik zoek een vegahapje, wat zeker in het toeristische centrum niet eenvoudig is. Dit is het land van de hachee, de schnitzel, de grote lappen vlees. Uiteindelijk wordt het iets met schapenkaas, en laat de bacon maar zitten. 

Weer een lange, vermoeiende, maar interessante dag.

Plaats een reactie