Wie verre reizen maakt…. 29 Terug, 27 september

IMG_0999

Vroeg wakker, voor de wekker, mijn koffers zo goed als gepakt. Ik besluit twee bussen eerder te gaan, moet makkelijk kunnen. Geen idee immers hoe lang ik ook doe over dat korte stukje lopen naar de halte met zoveel bagage. Uiteindelijk haal ik op deze frisse ochtend de limousinebus van half tien. Die hoort om 09.25 uur aan te komen, die komt dus ook om 09.25 uur aan. Voor de bagage is er niet alleen een luik, deze luxe bus heeft een schuifla. De koffers passen bij het aantal passagiers.  Na een paar haltes zijn we vol. Brede stoelen, chauffeur met handschoentjes, als ik wil kan ik muziek luisteren. Er zijn schat ik drie Europeanen in de bus, daar ben ik er een van. Om elf uur sta ik bij Terminal 2. Eerst die joekel uit de weg, een boardingpass bemachtigen. Dan het wifi-ei terug, mijn steun en toeverlaat. Dat we dat in Nederland niet hebben. Voor ons, voor de bezoekers. Ik heb het plan mijn laatste cash om te zetten in Celadon. Wat je op het vliegveld koopt mag altijd mee, buiten de koffers. De 25 kg was geen probleem, die gaat moeiteloos door. Ik vind de Korea Experience winkel, met dames in Hanbok. Ze hebben een iets ander aanbod dan in de andere hal, daar zitten er twee naast elkaar, die hebben meer. Maar dit werkt ook. Als ik mijn bordje heb laten inpakken, het houten kistje waar het in zit bijna zo mooi als het bord, kan ik daar, onder het genot van eigentijdse muziek op oude instrumenten (die dames rocken), mijn blog bijwerken. Dan nog een stuk chocolade voor de laatste paar duizend won (denk ik, bij het uitpakken hier vind ik er nog 10.000) en naar de gate. Alles is rustig, het vliegtuig is voor 30% gevuld, het eten is als je wil Koreaans, ik neem Bibimbap, de Koreanen om mij heen kiezen voor de westerse kip, zonder stokjes. Ik heb drie stoelen voor mijzelf, alle spullen liggen onder handbereik. De vlucht is precies lang genoeg voor vijf films en een nieuwsbericht van CNN. Dan sta ik, want het blijft maar donderdag, nog met daglicht in Amsterdam. Het zit mee, na Alkmaar kan ik zitten en een goede vriend haalt mij op, ik hoef niet nog te sjouwen na een bustocht. De woonkamer heeft een prachtige vloer, witte wanden en frisse kozijnen en verder niets. Geen meubels, geen internet, een groep heeft sluiting. Dat moet allemaal weer op-, in- en aangebouwd worden. Ik stap mijn frisse bedje in en val prompt in slaap. In Korea is het vijf uur ’s morgens.

 

Wie verre reizen maakt…. 28, Seoul revisited, 26 september

Bundung Memorial Park Panorama.jpg

Een indrukwekkende ochtend met een prettige ontmoeting met Meneer Lee (nee, die andere). Een van de weinige dingen die ik van te voren had gepland, maar dan nog is het lastig elkaar te vinden. Gelukkig was meneer Lee heel behulpzaam dus uiteindelijk vond ik hem (of eigenlijk hij mij) onder de klok op een plein in een warenhuis. Met hem ging ik naar de plek waar werk van beeldhouwer Hans Blank staat. Daarover elders meer. Omdat hij eigenlijk in Australië woont, maar nu alweer vijf jaar hier werkt op uitnodiging van een vriend, kon ik met hem ook een wat uitvoeriger gesprek hebben over alles wat Korea zo betreft. Een gedeeld land, springplank tussen Pacific en vaste land en daardoor al zo lang het bestaat een populaire buit bij velen, de Chinezen, Japanners en Amerikanen voorop. Ze zijn er allemaal nog, of weer. Voor Amerikanen is er een speciale balie op het vliegveld als zij hier als militair komen of gaan. Lee was er duidelijk over: “Omdat het de Amerikanen alleen kon schelen de Pacific vrij te houden, betaalden wij de prijs, zijn wij gedeeld, als Duitsland. Maar verdiend hebben we dat niet, en we lijden er nog steeds onder.” Trump en Truman, hij vindt het allebei zwakke presidenten. We bespreken de ontwikkelingen sinds de oorlog. Hij stelt dat er vooral is ingezet op economische ontwikkeling en groei, dat is goed gelukt. Maar het sociale netwerk, rekening houden met de zwakkeren, de ouderen en de achterblijvers, bouwen met een ander motief dat snel en veilig, dat is allemaal te kort gekomen. Pas de laatste twee decennia is er aandacht voor. De voorstad van Seoel waar ik nu ben is een voorbeeld daarvan. Mooier, ruimer, groener opgezet, met oog voor uiterlijk van gebouwen. Met hier en daar een park of een speelplek, openbare kunst. De plek waar we zijn geeft zicht op een deel van Seoel. Herkenbaar want hoogste gebouw: het Lotte hotel.

Na deze ontmoeting haal ik mijn koffer uit de auto en breng die naar mijn hotel kamer, zoek of er niets achtergebleven is onder stoelen, en rij de rit naar Incheon. De zon schijnt maar de herfst kondigt zich aan met temperaturen onder de 25 graden. Alles licht en helder. Ik rijd over prachtige bruggen, langs haven en monding. Over de radio (Classic FM) vat Herbert von met Tannhauser deze vier weken samen: spannend en vredig en bij vlagen lastig, maar zeker groots en de moeite waard. Na enig zoeken vind ik de juiste parkeergarage en het verhuurbedrijf. Op advies van meneer Lee neem ik de limousinebus terug naar Seoel Station. Comfortabel, goedkoop en snel.

Heeft u ook wel eens gemerkt dat als je terug komt op een eerst nieuwe plek, hij gekrompen is? Je bent een beetje bekend, je weet wat je kunt verwachten, het wordt een beetje vertrouwd terrein en dat is altijd kleiner. Ik weet waar ik uit wil stappen, ik ken de trucs van de metropoortjes, weet hoe ik mijn blije konijn nog een keer moet opladen. Wat zal ik doen deze halve middag? Er is nog een schrijn op een Unesco lijst, er is nog een museum. Maar er is ook Namsa Tower Seoel, op een berg. Een geliefd uitje voor inwoners en bezoekers, zeker zo tegen het einde van de dag. Het is even doorwandelen, al die trappen op. Bij de toren een loket, een wachttijd, een photoshoot, een beetje zoals de Efteling, ze verstoppen de rijen. Je kunt er hartjes en slotjes kopen, beschrijven en achterlaten langs een hekwerk naar de kabelbaan (ja, ik had niet hoeven lopen natuurlijk). Maar als je dan eindelijk boven bent, slokt de stad je weer op. Ik probeer plekken te herkennen, de zon gaat prachtig onder, de lichten gaan aan. Tien miljoen mensen hier onder ons, daaromheen de bergen. Na een uur kijken, rondlopen, kijken en nog eens kijken (geheimtip: het beste uitzicht heb je vanaf het toilet) ruk ik mij los en ga met de kabel naar beneden. In de rij daarvoor ontmoet ik een stel jongelui. Ze spreken Engels met elkaar, ze zijn nieuwsgierig, een leeft er in Moskou, de rest hier. Ze wedden onder elkaar waar ik vandaan kom en gokken verkeerd. Geen Engelse dus, maar Nederlandse. Hij wil graag praten, wil graag veel reizen, is al in Midden-Europa geweest en spreekt ook wat Duits. Als we het kabelbaantje uitkomen moet er afscheid genomen, een foto gemaakt om de ontmoeting vast te leggen. Ik deel maar weer wat kikkers uit, en vooruit, een paar vlaggetjes. Kom er eens om, dat een stel net twintigers met je op de foto wil omdat je uit een ander land komt. Nog een keer een Koreaanse maaltijd,  ginseng kip. Dan de lange reis naar het hotel in die voorstad, twee keer overstappen, zo’n 30 stations en wel de goede kant op reizen. Als ik bij een station twijfel en navraag, ga ik natuurlijk prompt verkeerd. De jongeman die het op zijn geweten heeft realiseert het zich als we net het station hebben verlaten en komt zich verontschuldigen. Laat kom ik in mijn hotel en ga de strijd met de bagage aan. September is bijna voorbij, tijd om weer naar huis te gaan.

Wie verre reizen maakt…. 27, Suwon, niet Icheon, 25 september

IMG_0722

Was ik toch bijna een van mijn slogans vergeten vandaag. Het plan was Icheon vanwege de ceramiek, het celadon dat mij doet watertanden. Het was mar tweeënhalf uur rijden. Nou, dan kan ik ook wel even via Suwon, daar lunchen, de vesting en de poort bekijken, dan halverwege de middag Icheon en wie weet gelijk door naar mijn laatste bestemming, oost daarvan. Maar ja, ik had buiten de maan-maandag gerekend. De tolweg was vol, de snelweg was vol, de bijwegen waren vol of ik zat niet op de goede bijweg. De tolweg was gratis, ik had het kunnen weten. Waarschijnlijk als goedmakertje, of was het de reden dat werkelijk iedereen dacht: naar Suwon! Onderweg staan niet alleen overal stalletjes en wagentjes met kastanjes dit keer, (wat moet je anders ook met zo’n lange invoegstrook?), maar ook overal groepjes takelwagens bij elkaar, als gieren wachtend op wat ze weten dat met zoveel traag verkeer moet komen.  Te laat hoorde ik dat vanwege die feestdag veel attracties en monumenten gratis toegang hadden of een aangepast extra feestelijk programma, en dat, volgens de Koreaan in ons midden: “traffic hell” zou zijn “to touristic destinations”. Dat wist ik dus pas toen ik, na bijna zes uur onderweg en bij het verkeerde monument uitkomen, weer 14 km de andere kant op, in een parkeerfile kwam. De Efteling op een voorjaarsdag met kaartjes halve prijs, zoiets. Gelukkig stonden de trommelaars en trompetters voor het paleis op het plein, dus horen kon ik ze wel, die laatste 200 meter en anderhalf uur. Want dan zal ik er komen ook. De poort die iedereen lokt had ik al gepasseerd op de rotonde hier naar toe. Uiteindelijk krijg ik een plekje dat eigenlijk geen plekje is, maar de mevrouw van het parkeerterrein snapt ook dat het vier uur is en de tijd gaat dringen. Gefrustreerd en zonder nog een snippertje begrip en geduld ga ik het paleisterrein op, in de hoop snel het fort te kunnen bereiken. Dat lijkt helemaal niet zo indrukwekkend, die lage muurtjes, is dat alles? In mijn halve woede het kaartje natuurlijk niet goed bekeken. Ik kijk even rond, luister wat naar de trommels en het snerpend gezang dat door het publiek hoog gewaardeerd wordt; bind een wens aan het touw voor de heel oude en dus heilige boom. Dan ga ik hulp zoeken bij het toeristen informatiebureautje. Die staan hier altijd waar je ze nodig hebt, de dame aan de balie spreekt Engels. Dat is bemoedigend. Toch kost het nog heel wat moeite haar uit te leggen dat ik zeker wil weten dat het adres dat ik zoek klopt, want ik krijg op die naam wel heel dichtbij hotels aangeboden van booking.com. Het zou toch een uur rijden zijn? Maar met veel zoeken, en haar googlefoto van een park, besluit ik dat het hotel dat ik al weer had geannuleerd toch op de goede plek staat. Ik zit al vlak in de buurt, 15 km hoogstens. Nu het zeker is dat me eigenlijk niets meer kan gebeuren, komt er rust. Ik drink een grote kop Darjeeling bij Tomntommies, met een met rundvlees gevulde pretzel. Ja, ik wist ook niet dat ze bestonden, maar het was heerlijk op een lege maag. Opgeknapt word ik zo brutaal dat ik terug loop naar de poort op de rotonde, zo ver kan het niet meer zijn, en wat kan het schelen, dan rijd ik maar weer in het donker. Dan blijkt dat de vesting natuurlijk van poort naar poort loopt. Een straatje naar links en ik sta niet alleen midden op een marktplein met kraampjes en stalletjes en een heel overdekt marktgebied, ook zie ik nu de stadsmuur, de brug over het water, het wachtersgebouw, nog een poort, de waterlinie. Het valt allemaal op zijn plek. Hier wordt gewandeld zo in het avondlicht, als de hitte van de dag weg is en de muggen nog slapen. En ik bedenk me mijn slogan: alles komt altijd goed, soms duurt het iets langer. Ik schiet wat plaatjes, ik loop naar de overkant en vooruit, die heel hoge trap naar boven, ik doe hem gewoon. Ik verwacht voorbij het paleis uit te komen, maar na een wandeling die velen in de ze stad kennelijk graag maken sta ik uiteindelijk op het parkeerterrein waar mijn wagen, braaf maar met zeer lege tank, op mij wacht. Ik tank, ik zet de routeaanwijzing aan, en inderdaad, binnen een half uur zie ik mijn hotel, gehuisvest in een grote toren. Als bij toverslag vind ik ook een parkeergarage, vermoedelijk die van de buren, maar wat kan het schelen. Bij Johannes 3:26 zal ik hem morgen wel vinden.

Icheon, nee, dat heb ik niet gehaald, en zal ik deze reis dus ook niet halen. Want Suwon is een mooie stad, maar net iets te ver weg.

Wie verre reizen maakt…. 26, Jeonju 24 september

IMG_0587

Voor het eerst zonder airco geslapen vannacht en wakker geworden om nog een shirt aan te trekken. Heerlijk! Heel vroeg er uit, alles is nog stil en dicht als ik buiten kom. Het vooroudercomplex van de Jeosun dynastie bezocht, de stille straten en huizen bekeken, langs de rivier naar een paviljoen gelopen. Zoals ik kris-kras door dit land reis, zo weef ik heen en weer door dit stadsdeel. Zodra ik de hoofdstraten bereik kom ik weer in de drukte, de gekte van het foto’s maken in traditionele dracht. Twee straatjes daarachter is er niemand, zijn er doorkijkjes, is er oog voor detail. Ik lunch zoals de meesten hier, koop een soort koude dimsums die ik verorber op een bankje voor de paleismuur. Halverwege de middag heb ik gezien wat er toegankelijk was, niet alles is deze feestelijke volle maan-maandag open. Mijn behoefte aan echte thee is gestegen, mijn verzadigingspunt voor Hanokdames even bereikt. Ik stap het Hanok deel uit, top mijn theïnegehalte op bij Starbucks en ga de nieuwe stad in. Ook hier is het leuk, laag, straten met bomen. Even denk ik dat alles dicht is, maar dan komt er, naast een groot oud complex, toch weer een winkelwijk, met voetgangersvriendelijke gebieden, veel mode, veel film, veel reuring. Maar zonder Hanbok. Op deze dag is er ook op een plein een altaar ter nagedachtenis aan studenten en hun leraren die vier jaar terug bij honderden omkwamen toen hun ferry zonk. Daar is het deze maandag de dag voor. Deze avond in het journaal beelden van familieleden die met de boot naar die plek gaan en rijstwijn in het water schenken. Ook op dit plein een beeld dat herinnert aan de seksslavinnen in WWII. De verhoudingen tussen Koreanen en Japanners zijn complex, leer ik van mijn gastheer. In sommige streken wil men niets van ze weten, in andere streken is de cultuur erg vermengd en probeert men dat er uit te krijgen, in andere gebieden neemt men het wat luchtiger op. Als ik weer behoefte aan rust en thee heb, ga ik terug naar mijn kamertje en tref daar de gastheer, we voeren een goed gesprek. Hij krijgt veel Europeanen hier, maar Nederlanders ziet hij zelden. Terwijl dit zo’n prachtig, gastvrij en goed bereisbaar land is. En iets goedkoper dan Japan. We hebben het over de veranderende wereld, hoe mensen nu hier net als bij ons minder kinderen hebben; kleiner willen wonen, omdat de energierekening in dit klimaat zo hoog is, je betaalt meer voor een kleinere flat dan een grotere, vrijstaande huizen zijn helemaal niet te doen qua airco en verwarming.

Ik zet een kop thee, ik zit op mijn stoepje. Nog even dan is de zon onder en ga ik op jacht naar de volgende maaltijd. Als de muggen in te grote aantallen opkomen, ondanks de goudvis die de gastheer in het waterbakje naast mijn deur overzet, ga ik naar binnen, achter mijn papieren deuren. Morgen naar Icheon, waar mooi Celadon gemaakt wordt, richting Seoel. Het einde van de reis is in zicht.

Wie verre reizen maakt…. 25, Tonggok, 23 september

IMG_0335

Rustig is het op straat als ik deze zondag van het hotel naar Tanggok loop, zo’n twintig minuten van mijn hotel. De winkels zijn nog dicht, het verkeer van gisteravond is tot stilstand gekomen. Tanggok is de VN erebegraafplaats waar buitenlandse soldaten liggen die vielen in de Korea-oorlog. Daar liggen ook 117 van de 124 gevallen Nederlanders, allen van het Van Heutz Regiment. Het is een indrukwekkende plek, ik ga de Nederlandse graven langs, ze krijgen allemaal een klein Nederlands vlaggetje. Dat wordt toegestaan, want eigenlijk mag je niet op het gras en er is voortdurend controle. Om tien uur is er, als elke dag, het ceremonieel hijsen van de VN vlag. Ik ben de enige toeschouwer. Sommige landen lieten eigen monumenten plaatsen. Zo ver gaat Nederland niet, alleen een plaquette van de KM ligt er buiten de grafstenen voor al die jongens. Dan staan hun namen nog  in de muur van herinnering. Een halve marmeren plaat nemen we in. Ook bij de muur water, een vlam. Bomen, gras, struiken in bloei, een leeg veld voor de onbekenden, degenen zonder gekend graf. Een kleine hal met foto’s en verhalen. Van mensen die nog ieder jaar geld sturen voor bloemen op verjaar- en sterfdag van hun gevallene. Kleine fotootjes, brieven, het verhaal achter sommige monumenten.  Ik kom een jonge Koreaanse tegen die mij aanspreekt en vraagt waar ik vandaan kom. Ik antwoord Nederland, zoals wij het zeggen, zo zegt men het ook in Korea. Ze is met een Turkse vriendin hier, die deze plek ook wilde zien, er liggen heel veel Turken hier. We willen met elkaar praten, maar het lukt niet, de plek staat het niet toe. Na een kleine twee uur loop ik terug naar mijn auto. Ik heb het plan de kustroute te nemen, die erg hoog wordt beoordeeld in de gids. Maar als je niet op de snelweg blijft, is het, zeker als chauffeur alleen, niet te doen. Je rijdt ook steeds weer door bebouwd gebied, en dat is hier weinig aantrekkelijk. Ik zie een paar adembenemende vergezichten en indrukwekkende bruggen, ik raak nog aan het weggetje met de tempel die ik zoek. Maar soms vind je niet wat je zoekt, maar vind je wat je niet zocht. Ik besluit bij een klein cafeetje te stoppen voor thee, op het terras. Er is citroenthee, ik krijg er twee bloemetjes bij. Dan beraad ik mij. Wil ik deze route verder modderen, in de wetenschap dat ik die stranden of niet, of pas een dag later bereik? De tijd wordt krapper. Ik kies voor Jeonju, dat Hanokdorp staat op mijn lijst. Ik rijd nog een stukje naar boven, in de verwachting die tempel te zien, maar vind een plek met een Mariabeeld, een kruis, bloemen en bijzondere vlinders. Ooit stierven hier Koreanen voor hun geloof in de westerse god. Dan terug naar de snelweg. De snelweg gaat omhoog, letterlijk en figuurlijk, naar het noorden en de bergen in, waar ik soms haast over de toppen rijd. Alleen maar bergen in alle kleuren blauw-groen-zwart. Af en toe weer grillige vormen die opduiken en weer verdwijnen. Geboekt heb ik in een Hanokhuis, een traditioneel Koreaans wooncomplex in een dorp. Als ik daar aankom weet ik dat ik de juiste keus heb gemaakt. Het is een dorp dat veel Koreanen trekt, een soort ja, wat eigenlijk. Waar gaan wij Nederlanders heen om onze traditie te beleven? Het Enkhuizer Museum komt het dichtst in de buurt. Hier lopen hele families in gehuurde Hanbok kleding. Ondertussen wordt het moderne vermaak niet vergeten. Tuk-tuks, Segways, golfkarretje, elektrische scootertjes, alles wordt vehuurd. Overal kun je eten, drinken, zoetigheid kopen in bizarre verpakkingen. De hand kan gelezen. Het is een circus, maar er hangt een opgewekte en toch rustige stemming. Hier en daar wordt muziek gemaakt, luisteren de mensen op bankjes. Kinderen jengelen om zo’n prachtige lichtgevende ballon. Ik zoek een tentje om te eten en ik maak een weer gelukkige keus. Vraag niet hoe het heet, en ik heb de inktvis uit het menu laten halen, maar het was heerlijk. Dan loop ik nog wat vierkantjes, tot ik niet meer precies weet waar ik ook weer mijn kamertje vind. De zon ging al vlammend onder, de bijna volle maan, voorbode van feest hier, staat al boven de bomen. Uiteindelijk vind ik weer de ingang het Hanok dorp in , waar rust heerst, niets is, alleen de huisjes en tuinen. Hier zal ik twee nachten overnachten op een futon, ik kan de vloer verwarmen als ik dat wil, mijn stoel heeft geen poten, de ramen zijn beplakt met papier. Maar er hangt een tv, er is een moderne badkamer, het is er hoog, en schoon en licht.

 

Wie verre reizen maakt… 24, Haeinsa en dan, 22 september

 

24, Haeisan en dan.....jpg

Vandaag heb ik denk ik alle verkeersregels overtreden die ze hier hebben. Dat kwam zo. Was het gisteren regen, vandaag straalde de zon tot 27 graden de hele dag door. Mooi weer voor het ritje door de bergen naar het westen. Haeinsa, weer een Unesco werelderfgoedplek, stond op het programma. Om half twaalf was ik al aardig in de buurt, maar voor ik de juiste parkeerplaats had, was ik een half uurtje vragen verder. Ik had ook niet verwacht dat de tempel dezelfde oprit had als het tempelvormig winkelcentrum aan de weg. Een aantal jonge mannen had dezelfde fout gemaakt als ik, maar gelukkig spraken zij wel Koreaans en reden ze mij netjes voor naar de juiste plek. Dan nog een halve kilometer de berg op. Haeinsa staat al zo’n twaalfhonderd jaar en bewaart de Triptana Koreana, de op 80.000 houtblokken geschreven geschiedenis van het land tot aan het begin van die tempel. Overigens de tweede set die hier staat, de eerste werd verbrand bij een vijandige aanval kort na vervaardiging. Ook is het een plek waar je een dagje met de monniken en nonnen mee kan lopen, buigen, mediteren.

Borden leggen uit dat je door drie poorten gaat voor je het tempelterrein zelf betreedt en dat dat 33 treden nodig heeft, evenveel als stappen naar verlichting. Bij de derde poort sta je dan in het Nirvana. In dit geval vormgegeven door een infobureau rechts, een souvenirwinkeltje links en een book/gallery/coffee plek tegenover je. Rechts zijn de gebouwen voor de tijdelijke tempeliers, de rest van het benedendeel is dan gevuld met verschillende tempels. Prachtige, soms met mooi bestorven kleuren, de houten en zeer vergulde Boeddha’s hebben veel overleefd de afgelopen eeuwen. Ik ga na een kopje citroenthee en een taartje de eerste tempel binnen en zit daar een kwartiertje te genieten van de omgeving, de rust en da andere bezoekers, variërend van de non van dienst, via tijdelijke bezoekers, tot Koreaanse families. Een dame verontschuldigt zich uitvoerig, ze had mij de verkeerde weg gewezen, realiseerde ze zich toen ik al weg was.

Dan door naar het hoogste niveau, de Tripitana. Die wordt bewaard in een aantal gebouwen met lemen wanden en vloeren, ongeverfde houten dragers, balken en kozijnen met houten latten. Er in mag je niet en er staan opvallend veel brandblussers. Als je hier en daar naar binnen gluurt kun je de houtblokken, zo’n 25 cm hoog en dubbel zo breed, keurig genummerd als boeken in het gelid zien staan. Het leem en de latjes houden de temperatuur en vochtigheid goed, al eeuwen. Ergens staat een voorbeeld achter glas, de sutra die het bevat ligt er uitgeprint naast. Niet te koop helaas. Als ik na alles bekeken te hebben al bijna weer weg ben, al die 33 treden weer terug naar beneden gelopen, krijg ik een telefoontje. Mijn vrienden staan op het binnenplein, via de zijdeur binnengekomen, zij blijven een dagje bij de monniken. Even later arriveert ook het bruidspaar en zeggen we allemaal nog een keer hallo en tot ziens. Dan ga ik echt weg, Hoe aantrekkelijk de omgeving met zijn prachtige oude bomen en zijn ratelende spechten ook uitlokt tot een wandeling. Ik heb nog maar weinig dagen te gaan, en ik wil toch naar Busan, hoewel ik weet dat het weer een radeloze rit door een veel te grote en volle stad wordt waar weinig moois aan is. Toch ga ik want Tonggak wacht. Het eerste stuk naar het zuiden rijd ik omringd door de bergen; zwartgroen tot grijsblauw begeleiden ze mij op mijn weg omlaag. Na een uur zit ik al weer in het zaterdagverkeer rond Busan. Maar ook dan leer je een land kennen, wellicht meer dan door al die toeristische hoogstandjes. Ik rijd langs het eerste verkeersongeval. Takelwagens staan al klaar, politie ontbreekt en het verkeer regelt zich met minimale vertraging keurig zelf. In Busan rijd ik af en toe op een verhoogde snelweg, die onder mij een laag heeft, en boven mij nog twee. Af en toe kijk ik zo op de daken van de zeer hoge, slanke woontorens waar deze stad en dit land vol mee staan. Af en toe ben ik te laat of aarzel ik wat te doen, je wordt er altijd tussen gelaten. Maar mijn gestelde doel haal ik niet, het wordt donker, het is druk, ik mis een keer een afslag en moet dan twee tunnels door. Ik geef het op, rijd de tunnels weer 10 km terug, ga van de snelweg af, zie de gouden McDonalds tekens, stop, eet een burger omdat ik geen idee heb waar ik ben. Dan even wat op het wereldwijde web en ik weet: morgen ben ik binnen een paar minuten op mijn bestemming, ik heb een hotel al even dichtbij, en ik blijk aan de rand van een drukke winkelwijk te zitten waar de zaterdagavond is losgebarsten. Zo komt het altijd weer goed uiteindelijk. Maar wat ben ik blij met mijn wifi-ei!

Wie verre reizen maakt…. 23, Daegu, 21 september

IMG_0206

Wat een druilerig regentje was toen ik vertrok, waren pijpenstelen toen ik op mijn eerste bestemming aankwam. Weer met een kleine omweg want het blijft lastig het adres zo in te voeren, dat Kaarten, Google Maps of mijn navigatiesysteem weet waar ik heen wil. Dat is vandaag een bronswaren museum. Een schenking van een grote bronsmeester is daar centraal, en het hele maakproces van de voorwerpen die hier al eeuwen heel kundig worden gemaakt, wordt zeer educatief uitgelegd. Zelfs voor mij te snappen, en voor die vier klassen kleintjes die er ook zijn en mij allemaal gedag zeggen. Een jongetje zit op zijn hurkjes om een hoekje naar mij te kijken, in plaats van op de juf te letten.

Hier in Korea werd en wordt dat brons gebruikt voor de vele kommen, schalen en bakjes die er nodig zijn bij een beetje goede maaltijd. Vooral bij feest-, treur- en offermalen heb je er heel wat nodig; en dan nog de stokjes, keteltjes voor de thee, en de bladen en blaadjes om een en ander op te zetten. Wil je zo’n set aanschaffen dan ben je vele duizenden euro’s verder voor een goede kwaliteit. Ik houd het bij een schaaltje, kies voor de lichtste, die ook nog eens van de  betere meester blijkt te zijn volgens de verkoper. Die het weten kan, want hij staat met hem op de foto. Die zal vast goed staan op het haardplateau straks. Dan even in gesprek met de dames van het museum over hoe nu verder. Ben ik met de auto: dan moet ik beslist nog even naar die bewuste tempel. Daarna wil men dan graag weten waar ik vandaan kom en wat hier doe, zo alleen. Ik heb over die tempel nu drie verschillende info’s, dus ik weet niet zeker of ik geweest ben waar zij bedoelde dat ik aankwam. Maar in ieder geval liep ik in mijn GGR (grote gele regenjas) in de regen de berg op, anderhalve kilometer.  Die mooie dennenbomen zijn er ook, ik loop langs moestuinen met kalebassen en windes, zie vogeltjes die ik thuis niet zie. Af en toe passeert mij een auto (had ik toch omhoog kunnen rijden, sukkel). In het bos ook tombes, veel lager dan die van gisteren, een meter hoog ongeveer, en bedekt met dennennaalden. Aardig kledderig kom ik boven en vraag nog even na met een kaartje, waar ik precies ben aan de drie mensen die er zijn. Het zijn namelijk maar heel kleine gebouwtjes waar ik terecht ben gekomen, al zie ik aan de begroeide daken dat ze al even meegaan. Volgens een van de heren in het gezelschap zijn ze erg belangrijk, en een van de tempeltjes heb ik voor mij zelf. Rustig even zitten, rondkijken, wat foto’s maken.

Dan me weer inpakken voor de terugweg. Terwijl ik voor de tempel moed verzamel zie ik dat ik wordt vastgelegd, ze blijven het vreemd vinden zo’n westers mens in haar eentje. Terug weer berg af, met de auto verder, naar het nationaal museum. Weer gratis, weer goed, met meer textiel dit keer dan goud. Erg leuk na het huwelijk vorige week, omdat er dan weer een en ander duidelijk wordt en er voorbeelden van vroeger en nu te zien zijn. Dan doe ik moeite uit te vinden waar toch dat geneeskrachtige kruiden museum is, waar de Lonely Planet zo hoog over op geeft. De mensen zijn aardig, ze blijven helpen zoeken en als het is gevonden, na er twee mensen bij te hebben geroepen, wordt een detailkaartje voor me uitgeprint en rijd ik in het inmiddels drukke namiddagverkeer de stad weer door. Dat kruidenmuseum is zeker interessant als je geïnteresseerd bent in de theorie achter yin en yang, de vijf elementen en de andere grondslagen voor deze natuurgeneeswijze. De grappige filmpjes zijn ook in het Engels, dus is het ook voor mij enigszins te volgen. Je kunt nog gratis je bloeddruk meten, er zijn massagestoelen, je kunt een programma volgen en in de shop is er voornamelijk rode ginseng, goed tegen alles, zegt men. In de omgeving heel wat winkels die in grote zakken allerlei getoonde zaken verkopen, inclusief schildpadschild, gemalen beestenbotten etc. Ik kijk en koop niets, en ga in de omliggende wijk op zoek naar iets te eten. Ik kies voor kip sous-vide. Op een groot plat bord krijg ik boven een brandertje een borrelend hete hele kip met groente en uitjes, die nog even voor me in handige stukken wordt getrokken. Met een tang en een vork is hij soldaat voor je het weet. Dan wandel ik terug naar mijn geparkeerde auto, kijk rond in het te dure warenhuis waar mijn auto geparkeerd staat, vijf verdiepingen onder de grond. Vooral de beddenafdeling is interessant. Je kunt hier bedden kopen met een verwarmde bodem van steen, een moderne versie van de oude woningen die hier ook vloerverwarming hadden. En die Koreaanse dunne dekbedjes hebben ze ook in allerlei fraaie patronen. Verder is het westers wat de klok slaat. Phillips en Villeroy & Boch zijn ook vertegenwoordigd. Ik zoek mijn hotel op, een zusje van dat in Gangneum. En inderdaad, bed weer heerlijk zacht, Engelstalige tv en een heel erg lekker warm bad. Ik kan er mogen weer tegenaan.