De stad uit!
Om niet weer een dag rondjes te lopen door het centrum zoek ik bus 29, die mij naar Devin en het bijbehorende kasteel zal brengen. Het is nog rustig, ook in de bus. Twee Canadezen zijn bezig met een maandje Centraal-Europa; Polen, Tsjechië en Oostenrijk zijn al afgetikt, Hongarije zal volgen, en dan een nachtje Amsterdam bij vrienden om het af te ronden.
Als we bij het kasteel aankomen lopen we nog een tijdje samen op, maar uiteindelijk verliezen we elkaar uit het oog. Op mijn dooie akkertje struin ik het hele kasteel af. Wat er van over is dan. Ooit begonnen Kelten hier zich te ontwikkelen en te vestigen, gevolgd door Romeinen, Slaven en dan de verschillende vechtende vorsten, met af en toe een Turkse aanval. Waar we o.a Mozarts Turkse mars en de Franse croissants aan te danken hebben.Tijdens de Sovjetperiode lag het ijzeren gordijn hier letterlijk pal achter het kasteel, een vluchtpoging was levensgevaarlijk, de grenswachten waren bloedfanatiek. Honderden moesten hun poging tot vrijheid met de dood bekopen.
Aan de voet van het kasteel hebben zij hun monument, daar waar ook het hek stond. Nu is er een fietspad dat kilometers doorgaat en de oevers van de rivier volgt.
Overal aan die oever waar maar ruimte is staan tenten waar vissende mannen zwijgend wachten op forel. Aan de gewassen t-shirts en grote watercontainers te zien zitten ze hier dagenlang. Achter hen brullen de kikkers. Uit de bomen vallen de rode en witte moerbeien. Mooi rijp, maar helaas te hoog. Ik heb een betrouwbaar uitziend gevallen exemplaar geproefd, heerlijk zoet. Na het kasteel het dorp in blijkt zinloos, zelfs de kerk is dicht. De bus echter is stampvol. Na een klein halfuur ben ik weer in Bratislava, waar het drukker lijkt dan gisteren. Ik zoek een vervanging van mijn achtergelaten zonnebril, en kom daardoor wat buiten de paar kruisende wegen van de historische stad. Daar zijn de gewone winkels, shoppingmalls en de voordeligere hostels. Zelfs nog grote winkels vol stoffen en galanterieën, die bij ons verdwijnen, en mij herinneren aan mijn moeder, die veel goed en zelf maakte. Omdat ik inmiddels weer gevloerd ben maar nog geen honger genoeg heb, besluit ik terug te gaan naar mijn hotel, daar de boel op te laden inclusief mijzelf, de blogjes bij te werken en als mijn maag gaat knorren een plek te zoeken om wat te eten.
U hoort er nog van.
