Verkeer(d)

Ik schreef er al een paar keer over, maar het blijft een bron van vreugde, oplettend lezertje: het verkeer. Vandaag naar drie verschillende adressen met de taxi, die gelukkig spotgoedkoop zijn. Kost niks maar dan heb je ook niet altijd veel. Ten eerste de weg weten.  Adressen zijn eerder per wijk en dan de naam van het gebouw dan direct per straat en nummer, althans, dat is vaak zo. Het gebouw wat ik zocht was in de buurt van de Amerikaanse Ambassade, ik had ook een straatnaam dacht ik, maar  een nummer, ik heb het nergens kunnen ontdekken. Denk niet dat de taxichauffeur het wel zal weten, die straatnamen. Vooral nieuwe wijken zoals Bergers du Lac, waar alle straten naar een meer heten, is terra incognita. Als je zelf de weg niet weet, dan kunnen zij je ook niet helpen. Het beproefde recept hier voor iedereen die daar mee te maken krijg: bel het adres waar je zijn moet en geef je mobieltje aan de chauffeur. Handsfree bellen doen ze hier gelukkig ook niet aan. Zo’n nieuwe wijk kent hele stukken met alleen kantoren en eet en drinktentjes. Rond het middaguur gezellig, maar ik weet dat het er na zessen uitgestorven is. Een ander deel van die wijk heeft  weer meer woonhuizen, en bijpassende restaurants voor ’s avonds naar ik hopen mag, en een bowlinghal. Bijkomend nadeel in oude wijken: straatnamen hebben soms een oude Franse naam en nieuwe Arabische naam, of omgekeerd, en na de revoluties wordt het er nooit beter op, dan moeten namen van dictators weer aangepast.

Goed, maar dan rijd je toch naar het opgegeven adres. Tunis is verdeeld in wijken met goede verbindingswegen tussen die wijken. De grootste zijn drie of vier baans, met nog een taxilaantje erbij. En af en toe een fietsers aan de rand van dat taxi laantje. Niemand die zich druk maakt, moet immers kunnen en zoveel wordt hier niet gefietst. Op de tolweg naar Tunis zag ik vorige week een man te paard in de berm meelopen in de richting van het verkeer. De vraag of hij tol had betaald was aan mijn reisgenote niet besteed, die vond het al normaal. Maar die scooter die vanmiddag de snelweg op dook tegen het verkeer in, dat vond ook de taxi chauffeur grappig. Eens zien of ik de vrijdagavondrit naar La Marsa in mijn eentje er een beetje goed afbreng.

Bouwen!

Overal wordt gebouwd hier in dit land, oplettend lezertje. Bij mij in de wijk worden huizen voorzien van een extra verdieping, een nieuwe gevel, of een terras erbij. Soms worden oudere huizen afgebroken om iets nieuws neer te zetten. Mooi natuurlijk, al die activiteiten, brood op de plank en normaal gesproken ook een goed tegen voor de economie, al dat vertrouwen in de toekomst. Soms zag ik ook projecten, vooral in de toeristische gebieden, die duidelijk al een tijdje stil liggen. Huizen van de familie van de afgezette dictator staan leeg, en wellicht zijn die bouwprojecten ook van mensen die hun heil elders zochten na de omwenteling, of was het geld plotseling op, of het vertrouwen toch weg.

Maar gezien de economische situatie hier, waarbij die van Nederland zonnig genoemd kan worden, vroeg ik mij hard op af tijdens een gezamenlijke wandeling, wie al die huizen ging bewonen, wie er nu toch zo veel geld in stak, in al dat bouwen. Een mogelijk antwoord werd mij gegeven: na de revolutie wordt alles vloeibaar. Dat is in alle revoluties zo, er heest onrust en onzekerheid, en de controle op veel zaken krijgt minder aandacht. Onder andere de bouwvoorschriften worden minder gecontroleerd, en volgens mijn hospita was die controle al niet sterk. De gelegenheid om iets wat er net door kwam er nu tocht te laten komen, dat stukje aland ingebruik te nemen dat leeg moet blijven, een verdiepinkje er op waar dat eigenlijk niet kan of mag.

Laten we hopen dat het niet voor alle bouwprojecten hier het geval is, en het soms ook gewoon om regulier werk gaat.

Ali Baba

Soms zie je iets, waarvan je half zou willen dat je het niet had gezien, oplettend lezertje. Niet omdat het niet mooi is maar omdat het weer zoveel geld gaat kosten. Zalig zijn immers de onwetenden. Als we bijvoorbeeld nooit een Iphone hadden gezien, zoude we er ook geen willen hebben.

Mijn hospita heeft echter geen Iphone, maar in haar woonkamer een kleine collectie oud zilver. Niet antiek, niet stokoud, maar zo tegen de honderd jaar. Op mijn vraag vertelde ze dat ze dat verzamel en het kocht in de Medina. Nu zijn daar veel winkeltjes met sieraden, er zijn winkeltjes met antiek of wat er voor door gaat, maar vooral in de heel toeristische routes vertrouw ik het helemaal niet.

Maar L was niet te beroerd om mij mee te nemen als ze weer eens in de Medina  moest zijn, om mij te wijzen waar ik terecht kan. Hadden we dat maar nooit gedaan. Na de gewone boodschappen tot in het hart van de Medina gekomen, en daar een paar keer links en rechts af. Ik raak al aardig thuis, ook al loop ik soms in het wilde weg, uiteindelijk kom ik waar ik heen wil. Maar de winkel waar ik nu terecht kwam zou ik zeker niet per onleuk gevonden hebben, en als ik hem had gevonden zou ik waarschijnlijk zijn doorgelopen. Er hing weliswaar een bord dat Antiek beloofde, maar de piepkleine etalage was vooral stoffig. Ook bij binnenkomst  leek er op het eerste oog niet veel bijzonders te koop te zijn. Maar dit was dan ook meer een ontvangst en werkplek, de echte voorraad lag elders. Weer  een straatje door en een soort soek binnen. Een toeristenwinkel van de goede soort, met het gebruikelijke aanbod. Gevestigd in het familiehuis van de winklier, een oud pand dat als ik het goed verstaan heb zelfs onder UNESCO valt. Met tegels die zelfs mensen afbeelden, een zeldzaamheid hier. Maar buiten de kamelen en aardewerk bakjes was er nog een deur naar een zeer klein kamertje. Eenmaal binnen (we pasten met zijn drieen net) een ware Ali Baba grot. Manden, koffers en dozen vol oud zilver, zelfs de banken lagen vol met van alles en nog wat. Armbanden, enkelbanden, spelden en ringen, halssieraden, kammen, poederdoosjes, kohlhouders,  parfumflesjes en doosjes voor amber… geen doorkomen aan. Af en toe een greep in een van de manden en er lag weer wat moois mij aan te grijnzen. Uiteindelijk met een selectie naar de winkel, maar ik had zo nog honderd andere mooie dingen uit kunnen zoeken. Het wordt per gewicht verkocht, en ook al was de prijs niet overdreven hoog, alles nemen ging mijn   middelen te boven, en bovendien had ik op dat moment geen Dinar bij me.

Geen nood: na alles gewogen en geprijsd te hebben, kreeg ik het mee in een plastic tasje. Wel goed opletten, je weet immers maar nooit. Zelfs mijn naam hoefde hij niet op te schrijven, het zou goed komen. Nu  is mijn hospita een goede klant van hem, ze komt vaak langs met haar clubje, maar toch. Ik had voor zo’n tweeduizend euro handel meegekregen. Dat zie ik in Nederland niet zo snel gebeuren.

Ik mocht in alle rust uitzoeken en terugkomen. Die rust is betrekkelijk hoor, dat kiezen was lastig. Uitendelijk is het me gelukt afscheid te nemen van het grootste deel en ze weer richting hun mand te wijzen. Daar liggen ze te wachten tot u langs komt. Ik heb het adres.

 

Vrouwen

Ik zit op een terrasje, niet ver van mijn huis. Lunch met N die zich onvermoeibaar inzet voor vrouwenrechten en samenwerking. Het is haar verjaardag, ze is 61 vandaag. Ze maakt zich zorgen. Niet over haar eigen positie maar over die van alle jonge vrouwen in haar land. Ze ziet grote risico’s vanuit de religieuze hoek. Voor u denkt dat N losgeslagen is: haar moeder is een hadji, ze ging naar Mekka en draagt nu een hoofddoek, waar ze een hekel aan heeft. Maar de machten aan de top, daar heeft ze het niet op. Ze is de enige niet. Ik reed dit weekend mee met iemand die bij elk groepje gesluierde jonge vrouwen zijn afkeer en afkeuring liet blijken, vergezeld van de opmerking: dat hadden we hier nooit, dat hoort niet in dit land! Zo denkt N ook, en ze verbaast zich er over dat het zo moeilijk is vrijwilligers te vinden om met haar de strijd te voeren. Niet alleen af en toe tijdens een demo of conferentie, maar voortdurend, onderweg, in het openbaar, bij elke gelegenheid. Nog deze dag trof ze een jonge man in de bus,  die in een wijk woonde waar salafisten actief zijn. Ze hadden een goed gesprek en nu heeft ze er iemand bij die zich in wil zetten, omdat hij het belang van mensenrechten, vrouwenrechten inziet. Om ons heen op het terras het normale publiek tijdens de lunchpauze van de bedrijven om het plein. Overhemden, stropdassen. Vaders die met hun kind van de kinderopvang lunchen. Gemengde gezelschappen. Vrouwen die er uit zien zoals ik. Blote hoofden, blote armen, skinny jeans (ja, ik niet natuurlijk, niet skinny genoeg). Zo op het oog een vrije open samenleving waar vrouwen gelijk zijn aan mannen. Maar in de praktijk van alle dag blijken jongen mensen  door de politie lastig gevallen te worden, om hun ID te worden gevraagd. Meisjes die ’ avonds op bezoek gaan bij familie of vrienden lopen het risico gearresteerd te worden op verdenking van prostitutie. Geloven die agenten dat echt, of is het een gerichte campagne? Eerst maak je ze bang, dan vertel je ze dat ze veiliger zijn als ze zich gepast kleden. Langere mouwen, lossere broeken, haren bedekt. En dan worden ze alsnog verkracht, zoals in buurlanden, waar meisjes bijna allemaal gesluierd gaan, is aangetoond.

Tunesië is op weer een cruciaal moment in zijn geschiedenis aangekomen, er wordt een nieuwe grondwet geschreven. Benieuwd of de sociaal democraten die lid zijn van de trojka het voor zichzelf kunnen verkroppen om akkoord te gaan met minder dan gelijke rechten. Waar de omstreden regel over complementaire vrouwen eerst verdween, dreigt hij nu via een achterdeur weer binnen te komen. De strijd is nog niet gestreden. Maar N ziet ook goede tekenen, tekenen dat de mensen er achter komen hoe het werkelijk zit, zich bewust worden van de risico’s. Teken van paniekvoetbal bij de opkomende volgende verkiezingen. Tekenen van een samenwerkende oppositie. Zij geeft het niet op.

Roos en Jasmijn

Niet om u te pesten, oplettend lezertje, maar het weer is nog steeds prachtig. Meestal niet zo heel bloed heet meer, maar zeer, zeer aangenaam nog steeds. Zwemmen in zee is nog steeds zalig.

Toen ik hier kwam in mijn tuinhuisje in Tunis, stonden de rozen er treurig bij, slechter dan toen ik heier voor het eerst kwam. Ook de jasmijn was wat minder, en de plumbago was gekortwiekt. Ik vreesde dat het zo zou blijven, dat de rozen de hitte te veel was geworden, de jasmijn door zijn tijd heen was. Maar gelukkig, twee weken geleden pikten ze het ineens allemaal weer op. De rozenstruik heeft weer een overvloed aan bloemen, de jasmijn gaat gewoon door met geuren, de plumbago is helemaal overnieuw begonnen en zit vol bleekblauwe bloemetjes. Steekt prachtig af tegen het wit van mijn voordeur. Er zit zelfs weer een passielboem in de plant bij de poort

Ook de bougainville bloeit volop. Dat is trouwens wel een rommel maker, die veelheid aan bloemen valt ook flink af, dus af en toe haal ik een bezem over mijn terras. Maar goed, als het erger niet wordt met het weer…

 

Aha!

Af en toe valt er een onverwacht kwartje, oplettend lezertje, met een mooie Duitse uitdrukking heb je dan een Aha Erlebnis. Ik had zo’n vallend kwartje vanmorgen, maar het heeft er wel heel lang over gedaan voor het viel dit keer. U weet, ik doe mijn best om het Arabisch meester te worden, dat valt niet mee. Ook al snap ik wat ik leer, al zie ik de verbanden, ze er in stampen en al die woorden en werkwoorden niet steeds vergeten: het neemt veel tijd op mijn leeftijd, en dan heb ik nog een talenknobbel.

Af en toe kom ik woorden tegen die ik kan verbinden met bijvoorbeeld het Maleis, of met iets uit onze eigen taal. Te weinig om echt behulpzaam te zij, maar leuk voor de grotere lijnen.

Op het moment weer met een onderdeel bezig dat over vrije tijd, kalenders en agenda’s gaat. Daarin het werkwoord ontmoeten, ongeveer uitgesproken als ilthaqa. In het Arabisch wordt bij het (lid)woord Al de L soms opgegeten door de letter daarna, de Th is zo’n letter die een L in een th kan veranderen. Dan zou je dus (niet in deze werkwoordsvorm overigens) itthaqaa krijgen.

En dat betekent dan zoiets als de ontmoeting, denk ik dan maar met mijn beperkte kennis.

En ineens sprong mij in de herinnering, door de klank van dat woord een regel uit een gedicht: “Ik in Ithaka, met gaten in mijn vel.” Uit het gedicht West-Vlaanderen van Hugo Claus.  We hebben het op school zo uitvoerig behandeld dat er nog hele zinnen in mijn geheugen ronddrijven. Prachtig gedicht ook. Dat komt dan uit het Grieks, dat Ithaka, of die plaats Ithaka, maar mij zou het niet verbazen als Ithaka ook daar een plaats van ontmoeting betekent. Aha!

Wie het beter weet mag het zeggen, ik spreek geen Grieks. Maar ik heb hier onder de jasmijn wel weer even een mooi gedicht gelezen.

 

Delede Est

Tevens ben ik van mening dat Carthago verwoest dient te worden. Met deze woorden, maar dan in het Latijn natuurlijk (Ceterum autem censeio Carthinem delendam esse) eindigde Cato iedere redevoering of speech in de senaat. Uiteindelijk kreeg hij zijn zin en werd na drie oorlogen het Punische rijk verslagen en Carthago verwoest. Echt met de grond gelijk, zout in de velden. Zo bang waren die Romeinen van deze toenmalige wereldmacht. U weet wel, Hannibal, olifanen, dat spul. Een paar eeuwen later vonden ze het toch wel een handige plek om zichzelf te vestigen en bouwden ze op de resten hun nieuwe Carthago. Met als gevolg dat wij nu van heel veel ruines kunnen genieten hier, samen goed voor 28 eeuwen beschaving. Beetje Punisch nog, heel veel Romeins en Byzantijns. Vandaag een deel van het grote aanbod bekeken. Allereerst op de berg Berja, waar nog een paar restanten van Punische woningen staan, daarna door naar het theater (onherstelbaar vernieuwd), een paar Romeinse villas met uitzicht op zee, en tenslotte de baden, een enorm complex. Ik heb al wat Romeinse, Griekse enzovoort resten gezien hier en daar in het Middellandse Zee gebied, maar dit badencomplex is uniek. Lekker in mijn eentje door de resten van de oude stad gedwaald, via de moderne bebouwing. Uiteindelijk kwam ik aan het strand uit, nou ja, een heel klein en niet heel fijn strandje, maar toch maar even het water in.

Weer heel wat indrukken rijker van prachtige muren, uitgebreide wegen, theaters en kerken. Helaas zal ik ze moeten onthouden, mijn telefoon lag keurg thuis op me te wachten. Goede reden nog eens terug te gaan. Er zijn nog een paar delen die ik niet bezocht, zoals de havens, een begraafplaats en wat cisternen. Pak ik die andere stukken gelijk even mee voor de foto’s.

Ik kan het u van harte aanraden. Alle witte schepen die nog komen (geen Amerikaanse meer helaas dit jaar) laden hier hun bussen uit.

 

Clubjes

 

Overal in de wereld leven mensen die in meer dan een land hebben gewoond, of regelmatig van werkplek veranderen. Expats. Die mensen delen een ding, oplettend lezertje, ze willen soortgenoten ontmoeten. Ze leven in  het gastland, en soms werken ze met lokalen, maar heel vaak zoeken ze ook soortgenoten op. Uit dat verlangen ontstaan clubjes in soorten en maten. De British Club, en de  underground British club, duidelijk voor mensen met een Britse achtergrond. Dat soort nationaliteiten clubs zijn er meer. Dan zijn er InterNations en de Hash Hound Harriers, die laatste al behoorlijk oud, ooit ontstaan in India, de eerste vijf jaar actief en snel roeiend. Bij beide clubs ben ik actief. De hashers lopen en rennen en sluiten af met een drankje. Dat zorgt in een aantal gastlanden voor problemen. In Egypte worden Egyptenaren niet snel lid van een club die alcohol zo vrij gebruikt, en ook hier in Tunesië is het sinds de revolutie een klein probleem. Voorheen dronk men zijn biertjes in het openbaar, tegenwoordig alleen in tuinen van leden, uit angst voor commentaar. Veel leden zijn Tunesiër, die zich terecht zorgen maken over de achteruitgang van vrijheid.

Al deze clubjes hebben na de revoluties last van afnemende deelname, veel expats vetrokken om niet terug te keren. Waar in Tunis ooit tweehonderd man meededen was er nu een goede deelname van 35 en ook in Cairo was dat het geval. De club in Libie, zeer actief voor de revoltie kan nu om voor de hand liggende reden niet meer rennen in het openbaar. Ze vieren deze Eid een reünie op Malta.

Voor mij zijn die clubjes een goede manier om snel een netwerkje op te bouwen en mensen te ontmoeten, zoals ik al eerder schreef. En passant kom je bij de hashers ook nog aan je lichaamsbeweging. Bergje op en af vanmiddag, bij weer een heerlijke warme dag van 32 graden. In een Donkere Duinen op de heuvel rondgelopen. Mannen die daar een picknick hielden van een vers gevangen vis uit de zee onderaan de heuvel. En een man die de ruim aanwezige lege flessen en blikjes verzamelde.

Na afloop een drankje in iemands tuin en de afspraak: volgende week weer. Of dat lukt is niet zeker, mijn andere clubje organiseert ook iets. En een uitnodiging voor een boekenclub.

Veilig?

Met alle gedoe de afgelopen weken rond vreselijke filmpjes en overkookte reacties is er in ieder geval iemand die er goed garen bij spint, of eigenlijk: draad. De leverancier van het scheermesjes draad kan de rollen waarschijnlijk niet aanslepen. Rond elk gebouw van enige betekenis dat mogelijk risico zou kunnen lopen liggen kilometers uitgerold over de stoepen, afgewisseld met de pantserautootjes en veel lichtelijk verveelde militairen van diverse pluimage. Ambassades worden uiteraard bewaakt, en consulaten. Maar soms gebouwen waar ik geen idee van heb wat of wie daar verblijft. Die rollen zijn dan een aardige indicatie: waarschijnlijk  een hoge diplomaat.  Echt discreet is het niet, al die rollen. De stoepen kunnen niet meer gebruikt worden om te lopen dus alles loopt over straat. Op vrijdag is een heel deel voor de Franse ambassade zo vergrendeld dat het verkeer er aardig last van heeft en de voetgangers er blij mee zijn. Regelmatig krijg ik mailtjes en nieuwsbrieven met nieuwe “informatie”. Zelden meer dan speculaties over wat er wel en niet zou kunnen gebeuren. Op het sociale leven van de expats hier heeft het ook een slechte invloed. Verschillende tripjes zuid werden afgezegd omdat werkgevers niet toestaan dat hun werknemers zuidelijker gaan dan Sousse. Vraag me niet hoe die grens getrokken is, maar hij ligt er, onzichtbaar in het zand.

Laatste bericht is dat er mannen gearresteerd zijn in Turkije in verband met de aanslag op de ambassade in Libië die de Amerikaanse ambassadeur en drie anderen het leven kostte. Onder hen twee Tunesiërs, dat is gen goed bericht. Kennelijk een groep die internationaal werft.

Voorlopig echter kan ik hier volgens mij veilig over straat, zelfs ’s avonds. Maar zien hoe het losloopt.

 

Groenteman

Ik woon hier in een wijk met hier en daar kleine winkeltjes. Ze noemen ze cornershops, maar dan in het Frans, ook al zitten ze meestal niet op een hoek. Inmiddels ehb ik mijn vaste adresjes, voor water en yoghurt, voor geld, voor vlees en voor groente. De groenteman heeft relatief nog een hoop ruimte en hij heeft ook een behoorlijke keus.  Groente en fruit worden in het noorden verbouwd. Tijdens mijn tripje zagen we hoe de tomaten geoogst werdenen de meloenen op het veld lagen te rijpen. De tijd van de granaatappels en kweeperen breekt aan. De eerste oogst kweeperen lag in de winkel vandaag. Ze zijn voor de jam, die maak ik niet, dus kweeperen werden het niet. Maar voor drie euro heb ik ui, courgette, tomaat, zoete parika, aubergine, druiven en vier  verschillende peren. Die peren hier zijn heerlijk, en nu heb ik er van alle soorten een genomen om te proeven welke ik het allerlekkerste vind. Volgens de groenteman had ik nu wel genoeg voor een hele week. Hij was blij te zien dat ik de mooie papieren zakken had bewaard om de groente in mee naar huis te nemen. Goed voorbeeld doet goed volgen, aan ons zal het niet liggen als het milieu niet opknapt. Zo maar eens een uitje snipperen en aan de slag. De knoflook kwam ook mee terug van ons tripje.