Bin Guerdene

Bijna honderdduizend mensen wonen in Bin Guerdene maar als wij er ’s morgens vroeg binnenrijden is het redelijk rustig op straat. Een nationale feestdag en ook nog Ramadan en schoolvakantie, stilte heerst alom. Ook in het gemeentehuis waar we na een rit van anderhalf uur aankomen. Er zit een man op ons te achten, de rest van de 20 aangemelde deelnemers aan dit gesprek druppelen langzaam binnen. Zullen we beginnen? Nee, nog maar even wachten. Als er in een keer drie vrouwen tegelijk binnen komen, trappen we af. Tot bijna het einde van de bijeenkomst krijgen we er af en toe nieuwe bezoekers bij. Het blijkt dat lang niet alle deelnemers van ons project op de hoogte zijn. Ook vorige keren waren ze te laat of afwezig. Een deelnemer is heel duidelijk: ik weet uitstekend wat ik moet doen, geef ons het geld en zeur verder niet. Maar wij zijn geen Fonds, wij zijn een organisatie die advies geeft, soms gepaard met een klein beetje financiën om projectjes te faciliteren. Hij houdt het verder voor gezien. Ze zijn nog niet zo ver als in de vorige stad, ze moeten elkaar nog leren kenen. Mijn oproep tot het versterken en onderhouden van hun netwerk wordt gehoord. Als we afsluiten steken er een paar de koppen bij elkaar om vervolgafspraken te maken. Ik spreek nog even met een jonge juriste, die zich afvraagt hoe ze hier de vrouwen bij het werk kan betrekken. In haar organisatie is het bestuur 50/50, maar hier in het zuiden zijn de rollen nog traditioneel verdeeld, veel vrouwen blijven binnenshuis. We  bespreken wat strategieën, ik zal haar aanhaken aan een organisatie die meer ervaring heeft in dit soort zaken. Weer anderhalf uur later dan volgens ons programma verlaten we de stad weer op weg naar de volgende afspraak en het volgende hotel. Het vaak genoemde afvalprobleem wordt duidleijk geillustreerd. Buiten de stad kilometers lang hopen afval langs de kant van de weg in lange stroken, netjes opgehoopt in een poging er nog iets van te maken. Het ligt er al een tijd en is verbleekt en half vergaan. Wat niet vergaat: het plastic. Dat ligt kilometers ver in de olijfboomgaarden. Eens zal het deel uit gaan maken van de voedselketen, als we met elkaar geen oplossing weten te vinden.

Kssour

Dit gebied, in het zuiden van Tunesië, is Berbergebied. Half nomaden die hun kamelen en vee weidden, en graan verbouwden. Die oogst moest worden opgeslagen to het verkocht kon worden en beveiligd tegen rovers. Ze bouwden huizen van leem en steen, volgens een eeuwenoud proces. Al in de zesde eeuw deden ze dat, maar ook in 1800 werden ze nog gebouwd, in vierkant enom het binnenplein met bron. Smalle diepe kamers, twee en drie hoog op elkaar. Een hijsbalk in de nok, zoals in amsterdam. In die kamers nu winkeltjes, een verzameling oude materialen, van een paar decades oud tot verder terug. In de hele streek waren ze er maar de meesten zijn vernietigd in de wens om vernieuwing onder Bourguiba. Waar ze nog wel zijn proberen ze het toeristisch in te zetten. Door die winkeltjes, door maaltijden met muziek en dans en kopjes thee. Die ik nu beleefd af sla omdat mijn reisgenoten ook niet drinken nu.

Ik zou hier uren foto’s kunnen maken, nu blijft het bij snel wat knippen voor de indrukken. Plotseling een man van de organisatie van Intellectuelen Zonder Grenzen, zij hebben hier in een van die kamertjes een radiostation. Willen we binnenkomen? Ja, dat willen we graag. Dit is burgerparticipatie in volle omvang. Ze zenden acht uur per dag uit, over allerlei onderwerpen die passend zijn bij deze periode van opbouw van democratie. Om de mensen te voeden met informatie. Wil ik even een interview geven? Natuurlijk, we zijn hier nu toch. De jonge vrouw die op dat moment daar werkt schakelt over naar Engels, niet de meestgebruikte taal hier. Onervaren in het interviewen, maar ze doet haar best. M vertaalt voor de luisteraars die geen Engels verstaan. Terugluisteren? Geen idee of het lukt, maar google maar even. Radio Kssour, of Intellectuels sans Frontiere.

Werkbezoek

Wat een dag, oplettend lezertje. Toen ik mijn mandje inging, was het buiten al weer licht en slapen stelde niet veel voor. Om tien uur een paar slokken water, drie dadels en een bekertje yoghurt en er op uit. Buiten was het al heerlijk warm. Ons eerste bezoek was aan de gemeente. Probleem op het moment in heel Tunesië: er zijn eigenlijk geen gemeentebesturen. Na de revolutie werden er speciale comités samengesteld, benoemd vanuit de gemeenschap, vanwege hun verdienste inhoudelijk of vanwege het vertrouwen dat de gemeenschap in ze zou hebben. Zij zouden een jaar de zaak draaiend houden, tot ze opgevolgd zouden worden door een democratisch gekozen stadsbestuur. Dat laatste is nog niet gebeurd, het mandaat van de commissie is voorbij, en nu verkruimelt het beetje vertrouwen of mandaat dat er was nog verder. In sommige steden heeft de commissie vertrouwen vast kunnen houden, in sommige was het er niet, of is het verdwenen. Sommige commissies zijn aan het eind van hun mandaat overgegaan tot niets doen. In Medenine treffen we het, daar zijn de zittende bestuurders aangebleven omdat ze al blijk hadden gegeven van veranderingsgezindheid. Dan nog hebben ze het niet eenvoudig. Budget is er niet voldoende, voor 2013 is ook niets toegezegd. Dat budget gaat dan overwegend op aan salarissen, van 50 tot 110%, dat laatste is geen typefout. Doordat men sommige acties om werkgelenheid wilde smoren werden de gemeentes verplicht vanuit de centrale overheid mensen in dienst te nemen en te betalen. Helaas hebben ze daar dus het geld niet meer voor. Fondsen vanuit diezelfde centrale overheid om de civil society op te zetten, moeten vanuit de gemeentes worden geëvenaard, dus ook dat geld krijgen ze niet. Het zuiden, waar ik nu op reis ben, voelde zich al jaren als tweederangs landsdeel behandeld. Men hield zijn mond maar nu wil men gelijk behandeld worden. Behalve het gebrek aan geld, of daarmee samenhangend, zijn er grote milieu problemen in Medenine. Dat gaat van het gebrek aan ophaalcapaciteit (3 teams voor een stad de helft groter dan Den Helder) tot een falend rioolsysteem waardoor vooral de dichtbij liggende wijken ziekteproblemen signaleren, tot de vervuilende industrie. Fijnstof, grondwatervervuiling, afwatering, de kust. Noemt u het maar op, we zien het ook bij ons voortdurend voorbij komen. Dat is hier al jaren aan de gang, maar nu willen de mensen dat het aangepakt wordt. Maar hoe, en wie begint? De bestuurders waar ik mee sprak probeerden ook greep te krijgen op het schrijven van de nieuwe grondwet en de rol van de gemeentes in het nieuwe systeem. Dovemansoren komen ze tegen. Niemand die naar hen luistert. In de gemeente is ook een vertegenwoordiging van de centrale overheid, handig instrument voor een dictatuur om de zaak onder controle te houden. Nu niet alleen misplaatst maar ook niet meer functionerend. Daar gaan de bewoners dus niet heen met hun problemen, die gaan naar de gemeente, zoals het hoort. En daar willen ze best iets aanpakken, maar hoe, met wie en met welk geld? Tegelijk wil men bouwen aan vertrouwen in het bestuur, maar met zo weinig instrumenten is dat een zware taak. Het piloot project dat VNGI nu helpt uitvoeren, kan er toe leiden dat de burgers zien, dat beloftes waargemaakt worden, en dat hun klachten worden gehoord en serieus genomen. Een zware taak hebben de heren voor de kiezen, en de tijd dringt.

Medenine

Je zou denken dat je niet veel mee krijgt van je omgeving als je in het donker reist, oplettend lezertje, maar dat valt altijd mee. Gisteravond om 21.00 uur vertrokken van kantoor. Ik had de stille hoop dat een van de twee eettentjes in de buurt na Shohoor nog open zou gaan, mar die bleek ijdel. Gedineerd op twee bakjes yoghurt en drie koekjes vanavond, en twee bekers thee, in afwachting van mijn reis gezelschap. Door Tunis naar het zuiden, en geleidelijk verandert de omgeving. De Europese invloeden van de stad verdwijnen, de omgeving wordt meer zoals ik die van het Midden-Oosten ken. Na de tolweg weinig hoogbouw meer, een soort onderbroken lintbebouwing, met af en toe het vermoeden van een dorp of stad, als er plotseling uit het duister verkeersdrempels op doemen. Veel vrachtverkeer, relatief, en op een plek stonden er tientallen, samen met veel bussen. Daar levendigheid en terrassen, ook de kapper was nog open. Af en toe kilometers lang stalletjes langs de weg. Dadels, rietwerk, keramiek. Een heldere hemel met twee ochtendsterren, als u het mij vraagt.  Honderden watermeloenen lagen onderweg te koop, af en toe een controle van de politie. Naast de benzinestations zoals u en ik ze gewend zijn, waar wij nog even halverwege de nacht een sandwich scoorden, en nog wat proviand in de vorm van koekjes en bugels met BBQ-smaak insloegen, zijn hier ook plekken lang de weg waar de benzine in jerrycans wordt aangeboden, en werden we ingecheckt. Om tien voor vier reden we net weer door een dorp toen ik de moskee hoorde: de vasten was begonnen, een half uur voor zonsopgang. Vanavond om ongeveer half acht houdt hij op. Iets na vier uur kwamen we aan bij het hotel en konden we inchecken. Ik mag een ontbijt bestellen, als ik zo ver ben. Maar ik weet niet of ik dat doe. Ik ben al in het voordeel doordat ik nu gewoon kan drinken en mijn bugels op kan eten. Nu zien of ik slapen kan. Als we allemaal wakker zijn morgenochtend, kan ik de stad bekijken en het pilot project dat hier wordt uitgevoerd. Vanavond een ontmoeting met de civil society organisaties. Er waren heel wat aanmelding. Ik ben benieuwd.

.

Revolutie

De revolutie in Tunesië was de eerste in de serie Arabisch Lente. Hij begon niet hier, in Tunis, maar in Sidi Bouzid. Het sloeg over naar de hoofdstad en die beelden gingen de wereld over en inspireerden. Toen ik september vorig jaar in Cairo aankwam was mijn eerst gang naar het Tahrir plein waar ik u vaak verslag van deed. Ik heb zelfs een sporen van de revolutie gemaakt, want overal zag je in Cairo nog wat zich daar heeft afgespeeld. Hier is dat anders. De rellen en vechtpartijen waren hier niet op een plein, maar op de Avenue Habib Bourguiba, dezelfde Avenue waar ik dit zat te tikken. Maar nergens ook maar een glimp, een restant, een graffitiplaatje of iets anders dat er nog aan doet denken. Werd het Tahrirplein in Cairo de speakerscorner van de stad, hier schijnt men dat verplaatst te hebben naar Bardo, waar het parlement zit. De enige kreet die ik hier kon ontcijferen was “leve Markouzi”, maar dat zal met zijn verkiezing te maken hebben. Ook aan boeken is er niet veel, zeker niet in het buitenlands, en al helemaal niet met plaatjes. Een bescheiden boekje met de foto’s en een wat uitgebreider met vooral verslagen en ervaringen, dat is het wel in de boekwinkel hiernaast. In Sidi Bouzid heeft men op het plein een groentekar staan, de kar van de eerste martelaar. Het is een nationaal, en zelfs internationaal monument, er moet nog wat aan worden gedaan. Hier geen afbeeldingen van martelaren en hun moeders op de muren in het centrum, hier heerst weer ogenschijnlijk de rust van alle dag.

Girlpower

Ze komt nauwelijks tot mijn schouder, de haren zijn wit. Twee jaar gelden, na haar pensioen, maakte ze plannen om de wereld rond te reizen op een vrachtschip en les te geven waar het nodig was. Toen kwam de revolutie, direct daarop gevolgd door een poging, vond zij, om die de nek om te draaien. Ze realiseerde zich onmiddellijk dat de vrouwen en hun rechten een essentiële rol in deze revolutie zouden spelen, dat dit de crux was waar het om draaide. Ze was geen lid van een politieke partij maar sloot zich direct aan bij een nieuwe vrouwenrechtenorganisatie. Een die het deed voor de vrouwen en verder nergens voor. Niet als excuustruus of stoplap, of om mooi weer mee te spelen. Over de contrarevolutionairen, zij die de verworven rechten van net na de revolutie terug willen draaien spreekt ze als “zij” of de “duisteren”, met minachting. Ze kent de risico’s, weet dat rechten zo ook weer weg kunnen zijn, zeker als ze nog niet eens volledig zijn. Nu heeft zij een begin gemaakt van een heuse beweging tot samenwerking. Ze gaat de straat op, praat met iedereen, ook in de wijken waar ze gezien haar positie en opleiding eigenlijk nooit iets te zoeken had. Het landelijk gebied durft ze haast niet meer heen te gaan, na haar eerste bezoeken. Er is zoveel vraag om hulp en ze heeft van alles niets. Geen geld (het wordt uit eigen zak door haar en medestrijdsters betaald) geen onderkomen, geen ervaren medewerkers die ook nog tijd genoeg hebben zich in te zetten, en al helemaal geen vrouwen opgeleid in zoiets als activisme, het opzetten van kampanjes.

Het weerhoudt haar niet zich te roeren, zo veel en zo vaak als ze kan.  Te blijven duwen en trekken en proberen, tot ze de vrouwen zo ver heeft dat ze begrijpen dat hun lot in eigen hand hoort te liggen, en dat ook ligt, als ze dat willen.

Nog een paar honderd vrouwen zoals zij, liefst een beetje jonger voor de continuïteit, en “zij” zullen het niet eenvoudig krijgen.

Bewolkt

Vanmorgen begon de dag bewolkt, en als het zo blijft zou een regenbui mij niet verbazen. Heerlijk weer om te wandelen, iets minder voor de foto’s al brak de zon af en toe door. Maar langer dan twee uur lopen zonder even te kunnen gaan zitten om iets te drinken vind ik toch niet alles op een vrije dag. Een heerlijk rustige Medina vandaag, met nog wel wat winkels langs de hoofdroute open. Ik kreeg keurig de weg naar een terras aangewezen vanwaar je over de wijk uit kon kijken. Ik had mij op het ergste voorbereid, meestal kom je dan in een toeristenval terecht. Nu was dat in het Dar al Bey  ook wel een beetje, maar het viel mee. Ik kon rustig doorlopen naar boven. Het dak was een verademing. Een samenraapsel van tegeltjes, met veel fantasie hergebruikt, maar genoeg bankjes om op mijn gemak van het uitzicht te genieten. Een cadeautje. De groepjes toeristen die langskwamen terwijl ik daar zat, en meer tijd besteedden aan elkaar fotograferen dan aan rondkijken, waren zonder uitzondering met gids. Je mocht eens verdwalen in de Medina. Ik ben zo lang blijven zitten dat men even kwam kijken of ik er nog wel was. Even een praatje gemaakt met een van de verkopers, de winkel is een soort gezamenlijk project. Ik hoefde maar een keer te zeggen dat ik nu niets zou kopen en kon verder mijn weg vervolgen.  Aan de andere kant de Medina uit, bij het Ministerie van Financiën en het onderkomen van de Premier. Dan door naar het plein voor het Kasr Baladia, met spiegelende ramen en  het bekende monument. Ook op al deze gebouwen geen spoor meer van de vele leuzen die men vooral na 14 januari neerschreef om te verzekeren dat ook de nieuwe regering, met veel oud regime in zijn gelederen, zou aftreden.  Daarna weer door de Medina terug, waar verkopers met weinig enthousiasme nog af en toe probeerde mij tot aankoop over te halen.  In mijn hotel schoenen uit, raampje open, Spotify bij, dan komen we de middag wel door. Nu nog een kopje thee en ik ben rondom gelukkig.