Vanmorgen begon de dag bewolkt, en als het zo blijft zou een regenbui mij niet verbazen. Heerlijk weer om te wandelen, iets minder voor de foto’s al brak de zon af en toe door. Maar langer dan twee uur lopen zonder even te kunnen gaan zitten om iets te drinken vind ik toch niet alles op een vrije dag. Een heerlijk rustige Medina vandaag, met nog wel wat winkels langs de hoofdroute open. Ik kreeg keurig de weg naar een terras aangewezen vanwaar je over de wijk uit kon kijken. Ik had mij op het ergste voorbereid, meestal kom je dan in een toeristenval terecht. Nu was dat in het Dar al Bey ook wel een beetje, maar het viel mee. Ik kon rustig doorlopen naar boven. Het dak was een verademing. Een samenraapsel van tegeltjes, met veel fantasie hergebruikt, maar genoeg bankjes om op mijn gemak van het uitzicht te genieten. Een cadeautje. De groepjes toeristen die langskwamen terwijl ik daar zat, en meer tijd besteedden aan elkaar fotograferen dan aan rondkijken, waren zonder uitzondering met gids. Je mocht eens verdwalen in de Medina. Ik ben zo lang blijven zitten dat men even kwam kijken of ik er nog wel was. Even een praatje gemaakt met een van de verkopers, de winkel is een soort gezamenlijk project. Ik hoefde maar een keer te zeggen dat ik nu niets zou kopen en kon verder mijn weg vervolgen. Aan de andere kant de Medina uit, bij het Ministerie van Financiën en het onderkomen van de Premier. Dan door naar het plein voor het Kasr Baladia, met spiegelende ramen en het bekende monument. Ook op al deze gebouwen geen spoor meer van de vele leuzen die men vooral na 14 januari neerschreef om te verzekeren dat ook de nieuwe regering, met veel oud regime in zijn gelederen, zou aftreden. Daarna weer door de Medina terug, waar verkopers met weinig enthousiasme nog af en toe probeerde mij tot aankoop over te halen. In mijn hotel schoenen uit, raampje open, Spotify bij, dan komen we de middag wel door. Nu nog een kopje thee en ik ben rondom gelukkig.
Vaag had ik nog plannen voor het strand, oplettend lezertje, maar die verdampten vanmorgen direct toen ik voet uit het hotel zette. 39 Graden, nergens iets open om iets te drinken, geen handige dag om er ver op uit te trekken. Wat maar goed is ook, want nu heb ik een deel van de Medina kunnen ontdekken. Begonnen bij de Bab Bahr rechtstreeks naar het hart van de Medina, waar de Zeitoona staat, de grootste moskee van Tunesië. Maar dan moet je eerst wel langs en tussen alle toeristen winkeltjes door, met een overvloed aan wat die winkeltjes overal ter wereld verkopen. Schoenen, kleding, petjes, kamelen, spiegeltjes en kraaltjes. Wie daar minder oog voor heeft ziet boven de hoofden, achter de zonneschermen en in de zijstraatjes glimpen van de gebouwen. En als je zo’n zijstraatje in slaat kom je vaak in een onbevolkt gebied, waar je rustig kunt genieten van de kleuren, de lijnen, de deuren en de ramen. Ik weet niet hoeveel deuren ik heb gefotografeerd, maar veel. Die zijn hier namelijk beslagen met mooie kopspijkers in allerlei patronen. De overheersende kleur is azuurblauw, maar oranje, geel, groen en ultramarijn komen ook voor. De Medina is op een of andere lijst geplaatst en wordt goed in de gaten gehouden. Overal werd gebouwd en hersteld. Maar heel weinig straatjes zijn breed genoeg voor een auto, dus ook hier de mannen met karretjes die alles van a naar b brengen. Als je die deuren fotografeert hoor je vaak de geluiden van de families die daar achter leven. Gepraat, geroep, radio en televisie, huilende en spelende kinderen. De straten zijn smal, er is veel schaduw, dus het was goed te doen. Opvallend: eenmaal aangekomen bij die Zeitoona, de olijfboom, bleek je te moeten betalen om de binnenplaats te mogen bekijken, we mochten er niet in. Die binnenplaats trouwens ook niet, een dik hek hield ons op afstand. Maar toch, er bleef genoeg te zien. Daarna verdwenen de toeristen naar rechts, de winkelroute, en ik naar links, de culturele route. Af en toe een bordje met wie of wat er achter die deuren te zien zou zijn. Een madresa, of een graf van een heilige. Af en toe instituten, en zelfs het gemeentehuis, open in het weekend. Daarna terug naar mijn hotel om bij te komen en iets te drinken De Avenue Habib Bourguiba is breed, de zon schijnt er onverbiddelijk. Om een uur of vier waagde ik me nog eens naar buiten, en deed ik een stukje markt, waar men bezig was al op te ruimen.
Nu zit ik weer op mijn vaste terras, met een potje amandel thee, het vaste stokje jasmijn en verder niets. Nou ja, mijn laptop dan, om u dit te schrijven. Leve de usbmodem!
Een ongekende rust op de anders drukke Avenue, toen ik terug kwam van het werk, oplettend lezertje. De terrassen stonden opgestapeld of stonden totaal verlaten te wchten op de dingen die komen gingen. De meeste winkels hier nog of al gesloten. Een paar uur op mijn kamertje de geneugten van de meegenomen harde schijven genoten, hoewel een schijf mij zegt dat hij onleesbaar is geworden. Ik hoop dat hij liegt, er staan veel films op. Toen ik dacht dat het laat genoeg was, weer de straat op. Nog steeds zeer rustig maar al duidelijk signalen van latere actie. Sommige terrassen hadden gasten aan gedeklte tafels, die al te eten kregen, zodat ze gelijk aan konden vallen als het signaal zou klinken. Dus een dag niet gegeten en gedronken, en daar zit je met je maten of je gezin, met een schaal brood, een fles water en hier en daar versegebakken Briqs voor je neus. Het duurde nog even. Volgens mijn gids is de Medina ’s avonds een plaats om te mijden maar tijdens Ramadan een poel van vreugde. Dat moet denk ik nog komen, Ik wam op het plein rond de Bab Bahr, de zeepoort, aan,net voor de zon onder gingn. Een verwachtingsvolle stilte. De straten verlaten zodat ik mijn plan naar de moskee te lopen opschortte. Onderweg een vervelend jongetje dat bezig was alles om hem heen te meppen, maar gelukkig kwam er een corrigerende moeder langs. Niet de zijne. De avond verloor kleur, de lucht werd bleek, de lampen werden dieper oranje en de moskee achter mij barstte los, gevolgd door twee anderen in de buurt. De eerste keer dat ik ze hier hoor, en samen met een stel toeristen genoten we van de roep en het vernderende karakter van de avond. De politieagenten in de buurt stoven bij de eerste klanken richting een tafel waar ze de dorst konden lessen. Hier en daar liep iemand direct een restaurant binnen, waar het personeel natuurlijk ook druk doende was de vasten te breken. Ik heb geen enkele lantaren gezien. Cairo is beroemd om zijn feestelijk aankleding tijdens Ramadan en Eid Kebir, hier ontbreekt die in mijn omgeving totaal. De lucht kleurde van bleek naar roze naar oranje naar nachtblauw in minder dan twintig minuten. De zwaluwen scheerden piepend over het plein, de eerste jasmijnverkopers vertoonden zich weer. Nu zit ik op mijn vaste terras. Glaasje citronade met amandelen, inmiddels mijn pluk jasmijn op een stokje van een jongetje dat te veel vroeg, maar niet kreeg. Straks zal er thee zijn, zegt de ober. De temperatuur is inmiddels heerlijk, de drukte neemt iets toe,de terrassen van de eerste eters zijn inmidddels alweer aan de tweede ronde toe. De meeste mensen vieren deze avonden in huiselijke kring, met vrienden en familie?Want meer dan het asten alleen, is dit een feest van gezelligheid, het aanhalen van banden, het begraven van strijdbijlen. Een soort kerst, maar met veel beter weer.
Ik had mij geestelijk voorbereid op een dag zonder eten of drinken. Ik weet dat dat kan, als je dokter je vraagt nuchter te blijven doe je dat immers ook. Maar het eerste wat mij getoond wed, nadat ik iedereen Ramadan Karim had gewenst: het kopje water dat de office manager discreet achter een in-box had opgesteld. Tussen de middag, toen niemand keek, bracht ze me een warme chocolade croissant. Zeg daar maar eens nee tegen als je maag rammelt. Toen wij als enige over waren op kantoor kwam er een trosje druiven. Zodat de situatie zich voordoet dat ik nu wel gegeten, maar niet gedronken heb. Toch de hele dag druk bezig geweest met materiaal uitpluizen en nazoeken, en nadenken over wat we nu precies gaan doen hier, nadat we hebben vastgesteld wat er nodig is in grote lijnen. Dus uitvoeren, aanpakken, trainen, dat soort praktische zaken. Zoals in al deze gebieden is er een ruim aanbod van hulpverleners, maar als het op concreet maken aankomt, wordt de spoeling dunner. Heel makkelijk om een analyse over de algemene situatie te maken, maar dan de boer op met een beamer en trainingsmateriaal, dat wordt lastiger, duurder en minder gedaan. Eens kijken hoe ver wij komen. Want de vraag is hoog.
Nu eerst zien hoe ik het weekend overleef. Het belooft flink warm te worden, eens kijken of ik een betrouwbaar strand kan vinden.
Ligt het toerisme naar Egpte redelijk op zijn gat, en zeker dat naar Cairo, in Tunesie heeft men snel de weg weer gevonden. Niet alleen Europeanen, ook de buren. Veel Algerijnen en Libiers, hoewel een deel van hen nu ook kiest voor bijvoorbeeld Turkije. Maar vanavond aan het tafeltje naast mij zat een familie die liever had dat ik Engels tegen hen sprak, dat waren dus Libiers. Ze woonden in de VS en gingen regelmatig naar huis voor vakantie, maar dit jaar wilden men Tunesie eens proberen. We hebbn de situatie in de regio met elkaar doorgenomen, en hopen allemaal dat het de goede kant uit zal gaan, maar veel blijft nog onzeker. Het zijn de leukere gesprekken, die je op deze manier zo onverwacht voert. Ze maken reizen als deze extra de moeite waard
Omdat de dagen best lang zijn en de winkels tussen 7 en 8 sluiten ’s avonds, heb ik nog niet veel boodschappen kunnen doen. Vanmiddag moest het er van komen, even wat inslaan voor de eerste dagen van Ramadan. Als het ook nog weekend is, en er dus niet gewerkt wordt. Men verwacht temperaturen van 38/39 en ik verwacht dat de restaurants en cafés overdag gesloten zijn. Maatregelen treffen dus. Op naar de Monoprix, waar de binnentemperatuur die van komend weekend ruim overtrof. Een drukte van belang, haast moet je niet hebben, de karretjes zijn breed en de paden smal. Op weg er naar toe een klein blokje richting medina, waar ik eindelijk weer een glimp Oriënt op ving. Drukte, winkeltjes en stalletjes, kruidige geuren. Even maar, de hoek om en het was weer weg. Als ik in september terug ben, ga ik er zeker veel tijd door brengen, maar voorlopig gaat werk nu toch voor. Maandag avond ga ik op reis naar het zuidoosten van Tunesië, op bezoek bij mensen die bij het seminar aanwezig waren. Dat zullen vermoeiende maar zeer leerzame dagen worden, die kunnen bijdragen aan mijn uit te brengen advies. Nu weer even op zoek naar een plekje op het terras bij de buren.
Een lange en interessante dag vandaag,oplettend lezertje. Een seminar over de lokale democratie in het licht van de gemeentelijke verkiezingen en hoe de civil society er op in kan spelen. Vanuit het zuiden, het noorden en het westen kwamen leden van burgerorganisaties die de democratie wilden versterken, en verder veel experts van allerlei pluimage. Zoals met een onderwerp als dit in deze tijd in dit land te verwachte: het liep wat uit. Uiteindelijk anderhalf uur later dan gepland, maar ik hoorde geen klacht, en als gesprekleider niet had ingegrepen had et nog veel later kunnen worden. Ondanks dat er nog al wat klachten waren over het democratisch gehalte van de huidige meerderheidsregering: men nam geen blad voor de mond, en liet weten wat men er van vond. Dat was van hoopvol tot cynisch en alle schakeringen daartussen. Ik had mijn persoonlijke tolk, die ik ’s ochtends deelde met een dame van de ambassade. (ook beroofd trouwens). Na de uitstekende lunch (eindelijk weer rijst en groenten) heerlijk buiten naast het zwembad, mocht ik mijn verhaal doen. Zin voor zin vertaald door mijn tolk en later de projectleider. Overigens, er werd nog heel wat Engels verstaan. Daarna nog een workshop met vertegenwoordigers uit het zuidoosten, tegen de grens met Libië aan. Er werden vijf punten besproken die men als eerste wilde aanpakken, maar het hadden er net zo goed meer kunnen zijn. De uitdagingen zijn groot en de tijdsdruk is hoog, met de verwachting dat de verkiezingen half volgend jaar zullen plaatsvinden. Voor het zo ver is moet er nog heel wat werk worden verzet. Na afloop flink wat mensen die op bepaalde onderwerpen wilde doorpraten, daar heb ik in september dan alle tijd voor. Inmiddels ben ik bijna door mijn rest visitekaartjes heen, ik zal weer eens iets nieuws laten maken, drie talen dit keer dan maar?
Afgesloten met een diner met een deel van de groep, die morgen pas naar huis gaan. Overwegend jonge mensen en in drie talen hebben we nog flink wat onderwerpen aangesneden. Waarbij een losse opmerking al snel weer tot een vraag kan leiden of je ook… Kortom, wordt voorlopig vervolgd.. In de lift zojuist van mijn eigen bescheiden hotel drie jonge Egyptenaren. Wat had ik dit werk ook graag daar willen doen. Wie weet, Insh Allah, komt het er ooit nog eens van.
Alle mogelijke moeite wordt er hier gedaan om het mij naar de zin te maken, oplettend lezertje. De diefstal van zondag zit iedereen hoog. Gisteren dus al met de office manager naar het politiebureau, om aan te dringen op actie. Vanmorgen op het Ministerie ook nog even kort aandacht gevraagd (niet door mij uiteraard) en de toezegging gekregen dat er even een telefoontje naar het bureau gaat, zodat men daar echt weet dat het serieus is. Ik ben benieuwd of het resultaat heeft, al deze goede bedoelingen. Ik reken nergens op, ga er van uit dat weg weg is. Maar het is hartverwarmend hoeveel moeite men doet.
Je maakt wat mee, oplettend lezertje, in het werk dat ik nu doe. Vanochtend vroeg al afgehaald voor een bezoek. Dit keer bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken, schuin tegenover het hotel. Ontspannen sfeer, ondanks het prikkeldraad, en gelukkig had ik mij op tijd gerealiseerd dat mijn paspoort nog bij de balie van het hotel lag. Onze gesprekspartner zag ik eerder in al in Den Haag. In kort bestek praatte men elkaar bij over een aantal ontwikkelingen en problemen. Eeuwig terugkerend thema, overal waar je komt: het afvalprobleem. Het was goed geregeld in Tunesie, maar in de revolutie ging materiaal verloren, en om het oude niveau weer te bereiken moeten alle zeilen worden bij gezet. Overigens, als ik hier door het centrum loop, vind ik het behoorlijk opgeruimd, maar inderdaad, in afgelegen hoeken en gaten ligt wel zwerfvuil. Er wordt hard aan gewerkt, weet ik nu.
Daarna terug naar kantoor, weer met de wagen met chauffeur. Vooral makkelijk als er gebrek aan parkeerplaatsen is, of als er ver gereden moet worden, liefst een beetje veilig.
De hele middag verder aan het werk geweest met mijn presentatie voor morgen. Verhaal bedacht, opgeschreven, gecheckt of ik op het juiste spoor zat, vertaald naar het Engels, gecontroleerd en verbeterd, plaatjes er bij gezocht en gecontroleerd of ze acceptabel waren, en in een diapresentatie gezet. Nu is alles opgeslagen op de USB stick, zijn de collega’s vertrokken en is er net een berichtje binnen dat het geplande diner wegens gebrek aan deelnemers van buiten de stad niet doorgaat en ik dus een vrije avond heb. Ramen en deuren sluiten, taxi zoeken en terug naar het hotel, en mijn inmiddels vaste terras.
Omdat de Tunesische expert eind deze week op vakantie gaat, en de komende avonden met werk bezet zijn, nodigde zij mij uit na het werk nog even wat te drinken en te eten. Gelijk maar naar een van de mooiste stukjes hier: Sidi Bou Said, wat veel toerisen bekend zal zijn. Leuke witte huizen en huisjes, met prachtige blauwe deuren bespijkerd in fraaie patronen. Het was er druk op straat, er werd wat afgeslenterd op weg naar de terrassen met uitzicht op de baai. Eten deden we iets verder op aan de Corniche van La Mersa, met heerlijke verse vis en pittige salades. Men heeft hier de harissa, een soort sambal, en volgens mij gaat die zelfs door de spaghetti. De eeuwige katten wachten ook hier hun kans af, evenals de straatverkopers met jasmijn en opblaasspeelgoed. Ook hier een zeer gemengd publiek: jonge gezinnen, groepen jongens , groepen meiden, hele families, met vrouwen met blote armen en met hoofddoekjes door en naast elkaar. Men zoekt nog even de koelte van de avond na de hitte van de dag. Flink wat wind aan het strand, dus ik voelde me al helemaal thuis. Terug over de weg door het meer van Tunis, waarnaast het scheepvaartkanaal dat ontstond door het weggraven van grond voor die weg. Nog steeeds rijdt hier de trein naar de kust en het noorden. Een prachtig gezicht om Tunis zo aan te rijden, en even over het meer sta je zo weer voor je hotel. De ober van het terras herkende me al, maar thee had hij niet voor me. Dat is wel het aller vreemdste hier, dat je niet altijd en overal thee kunt drinken. Maar hij verzekerde me dat er volgende keer wel thee zou zijn. We zijn al dikke vrienden.