Gastvrij

In de vallende schemering zit ik aan een lange tafel, gedekt voor veel mensen. De tafelkleedjes geïmproviseerd en divers. Glazen, kommen en borden van veel lokale patronen. L’ban, sap, water; schotels met dadels, salade, schalen met fruit. Het was een korte heftige week, maar veel ontmoetingen, veel informatie, veel indrukken. Deze laatste avond zijn we uitgenodigd door de vrijwilligers van Dhehiba om met hen de iftar, het breken van de vasten, te vieren.  Een man of twintig zijn we en ook nu kookte A voor ons, net als voor de vluchtelingen. Aan tafel ook een aantal Libiër, die speciaal voor deze gelegenheid de grens over zijn gereden. Ik schat minimaal twee uur rijden voor hen om hier te komen, aan deze tafels op de heuvel boven het dorp. Voor het gebouw waar al die vluchtelingen onderdak vonden. Dankbaar zijn de Libiërs voor de hulp en steun die ze kregen van deze dorpelingen. Samenwerken deden ze al, dat zal nu nog sterker worden. Een ziekenhuis willen ze bouwen in de streek, waar Libiërs dan geholpen kunnen worden door Tunesische artsen. Een Free Trade Zone,  om de smokkel tegen te gaan en de criminaliteit te verminderen. Een cameraman van het TV station is meegekomen en maakt beelden, voor wie weet welk station. Maar vooral is er deze avond: rust, vrede, een gezamenlijke maaltijd, en voor sommigen tussen de gangen door een gezamenlijk gebed.  Voor dit moment is alles goed met de wereld.

Vergeten

Ze doemen weer op  in mijn gedachten. Het geluid van rolkoffertjes over plaveisel en een zwijgende, eindeloze stoet mannen die lopend de grens over gaan, de veiligheid tegemoet. Dat waren de beelden die de wereld over gingen tijdens de hevige gevechten in Libië vorig jaar. Begonnen als een kleine stroom zwol het aan tot uiteindelijk zo’n kleine vijftigduizend vluchtelingen. Hongerig, dorstig, gewond kwamen ze aan en zochten ze onderdak. Het eerste dorp, de enige plek: Dheriba. Een plek van niets, met weinig eigen bronnen. Maar een ding hebben ze daar wel: naastenliefde. Toen de eerste vluchtelingen verschenen gaf A ze te eten, vanuit zijn eigen huis en keuken. Toen het er meer werden, werden ze ondergebracht in het Jeugdhuis op de heuvel. Op het hoogtepunt zaten daar 7000 man. A kookte voor hen, de mensen brachten materiaal, voedsel en drinken. Alle tijd dat ze er waren bleef A voor ze koken. We zijn allemaal buren, zei hij, we moeten elkaar helpen; het is onze aard hier in het dorp, we zijn er voor elkaar. Geen hulp, alles zelf gedaan. De NOS, Al Jazeera, CNN: alle ploegen stond de burgemeester te woord en verleende hij assistentie. Even was Dheriba beroemd. Nu zijn de vluchtelingen vertrokken. Het dorp bleef achter, weer vergeten en aan zichzelf over gelaten. Geen andere bron van inkomsten dan smokkel van benzine, illegale wapenhandel en alles wat daar mee samen hangt. Er is vruchtbare grond, aar geen geld om te cultiveren. Er zijn grote gezondheidsproblemen vanwege het falende vuilwater systeem dat drinkwater voorziening van het dorp vervuilt en voor Hepatitis zorgt. Er zijn de gevolgen van de beschietingen. Maar dat is geen nieuws, geen beelden en geen aandacht waard. Zoals een CNN verslaggever mij vorig jaar zei op het plein: On the worldscale this is a not so bad. Maar voor de mensen hier is het hun hele wereld.

Rust

Ik lig languit, met mijn handen onder mijn hoofd. Boven mij een stralend blauwe hemel met hier en daar een wolkje voor het schilderachtig effect. Links dobbert een palmboom voorbij. Of liever, ik dobber voorbij, die palmboom staat aan de rand van hte zwembad. Ja, u leest eht goed, oplettend lezertje: het zwembad. Daar waar ik het ergste vreesde ligt een prachtig hotel, met kamers in zuideljke sferen. Nou ja, kamers, meer suitetjes zijn het, met een leuke bank, luikjes voor de ramen, een uitnodigende badkamer en satelliet televisie. Geen internet, dat is in de lobby. Maar dus wel dat zwembad. Ik heb gelukkig een zwempak meegenomen vanuit Nederland, maar dat zit in mijn grote koffer die op kantoor staat. Niet zwemmen is geen optie, en er van uitgaande dat de jongemannen uit de buurt die om het bad thangen de laatste badmode niet helemaal scherp voor zich hebben, improviseer ik een tankini. Vreemd kijken doen ze toch wel. Een uur lang niets anders dan dobberen, drijven, ontspannen. Tot ik zo ben opgefrist dat ik het koud begin te krijgen. Wat een onverwachte meevaller in deze hitte en droogte. Dat het ontbijt niets voostelt neem ik voor lief, net als die reuzenkakkerlak in de douche die van me schrok toen ik ’s avonds binnenkwam.

Dhehibe

We zijn nog verder zuidelijk gereden, oplettend lezertje. Een rit van een paar uur brengt ons in de buurt van de Libische grens. Tataouine is de bestemming, om van daaruit Dhehiba op te zoeken, dat geen hotels heeft. Links en rechts van de weg zo ver het oog rijkt olijfboomgaarden, die hoe verder we van de stad rijden, schoner worden, met minder verwaaid afval. Langzaam verandert het landschap, komen er minder bomen, wordt het geler, de begroeiing lager en ruiger. Heuvelachtiger ook weer, tot we in de buur van Tataouine tegen de hoogvlaktes en tafelbergen oprijden. Even wat zoeken en rondvragen naar het hotel, waar ik weinig van verwacht, zo ver naar  de grenzen van de bewoonde wereld. Tataouine heeft een soort Hollywoodbord boven het dorp, tegen zo’n tafelbergje aangehangen. Om zes uur, na een paar uur rust op het heetst van de dag, weer verder naar onze laatste ontmoeting. Hoe dichter we daarbij in de buurt komen, hoe meer ik aan The Good The Bad and The Ugly moet denken. Het zou me niets verbazen als hier in de buurt een cowboy film is op genomen. Alleen de telefoonpalen en het volledig gebrek aan indianen wijkt af. Meer heuvels en nog meer tafelbergen, die op de grens met Libië liggen, voorbij. We worden verwacht.

Bin Guerdene

Bijna honderdduizend mensen wonen in Bin Guerdene maar als wij er ’s morgens vroeg binnenrijden is het redelijk rustig op straat. Een nationale feestdag en ook nog Ramadan en schoolvakantie, stilte heerst alom. Ook in het gemeentehuis waar we na een rit van anderhalf uur aankomen. Er zit een man op ons te achten, de rest van de 20 aangemelde deelnemers aan dit gesprek druppelen langzaam binnen. Zullen we beginnen? Nee, nog maar even wachten. Als er in een keer drie vrouwen tegelijk binnen komen, trappen we af. Tot bijna het einde van de bijeenkomst krijgen we er af en toe nieuwe bezoekers bij. Het blijkt dat lang niet alle deelnemers van ons project op de hoogte zijn. Ook vorige keren waren ze te laat of afwezig. Een deelnemer is heel duidelijk: ik weet uitstekend wat ik moet doen, geef ons het geld en zeur verder niet. Maar wij zijn geen Fonds, wij zijn een organisatie die advies geeft, soms gepaard met een klein beetje financiën om projectjes te faciliteren. Hij houdt het verder voor gezien. Ze zijn nog niet zo ver als in de vorige stad, ze moeten elkaar nog leren kenen. Mijn oproep tot het versterken en onderhouden van hun netwerk wordt gehoord. Als we afsluiten steken er een paar de koppen bij elkaar om vervolgafspraken te maken. Ik spreek nog even met een jonge juriste, die zich afvraagt hoe ze hier de vrouwen bij het werk kan betrekken. In haar organisatie is het bestuur 50/50, maar hier in het zuiden zijn de rollen nog traditioneel verdeeld, veel vrouwen blijven binnenshuis. We  bespreken wat strategieën, ik zal haar aanhaken aan een organisatie die meer ervaring heeft in dit soort zaken. Weer anderhalf uur later dan volgens ons programma verlaten we de stad weer op weg naar de volgende afspraak en het volgende hotel. Het vaak genoemde afvalprobleem wordt duidleijk geillustreerd. Buiten de stad kilometers lang hopen afval langs de kant van de weg in lange stroken, netjes opgehoopt in een poging er nog iets van te maken. Het ligt er al een tijd en is verbleekt en half vergaan. Wat niet vergaat: het plastic. Dat ligt kilometers ver in de olijfboomgaarden. Eens zal het deel uit gaan maken van de voedselketen, als we met elkaar geen oplossing weten te vinden.

Kssour

Dit gebied, in het zuiden van Tunesië, is Berbergebied. Half nomaden die hun kamelen en vee weidden, en graan verbouwden. Die oogst moest worden opgeslagen to het verkocht kon worden en beveiligd tegen rovers. Ze bouwden huizen van leem en steen, volgens een eeuwenoud proces. Al in de zesde eeuw deden ze dat, maar ook in 1800 werden ze nog gebouwd, in vierkant enom het binnenplein met bron. Smalle diepe kamers, twee en drie hoog op elkaar. Een hijsbalk in de nok, zoals in amsterdam. In die kamers nu winkeltjes, een verzameling oude materialen, van een paar decades oud tot verder terug. In de hele streek waren ze er maar de meesten zijn vernietigd in de wens om vernieuwing onder Bourguiba. Waar ze nog wel zijn proberen ze het toeristisch in te zetten. Door die winkeltjes, door maaltijden met muziek en dans en kopjes thee. Die ik nu beleefd af sla omdat mijn reisgenoten ook niet drinken nu.

Ik zou hier uren foto’s kunnen maken, nu blijft het bij snel wat knippen voor de indrukken. Plotseling een man van de organisatie van Intellectuelen Zonder Grenzen, zij hebben hier in een van die kamertjes een radiostation. Willen we binnenkomen? Ja, dat willen we graag. Dit is burgerparticipatie in volle omvang. Ze zenden acht uur per dag uit, over allerlei onderwerpen die passend zijn bij deze periode van opbouw van democratie. Om de mensen te voeden met informatie. Wil ik even een interview geven? Natuurlijk, we zijn hier nu toch. De jonge vrouw die op dat moment daar werkt schakelt over naar Engels, niet de meestgebruikte taal hier. Onervaren in het interviewen, maar ze doet haar best. M vertaalt voor de luisteraars die geen Engels verstaan. Terugluisteren? Geen idee of het lukt, maar google maar even. Radio Kssour, of Intellectuels sans Frontiere.

Werkbezoek

Wat een dag, oplettend lezertje. Toen ik mijn mandje inging, was het buiten al weer licht en slapen stelde niet veel voor. Om tien uur een paar slokken water, drie dadels en een bekertje yoghurt en er op uit. Buiten was het al heerlijk warm. Ons eerste bezoek was aan de gemeente. Probleem op het moment in heel Tunesië: er zijn eigenlijk geen gemeentebesturen. Na de revolutie werden er speciale comités samengesteld, benoemd vanuit de gemeenschap, vanwege hun verdienste inhoudelijk of vanwege het vertrouwen dat de gemeenschap in ze zou hebben. Zij zouden een jaar de zaak draaiend houden, tot ze opgevolgd zouden worden door een democratisch gekozen stadsbestuur. Dat laatste is nog niet gebeurd, het mandaat van de commissie is voorbij, en nu verkruimelt het beetje vertrouwen of mandaat dat er was nog verder. In sommige steden heeft de commissie vertrouwen vast kunnen houden, in sommige was het er niet, of is het verdwenen. Sommige commissies zijn aan het eind van hun mandaat overgegaan tot niets doen. In Medenine treffen we het, daar zijn de zittende bestuurders aangebleven omdat ze al blijk hadden gegeven van veranderingsgezindheid. Dan nog hebben ze het niet eenvoudig. Budget is er niet voldoende, voor 2013 is ook niets toegezegd. Dat budget gaat dan overwegend op aan salarissen, van 50 tot 110%, dat laatste is geen typefout. Doordat men sommige acties om werkgelenheid wilde smoren werden de gemeentes verplicht vanuit de centrale overheid mensen in dienst te nemen en te betalen. Helaas hebben ze daar dus het geld niet meer voor. Fondsen vanuit diezelfde centrale overheid om de civil society op te zetten, moeten vanuit de gemeentes worden geëvenaard, dus ook dat geld krijgen ze niet. Het zuiden, waar ik nu op reis ben, voelde zich al jaren als tweederangs landsdeel behandeld. Men hield zijn mond maar nu wil men gelijk behandeld worden. Behalve het gebrek aan geld, of daarmee samenhangend, zijn er grote milieu problemen in Medenine. Dat gaat van het gebrek aan ophaalcapaciteit (3 teams voor een stad de helft groter dan Den Helder) tot een falend rioolsysteem waardoor vooral de dichtbij liggende wijken ziekteproblemen signaleren, tot de vervuilende industrie. Fijnstof, grondwatervervuiling, afwatering, de kust. Noemt u het maar op, we zien het ook bij ons voortdurend voorbij komen. Dat is hier al jaren aan de gang, maar nu willen de mensen dat het aangepakt wordt. Maar hoe, en wie begint? De bestuurders waar ik mee sprak probeerden ook greep te krijgen op het schrijven van de nieuwe grondwet en de rol van de gemeentes in het nieuwe systeem. Dovemansoren komen ze tegen. Niemand die naar hen luistert. In de gemeente is ook een vertegenwoordiging van de centrale overheid, handig instrument voor een dictatuur om de zaak onder controle te houden. Nu niet alleen misplaatst maar ook niet meer functionerend. Daar gaan de bewoners dus niet heen met hun problemen, die gaan naar de gemeente, zoals het hoort. En daar willen ze best iets aanpakken, maar hoe, met wie en met welk geld? Tegelijk wil men bouwen aan vertrouwen in het bestuur, maar met zo weinig instrumenten is dat een zware taak. Het piloot project dat VNGI nu helpt uitvoeren, kan er toe leiden dat de burgers zien, dat beloftes waargemaakt worden, en dat hun klachten worden gehoord en serieus genomen. Een zware taak hebben de heren voor de kiezen, en de tijd dringt.

Medenine

Je zou denken dat je niet veel mee krijgt van je omgeving als je in het donker reist, oplettend lezertje, maar dat valt altijd mee. Gisteravond om 21.00 uur vertrokken van kantoor. Ik had de stille hoop dat een van de twee eettentjes in de buurt na Shohoor nog open zou gaan, mar die bleek ijdel. Gedineerd op twee bakjes yoghurt en drie koekjes vanavond, en twee bekers thee, in afwachting van mijn reis gezelschap. Door Tunis naar het zuiden, en geleidelijk verandert de omgeving. De Europese invloeden van de stad verdwijnen, de omgeving wordt meer zoals ik die van het Midden-Oosten ken. Na de tolweg weinig hoogbouw meer, een soort onderbroken lintbebouwing, met af en toe het vermoeden van een dorp of stad, als er plotseling uit het duister verkeersdrempels op doemen. Veel vrachtverkeer, relatief, en op een plek stonden er tientallen, samen met veel bussen. Daar levendigheid en terrassen, ook de kapper was nog open. Af en toe kilometers lang stalletjes langs de weg. Dadels, rietwerk, keramiek. Een heldere hemel met twee ochtendsterren, als u het mij vraagt.  Honderden watermeloenen lagen onderweg te koop, af en toe een controle van de politie. Naast de benzinestations zoals u en ik ze gewend zijn, waar wij nog even halverwege de nacht een sandwich scoorden, en nog wat proviand in de vorm van koekjes en bugels met BBQ-smaak insloegen, zijn hier ook plekken lang de weg waar de benzine in jerrycans wordt aangeboden, en werden we ingecheckt. Om tien voor vier reden we net weer door een dorp toen ik de moskee hoorde: de vasten was begonnen, een half uur voor zonsopgang. Vanavond om ongeveer half acht houdt hij op. Iets na vier uur kwamen we aan bij het hotel en konden we inchecken. Ik mag een ontbijt bestellen, als ik zo ver ben. Maar ik weet niet of ik dat doe. Ik ben al in het voordeel doordat ik nu gewoon kan drinken en mijn bugels op kan eten. Nu zien of ik slapen kan. Als we allemaal wakker zijn morgenochtend, kan ik de stad bekijken en het pilot project dat hier wordt uitgevoerd. Vanavond een ontmoeting met de civil society organisaties. Er waren heel wat aanmelding. Ik ben benieuwd.

.

Revolutie

De revolutie in Tunesië was de eerste in de serie Arabisch Lente. Hij begon niet hier, in Tunis, maar in Sidi Bouzid. Het sloeg over naar de hoofdstad en die beelden gingen de wereld over en inspireerden. Toen ik september vorig jaar in Cairo aankwam was mijn eerst gang naar het Tahrir plein waar ik u vaak verslag van deed. Ik heb zelfs een sporen van de revolutie gemaakt, want overal zag je in Cairo nog wat zich daar heeft afgespeeld. Hier is dat anders. De rellen en vechtpartijen waren hier niet op een plein, maar op de Avenue Habib Bourguiba, dezelfde Avenue waar ik dit zat te tikken. Maar nergens ook maar een glimp, een restant, een graffitiplaatje of iets anders dat er nog aan doet denken. Werd het Tahrirplein in Cairo de speakerscorner van de stad, hier schijnt men dat verplaatst te hebben naar Bardo, waar het parlement zit. De enige kreet die ik hier kon ontcijferen was “leve Markouzi”, maar dat zal met zijn verkiezing te maken hebben. Ook aan boeken is er niet veel, zeker niet in het buitenlands, en al helemaal niet met plaatjes. Een bescheiden boekje met de foto’s en een wat uitgebreider met vooral verslagen en ervaringen, dat is het wel in de boekwinkel hiernaast. In Sidi Bouzid heeft men op het plein een groentekar staan, de kar van de eerste martelaar. Het is een nationaal, en zelfs internationaal monument, er moet nog wat aan worden gedaan. Hier geen afbeeldingen van martelaren en hun moeders op de muren in het centrum, hier heerst weer ogenschijnlijk de rust van alle dag.

Girlpower

Ze komt nauwelijks tot mijn schouder, de haren zijn wit. Twee jaar gelden, na haar pensioen, maakte ze plannen om de wereld rond te reizen op een vrachtschip en les te geven waar het nodig was. Toen kwam de revolutie, direct daarop gevolgd door een poging, vond zij, om die de nek om te draaien. Ze realiseerde zich onmiddellijk dat de vrouwen en hun rechten een essentiële rol in deze revolutie zouden spelen, dat dit de crux was waar het om draaide. Ze was geen lid van een politieke partij maar sloot zich direct aan bij een nieuwe vrouwenrechtenorganisatie. Een die het deed voor de vrouwen en verder nergens voor. Niet als excuustruus of stoplap, of om mooi weer mee te spelen. Over de contrarevolutionairen, zij die de verworven rechten van net na de revolutie terug willen draaien spreekt ze als “zij” of de “duisteren”, met minachting. Ze kent de risico’s, weet dat rechten zo ook weer weg kunnen zijn, zeker als ze nog niet eens volledig zijn. Nu heeft zij een begin gemaakt van een heuse beweging tot samenwerking. Ze gaat de straat op, praat met iedereen, ook in de wijken waar ze gezien haar positie en opleiding eigenlijk nooit iets te zoeken had. Het landelijk gebied durft ze haast niet meer heen te gaan, na haar eerste bezoeken. Er is zoveel vraag om hulp en ze heeft van alles niets. Geen geld (het wordt uit eigen zak door haar en medestrijdsters betaald) geen onderkomen, geen ervaren medewerkers die ook nog tijd genoeg hebben zich in te zetten, en al helemaal geen vrouwen opgeleid in zoiets als activisme, het opzetten van kampanjes.

Het weerhoudt haar niet zich te roeren, zo veel en zo vaak als ze kan.  Te blijven duwen en trekken en proberen, tot ze de vrouwen zo ver heeft dat ze begrijpen dat hun lot in eigen hand hoort te liggen, en dat ook ligt, als ze dat willen.

Nog een paar honderd vrouwen zoals zij, liefst een beetje jonger voor de continuïteit, en “zij” zullen het niet eenvoudig krijgen.