NBU 77, Hairy Scary

 

IMG_0714

Een tankstation in Galena, Illinois, met een general store. Een mooie plek om vol te gooien voor ik ga zoeken naar een nachtplek. Terwijl ik rechtsaf sla, iets naar beneden om het terrein op te rijden, voel ik dat Monster niet meer goed stuurt. Ik haal de bocht maar net, en de bocht die er net op komt ook met grote moeite. Daarna stop het. Ik sta nog net niet iedereen in de weg. Geen oliedruk zo lijkt het, maar Joost mag weten hoe of waarom. Geen enkele indicatie gehad, ik kijk regelmatig naar oliesignaal en tempratuur van de motor, en nu vanwege het tanken keek ik zeker nog iets vaker. Maar dit kwam toch wel heel plotseling opzetten. Maar goed, als het dan toch gebeurt, liever vlak bij dit benzinestation dan op een pas in de Sierra Nevada of een bergweggetje op 9000 voet in Yellowstone.

Mijn vrienden van de AAA maar even gebeld, wat een wat moeizamer gesprek wordt dan anders. Waar ik heen wil? Ze kunnen geen RV repairshop vinden. Ik vind dat ik gewoon een Fordgarage, of welke garage dan ook maar al goed zou vinden. Binnen weten ze er wel een.  Nu dus wachten op een towtruck. AAA repareert niet zelf, anders dan bij ons de ANWB, die veel met eigen mensen afhandelt. Als het maar gemaakt kan worden. Ik was al van plan in St. Louis een garage te bezoeken om wat andere zaken te bekijken die wel gedaan moeten worden, maar dit komt eerst.

St. Louis is zonder stoppen een dag verderop, maar ik was van plan nog het geboortehuis van Mark Twain te bezoeken, hier aan Great River Road. Een route die door 10 staten loopt en de Mighty Mississippi, Old man River, volgt. Ik ben hem vandaag al een paar keer overgestoken. Begonnen in Minnesota vanochtend, toen Wisconsin, daarna Iowa en nu in Illinois. Lincoln’s State. Ze lijken vanaf de rivier gezien op elkaar met daarachter landbouwgrond met die mooie schuren. Op de grafstenen van de kleine plaatsjes staan veel Duitse namen, in Le Crosse en Prairie le Chien veel Frans en Scandinavisch. In Prairie le Chien bezoek ik de Louis Villa. Ik verwacht een klein huis, maar het is een landgoed op de plek waar eens forten stonden. Die forten werden gebouwd vanwege de oorlog van 1812. U weet wel, die oorlog waarvan Trump onlangs vertelde dat de luchtmacht toen zulk mooi werk had verricht. Een oorlog die nogal gecompliceerd in elkaar zat, waarin de Indianen meevochten aan beide kanten en die tot niets leidde verder. Ja, het verdrag van Gent, zoek maar na, ik heb geen idee.

Het landgoed werd begonnen met een eerste bakstenen gebouw in 1843. In een tijd dat de eerste settlers dachten over vertrekken naar het Westen, werd hier iets groots gebouwd, en in de periode waarin het nu is teruggebracht, rond de eeuwwisseling, doet het denken aan Upstairs downstairs, of Downton Abbey. Niet zo groot, maar wel die periode, en met personeel uiteraard. Het is bizar, na al die rauwe natuur en dat cowboy geweld van de afgelopen weken, en ook de homesteaders nederzettingen van over de rivier, deze verfijning hier nu aan te treffen.  Terwijl er naar het Westen werd uitgebreid, had men aan de oostkust natuurlijk gewoon alle gemakken van de moderne tijd. Deze familie kwam hier vanwege handel in land, dat op grote schaal van de Indianen werd gekocht. Daarna kwam er veeteelt en bonthandel bij, en deed men ook wat met paarden. Zo werd de stichter een van de eerste miljonairs van Wisconsin. Het geeft het plaatje van dit land detail.

Ik merk dat ik de afwisseling erg kan waarderen. Soms dagen alleen natuur, dan weer eens een druk stadje of toeristengedoe, een beetje geschiedenis en als het kan kunst, al is dat tot nu toe na Houston niet echt groots meer geweest. Het is er wel, maar ik sla de grote steden over die collecties hebben. Komt nog wel een keer, hoop ik, als Monster mij niet in de steek laat of ik failliet ga voor ik met pensioen ben.

Ik houd u op de hoogte. Morgen weten we meer.

NBU 76, Schuren

IMG_0662

Het regende, het waaide wat, maar pas op de radio hoor ik dat er delen noord en zuid van me zijn waar mensen uit hun huizen gehaald moesten worden vanwege de overstroming. Het meer hier staat hoger dan normaal, vanwege de vele regen kan men al maanden de Mississippi niet nog meer belasten. Dit meer grenst aan de Missouri River.

Ik prent de mijlenstand in mijn hoofd die ik vanavond op de teller moet hebben staan. Het is betrokken, het slechte weer is nog niet voorbij. Het landschap zoals Gelderland ongeveer, maar dan weer Extra Large. Langs de kant de voor de VS gebruikelijke grote reclameborden. Er zijn drie soorten boodschappen. Wat er te halen valt in het opkomende stadje of dorp en hoe geweldig dat allemaal is; goede raad van de overheid, zoals minder suiker, je gordel vast, de troepen eren; En dan ook overal erg veel religieuze oproepen. Men wil je er van doordringen dat je echt tot god moet komen om straks niet naar de hel te gaan. Maar in dit gebied zie ik vooral veel oproepen tegen abortus. Met lieve babyfoto’s uiteraard en teksten als: ‘Abortion, how could you, my heart started beating21 days after conception. Of: Your Mother was Pro life. Nu was mijn moeder meer pro choice en boften we in ons geval, maar u snapt het idee,

Veel Hollandse namen op de reclameborden, Noteboom en Overweg komen voorbij. Verder vinden mensen het ook erg leuk van alles langs de weg te zetten dat verwijst naar het volgende plaatsje of het glorieuze verleden. Ik zie heel grote koeien en paarden, er staat ergens in metaal een postkoetsoverval door indianen tegen de heuvel. Een dinosaurus-skelet wordt uitgelaten door een menselijk skelet.

Om toch wat afwisseling te hebben, ga er bij Mitchell af.  Daar is het grootste maispaleis ter wereld. Het enige ook denk ik. Ik verwacht eigenlijk iets gebouwd van maiskolven, maar het is een heel groot mozaïek tegen de muren van het vrij forse stadhuis. Dit jaar is het thema de strijdkrachten, dus Iwo Jima, een slagschip, de verschillende legeronderdelen en Mount Rushmore komen allemaal voorbij in verschillende maiskleuren. De mannen zijn nog bezig de randen aan te brengen en dan wordt het vast het jaarlijkse grote Mitchell feest.

Niet iets om mijlen voor om te rijden, maar wel iets Amerikaans. De parkeerplaats geeft aan dat het druk kan worden, ze trekken een half miljoen bezoekers per jaar met deze stunt.

Ik rijd verder door het High Grassland dat vroeger hier het ecosysteem was en nu erg onder druk staat. Landbouw en bebouwing doen de vruchtbare zwarte grond uitdrogen. Dat leer je allemaal van de bordjes op de picknickplekken hier. Waar ik ook nog in gesprek raak met een vrouw die van twee kanten Nederlandse voorouders heeft. Zelf is ze een Van Houten, haar man heet De Kort.

Ik rijd met de wind in de rug onder de zeillucht door met wolken die Monster probeert bij te houden. Steeds meer silo’s, boerderijen, prachtige schuren met ronde daken. Ik zou ze graag vast leggen als inspiratie voor schilderijen, maar dit is een snelweg, ze staan ook veel te ver weg. Inmiddels zit ik in Minnesota, dat hoger dan breed is, dus in een paar uur doorkruist kan worden. Er komen verwijzingen naar Amish-gemeenschappen, er wordt quiltreclame gemaakt. Als ik moe word, zoek ik een Walmart, maar daar bevalt het me niet en het is nog maar zes uur. Ik drink wat thee, loop wat rond, koop iets tegen droge ogen en rijd dan weer verder. Dat was een goede keus. Ik vind een prachtige rustplaats, waar ook vrachtwagens overnachten. Uitzicht op de kreek hieronder, dit landschap leidt uiteindelijk naar de Mississippi, met scenic routes aan beide kanten die ik ga ik volgen. Dan moet ik in een slakkengangetjes niet alleen St Louis op tijd kunnen halen, maar ook alle bezienswaardigheden kunnen bekijken die zich hier aandienen.

Als daar geen mooie schuur bij zit.

NBU 75, Grasland

IMG_0647

Vanmorgen op mijn gemak vertrokken, weer naar de I90. Even weet ik niet waar ik zal stoppen, vaag staat Sioux Falls op het programma. Ik ben nu in de Prairy Grasslands beland, het gras staat hoog zoals u dat kent van Het Kleine Huis op de Prairie, of het ligt op gerold zoals u dat kent van schilderijen van Van Gogh en Hockney. Leeg land, met af en toe boerderijen. Ook houten verlaten huisjes, mensen die de grote droogte te veel werd tijdens de Dustbowl jaren. Wat overbleef is een taai volkje, dat zich niet laat intimideren. Op de radio de prijzen voor veevoer, reclame voor mest, de ontwikkelingen rond de varkensteelt, de verwachtingen rond de oogst en wat handelsverdragen daar voor invloed op hebben. Ook komen regelmatig de beursberichten door voor graan en bonen. Onderweg rijdt me een lange vrachttrein tegemoet, met daarop twee passagiersvliegtuigen,  nieuw, zonder vleugels.

Er wordt gewaarschuwd voor storm en regen later op de middag. Moeilijk uit te maken waar dat precies is, maar ik heb geen zin in zijwind, er moet ook weer wat gebeuren aan Monster. Ik vind een prima plek, gratis, naast een meer.  Om twee uur sta ik daar al. Ik schilder wat, probeer uit te rekenen hoeveel ik moet rijden om vrijdag in St Louis te zijn, probeer te bedenken hoe ik daarna wil rijden. Veel is onzeker nu, maar in ieder geval heb ik mijn opties op een rijtje.

Ik kijk over het water, ik blader in mijn nieuwe vogel- en plantenboeken, ik lees wat in mijn thriller, kook voor een paar dagen vooruit. Zo ben ik weer helemaal voorbereid op de week die komt gaat. De storm heeft zich niet laten zien, ik maak een praatje met een motorrijder die in een piepklein tentje gaat overnachten. Echt zo’n ouderwets driehoekje waar je jezelf inschuift. Hij is al even onderweg, reist van New York naar Californië en hoe lang dat duurt kan hem niet schelen. Tussendoor maakt hij luchtfoto’s, wil hij op eer boerderij werken, denkt in Californië te blijven en hoopt ooit een cabin in de bergen in Wyoming of Montana te hebben. Hij rijdt heen waar ik net vandaan kom, dus ik deel wat ervaringen. Hij heeft al veel gereisd maar wil nu zijn eigen land ook leren kennen.

Nu blaft er een hond, hoor ik het ruizen van de wind in de bosjes en de golfslag op de stenen van het strandje. Een boerennacht maken en dan morgen kilometers vreten om St Louis op tijd te halen, want vandaag was het niet veel.

Maar wel weer de moeite waard.

 

NBU 74, Wall

 

 

De Leeuwinnen lopen tegen de Amerikaanse muur op deze ochtend en worden strijdend tweede in hun tweede wereldtoernooi. Volgende keer nog beter, maar nu al geweldig.

Dan vertrek ik, verder de I-90 langs. Vanwege de timing beluit ik dat ik de Black Hills een flyby zal geven, wel via de scenic route uiteraard. Daar heb je minder rommel langs de kant van de weg en minder plaatsjes. Het landschap is laag heuvelig, het staat overal vol met gele hoge bloemen. Ik kan er geen chocola van maken. Ik rijd langs plaatsjes met 600 of 1100 inwoners. Upton heeft op zijn zeer hoge ronde watertoren staan: the best town on this earth. Als ik erdoor rijd, zie ik drie straten en een vriendelijk groetende inwoner op zijn squad. Misschien nemen ze het letterlijk, de aarde onder hun voeten, dan klopt het altijd. Het landschap is niet overweldigend, maar prettig.  Zon in de rug, lange wegen voor me.

De Black Hills, al zo genoemd door de Lakota’s, lijken wel wat op het Zwarte Woud, of Heidiland.  Niet zo steil als Big Horn. Dan moet ik haaks linksaf, Mount Rushmore wordt aangekondigd. Toch maar heen, overslaan is ook zo zonde. Nog weer wat verder stijgen, de stadjes in de buurt lopen vol toeristen die al die typiche toeristenwinkels en gelegenheden af gaan, op deze zonnige zondag. Eerst rijd ik langs het monument voor Sitting Bull, ook op een bergtop. Het moet het grootste beeldhouwwerk ter wereld worden. Op de autoradio is een loop die vertelt dat er al 71 jaar aan gewerkt wordt. Het hoofd is zo te zien klaar, nu zijn ze met de arm bezig. Dan komt de parkeerplaats van Mount Rushmore. Omdat ik van het zuiden kom heb ik nog niets gezien in de omringende bergtoppen dat lijkt op een hoofd. Ik krijg seniorenkorting voor Monster en wordt keurig naar een parkeerplaats geleid, vlak voor de ingang. Ingang ja, toen het complex 50 jaar oud was, werd er een bezoekerscentrum bijgebouwd, een vlaggen-allee, een terras en nog zowat. Ik bekijk de koppen, luister naar een praatje over het ontstaan in een van de gebruikte ateliers. De beeldengroep werd gemaakt om mensen naar deze streek te lokken, niet zozeer als vaderlandslievend gebaar, maar als lokmiddel zijn vier twintig meter hoge presidentenkoppen op de top van een berg natuurlijk prima. En het werkt! Alle stadjes in de omtrek profiteren ervan mee. Lodges en hotels beloven bergzicht, je kunt met helikopters langs vliegen, casino’s zijn er ook. Overal kun je je geld kwijt, het presidenten-thema wordt flink uitgemolken maar ook een kerstdorp en pretpark mogen niet ontbreken.

Ik rijd de andere kant de Black Hills weer af en kom dan in een voor mijn gevoel duingebied, met hele hoge duinen en zonder zand. De ronde heuvels zijn volledig groen en boomloos. Maar zoiets blijft nooit lang hetzelfde, ik rijd door prairieweideland met die gele bloeiende bloemen. Ik wil nog langs Badlands, dat moet ook mooi zijn.  Daar aangekomen zijn er nog steeds die gele bloemen en duizenden citroenvlinders die daar door aangetrokken worden. Velen slaan te pletter tegen Monster. Ik zie een bizon, ik zie lage lichtgekleurde plateau’s, maar als het bordje national park opduikt is het mooi, maar niet verpletterend. Raak ik verwend? Als ik linksaf moet slaan, en denk dat dit het wel was voor deze dag, blijkt dat het nog moet beginnen.

Er komen bergen die hun dek kwijt zijn en geerodeerd werden tot spitse, grillige vormen die in het late licht goed tot hun recht komen. Ik  meen ergens onder weg lama’s te zien, vraag mij af of dat ook big horn schapen kunnen zijn. Als ik op het hoogste uitkijkpunt aankom, na tussen die spitsen omhoog te zijn gereden, blijkt dat daar een groep big horns zit. Een aantal vrouwtjes met jongen. Ze liggen op smalle richels die wij van boven bekijken, maar zij van alle kanten kunnen beklimmen. Het uitzicht is weer overweldigend, beide kanten op.

Dan rijd ik verder naar Wall, beroemd vanwege de drugstore die hier sinds 1931 succesvol reclame maakt. De eerste borden doken gisteren in Wymoning al op. Ik koop een planten- en een  vogelboek, weet nu dat die gele bloemen klaver is, een meter hoog. Ik loop wat rond in de winkeltjes en bij de oude foto’s, kijk nog even achter bij de jackalope, een mytish wezen. Vandaag kom ik niet verder meer dan de parkeerplaats van Wall. Ik besluit uit eten te gaan en kies voor de Badlands Bar. De ober daar wil volgend jaar op wereldreis, te beginnen in Zuid-Amerika. Op alle tv-schermen is de finale gold-cup te zien. Mexico wint. Gnagna. Nu kijken ze wel.

Ik krijg een mail die St Louis een datum geeft en bel even, het is leuk elkaar weer te spreken met het vooruitzicht van een weekend gast en toerist. Nu weet ik hoeveel tijd ik heb voor het laatste stuk naar het oosten. Eens kijken wat er buiten Zuid-Dakota nog te zien is.

Het was weer een mooie, afwisselende dag. Bij het Sitting Bull monument stond een motto hoog boven de ingang:

Never forget your dreams.

NBU 73, Relocation

IMG_0440

 

Bij vertrek vanochtend rijd ik de stad uit via het dumpstation, vlak naast het parkje waar men de gevallenen uit Wyoming eert. Dat is geen half werk. Voor ieder onderdeel staan monumenten en plaquettes, vanaf WWI. Zeven zuilen om het centrale monument met alle oorlogsgebieden, met een zuil leeg voor toekomstige oorlogen. Ik vind het mooi dat er ook een groot monument is voor de Koreaanse oorlog, na mijn reis van vorig jaar.

Dan ga ik door naar Heart Mountain Relocation Center, een zwarte bladzijde in het Land of the Free. Na Pearl Harbour werden alle Japanners of mensen met Japanse ouders van de westkust gesommeerd zich te melden. Ze mochten meenemen wat ze konden dragen. De foto’s doen bekend aan, de treinen ook. Deze mensen overleefden het want zogenaamd niet gevangen. Maar eruit mochten ze ook niet, tot Japan de overgave tekende. Hun bezittingen waren ze kwijt, weggeven of verkocht voor een appel en een ei. Wat in bewaring werd gegeven was vaak toch weg of vernield. In hun nieuwe woonplaats werden ze vaak niet vriendelijk ontvangen, toen ze na de oorlog met $25 dollar en een treinkaartje weer weg mochten.

Het meest navrante vind ik, dat de Nissei, de in Amerika geborenen, zich zo volop Amerikaan voelden dat ze toen ze werden opgeroepen voor militaire dienst meestal gewoon gingen. Een man verhaalt van hoe hij Dachau hielp bevrijden, terwijl zijn ouders in de VS achter prikkeldraad zaten. Slechts een kleine groep verzette zich tegen het feit dat ze als gedetineerden in dienst zouden moeten. Dus die zat tot eind 45 in de gevangenis. Pas heel laat werden ze begrepen en vergeven, ook vaak door Japanners zelf. De rest werd in een Japans Bataljon geplaatst, dat een van de meest onderscheiden onderdelen werd en veel mensen verloor. De basis van deze maatregel was puur racisme dat al enkele tientallen jaren aanwezig was, ook bij de toenmalige president, maar nu een kans zag.

Na die ochtend vol waarschuwingen, want dit gebeurt nu weer, rijd ik nietsvermoedend de scenic route verder af, richting Big Horn National Forest. Ik denk dan bos, maar in Amerika staat zo’n bos op bergen. Ik moet plotseling heel erg steil omhoog, op sommige stukken red ik nauwelijks 20 mph. Wat zorgelijker is: mijn vrij lege tank, plotseling was er geen dorp meer en ging ik omhoog. Zou Monster het halen? Naar beneden kom je altijd. Halverwege het adembenemende gebergte, dat zo mee kan in The Sound of Music XXL, is er een lodge met een eenvoudig pompje. Ik tank half vol want de prijs is naar de ligging: uniek. Hier komen hikers en jagers. Veel mensen hebben hun quad mee. In de winter kun je je uitleven met je sneeuwscooter.

De weg omlaag is ook adembenemend, af en toe kan ik stoppen en kijken. Of het overkomt op foto’s betwijfel ik. Het landschap wisselt als ik weer van 9430 voet afdaal naar rond de 4000 voet voortdurend. Van lieflijk naar boomloos, naar canyons, naar weer geelbegroeide heuvels. Ik besluit door te rijden tot Gilette. Wyoming heeft veel te bieden, aan natuur en historie, maar ik moet toch een keer in St Louis aankomen deze maand.

Ik opteer weer voor de Walmart, waar ik wat verduisteringsmateriaal aanschaf. Dan kan mijn dekentje gewoon dekentje blijven, als ik het weer eens koud heb. Daarna zoek ik allereerst een koffietentje, dan vraag ik of er ergens ook gekeken gaat worden naar De Wedstrijd. De eerste die ik het vraag heeft er wel van gehoord, maar kijken? Voetbal? Vrouwen toch? Het tentje waar ik nu zit, Coffee Beanery, is een paar honderd meester van Monster verwijderd, ze hebben lekkere thee, wifi en een grote televisie aan de hoek die ik zelf van kanaal kan laten wisselen.

Ik zit hier morgenochtend weer!

 

NBU 72, Rodeo

IMG_0363

Toen uiteindelijk het vuurwerk losbarstte, was dat zo hard dat ik blij ben dat alle ramen er nog inzitten. Een half uur lang volop kleur en lawaai, vlak voor onze neuzen. Daarna is iedereen ook zo weer vertrokken. Ik rijd naar Walmart waar het zo vol staat met campers dat het wel een campground lijkt.

De hele nacht regen, maar tegen de ochtend wordt het droog. Ik controleer even het weerbericht, kan de rodeo wel? Ik vertrouw er op dat de regen niet voor tienen valt, en ik heb nog een parapluutje, van een hoosbui in New Orleans. Meenemen!

Eerst bij Walmart water inslaan. Daar ontdek ik dat ik mijn eigen gallonflessen voor een schijntje met prima water kan vullen. Laat ik ze nu allemaal bewaard hebben! Een karretje vol vers water rijker de stad weer in.

Ik ga weer naar het Buffalo Bill centrum en bekijk alle musea die het herbergt, inclusief het geboortehuis van Buffalo Bill dat hierheen gereden is. De visarend die normaal demonstraties geeft is in verband met het vuurwerk tijdelijk elders gehuisvest, ik ga echt niet alle 35.000 wapens uit het vuurwapenmuseum bekijken, en het natuurmuseum bekijk ik maar matig, maar dan nog ben ik tot halverwege de middag zoet.

Dan koop ik een paardenhalster, bied weerstand aan alle andere zaken die niet nodig zijn, vind het zeer hippe koffietentje Rawhide met een contactdoos en snel wifi. Dus opladen en mij voorbereiden op de shoot-out at Irma Hotel, die hier iedere avond (behalve gisteren) precies om zes uur wordt uitgevochten. De heel grote houten bar in het pand was een geschenk van Koningin Victoria na een succesvolle voorstelling van Buffalo Bill’s Wild West Show. We denken nu wellicht dat het alleen een showman was, maar tussen die shows door ging hij rustig nog voor het leger verkennen en doodde Yellow Hair onder andere. Verder zag hij heel goed waar het fout was gegaan met de Indianen, was hij erg voor vooruitgang en gelijkheid. Het Westen ging hem aan het hart, en dan vooral de toekomst.

De shoot-out is meer humoristisch dan historisch verantwoord. Een boef vindt dat zijn whisky naar Flint water smaakt vanwege het lood dat een schot van zijn collega heeft toegevoegd. Er wordt gerept van collusion. Het is grappig, het is gratis en de opbrengst van de stoelen die je kunt huren is voor het goede doel. Alle kinderen krijgen vooraf een lege kogelhuls en kunnen na afloop met de boeven en de sherrifs op de foto.

Ik trek mijn cowboylaarzen aan en ga naar de rodeo. Dat voelt lichtelijk belachelijk, tot je ziet dat echt iedereen laarzen draagt, van klein tot groot. Ik val op omdat ik geen hoed draag. Alleen het gezin naast mij is op sportschoenen, maar ja, dat zijn dus Duitsers.

Wat volgt is twee uur vermaak voor de kijker, maar dodelijke ernst en concentratie voor de deelnemers. Of het nu broncorijden met en zonder zadel, stierrijden, barrel-racen of team vangen is, er valt wat te winnen en er is risico. Sommige stieren hebben zo geen zin in het spelletje dat ze bijna hun hok uitspringen, of juist niet vooruit te branden zijn naar de goede plek. Ik zit uitstekend, precies boven de chutes, en zie dus alle voorbereidingen van dichtbij. De cowboys van tegenwoordig hebben niet alleen die chaps en een hoed, maar een nekbeschermer en een vest dat de rug heel houdt, sportverband om de ene arm die ze mogen gebruiken en een bitje in.

Er zijn ook hele kleine cowboytjes, die op dus kleine stiertje proberen te rijden. Een joch van een jaar of zeven lukt het als eerste om de verplichte acht seconden op het beest te blijven en gaat uit zijn dak van blijdschap. Zijn moeder zit met drie andere jongetjes op de tribune, een ouder zoontje doet ook mee aan de wedstrijd. Ik vermoed dat papa ook ergens bij dit gebeuren betrokken is.

De rodeoclown maakt grapjes, laat alle kinderen in de ring komen voor een race, maar is er ook om samen met twee collega’s de stieren weg te houden van de gevallen deelnemers en weer uit de arena te krijgen. Dat is hard werken en gevaarlijk ook.

Na afloop terwijl de zon al achter de bergen is, kunnen de kinderen nog even op de mechanische stier, wat vooral pret voor de omstanders is, de kinderen gaan er helemaal voor.

Cody is een gek stadje, je zou er zou maar nog een keer komen.

NBU 71, Visions of Cody

IMG_9919.jpg

Als een park op is, je buiten de grenzen bent, dan is het landschap nog lang niet op. Zeker niet hier in Wyoming. Jack Kerouack liet een van zijn personen in On the Road klagen: ‘Ain’t nothing in Wyoming but Cheyenne, and ain’t nothing in Cheyenne’. Dat ging dan waarschijnlijk over aards vertier, niet over buitengewoon landschap. En zo veel ook. Geen wonder dat die cowboys hier niet weg willen en dat hier de rodeo in hoog aanzien staat. The wide open spaces hebben ze hier in de Rockies, maar dan met berg. Geweldig. Het uurtje van mijn slaapplek naar Cody is al onovertroffen, en ook nog mooi weer.

Ik verwacht, niet gehinderd door kennis, dat de 4th of July Parade rond de middag zou beginnen. Om tien uur rijd ik Cody binnen, keurig op tijd voor een parkeerplek. Tot ik tegen word gehouden door de lokale sheriff: omleiding! Parade! Waar kan ik parkeren? Waar maar plek is, is het antwoord. Daar zeg je zoiets. Overal worden auto’s geparkeerd en spoeden mensen zich richting de route. Ik sla hier en daar af, op zoek naar flink wat plek, denk ergens verder weg van de parade een plek te hebben die half kan. En dus gezien de tijdsdruk maar moet, risico van een bon acht ik klein nu. Achter de meute aan kom ik, vlak om de hoek, precies op tijd achter het tafeltje van de speaker te staan om het begin van de stoet te zien aankomen. Hierna gaan ze de hoek om en is het afgelopen. Beter had ik het niet kunnen treffen als ik het gepland had. Overal zitten mensen, twee rijen dik, op meegebrachte vouwstoeltjes of ze staan, als ik, op de stoep erachter.

De eerste vlaggendragers te paard, die van alle defensieonderdelen, worden enthousiast met applaus begroet. Wat volgt is een mix van historische auto’s, praalwagens, outriders, rodeosterren, schoolmarchingbands, en alles wat een stad aan bedrijven en voorzieningen in huis heeft. Eerst alle politici van dienst, de burgemeester, de gouverneur, wat auditors en nog wat titels die wij niet hebben. De brandweer is zwaar vertegenwoordigd en spuit de kinderen aan de kant nat. Ze krijgen van de deelnemers snoepjes toegeworpen. Naast mij links en rechts Codyanen, die mij uitleg kunnen geven over wie en wat. Het mooist vind ik de muilezeltrein van de Yellowstone parkrangers, die met wel twintig bepakte dieren hier aanwezig zijn. Hun gele bus die ik gisteren zag, rijdt ook mee. Het is genoeglijk, de tijd vliegt, ik geef Uncle Sam een handje en doe hem de groeten uit Nederland. “Is that so?” Volwassenen geven hem doorgaans geen hand, dat is meer iets voor kinderen.

Na de parade naar het bezoekerscentrum om te kijken of ik nog een kaartje voor de stampede van vanmiddag kan bemachtigen. Dat is uitgesloten, zelfs niet van mensen die zich bedenken of niet kunnen, blijkt later. Maar wel krijg ik allerlei vriendelijk en uitgebreid advies van Randy, die alle tijd voor me heeft. Morgen is er ook rodeo. Wil ik blijven? Er is een uitgebreid centrum met vijf verschillende musea, er is een old trail town, met echte logcabins en homesteaders huisjes, verzameld uit de wijde omtrek, en goed ingericht. Sommigen zijn nog bezocht door Butch Cassidy en the Sundance Kid en andere leden van de Hole in the Wall bende. Ergens kan ik met echte wapens schieten, scherp. Ik krijg ook stickers en een poster mee. Als mislukte cowgirl wil ik vast wel een sticker die gewijd is aan het feit dat vrouwen hier al 150 (!) jaar kiesrecht hebben. Vanwege het feit dat men erg dunbevolkt was hier, en meer stemmen nodig had om meer afgevaardigden te krijgen, maar toch. Het werkte ook goed. Wyoming heeft wel zeven functies voor het eerst door een vrouw bezet in de VS, zoals Gouverneur. Die mannen zijn ook lang van huis als ze achter de koeien aanzitten, dan hebben de vrouwen de ruimte.

Ik kijk even in het Buffalo Bill Centrum, de man die Cody als achternaam had. Hij stichtte deze stad samen met wat zakenrelaties, en liet ook het plaatselijke hotel bouwen. Zijn familieleden zijn hier dit jaar voor een reünie, omdat het honderd jaar geleden is dat de eerste stampede werd georganiseerd.

De sfeer in dit stadje is levendig, alles staat in het teken van de mountain men, van die Buffalo Bill, van de cowboys, van Yellowstone. Alle winkeltjes, alle shows, ademen het wilde westen. Heel goed, tussen die bergen, voor een mislukte cowgirl. Ik blijf gewoon nog een nachtje slapen bij de Walmart, ook om het vuurwerk te zien.

Bij Wayne’s Boots, die ook een float in de parade had, want 60 jaar familiebedrijf, koop ik een paar zwarte cowboylaarzen. Ik koop nog net geen hoed of gele regenjas, ik heb geen paard, maar anders kocht ik hier ook nog een zadel!

Ik eet de helft van een sandwich op het terras van dat beroemde Irmahotel en krijg de andere helft mee in een doosje. Ik loop nog wat winkeltjes in en uit, met foto’s, schilderijen, indiaans en ander handwerk. Iedereen lijkt hier in een pick-up te rijden. Ik krijg verschillende berichten over het vuurwerk, loop terug naar Monster om te verkassen, maar dan blijk ik al goed te staan. Ik draai een halve slag, het begint vol te lopen met bezoekers, gewapend met paraplu. Want eerst is er natuurvuurwerk, onweer, regen en een ondergaande zon achter de wolken. Benieuwd wat het wordt. Maar deze dag kan niet meer stuk.

Zoveel aardige mensen weer ontmoet, zoveel kikkers uitgedeeld.

NBU 70, Aaaaaaaah…

IMG_8941

De worteltjes, linzen, rijst en kruiden staan op het fornuis. De roadtrip speellijst schalt over de speaker. Verder beweegt er hier weinig, op 3 Mile Campground. Weer een nationaal gerund, zeer milieuvriendelijk kampje. Veel ruimte, weinig mensen, geen gedoe. Wel stalen kisten met sloten, waar je je eten in kunt bewaren, mocht dat niet in je camper kunnen. Voor tenten hier geen plek, in verband met de beren te gevaarlijk.

Ik ben een half uur geleden via Sylvan pas naar beneden het Yellowstone park uit gereden. Gezien al die beren en het advies alleen in georganiseerde campgrounds te verblijven geen wild bos voor mij vanavond. Hier aan de rivier tussen de bomen sta ik goed en veilig.

Vanmorgen niet wakker geworden van de vogelgeluiden, geen beer om de wagen, geen agent aan de deur. Niets roerde zich in het bos. Toen ik halverwege de nacht na de regen mijn gordijntje opschoof alleen de hoge sparren afgetekend tegen een heldere lucht met sterren. Vroeg weer op weg vandaag, om de meute voor te blijven. Dacht ik. Dan moet je dus echt om zes uur al binnen zijn.

Ik manoeuvreer Monster voorzichtig het hobbelpad weer af, zie een stukje verder een medekampeerder die wel wist hoe de weg liep en dus veel korter over deze weg had gehobbeld. De weg naar de campground vind ik ook, een wasbord.

Deze dag neem ik de zuidloop. Daar is Old Faithful met al zijn collega-geisers te vinden. Om de noord zijn er wel travertinterrassen en borrelbronnen, maar niet die hete van hier. De eerste serie is al een mooie plek, de tweede serie is voor mij onbereikbaar wegens gebrek aan parkeerplaatsen. Er zijn er wel, maar die worden ingenomen door wagens die er niet horen en wat nog vrij is, is voor grote bussen gevuld met Chinezen (meer dan panda’s, staat er op een). Dan door, naar het Old Faithful dorpje. De trein naar Cody bracht hier begin vorige eeuw de eerste toeristen, zoals langs de Grand Canyon ook gebeurde. Een bezoekerscentrum, winkel met etenswaar en souvenirs, een grote oude lodge van enorme omvang, een kliniekje, een onderzoekstation en congresruimte, een rangerstation, een service station voor auto’s, zelfs een postkantoor ontbreekt niet. Dat alles in een halve cirkel gedrapeerd rond de geiser van dienst, die sinds mensenheugenis iedere 90 minuten zijn kunstje doet. Er staan ruim banken omheen, en omdat je nooit helemaal precies weet hoe laat het feest begint zitten we een half uur van tevoren allemaal klaar. Rug in het zonnetje als we slim zijn. Wat landerige tieners die een loopje met de zaak nemen, wat gesprekken links en rechts met nieuwe of trouwe bezoekers. Het is wel heel erg toeristisch dit, hoe leuk kan dit nog zijn?

Maar verdraaid, om vijf over tien begint hij te sputteren, een paar minuten later gaat hij los. En iedereen is onder de indruk van de oerkachten die hier aan het werk zijn, zo vlak voor onze neus. Net als honderd jaar geleden. Niet de hoogste, maar wel een waar je niet al te lang op hoeft te wachten. De andere geisers blazen soms twee keer per dag of minder.

Dan begeef ik mij op de geiser-hike. Er zijn over de kwetsbare grond lange plankieren gelegd, waarover het goed wandelen is. Iedere geiser of poel heeft zijn bordje met naam en uitleg. Bijvoorbeeld hoe hij werkt, waar de kleuren vandaan komen, of hij heeft geleden onder de laatste aardbeving of er juist aan te danken is. Ongemerkt ga ik veel verder dan ik denk, de kleuren en geluiden zin fascinerend. Mensen lopen een stukje sanen op, delen verwondering, maken foto’s voor elkaar. Zo ontmoet ik bij Morning Glory, een heel mooie bron, drie jongens die ik op de foto zet. Een Canadees, een Spanjaard, een Fransman. Volgende week gaan ze het land uit, eerst naar Barcelona, dan naar Amsterdam, naar de Gay Pride. Trots deel ik dat een van de eerste aanstichters van dat Amsterdamse feest toevallig in mijn stad werkt en nog onlangs koninklijk is onderscheiden voor zijn vele verdiensten. Ik deel weer kikkers uit, ze beloven ze mee te nemen op reis naar Europa.  Pas na de middag kom ik weer terug waar ik begon, inmiddels gevloerd. Even lunchen, ik probeer wat te rusten wat matig lukt, post nog wat kaarten en koop nieuwe zegels en rijd dan verder het park door. Me voornemend om alle geothermische activiteiten over te slaan. Want op mijn ronde trof ik ook nog Castle Geiser die wel 20 minuten spuit. Ik kwam toevallig net op tijd langs.

De zuidkant van het park lijkt aanvankelijk minder interessant, tot ik bij het grote meer kom en de bomen weer wijken voor uitzicht. En dan, als de valleien weer breder worden, ook weer wild. Veel bizon vandaag, maar ook drie rustende elanden, liggend in het gras. Ergens is ook een beer te zien. Maar dan moet je kunnen parkeren, dat lukt mij niet. Bovendien zit deze beer zo te zien ver in het bos, ik ben al te verwend.

Ik passeer ook, op 8000 voet, het bordje ‘Divide’. Geen oproep maar een constatering. Hier kwamen Lewis en Clark langs, in hun ontdekkingsreis in eigen land en stelden en legden de continentale waterscheiding vast. Die hier dwars door het park loopt en dus dwars door de Rocky Mountains waar dit park en nog een paar rondom, deel van uitmaakt.

Als ik denk dat ik alles in het park nu wel gezien heb sla ik nog even af voor de Canyon van Yellowstone. Die is dan wel veel kleiner dan die grote, daar staat dan tegenover dat de heldergroene Yellowstone rivier in de diepte goed te zien is. De wanden zijn prachtig zachtgeel, en op veel hellingen nog meer zachte kleuren door de eroderende gesteenten hier. Een schitterend uitzicht op de noordwand en rivier op met watervallen, en rivier af waar hij verdwijnt tussen hoge rotswanden.

Ik rijd nog door naar waar ik gisteren te laat was om het infocentrum te bezoeken, nu heb ik het park rond. Ik praat nog wat met de rangers, koop de laatste ansichtkaart, probeer informatie te verkrijgen over wildkamperen, vergeefs.

De wolf en de mannetjes moose in de Laramie-vallei moeten tot een volgende keer wachten, evenals de prismatic spring. Ik rijd het park uit, wat nog anderhalf uur is, waarbij ik dus die hoge pas moet nemen. Er staat ergens aan een helling waar een half uur eerder niets te zien was een hele kudde bizons. Vaders, moeders en kinderen in verschillende leeftijden. Lichter dan hun ouders hebben ze geen enkele moeite met die steile helling. Alle beesten grazen dezelfde kant op, als koeien in de wind. Zelfs als ik al bijna het park uit ben staan er nog twee bizons, en ook op andere hellingen en weides zie ik ze staan en liggen.

Op weg naar de pas eerst langs het heel grote meer, dat er wat grimmig uit begint te zien zo zonder zon. Dan hele hellingen zonder bomen, alleen grijze kale stammen. Ik weet nu dat er twee oorzaken zijn: branden, vooral die van 88, maar er is elk jaar wel een brandje. Maar ook een kever die de bomen  aantast en waar niet veel tegen te beginnen is, door de omvang van dit gebied. Een goed koude winter helpt, maar die zijn de laatste jaren ook hier milder, ondanks de sneeuw. Het is een indrukwekkend gezicht zoveel kilometer achter elkaar alleen maar dode staken. Maar als je goed kijkt, zie je dat op de bosvloer overal jonge boompjes opkomen, overal struiken en bloemen bloeien, het bos kan dit wel hebben.

Ik heb twee beren gezien,  vele bizons, herten en elanden. De wolf en de mannetjes moose moet nog even wachten. En dan al die vogels. De raven, de blauwe snelle glimmers, de zwaluwen, de kleine dappere zangertjes. Aan de oevers van de rivieren de ganzen en de zwanen.

Wat je hier ook wil van de natuur, het is er allemaal.

Maar ik ben nu op weg naar Cody. Morgen 4 juli wil ik mij in he feestgedruis storten. Buffalo Bill Cody schijnt zijn sporen in dit stadje te hebben achtergelaten, ik las iets over een stampede. Nazoeken kan ik het niet, in dit dal geen spoortje internet ontvangst. Maar morgn weten we meer.

Moe word je ervan, al die schoonheid. Maar niet zat.

 

NBU 69, Ooooooooh……

 

IMG_8526

Bob goedemorgen wensen, sleutel afgeven en naar Starbucks. Ik kan volgens Bob in de wagen blijven tot de onderdelen komen, maar dat lijkt me wat al te simpel. Er is vast nog wel iets te bekijken. Bij Starbucks alle tijd om nog eens mijn nieuwe laptop rond te reizen en te leren kennen tot in detail, meestal komt het daar niet van in verband met beperkt wifi of walstroom. Dan wil ik naar het andere museum, maar loop verkeerd. Als ik op mijn schreden terugkeer en langs Monster loop, zie ik dat het onderdeel net wordt uitgeladen. Dan hoef ik dus nergens meer heen. Binnen een uurtje is het gepiept en kan het raam weer open en dicht. Ik neem hartelijk afscheid en rond het middaguur sla ik richting Yellowstone in. Ik heb geen haast ondanks alle oponthoud, houd ik me voor. Vandaar dat ik onderweg in St. Anthony afsla na een bordje: Sanddunes. ’t Blijft toch een Jutter hè?

Ik rijd door een rustig plaatsje en de landelijke omgeving met volop aardappelvelden die continu besproeid worden. Daar ook weer de typerende silo’s en half ingegraven aardappelschuren, maar hoe rustig het er ook is, als je wil stoppen voor een foto zit er een Fedexbusje achter je. Ik zie inderdaad een groot duingebied aan de voet van hogere heuvels. Ik vermoed dat er heel wat met zandbuggies gereden wordt, die staan hier namelijk overal te huur en te koop. Het is een lieflijke omgeving, met stroompjes en rustige buurtjes. Alleen daarom al het afslaan waard, je moet zo’n dag ook opbouwen.

Iets na drie uur nader ik dan toch Yellowstone en stop bij een rangerstation, bemand door een zeer enthousiaste mevrouw en een wat schuchtere tiener. Ik krijg prima adviezen over wildkamperen en waar dat kan aan de Idaho kant. Yellowstone ligt in drie staten, dus het kan overal weer anders zijn. Ik moet het gastenboek tekenen, waar kom ik vandaan? Een net binnengekomen jongeman raadt Duitsland, ik reken het half goed. Ze vinden het geweldig: Nederland helemaal. Ik weet dat ik nog maar een uur of vier in het park kan zijn, ik wil eigenlijk om zeven uur op zoek naar een plek. Ik besluit de noordelijke helft van de acht te rijden en niet te veel te stoppen, morgen heb ik dan een lange dag om alles te bekijken wat ik vandaag mis.

Maar ja, dat park hè? Het is natuurlijk geen park, het is wildernis met een weg er door en af en toe wat nederzetting. Als tiener vierden we vakantie in Oostenrijk en Joegoslavië. Allemaal prachtig maar in Oostenrijk vond ik dat de bergen vaak in de weg van het uitzicht stonden.

Dit is niet te vergelijken.

Brede riviervalleien, kalm stromende rivieren en beken, stroompjes en moerassen. Watervallen, geiservelden, waar de stoom en rook verraadt dat het warmer is dan je denkt daar. Travetinterrassen. Frisgroene naaldbomen, maar ook veel dode grijze stammen, staand en liggend, vermoedelijk de getuigen van de grote branden in 1988, toen de heuvels vol rook waren en het park een extreem droog seizoen kende. Zachtgele scherpe rotsen, grijswitte lossere rotsen, stukken waar alles door elkaar is geschud, zo lijkt het. Steile bochten en afdalingen, maar voornamelijk toch een redelijk matig slingerende goede weg, breed genoeg voor al het verkeer. Ik kan zowaar regelmatig stoppen voor uitzicht en foto’s.

Ik heb al heel wat moois gezien, maar regelmatig hang ik met mijn mond open over het stuur. Oooooooooh. Al die bergen waar ik over uit kan kijken, het groen en de bloemen, de slagroomwolken die door de wind over de hellingen worden geblazen, zodat er dramatische schaduwen ontstaan. Groots, groots, groots.

Ongemerkt stijgen we door, tot ik ergens op een pas nog net geen 9000 voet aantik, voor het weer geleidelijk omlaag gaat.

En nu kunnen ze nog zo vaak zeggen dat er beren zitten en ander groot wild, rekenen doe ik er nooit op. Maar tien minuten binnen het park staan de eerst bizons te grazen. Niet veel later een file op de weg. Ik verwacht dat er ergens herten of elanden staan, ver voor me. Maar dan duikt op het veld boven mij een bruine beer op, die rustig van alles aan het uitgraven is met zijn snuit en voorpoten. Hij weet wel dat daar auto’s staan, het kan hem niet schelen. Als ik uitgestapt ben, omdat hij ver genoeg weg lijkt, verandert hij van koers en komt recht op me af. Even denk ik dat hij voor mijn auto de weg over wil en stap ik snel in. Hij gaat vlak langs Monster onder mijn rechterportier door en achterlangs de weg over, waar hij de mensen aan die kant blij maakt met zijn kuiergangetje het bos weer in.  Als ik  de foto laat zien aan iemand weet die zeker: geen bruine beer maar een grizzly. Yeah!

Twee minuten daarna zie ik, redelijk wat van de weg af, een grote groep elanden, (wapitiherten heten ze ook wel, niet te verwarren met wat ze hier moose noemen), vrouwtjes en mannetjes met prachtige geweien. Maar het gaat door. Ergens staan mensen geparkeerd half op de weg, een zeker teken van wild. En ja, weer een beer. Hij duikt achter een richel in het landschap weg om achter me weer op te duiken en het op een rennen te zetten. Geen grizzly dit keer, maar een flink grote zwarte, echt een joekel, en dan in volle vaart de wei over en de heuvel op.  Ik zie nog een keer muledeer staan, een groep op een heuvel. Een eenzaam vrouwtje staat apart wat dichter bij de weg, hooghartig naar beneden te kijken. Ergens is een uitspanning in de buurt van een van de vele watervallen, mensen stoppen en bemensen het terras. Een echtpaar loopt echter de andere kant op en verdringt elkaar bijna met de camera’s: een hert. Nog twee keer zie ik een bizon, een liggend achter wat struiken die door iedereen gemist is. En een die zo dicht langs de weg staat dat ik zijn adem hoor, zijn ribben op en neer zie gaan. De ogen af en toe half dicht. Is hij moe? Is hij ziek? Doen bizons dit altijd?

Dan raak ik, al aardig in de buurt van de uitgang, in de file. En jawel na een kwartier zie ik een ranger heftig doorrijdgebaren maken. Er staat een moose, een vrouwtje, het mannetje is al weg dan, hoor ik later. Al veel gefotografeerd vermoed ik door de auto’s voor mij. Ik ben blij dat we niet mogen stoppen, de zon zakt al aardig achter de bergen. In de rivier staat een laatste visser in zijn waadbroek in de schittering van de zon op het water. Ik wil bij daglicht een plek zoeken, want ik heb geen idee hoe de boswegen en het bos er zelf uitzien, hier in Montana.

Maar goed ook, want dat is niet veel. Een soort half-gravel weg, met ontzettend veel kuilen met modder. Meer iets voor de 4×4. Er wordt veel over gereden, er zijn nog natte sporen. Maar vermoedelijk niet van een tien meer lange en bijna vier meter hoge Winnie. Ik ben ook niet zeker of ik in een deel hobbel waar ik mag overnachten, en probeer de campground op de kaart te bereiken. Maar dan wordt het me toch te dol en te schemerig, ik zie een half geschikte plek en besluit het er op te wagen.

Eenmaal geparkeerd zie ik op mijn telefoon dat de beoogde campground niet echt ver meer kan zijn, maar dit wordt het toch voor vannacht. Als ik het raampje openschuif voor wat frisse lucht bij het avondeten hoor ik alleen de eenzame roep van een vogel. Verder roert zich zo te horen niets.

Door wie of wat word ik morgen gewekt: vogelzang, een ranger met een bekeuring, het gehuil van de hier wonende wolven? Of staat er een grizzly aan mijn hoofdeind te snuffelen?

 

NBU 68, Idaho Falls

 

IMG_8435

Vannacht wakker van de regen. Oei! Raam open en regen, gaat dat wel goed? Het gaat goed en als ik weer wakker word, is het droog. Ik heb het raam provisorisch afgeplakt met een groot stuk plastic (ik bewaar hier alles, je weet maar nooit). Onderweg maakt het zoveel herrie dat ik het toch maar weer lostrek. Maar om half acht sta ik voor de Ford garage op West Broadway. Daar is het druk, ze verwijzen me naar hun bodyshop. Daar is Bob, die direct snapt wat er moet gebeuren en hoe mijn situatie is. Hij gaat aan het werk.

Dan kan ik ondertussen aan de overkant van de straat mijn provider bereiken via Starbucks Wifi. Drie dagen geleden vooruitbetaald op mijn prepaid, maar kennelijk weer niet gelukt. Dan ben je dus zonder verbinding in een vreemd land. Niet wenselijk. Maar gelukkig nu in gesprek via Twitter met hun hulpdiensten. Terwijl ik u voorzie van verse blogs. Dus voor wie denkt, tjé, al die pech, de derde al in vijf dagen. Ja dat denk ik ook. Vooral als ik aan de rekeningen denk. Maar aan de andere kant, ik zit hier in een klein Amerikaans stadje, tussen de locals, die hard aan het werk zijn zoals ik, of hun ontbijtje bestellen, zoals ik. Ik heb thee, wifi en problemen worden voor mij opgelost. Yellowstone zal niet weglopen. Waar ik 4 Juli ben, als ik hoop vuurwerk te zien, en hamburgers wil eten ergens op een veldje? Geen idee weer. Yellowstone is druk, ook daar vermoedelijk geen plaats in de herberg. Maakt niet uit.

Na een paar uur Starbucks loop je het risico van onderkoeling, de twitterhulpdienst kan mij niet helpen en de Verizon dealer naast me is inmiddels open. Dus daarheen. Een storemanager die het begrijpt en zijn uiterste best doet de vorige winkel ervan te overtuigen dat ze haast moeten maken, ondanks hun drukke winkel, met het oplossen van mijn probleem. Ik heb nog steeds wifi, hij geeft me een beveiligde lijn zodat ik nog wat geldzaken kan regelen. Maar na nog een paar uur wachten, krijg ik het ook daar koud. De airco wordt lager gezet. Ik krijg honger. De storemanager geeft me een nummer dat ik kan bellen om te kijken of de problemen al zijn opgelost. Erop uit dus, de warme zon in. Bij rondgang langs het winkelcentrum zie ik een nailspa. Dat is precies wat ik nodig heb. Na een drie kwartier loop ik op poezelige wolkenvoetjes de zaak weer uit. Terug naar de garage. Daar is inmiddels een bestelling gedaan, maar de onderdelen komen pas morgen. Waar nu de nacht veilig door te brengen met een inmiddels opgehaald (en gelukkig nog heel) raam, maar vastgeplakt met tape? Ik mag van Bob binnen of buiten het hek van de zaak staan, er is camerabewaking en het is een rustige buurt volgens hem, rustiger dan de Walmart parkeerplaats. Dat is een prima aanbod. Bob parkeert Monster vlak langs het hek. Wie door het raam naar binnen wil (dat niet te zien is vanaf de weg) moet langs prikkeldraad.

Hij wijst me hoe nabij de bewuste Idaho Falls zijn, die ik bezoek. Die watervallen zijn veel breder dan hoog, maar historisch verantwoord. Een leuk gesprek daar weer met mensen die even staan uit te blazen van een congres. De man heeft in Duitsland gewerkt drie jaar lang met het Amerikaanse leger, mist het nog steeds. We hebben het over van alles, onder andere oorlog. Bij afscheid geef ik ze alledrie een kikker, er wordt een foto gemaakt en gedeeld via Facebook, ik word als vriend toegevoegd. Een leuke post twee uur later online, met de ware betekenis van al die kikkers die ik uitdeel. Het is geweldig.

Bij het bezoekerscentrum leer ik dat er nog een lokaal museum open is tot laat in de avond. Daarheen. Veel lokale historie, leuk gedaan, en alle apparaten die Archimedes ontwikkelde en uitvond.

Zeer interessant is het onderdeel ‘Atoms for  Peace’ (ook van Dwight) waarin men probeerde atoomenergie veilig te onwikkelen en de Russen voor te blijven. Het stadje Arco, dat ik passeerde, werd de eerste stad verlicht met kernenergie, nadat er een centrale gebouwd was in deze streek.
Groot nadeel: het afval. Dat werd hergebruikt en gereinigd, met een opbrengst van anderhalf miljard dollar. Tot men merkte dat wat overbleef toch niet veilig genoeg was opgeborgen, en er voor een half miljard herstelwerkzaamheden moesten uitgevoerd omdat inmiddels het grondwater licht gaf.  Een mooi tijdsbeeld van hoe men toen naar atoomenergie keek en hoe de propaganda werkte.

Dan een rondje downtown. Nog veel oude stenen gebouwen uit de tijd dat deze toen grensstad booming was, met al die aardappelteelt. Op straat ook bankjes in de vorm van aardappelen. In de souvenirshops allerlei vormen van aardappelen. Als ik ergens vraag naar een winkel in schildersspullen staat daar een jongeman die vraagt of ik ook iets anders spreek dan Engels, hij vermoedt van wel. Hij verzamelt in zoveel mogelijk talen “Je bent mooi”, Nederlands had hij nog niet. Stu is soepchef ergens in een restaurantje op de hoek. We nemen afscheid in het Spaans, tot zijn verbazing. Dat schilderswinkeltje is er niet, maar toch blij dat ik gevraagd heb.

Met een gekoelde citroenlimonade ga ik terug naar Monster, zet wat raampjes tegen elkaar open en vind tot mijn vreugde dat ik kan verbinden met de wifi van de garage. Verse blog dus vanavond voor u, als het signaal sterk genoeg is. Tempo heb ik niet deze week, maar ooit zal ik toch wel ergens komen

Het is altijd nog goed gekomen.