100 Jaar

 

IMG_1335

Geheel volgens plan stonden we op deze bijzondere zondagmorgen ruim op tijd zo dicht bij de Menenpoort als we konden komen. Overal zochten auto’s een plekje, veel Engelse nummerborden, veel bussen ook. We stonden direct achter het vak oost van de poort waar de deelnemers aan de herinneringstocht aankwamen. Schotten voorop, veel veteranen. Een heel grote groep Sikhs die wezen op het feit dat een op de zes Britse soldatensoldaten een Sikh was, en dat ze aan alle fronten mee hebben gevochten. Ze kregen applaus uit het publiek, evenals sommige ouderen, veel gedecoreerde veteranen. Allerlei bands, veel doedelzakmuziek, verkortten de tijd tot elf uur. Op dat moment  luidden alle kerkklokken minutenlang om te markeren dat op die tijd honderd jaar geleden de wapenstilstand een feit was en de kanonnen zwegen. Korte speeches, de last post, het gedicht en kransen.

Omdat, tegen de verwachting in, het droog en aangenaam was, besloten we de Ieperboog te gaan bezoeken, voor de grote massa uit. Verschillende begraafplaatsen, waaronder een Franse, bezochten we. Hill 60, als levend voorbeeld van een deel van een hard bevochten slagveld, waar de Duitse en Britse linies geen tien meter uit elkaar lagen. Veel drukker overal uiteraard dan in de maart dit jaar, toen ik op sommige plekken vrijwel alleen was. We wisten dat het druk zou worden, ergens een kop thee drinken was een uitdaging. Maar dat we bij Tynecot niet konden parkeren, daarop hadden we niet gerekend. Ver van de begraafplaats konden we parkeren en treintjes reden af en aan.  Zonder het te weten kwamen we precies op tijd aan om de jaarlijks viering deels bij te wonen. Onder een prachtige neergaande zon stonden daar jonge soldaten in het uniform van honderd jaar geleden, speelde ook hier de doedelzakken, werden er kransen gelegd door notabelen. Overal op deze grote plaats waren groepen die uitleg kregen. Mensen die al decennia lang deze vieringen meebeleven, gezinnen met jonge kinderen die namen of graven van familieleden kwamen bezoeken. Tegen zonsondergang, eigenlijk net iets daarna, konden we het Duitse Studentenkerkhof nog bezoeken. Hier een ander karakter, maar ook nier lagen verse kransen, waren er bussen met scholieren, en deden de grafstenen, met soms twintig namen per steen en de vele massagraven en de nadruk op de gifgasaanvallen de waanzin van de oorlog nog meer indalen.

Daarna terug naar Ieper, om ruim op tijd weer bij de Menenpoort te staan Nu aan de westkant, zodat we de genodigden en de band aan zagen komen. De Belgische koning kwam via een zijstraatje vijftig meter voor ons aan, de plechtigheden begonnen, sober, met korte speeches, muziek, de vaste handelingen die de laatste negentig jaar hier iedere avond worden opgevoerd: de last post, het gedicht, het leggen van kransen, nu afgerond met het Engelse volkslied. Tijdens het spelen van een hymne dwarrelen er duizenden klaproosblaadjes vanuit de poort omlaag, minutenlang. Een moment van grote stilte in het publiek.

Een betekenisvolle dag met af en toe interessante gesprekken. Belgische vrijwilligers, Engelse bezoekers. We sloten af met een kop warme chocola, terwijl op de televisie live meebeleefden hoe de koning weer vertrok. Nu in het hotel kijken we naar een overzicht van de plechtigheden in Brussel. Londen, Parijs en Ieper. Morgen naar Diksmuide.

100 jaar min een dag

IMG_1226.jpg

Wat dit voorjaar begon met een korte reis langs de slagvelden in Noord Frankrijk en België, wordt dit weekend afgerond met het bijwonen van enkele plechtigheden in Ieper, morgen 11 november. Op enige afstand een kamer gehuurd, in Noord Frankrijk, want Ieper was al maanden geleden volgeboekt. Bij de Menenpoort zelf zul je ook niet kunnen komen, daar staan de hoogwaardigheidsbekleders. Op het plein in de stad zullen grote schermen hangen.

Vroeg in de middag, na een regenrit over Belgische wegen met spoorvorming, komen we in een opdrogend Lille aan, checken in bij ons hotel en nemen de tram naar de stad.  In Lille zelf zijn geen plechtigheden gepland dit weekend, wel ergens in de buurt. De stad viert dit jaar liever dat ze 350 jaar bestaat dan het beëindigen van de Eerste Wereldoorlog.  We lopen door de stad, druk op deze zaterdagmiddag. Sinterklaas komt hier niet, dus de winkels zijn al in voorzichtige kerstsfeer, inclusief de Hema. In de hoofdwinkelstraten liggen op regelmatige afstand bedelaars in ongemakkelijke houdingen op hun knieën. Ze zien er ervaren uit. Ook kinderen spreken je aan en vragen om geld.

Bij de citadel een groot monument  voor de gefusilleerden en, heel bijzonder, een monument voor de duiven die in WWI de berichten overbrachten en hun verzorgers die ook gefusilleerd werden voor hun werk. Een dikke slang bedreigt hier de vredesduif en de Franse maagd.

‘s Avonds eten we in een typisch Franse uitspanning met een ober met gevoel voor grapjes en enige kennis van het Belgisch, het ligt hier om de hoek immers en met de vele winkels en winkelcentra komen er bezoekers uit de hele regio. Zelf zijn we vooral blij met winkels voor schildersbenodigdheden en een winkel met zeven verdiepingen, jawel, boeken, boeken en boeken. Het lukt me er geen een te kopen, dat gebeurt me niet vaak. Nu zitten we bij te komen van deze reis- en loopdag en maken ons op voor de dag van morgen. Op het nieuws een bomaanslag ergens op de wereld. De vrede is weliswaar verschillende malen uitgebroken de laatste honderd jaar, maar lang niet iedereen merkt daar vandaag iets van.

Wie verre reizen maakt…. 32, Losse berichten

m

IMG_0715.jpgKorea en haar steden

Korea heeft zo’n 51 miljoen inwoners en volgens mij wonen die op een oppervlakte gelijk aan dat van ons. Want je hebt er bergen, heel veel hoge steile bergen. En daar waar geen bergen zijn heb je steden, heel grote steden. 10 miljoen inwoners in Seoel, Busan heeft er bijna vier. En dan natuurlijk de rijst, soya, ginseng, paddenstoelen, groente- en fruitteelt.  Het land lag na de Japanse bezetting en de Koreaanse oorlog in puin. Er moest gebouwd worden als bij ons. Maar meer en sneller. En bouwen deed men. Helaas zonder groots en meeslepend plan en geheel zonder welstandscommissie. Het moest efficiënt, mooi was geen tijd voor. Met als resultaat dat de meeste binnensteden een rommelige, soms zelfs wat armoedige indruk maken. Af en toe staan daar dan weer heel antieke (of nagebouwde) paleiscomplexen tussen. Daaromheen de woonwijken, met zeer hoge, slanke woontorens. Vaak in series, hetzelfde en genummerd voor het gemak. Ook de kantoortorens in binnen- en voorstad staan er tegenwoordig. Vaak zijn die wel om aan te zien, daar zit het geld en particulier initiatief. De woontorens zijn trouwens vaak niet voordelig, liet ik mij vertellen. Hangt natuurlijk af van de buurt en de leeftijd. Aan de doorgaande straten in de binnensteden de eetzaakjes, de 24/7, de gemakswinkels voor de snelle hap of boodschap. De mode zit vaak in speciale wijken, winkelcentra en warenhuizen en onder de grond bij de metrostations. Maar ook steeds vaker in speciale winkelwandelgebieden. Want zeker ook in Korea staat de tijd niet stil.

Je zou verwachten dat het er druk is en lawaaierig. Dat valt alles mee. Ik schreef al: ze toeteren er alleen als het echt moet, ambulances en brandweer heb ik weinig gehoord, schreeuwen doen ze niet aan (ja, in het parlement, dan wel). Lawaaierige brommertjes zijn er ook weinig, en wat er brommert bezorgt eten.

Ik heb geen normaal eigentijds Koreaans huis van binnen gezien, alleen de originele Hanokwoning, maar daar woont men niet meer, in het algemeen. Wat ik in dure warenhuizen zag aan inrichting zie je hier bij de Bijenkorf, met uitzondering van die bedden met verwarmde stenen bedbodem, knalhard. Postkantoren zitten in de buurt van metrostations, politiebureaus en stadhuizen worden goed aangegeven op de borden. Overal zijn openbare toiletten, schoon, heel en veilig. En als ik zeg overal, dan bedoel ik overal, ook als je die berg op loopt kom je ze tegen. Er is ook overal wifi, voor wie zijn ei niet bij zich heeft, 5G komt er aan of is er al op plaatsen. En iedereen is online, altijd en overal, ongeacht leeftijd.

Verder is Korea zo duur (of iets duurder) als Nederland, ze verdienen ook ietsje meer, worden ouder, hun gezondheidszorg is efficiënter en per hoofd van de bevolking zeer veel goedkoper. Nadeel: pensioen, dat is nog slecht geregeld, veel ouderen moeten bijklussen om rond te komen.

Openbaar groen is door die haast met het bouwen vooral in oudere wijken afwezig. Er wordt aan gewerkt, maar een trapveldje zul je alleen vinden op school- en sportterrein. Dat sportterrein is vaak een kooi om baseball te oefenen, heel hoge groene gazen kooien tussen de flats, baseball is hier mateloos populair. Om meer groen te krijgen worden rivieren door de stad vaak voorzien van goede wandelmogelijkheden aan de oevers, en in de grote steden worden bomenpaden of skypaths aangelegd. Maar rijd de stad uit en je zit in een natuurgebied. Met die hoge steile bergen.

Wie verre reizen maakt…. 31, Losse berichten

IMG_0670

Korea en het verkeer

Die heel grote auto, met alles automatisch, was een vreugde om te rijden. De lieve mevrouw in het navigatiesysteem waarschuwde mij voor iedere drempel en iedere verkeerscontrole. Die zijn hier vaak, en heel veel lampjes die doen alsof ze een agent dan wel een politieauto zijn om je tot rustig rijden te manen. Dat lukt prima. De meeste wegen met twee gescheiden rijbanen zijn max 80, in de stad zit het tussen de 50 en de 70. Op de tolwegen mag je 100-110. In de steden in het spitsuur is het druk, daarbuiten is het rustig (als het geen maanfeest is tenminste). Koreanen rijden beschaafd, geven de ruimte als er een verkeerde afslag is genomen of er een wordt gemist. Daar hebben ze nog iets handigs voor: the legal u-turn volgens  de dame in het systeem. Nadat je ergens links af kunt komt er soms tien meter voorbij de bocht een stukje waar je helemaal rond kunt, om alsnog de goede afslag te nemen.

Rechtdoor en links krijgt een lichtje. Rechtsafverkeer mag door bij rood licht, en heeft dan een invoegstrook. De stoplichten werken iets anders dan bij ons, die worden ook vaak gebruikt om te waarschuwen voor situaties, dan zwieren ze van links naar rechts en is er bijvoorbeeld verkeer van rechts te verwachten of een zebra.

De goede wegen en tunnels hebben hier en daar (vooral hier) tolheffing, om het betaalbaar te houden. Dan zijn er nog de bussen, die hun eigen vak hebben en soms een eigen laan. Parkeren kan overal, wat je met de grootte van de steden niet zou  verwachten. De meeste gebouwen hebben een parkeergarage onder de grond. Huizen soms op de eerste verdieping. Onder het Hyundai warenhuis gaat die zeven verdiepingen diep.  Er wordt ook gefietst, waar dat kan (geen bergen)). Voor de sport, voor het plezier, als je een dagje weg bent, om een meer heen bijvoorbeeld. Dan kun je fietsen huren. De fietspaden zijn rood, als bij ons. Op alle stoepen, ik herhaal, op alle stoepen, is een blindengeleide strook, gele ribbels. Op alle overgangen bij stoplichten kun je met je rolstoel zonder problemen de stoep op en af. Motoren zie je nauwelijks.

En dan de metro. Die wil ik hier ook. Tweetalig, met vooral in de rijtuigen die op de hoofdlijnen of naar het vliegveld rijden, leuke filmpjes over hoe iets Koreaans te koken, wat te doen bij aardbeving (licht uit, gas uit, onder de tafel of de schuilkelder in) hoe je moet reanimeren, en waarschuwingen vooral niet over het spoor te lopen. De rijtuigen zijn schoon, heel, vrij van graffiti. De prijs is redelijk.

De bussen rijden veelvuldig en overal. De treinen heb ik niet uitgeprobeerd maar zijn snel en goedkoop. Daarom huurt er bijna niemand een auto. De trein is vaak sneller.

Wat je bij ons dan gelukkig minder ziet, hoewel ik het niet tot probleem heb zien leiden: stalletjes met fruit langs de 80 km wegen, soms op het laatste stukje invoeg strook. Wat ook zo fijn is: ook bij de selfservice benzinestations staat iemand die met alle soorten van genoegen voor je tankt. Een fooi?  Men trekt de wenkbrauwen op, daar doen ze hier niet aan. En als het moet helpen ze je ook nog even met je navigatiesysteem of ander klein leed.  Een troost: de benzine is er ongeveer net zo duur als bij ons. Dan is zo’n grote auto natuurlijk weer minder fijn. Wel heel fijn: alle auto’s hebben een claxon, maar gebruiken doen ze die zelden.

Wie verre reizen maakt… 30, Losse berichten

IMG_0484.jpg

Korea and the Art of Selfie

Ik maak zelden of nooit een selfie, foto’s kun je op mijn leeftijd niet van ver genoeg weg maken. Maar goed, hier en daar doen we het wel eens in Nederland. Maar in Korea is het een kunstvorm, een manier van zijn, lijkt het wel. Af en toe ga ik ergens zitten en kijk om me heen wat er gebeurt op dat gebied. Ik heb een half uurtje voor de belangrijkste Katholieke kerk in Jeonju gezeten, dezelfde waar ik vanmorgen een deel van de dienst bij woonde, met mooie samenzang en dames met kanten hoofddoekjes. Nu is het terrein werkelijk bezaaid met mensen die zichzelf of anderen bij herhaling fotograferen. Selfie bij het beeld der martelaren, je kind naast het bijbelboek met twee teksten, jij met gespreide armen voor het Christusbeeld, of jij, lief kijkend naast de piëta achter de kerk. Het is een bizarre vertoning. Om toch nog iets van de achtergrond er op te krijgen gaat men diep door de knieën. Ook is er natuurlijk de selfiestick voor wat afstand. Als dat nog niet genoeg is neem je de driepoot mee, uitschuifbaar. Mocht je hem vergeten zijn, ze liggen hier overal te koop in de souvenirwinkeltjes. Ik zie hoe een stel, in lieflijk blauw gekleed, de driepoot opstelt voor het kerkportaal, uitprobeert of de afstand goed is en dan achter elkaar een serie foto’s maakt: in innige omhelzing, elkaar lief aankijkend, met de rug naar de camera (dit in verband met de fraaie achterkant van de kostuums hier). Dat alles voor een kerk die gebouwd is op de plek waar decennia lang mensen voor hun geloof stierven. Dat weten die Koreanen ook, de kerk zat bijna vol vanmorgen. Een beetje pastoor in Nederland zou er jaloers op zijn. Maar het weerhoudt hen niet van deze fotomanie. Ook elders in de stad slaan ze hun slag. Voor een oude boom, een leuk huis, naast een beeld of bloemperk. Kinderen leren al vroeg ondeugend in de camera te kijken, van af hun derde weten ze dat een foto zonder V-teken ondenkbaar is. Af en toe help ik een handje, zodat iedereen tegelijk op de foto kan. Af en toe deel ik een kikker uit, grote pret voor een klein beestje. Ik gaf er vanmorgen een aan de snoepverkoper toen ik een foto van hem maakte, hij klepperde met zijn schaar van blijdschap. Een stel vriendinnen, Engels sprekend, kom ik de hele dag tegen. Overal maken ze fraaie foto’s van zichzelf, tegen een ook mooie achtergrond. Hoe zien al die fotoboeken er uit over twintig jaar, als je alleen maar foto’s hebt van jezelf met je twee vingers omhoog of guitig lachend? Hoeveel van waar je was is er dan nog terug te zien?

 

IMG_0386.jpg

Korea en Koffie

Koffie komt niet uit Korea, maar ik denk dat ze het uitgevonden zouden hebben als het er niet was geweest. Werkelijk overal zijn koffietentjes, soms zelfs hele koffiestraten, waar alle bekende en onbekende merken bij elkaar zitten. Starbucks natuurlijk, maar ook Tomntommies, Angle in Us, a Twosome Place, Coffeebean & Tealeaf (een van mijn favo hangouts in Cairo) zijn populair. Bakkerijen met echt lekker gebak zijn er ook, waar je voor een klein vermogen een kopje thee of koffie met een gebakje kunt nuttigen. Ik was al een tijdje niet in Starbucks geweest, maar in Korea zag ik wat er bedoeld wordt met hand dripped. Een jongeman zette filterkoffie met veel aandacht, zoals wij dat vroeger deden thuis, maar dan in kleine potjes, daarna dan weer overgieten met ijs er bij. Je zou denken zonde van de moeite, maar de drie jongedames die in stille bewondering het proces aanschouwen denken daar duidelijk anders over. In Seoel zag ik Dutch Coffee vaak geadverteerd, ik vermoed dat je dan sterke koffie met weinig melk krijgt. Hier in het zuiden hoor ik Americano veel besteld, met heel veel melk. Of je nu koffie of thee bestelt, de vraag is steevast: hot or cold? Ik ben een gekke buitenlander, ik wil het steeds hot.

Wie verre reizen maakt…. 29 Terug, 27 september

IMG_0999

Vroeg wakker, voor de wekker, mijn koffers zo goed als gepakt. Ik besluit twee bussen eerder te gaan, moet makkelijk kunnen. Geen idee immers hoe lang ik ook doe over dat korte stukje lopen naar de halte met zoveel bagage. Uiteindelijk haal ik op deze frisse ochtend de limousinebus van half tien. Die hoort om 09.25 uur aan te komen, die komt dus ook om 09.25 uur aan. Voor de bagage is er niet alleen een luik, deze luxe bus heeft een schuifla. De koffers passen bij het aantal passagiers.  Na een paar haltes zijn we vol. Brede stoelen, chauffeur met handschoentjes, als ik wil kan ik muziek luisteren. Er zijn schat ik drie Europeanen in de bus, daar ben ik er een van. Om elf uur sta ik bij Terminal 2. Eerst die joekel uit de weg, een boardingpass bemachtigen. Dan het wifi-ei terug, mijn steun en toeverlaat. Dat we dat in Nederland niet hebben. Voor ons, voor de bezoekers. Ik heb het plan mijn laatste cash om te zetten in Celadon. Wat je op het vliegveld koopt mag altijd mee, buiten de koffers. De 25 kg was geen probleem, die gaat moeiteloos door. Ik vind de Korea Experience winkel, met dames in Hanbok. Ze hebben een iets ander aanbod dan in de andere hal, daar zitten er twee naast elkaar, die hebben meer. Maar dit werkt ook. Als ik mijn bordje heb laten inpakken, het houten kistje waar het in zit bijna zo mooi als het bord, kan ik daar, onder het genot van eigentijdse muziek op oude instrumenten (die dames rocken), mijn blog bijwerken. Dan nog een stuk chocolade voor de laatste paar duizend won (denk ik, bij het uitpakken hier vind ik er nog 10.000) en naar de gate. Alles is rustig, het vliegtuig is voor 30% gevuld, het eten is als je wil Koreaans, ik neem Bibimbap, de Koreanen om mij heen kiezen voor de westerse kip, zonder stokjes. Ik heb drie stoelen voor mijzelf, alle spullen liggen onder handbereik. De vlucht is precies lang genoeg voor vijf films en een nieuwsbericht van CNN. Dan sta ik, want het blijft maar donderdag, nog met daglicht in Amsterdam. Het zit mee, na Alkmaar kan ik zitten en een goede vriend haalt mij op, ik hoef niet nog te sjouwen na een bustocht. De woonkamer heeft een prachtige vloer, witte wanden en frisse kozijnen en verder niets. Geen meubels, geen internet, een groep heeft sluiting. Dat moet allemaal weer op-, in- en aangebouwd worden. Ik stap mijn frisse bedje in en val prompt in slaap. In Korea is het vijf uur ’s morgens.

 

Wie verre reizen maakt…. 28, Seoul revisited, 26 september

Bundung Memorial Park Panorama.jpg

Een indrukwekkende ochtend met een prettige ontmoeting met Meneer Lee (nee, die andere). Een van de weinige dingen die ik van te voren had gepland, maar dan nog is het lastig elkaar te vinden. Gelukkig was meneer Lee heel behulpzaam dus uiteindelijk vond ik hem (of eigenlijk hij mij) onder de klok op een plein in een warenhuis. Met hem ging ik naar de plek waar werk van beeldhouwer Hans Blank staat. Daarover elders meer. Omdat hij eigenlijk in Australië woont, maar nu alweer vijf jaar hier werkt op uitnodiging van een vriend, kon ik met hem ook een wat uitvoeriger gesprek hebben over alles wat Korea zo betreft. Een gedeeld land, springplank tussen Pacific en vaste land en daardoor al zo lang het bestaat een populaire buit bij velen, de Chinezen, Japanners en Amerikanen voorop. Ze zijn er allemaal nog, of weer. Voor Amerikanen is er een speciale balie op het vliegveld als zij hier als militair komen of gaan. Lee was er duidelijk over: “Omdat het de Amerikanen alleen kon schelen de Pacific vrij te houden, betaalden wij de prijs, zijn wij gedeeld, als Duitsland. Maar verdiend hebben we dat niet, en we lijden er nog steeds onder.” Trump en Truman, hij vindt het allebei zwakke presidenten. We bespreken de ontwikkelingen sinds de oorlog. Hij stelt dat er vooral is ingezet op economische ontwikkeling en groei, dat is goed gelukt. Maar het sociale netwerk, rekening houden met de zwakkeren, de ouderen en de achterblijvers, bouwen met een ander motief dat snel en veilig, dat is allemaal te kort gekomen. Pas de laatste twee decennia is er aandacht voor. De voorstad van Seoel waar ik nu ben is een voorbeeld daarvan. Mooier, ruimer, groener opgezet, met oog voor uiterlijk van gebouwen. Met hier en daar een park of een speelplek, openbare kunst. De plek waar we zijn geeft zicht op een deel van Seoel. Herkenbaar want hoogste gebouw: het Lotte hotel.

Na deze ontmoeting haal ik mijn koffer uit de auto en breng die naar mijn hotel kamer, zoek of er niets achtergebleven is onder stoelen, en rij de rit naar Incheon. De zon schijnt maar de herfst kondigt zich aan met temperaturen onder de 25 graden. Alles licht en helder. Ik rijd over prachtige bruggen, langs haven en monding. Over de radio (Classic FM) vat Herbert von met Tannhauser deze vier weken samen: spannend en vredig en bij vlagen lastig, maar zeker groots en de moeite waard. Na enig zoeken vind ik de juiste parkeergarage en het verhuurbedrijf. Op advies van meneer Lee neem ik de limousinebus terug naar Seoel Station. Comfortabel, goedkoop en snel.

Heeft u ook wel eens gemerkt dat als je terug komt op een eerst nieuwe plek, hij gekrompen is? Je bent een beetje bekend, je weet wat je kunt verwachten, het wordt een beetje vertrouwd terrein en dat is altijd kleiner. Ik weet waar ik uit wil stappen, ik ken de trucs van de metropoortjes, weet hoe ik mijn blije konijn nog een keer moet opladen. Wat zal ik doen deze halve middag? Er is nog een schrijn op een Unesco lijst, er is nog een museum. Maar er is ook Namsa Tower Seoel, op een berg. Een geliefd uitje voor inwoners en bezoekers, zeker zo tegen het einde van de dag. Het is even doorwandelen, al die trappen op. Bij de toren een loket, een wachttijd, een photoshoot, een beetje zoals de Efteling, ze verstoppen de rijen. Je kunt er hartjes en slotjes kopen, beschrijven en achterlaten langs een hekwerk naar de kabelbaan (ja, ik had niet hoeven lopen natuurlijk). Maar als je dan eindelijk boven bent, slokt de stad je weer op. Ik probeer plekken te herkennen, de zon gaat prachtig onder, de lichten gaan aan. Tien miljoen mensen hier onder ons, daaromheen de bergen. Na een uur kijken, rondlopen, kijken en nog eens kijken (geheimtip: het beste uitzicht heb je vanaf het toilet) ruk ik mij los en ga met de kabel naar beneden. In de rij daarvoor ontmoet ik een stel jongelui. Ze spreken Engels met elkaar, ze zijn nieuwsgierig, een leeft er in Moskou, de rest hier. Ze wedden onder elkaar waar ik vandaan kom en gokken verkeerd. Geen Engelse dus, maar Nederlandse. Hij wil graag praten, wil graag veel reizen, is al in Midden-Europa geweest en spreekt ook wat Duits. Als we het kabelbaantje uitkomen moet er afscheid genomen, een foto gemaakt om de ontmoeting vast te leggen. Ik deel maar weer wat kikkers uit, en vooruit, een paar vlaggetjes. Kom er eens om, dat een stel net twintigers met je op de foto wil omdat je uit een ander land komt. Nog een keer een Koreaanse maaltijd,  ginseng kip. Dan de lange reis naar het hotel in die voorstad, twee keer overstappen, zo’n 30 stations en wel de goede kant op reizen. Als ik bij een station twijfel en navraag, ga ik natuurlijk prompt verkeerd. De jongeman die het op zijn geweten heeft realiseert het zich als we net het station hebben verlaten en komt zich verontschuldigen. Laat kom ik in mijn hotel en ga de strijd met de bagage aan. September is bijna voorbij, tijd om weer naar huis te gaan.